CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 15 - Toelichting (1)

gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk' (betreft toekennen van een bouwmogelijkheid van één extra woning op het perceel Kooiweg 3 in Radewijk onder sloopvoorwaarde van landschapsontsierende stallen aan de Radewijkerweg 42a en 44 in Radewijk)25.067 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime en strijdigheid

4 4 5 6 7

Hoofdstuk2 Huidige en gewenste situatie 2.1 Algemeen 2.2 Huidige en gewenste situatie plangebied

11 11 11

Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

20 20 22 31

Hoofdstuk4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie & cultuurhistorie 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Besluit milieueffectrapportage

44 44 45 47 48 50 53 56 57 58 59

Hoofdstuk5 Wateraspecten 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf

61 61 62

Hoofdstuk6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels

63 63 63 65

Hoofdstuk7

67

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

68 68 68 68

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 2

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 3

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Radewijkerweg 44 in Radewijk, in het buitengebied van de gemeente Hardenberg, is een (voormalige) pluimveehouderij aanwezig, waar de agrarische bedrijfsactiviteiten inmiddels gestopt zijn. De pluimveehouderij bestaat uit een noordelijk en zuidelijk deel die gesplitst worden door de Radewijkerweg die het perceel doorkruist. Ten noorden van de Radewijkerweg zijn twee bedrijfswoningen met bijbehorende bijgebouwen en twee 'nieuwere' stallen aanwezig die nog een gebruikswaarde kennen. De stallen verkeren in een goede conditie en sloop zou kapitaalvernietiging betekenen. Ten zuiden van de Radewijkerweg zijn agrarische gebouwen aanwezig die als landschapontsierend zijn aan te merken, aangezien deze geen gebruikswaarde meer hebben en beginnen te vervallen. Het bedrijf is enkele jaren geleden getroffen door het Fibronilschandaal, waardoor er geen kippen meer in de schuren gehouden kunnen worden. Andere dieren houden in de stallen is niet mogelijk gezien de specifieke eisen die daaraan worden gesteld. De gebruikswaarde komt daarmee te vervallen. Doordat de agrarische activiteiten in de bebouwing zijn beëindigd, wordt ook niet meer geïnvesteerd in het onderhoud van de bebouwing.

Het voornemen bestaat om de zuidelijke voormalige agrarische gebouwen te slopen en de noordelijke gebouwen (2.874 m2) in gebruik te nemen ten behoeve van kleinschalige bedrijfsactiviteiten zoals statische opslag. De stallen hebben een oppervlakte van 1.410 m2 (west) en 1.463 m2 (oost). Bij het westelijke erf zijn daarnaast nog twee bestaande bijgebouwen (totaal 206 m2) aanwezig. Tot slot wordt ter plaatse van dit westelijke erf nog een paardenstal van 75 m2 gebouwd, waarmee de totale opperlvlakte aan bijbehorende bouwwerken op dit erf 1.691 m2 zal bedragen. Er zal een oppervlakte van 3.019 m2 aan voormalige agrarische gebouwen worden gesloopt aan de zuidzijde van de Radewijkerweg. Eveneens zal een mestopslag in het noordelijke deel worden gesloopt (190 m2). De twee (bedrijfs)woningen blijven behouden en krijgen een passende woonbestemming. Bij deze woningen zal een nieuwe paardenstal worden gerealiseerd van maximaal 75 m2 ten behoeve van hobbymatig gebruik. Ter compensatie wordt de mestopslag van 150 m2 ingezet. Op basis van het gemeentelijke beleid 'Erven met Kwaliteit' kunnen de sloopmeters ingezet worden voor het realiseren van compensatiewoningen. In beginsel dienen de compensatiewoningen op de slooplocatie gerealiseerd worden.

Echter is de Radewijkerweg 44 landschappelijk niet geschikt voor de bouw van deze compensatiewoningen, omdat er in de nabijheid twee actieve agrarische bedrijven aanwezig zijn. Een deel van de sloopmeters zullen dan ook worden gebruikt voor het realiseren van een compensatiewoning aan de Kooiweg 3. De overige sloopmeters zullen elders binnen de gemeente Hardenberg worden ingezet middels sloopvouchers. Aan de Kooiweg 3 in Radewijk is momenteel een woonperceel met woning aanwezig. Het voornemen op deze locatie bestaat uit het realiseren van een compensatiewoning met een inhoud van maximaal 750 m3 met bijgebouw met een oppervlakte van maximaal 100 m2, naast de bestaande woning. Deze compensatiewoning kan gerealiseerd worden door, conform het beleid 'Erven met kwaliteit', het inzetten van 850 m2 aan sloopmeters voorzien van asbest.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 4

Deze sloopmeters komen deels van de Radewijkerweg 44 (335 m2) en deels van de Fransenweg 1 in Schuinesloot (515 m2). Deze laatste locatie is reeds herbestemd in het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot' (NL.IMRO.0160.0000BP00401-VG01). Samengevat bestaat de ontwikkeling uit het volgende: Radewijkerweg 44: Sloop van circa 3.019 m2 aan landschapsontsierende bebouwing met asbest ten zuiden van de Radewijkerweg; Sloop van een mestopslag van circa 190 m2, zonder asbest; Sanering overtollige erfverharding; Herbestemmen van de twee (bedrijfs)woningen van agrarische bedrijfsbestemming naar passende woonbestemming; Realiseren van paardenstal van maximaal 75 m2 ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden; Herbestemmen van de te behouden agrarische bebouwing ten noorden van de Radewijkerweg ten behoeve van (kleinschalige) bedrijfsactiviteiten; Het landschappelijk inpassen van het gehele erf. Kooiweg 3: Realiseren compensatiewoning met bijhorende bebouwing naast bestaande woning; Het landschappelijk inpassen van het gehele erf. Voorliggende ontwikkelingen zijn niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Op basis van het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan de beoogde compensatiewoning met bijhorende bouwwerken te realiseren.

Daarnaast is het gewenst om de agrarische bedrijfsbestemming aan de Radewijkerweg 44 te wijzigen naar een passende woonbestemming en de sloop te borgen en herbouwmogelijkheden uit te sluiten. Tevens dienen kleinschalige bedrijfsactiviteiten (statische opslag) te worden ingepast. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient het bestemmingsplan dan ook te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader en toont aan dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied bestaat uit de slooplocatie aan de Radewijkerweg 44 en een bouwlocatie aan de Kooiweg 3 beide gelegen in Radewijk in de gemeente Hardenberg. Hierna is de ligging van de locaties ten opzichte van elkaar en de omgeving weergegeven. Vervolgens is de ligging van de locaties tot de directe omgeving afzonderlijk weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 5

Afbeelding 1.1: Ligging van de locaties ten opzichte van elkaar en de kern Hardenberg (Bron: Plattekaart.nl)

Afbeelding 1.2: Ligging Radewijkerweg 44 (links) en Kooiweg 3 (rechts) (Bron: Plattekaart.nl)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00446-VG01) en een renvooi; bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 6

regels (met bijbehorende bijlagen); deze toelichting (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 1.4

Huidig planologisch regime en strijdigheid

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de geldende bestemmingsplan(nen): Bestemmingsplan Vaststellingsdatum Buitengebied Hardenberg 2 december 2014 Buitengebied Hardenberg, herziening regels 26 september 2016 Facetherziening parkeren Hardenberg 17 juli 2018 Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische 21 juni 2022 Bedrijven In de volgende subparagraven wordt per locatie ingegaan op het geldende planologische regime en wordt tevens de strijdigheid met betrekking tot het planvoornemen beschreven. 1.4.1

Radewijkerweg 44, Radewijk

1.4.1.1 Algemeen Het perceel aan de Radewijkerweg 44 is verdeeld in twee delen, ten noorden en ten zuiden van de Radewijkerweg. Ten noorden van de Radewijkerweg geldt de bestemming 'Agrarisch met waarden Besloten heideontginningslandschap' met een bouwvlak ter plaatste van de bebouwing. Ten zuiden van de Radewijkerweg geldt de bestemming 'Agrarisch met waarden - Essen - en hoevenlandschap'. Het bouwvlak ligt te plaatste van de bebouwing. Eveneens geldt hier deels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Het noordelijke en zuidelijke deel zijn met elkaar verbonden middels een relatielijn. Daardoor is het feitelijk als één bouwvlak aan te merken. In afbeelding 1.3 is een uitsnede opgenomen van het geldend bestemmingsplan. De locatie is indicatief aangegeven met de rode contour.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 7

Afbeelding 1.3: Uitsnede van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden' zijn met name bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf (uitgezonderd glastuinbouw) en de instandhoudingen van de sterke gebiedskenmerken van het essen- en hoevenlandschap dan wel besloten heideontginningslandschap. Gebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan en er zijn ten aanzien van woningen uitsluitend bedrijfswoningen toegestaan. 1.4.1.2 Strijdigheid Ter plaatse zijn twee bedrijfswoningen met bijbehorende gebouwen en voormalig agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig. Van een volwaardig agrarisch bedrijf is geen sprake meer. Het regulier wonen in de bedrijfswoningen is niet toegestaan binnen de huidige agrarische bestemming. Ook de kleinschalige bedrijfsactiviteiten in de vorm van statische opslag in de noordelijke stallen is strijdig. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dient de bestemming gewijzigd te worden. De noordelijke bedrijfsgebouwen zullen behouden worden ten behoeve van (kleinschalige) bedrijfsactiviteiten. De voormalige agrarische bedrijfsgebouwen in het zuidelijke deel worden gesloopt en wordt overtollige erfverharding gesaneerd. De sloop en herbouwmogelijkheden zullen worden vastgelegd, evenals de landschappelijke inpassing.

Dit bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 8

1.4.2

Kooiweg 3, Radewijk

1.4.2.1 Algemeen Ter plaatse van de beoogde compensatiekavel aan de Kooiweg 3 geldt de bestemming 'Wonen - Besloten heideontginningslandschap'. In afbeelding 1.4 is een uitsnede opgenomen van het geldende bestemmingsplan. De locatie is indicatief aangegeven met de rode contour.

Afbeelding 1.5: Uitsnede van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Gronden met de bestemming 'Wonen - Besloten heideontginningslandschap' zijn bestemd voor wonen. Ter plaatse van deze bestemming mogen niet meer dan het bestaande aantal woningen (één woning) aanwezig zijn. 1.4.2.2 Strijdigheid Het realiseren van de beoogde compensatiewoning is niet mogelijk binnen de bestemming 'Wonen - Besloten heideontginningslandschap', aangezien er niet meer dan het bestaande aantal woningen (één woning) aanwezig mag zijn. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken dient de bestemming gewijzigd te worden. Dit bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 9

1.4.3

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 per locatie ingegaan op de huidige en gewenste situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 10

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige en gewenste situatie

Algemeen

Zoals in de aanleiding reeds is aangegeven, wordt er in het kader van dit plan landschapsontsierende bebouwing gesloopt aan de Radewijkerweg 44 en wordt het perceel voorzien van een passende bestemming. Ter compensatie wordt aan de Kooiweg 3 een compensatiewoning mogelijk gemaakt. De overige sloopmeters zullen worden uitgegeven als sloopvouchers. Hierna wordt per locatie ingegaan op de huidige en gewenste situatie. 2.2

Huidige en gewenste situatie plangebied

2.2.1

Radewijkerweg 44, Radewijk

2.2.1.1 Landschappelijke kenmerken De omgeving van het plangebied bestaat uit verspreid liggende agrarische erven en woonpercelen in een overwegend agrarisch gebied. Het plangebied bevindt zich zowel ten noorden als ten zuiden van de Radewijkerweg. Zo kent het landschap (essen- en hoevenlandschap) het ten zuiden van de Radewijkerweg enige glooiing, en zijn er enkele houtwallen aanwezig. De Radewijkerbeek is duidelijk waarneembaar door de rietkraag. De noordzijde van de Radewijkerweg sluit veel meer aan op het besloten heideontginningslandschap. Hier zijn de kavels rechtlijnig en staan de gebouwen uitgelijnd aan elkaar in het landschap. Het is een kwaliteit dat het verschil duidelijk waarneembaar is. Het plangebied aan de noordzijde van de Radewijkerweg ligt in het besloten heideontginningslandschap. Uit het LIK zijn die zaken aangehaald welke bruikbaar zijn voor het plan en de inrichting van het plangebied.

Sterk: strak rechtlijnig wegenpatroon; rechthoekige verkaveling; wegbeplanting; verspreide bosjes; perceelgrensbeplanting; rechthoekige erven in verkavelingsrichting met kop naar de weg; veel erven met erfbeplanting; kleinschalig gebied met open ruimten; Duitse grens met stuwwal is zichtbaar; Zwak: erven zonder beplanting; lage biodiversiteit; Kansen: herstel en onderhoud pereelgrensbeplanting en bosjes; aanleg en herstel erfbeplanting; verbetering landschappelijke inpassing; Bedreigingen: hoge geurbelasting westen van Radewijk. bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 11

Het plangebied aan de zuidzijde van de Radewijkerweg ligt in het "Essen en hoevenlandschap". De volgende kenmerken zijn van toepassing: Sterk: verspreide bebouwing kronkelige wegen essen en omgeving zijn de knooppunten kleinschalige verkaveling van de essen wegbeplanting solitaire bomen en boomgroepen erven met samenhang van bouwvolumes en zware beplantingen grote bomen verspreid op het erf zwermessen Radewijk; hoge ligging ten opzichte van omliggende heideontginningen; beslotenheid, kleinschaligheid Zwak: essen niet meer herkenbaar meer oude bossingels en houtwallen rondom Radewijk zijn grotendeels verloren gegaan; houtwallen uitgegroeid tot bomenrijen; lage biodiversiteit Radewijk en Venebrugge Kansen: terugbrengen bossingels en houtwallen; versterken groen-blauwe netwerk door terugbrengen singels en houtwallen. 2.2.1.2 Huidige situatie Het plangebied zelf betreft een perceel dat voorheen als agrarisch erf in gebruik is geweest. Het noordelijke erf bestaat uit twee bedrijfswoningen met agrarische bedrijfsgebouwen achter de bedrijfswoningen. Daarnaast bevinden zich agrarische bedrijfsgebouwen ten zuiden van de Radewijkerweg. Tussen de gebouwen is veelal verharding aanwezig. Rondom de bedrijfswoningen zijn de gronden ingericht als tuin. De Radewijkerweg doorkruist het erf, waardoor het feitelijk twee gescheiden erven zijn.

Verder liggen rondom het perceel agrarische cultuurgronden. In afbeelding 2.1 is op een luchtfoto de huidige situatie weergegeven. Het plangebied is indicatief weergegeven met de rode contour.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 12

Afbeelding 2.1: Luchtfoto locatie Radewijkerweg 44, Radewijk (Bron: Google Maps) 2.2.1.3 Gewenste situatie Het voornemen bestaat om alle landschapontsierende bebouwing, met een totale oppervlakte van circa 3.019 m2 te slopen. Deze gebouwen bevinden zich ten zuiden van de Radewijkerweg. Daarnaast zal er een mestopslag van circa 190 m2 worden gesloopt aan de noordzijde van het plangebied. In onderstaande afbeelding zijn de te slopen gebouwen rood gemarkeerd.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 13

Afbeelding 2.2: Te slopen bebouwing Radewijkerweg 44, Radewijk (Bron: De Erfontwikkelaar) Deze sloopmeters zullen op basis van het gemeentelijke beleid 'Erven met kwaliteit' worden ingezet op andere locaties, zoals de Kooiweg 3. De noordelijke voormalige agrarische gebouwen zijn niet als landschapontsierend aan te merken, omdat deze nog in goede staat verkeren en het wenselijk is deze een vervolgfunctie te geven. Deze gebouwen zullen gebruikt gaan worden voor (kleinschalige) bedrijfsactiviteiten, zoals een caravanstalling (statische opslag) en andere kleinschalige bedrijfsactiviteiten in maximaal milieucategorie 2. De twee bedrijfswoningen zullen gebruikt gaan worden als reguliere woningen, waarbij er een nieuwe paardenstal van maximaal 75 m2 gerealiseerd gaat worden. Zoals hiervoor aangegeven bestaat het voornemen om de zuidelijke voormalige agrarische gebouwen te slopen en de noordelijke gebouwen (2.874 m2) in gebruik te nemen ten behoeve van kleinschalige bedrijfsactiviteiten zoals statische opslag. De grote stal aan de oostzijde behoort tot het perceel Radewijkerweg 44 en heeft een oppervlakte van 1.463 m². De grote stal aan de westzijde heeft een oppervlakte van 1.410 m² en behoort tot het perceel Radewijkerweg 42a.

Bij het perceel Radewijkerweg 42a staan verder bij de woning nog twee bijgebouwen met een oppervlakte van 206 m² en er wordt nog een paardenstal gebouwd met een oppervlakte van 75 m². Hierdoor geldt dat voor het perceel Radewijkerweg 42a opgeteld 1691 m² aan oppervlakte aan bijgebouwen gaat gelden. Tot slot zal het gehele perceel landschappelijk worden ingepast. Daar wordt in de volgende paragraaf op ingegaan.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 14

2.2.1.4 Ruimtelijke en landschappelijke inpassing Voor het geheel is door De Erfontwikkelaar een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Hierna is een uitsnede van het plan opgenomen. Vervolgens wordt het plan toegelicht. Het volledige ruimtelijke kwaliteitsplan is opgenomen Bijlage 1 van de toelichting.

Afbeelding 2.3: Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan (Bron: De Erfontwikkelaar) Na sloop van de zuidelijke stallen wordt het terrein weer ingericht en bestemd als agrarische grond (7 en 8). Aan de noordzijde blijft de bebouwing (op de vaste mestopslag (9) na) staan (1). De volumes zijn laag en lang en daarom goed in te passen in het landschap. De schuren zullen gebruikt worden voor bedrijfsactiviteiten. Te denken valt hierbij aan opslag van materiaal. Na sloop van deze stallen wordt het terrein aan de zuidzijde weer ingericht en bestemd als agrarische grond. Vanuit de LandschapsIdenteitsKaarten is het wenselijk om oorspronkelijke landschapselementen te herstellen. Concreet houdt dit in dat de bestaande houtwal doorgetrokken moet worden tot aan de Radewijkerweg. Deze houtwal verkeert momenteel in een slechte staat, waardoor deze wordt hersteld. Er is met name kwaliteitswinst te behalen door langs de schuren een houtsingel aan te planten (6). Hiermee wordt het zicht op de lange volumes ontnomen. Het geheel past daarmee beter in het besloten heideontginningslandschap waarmee de rechtlijnigheid wordt versterken en erven worden vergroend. Het is van belang dat de houtsingels aan beide zijden de stallen afgeschermd. Daarbij is gekozen om aan de zuidzijde de houtsingel niet helemaal tot aan de Radewijkerweg te planten maar ter hoogte van het voorerf te stoppen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 15

Aan de noordoostzijde (achterzijde) van de stallen worden eveneens bomen aangeplant om ook deze zijde af te schermen (6). Rondom de stallen blijft een weiland behouden (7). Ook de verharding blijft behouden (5). Deze is nu al beperkt en zal ook voor de nieuwe bedrijfsfunctie gebruikt gaan worden. De twee woningen bevinden zich op het voorerf (2 en 3). Hier zal ook een nieuwe paardenstal worden gebouwd (4). Dit zal gebruikt worden voor het hobbymatig houden van paarden. Het voorerf bestaat uit een siertuin met enkele (beuken) hagen. Deze zullen behouden blijven. De ontsluiting van het erf en de schuren blijft eveneens gelijk. 2.2.2

Kooiweg 3, Radewijk

2.2.2.1 Landschappelijke kenmerken Aan de Kooiweg 3 in Radewijk zal een compensatiewoning gerealiseerd worden op het bestaande woonperceel. Zoals aangegeven komen de sloopmeters deels van de Radewijkerweg 44 en deels uit een sloopvoucher van de Fransenweg 1 in Schuinesloot. In de omgeving komen (verspreid liggende) woonpercelen en enkele agrarische bedrijven voor. Het landschap nabij de locatie is kenmerkend. Langs hoofdwegen vormt de eikenlaanbeplanting eenzijdig de belangrijkste opgaande structuur. Erven liggen in blokken langs de weg en zijn overwegend voorzien van erfbeplanting. Lijnvormige beplantingsvormen (houtsingels) volgen de kavelstructuur en bevinden zich met name haaks op de weg. Aan de achterzijde bevindt zich weinig tot geen beplanting. 2.2.2.2 Huidige situatie Het perceel aan de Kooiweg 3 kent een karakteristieke opbouw. Het wonen is voor, werken achter. Dit resulteert in een siertuin naar de weg (zuidwest zijde) en een klein erf achter en naast de woning dat meer extensief wordt gebruikt. Structuurbepalend groen is nu te vinden aan de zuidzijde van het perceel in de vorm van een eikengaarde. Deze bomen geven het erf de gewenste groene uitstraling zonder dat het afgeschermd wordt. Aan de noordzijde staan eveneens bomen. Deze vormen een natuurlijke afscheiding. Ten behoeve van de ontsluiting is één inrit voorzien.

Tussen de Kooiweg en het erf loopt een watergang met schouwpad. In afbeelding 2.4 is op een luchtfoto de huidige situatie weergegeven. Het plangebied is indicatief weergegeven met de rode contour.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 16

Afbeelding 2.4: Luchtfoto locatie Kooiweg 3 (Bron: Google maps) 2.2.2.3 Gewenste situatie De wens bestaat om een compensatiewoning (750 m3) toe te voegen op het bestaande erf. 2.2.2.4 Ruimtelijke en landschappelijke inpassing Voor het geheel is door De Erfontwikkelaar een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Hierna is een uitsnede van het plan opgenomen. Vervolgens wordt het plan toegelicht. Het volledige ruimtelijke kwaliteitsplan is opgenomen Bijlage 2 van de toelichting.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 17

Afbeelding 2.5: Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan (Bron: De Erfontwikkelaar) Situering compensatiewoning: Het erf sluit aan bij de karakteristiek van het besloten heideontginningslandschap. Bij het positioneren van de compensatiewoning is rekening gehouden dat het erf compact moet blijven en daarmee de impact op de omgeving zo beperkt mogelijk is. Daarnaast is het belangrijk dat de woning een relatie met het bestaande erf krijgt. De bebouwing staat overeenkomstig de gebiedskenmerken haaks op of gelijk aan de weg, dit sluit aan bij het orthogonale patroon van het heideontginningslandschap. Langs de Kooiweg staan meer erven waar twee of meer woningen op staan. Deze bestaande woningen bestaat veelal uit een eenvoudige bouwvorm zonder veel aanbouwen. De compensatiewoning mag een maximale inhoud van 750 m3 krijgen. Het bijgebouw mag maximaal 100 m2 groot worden en moet qua verschijning onderdanig aan de woning zijn. Dit kan bereikt worden door bijvoorbeeld te kiezen voor een houten wandbekleding. Het bijgebouw mag apart of geschakeld aan de woning gebouwd worden. De woning moet worden getoetst aan de Welstandsnota. Groenstructuur en inrichting erf: De erven langs de Kooiweg zijn over het algemeen half open en al dan niet voorzien van enkele grote bomen. Richting de weg zijn de tuinen open en is er zicht op de bebouwing.

Om aan te sluiten op de gebiedskenmerken is er gekozen om het erf aan de noordzijde open te houden Het is niet wenselijk om het zicht op de woning en schuur af te schermen. Bestaande waardevolle bomen zullen behouden blijven en ‘voor’ de woning zijn reeds zomereiken aangeplant die behouden kunnen blijven. bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 18

Het contrast van enig groen op de erven en het half open landschap blijft overeenkomstig de gebiedskenmerken behouden. Het voorerf blijft tuin met ruimte voor sierbeplanting (bijvoorbeeld Rhododendrons, hortensia’s, boerensering). Het geeft een passende sierlijke afscherming. Schuttingen en hoge opgaande exoten zijn niet wenselijk. Rondom de woning is een tuin voorzien. De huidige inrit zal versmald worden zodat er een passende toegang naar de kavel en het erf over blijft. De keuze voor de verharding moet in afstemming gemaakt worden met de materialisering van de architectuur. Verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden. Dit in afstemming met de kleurstelling van de gevels en overige materialisering van het woonhuis.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 19

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; in 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust Duurzaam economisch groeipotentieel; Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Sterke en gezonde steden en regio's; er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken, waarbij wordt ingezet op ontwikkelingen binnen de bestaande stadsgrenzen.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 20

3.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid

De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de omgevingsvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is sprake van een toevoeging van één woning. Daarnaast worden de bestaande bedrijfswoningen bestemd voor regulier wonen. De kleinschalige bedrijsactiviteiten (opslag) in de bestaande gebouwen is ook geen stedelijke ontwikkeling. In een recentere uitspraak (201311211/1/R3) van de Raad van State d.d. 18 februari 2015 is sprake van een uitbreiding van de planologische gebruiksmogelijkheden van feitelijk bestaande units in een bedrijfsverzamelgebouw.

De Afdeling overweegt: “Voor zover [appellant sub 1] en anderen betogen dat in de Staat van bedrijfsactiviteiten deels bedrijfsactiviteiten staan genoemd waarvoor de units in de bedrijfsverzamelgebouwen niet eerder mochten worden verhuurd, oordeelt de Afdeling dat het plan hiermee niet voorziet in een zodanige functiewijziging dat om die reden sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Zoals zij eerder heeft overwogen (uitspraak van 10 december 2014 in zaak nr. 201310814/1/R1) is daarbij van belang dat met een verruiming van de gebruiksmogelijkheden geen nieuw beslag op de ruimte plaatsvindt.” Het onderstreepte "zodanige functiewijziging" suggereert dat er functiewijzigingen - zonder enige toename van bebouwing - kunnen zijn die wel "zodanig" zijn, dat zij kunnen worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een functiewijziging "sec" die van invloed is op het woon-, leef- en ondernemersklimaat elders, door die invloed kan kwalificeren als "zodanige functiewijziging", zodat sprake is van een Ladderplichtige bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 21

stedelijke ontwikkeling. Gelet op het feit dat de voorgenomen ontwikkeling niet voorziet in de realisatie van nieuwe bebouwing en er milieutechnisch gezien een functie wordt gerealiseerd die minder belastend is dan de huidige functie, is de impact op de omgeving klein en is de ontwikkeling daarmee niet als stedelijke ontwikkeling aan te merken. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 22

De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 3.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 3.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 23

De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 3.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.

Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 3.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen). Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1.

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 24

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 Door deze ontwikkeling, neemt de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied af en worden ter compensatie een vrijstaande woning gebouwd. De overige sloopmeters zullen elders worden ingezet conform het gemeentelijke beleid 'Erven met kwaliteit'. De compensatiewoning wordt op een bestaand erf gebouwd, die landschappelijk wordt ingepast. Ook de slooplocatie wordt landschappelijk ingepast. Eén en ander is zorgvuldig afgewogen op basis van het gemeentelijke beleid 'Erven met kwaliteit'. Per saldo is daarnaast geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, maar juist een afname. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3.

In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (KGO) (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.5 en 2.1.6 lid 1 Zoals in deze paragraaf blijkt voldoet de ontwikkeling aan de OF- WAAR- en HOEbenadering.

Tevens is de ontwikkeling in overeenstemming met het ontwikkelingsperspectief en de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel. Beide erven zullen landschappelijk worden ingepast conform de geldende gebiedskenmerken, zie hiervoor de ruimtelijke kwaliteitsplannen in Bijlage 1 en Bijlage 2. Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Hardenberg. Hierna wordt ingegaan op de KGO: Gebiedseigen ontwikkeling Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied voorziet primair in het bieden van ruimte aan (verbrede) agrarische bedrijven en wonen.(mixlandschap). In voorliggend geval is dan ook sprake van een gebiedseigen functie. Tevens draagt het initiatief bij aan het sociaal en economisch vitaal houden van het buitengebied. Schaal en impact op de omgeving De activiteiten aan de Radewijkerweg 44 zullen plaatsvinden op een plek waar al bebouwing staat. De pluimveeschuren kunnen in verband met een fibronilbesmetting niet meer gebruikt worden voor het houden van kippen. Dergelijke stallen zijn laag en hebben geen putten. Het is daarom nagenoeg niet mogelijk om hier andere dieren in te houden. bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 25

Het bedrijf ligt vlak bij de kern Radewijk. Met het opheffen van een substantiële bron van geur en fijnstof zal de leefomgeving verbeteren. Ook draagt het initiatief bij aan de reducering van stikstof, aangezien de milieuvergunningen worden ingetrokken. De stallen aan de zuidzijde van de Radewijkerweg hebben een asbestdakbedekking en zijn ouder dan de stallen aan de noordzijde van de weg. Deze stallen worden daarom gesloopt waarbij het niet mogelijk is om ter plekke compensatiewoningen te realiseren. Er liggen immers teveel agrarische bedrijven in de directe omgeving. De impact op de omgeving is hiermee positief te noemen aangezien de grond weer agrarisch wordt en het zicht op de Radewijkerbeek hersteld wordt. De schuren aan de noordzijde van de Radewijkerweg zijn nieuwer en nog prima geschikt voor kleinschalige bedrijvigheid. Deze schuren zullen behouden blijven maar landschappelijk goed ingepast worden. De impact op de omgeving is daarmee nihil of zelfs positief nu het geheel landschappelijk beter wordt ingepast. Voor de Kooiweg 3 geldt dat de activiteiten zullen plaatsvinden aansluitend op een bestaand erf. Er zal landschapsontsierende bebouwing gesloopt binnen de gemeente Hardenberg. Het totale bebouwde oppervlakte in het buitengebied van Hardenberg neemt hiermee af.

De schaal van de ontwikkeling is klein, mede door de positionering van de gebouwen middels de één erfgedachte. De impact op de omgeving is hiermee beperkt en kan zelfs als positief ervaren worden door het opruimen van oude stallen. Eigen belang en maatschappelijk belang Er is sprake van een eigen belang. Met het herbestemmen van de stallen aan de Radewijkerweg 44 ontstaan er weer enige inkomsten. Ook is er een maatschappelijk belang. Aan de zuidzijde van de Radewijkerweg staan landschapsontsierende bebouwing met asbest. Middels de sloop van deze stallen en het opheffen van de milieuvergunning zal de leefomgeving in de kern Radewijk verbeteren. Daarnaast zal het zicht op de Radewijkerbeek worden hersteld. Tevens wordt een houtwal hersteld door de aanplant van 8 zwarte elzen. Hierdoor is er tevens ook een substantieel maatschappelijk belang. Voor de Kooiweg 3 geldt dat er een nieuwe woning op een bestaande erf wordt gerealiseerd dat een eigen belang is. Ook is er een maatschappelijk belang. In het buitengebied van Hardenberg staat veel landschapsontsierende bebouwing met asbest. Door sloop van deze gebouwen zal de ruimtelijke kwaliteit van het gehele buitengebied verbeteren. Dit is goed voor de leefomgeving en het landschap.

Tegenprestatie Het herbestemmen van een agrarisch object (Radewijkerweg 44) van dergelijke omvang naar een woonbestemming met de mogelijkheid van kleinschalige bedrijvigheid vraagt een tegenprestatie. Deze zal bestaan uit het opheffen van de milieuvergunning en de sloop van landschapsontsierende bebouwing. Voor de Kooiweg 3 wordt naast de basisinspanning aanvullende kwaliteitspretaties gevraagd, die bijdragen aan de versterking van de gebiedskenmerken uit het landschapsontwikkelingsplan en de ontwikkelingsrichting uit de ontwikkelingsvisie. Deze tegenprestatie zal bestaan door het slopen van minimaal 850 m2 landschapsontsierende bebouwing. Middels een sloopbewijs van 515 m2 - Fransenweg 1 te Schuinesloot en een sloopbewijs van 335 m2 - Radewijkerweg 44 te Radewijk wordt hieraan voldaan. Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de KGO. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 26

woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van een vrijstaande woning in het kader van Rood voor Rood. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming te achten met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. 3.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven De locaties aan de Radewijkerweg 44 en Kooiweg 3 liggen beide in het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. In onderstaande afbeelding is dit weergegeven, waarbij de Radewijkerweg 44 links is weergegeven en de Kooiweg 3 rechts.

Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel , Radewijkerweg 44 links en Kooiweg 3 rechts (Bron: Provincie Overijssel) "Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap" Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Het karakter van het gebied, met een mix van meerdere functies, maakt dat een nuancering ten aanzien van het ontwikkelingsperspectief nodig is. Het gebied is dan ook niet alleen geschikt voor agrarische functies, maar ook voor woningen. Dit is inherent aan het veranderende platteland, waar er sprake is van schaalvergroting en agrarische bedrijven die stoppen.

Bovendien is er in dit geval geen sprake van aantasting van de gebruiksmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven. In paragraaf 4.5 en 4.6 wordt hier nader op ingegaan. De vernieuwde erven wordt adequaat in het bestaande landschap bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 27

ingepast. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de ter plekke geldende ontwikkelingsperspectieven. 3.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. In onderstaande afbeelding is per locatie aangegeven welke gebiedstype op basis van de gebiedskenmerkenkaart van de 'Natuurlijke laag' van toepassing is.

Afbeelding 3.3: Natuurlijke laag, Radewijkerweg 44 links, Kooiweg 3 rechts (Bron: Provincie Overijssel) "Dekzandvlakte en ruggen" De dekzandgronden worden gekenmerkt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De dekzandgebieden zijn voor het overgrote deel in cultuur gebracht als essenlandschap, oude hoevenlandschap en heide-ontginningslandschap. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, b.v. door egalisaties ten behoeve van de landbouw. Als ontwikkelingen plaatsvinden dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar maken en beleefbaar maken van hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn uitgangspunt bij inrichting. De strekkingsrichting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, dient uitgangspunt te zijn. Hiermee dient bij de planuitwerking rekening te worden gehouden. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden in het plangebied zijn in agrarisch gebruik of zijn in gebruik als tuin bij een woning. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. Ter plaatse van plangebieden wordt middels een ruimtelijk kwaliteitsplan

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 28

ingespeeld op de daar voorkomende gebiedskenmerken. De erven worden landschappelijk ingericht conform de hier geldende gebiedskenmerken. In paragraaf 2.2.1.4, 2.2.2.4, Bijlage 1 en Bijlage 2 wordt hier nadrukkelijk op ingegaan. 2. De 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. In onderstaande afbeelding is per ocatie aangegeven welke gebiedstype op basis van de gebiedskenmerkenkaart van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' van toepassing is.

Afbeelding 3.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap, Radewijkerweg 44 links, Kooiweg 3 rechts (Bron: Provincie Overijssel) “Jong heide- en broekontginningslandschap” Heidegronden waren oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap. Nadat kunstmest werd uitgevonden ging deze functie verloren en werden de gronden grotendeels in cultuur gebracht. Eerst kleinschalig, maar later grootschalig. Vanaf de 18e eeuw zijn veel voormalige heidegronden ten behoeve van de jacht en houtproductie bebost. Landbouwontginningen zijn relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. De transformatie van landbouwerven tot burgererven en de introductie van het ‘hobby’-vrijetijds/woon landschap zijn steeds meer aan de orde. De ambitie is de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse een stevige impuls te geven en soms een transformatie door te voeren. Ontwikkelingen dienen bij te dragen aan behoud en versterking van de dragende structuren ter plaatse, zoals landschappelijke raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen “Oude hoevenlandschap” Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen.

Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kooiweg 3 en Radewijkerweg 42a en 44 Radewijk | PAGINA 29

Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” De Radewijkerweg 44 ligt binnen twee cultuurlandschappen. Het noordelijke deel wordt ingepast volgens de kenmerken van het landschaptype. Het zuidelijke deel zal enkel gesaneerd worden en als agrarische gronden (zonder bouwmogelijkheden) worden ingericht. Door de inpassing met streekeigen beplanting, worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap van de verschillende landschapstypen versterkt. Dit gebeurt door het erf in te richten met nieuwe, gebiedseigen beplanting en het realiseren van een gebiedseigen woning (Kooiweg 3). Zie tevens de ruimtelijke kwaliteitsplannen in Bijlage 1 en Bijlage 2. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3. De “Laag van de beleving” In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar.

Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14211809/1