CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 14 - Toetsingsadvies Commissie voor de Mer (Geanonimiseerd)

gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente HardenbergBij agendapunt: Besluit tot wijziging van het omgevingsplan voor Rollepaal Oost4.904 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsplan bedrijventerrein Rollepaal Oost te Dedemsvaart

Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 3 oktober 2025 / projectnummer: 3943

Advies over het MER in het kort De gemeente Hardenberg wil het bestaande bedrijventerrein Rollepaal (ruim 120 hectare) uitbreiden met 29 hectare.1 De uitbreiding Rollepaal Oost is bedoeld voor bedrijven tot maximaal milieucategorie 4.2 (zware bedrijvigheid). Onderdeel hiervan zijn de uitbreiding van een hoogspanningsstation (inclusief kabels en leidingen) van Tennet/Enexis en uitbreiding van een transportbedrijf. Om de uitbreiding mogelijk te maken moet het omgevingsplan gewijzigd worden. Voor het besluit hierover is een gecombineerd plan- en project-milieueffectrapport (MER)2 opgesteld. De gemeenteraad van Hardenberg heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (verder: de Commissie) gevraagd te adviseren over het MER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de kwaliteit en de volledigheid van het MER. Wat staat in het MER? Het MER beschrijft de aanleiding voor de uitbreiding en de keuze voor uitbreiding aan de oostzijde van het bestaande bedrijventerrein Rollepaal. Naast het zogenoemde planvoornemen is een alternatief onderzocht dat uitgaat van lichtere bedrijvigheid (milieucategorie 3.2), een variant ‘bedrijfswoning’3 en twee varianten voor een grondwal langs het terrein. Verder is in het MER onderzoek gedaan naar de effecten van een of twee nieuwe windturbines in het plangebied en van een scenario waarin een nieuwe aansluiting op de N36 wordt gerealiseerd.

Volgens het MER leidt het planvoornemen tot meer industrielawaai en lichthinder en daardoor ook tot negatieve effecten op gezondheidsbescherming. Het alternatief lichtere bedrijvigheid scoort beter op industrielawaai en gezondheid. De variant met een hoge grondwal scoort positiever op lichthinder, maar negatiever op natuur en landschap. Mede op basis van de effectbeoordeling is een voorkeursalternatief vastgesteld. Dit bestaat uit het planvoornemen, met aangepaste (maximaal toegestane) geluidemissies per kavel. Door deze aanpassing wordt het effect door industrielawaai beperkt. Wel blijven de effecten op het aspect gezondheidsbescherming negatief. Wat is het advies van de Commissie? Het MER is omvangrijk en gaat uitgebreid in op alle milieuaspecten die belangrijk zijn voor de besluitvorming. Bijlagen bevatten verdiepende informatie over deze aspecten. Zo is veel aandacht besteed aan de geluidsituatie en het beperken van hinder, de verkeersafwikkeling en de effecten op natuur (beschermde soorten, stikstof). Het MER gaat ook in op onderdelen die gedurende het planproces zijn gewijzigd of vervallen, zoals de omvang van het plangebied, de realisatie van windturbines en een nieuwe verbinding met de N36.

Tijdens het gehele proces is er meer duidelijkheid gekomen over de invulling van het bedrijventerrein, inclusief de uitbreiding van een hoogspanningsstation en van een transportbedrijf. De wijze waarop dit in het MER is verwerkt maakt het lastig om de belangrijkste conclusies ervan terug te vinden. 1 2 3

Van deze 29 hectare is 21 hectare netto beschikbaar voor de vestiging van bedrijven.

MER Uitbreiding Rollepaal Dedemsvaart, t.b.v. procedures wijziging Omgevingsplan. Rho adviseurs, 4 juni 2025.

In deze variant wordt rekening gehouden met de omzetting van een woning aan de Schutwijk naar een bedrijfswoning of naar een bedrijfsbestemming, waarmee mogelijk meer milieuruimte voor het bedrijventerrein ontstaat.

-1-

Het MER is opgesteld als gecombineerd plan-/project-MER. Een project-MER vraagt een hoger detailniveau dan een plan-MER, omdat dit gaat over projecten waarop het besluit (het omgevingsplan) rechtstreeks betrekking heeft. De Commissie signaleert bij de toetsing van het MER dat nog belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het milieubelang volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over het omgevingsplan. Het gaat om de volgende punten: De afweging tussen varianten voor het hoogspanningsstation. Het noordwestelijk deel van het plangebied wordt gereserveerd voor de uitbreiding van een hoogspanningsstation van Tennet/Enexis. Vanwege de lokale effecten hiervan op laagfrequent geluid, ‘tonaal geluid’ en magneetvelden is een transparante afweging van (varianten voor) de locatie, de omvang en eventuele maatregelen noodzakelijk. Dit ontbreekt in het MER. Navolgbaarheid van het proces en volledigheid van de samenvatting. Door de opzet van het MER is moeilijk te volgen waar het oorspronkelijke planvoornemen uit bestond, welke keuzes er in de verschillende stadia van planvorming zijn gemaakt en waarom, en hoe het voorkeursalternatief zich hiertoe verhoudt. De samenvatting is zeer beknopt en bevat niet alle relevante milieu-informatie voor de besluitvorming.

Voor een goed begrip van de belangrijkste conclusies is een volledigere samenvatting en een leeswijzer nodig. De Commissie adviseert om de ontbrekende informatie op te nemen in een aanvulling op het MER, en dan pas een besluit te nemen over het omgevingsplan. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar beoordeling toe. In hoofdstuk 3 geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject.

Figuur 1: Plangebied Rollepaal-Oost (bron: MER).

-2-

Aanleiding MER Voor de uitbreiding van het bedrijventerrein stelt de gemeente Hardenberg een omgevingsplan op. Het omgevingsplan is kaderstellend voor ‘zwaardere’ bedrijven en geluidzoneringsplichtige inrichtingen’. Voor deze bedrijven kan een MER nodig zijn bij de aanvraag voor omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit op basis van de categorieën onder C t/m H van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Daarom is voor het omgevingsplan een plan-MER noodzakelijk. Een plan-MER is ook nodig omdat gevolgen voor Natura 2000-gebieden onderzocht moeten worden in een Passende beoordeling. Omdat het omgevingsplan ook direct de uitbreiding van het bedrijventerrein (categorie J10) mogelijk maakt is voor het omgevingsplan ook een project-mer-beoordeling nodig. De gemeente slaat deze stap over en heeft een gecombineerd plan- en project-MER opgesteld. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Hardenberg – besluit over het omgevingsplan Rollepaal Oost. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies.

De projectstukken, die bij het advies zijn gebruikt, zijn te vinden door nummer 3943 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar beoordeling toe. Aan deze beoordeling koppelt zij adviezen in een tekstkader. Het uitvoeren daarvan is essentieel voor het volwaardig meewegen van het milieubelang bij het besluit over het omgevingsplan.

Varianten voor het hoogspanningsstation Het MER is opgesteld als gecombineerd plan- en project-MER, omdat het omgevingsplan kaders stelt voor projecten waar (later) mogelijk een MER voor nodig is én omdat voor het omgevingsplan zelf mogelijk een project-MER vereist is. Dit betekent dat het MER de informatie moet bieden over: 1.

de effecten van de bedrijven/projecten waarvoor het omgevingsplan de kaders biedt, uitgaande van de maximale mogelijkheden (zie paragraaf 3.1 van dit advies);

2.

de milieueffecten van het bedrijventerrein die het omgevingsplan rechtstreeks mogelijk maakt, waaronder de uitbreiding van het hoogspanningsstation.

Gedurende het planproces en tijdens het opstellen van het MER is het voornemen tot uitbreiding van het hoogspanningsstation van Tennet/Enexis in een aantal stappen concreter geworden. In het ontwerp omgevingsplan is hiervoor 3,4 hectare gereserveerd, in het noordoostelijke deel van het plangebied. De uitbreiding van het hoogspanningsstation is nodig voor de uitbreiding van de netwerkcapaciteit en de aansluiting van nieuwe ondergrondse hoogspanningskabels. Deze worden door Tennet gerealiseerd als onderdeel van de ‘Drents Overijsselse Netversterking West’. Hiervoor wordt een separate mer-procedure doorlopen. De uitbreiding van het hoogspanningsstation Dedemsvaart maakt geen deel uit

-3-

van de besluitvorming over deze netversterking en de effecten ervan worden niet in het bijbehorende MER onderzocht. In het MER voor Rollepaal Oost is niet expliciet ingegaan op de effecten van het hoogspanningsstation en de daarvoor noodzakelijke kabels en leidingen.4 Er zijn geen varianten voor de locatie, de omvang en de capaciteit van het hoogspanningsstation en de ligging en fasering5 van kabels en leidingen onderzocht en geen mitigerende maatregelen om effecten te verzachten. In het MER is een voorkeur uitgesproken voor een locatie grenzend aan het bestaande station, in de noordoostelijke hoek van het plangebied. De realisatie van een hoogspanningsstation en bijbehorende kabels en leidingen kan leiden tot hinder door geluid, waaronder laagfrequent geluid en ‘tonaal geluid’ (brommen en zoemen). Het vaststellen van geluidproductieplafonds en geluidemissieverkaveling (zie paragraaf 3.2 van dit advies) betekent dat geluidhinder in algemene zin wordt beperkt, maar laagfrequent geluid (LFG) valt hier niet onder.6 Ook is relevant dat ‘tonaal’ geluid vooral 's avonds en 's nachts in een rustige omgeving als hinderlijk kan worden ervaren.

Dit maakt dat de locatie van het station ten opzichte van gevoelige bestemmingen en de capaciteit daarvan van belang zijn voor de effecten op woningen en de noodzaak van het eventuele mitigerende maatregelen (bijvoorbeeld het overkappen van transformatoren of het plaatselijk verhogen van de grondwal). De locatie van de kabels en leidingen is bovendien van belang voor effecten van magneetvelden. Daarbij is relevant hoeveel woningen en andere gevoelige bestemmingen zich bevinden binnen de zogenaamde magneetveldzone. De Commissie is van oordeel dat er in ieder geval nader onderzoek nodig is naar de totale effecten het nieuwe hoogspanningsstation op de omliggende woningen, zodat deze informatie kan meewegen bij het besluit over (de locatie van) het hoogspanningsstation in het omgevingsplan. Naast een toetsing op de referentiepunten (Lden, Lnight) is ook een beoordeling nodig van de aanvaardbaarheid van de effecten van laagfrequent geluid en piekgeluid en effectieve mitigerende maatregelen. Op dit moment is niet duidelijk of de standaardregels zoals nu opgenomen in het omgevingsplan voldoende bescherming bieden aan de gevels van bestaande woningen nabij het nieuwe industrieterrein.

De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER, voordat wordt besloten over het omgevingsplan, een beschouwing op te nemen van varianten voor de locatie en/of de capaciteit van het hoogspanningsstation en ligging en fasering van de kabels en leidingen. Besteed daarbij aandacht aan laagfrequent geluid en tonaal geluid, in de dag-, avond- en nachtperiode en geef inzicht in de aanwezigheid van gevoelige bestemmingen binnen de magneetveldzone.

4

Wel is aangegeven dat de ontwikkeling moet passen binnen de vastgestelde geluidruimte en zijn er eisen gesteld aan

5

Als kabels en leidingen op een later moment of gefaseerd worden aangelegd leidt dit tot extra effecten.

inpassing, waterberging en de locatie van een eventueel waterstoftankstation in het plangebied.

6

Er bestaat geen specifieke wet- en regelgeving voor LFG in Nederland. LFG kan door de lange golflengte en in een verder rustige omgeving hoorbaar op grotere afstand, ook in de woning Het is daarom niet mogelijk om op voorhand een

richtafstand te hanteren. Geadviseerd wordt om bij de bouw van een hoogspanningsstation rekening te houden met het optreden van hinder door LFG en in de vergunningfase mitigerende maatregelen nader uit te werken. Indien in de

realisatiefase hinder van LFG wordt ervaren, kan een hindertoets uitgevoerd worden (bijvoorbeeld een toets aan de Vercammen- en NSG-curve). Het treffen van maatregelen na de realisatie is in het algemeen een grote opgave.

-4-

Navolgbaarheid en samenvatting Navolgbaarheid van het proces Uit het MER blijkt dat het planvoornemen gedurende het planproces verschillende keren is gewijzigd. Zo was er bij de start van de mer-procedure (bij het vaststellen van reikwijdte en detailniveau) nog sprake van een uitbreiding met 10 in plaats van 21 hectare en is gekozen voor een andere aanpak van milieuzonering als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ook is de benodigde uitbreiding van het bestaande transformatorstation van Tennet/Enexis gewijzigd van 0,6 naar 3,4 hectare. Het planvoornemen is tussentijds gewijzigd nadat uit de effectbeoordeling bleek dat geluidemissies te hoog zouden worden om aan wettelijke normen te voldoen. Dit alternatief is in het MER soms aangeduid met ‘extra alternatief-geoptimaliseerde kavelemissies (alternatief 2)’, maar niet overal.7 Verder is de mogelijkheid van de realisatie van een of twee windturbines in het MER onderzocht, zonder dat dit expliciet onderdeel was van het planvoornemen. Tenslotte is een ‘scenario’ genoemd voor een nieuwe aansluiting op de N36 ten zuiden van het plangebied (zie paragraaf 3.3 van dit advies). Zowel de windturbines als de nieuwe aansluiting op de N36 zijn geen onderdeel van het planvoornemen of het voorkeursalternatief.

De Commissie waardeert de intentie om in het MER alle onderzochte opties te beschrijven, zodat navolgbaar is wat daarvan de effecten zijn en wat de redenen zijn om deze wel of niet op te nemen in het omgevingsplan. Door de opzet van het MER is echter niet goed te volgen waar het oorspronkelijke planvoornemen uit bestond, welke keuzes er in de verschillende stadia van planvorming zijn gemaakt en waarom, en hoe het voorkeursalternatief zich hiertoe verhoudt. Hier komt bij dat er inmiddels meer bekend is over de invulling van het plangebied dan uit het MER blijkt. Het concept stedenbouwkundig plan8 laat al een indeling van bedrijfskavels zien, en voor de uitbreiding van het hoogspanningsstation van Tennet/Enexis inclusief benodigde kabels en leidingen zijn al diverse onderzoeken uitgevoerd, wat leidt tot randvoorwaarden en uitgangspunten voor de locatie (zie paragraaf 2.1. van dit advies).

Samenvatting De samenvatting van het MER is erg beknopt. De lezer krijgt met deze samenvatting geen goed beeld van het plan, de effecten daarvan en gemaakte keuzes, zoals hiervoor ook aangegeven. Zo ontbreekt hier een overzicht van de referentiesituatie en de effecten van het planvoornemen, de alternatieven en varianten en het voorkeursalternatief. Hoofdstuk 17 van het MER – inclusief de daarin opgenomen tabel met de effectbeoordeling – hoort volgens de Commissie voor een groot deel thuis in de samenvatting.

7 8

Zo ontbreekt alternatief 2 in de overzichtstabel 17-1.

Bijlage 2 bij het ontwerp omgevingsplan: Stedenbouwkundig plan, inrichting openbare ruimte en beeldkwaliteit Rollepaal Oost, Rho adviseurs, 13 maart 2025.

-5-

De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER, voordat wordt besloten over het omgevingsplan: een actuele en volledige samenvatting van het MER op te nemen, zodat besluitvormers en belanghebbenden een goed beeld krijgen van het voornemen, alternatieven en varianten, de effecten daarvan en het vervolgtraject. Besteed daarbij ook aandacht aan de gemaakte keuzes in verschillende stadia van planvorming; voor de navolgbaarheid van de conclusies een leeswijzer op te stellen, die helder maakt waar in het MER en de bijlagen welke informatie terug te vinden is.

Aanbevelingen voor het vervolg In dit hoofdstuk geeft de Commissie enkele aandachtspunten voor het vervolg. Zij wil met onderstaande aanbevelingen een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de verdere besluitvorming. De opmerkingen in dit hoofdstuk hebben geen betrekking op ontbrekende essentiële informatie.

Voornemen en alternatieven Locatie en uitbreiding bedrijventerrein Het nut en de noodzaak van de uitbreiding van het bedrijventerrein zijn onderbouwd in paragraaf 1.3.1 van het MER. De omvang van de uitbreiding (21 hectare netto) is groter dan bij de start van de mer-procedure. In de notitie reikwijdte en detailniveau werd nog uitgegaan van een uitbreiding met 10 hectare. De reden hiervoor is dat de behoefte inmiddels groter én concreter is dan destijds werd gedacht. De Commissie kan de redenering voor de locatiekeuze en omvang van het bedrijventerrein volgen. De gekozen locatie is voldoende onderbouwd in het MER, op basis van belemmeringen die voor andere locaties gelden. Een alternatief met een kleiner oppervlak is volgens het MER niet realistisch, vanwege de grote behoefte aan bedrijventerrein. De behoefte is feitelijk nog groter dan 21 hectare, maar de verwachting is dat er geen ruimte is voor verdere uitbreiding van het (totale) industrieterrein Rollepaal. Intensivering van het bestaande terrein wordt op dit moment door de gemeente ook niet als realistisch gezien omdat de gemeente er geen grond in eigendom heeft. De Commissie merkt op dat de ruimte voor uitbreiding en/of transformatie op het bestaande bedrijventerrein lastig te beoordelen is, omdat kaartmateriaal en illustraties daarvan ontbreken.

Wel lijkt efficiënter ruimtegebruik op het bestaande terrein mogelijk, gegeven de aanwezigheid van functies als een zonnepark en een fietscrossbaan. Mede gezien de behoefte aan ruimte voor bedrijvigheid en de beperkingen voor toekomstige uitbreidingen, beveelt de Commissie aan om een strategie te ontwikkelen voor het bedrijventerrein voor de langere termijn, met kwaliteitsverbetering en optimalisatie van het ruimtegebruik van het gehele bedrijventerrein Rollepaal als uitgangspunt.

-6-

Varianten voor de grondwal In het MER is uitgegaan van een grondwal aan de oost- en noordzijde van het plangebied, met daarop een fietspad, een voetpad en beplanting. Deze is vooral bedoeld om lichthinder en zichthinder voor omwonenden te beperken en het bedrijventerrein landschappelijk in te passen met een bufferzone.9 In het planvoornemen is uitgegaan van een grondwal van 3 meter, daarnaast zijn varianten onderzocht met een lagere grondwal (1,5 meter) en een hogere grondwal, door op de wal van 3 meter een (geluid)scherm van 3 meter te plaatsen. De grondwal is in alle varianten geprojecteerd dicht op de woningen en ligt daardoor op enige afstand van de bedrijven. Uit het MER blijkt dat de grondwal nauwelijks effectief is voor beperking van de geluidbelasting op woningen. De Commissie begrijpt de maatschappelijke en politieke wens om het bedrijventerrein af te schermen, maar vindt de huidige inrichting van de bufferzone niet overtuigend. Er zijn geen varianten onderzocht waarbij de grondwal dichter op de bedrijven wordt gerealiseerd. De wal zou dan waarschijnlijk effectiever zijn tegen geluidhinder en een minder grote ingreep zijn in het landschap. De Commissie beveelt aan om voor de verdere uitwerking van het ontwerp een variant uit te werken voor de bufferzone waarin de grondwal zo dicht mogelijk bij het bedrijventerrein wordt gesitueerd.

Dit kan effectiever zijn voor het beperken van geluid- en lichthinder, en creëert daarnaast ruimte voor een aantrekkelijke en sociaal veilige parkzone met water, natuur en wandelpaden die beter aansluit bij het landschapstype (zie ook paragraaf 3.4 van dit advies).

Varianten energievoorziening De gemeente heeft op grond van rijksbeleid en provinciaal beleid voor duurzaamheid de ambitie uitgesproken om het bedrijventerrein zoveel mogelijk energieneutraal te ontwerpen.10 In het MER is de mogelijkheid voor plaatsing van 1 of 2 windturbines onderzocht, hoewel dit niet expliciet onderdeel uitmaakt van het planvoornemen of een van de alternatieven of varianten. Op grond van de beoordeling van de effecten (geluid, slagschaduw en landschappelijke inpassing) is deze optie niet in het voorkeursalternatief opgenomen. Geconcludeerd is dat alle varianten voor windturbines leiden tot negatieve effecten en dat niet aan wettelijke grenswaarden voor geluid kan worden voldaan.11 Er zijn geen andere varianten voor de energievoorziening onderzocht. Uit het MER blijkt wel dat de inzet op zonne-energie op daken niet voldoende is om te voorzien in een stabiele energieopbrengst jaarrond. Een combinatie met een andere energiebron is hierdoor noodzakelijk om zelfvoorzienend te zijn. Hierbij wordt een combinatie met WKO-installaties genoemd, of het plaatsen van windturbines op grotere afstand. Aangegeven is dat hiervoor (in aanvulling op de thans beschikbare onderzoeken) nader onderzoek noodzakelijk is. Hieruit volgt dat alle onderzochte varianten behalve het alternatief lichtere bedrijvigheid licht negatief scoren op het aspect energie.

In het MER is een aanbeveling opgenomen om de

9

In het MER wordt ook gesproken over beperking van geluidoverlast door de grondwal, maar dit is niet het belangrijkste doel ervan.

10

Zie ook het document “Kwaliteitsambities provincie voor duurzame en toekomstbestendige bedrijventerreinen”, bijlage 10

bij het MER. Hierin is onder andere aangegeven dat opwek van groene energie het uitgangspunt is, tenzij dit gemotiveerd onmogelijk is. 11

De realisatie van één of meerdere windturbines wordt vervolgens niet geheel uitgesloten, maar over eventuele initiatieven

daarvoor zal de provincie Overijssel moeten besluiten.

-7-

mogelijkheden voor de inzet van alternatieve energiebronnen en de realisatie van een energiehub te onderzoeken. De Commissie beveelt aan om tijdig te starten met het onderzoeken van de mogelijkheden voor de energievoorziening. Uit de motivering bij het omgevingsplan leidt de Commissie af dat daken van nieuwe gebouwen geschikt dienen te zijn voor zonnepanelen. Dit sluit aan bij de Europese richtlijn voor energieprestatie van gebouwen (Energy Performance of Buildings Directive IV) en het document Kwaliteitsambities provincie voor duurzame en toekomstbestendige bedrijventerreinen (bijlage 10 bij het MER). De Commissie wijst erop dat volgens deze EUrichtlijn vanaf 2027 ieder nieuw gebouw onder voorwaarden12 verplicht moet beschikken over zonnepanelen.

Geluidhinder Het bestaande bedrijventerrein is voorzien van een wettelijke geluidzone. De gemeente heeft ervoor gekozen de systematiek van geluidzonering voor het volledige bedrijventerrein Rollepaal (inclusief de voorgenomen uitbreiding) door te zetten, zodat op Rollepaal Oost bedrijven tot milieucategorie 4.2 toegelaten kunnen worden. Hierbij wordt aangesloten bij de nieuwe systematiek volgens de Omgevingswet. Ter vervanging van de geluidzone worden zogenaamde geluidproductieplafonds (GPP’s) vastgesteld. De omzetting voor de bedrijven op het bestaande bedrijventerrein Rollepaal wordt beleids- en milieuneutraal uitgevoerd. Uit de beoordeling van het oorspronkelijke planvoornemen is gebleken dat wettelijke grenswaarden overschreden zouden worden. Daarom is in het MER een ‘extra alternatiefgeoptimaliseerde kavelemissies (alternatief 2)’ onderzocht, dat de basis vormt voor het voorkeursalternatief. In het ontwerp omgevingsplan is op basis van verschillende geluidonderzoeken een geluidemissieverkaveling opgenomen en zijn referentiepunten vastgesteld. De wettelijk voorgeschreven systematiek is hierbij correct gevolgd. De Commissie constateert dat de uitwerking van de concrete stappen via de beschikbare geluidonderzoeken niet eenvoudig controleerbaar is, omdat de uitgangspunten bij de modelmatige uitwerking en omzettingen slechts beperkt beschikbaar zijn bij het MER.13

Laagfrequent geluid, tonaal geluid en piekgeluiden Voor de woningen rondom het nieuwe industrieterrein heeft in aanvulling op de geluidemissie verkaveling geen concreet onderzoek/beoordeling plaatsgevonden van geluid met een specifiek karakter, zoals laagfrequent geluid, tonaal geluid en piekgeluiden. Omdat op Rollepaal Oost hoogstwaarschijnlijk een nieuw groot hoogspanningsstation (bromgeluid transformatoren, piekniveaus bij aan- en afschakelen) en een transportbedrijf (piekniveaus en mogelijk (transport)koeling) zal worden gerealiseerd, zijn de effecten daarvan wel van belang (zie paragraaf 2.1 van dit advies).

12 13

Dit geldt voor daken met een oppervlakte van 250 vierkante meter of meer.

Er zijn verschillende geluidonderzoeken uitgevoerd, maar deze zijn niet allemaal als bijlage bij het MER gevoegd. Sommige

rapporten zijn wel een bijlage bij het ontwerp omgevingsplan.

-8-

Gezondheid (cumulatie geluid, aanvaardbaarheidsbeoordeling) De Commissie vindt het positief dat in het MER een afzonderlijke uitwerking voor het thema gezondheid is opgenomen. Het MER stelt dat cumulatie van geluid, gelet op de situering van de gevels van de dichtbijgelegen woningen ten opzichte van de relevante bronsoorten, niet aan de orde is. In het MER zijn geen cumulatieberekeningen (voor industrie- en verkeersgeluid) opgenomen en is niet gemotiveerd dat het gecumuleerde geluid aanvaardbaar wordt geacht, op basis van een kwantitatieve uitwerking voor de dichtbijgelegen woningen en een beoordelingskader zoals dit door de gemeente onder de Omgevingswet wordt gehanteerd.14 De Commissie beveelt aan voor de woningen in het noordelijk deel van het plangebied, in de fase van het verlenen van de omgevingsvergunningen voor de bedrijven op het bedrijventerrein, hier nader invulling aan te geven.

Onzekerheden en monitoring In het MER en voor het ontwerp omgevingsplan zijn de berekeningen voor geluid gebaseerd op (fictieve) emissies en standaardbronhoogten. In het MER is terecht geconstateerd dat dit onzekerheden met zich meebrengt. Aangegeven is dat de monitoring van de effecten van geluid zich zal richten op het verzamelen en beoordelen van klachten. De Commissie vindt dit een te beperkte interpretatie van de monitoring.15 In het MER en het ontwerp omgevingsplan is geen uitwerking gegeven aan de volgens de Omgevingswet verplichte monitoring. Ook wordt de vraag niet beantwoord of daarbij nog nadere regels of maatwerkvoorschriften moeten gelden voor bedrijven/activiteiten en/of de gemeente als beheerder van het industrieterrein (in aanvulling op de standaardregels uit het omgevingsplan). De Commissie beveelt aan de nalevingsstrategie van de geluidproductieplafonds vroegtijdig uit te werken en deze strategie op te nemen in het omgevingsplan.

Verkeer en verkeersgerelateerde effecten De ontwikkeling van het bedrijventerrein genereert nieuwe verkeersbewegingen. In het MER en het bijbehorende verkeersonderzoek zijn de verkeerseffecten goed in beeld gebracht. Zo laat het MER goed zien welke effecten er zijn op de Stegerensallee. De Stegerensallee wordt in de huidige situatie gebruikt als sluiproute naar de N36. Uit het verkeersonderzoek blijkt dat het aantal verkeersbewegingen op de Stegerensallee bij autonome ontwikkeling fors zal toenemen (van circa 3.000 naar 5.200 motorvoertuigen per etmaal). De toename als gevolg van het voornemen is ongeveer 364 motorvoertuigen per etmaal. In het MER is een ‘scenario’ onderzocht voor een nieuwe ontsluiting op de N36. Het MER maakt duidelijk dat deze een positief effect heeft (dat wil zeggen: een afname van het verkeer) op het gebruik van de Stegerensallee. De toename van het verkeer als gevolg van het

14

In de Motivering bij de planregels is een voorbeeld voor de beoordeling van geluidcumulatie weergegeven, maar via

planregels en/of maatwerkvoorschriften heeft dit (nog) geen uitwerking gekregen. 15

Wanneer onder de Omgevingswet geluidproductieplafonds als omgevingswaarde worden vastgesteld, behoort daarbij een

wettelijk verplichte monitoring. Deze monitoring kan voor geluid min of meer overeenkomen met de systematiek bij het zonebeheer zoals dat onder de Wet geluidhinder voor het bestaande industrieterrein is gedaan.

-9-

bedrijventerrein wordt hiermee tenietgedaan. Vanuit deze ontwikkeling zelf bezien zou een licht positief score, zoals beschreven in het MER, terecht zijn. Het MER beschrijft echter alleen de effecten van dit scenario op de Stegerensallee, en gaat niet in op de totale effecten van een nieuwe ontsluitingsweg op het wegennetwerk in en om Dedemsvaart. Op basis van het MER kunnen daarom geen conclusies getrokken worden over de impact van deze doortrekking op de omgeving en het effect op het verkeersnetwerk. Lopende het onderzoeks- en het besluitvormingsproces is er meer bekend geworden over de daadwerkelijke invulling van het bedrijventerrein. Zo is inmiddels duidelijk dat een deel van het terrein gebruikt zal worden voor de uitbreiding van een transportbedrijf. De Commissie beveelt aan om na te gaan in hoeverre de inmiddels bekende invulling aansluit bij de gekozen uitgangspunten voor de verkeersproductie. Als dit leidt tot andere uitgangspunten of prognoses, moet beoordeeld worden of dit aanleiding geeft tot extra maatregelen of randvoorwaarden voor de verdere invulling van het bedrijventerrein.

Natuur en landschap Natuur De effecten op natuurwaarden zijn uitgebreid onderzocht in een stikstofonderzoek, een quick scan ecologie, een nader onderzoek beschermde soorten en een Passende beoordeling. Vanwege de effecten op soorten die in het studiegebied aanwezig zijn (egel, kleine marterachtigen) is in het MER geconcludeerd dat mitigerende maatregelen nodig zijn, zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase. Deze maatregelen zijn in het MER beschreven. Er wordt een inrichtings- en beheerplan opgesteld en een ecologisch werkprotocol voor de aanlegfase. Omdat effecten van stikstofdepositie op daarvoor gevoelige natuur niet op voorhand uitgesloten kon worden is een Passende beoordeling opgesteld (bijlage 13 bij het MER). Hierin zijn de gevolgen voor Natura 2000-gebieden (Vecht- en Beneden Reggegebied en Engbertsdijksvenen) beoordeeld. Door een maximale toename van 0,01 mol/ha/jaar kunnen significante gevolgen voor 11 habitats binnen het Natura 2000-gebied Vecht- en BenedenReggegebied niet worden uitgesloten. De uitbreiding van het bedrijventerrein leidt tot het uit productie nemen van bemeste agrarische grond. In de Passende beoordeling is aangetoond dat er door gebruik van het instrument intern salderen16 geen sprake meer is van depositietoename op Natura 2000-gebieden, maar een geringe afname van maximaal -0,01 mol N/ha/jr.

Landschap Het plangebied ligt, volgens gemeentelijk beleid, in een waardevol veenontginningslandschap van hoge kwaliteit. Omdat het terrein enigszins geïsoleerd ligt van het grotere geheel, is de keuze voor de locatie van de uitbreiding vanuit landschappelijk oogpunt te volgen. Tegelijkertijd is de Commissie van mening dat het verdwijnen van dit landschap op grond van het gemeentelijk beleid vraagt om een zorgvuldige inpassing van de nieuwe ontwikkeling. 16

Intern salderen kan als maatregel worden ingezet als voldaan is aan de zogenaamde additionaliteitsvereiste. Dat wil zeggen

dat de maatregelen die genomen worden niet sowieso noodzakelijk zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000-gebieden.

-10-

Op grond van het gemeentelijk beleid vindt de Commissie een beoordeling van de

landschappelijke effecten als negatief passender dan licht negatief. Bovendien draagt de toevoeging van een gebiedsvreemde grondwal met groenblijvende beplanting (een kunstmatige wal en vegetatie die niet passen in dit landschap) niet bij aan een betere landschappelijke inpassing (zie paragraaf 3.1 van dit advies).

-11-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie

De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of

onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de

ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit

wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het

gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: MDip LA (voorzitter) (secretaris)

Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Omgevingsplan bedrijventerrein Rollepaal-Oost. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor projecten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een milieueffectrapport (MER) vereist zijn. Uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit onder de Omgevingswet volgt om welke projecten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om het project J10 (uitbreiding van een bedrijventerrein) en mogelijk voor projecten die vallen onder categorieën C t/m H van Bijlage V. Een MER is ook nodig omdat effecten op Natura 2000-gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom is een gecombineerd plan-/project-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad van Hardenberg. Initiatiefnemer besluit College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken?

Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken.

Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3943 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17099942/1