CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13 bij toelichting - Zienswijzennota Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen

orienterende ronde sessie 1 10 januari 2023, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen’2.452 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijzennota ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen” Inleiding In augustus 2022 is bekend gemaakt dat het ontwerp-bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik – Gramsbergen” ter inzage werd gelegd van donderdag 18 augustus 2022 tot en met woensdag 28 september en dat in deze periode iedereen een zienswijze mocht indienen. Dit is bekend gemaakt in het Provinciaal blad en het Waterschapsblad van 17 augustus 2022, het Gemeenteblad van 19 augustus 2022 en De Toren van 24 augustus 2022. Het plan is op ruimtelijkeplannen.nl geplaatst op 19 augustus 2022.

Zienswijzen Zienswijzen zijn ontvangen van: A. Prorail; B. Belangenvereniging Dahlenburg; C. LTO-NVP; D. IVN Hardenberg-Gramsbergen.

A. Zienswijze Prorail Prorail voert aan: 1. Dat bij De Haandrik de knoflookpad voorkomt. Het plan en vooral de uitvoering zal daar rekening mee moeten houden. Reactie: Het voorkomen van de knoflookpad in het projectgebied is gebleken uit het inventariserend onderzoek. Het waterschap heeft daarom aan de provincie Overijssel een ontheffing verzocht van de Wet natuurbescherming - onderdeel soorten. De provincie is voornemens voor de periode vanaf 1 maart 2023 tot en met 1 maart 2028 een ontheffing te verlenen van de verbodsbepalingen voor onder andere de knoflookpad. In het bijzonder gaat het om de verboden de knoflookpad opzettelijk te verstoren en rustplaatsen en voortplantingsplaatsen te beschadigen en te vernielen. Daarvoor gelden dan mitigerende en compenserende maatregelen. 2. Dat in de nieuwe situatie er een aantrekkelijke habitat voor bevers zal ontstaan, tot vlak bij het spoor. Er dient voorkomen te worden dat er door deze ingreep bevers onder het spoor kunnen gaan graven. Reactie: Door de provincie Overijssel, zijnde het bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming, wordt momenteel gewerkt aan een bevermanagementplan. Hierin staat onder andere hoe om te gaan met de bever in relatie tot veiligheid van bijvoorbeeld keringen en spoorwegen.

Het doel is om uiteindelijk te komen tot een kaart met daarin verschillende zones, zoals zones waar de bever ongestoord zijn gang kan gaan en zones waar schade absoluut niet wenselijk is. ProRail en het waterschap zijn beide betrokken partijen bij het bevermanagementplan. Het is niet nodig om buiten het bevermanagementplan om maatregelen te treffen voor de bever. Het waterschap kan 1

wachten tot het bevermanagementplan is afgerond, zodat er een goed onderbouwd plan ligt dat door alle betrokken partijen wordt onderschreven. Los hiervan wordt het plangebied niet aantrekkelijker voor de bever dan nu al het geval is. 3. Dat als het de bedoeling is om hier ook recreatie toe te staan, er een afscherming dient te komen tussen het gebied dat wordt opengesteld en het spoor conform de bedrijfsvoorschriften van ProRail. Reactie: In de huidige situatie kan er gewandeld worden over onderhoudspaden van Waterschap Vechtstromen. De asfaltweg langs stuw De Haandrik kan ook gebruikt worden door wandelaars. Deze situatie verandert niet na uitvoering van de werkzaamheden. In die zin wordt er geen extra gebied opengesteld. Het gebied rondom de toekomstige nevengeul is nu niet openbaar en zal dat na uitvoering ook niet worden. 4. Dat bij het uitvoeren van werkzaamheden in de nabijheid van de spoorbaan rekening gehouden dient te worden met het bepaalde in artikel 19 van de Spoorwegwet. Reactie: Tijdens de ontwerpfase zijn er overleggen geweest tussen het waterschap en medewerkers van Prorail. Daaruit is onder meer geconcludeerd dat het waterschap voor de werkzaamheden in het plangebied geen vergunning conform artikel 19 van de Spoorwegwet nodig heeft.

Tevens heeft het waterschap een uitvoerig geotechnisch onderzoek laten uitvoeren om de eventuele effecten van de nevengeul op de spoorlijn inzichtelijk te krijgen. De conclusie van dit onderzoek (Geotechnische beschouwing door realisatie van de nevengeul en het stadsfront, referentie 210481002_AdB_RAP_0001_v3.0) is dat de effecten verwaarloosbaar klein zijn en verder geen vervolg behoeven. Het onderzoek is geaccordeerd door Prorail medewerkers. Technische conclusie De zienswijze vormt geen reden om het plan niet of gewijzigd vast te stellen. B. Zienswijze Belangenvereniging Dahlenburg Belangenvereniging Dahlenburg voert aan dat zij op de tekeningen ter hoogte van de Goordijk de mogelijkheid mist om de nevengeul over te steken en via een struinpad naar de Vecht te lopen. Nu kan men wel via een pad bij de Vecht komen. Volgens de tekeningen wordt deze mogelijkheid geblokkeerd en moeten de bewoners van Gramsbergen eerst naar het einde van de nevengeul lopen om vervolgens een tocht van minimaal 6 kilometer te moeten afleggen voordat men weer bij het startpunt is. Dit is voor veel bewoners geen reële optie. Door een overgang te creëren zou het maken van een mooi ommetje langs de Vecht naar het minst kwetsbare deel van het gebied tot de mogelijkheden gaan behoren.

Hierdoor komt de visie van het gehele plan pas echt goed tot haar recht, namelijk dat Gramsbergen weer met het gezicht naar de Vecht wordt gericht. Reactie: Uitgangspunt voor de inrichting van de nevengeul en het gebied daar omheen is dat het gebied een rustgebied wordt. Er is bewust gekozen voor een geleidelijke overgang van een relatief druk gebied (Stadsfront) naar een overgangsgebied waar landbouw met beperkingen een plek krijgt, naar uiteindelijk een rustgebied met daarin de nevengeul en het natuur- en landbouwgebied daar omheen. De onderhoudspaden langs de waterloop en de Vecht kunnen gebruikt worden om te wandelen en het rustgebied op gepaste afstand te beleven. Op deze manier wordt 2

voorkomen dat er dwars door het gebied gewandeld gaat worden met verstoring van diverse flora- en faunasoorten als mogelijk gevolg. Wanneer een wandelmogelijkheid over de nevengeul zou worden gecreëerd wordt de kans op verstoring aanzienlijk vergroot. Aan de zuidkant van de waterloop ten zuiden van de nevengeul komt een 4 meter breed onderhoudspad dat openbaar toegankelijk wordt. Via dit onderhoudspad kan men bij de Vecht komen. Aangekomen bij de Vecht kan zowel in westelijke als in oostelijke richting gewandeld worden. Technische conclusie De zienswijze vormt geen reden om het plan niet of gewijzigd vast te stellen. C. Zienswijze LTO Vechtdal en Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP) De pluimveehouders rondom Gramsbergen hebben zorgen over de gevolgen die de natuurontwikkeling kan veroorzaken op hun bedrijven vanwege de risico's van besmetting met vogelgriep vanuit de populatie wilde watervogels. Het is van groot belang te zorgen dat de omgeving van de pluimveehouderijen niet aantrekkelijker wordt voor risicovolle wilde watervogelsoorten. Het is niet uitgesloten dat het plan nadeel kan opleveren voor de pluimveehouders. Concreet: 1. Doorstroming nevengeul.

Het is van belang dat het water in de Nevengeul te allen tijde voldoende doorstroomt, zodat het daarmee niet aantrekkelijk wordt voor rustende en foeragerende wilde watervogels, waarvan bekend is dat ze het vogelgriepvirus kunnen dragen en verspreiden. Een voldoende doorstroming dient ook bij technische storingen en natuurlijke obstructie gegarandeerd zijn. Reactie: Doorstroming is een vereiste vanuit de KRW om de nevengeul zo goed mogelijk te laten ontwikkelen tot een geul die ruimte biedt aan stroming minnende soorten . De nevengeul is gedimensioneerd om voldoende stroming te krijgen. Tevens kan met de automatische inlaatconstructie de afvoer door de nevengeul gereguleerd worden. 2. Open waterpoelen. We zijn verrast dat de vorming van nieuwe open waterpoelen onderdeel uitmaken van de herinrichting, omdat onze gesprekken en overleggen zich volledig hebben gericht op de nevengeul. Open waterpoelen in een open omgeving werken als een magneet op wilde watervogels, eens te meer in een omgeving met open grasland. Rusten, drinken en foerageren zijn dan allemaal binnen handbereik. Met weinig angst voor wilde vogels om verrast te worden door predatoren. Zulke omstandigheden leveren nadeel op voor pluimveehouderijen in de omgeving.

Reactie: In het rapport ‘Vogelgrieprisico’s nabij de Vecht bij Gramsbergen’ (SOVON-rapport 2022/26) is onderzoek gedaan in hoeverre er meer wilde watervogels verwacht worden in de omgeving na de herinrichting van het projectgebied. Hierbij is specifiek gekeken naar het aanleggen van de nevengeul, het toekomstige beheer van de aangrenzende percelen, en de aanleg van de twee compenserende poelen. Naar verwachting zullen er geen noemenswaardige veranderingen optreden in het projectgebied. Stromend water is over het algemeen een onaantrekkelijk habitat. Watervogels zoals zwanen, ganzen en eenden prefereren (grote) stilstaande wateren en akker- en graslanden. In het projectgebied wordt geen extra stilstaand water gerealiseerd dan in de huidige situatie het geval is. De twee nieuwe poelen compenseren twee bestaande poelen die gedempt gaan worden. Per saldo 3

zullen er net zoveel poelen in het gebied aanwezig zijn als in de huidige situatie. Daarnaast hebben de poelen een zeer gering oppervlakte ten opzichte van de huidige overwinteringswateren in de omgeving (zie ook punt 4). Vanwege de gedeelde zorg over vogelgriep zijn waterschap, gemeente en sector in constructief overleg. Op 14 december 2022 is besproken dat -aanvullend op de resultaten van onafhankelijk onderzoek- de poelen minder aantrekkelijk gemaakt worden voor watervogels met zodanige aanplant en beheer dat de oevers deels begroeid zijn. 3. Beleid gericht op sturing leef -en rustgebieden wilde watervogels ontbreekt. De ontwerpen bevatten geen pro-actieve maatregelen waarmee de nabije omgeving van pluimveehouderijen onaantrekkelijk wordt gemaakt voor risicovolle wilde watervogelsoorten. Dat geldt ook voor beleid gericht op het creëren van aantrekkelijker omgeving op voldoende afstand van pluimveehouderijen. De beoordeling van "Vogelgrieprisico's nabij de Vecht bij Gramsbergen door SOVON en WBVR" geeft enig comfort, maar de punten ad 1, 2 geven reden tot zorg in combinatie met de waargenomen toename van wilde watervogels in Baalder Uiterwaarden.

Reactie: De gemeente en het waterschap zijn zich bewust van de grote zorgen die leven binnen de pluimveesector als gevolg van het op grote schaal in Europa blijven voorkomen van vogelgriep en de gevolgen daarvan voor Nederlandse pluimveebedrijven die daarmee te maken krijgen. Daarom is in het kader van het projectplan Waterwet door gemeente Hardenberg, waterschap Vechtstromen en LTO Nederland NOP en de NVP via Stichting AVINED opdracht gegeven aan SOVON en Wageningen University & Research de effecten van de voorgenomen werkzaamheden te onderzoeken in relatie tot het vraagstuk van het risico op insleep van vogelgriep op pluimveebedrijven rondom Gramsbergen. Uit het rapport Vogelgrieprisico’s nabij de Vecht bij Gramsbergen (SOVON-rapport 2022/26, Samenvatting p.2 en Hoofdstuk 9 Conclusies, p. 19,) volgt dat in de huidige situatie het risico op insleep van vogelgriep op commerciële pluimveebedrijven rond Gramsbergen als zeer laag wordt ingeschat en dat de realisatie van Vechtrijk Gramsbergen fase 1, waaronder de aanleg van de nevengeul (door het waterschap) en stadsfront (door de gemeente), het risico op insleep van het vogelgriepvirus op deze pluimveebedrijven niet of nauwelijks zal doen toenemen.

Door in overleg met de indieners van deze zienswijze het onderzoek te laten uitvoeren hebben gemeente en waterschap de risico’s op vogelgriep in relatie tot de ontwikkeling zo goed mogelijk in beeld gebracht. Het onderzoek geeft geen aanleiding het plan aan te passen. 4. Meer wilde watervogels is meer stikstof. Extra wilde watervogels deponeren stikstof in de omgeving, met mogelijk negatieve gevolgen voor waterkwaliteit en de staat van de natuur-hetgeen strijdig is met de huidige strenge nitraat en stikstofnormen (Wsn, Wnb, NPLG), waarbij het vergroten van stikstofdepositie niet is toegestaan. Dit wordt nog relevanter bij uitbreiding van het NNN in de regio. Reactie: De belangrijkste vraag waar het hier om gaat, is in hoeverre er meer wilde watervogels worden aangetrokken door de nieuwe inrichting. Daarbij is gebruik gemaakt van het SOVON-rapport 2022/26 en een onderzoeksrapport ‘Jaarrond stikstofdepositie door ganzen in Utrechtse natuurgebieden (Wageningen Environmental Research, Rapport 3052). Tevens 4

is er gekeken in hoeverre het projectgebied na herinrichting aansluit bij de habitateisen van watervogels. Uit de resultaten van de in het kader van het SOVON onderzoek uitgevoerde watervogeltelling, blijkt dat de aanwezige watervogels rondom het projectgebied hoofdzakelijk foerageren op agrarische percelen (SOVON-rapport 2022/26, hoofdstuk 9), waarbij de meeste ganzen zijn waargenomen op graslandpercelen en in mindere mate op akkers. Over het algemeen is de dichtheid van de verschillende soorten watervogels betrekkelijk laag. De meeste watervogels overnachten op de vloeivelden De Krim en Waterberging De Groote Scheere. Er wordt in mindere mate gebruik gemaakt van het Gat van Joosten en de Loozensche Linie, alsook het Laarsche Bruch (net over de grens in Duitsland). Het plangebied wordt na herinrichting door het juiste beheer verschraald, waardoor de aanwezige vegetatie steeds minder aantrekkelijk zal worden als voedselbron. Daarbij komt dat het projectgebied na herinrichting meer divers en dynamischer wordt dan de huidige toestand, waardoor het onaantrekkelijk wordt voor grote groepen watervogels die foerageren op graslanden. Uit het SOVON rapport 2022/26 blijkt dat er geen noemenswaardige toename van watervogels wordt verwacht in het projectgebied na herinrichting.

Een verhoogde stikstofdepositie als gevolg van het aantrekken van extra wilde watervogels wordt om die reden dan ook niet verwacht. Technische conclusie De zienswijze vormt geen reden om het plan niet of gewijzigd vast te stellen.

D. IVN IVN Hardenberg-Gramsbergen verzoekt om mogelijkheden voor de bevordering van de biodiversiteit, in het bijzonder voor goede omstandigheden voor de Vechtanjer. Het plantje staat er al zo weinig. Dit is een uitgelezen kans om dit prachtige, opvallende symbool van het Vechtdal weer in het veld zichtbaar te laten zijn. Reactie: Het waterschap legt de nevengeul aan voor het behalen van de doelen uit de Kaderrichtlijn Water en voor het verbeteren van de vispasseerbaarheid. Het realiseren van ruimte voor de Steenanjer is geen opgave voor het waterschap. Echter, het waterschap heeft aangegeven bereid te zijn binnen het projectplangebied op enkele wat hoger gelegen kleinere plekken zandige groeiplaatsen te creëren. Een aanpassing van het bestemmingsplan is hiervoor niet noodzakelijk. Technische conclusie De zienswijze vormt geen reden om het plan niet of gewijzigd vast te stellen.

Technische eindconclusie zienswijzen De zienswijzen vormen geen reden om het plan niet of gewijzigd vast te stellen.

5

Ambtshalve aanpassingen Er zijn drie ambtshalve aanpassingen. 1. Het plan voorziet in een herverdeling van de ligging van NatuurNetwerk Nederland (NNN)gronden. Deze hebben sinds 2019 als uitgangspunt een totale oppervlakte van ruim 17 hectare. Ambtshalve is geconstateerd dat de verbeelding niet overeenkomt met de totale werkelijke hoeveelheid. Op de verbeelding is per abuis een te kleine oppervlakte aan NNN ingetekend. Er mist circa 0,8 hectare. Dit wordt opgelost door de ontbrekende oppervlakte NNN op te nemen in de zuidelijke binnenbochten van de nevengeul.

Huidige ligging NNN-gronden

6

In ontwerp-bestemmingsplan opgenomen ligging NNN-gronden

In vast te stellen bestemmingsplan opgenomen NNN-gronden 2. In de noord-oost-hoek wordt een klein deel van een perceel buiten het plangebied gelaten. Deze grond heeft al een natuurbestemming. Het wordt geen NNN. Er is geen reden om de grond mee te nemen in dit bestemmingsplan.

Ontwerp-bestemmingsplan

Vast te stellen bestemmingsplan 3. In de regels voor ‘Natuur – Beekdallandschap’ en ‘Water’ wordt voor de relatie met het NNN verwezen naar de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De toevoeging ‘2017’ is onjuist. Het is de bedoeling om een dynamische verwijzing naar de Omgevingsverordening Overijssel te maken, juist omdat het NNN in relatie tot dit bestemmingsplan opnieuw wordt begrensd door de provincie. De toevoeging ‘2017’ wordt geschrapt in de regels van de betreffende bestemmingen. 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12229641/3