Bijlage 11 - Toelichting
Tekst van het document
Buitengebied Hardenberg, Jachthuisweg 9 Collendoorn
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime
4 4 4 5 5
Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Het plangebied en zijn omgeving
9 9
Hoofdstuk 3 Gewenste situatie 3.1 Algemeen 3.2 Noodzaak bouw opslagschuren Jachthuisweg 11 3.3 Planologische vertaling 3.4 Ruimtelijke kwaliteit 3.5 Verkeer en parkeren
13 13 13 15 16 17
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
19 19 21 32
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage
42 42 43 43 44 46 48 49 52 53
Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf
55 55 56
Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels
57 57 57 58
Hoofdstuk 8
60
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 2
61 61 61 61
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 3
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Jachthuisweg 9 te Collendoorn, in het buitengebied van de gemeente Hardenberg, bevindt zich een woonerf met een woonbestemming. In het verleden werd op deze locatie een agrarisch bedrijf geëxploiteerd. Het perceel was destijds ook als zodanig bestemd. In de loop van de tijd zijn de agrarische bedrijfsactiviteiten op het perceel beëindigd en heeft het agrarische erf met de algehele herziening van het bestemmingsplan voor het buitengebied van de gemeente Hardenberg een reguliere woonbestemming gekregen. De voormalige agrarische bedrijfsgebouwen zijn blijven staan en qua uitstraling en erfopzet heeft het perceel het agrarische karakter behouden. Initiatiefnemer exploiteert aan Jachthuisweg 11 een akkerbouwbedrijf en heeft de locatie aan de Jachthuisweg 9 al geruime tijd in eigendom. Initiatiefnemer is voornemens om op het perceel aan de Jachthuisweg 9 een (landbouw)werktuigenberging te realiseren ten behoeve van het bestaande akkerbouwbedrijf, waarvan de bijbehorende landbouwgronden het erf aan de Jachthuisweg 9 omsluiten. Dit is noodzakelijk om de werktuigen te stallen. Op het bestaande agrarische erf aan de Jachthuisweg 11 is daar vanwege de toekomstige bouw van een nieuwe aardappelschuur geen ruimte voor. De mogelijkheid voor de bouw van de aardappelschuur moet worden behouden.
Op basis van het geldende bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” (vastgesteld op 2 december 2014) is het erf aan de Jachthuisweg 9 voorzien van een woonbestemming. Daarom is het niet mogelijk om de gewenste werktuigenberging te realiseren. Daarom dient het perceel te worden voorzien van een agrarische bestemming met een bouwvlak. In dit geval is er echter geen sprake van nieuwvesting van een agrarisch bedrijf, waardoor de percelen aan Jachthuisweg 9 en Jachthuisweg 11 planologisch aan elkaar worden gekoppeld middels een planologische relatie. Hierdoor blijft er ook planologisch sprake van één agrarisch bouwperceel. Dit bestemmingsplan maakt planologisch gezien daarmee een vergroting van het oppervlak aan bouwvlak bij het akkerbouwbedrijf mogelijk. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om het vorenstaande (planologisch) te regelen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hier in. Aangetoond wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten planologische kaders in overeenstemming zijn met 'een goede ruimtelijke ordening'. 1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied bestaat uit het agrarische bouwperceel aan Jachthuisweg 11 en het perceel aan de Jachthuisweg 9. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van Hardenberg en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 4
Afbeelding 1.1: Ligging plangebied (Bron: PDOK) 1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg, Jachthuisweg 9 Collendoorn” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00421-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de grenzen van de bestemmingsplannen “Buitengebied Hardenberg” (vastgesteld op 2 december 2014), ''Buitengebied Hardenberg, herziening regels'' (vastgesteld op 26 september 2016), het bestemmingsplan ''Facetherziening parkeren Hardenberg'' (vastgesteld 17 juli 2018) en het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven" (vastgesteld 21 juni 2022). In het kader van voorliggende ontwikkeling is met name het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" relevant. Hierna wordt op het betreffende bestemmingsplan nader ingegaan. In voorliggend geval zijn hoofdzakelijk de bestemmingsplannen “Buitengebied Hardenberg” en “Buitengebied Hardenberg, herziening regels” relevant. In afbeelding 1.2 en afbeelding 1.3 zijn uitsneden van de verbeelding van het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” weergeven voor respectievelijk de Jachthuisweg 9 en Jachthuisweg 11. Het plangebied is hierop met een rode omlijning aangegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 5
Afbeelding 1.3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" Jachthuisweg 11 (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
Afbeelding 1.3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" Jachthuisweg 9 (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2
Bestemmingen Jachthuisweg 11
Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 6
De voor 'Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor de uitoefening van één agrarisch bedrijf, uitgezonderd glastuinbouw en de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het besloten heideontginningslandschap. Op deze gronden mogen geen (bedrijfs)gebouwen worden gebouwd, aangezien er geen bouwvlak aanwezig is. Andere (bouw)werken, waaronder tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, kuilvoerplaten, sleufsilo's en mestplaten mogen wel worden gebouwd. Binnen het bouwvlak mogen (bedrijfs)gebouwen worden gebouwd. Waarde - Archeologie 5 De voor 'Waarde – Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de verwachte archeologische waarden. 1.4.3
Bestemmingen Jachthuisweg 9
Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap De voor 'Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor de uitoefening van één agrarisch bedrijf, uitgezonderd glastuinbouw en de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het besloten heideontginningslandschap. Op deze gronden mogen geen (bedrijfs)gebouwen worden gebouwd, aangezien er geen bouwvlak aanwezig is. Andere (bouw)werken, waaronder tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, kuilvoerplaten, sleufsilo's en mestplaten mogen wel worden gebouwd. Wonen - Besloten heideontginningslandschap De voor 'Wonen - Besloten heideontginningslandschap' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen, tuinen en erven. Op en in de gronden mogen uitsluitend woningen, bijbehorende (andere) bouwwerken worden gebouwd. Waarde - Archeologie 4 De voor 'Waarde – Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de verwachte archeologische waarden. 1.4.4
Strijdigheid
Initiatiefnemer - eigenaar akkerbouwbedrijf Jachthuisweg 11 - heeft het perceel aan de Jachthuisweg 9 al geruime tijd in eigendom en is voornemens om op het perceel een werktuigenberging ten behoeve van het akkerbouwbedrijf te realiseren. Het perceel dient daarvoor planologisch te worden gewijzigd ten behoeve van agrarische (bedrijfs)doeleinden (akkerbouw). Het bouwen van deze werktuigenberging en het beoogde gebruik van het perceel ten behoeve van agrarische akkerbouwactiviteiten is niet passend binnen de gebruiks- en bouwregels van de ter plekke geldende woonbestemming. Het voornemen is daarom in strijd met geldende planologisch regime. De percelen aan Jachthuisweg 9 en Jachthuisweg 11 worden middels dit bestemmingsplan planologisch aan elkaar gekoppeld middels een planologische relatie. Er is daarmee sprake van één bouwperceel, waarbij planologisch gezien sprake is van de vergroting van het bouwvlak van het akkerbouwbedrijf. De bestaande woning aan de Jachthuisweg 9 wordt omgezet naar een plattelandswoning.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 7
1.4.5
Leeswijzer
Na deze inleiding worden in hoofdstuk 2 de landschappelijke aspecten en een weergave van de huidige situatie gegeven. Hoofdstuk 3 gaat in op de gewenste situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 8
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
2.1
Het plangebied en zijn omgeving
2.1.1
Omgeving
Zoals in Hoofdstuk 1 reeds is benoemd ligt het plangebied in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. Beide locaties van het plangebied maken onderdeel uit van het buurtschap Collendoorn. De locaties bevinden zich ten noordwesten van de kern Hardenberg. De gronden waren destijds al ontgonnen, maar er was relatief weinig bebouwing aanwezig. Het overgrote deel op verdere afstand van de Jachthuisweg was veen en nog niet ontgonnen. Door de jaren heen is het landschap verder ontgonnen en in gebruik genomen. In de tweede helft 21e eeuw is een zandontginning aan de Allemansweg gerealiseerd. Dit heeft het gebied kleinschaliger gemaakt door de groen houtsingel langs de afgraving. Het plangebied maakt deel uit van het besloten heideontginningslandschap. De boerderijen en schuren liggen midden in het open landschap. Het terugbrengen van een agrarische bestemming op deze locatie is dan ook passend binnen het landschap. Langs de Jachthuisweg zijn verschillende agrarische erven ontstaan. Veelal bestaan deze uit een boerderij met enkele opstallen. De erven worden ontsloten door een parallelweg aan de zuidzijde van de Jachthuisweg. Langs deze weg staan veel bomen die de erven visueel met elkaar verbinden. De erven hebben in de loop der tijd voor deels een andere functie hebben gekregen: wonen, agrarisch aanverwant of bedrijfsmatig. 2.1.2
Het plangebied
Het plangebied bestaat uit twee locaties: het agrarisch bouwperceel aan de Jachthuisweg 11 en een voormalig agrarisch bouwperceel (nu woonerf met de achterliggende gronden) aan de Jachthuisweg 9. Zoals reeds is aangegeven exploiteert initiatiefnemer aan de Jachthuisweg 11 een akkerbouwbedrijf. Dit bedrijf is circa 400 hectare groot en heeft circa 250 hectare in eigendom. De Jachthuisweg 9 alsmede de omliggende - en de aan het perceel grenzende - landbouwgronden zijn al enige tijd in gebruik bij het akkerbouwbedrijf van initiatiefnemer aan de Jachthuisweg 11. Het erf wordt in de huidige situatie gebruikt als opslagplaats voor landbouwvoertuigen. In de woning woont een derde. Op het erf aan van Jachthuisweg 11 worden nieuwe opslagschuren voor aardappelen gebouwd. Verder verandert er daar vanuit fysiek oogpunt niets. In deze paragraaf wordt daarom voornamelijk ingegaan op de ontwikkeling op het perceel aan Jachthuisweg 9. De voormalige agrarische bebouwing is nog aanwezig op het erf aan de Jachthuisweg 9, waardoor het perceel de uitstraling van een agrarisch bedrijf heeft behouden. De locatie bestaat in de huidige situatie uit een woonerf met daaromheen gesloten de agrarische (landbouw)gronden van de initiatiefnemer. Centraal op het woonerf bevindt zich de boerderij. Verspreid op het erf zijn een drietal gebouwen gesitueerd. Tussen de bebouwing is erfverharding aanwezig.
De overige gronden op deze locatie zijn ingericht als tuin of grasland. Het gehele erf kent een landelijke en passende uitstraling. Het erf kent gebiedseigen groen in de vorm van bomen in de tuin voor de boerderij en struweel langs de zijkant van het erf. De bomen zijn volwassen en bestaan uit streekeigen soorten als zomereiken, lindes en paardenkastanjes. Het erf is functioneel
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 9
ingericht waarbij de gebouwen uitgelijnd aan elkaar staan. Er is een duidelijke scheiding tussen het voorerf met als afscherming een eenvoudig houten hekwerk en het achtererf dat veel functioneler is ingericht. De overige gronden op deze locatie zijn ingericht als tuin of grasland. Het erf wordt middels één uitrit op de Jachthuisweg ontsloten. In afbeelding 2.1 is met een luchtfoto de huidige situatie van het perceel aan de Jachthuisweg 9 weergegeven. De locatie is hierop aangeduid met een rode omlijning. In afbeelding 2.2 is een straatbeeld vanaf de Jachthuisweg opgenomen.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto van de huidige situatie Jachthuisweg 9 (Bron: PDOK)
Afbeelding 2.2: Straatbeeld vanaf de Jachthuisweg (Bron: Google Streetview) 2.1.2.1 Voormalig agrarisch bouwperceel Zoals reeds is aangegeven gaat het op de locatie aan de Jachthuisweg 9 om een voormalig agrarisch bouwperceel. In het verleden (ten tijde van het gelden van het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg”, vastgesteld op 26 april 1989) was deze locatie voorzien van een agrarische bestemming met een bouwvlak. Met de algehele herziening van het buitengebied heeft het erf een woonbestemming gekregen. De bijbehorende gronden hebben een agrarische bestemming zonder een bouwvlak gehouden. De voormalige bedrijfswoning ligt deels buiten het voormalige bouwvlak, maar volgens de regels uit het bestemmingsplan van 1989 mag deze wel tot het bouwvlak worden gerekend. De grens van het nieuwe agrarisch bouwvlak ligt in de gewenste situatie (dit
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 10
bestemmingsplan) exact op de voorgevel van de bedrijfswoning. In afbeelding 2.3 is een uitsnede van het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” uit 1989 opgenomen. Het agrarische bouwvlak in dit bestemmingsplan is kleiner ten opzichte van het bouwvlak uit het bestemmingsplan van 1989. In afbeelding 2.4 en tabel 1 is met de letteraanduidingen weergegeven wanneer welke bebouwing op deze locatie is vergund.
Afbeelding 2.3: Uitsnede plankaart bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” uit 1989 (Bron: Gemeente Hardenberg)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 11
Afbeelding 2.4: Bestaande bebouwing Jachthuisweg 9 (Bron: Gemeente Hardenberg) Tabel 1: A Deze schuur is op 14-01-1975 vergund zijnde een kapschuur. B Op 13-02-1968 is de laatste vergunning verleend voor een verbouw van de boerderij. C Dit gebouw is op 18-07-1972 vergund als rundveestal. D In gebruik sinds 1935. E Dit gebouw is vergund op 13-02-1951, 27-03-1956, 30-12-1958 en 11-02-1969. Het gebouw werd gebruikt voor de huisvesting/ophokken van varkens, kippen en paarden.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 12
Hoofdstuk 3
3.1
Gewenste situatie
Algemeen
Initiatiefnemer exploiteert in de nabijheid van het plangebied een agrarisch akkerbouwbedrijf (Jachthuisweg 11). Initiatiefnemer heeft de locatie aan de Jachthuisweg 9 te Collendoorn in eigendom. Het erf aan de Jachthuisweg 9 alsmede de omliggende - en de aan het perceel grenzende - landbouwgronden zijn meerdere jaren in gebruik bij het akkerbouwbedrijf van initiatiefnemer. Het erf wordt in de huidige situatie gebruikt als opslagplaats voor landbouwvoertuigen van het akkerbouwbedrijf. In de woning is een derde woonachtig. De initiatiefnemer is voornemens om op het erf aan de Jachthuisweg 9 een werktuigenberging van circa 500 m² te realiseren voor het stallen van landbouwvoertuigen. Dit is nodig om de bedrijfsvoering van het akkerbouwbedrijf toekomstbestendig en efficiënter te maken. Door het gebruik van meer en grotere machines passen deze niet meer in de huidige schuren, waardoor een deel noodgedwongen buiten staat. Dit is onwenselijk zowel vanuit ruimtelijk oogpunt als voor de staat van de werktuigen. Daarom is de initiatiefnemer van plan een nieuwe werktuigenberging te bouwen. Om ruimte te maken voor deze berging zal de bestaande, verouderde schuur worden gesloopt.
Op Jachthuisweg 11 zijn geen geschikte mogelijkheden voor een werktuigenberging, omdat daar twee aan elkaar gebouwde opslagschuren voor aardappelen worden gerealiseerd (zie 3.2), met een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 3.600 m² (60 m x 60 m). Deze schuren benutten de volledige ruimte binnen het bouwvlak. Bovendien moet het erf op Jachthuisweg 11 ook ruimte bieden voor transportbewegingen en draaicirkels van machines en bevat het een woning met tuin. Gezien de indeling van het bouwvlak blijft er niet genoeg ruimte over voor een werktuigenberging van circa 500 m². In plaats van het agrarische erf op Jachthuisweg 11 uit te breiden, is ervoor gekozen om gebruik te maken van een reeds bestaand erf. Het bouwen van een werktuigenberging buiten dit bouwvlak op productiegronden is niet wenselijk. Daarom heeft de voorkeur om de werktuigenberging op een bestaand erf te realiseren, namelijk op Jachthuisweg 9. Het erf aan de Jachthuisweg 9 wordt planologisch omgezet naar een agrarische bestemming voor akkerbouw en andere agrarische (bedrijfs)doeleinden. De bestaande woning op Jachthuisweg 9 wordt bestemd als plattelandswoning, met de mogelijkheid deze ook als bedrijfswoning te gebruiken. Deze aanpassing ondersteunt de wens om een werktuigenberging te realiseren en de bedrijfsvoering te optimaliseren. 3.2
Noodzaak bouw opslagschuren Jachthuisweg 11
De bouw van de opslagschuren op Jachthuisweg 11 is noodzakelijk voor een toekomstbestendige bedrijfsvoering. Momenteel vindt de opslag van aardappelen buiten plaats, wat onwenselijk is. De nieuwe opslagfaciliteit op Jachthuisweg 11 is al enige tijd nodig om aan de kwaliteitseisen van afnemers te voldoen en om risico's in de bedrijfsvoering te spreiden. Bij buitenopslag, zoals tot nu toe gebeurt, is het niet mogelijk om consumptieaardappelen te leveren die aan de gestelde kwaliteitseisen voldoen. Hierdoor kan het bedrijf vanaf oktober alleen zetmeelaardappelen afleveren, wat de bedrijfsvoering belemmert.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 13
Met de bouw van de nieuwe opslagschuren voor aardappelen en daarmee het benutten van de resterende ruimte op het bouwvlak van Jachthuisweg 11, kan de initiatiefnemer circa 40% van het areaal voor aardappelen (circa 265 hectare) opslaan. Momenteel worden de aardappelen direct vanaf het land geleverd, maar vanwege het volume en de risico's van het weer en de kwaliteitseisen, is het veiliger en beter voor de bedrijfsvoering om ongeveer 40% van de aardappelen in de schuur op te slaan en het hele jaar door te leveren. Een opslag met een totale oppervlakte van circa 3.600 m2 bieden voldoende capaciteit voor risicospreiding. Het is niet de intentie van de initiatiefnemer om alle aardappelen op te slaan, aangezien dit niet past binnen het bouwplan en een deel van de aardappelen vroeg wordt geleverd (afland). 3.2.1
Specificatie opslagschuren
Afbeelding 3.1 toont een voorlopige tekening van de beoogde locatie van de opslagschuren op Jachthuisweg 11, met de contour van het bouwvlak aangegeven door een rode stippellijn. De bouw van deze opslagschuren is planologisch al toegestaan volgens het geldende bestemmingsplan, en de omgevingsvergunning voor de bouw is in voorbereiding. Deze bouw van deze schuren maakt daarom niet onderdeel van dit bestemmingsplan, omdat de bouw al mogelijk is op basis van het bestaande planologische regime. De huidige tekening voorziet in twee schuren: een voor aardappelopslag en een voor de voorbereiding van het inschuren van de aardappelen. De opslagschuur heeft een vloeroppervlak van 27,3 bij 59,9 meter, wat in totaal 1.635 vierkante meter bedraagt. De aardappelen kunnen tot 4,5 meter hoog worden opgeslagen. Dit resulteert in een totale opslagcapaciteit van 7.358 kubieke meter. Aangezien het soortelijk gewicht van aardappelen 700 kg per kubieke meter is, biedt de schuur plaats aan 5.150 ton aardappelen. De gemiddelde opbrengst per hectare in Nederland is ongeveer 50 ton aardappelen, wat betekent dat deze schuur voldoende is om aardappelen van circa 103 hectare te bewaren. De voorbereidingsruimte is ruim opgezet en kan in de toekomst voor ongeveer 60% worden omgebouwd tot extra bewaarruimte. Dit zou de capaciteit uitbreiden met ongeveer 60 hectare.
Voor de initiatiefnemer is dit voldoende, aangezien niet het volledige areaal aan aardappelen opgeslagen hoeft te worden; een deel kan ook direct afgeleverd worden.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 14
Afbeelding 3.1: Voorlopige tekening nieuwe schuur Jachthuisweg 11 (Bron: initiatiefnemer) 3.3
Planologische vertaling
Zoals in de voorgaande hoofdstukken benoemd was de Jachthuisweg 9 ten tijde van het gelden van het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg”, vastgesteld op 26 april 1989 voorzien van een agrarische bestemming met een bouwvlak. Op dit moment is dit deel van het plangebied ter plaatse van het woonerf voorzien van woonbestemming. Op de achterzijde van het plangebied rust een agrarische bestemming zonder bouwvlak. De percelen aan Jachthuisweg 9 en Jachthuisweg 11 worden middels dit bestemmingsplan planologisch aan elkaar gekoppeld middels een planologische relatie van de bouwvlakken. Er is daarmee sprake van één bouwperceel, waarbij planologisch gezien sprake is van de vergroting van de oppervlakte aan bouwvlak van het akkerbouwbedrijf. Er is geen sprake van nieuwvesting van een agrarisch bedrijf.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 15
3.4
Ruimtelijke kwaliteit
3.4.1
Algemeen
Het bebouwingsbeeld langs de Jachthuisweg kenmerkt zich door verspreid liggende bebouwing. Het erf Jachthuisweg 9 past goed in dit beeld. De boerderij en de daarnaast staande schuur (rechts van de woning) zijn kenmerkend voor het gebied. Het opnieuw toekennen van een agrarische bestemming aan deze gebouwen past binnen het gemeentelijk beleid en doet geen afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Het plangebied is gebiedseigen groen in de vorm van bomen in de tuin voor de boerderij en struweel langs de zijkant van het erf. De bomen zijn volwassen en bestaan uit streekeigen soorten als zomereiken, lindes en paardenkastanjers. Het erf is functioneel ingericht waarbij de gebouwen uitgelijnd aan elkaar staan. Er is een duidelijke scheiding tussen het voorerf met als afscherming een eenvoudig houten hekwerk en het achtererf dat veel functioneler is ingericht. Op het bestaande agrarische bedrijfsperceel aan Jachthuisweg 11 zijn in het kader van dit bestemmingsplan geen fysieke wijzigingen voorzien. De beide locaties worden middels dit bestemmingsplan planologisch aan elkaar verbonden waardoor beide bouwvlakken gezamenlijk als één bouwvlak bij het akkerbouwbedrijf moeten gworden beschouwd. 3.4.2
Landschappelijke inpassing Jachthuisweg 9
Het erf aan de Jachthuisweg 9 wordt landschappelijk goed ingepast. Door De Erfontwikkelaar is hiertoe een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. De erven langs de Jachthuisweg zijn over het algemeen half open en al dan niet voorzien van enkele grote bomen en houtsingels. Richting de weg zijn de tuinen open en er is zicht op de bebouwing. Veel erven zijn niet meer in gebruik als agrarisch en worden daarmee kleiner met grote tuinen rondom. De agrarische erven kenmerken zich door een veel robuustere inpassing. Het bestaande erf kent waardevolle beplanting waar bij een nieuwe ontwikkeling op aangesloten moet worden. Concreet is dit de aanwezige singelbeplanting aan de zuid- en noordzijde van het erf. Ook de bestaande vitale bomen op het voorerf moeten behouden blijven. Deze geven het erf karakter en maken het een eenheid in het landschap. Op gelijke rooilijn met een bestaande schuur ten zuidoosten van de boerderij wordt een nieuwe werktuigenberging aan de noordzijde op het erf gerealiseerd. Een oude landschapsontsierende opstal wordt gesloopt. De nieuwe werktuigenberging zal in een gedekte kleurstelling worden uitgevoerd. Het moet aansluiten op de bestaande schuren in de omgeving. Aan de west- en noordzijde wordt een nieuwe houtsingel aangeplant die het erf afschermen. Het agrarische erf sluit aan op de gebiedskenmerken.
De bestaande houtsingel aan de zuidzijde blijft behouden en moet door goed beheer gesloten blijven. De houtsingels vormen een groene rand langs de zijkant en van het erf. Het is niet wenselijk de achterzijde af te schermen aangezien er efficiënt gewerkt moet worden. Vanaf de achterzijde van het erf is het land goed bereikbaar. Beplanting is hier onwenselijk. In afbeelding 3.1 is een uitsnede van het erfinrichtingsplan voor de Jachthuisweg 9 opgenomen. Vervolgens wordt het plan toegelicht. Het volledige ruimtelijke kwaliteitsplan is opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 16
Afbeelding 3.1: Impressie van de gewenste situatie Jachthuisweg 9 (Bron: De Erfontwikkelaar) 3.5
Verkeer en parkeren
3.5.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling, evenals een eventuele toename van de verkeersgeneratie. 3.5.2
Situatie plangebied
Door het omzetten van een woonbestemming naar een agrarische bestemming zal de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte stijgen. Voor wat betreft het parkeren wordt opgemerkt dat het agrarische erf van voldoende omvang is om de parkeerbehoefte op het eigen terrein op te vangen. De agrarische verkeersbewegingen vinden hoofdzakelijk plaats op het eigen terrein en gaan van en richting het land (producten komen van het land achter het erf). De vervoersbewegingen rondom Jachthuisweg 9 zijn voor het stallen van machines die voor een langere periode niet meer gebruikt worden. Dit vindt circa 2 keer per week plaats. In de wintermaanden gebeurt dit vrijwel niet. Parkeren vindt plaats op het eigen terrein. Het erf is van voldoende omvang om in de parkeerbehoefte van de woning te voorzien. Werktuigen worden inpandig gestald. De gronden rondom het plangebied zijn reeds in gebruik als landbouwgrond bij het akkerbouwbedrijf aan de Jachthuisweg 11. De gewassen worden vrijwel allemaal afland geleverd. Ten aanzien van het verkeer als gevolg van de (plattelands)woning verandert er niets. De woning is reeds bestaand. Voor wat betreft de ontsluiting wordt verder opgemerkt dat gebruik wordt gemaakt van de bestaande in- en uitrit op de Jachthuisweg. Deze ontsluiting is reeds verkeersveilig. Verder is de Jachthuisweg geschikt om de
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 17
verkeersbewegingen op verkeersveilige wijze af te wikkelen. Op het bestaande agrarische bedrijfsperceel aan Jachthuisweg 11 zijn in het kader van dit bestemmingsplan geen planologische wijzigingen voorzien. Voor die locatie zijn er dan ook geen effecten in het kader van het verkeer en het parkeren. 3.5.3
Conclusie
Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 18
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven 4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 19
eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
4.1.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de voorloper van de NOVI, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat de Ladder van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’. De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op het omzetten van een voormalig agrarisch bedrijfsperceel dat in het verleden een woonbestemming heeft gebruik naar een agrarische bestemming ten behoeve van een akkerbouwbedrijf. Het gaat om een ontwikkeling in het buitengebied, waarbij één schuur wordt gesloopt, een nieuwe werktuigenberging wordt gebouwd en de overige bebouwing in gebruik wordt genomen ten behoeve van een akkerbouwbedrijf. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een 'nieuwe stedelijk
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 20
ontwikkeling'. Een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is niet nodig. 4.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
4.1.3.1 Algemeen De borging van de uitspraken uit de SVIR heeft in juridische zin plaatsgevonden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn de verschillende nationale belangen vastgelegd die doorwerking moeten krijgen bij lagere overheden. Het gaat om de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen, project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Ecologische Hoofdstructuur, erfgoederen van universele waarden, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. 4.1.3.2 Toetsing aan het Barro Wat betreft de het 'Besluit algemene regels ruimtelijke ordening'. In artikel 2.6.10 van het Barro is opgenomen: Artikel 2.6.10. (beperkingen in verband met militaire laagvliegroutes jacht- en transportvliegtuigen): Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een laagvliegroute voor jacht- en transportvliegtuigen worden geen bestemmingen opgenomen die het oprichten van bouwwerken met een hoogte van meer dan 40 meter te meten vanaf het maaiveld mogelijk maken.
In voorliggend geval ligt het plangebied binnen de begrenzing van militaire laagvliegroutes voor jacht- en transportvliegtuigen. In voorliggend bestemmingsplan worden geen echter bestemmingen opgenomen die het oprichten van bouwwerken met een hoogte van meer dan 40 meter te meten vanaf het maaiveld mogelijk maken. Het voornemen past binnen relevante beleidskaders uit het Barro. 4.1.4
Conclusie toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 4.2
Provinciaal beleid
In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei 2017 zijn de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. Nadien zijn de visie en verordening partieel herzien. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 21
en doorstroming centraal staan. 4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 22
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.
De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 23
(de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden.
De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving), en 2.1.7 (Kwaliteitsimpuls agro en food) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwik kelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt.
dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 Het bebouwingsbeeld langs de Jachthuisweg kenmerkt zich door verspreid liggende bebouwing. De locatie aan de Jachthuisweg 9 past goed in dit beeld. In het verleden is deze locatie voor agrarische doeleinden in gebruik geweest en dat is, door de aanwezige gebouwen, nog duidelijk zichtbaar. In het verleden werd op deze locatie een agrarisch bedrijf geëxploiteerd. Het perceel was destijds ook als zodanig bestemd.
In de loop van de tijd zijn de agrarische bedrijfsactiviteiten op het perceel beëindigd en heeft het agrarische erf met de algehele herziening van het bestemmingsplan voor het buitengebied van Hardenberg een reguliere woonbestemming gekregen. De voormalige agrarische
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 24
bedrijfsgebouwen zijn blijven staan en qua uitstraling en erfopzet heeft het perceel het agrarische karakter behouden. De boerderij en de daarnaast staande schuur zijn kenmerkend voor het gebied. Er is sprake van herbenutting van een bestaand erf. Herbenutten van een bestaand voormalig agrarisch erf heeft voorrang op het vergroten van het huidige agrarische bouwvlak aan de zijde van het perceel Jachthuisweg 11. Bovendien worden die gronden gebruikt voor de akkerbouw. Het opnieuw toekennen van een agrarische bestemming aan Jachthuisweg 9 past binnen het gemeentelijk beleid en doet geen afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Feitelijk is er sprake van een vergroting van het bouwvlak van Jachthuisweg 11 door de aanpeiling. Daarom wordt het initiatief hierna globaal getoetst aan de voorwaarden voor het vergroten en herbegrenzing van agrarische bouwvlakken zoals die zijn opgenomen in artikel 4.6.1 en 4.6.2 van het geldende bestemmingsplan (zie ook 4.3.4). Op het perceel aan Jachthuisweg 11 is binnen het huidige agrarische bouwvlak niet voldoende ruimte om de noodzakelijke werktuigenberging van deze omvang te realiseren.
Op het erf van nummer 11 wordt immers een nieuwe opslagschuren voor aardappelen gerealiseerd (circa 3.600 m2), waardoor er op het bestaande bouwvlak - mede gelet op de huidige indeling - niet voldoende ruimte resteert voor de werktuigenberging van circa 500 m2. Zie hiervoor ook de uitleg in Hoofdstuk 3. Werktuigen moeten nu deels buiten op het perceel worden gestald. Naast dat de ontwikkeling verrommeling van het perceel tegengaat, resulteert dit tevens in een langere levensduur voor de werktuigen. Immers is het overdekt stallen van werktuigen beter dan de werktuigen bloot te stellen aan de elementen. Het stallen van werktuigen in een schuur op het bestaande bouwvlak is vanuit bedrijfsefficiëntie niet wenselijk. De werktuigenberging is beoogd ter plekke van de verouderde schuur op Jachthuisweg 9. Het vorenstaande is bevorderend ten aanzien van de efficiënte bedrijfsvoering van het bedrijf en de toekomstbestendigheid van het akkerbouwbedrijf in het geheel. De vergroting van het bouwvlak leidt in dit geval niet tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen (zie hiervoor ook paragraaf 5.5 en 5.6).
De totale oppervlakte van de aangepijlde bouwvlakken bedraagt 14.901,5 m2, waarmee wordt voldaan aan de gemeentelijke voorwaarde dat een bouwvlak van een agrarisch bedrijf niet groter mag zijn dan 1,5 hectare. Tevens wordt voldaan aan de voorwaarde dat de wijziging zo dient te geschieden dat de inpassing van het erf in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt. Zie hiervoor het ruimtelijke kwaliteitsplan in Bijlage 1. Het opnemen van een aangepijld bouwvlak op Jachthuisweg 9 is bovendien vanuit milieuoogpunt toelaatbaar. Zie hiervoor ook de beschouwing van de milieu- en omgevingsaspecten in Hoofdstuk 5. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de uitgangspunten uit artikel 2.1.3 van de omgevingsverordening. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3.
In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 25
het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 Het opnieuw toekennen van een agrarische bestemming met een bouwvlak aan de Jachthuisweg 9 past binnen het gemeentelijk beleid (zie 4.3) en doet geen afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Dit is onder meer weergegeven in het ruimtelijk kwaliteitsplan in Bijlage 1 van deze toelichting. Ook wordt voldaan aan de Of-, Waar-, en Hoe-benadering en het ontwikkelingsperspectief. Dit blijkt uit de volgende subparagrafen. Gesteld wordt dat het initiatief in overeenstemming is met artikel 2.1.5. Artikel 2.1.7 Kwaliteitsimpuls agro en food (lid 1, 4, 5 en 6) 1. Bedrijfsontwikkeling en nieuwvestiging van agrarische bedrijven mag uitsluitend worden toegestaan op bestaande agrarische bouwpercelen of op voormalige agrarische bouwpercelen. 4. In afwijking van het gestelde in lid 1 en onverminderd artikel 2.1.5 kan ten behoeve van de bedrijfsontwikkeling van een agrarisch bedrijf een bestaand of voormalig agrarisch bouwperceel in beperkte mate worden aangepast en/of uitgebreid als: a. is onderbouwd dat het in redelijkheid niet mogelijk is om het bestaande agrarische bouwperceel voor de beoogde bedrijfsontwikkeling geschikt te maken. 5.
In afwijking van het gestelde in lid 1 en onverminderd artikel 2.1.5 kan ten behoeve van bedrijfsontwikkeling van een agrarisch bedrijf een bestaand of voormalig agrarisch bouwperceel grootschalig worden aangepast en/of uitgebreid als: b. is onderbouwd dat het in redelijkheid niet mogelijk is om het bestaande agrarische bouwperceel voor de beoogde bedrijfsontwikkeling geschikt te maken; c. het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate gecompenseerd zal worden door investeringen in de versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; d. aannemelijk is gemaakt dat er een kwaliteitswinst wordt geboekt op het gebied van duurzaamheid en sociale kwaliteit. 6. In aanvulling op het gestelde onder 3 en 5 geldt voor nieuwe ontwikkelingen die plaatsvinden op gronden die vallen binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water en die niet zijn aangeduid als Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), geldt de voorwaarde dat de compensatie door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving gericht dienen te zijn op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.7 (lid 1, 4, 5 en 6) In de Provinciale Omgevingsverordening wordt geen definitie gegeven van een voormalig agrarisch bouwperceel.
Daarom wordt in lijn met een uitspraak van de RvS met kenmerk: ECLI:NL:2020:3111 onder rechtsoverwegingen 7.2 waarde toegekend aan de voormalige planologische situatie of de voormalige feitelijke situatie. In 2.1.2.1 van deze plantoelichting worden beide situaties uitgelegd. Samenvattend lag ten tijde van het vorige bestemmingsplan "Buitengebied" van 1989 een agrarisch bouwvlak op het perceel Jachthuisweg 9. Uitgaande van de maximale planologische mogelijkheden was volgens de regels van het bestemmingsplan een agrarisch bedrijf planologisch mogelijk. De bijgebouwen zijn vergund voor agrarische activiteiten. Deze agrarische activiteiten hielden houden van vee in. In dit geval is een akkerbouwbedrijf te rechtvaardigen omdat de voormalige planologische situatie, zoals vastgelegd in het bestemmingsplan "Buitengebied" van 1989, een akkerbouwbedrijf planologisch toestond. Met het planvoornemen is er sprake van een bedrijfsontwikkeling van een bestaand akkerbouwbedrijf. Er is geen sprake van nieuwvesting, maar van bedrijfsontwikkeling.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 26
Binnen het bouwvlak aan Jachthuisweg 11 is redelijkerwijs niet voldoende ruimte om de noodzakelijke werktuigenberging van deze omvang te realiseren. Op het erf van nummer 11 worden nieuwe opslagschuren voor aardappelen gerealiseerd, waardoor er op het bestaande bouwvlak - mede gelet op de indeling - niet voldoende ruimte resteert voor de werktuigenberging van circa 500 m2. Er is gekozen om in plaats van het agrarisch erf op het perceel Jachthuisweg 11 te vergroten gebruik te maken van een reeds bestaand erf. Zie hiervoor ook de uitleg in Hoofdstuk 3. Het gaat hier om het vergoten van een bestaand agrarisch bouwvlak (planologische relatie), door een voormalig agrarisch bouwperceel hiervoor te benutten. Het gaat hier om een uitbreiding in beperkte mate, omdat het geheel (totale oppervlakte bouwvlak) onder de 1,5 ha blijft. Jachthuisweg 9 heeft een woonbestemming, maar heeft uitstraling van een agrarisch erf behouden. Daarbij wordt opgemerkt dat het agrarische bouwvlak dat met dit bestemmingsplan wordt toegekend aan Jachthuisweg 9 kleiner is dan het voormalige bouwvlak zoals dat was toegekend in het bestemmingsplan Buitengebied van 1989. De landschappelijke waarden worden als gevolg van deze ontwikkeling versterkt door investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. Zie hiervoor het ruimtelijk kwaliteitsplan in Bijlage 1.
Door een duurzame vervolgfunctie te geven aan het plangebied wordt sociale kwaliteit van de locatie en omgeving versterkt. Het initiatief doet daarnaast geen afbreuk aan de ecologische (zie 5.7) en maatschappelijke waarden (duurzame vervolgfunctie aan het perceel, waarmee verloedering en leegstand wordt voorkomen). Het een ander wordt aangetoond in voorliggende toelichting op het bestemmingsplan. Verder ligt het plangebied het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water en is niet aangeduid als Natuurnetwerk Nederland. Tot slot wordt een duurzame vervolgfunctie gegeven aan het plangebied waarmee de sociale kwaliteit van de locatie en omgeving wordt versterkt. Hiermee is het initiatief mogelijk binnen de gestelde kaders uit artikel 2.1.7. 4.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Omdat de wijzigingen met name toezien op het perceel aan Jachthuisweg 9 wordt hierna met name ingegaan op die locatie. Jachthuisweg 9 behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. De locatie is met de rode ster aangeduid.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 27
Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) "Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap" Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Het concrete voornemen bestaat het toekennen van een aangepijld bouwvlak voor een akkerbouwbedrijf op het perceel aan de Jachthuisweg 9, waarbij een nieuwe werktuigenberging wordt gerealiseerd.
Ter plaatse bevindt zich op dit moment een woonperceel, echter is het perceel in verleden in het gebruik geweest als agrarisch bedrijf. De voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en de indeling van het perceel is niet gewijzigd. Daarmee is de locatie reeds geschikt voor agrarische bedrijfsvoering. Deze functie is tevens passend binnen het ontwikkelingsperspectief mits dit geen extra belemmeringen met zich mee brengt ten aanzien van de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven. Kortheidshalve wordt verwezen naar Hoofdstuk 5 waar nader wordt ingegaan op diverse milieu- en omgevingsaspecten. Hier wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 28