Bijlage 1 - Uitvoeringsplan kernenbeleid (definitief)
Tekst van het document
Uitvoeringsplan kernenbeleid Samen aan de slag met kerngericht werken
Auteur Rutger Brunink Datum 09 oktober 2025
Samen aan de slag met kerngericht werken De gemeente Hardenberg bestaat uit 29 kernen. Iedere kern is uniek en heeft een eigen karakter. Ondanks de verschillen tussen kernen, zien wij een belangrijke overeenkomst: onze inwoners zijn betrokken en zetten zich actief in voor hun leefomgeving. Inwoners benaderen ons met initiatieven die een positieve bijdrage kunnen leveren aan hun leefomgeving. Deze initiatieven verdienen een serieuze en gestructureerde aanpak. Wij willen ruimte bieden voor initiatieven van onze inwoners. Zij weten als geen ander wat nodig is om hun leefomgeving te laten groeien en bloeien. Om gebruik te maken van de kennis en kracht van onze inwoners, werken wij buitenstebinnen. Wij luisteren goed naar wat onze inwoners belangrijk vinden en weten wat er speelt. Zo kunnen we samenhang creëren tussen initiatieven van onze inwoners en onze eigen plannen en ambities. Dit is de kerngerichte manier van werken, die we de komende jaren verder willen ontwikkelen. In 2024 hebben we een belangrijke stap gezet in onze ambitie om kerngericht werken verder te ontwikkelen. De gemeenteraad heeft toen het kernenbeleid vastgesteld. In het kernenbeleid staat dat we de samenleving meer centraal stellen en beter willen aansluiten bij initiatieven van onze inwoners.
De volgende stap is om te beschrijven hoe wij kerngericht werken verder ontwikkelen en welke rollen en verantwoordelijkheden daarbij van belang zijn. In dit uitvoeringsplan geven we hier invulling aan. We realiseren ons dat kerngericht werken geen knop is die je even indrukt. Stap voor stap geven we kerngericht werken verder vorm. Dit kost tijd en aandacht en gaat niet van de ene op de andere dag. In het proces nemen we tijd voor reflectie en evaluatie. Zo leren we van onze ervaringen en kunnen we bijsturen als dat nodig is. We weten dat niet alle initiatieven en plannen mogelijk zijn, maar vinden het soms lastig om ‘nee’ te zeggen. Kerngericht werken vraagt van ons dat we binnen onze ambities duidelijke keuzes maken en uitleggen waarom we dingen wel of niet doen. Dit uitvoeringsplan is het begin. We gaan samen aan de slag met kerngericht werken. Samen met onze inwoners en Plaatselijk Belangen. Samen met het college en onze leidinggevenden. En samen met medewerkers met verschillende expertises. Dit vraagt van ons allemaal dat we openstaan voor andere perspectieven en over onze eigen grenzen heen kijken. Als ons dat lukt, is kerngericht werken het ‘vliegwiel’ voor meer en betere samenwerking. Wij kijken uit naar de stappen die we zetten op het gebied van kerngericht werken.
Laten we hier samen mee aan de slag gaan! Beatrijs de Vries – algemeen directeur / gemeentesecretaris Didi Dorrestijn – wethouder / portefeuillehouder kernenbeleid 1
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
2. Rollen en verantwoordelijkheden
4
2.1 Achtergrond
4
2.2 Contactambtenaren
4
2.3 Gebiedsregisseur
5
2.4 Gebiedswethouders
6
2.5 Plaatselijk Belangen en wijkverenigingen
6
3. Aanpak kerngericht werken
7
3.1 Dorpsvisie
7
3.2 Samenwerkingsagenda
9
3.3 Aan de slag met kerngericht werken
11
3.4 Onze aanpak in het kort
11
3.5 Eerste ervaringen van de gebiedsregisseur
12
4. Financiële middelen
13
4.1 Verordening Daadkrachtig Hardenberg
13
4.2 Kernbudget
14
2
1. Inleiding Inwoners benaderen ons regelmatig met initiatieven die een positieve bijdrage kunnen leveren aan hun leefomgeving. Soms gebeurt dit spontaan, bijvoorbeeld wanneer bestuursleden van een Plaatselijk Belang in gesprek zijn met onze contactambtenaren of gebiedswethouders. Het kan ook zijn dat een Plaatselijk Belang een dorpsvisie opstelt, waarin zij samen met andere inwoners initiatieven, ideeën en wensen voor hun leefomgeving beschrijven. In alle gevallen verdienen deze initiatieven een passende reactie. Vanuit de ambitie om de samenleving meer centraal te stellen en beter aan te sluiten bij maatschappelijke initiatieven, hebben we het kernenbeleid ontwikkeld. In november 2024 stelde de gemeenteraad het kernenbeleid vast. Tegelijkertijd gaf de gemeenteraad het college opdracht om een uitvoeringsplan op te stellen voor het kernenbeleid. In dit uitvoeringsplan beschrijven wij hoe we de bovenstaande ambitie realiseren. We leggen uit hoe we kerngericht werken verder ontwikkelen. Ook beschrijven we welke rollen en verantwoordelijkheden daarbij van belang zijn en wie wat doet. Op deze manier maken we de stap van het ‘wat’ en ‘waarom’ (kernenbeleid) naar het ‘hoe’ en ‘wie’ (uitvoeringsplan). Hiermee geven we richting aan het vastgestelde kernenbeleid en maken we concreet hoe we kerngericht werken verder ontwikkelen.
Kerngericht werken betekent dat we samen met onze inwoners en partners kijken hoe we de leefomgeving van onze inwoners kunnen verbeteren door samenhang te creëren tussen hun initiatieven en wensen en onze eigen plannen en ambities. Veel medewerkers hebben een bijdrage geleverd aan dit uitvoeringsplan. Dat gebeurde onder andere tijdens de vijf themadagen die we hebben georganiseerd. Iedere themadag stond een thema centraal dat onderdeel uitmaakt van dit uitvoeringsplan. Het bijzondere aan deze themadagen was dat de samenstelling van de denktank wisselde per thema(dag). Alleen de contactambtenaren en projectleider van het uitvoeringsplan waren altijd aanwezig. Door de wisselende samenstelling van de denktanks sloten we aan bij de organisatiebrede verandering die we met het uitvoeringsplan in gang willen zetten: meer en betere samenwerking tussen medewerkers van verschillende domeinen en teams. In juni en september 2025 deelden we onze voorlopige ideeën voor het uitvoeringsplan met Lutten Leeft en Plaatselijk Belang Radewijk. Vragen, suggesties en ideeën die tijdens deze gespreksavonden aan bod kwamen, hebben we meegenomen in dit uitvoeringsplan. Andere Plaatselijk Belangen hebben we tijdens het opstellen van het uitvoeringsplan op de hoogte gehouden via een FAQ (veelgestelde vragen). We bedanken iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan dit uitvoeringsplan.
3
2. Rollen en verantwoordelijkheden In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste rollen en verantwoordelijkheden voor kerngericht werken. Achtereenvolgens lichten we de rollen en verantwoordelijkheden van contactambtenaren, de gebiedsregisseur, gebiedswethouders en Plaatselijk Belangen toe.
2.1 Achtergrond De gemeenteraad heeft in november 2024 structureel middelen beschikbaar gesteld voor gebiedsregie. In het vastgestelde raadsvoorstel staat dat deze middelen zijn bedoeld om twee (2,0 fte) gebiedsregisseurs aan te stellen. De beschikbare middelen zijn echter onvoldoende om 2,0 fte gebiedsregisseurs aan te stellen. Sinds september 2025 is één gebiedsregisseur (0,89 fte) in vaste dienst bij de gemeente Hardenberg. De overige beschikbare middelen (0,88 fte) vullen we op korte termijn in. Hiermee verstevigen we de positie van de gebiedsregisseurs en creëren we meer slagkracht ten aanzien van gebiedsregie. In dit uitvoeringsplan leggen we veel nadruk op de rollen en verantwoordelijkheden van de contactambtenaren en gebiedsregisseur. Zij zijn belangrijk in de ontwikkeling van kerngericht werken, maar zij zijn hier niet verantwoordelijk voor. De verantwoordelijkheid voor het sturen op en ontwikkelen van kerngericht werken ligt bij onze leidinggevenden. Vanuit het CMT is een portefeuillehouder kerngericht werken het eerste aanspreekpunt voor dit onderwerp. Leidinggevenden zijn niet alleen cruciaal voor het bevorderen van samenwerking tussen verschillende domeinen en teams, maar ook voor het maken van de juiste afwegingen ten aanzien van capaciteit en inzet.
Een voorwaarde voor het creëren van voldoende tijd en ruimte om te werken aan ontwikkelingen in onze kernen, is dat we onze eigen rol bij deze ontwikkelingen kennen en duidelijke keuzes maken in wat we wel of niet doen.
2.2 Contactambtenaren De inzet van onze contactambtenaren wordt erg gewaardeerd door onze inwoners, Plaatselijk Belangen en het college. Wij willen behouden wat goed gaat en veranderen daarom niets aan de rol van de contactambtenaren. Dit betekent dat de contactambtenaren het eerste aanspreekpunt blijven voor Plaatselijk Belangen en wijkverenigingen. Zij zijn ‘de oren en ogen’ in onze kernen en weten als geen ander wat er speelt. De contactambtenaren zijn de constante factor in ons contact met Plaatselijk Belangen en wijkverenigingen. Onze contactambtenaren hebben een signalerende rol. Zij zijn de spin in het web in de communicatie tussen onze kernen en de gemeente. De contactambtenaren weten wanneer iets niet loopt zoals gehoopt of verwacht. En zij zijn op de hoogte van (nieuwe) initiatieven van Plaatselijk Belangen en wijkverenigingen.
4
De contactambtenaren werken nauw samen met de gebiedsregisseur. Zij vallen alle drie rechtstreeks onder de concernmanager Openbaar Gebied. De gebiedsregisseur is niet de leidinggevende van de contactambtenaren, maar werkt ‘schouder aan schouder’ met hen.
2.3 Gebiedsregisseur De gebiedsregisseur heeft een strategische en regisserende rol. Vanuit deze rol is de gebiedsregisseur bezig om samenhang te creëren tussen initiatieven van onze inwoners en onze eigen plannen en ambities. Dit vereist van de gebiedsregisseur dat hij/zij een goed beeld heeft van onze plannen, ambities en ons beleid. Hiervoor stemt de gebiedsregisseur af met medewerkers van verschillende domeinen en teams. We beseffen dat er veel plannen en ambities zijn, maar het is de uitdaging om dit inzichtelijk te maken en het overzicht te bewaren. De gebiedsregisseur zorgt ervoor dat plannen niet alleen bekend zijn bij de betrokken teams, maar dat plannen in relatie tot elkaar worden gezien. Ook stimuleert de gebiedsregisseur samenwerking tussen medewerkers van verschillende domeinen en teams. De gebiedsregisseur moet ook inzicht hebben in de initiatieven en wensen van onze inwoners. Hoewel de contactambtenaren het eerste aanspreekpunt zijn voor Plaatselijk Belangen, wordt de gebiedsregisseur betrokken bij ontwikkelingen die meerdere initiatieven omvatten of waarbij de inzet van medewerkers van verschillende domeinen en teams nodig is. Om de initiatieven en wensen van onze inwoners in kaart te brengen, stimuleren de contactambtenaren en gebiedsregisseur Plaatselijk Belangen om een dorpsvisie op te stellen.
Wij willen samenhang creëren tussen initiatieven van onze inwoners en onze eigen plannen en ambities, door met het Plaatselijk Belang een samenwerkingsagenda op te stellen. In een samenwerkingsagenda beschrijven we gezamenlijk de belangrijkste ontwikkelingen in een kern. We kijken samen wat haalbaar is en welke ontwikkelingen prioriteit hebben. Ook bepalen we ieders rol bij deze ontwikkelingen en op welke termijn we deze ontwikkelingen willen starten. In hoofdstuk 3 leggen we het idee van de samenwerkingsagenda verder uit. De gebiedsregisseur neemt het initiatief om een samenwerkingsagenda op te stellen. Een belangrijke afweging die de gebiedsregisseur hierbij maakt, is welke rol wij als gemeente hebben bij initiatieven van onze inwoners. Op de samenwerkingsagenda kunnen ook initiatieven staan die inwoners zelfstandig uitvoeren, of in samenwerking met andere partners (zoals een sportvereniging of maatschappelijke instelling). Bij zulke initiatieven hebben wij geen rol. Als de samenwerkingsagenda is opgesteld en ontwikkelingen worden gestart, adviseert de gebiedsregisseur waar het zwaartepunt van een ontwikkeling ligt en wie betrokken moet worden bij de ontwikkeling. De gebiedsregisseur weet wat nodig is om een ontwikkeling verder te brengen en adviseert welke medewerkers nodig zijn om een ontwikkeling vanuit meerdere perspectieven te benaderen.
De gebiedsregisseur heeft vooral een verbindende rol en stimuleert samenwerking over de grenzen van domeinen en teams heen. 5
De gebiedsregisseur is het interne en externe aanspreekpunt voordat grote ontwikkelingen starten. Dat komt omdat de gebiedsregisseur alle ontwikkelingen in een kern overziet. De gebiedsregisseur is echter geen projectleider en is dus nooit ‘eigenaar’ van een ontwikkeling. Als het gaat om grote ontwikkelingen, kan het zijn dat de gebiedsregisseur (mogelijk samen met de projectleider) een startnotitie of scenario-analyse opstelt voor het CMT en college. Ook bij nieuwe initiatieven van Plaatselijk Belangen of inwoners is een gebiedsregisseur betrokken. De gebiedsregisseur weegt af welke rol wij als gemeente hebben bij deze initiatieven. Als wij een rol hebben, kan de gebiedsregisseur deze initiatieven inbrengen op een ‘intaketafel’. Dit is een overleg tussen de gebiedsregisseur en medewerkers met verschillende expertises, waarin zij gezamenlijk verkennen hoe wij omgaan met initiatieven en wie hierbij betrokken moet worden. De gebiedsregisseur werkt niet alleen nauw samen met de contactambtenaren, maar ook met projectleiders, teamleiders, gebiedswethouders en het CMT. De gebiedsregisseur stemt geregeld af met projectleiders, zodat hij/zij op de hoogte is van alle projecten en samen met projectleiders koppelkansen kan verkennen. Ook houdt de gebiedsregisseur het CMT en college op de hoogte van de voortgang van samenwerkingsagenda’s.
Als de gebiedsregisseur en een teamleider er niet uitkomen over bijvoorbeeld de inzet van een projectleider, kan de gebiedsregisseur escaleren naar de portefeuillehouder kerngericht werken vanuit het CMT. De gebiedsregisseur functioneert namelijk op hetzelfde niveau als teamleiders. Als het nodig is, brengt de portefeuillehouder vanuit het CMT het vraagstuk in bij het CMT. Daar wordt een integrale afweging genomen over het vraagstuk.
2.4 Gebiedswethouders De rol van gebiedswethouders verandert niet. Iedere wethouder is het bestuurlijke aanspreekpunt voor meerdere kernen. Op deze manier hebben inwoners zowel een ambtelijk aanspreekpunt (contactambtenaar) als een bestuurlijk aanspreekpunt. Gebiedswethouders zijn op de hoogte van maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen in een kern. Gebiedswethouders stimuleren Plaatselijk Belangen om een dorpsvisie op te stellen. Dat doen zij tijdens collegebezoeken en vergaderingen met Plaatselijk Belangen. Als een Plaatselijk Belang een dorpsvisie heeft opgesteld, neemt de gebiedswethouder de dorpsvisie in ontvangst. De samenwerkingsagenda die vervolgens wordt opgesteld, kan dienen als een gespreksagenda voor een jaarlijks overleg tussen het Plaatselijk Belang en de gebiedswethouder.
2.5 Plaatselijk Belangen en wijkverenigingen Een Plaatselijk Belang of wijkvereniging is ons eerste aanspreekpunt in een kern. Wij verhouden ons als eerst tot Plaatselijk Belangen en wijkverenigingen als het gaat om het in kaart brengen van initiatieven en wensen die leven in onze kernen. Dit doen wij vanuit de veronderstelling dat Plaatselijk Belangen en wijkverenigingen de belangen vertegenwoordigen namens een kern.
6
3. Aanpak kerngericht werken In dit hoofdstuk beschrijven we onze aanpak voor kerngericht werken. Eerst leggen we uit wat een dorpsvisie is en hoe wij omgaan met dorpsvisies. Daarna beschrijven we wat een samenwerkingsagenda is en hoe wij hiermee willen werken. Als laatste lichten we toe waar en hoe we kerngericht werken verder willen ontwikkelen.
3.1 Dorpsvisie In het vastgestelde kernenbeleid staat dat wij onze Plaatselijk Belangen willen stimuleren om een dorpsvisie op te stellen. Het opstellen van een dorpsvisie zet inwoners aan om na te denken over ontwikkelingen die een positieve bijdrage kunnen leveren aan hun leefomgeving. Tegelijkertijd geeft een dorpsvisie ons inzicht in initiatieven en wensen van inwoners. Een dorpsvisie is een goed vertrekpunt om met een Plaatselijk Belang in gesprek te gaan over ontwikkelingen in een kern. Enkele kernen hebben al een dorpsvisie. Andere kernen hebben de ambitie om een dorpsvisie op te stellen of hun dorpsvisie te herzien. Wij stimuleren het opstellen of herzien van dorpsvisies. Dat doen we aan de hand van onze zes uitgangspunten voor dorpsvisies. 1. Een dorpsvisie is een visie van inwoners op hun leefomgeving Een dorpsvisie is een toekomstbeeld van inwoners over hun leefomgeving. In een dorpsvisie beschrijven inwoners met welke initiatieven zij de komende jaren aan de slag willen gaan in hun leefomgeving. Een dorpsvisie is van en voor inwoners van een kern. Met een dorpsvisie werken we buitenstebinnen. Inwoners denken zelf na welke initiatieven een positieve bijdrage kunnen leveren aan hun leefomgeving. Onze gedachte is dat inwoners het beste weten welke ontwikkelingen belangrijk zijn voor hun kern. Wij sturen hierbij niet op de inhoud.
Bij voorkeur heeft een dorpsvisie een looptijd van vijf tot tien jaar. Zo wordt een dorpsvisie niet te groot en is het eenvoudiger om een voorstelling te maken van ontwikkelingen, zowel voor inwoners als voor ons. 2. Iedere dorpsvisie is uniek. Er is geen blauwdruk voor een dorpsvisie Iedere kern is uniek en heeft een eigen karakter. Dit betekent ook dat iedere dorpsvisie anders is. Wij beseffen dat er geen blauwdruk is voor een dorpsvisie. De aanpak om te komen tot een dorpsvisie kan verschillen per kern. Dat geldt ook voor de omvang, opmaak en manier waarop initiatieven worden beschreven in een dorpsvisie. We benadrukken het belang van een 7
dorpsvisie die ‘behapbaar’ is. Dit betekent dat dorpsvisies niet tientallen pagina’s dik hoeven te zijn. De kracht van een dorpsvisie is dat het praktisch en uitvoerbaar is. 3. Wij stimuleren en faciliteren het opstellen van een dorpsvisie Een dorpsvisie is echt van onze inwoners. Wij nemen het schrijven van een dorpsvisie niet over en zijn inhoudelijk niet betrokken bij het opstellen van een dorpsvisie. Wij zitten dus niet aan tafel als inwoners nadenken over hun dorpsvisie. De contactambtenaren en gebiedsregisseur kunnen Plaatselijk Belangen faciliteren bij het proces om een dorpsvisie op te stellen. Zij kunnen bijvoorbeeld informatie geven over welke subsidies een Plaatselijk Belang kan aanvragen bij de Provincie Overijssel om ondersteuning te krijgen bij het opstellen van een dorpsvisie. Ook kunnen de contactambtenaren en gebiedsregisseur, op verzoek van het Plaatselijk Belang, suggesties geven voor thema’s in een dorpsvisie. Dit geldt ook voor wettelijke kaders of gemeentelijk beleid op bepaalde thema’s. In alle gevallen gaat het om suggesties, omdat inwoners zelf de inhoud van hun dorpsvisie bepalen. Als een Plaatselijk Belang een dorpsvisie opstelt, zijn de contactambtenaren het eerste aanspreekpunt namens de gemeente. Zij houden een vinger aan de pols tijdens het proces.
De contactambtenaren weten wat er speelt, welke informatie het Plaatselijk Belang nodig heeft en of er andere zaken spelen. Deze ondersteunende rol kan per kern verschillen en hangt af van de vragen en behoefte van het Plaatselijk Belang. 4. Een dorpsvisie is geen verplichting Wij stimuleren Plaatselijk Belangen om een dorpsvisie op te stellen, maar verplichten hen niets. Voor ons is een dorpsvisie geen doel op zich, maar een middel om eigenaarschap te creëren onder inwoners en de kracht van kernen te benutten. Een dorpsvisie is bovendien een goed vertrekpunt voor het continue gesprek over ontwikkelingen in een kern. Het is mogelijk dat niet alle kernen een dorpsvisie opstellen. Dit betekent dat initiatieven van Plaatselijk Belangen waarschijnlijk meer ad hoc bij ons terechtkomen. Een dorpsvisie zorgt immers voor structuur en voorspelbaarheid, zowel voor Plaatselijk Belangen als voor ons. Als een kern geen dorpsvisie heeft, blijft het continue contact tussen het Plaatselijk Belang en ons ook van belang. Zo kunnen we bepalen welke initiatieven en wensen er zijn, wat onze rol hierin is en hoe deze initiatieven zich verhouden tot onze eigen plannen en ambities. Op dezelfde manier gaan we om met initiatieven die ontstaan nadat een dorpsvisie is opgesteld.
We realiseren ons dat een dorpsvisie niet in beton is gegoten en nieuwe initiatieven kunnen ontstaan na het opstellen van een dorpsvisie. Dit geldt ook voor onze eigen plannen en opgaven.
8
5. Een dorpsvisie is niet alleen van het Plaatselijk Belang Een dorpsvisie is niet alleen van een Plaatselijk Belang, maar van de inwoners van een kern. Het is daarom belangrijk dat het Plaatselijk Belang inwoners actief betrekt bij het opstellen van een dorpsvisie. De manier waarop een Plaatselijk Belang deze participatie organiseert, kan verschillen per kern. Gedragenheid en participatie zijn belangrijk voor de waarde van een dorpsvisie. Dit geven wij, voorafgaand aan het proces, mee aan het Plaatselijk Belang. Wij bieden aan om te faciliteren of tips te geven hoe een Plaatselijk Belang participatie kan organiseren. We maken hierbij gebruik van ons beleid voor inwonersparticipatie. Wij organiseren de participatie echter niet zelf, omdat de dorpsvisie van inwoners is en niet van ons. Tijdens het proces houden de contactambtenaren een vinger aan de pols en krijgen zij een goed beeld hoe de dorpsvisie tot stand komt. Als het nodig is, benadrukken zij het belang van participatie en faciliteren we hierin. Als de gebiedswethouder de dorpsvisie in ontvangst neemt, gaan wij met het Plaatselijk Belang in gesprek hoe de dorpsvisie tot stand is gekomen en hoe inwoners hierbij zijn betrokken. 6. Een dorpsvisie is geen afvinklijstje Een dorpsvisie is geen afvinklijstje. Een dorpsvisie betekent niet dat we alle initiatieven, waar wij als gemeente een rol bij hebben, uitvoeren.
Als een dorpsvisie is opgesteld, gaan we met het Plaatselijk Belang in gesprek over de samenhang tussen de dorpsvisie en onze eigen plannen en ambities. Dit resulteert in een samenwerkingsagenda.
3.2 Samenwerkingsagenda Met een samenwerkingsagenda geven we een passend vervolg op een dorpsvisie. Het idee van een samenwerkingsagenda is dat we bepalen hoe de initiatieven en wensen uit een dorpsvisie zich verhouden tot onze eigen plannen en ambities. Een deel van de initiatieven uit een dorpsvisie staat ook in onze begroting of ons onderhoudsprogramma. Andere initiatieven sluiten mogelijk niet aan bij onze plannen. Dit vraagt van ons dat we duidelijk zijn over wat wij wel of niet doen en wat onze rol is bij initiatieven uit een dorpsvisie. We bepalen samen met het Plaatselijk Belang welke ontwikkelingen we willen oppakken en wat realistisch is. Als wij geen rol hebben, is het mogelijk dat het Plaatselijk Belang zelf initiatieven oppakt of samenwerkt met andere partners, zoals sportverenigingen of maatschappelijke instellingen. In een samenwerkingsagenda beschrijven we welke ontwikkelingen we willen starten, op welke termijn we dat willen doen, wie daarbij betrokken is en wat ieders rol is. Een samenwerkingsagenda is een openbaar document, waarmee we initiatieven van onze inwoners proberen te combineren met onze eigen plannen en ambities. Het is geen ‘afvinkkalender’, maar 9
een beschrijving van belangrijke ontwikkelingen in een kern en de partijen die hierbij betrokken zijn. In een samenwerkingsagenda staat ook wie verantwoordelijk is voor een ontwikkeling. Een samenwerkingsagenda is geen groots en uitgebreid document, maar een overzicht waarin we beschrijven wat we met elkaar willen bereiken in een kern. We realiseren ons dat een samenwerkingsagenda dynamisch is, omdat nieuwe initiatieven en plannen zich kunnen aandienen of de prioritering van ontwikkelingen kan veranderen. We bekijken samen met het Plaatselijk Belang wat nieuwe initiatieven en plannen betekenen voor de samenwerkingsagenda. Dit veronderstelt dat we goed contact onderhouden met het Plaatselijk Belang over de samenwerkingsagenda en andere ontwikkelingen in de kern. We zien de samenwerkingsagenda als een soort ‘rollende’ agenda, die we opstellen voor bijvoorbeeld vijf jaar. De duur van een samenwerkingsagenda bepalen we samen met een Plaatselijk Belang en is vooral afhankelijk van de duur van de dorpsvisie. We zijn continu in gesprek met het Plaatselijk Belang over de samenwerkingsagenda en sturen gezamenlijk bij als dat nodig is. Samen met Plaatselijk Belangen geven we samenwerkingsagenda’s vorm en werken we toe naar een vaste structuur voor samenwerkingsagenda’s.
We hebben nu nog geen vaste structuur ontwikkeld voor een samenwerkingsagenda, omdat we dit samen met Plaatselijk Belangen willen doen. Deze aanpak is passend, omdat een samenwerkingsagenda van een Plaatselijk Belang en ons samen is. We zijn hier gezamenlijk ‘eigenaar’ van en nemen allebei verantwoordelijkheid voor de inhoud van de samenwerkingsagenda. Wij zien onszelf echter als procesverantwoordelijke voor de samenwerkingsagenda. De gebiedsregisseur neemt het initiatief om een samenwerkingsagenda op te stellen en beheert de samenwerkingsagenda namens de gemeente. Als we meerdere samenwerkingsagenda’s hebben opgesteld, kunnen we die ook bundelen. Op deze manier hebben we beter zicht op alle ontwikkelingen in onze kernen en kunnen we koppelkansen beter zien en benutten. Met een samenwerkingsagenda maken we zichtbaar welke keuzes we maken, wat we gaan doen en wat we hebben bereikt. Dit laatste stelt ons in staat om stil te staan bij successen die we samen met onze inwoners hebben bereikt. Een samenwerkingsagenda biedt ook overzicht voor onze Plaatselijk Belangen. Hierdoor weten inwoners wat zij kunnen verwachten en worden zij niet overvraagd om bij te dragen aan ontwikkelingen in hun kern. Een samenwerkingsagenda zorgt voor overzicht, duidelijkheid en continuïteit.
Ook als nieuwe mensen aan de slag gaan met de samenwerkingsagenda (contactambtenaren, gebiedsregisseur, projectleiders, gebiedswethouders of bestuursleden van het Plaatselijk Belang), biedt een samenwerkingsagenda overzicht en houvast. We stellen een samenwerkingsagenda niet formeel vast, omdat we samen met een Plaatselijk Belang verantwoordelijk zijn voor een samenwerkingsagenda. Bovendien is een samenwerkingsagenda dynamisch en bevat het initiatieven die inwoners zelf oppakken of samen met andere partners.
10
3.3 Aan de slag met kerngericht werken Onze volgende stap is om de aanpak in de praktijk te brengen en hiermee te experimenteren. We beginnen niet te groot, omdat we ruimte willen nemen om ons de aanpak eigen te maken en kleine successen willen boeken. Bovendien is onze capaciteit op gebiedsregie beperkt. We kunnen dus niet overal tegelijk beginnen met dezelfde capaciteit en inzet. In sommige kernen is een ‘natuurlijke’ aanleiding om kerngericht werken verder te ontwikkelen. In andere kernen kunnen we met onze aanpak starten, omdat een Plaatselijk Belang net een dorpsvisie heeft opgesteld of daarmee aan de slag wil gaan. Jaarlijks evalueren we onze aanpak en de rolverdeling. Deze evaluatie delen we met het CMT. Als het nodig is, sturen we bij. Dit doen we vanuit de veronderstelling dat we een passende aanpak stap voor stap ontwikkelen.
3.4 Onze aanpak in het kort Hieronder beschrijven we onze aanpak in het kort. 1. We stimuleren Plaatselijk Belangen om een dorpsvisie op te stellen Onze aanpak start met het stimuleren van Plaatselijk Belangen om een dorpsvisie op te stellen. De contactambtenaren spelen hierbij een belangrijke rol. Ook de gebiedsregisseur en gebiedswethouders stimuleren Plaatselijk Belangen om een dorpsvisie op te stellen. 2. We faciliteren Plaatselijk Belangen om een dorpsvisie op te stellen De contactambtenaren en gebiedsregisseur faciliteren Plaatselijk Belangen om een dorpsvisie op te stellen. Afhankelijk van de behoefte van een Plaatselijk Belang, delen zij gemeentelijk beleid, wettelijke kaders of informatie over subsidies voor ondersteuning bij het opstellen van een dorpsvisie. 3. We brengen in kaart wat onze eigen plannen en ambities zijn in een kern Op het moment dat een Plaatselijk Belang werkt aan een dorpsvisie, brengen wij in kaart wat onze concrete plannen en ambities zijn in een kern. De gebiedsregisseur regisseert dit proces en bewaart het overzicht. Deze stap vindt ongeveer op hetzelfde moment plaats als stap 2. 4. We bekijken hoe een dorpsvisie zich verhoudt tot eigen onze plannen en ambities Als een dorpsvisie klaar is, neemt de gebiedswethouder de dorpsvisie in ontvangst. Daarna bekijken we hoe een dorpsvisie zich verhoudt tot onze eigen plannen en ambities.
We bepalen ook wat onze rol is bij initiatieven uit een dorpsvisie en wat dit betekent voor onze inzet. De gebiedsregisseur neemt hierin het voortouw. 11
5. We stellen samen met het Plaatselijk Belang een samenwerkingsagenda op Samen met het Plaatselijk Belang stellen we een samenwerkingsagenda op. We beschrijven daarin welke ontwikkelingen we willen starten, wie daarbij betrokken is en op welke termijn we dit willen doen. De gebiedsregisseur regisseert het opstellen van een samenwerkingsagenda. We zijn samen met het Plaatselijk Belang ‘eigenaar’ van de samenwerkingsagenda. 6. We zijn continu in gesprek met het Plaatselijk Belang over de samenwerkingsagenda Als we een samenwerkingsagenda hebben opgesteld, gaan we aan de slag met initiatieven en plannen. We blijven continu in gesprek over de samenwerkingsagenda en ontwikkelingen in een kern, zodat we samen met het Plaatselijk Belang kunnen bijsturen als dat nodig is. Ook evalueren we onze aanpak, rolverdeling en inzet bij ontwikkelingen.
3.5 Eerste ervaringen van de gebiedsregisseur Op 1 september 2025 is Ineke Lugies begonnen als gebiedsregisseur bij de gemeente Hardenberg. Ineke heeft veel ervaring bij de gemeente Hardenberg, want zij is al ruim 16 jaar in dienst en heeft verschillende functies bekleed. De laatste 11 jaar werkte Ineke als HR-adviseur. In deze functie heeft Ineke alle domeinen ondersteund en een groot intern netwerk opgebouwd. Dit interne netwerk komt goed van pas in haar nieuwe rol als gebiedsregisseur. In haar eerste weken als gebiedsregisseur heeft Ineke veel medewerkers gesproken, om meer inzicht te krijgen in belangrijke beleidsthema’s en de plannen van de gemeente Hardenberg. Ineke: “Ik merk dat collega’s ook al contact zoeken met mij, zodat we samen kunnen bekijken wat er nodig is om een ontwikkeling integraal aan te pakken.” Verder is Ineke in haar eerste weken betrokken geweest bij het opstellen van het uitvoeringsplan kernenbeleid en de verordening Daadkrachtig Hardenberg. Bovendien werkt Ineke nauw samen met de contactambtenaren. Ineke: “Mijn rol als gebiedsregisseur is nieuw binnen de gemeente Hardenberg. Dat is voor iedereen even wennen. Maar ik merk dat de samenwerking met de contactambtenaren goed verloopt en steeds meer vorm krijgt.” Ineke heeft in haar eerste weken ook al contact gelegd met het bestuur van Plaatselijk Belang Slagharen en Bergentheim.
Inwoners van Slagharen hebben de afgelopen periode hard gewerkt aan een droombeeld over maatschappelijke voorzieningen in hun dorp. Ineke is betrokken bij het vervolg hierop. Dit vervolg bestaat onder andere uit het verkennen van mogelijkheden om wensen van inwoners uit Slagharen te combineren met het beleid en de plannen van de gemeente Hardenberg. In enkele andere kernen is Ineke uitgenodigd om met de besturen van de Plaatselijk Belangen te werken aan een samenwerkingsagenda. Ineke: “Ik ben enthousiast en gedreven om samen met de rest van de organisatie, onze inwoners en onze partners een stap te maken in de ontwikkeling van kerngericht werken.”
12
4. Financiële middelen In dit hoofdstuk beschrijven we welke financiële middelen we inzetten om initiatieven vanuit de samenleving te ondersteunen. Als eerste beschrijven we de verordening Daadkrachtig Hardenberg. Als tweede lichten we het kernbudget toe.
4.1 Verordening Daadkrachtig Hardenberg De verordening Daadkrachtig Hardenberg is de opvolger van het Fonds Maatschappelijke Initiatieven (FMI). Het doel van de verordening Daadkrachtig Hardenberg is om groepen inwoners, stichtingen en verenigingen financieel te ondersteunen bij initiatieven die een positieve bijdrage kunnen leveren aan hun leefomgeving. Met de verordening Daadkrachtig Hardenberg stimuleren wij eigenaarschap onder inwoners en benutten we de kracht van kernen. De initiatieven die wij ondersteunen dragen bij aan de leefbaarheid, vitaliteit en sociale cohesie in kernen. De verordening Daadkrachtig Hardenberg past bij onze ambitie om de samenleving meer centraal te stellen en beter aan te sluiten bij maatschappelijke initiatieven. Met een toegankelijk fonds willen wij initiatieven uit de samenleving aanjagen. Een belangrijk uitgangspunt van de verordening Daadkrachtig Hardenberg is dat inwoners het beste weten welke ontwikkelingen een positieve bijdrage kunnen leveren aan hun leefomgeving. Met de verordening Daadkrachtig Hardenberg komt het FMI te vervallen. Voor het FMI is tussen 2020 en 2025 jaarlijks € 330.000,- beschikbaar gesteld. Voor de verordening Daadkrachtig Hardenberg is incidenteel € 330.000,- opgenomen in de begroting voor 2026.
Dit bedrag is incidenteel opgenomen, in afwachting van het Rekenkamer-onderzoek naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het FMI. In 2026 willen we de gemeenteraad voorstellen om vanaf 2027 structureel geld op te nemen voor de verordening Daadkrachtig Hardenberg. De uitkomsten van het Rekenkamer-onderzoek naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het FMI hebben we gebruikt om de verordening Daadkrachtig Hardenberg vorm te geven. In een apart document is de verordening Daadkrachtig Hardenberg opgenomen. Ten opzichte van het FMI hebben we de criteria en verantwoordingsverplichtingen van de verordening Daadkrachtig Hardenberg verduidelijkt. Ook hebben we de categorieën (A, B en C) aangepast, zodat de verordening Daadkrachtig Hardenberg beter aansluit bij aanvragen tot en met € 1.000,-. Dit is relevant, omdat er de afgelopen jaren veel aanvragen tot en met € 1.000,zijn ingediend. Met de drie nieuwe categorieën maken we de verordening Daadkrachtig Hardenberg toegankelijker en stimuleren we kleinschalige initiatieven. Initiatieven die in aanmerking komen voor de verordening Daadkrachtig Hardenberg hoeven niet in een dorpsvisie of samenwerkingsagenda te staan. Ook andere initiatieven, die voldoen 13
aan de criteria van de verordening Daadkrachtig Hardenberg, kunnen wij financieel ondersteunen. De gebiedsregisseur is verantwoordelijk voor de uitvoering van de verordening Daadkrachtig Hardenberg. We stellen geen voorwaarden op die ervoor zorgen dat het geld van de verordening Daadkrachtig Hardenberg evenredig over de kernen wordt verdeeld. Uit het Rekenkameronderzoek naar het FMI blijkt dat er sinds 2020 een onderbenutting is geweest van het FMI. Omdat we voor 2026 hetzelfde bedrag hebben opgenomen in de begroting als in de voorgaande jaren, veronderstellen we dat er voldoende financiële ruimte is om initiatieven uit verschillende kernen te ondersteunen. Bovendien past een evenredige verdeling van het geld niet bij de aard van de verordening Daadkrachtig Hardenberg. De verordening Daadkrachtig Hardenberg is bedoeld om initiatieven te ondersteunen die een positieve bijdrage kunnen leveren aan de lokale leefomgeving, ongeacht of dit een evenredige verdeling van het geld over de kernen tot gevolg heeft. Sinds 2024 houden we een intern subsidieregister bij, waarin we de toegekende en afgewezen aanvragen voor het FMI registeren. Dit subsidieregister zetten we voort voor de verordening Daadkrachtig Hardenberg. In lijn met de aanbeveling uit het Rekenkamer-onderzoek zorgen we ervoor dat dit subsidieregister ook beschikbaar komt via onze website.
Vier keer per jaar delen we via onze website een overzicht van alle toegekende en afgewezen aanvragen voor de verordening Daadkrachtig Hardenberg. Dit overzicht biedt inwoners, stichtingen en verenigingen de mogelijkheid om te zien welke initiatieven in andere kernen worden opgezet vanuit de verordening Daadkrachtig Hardenberg. Op deze manier kunnen zij inspiratie opdoen voor initiatieven in hun leefomgeving. Daarnaast vergroten we de bekendheid van de verordening Daadkrachtig Hardenberg door hier actief over te communiceren, bijvoorbeeld via onze online kanalen of publicaties in De Toren. We evalueren de verordening Daadkrachtig Hardenberg eens per drie jaar. Eind 2028 vindt de eerste evaluatie plaats. Hierbij gaan we uit van de situatie dat er vanaf 2027 structureel geld beschikbaar is gesteld voor de verordening Daadkrachtig Hardenberg. In de evaluatie staan we stil bij de doeltreffendheid en effecten van de verordening Daadkrachtig Hardenberg. Verder informeren we jaarlijks de gemeenteraad over de besteding van het geld van de verordening Daadkrachtig Hardenberg.
4.2 Kernbudget In het kernenbeleid staat dat we ook gaan werken met een kernbudget. Voor het kernbudget hebben we structureel € 75.000,- opgenomen in de begroting. Dit budget is bedoeld voor kleinschalige initiatieven, die niet in aanmerking komen voor de verordening Daadkrachtig Hardenberg. Een voorbeeld hiervan is het organiseren van een buurtfeest. Het budget is bovendien bedoeld om Plaatselijk Belangen en wijkverenigingen financieel te ondersteunen bij 14
vergaderkosten die zij maken. Het kernbudget wordt evenredig verdeeld over de Plaatselijk Belangen en wijkverenigingen. Alle Plaatselijk Belangen en wijkverenigingen ontvangen een minimumbedrag van € 500,-. De rest van het kernbudget wordt verdeeld over de Plaatselijk Belangen en wijkverenigingen naar rato van het aantal inwoners. De contactambtenaren maken het kernbudget over naar de Plaatselijk Belangen en wijkverenigingen. Zij bespreken in de reguliere overleggen met Plaatselijk Belangen en wijkverenigingen hoe het kernbudget wordt besteed. Tijdens de jaarlijkse avond die wordt georganiseerd voor alle Plaatselijk Belangen en wijkverenigingen, nodigen we alle bestuursleden van Plaatselijk Belangen en wijkverenigingen uit om te vertellen hoe zij het kernbudget hebben besteed. Dit onderdeel van de avond is niet alleen bedoeld om te horen hoe het kernbudget wordt besteed, maar ook om Plaatselijk Belangen en wijkverenigingen de kans te geven om van elkaars initiatieven te leren en elkaar te inspireren. We passen het kernbudget eens per drie jaar aan op basis van het aantal inwoners per dorp, kern of wijk. Dit doen we niet jaarlijks, omdat veranderingen in inwonersaantallen per jaar in verhouding minimaal zijn. De eerste aanpassing vindt begin 2029 plaats.
15
16