Bijlage 1 - RV Vaststellen Bestemmingsplan en MER Rollepaal (vastgesteld raad 23 maart 2021)
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer: Behandelaar: E-mail:
125491 Sandra Schurmann sandra.schurmann@hardenberg.nl
College:
16 februari 2021
Raad:
23 maart 2021
Onderwerp: Vaststellen Bestemmingsplan en MER Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart
DE GEMEENTERAAD WORDT VOORGESTELD TE BESLUITEN OM: 1. 2.
3.
te reageren op de ingekomen zienswijzen en adviezen zoals voorgesteld in het "Adviesverslag en Zienswijzenverslag Plan-MER en Bestemmingsplan Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart"; het bestemmingsplan " Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart" gewijzigd vast te stellen zoals voorgesteld in het adviesverslag en zienswijzenverslag. Overeenkomstig de bij dit besluit behorende kaarten, toelichting en regels en overeenkomstig de verbeelding in digitale vorm, zoals vervat in NL.IMRO.0160.0000BP00267-VG01; geen exploitatieplan vast te stellen, omdat het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is.
Inleiding De Plukon Food Group (hierna Plukon) is in Europa een van de grootste spelers op de markt van pluimveevlees en levert kipproducten en kant-en-klaarmaaltijden aan toonaangevende Europese food partners. Plukon heeft 27 vestigingen in zes landen en een personeelsbestand van ruim 6.500 medewerkers. Plukon heeft pluimveeslachterijen en bewerkings- en verpakkingsfabrieken in Nederland, Duitsland, België, Frankrijk, Spanje en Polen waar wekelijks 9 miljoen kippen worden geslacht en verwerkt. In Nederland heeft Plukon 5 vestigingen waaronder één in Dedemsvaart, aan de Langewijk 135. In Dedemsvaart genereert het bedrijf werk aan ca 400 fte. De afgelopen jaren is Plukon gegroeid in haar slachtactiviteiten en is de grens qua slachtcapaciteit van de geldende vergunning bereikt. Verdere groei in slachtcapaciteit is noodzakelijk om blijvend concurrerend te kunnen produceren. Tegelijkertijd worden door de overheid steeds strengere regels opgelegd met betrekking tot aanvoersystemen en slachttechnieken. Het verbeteren van dierenwelzijn vormt hierbinnen een belangrijk onderdeel. Dit vereist investeringen door het bedrijf. Op de huidige locatie wordt momenteel alleen geslacht. Plukon wenst deze activiteiten uit te breiden door in Dedemsvaart ook een verpakkingslijn te realiseren. Dit maakt het bedrijf flexibeler en meer compleet.
De groeiambitie gaat gepaard met een miljoeneninvestering en een verwachte werkgelegenheidstoename van ca 200-250 fte. Het bedrijf wil haar bedrijfsactiviteiten uitbreiden met verpakkings- en expeditieruimtes. De uitbreiding is gepland op circa 2 hectare van de voormalige Wehkamp-locatie aan de Langewijk/Rollepaal. Plukon heeft dit perceel al aangekocht. Tegelijkertijd met deze uitbreiding wil Plukon de productiecapaciteit in Dedemsvaart verhogen. Al met al neemt door deze uitbreiding de werkgelegenheid in Dedemsvaart flink toe. Ook geeft een goede invulling van de vrijgekomen Wehkamplocatie een impuls aan het
1
bedrijventerrein Rollepaal. De ambities van Plukon passen binnen de economische koers van de gemeente Hardenberg. De agro-food sector is een belangrijke economische sector. Het college van B&W heeft daarom al in maart 2014 besloten om medewerking te verlenen aan de uitbreiding van Plukon door de benodigde ruimtelijke procedures te doorlopen. De uitbreiding van Plukon past niet binnen het huidige bestemmingsplan Op 4 oktober 2016 heeft het college en op 15 november 2016 heeft de raad besloten dat, rekening houdende met overgenomen ingekomen inspraakreacties en adviezen, een ontwerpbestemmingsplan met MER kan worden opgesteld voor deze ontwikkeling. Voor realisatie van dit plan moeten de volgende procedures worden doorlopen: een MER-Beoordelingsprocedure, een Plan MER-Procedure, een bestemmingsplanprocedure en een procedure voor het verkrijgen van een vergunning in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), onderdeel bouw en milieu. Het Milieu Effect Rapport (MER) gaat in op de haalbaarheid en de milieueffecten van de gevraagde uitbreiding en maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan. Het doel van de MER-procedure is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. Planologisch kader De plek waar Plukon wil uitbreiden is onderdeel van het ‘bestemmingsplan Dedemsvaart’. Dit bestemmingsplan is op 17 februari 2014 vastgesteld.
Het plangebied heeft nu de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Verder is in het huidige bestemmingsplan geregeld dat hier een maximale bouwhoogte van 12 meter geldt. Op het noordelijke deel zijn bedrijven tot een milieucategorie 3.1 toegestaan. Op het zuidelijke deel zijn bedrijven met een milieucategorie tot en met 3.2 toegestaan. Een uitbreiding is in strijd met het geldende bestemmingsplan, omdat hierin is opgenomen dat (uitbreiding van) m.e.r.-plichtige en m.e.r.-beoordelingsplichtige bedrijven niet zijn toegestaan. Bovendien ligt een gedeelte van het bedrijf binnen de functieaanduiding bedrijf tot en met categorie 3.1, terwijl een slachterij een categorie 3.2 bedrijf is. Plukon heeft nu een vergunning voor het verwerken van 225.000 kippen per dag. Na de uitbreiding wil Plukon 360.000 kippen per dag verwerken. Dit komt overeen met een totale productiecapaciteit van 190.933 ton vlees per jaar. Bij een productiecapaciteit van meer dan 25.000 ton per jaar geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Uitbreidingen of inrichtingen die m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn, zijn volgens het bestemmingsplan niet toegestaan. Ook door deze verhoging van de productie past deze uitbreiding niet in het huidige bestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan en het milieueffectrapport Er is een nieuw bestemmingsplan gemaakt.
Ook is een m.e.r.-procedure doorlopen met als resultaat het milieueffectrapport (Plan-MER). U vindt het ontwerpbestemmingsplan en een Plan-MER als bijlage bij dit voorstel ter vaststelling. De coördinatieprocedure uit artikel 3.30 Wro is toegepast. Dit houdt in dat de bestemmingsplanprocedure met Plan-MER en de procedure tot verlening van de omgevingsvergunning voor de verhoging van de productiecapaciteit gezamenlijk zijn doorlopen. De Omgevingsvergunning voor de verhoging van de productiecapaciteit zal tegelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan door het college worden verleend. Eerder al hebben we een voorontwerp van het bestemmingsplan en de Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER ter inzage gelegd. De opmerkingen en adviezen die we hierop hebben ontvangen, hebben we goed verwerkt. Vervolgens hebben we het ontwerpbestemmingsplan met Milieueffectrapport en onderzoeken voorgelegd aan de Commissie voor de MER. Wij vragen u nu het bestemmingsplan met het Milieueffectrapport gewijzigd vast te stellen. De wijzigingen betreffen actualisaties van de onderzoeken en verduidelijking van het MER en borging van de gestelde randvoorwaarden in de bestemmingsplanregels.
Er zijn zienswijzen binnengekomen over het ontwerpbestemmingsplan en het MER, deze zijn samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie in het bijgevoegde zienswijzenverslag, verzocht wordt deze reactie over te nemen.
2
Beoogd effect Door medewerking te verlenen aan het plan wordt een bestaand bedrijf gefaciliteerd en op termijn nieuwe werkgelegenheid gecreëerd en is een groot deel van de vrijgekomen Wehkamplocatie opnieuw ingevuld. Argumenten Verloop procedure Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Burgemeester en wethouders van Hardenberg hebben op 28 juni 2016 bekend gemaakt dat op 21 juni 2016 is besloten dat op basis van de conclusies uit de aanmeldingsnotitie dat door Plukon geen milieueffectrapportage (Project-MER) hoeft te worden opgesteld, voordat door hen een definitieve beslissing wordt genomen op de aanvraag Omgevingsvergunning voor de totale geplande uitbreiding. Uit de rapporten blijkt dat de uitbreiding van de productiecapaciteit niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Ondanks dat er geen MER voor de omgevingsvergunningen hoeft te worden genomen is het bestemmingsplan op zichzelf wel (Plan)MER-plichtig. Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER In de notitie Reikwijdte en Detailniveau is omschreven welke specifieke milieueffecten die het bestemmingsplan voor de uitbreiding van Plukon met zich mee kan brengen moeten worden onderzocht in het Plan-MER.
In het Plan-MER zijn vervolgens onder andere de milieueffecten van de voorgenomen activiteit op het gebied van geur, geluid, volksgezondheid, verkeer en vervoer, luchtkwaliteit, externe veiligheid en flora en fauna, onderzocht en vergeleken. Tijdens de inzagetermijn van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER en het voorontwerp bestemmingsplan is aan diverse instanties en overlegpartners om advies gevraagd over de inhoud van het Milieueffectrapport behorende bij het bestemmingsplan. Ter inzagelegging voorontwerp bestemmingsplan en Notitie Reikwijdte en Detailniveau Vanaf woensdag 29 juni 2016 heeft de inspraakversie van het bestemmingsplan 'Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart' gedurende zes weken ter inzage gelegen. De laatste dag van de termijn was dinsdag 9 augustus 2016. Het besluit, de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling en de relevante stukken lagen tijdens de openingstijden ter inzage bij de Publieksdienst in het gemeentehuis te Hardenberg. Het besluit betreft een procedure ter voorbereiding van het besluit op de aanvraag voor een omgevingsvergunning activiteit milieu. Hiertegen is niet afzonderlijk bezwaar of beroep mogelijk. Wij hebben diverse instanties en overlegpartners om advies gevraagd over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen milieueffectrapport voor de Plan-MER. Er zijn 21 schriftelijke adviezen en inspraakreacties ontvangen.
19 adviezen en reacties zijn binnen de daarvoor gestelde termijn verzonden en kunnen daarom als tijdig ingediend worden aangemerkt. Twee inspraakreacties zijn te laat verzonden en ontvangen. Gezien het feit dat het ging om inspraak over het voorontwerpbestemmingsplan en er nog geen besluit is genomen mogen en kunnen deze te laat ingediende inspraakreacties nog wel inhoudelijk in behandeling worden genomen. Alle ingekomen adviezen en inspraakreacties zijn daarom wel voorzien van een gemeentelijke reactie. Op 4 oktober 2016 heeft het college en op 15 november 2016 heeft de raad besloten dat, rekening houdende met overgenomen ingekomen inspraakreacties en adviezen, een ontwerpbestemmingsplan met MER kan worden opgesteld. Het inspraakverslag is opgenomen als bijlage van het bestemmingsplan. Vooruitlopend op bovenstaande collegebesluiten, raadsbesluiten en ter inzageleggingen hebben wij de buurt inhoudelijk geïnformeerd door middel van inloopbijeenkomsten en besloten buurtbijeenkomsten. Daarnaast is tussentijds op verschillende momenten contact geweest met de vertegenwoordigers van de omwonenden van de Langewijk en Rollepaal, de wethouder en
3
Plukon waarbij de voortgang, inhoud en proces aan de orde kwamen. Deze bijeenkomsten hebben plaatsgevonden in juni 2016, maart 2017, december 2017, september, november en december 2018, januari 2019 en juli 2020. Omwonenden zijn bezorgd Op 5 oktober 2017 hebben omwonenden hun zorgen over de ontwikkelingen van het bedrijf Plukon benadrukt in een brief aan het college van B&W. Zij vragen in de brief om verplaatsing van Plukon en de uitbreiding niet plaats te laten vinden op de huidige locatie. Op 8 november 2017 heeft het college van B&W deze brief beantwoord. In de brief geeft het college aan dat de gemeente doorgaat met de planologische procedure voor uitbreiding van het bedrijf op de huidige locatie. Op 7 juli 2020 is er een buurtbijeenkomst geweest. Hierin hebben wij de voortgang van de procedure besproken en vragen van de buurt beantwoord. De vragen die we deze bijeenkomst niet direct konden beantwoorden zijn later schriftelijk beantwoord. Tenslotte hebben wij op 12 februari 2021 een gezamenlijke inhoudelijke reactie ontvangen van de buurtbewoners over de recent uitgevoerde onderzoeken naar de huidige geluidsbelasting van Plukon en de het geluidonderzoek en geuronderzoek naar de toekomstige situatie die het nieuwe bestemmingsplan met MER mogelijk maakt.
Deze schriftelijke reactie kan worden aangemerkt als een inspraakreactie over de beoogde besluitvorming door college en gemeenteraad. Deze reactie is toegevoegd bij het raadsvoorstel. Reactie op brief omwonenden Inhoudelijk brengt de inspraakreactie van omwonenden aangaande de vaststelling van het bestemmingsplan geen nieuwe zaken aan het licht. Omwonenden hebben eind 2018 een zienswijze ingediend over het ontwerpbestemmingsplan met MER. De inspraakreactie van 12 februari 2021 is een herhaling daarvan. Deze brief betreft, aangaande de stukken behorende bij het bestemmingsplan, geen vernieuwde inzichten of feiten. Inhoudelijk worden dezelfde zaken benoemd als in de ingediende zienswijze (locatie en vrees voor een toename aan geur- en geluidshinder in de toekomst). De gemeentelijke reactie op de zienswijze van de bewoners, zoals opgenomen onder nr. 3 van het zienswijzenverslag kan daarmee ook worden vastgesteld als het antwoord op deze inspraakreactie. Ook wordt gesteld dat de recent uitgevoerde onderzoeken naar de huidige feitelijke geluidsbelasting niet juist zijn uitgevoerd. Dit is incorrect. De onderzoeken naar de huidige feitelijke geluidsbelasting is uitgevoerd door een gerenommeerd onderzoeksbureau. Daarnaast hebben wij dit nogmaals laten onderzoeken door de Omgevingsdienst IJsselland. De onderzoeken laten een worst-case scenario zien, die jaarrond hetzelfde zal zijn.
Uit de onderzoeken naar de huidige geluidsbelasting blijkt dat het bedrijf voldoet aan de gestelde normen en voorwaarden binnen de huidige (milieu)vergunning. Geconcludeerd kan worden dat onderzoeken behorende bij vast te stellen bestemmingsplan met MER juist zijn en dat de onderzoeken naar de huidige situatie op een correcte wijze zijn uitgevoerd en goed beeld geven van de uitgangssituatie. Besluitvorming over start ruimtelijke procedures Op de ruimtelijke procedure wordt de coördinatieprocedure (artikel 3.30 Wro) toegepast. Dit houdt in dat de bestemmingsplanprocedure met Plan-MER en de procedure tot verlening van de omgevingsvergunning voor de verhoging van de productiecapaciteit gezamenlijk worden doorlopen. Op 4 juli 2017 heeft het college ingestemd met het starten van de bestemmingsplanprocedure. Omdat de omgevingsvergunning van de productieverhoging toen nog niet volledig was, zijn alle stukken in 2018 opnieuw aan het college aangeboden. Op 9 oktober 2018 besloot het college om de volgende stukken ter inzage te leggen: ontwerpbestemmingsplan ‘Dedemsvaart, Langewijk 135’ met Plan-MER; ontwerp omgevingsvergunning voor de productieverhoging. In het ontwerpbestemmingsplan en het milieueffectrapport zijn de opmerkingen en adviezen over het voorontwerpbestemmingsplan en de Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER goed verwerkt.
4
Toetsing door Commissie MER Wij hebben het ontwerpbestemmingsplan met Milieueffectrapport en onderzoeken voorgelegd aan de Commissie voor de Milieueffectrapportage. Wij hebben de Commissie gevraagd het MER te toetsen. Dit gebeurde gelijktijdig met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Naar aanleiding van het advies van de commissie MER hebben wij het rapport op bepaalde punten aangevuld. Hierdoor moet het bestemmingsplan gewijzigd worden vastgesteld. Het advies van de Commissie is als bijlage van het bestemmingsplan toegevoegd. Verderop in dit voorstel gaan wij nader in op de toetsing door de Commissie MER. Inwinnen van verplicht advies Wij hebben de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan met Plan-MER en omgevingsvergunning opnieuw kenbaar gebracht bij de verplichte adviesorganen en de GGD. De partijen die eerder een advies hebben uitgebracht zijn zo opnieuw geconsulteerd. Terinzagelegging Vanaf woensdag 24 oktober 2018 lag het ontwerpbestemmingsplan ‘Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart’ gedurende zes weken ter inzage gelegen. Dit is op 23 oktober 2018 bekend gemaakt op onze website, in de Staatscourant en het huis-aan-huisblad. De laatste dag van termijn was dinsdag 4 december 2018.
Gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan en de milieueffectrapportage voor de totale toekomstige uitbreidingsplannen lag de ontwerp-omgevingsvergunning voor vergroting van de productiecapaciteit van 225.000 kippen per dag naar 360.000 kippen per dag ter inzage. Tijdens deze periode is er één gezamenlijk advies binnengekomen van de GGD en de Veiligheidsregio. Er zijn 3 (al dan niet gezamenlijke) afzonderlijke zienswijzen ontvangen binnen de periode. Daarbij zat 1 pro-forma zienswijze die binnen de gestelde termijn is aangevuld. Als bijlage van dit voorstel ontvangt u het zienswijzenverslag. Daarin staan ook de wijzigingen van het bestemmingsplan naar aanleiding van het toetsingsadvies van de Commissie MER. Toetsing Commissie voor de Milieueffectrapportage (commissie MER) De commissie MER heeft een positief advies afgegeven over het Milieueffectrapport voor de uitbreiding van de pluimveeslachterij Plukon aan de Langewijk 135 te Dedemsvaart. Met dit positieve advies kan de bestemmingsplanprocedure nu worden afgerond. De commissie vraagt de gemeente enkele punten te betrekken in de besluitvorming over het bestemmingsplan. Dit betreft geen essentiële tekortkomingen, waardoor het MER geen aanpassing behoeft op deze punten.
Deze aandachtspunten voor de besluitvorming betreffen de volgende 4 aspecten en hebben wij overgenomen in de vast te stellen stukken (bestemmingsplan met MER en bijlagen): 1. Stikstof: De Commissie merkt op dat uit het Aerius-rapport over de stikstofdepositie niet duidelijk wordt of de eventuele stikstofemissie uit het slib van de afvalwaterzuivering is opgenomen in de berekening. Naar de verwachting van de Commissie komt de stikstof vooral vrij bij compostering of thermische droging, wat hier niet het geval is. De Commissie beveelt daarom aan om bij de besluitvorming te verhelderen wat het slib uit de waterzuiveringsinstallatie bijdraagt aan de stikstofdepositie. De berekende toename van stikstofdepositie komt door interne saldering (toepassen geurreductiekast of filter) per saldo uit op 0.0 mol/ha/jr. Het MER bevat hiermee voldoende informatie over stikstofdepositie. 2. Geur: Het is nog onduidelijk of de slibontwatering en -opslag is meegenomen in de berekening van de geurkentallen en het luchtdebiet van de waterzuivering. Wanneer dit niet het geval is, zou sprake kunnen zijn van een enigszins hogere geuremissie dan in het geurrapport berekend (0,47 OU/m3). Het lijkt echter aannemelijk dat de vergunde waarde van 0,55 OU/m3 in die situatie niet wordt overschreden.
De Commissie beveelt aan om voorafgaand aan besluitvorming te verduidelijken hoe in het ontwerp van de luchtafzuig- en luchtbehandelinstallatie rekening is gehouden met de slibbehandeling en -opslag.
5
3.
4.
Geluid (verkeer): het voornemen leidt tot een geluidsverbetering voor meerdere woningen aan de Moerheimstraat (min 2dB), terwijl voor drie woningen aan de Rollepaal een verslechtering optreedt (plus 2dB). In het eerdere onderzoek werd een af- en toename berekend van -12,5 dB(A) tot 9,2 dB(A). Het verschil in af- en toename is mogelijk een gevolg van het gebruik van reëlere uitgangspunten voor het aantal vrachtwagenbewegingen, een gewijzigde rekenmethode en verandering in toetspunten. De Commissie beveelt aan om dit nog te verhelderen bij de besluitvorming. Geluid (industrie): Ten opzichte van het eerdere onderzoek (Bosman Bedrijfsadvies) naar de bedrijfsactiviteiten van Plukon is een deel van de uitgangspunten gewijzigd. De representatieve situatie is geactualiseerd. Daarom zijn nieuwe geluidsmetingen uitgevoerd aan alle akoestische maatgevende bedrijfsonderdelen. Plukon heeft namelijk het voornemen om de nieuwe ontvangstruimte voorafgaand aan het tussenscenario te realiseren om daarmee intern ruimte te geven aan de nieuwe slachtmethode. De nieuwe ontvangstruimte was in het voorgaande onderzoek onderdeel van het eindscenario. Nu de realisatie wordt vervroegd, is deze al gerealiseerd voordat sprake is van uitbreiding van de slachtcapaciteit. De Commissie beveelt aan om deze uitgangspunten bij de besluitvorming te verifiëren.
Doorgevoerde aanpassingen naar aanleiding van de opmerkingen van de Commissie Ad 1) De veronderstelling van de commissie dat geen sprake is van de compostering of thermische droging klopt. De commissie vraagt te verduidelijken dat eventuele stikstofemissie uit het slib van de afvalwaterzuivering is opgenomen in de berekening. Het slib wordt in vrachtwagens afgevoerd naar een vergister. In de Aeriusberekening zijn 2 ritten heen en 2 ritten terug per dag opgenomen voor de afvoer van slib vanwege de afvalwaterzuivering. Dit is een worst case berekening. In praktijk zal ongeveer 1x per week een vrachtwagen rijden. De conclusie is dat de eventuele stikstofemissie uit het slib past binnen de berekening die is opgenomen in het MER. Ad 2) De commissie geeft aan dat het nog onduidelijk is of de slibontwatering en -opslag is meegenomen in de berekening van de geurkentallen en het luchtdebiet van de waterzuivering. Het is nog niet bekend of Plukon slib gaat ontwateren. Verdere slibverwerking bij Plukon is onwaarschijnlijk gezien de kleine schaalgrootte. De geuremissie t.g.v. slibopslag en ontwatering is berekend op basis van de kentallen die de overheid hanteert voor biologische afvalwaterzuiveringssystemen.
De emissie van de biologische zuiveringsinstallatie en de slibopslag en verwerking samen ligt nog ruim lager dan de geuremissie die Plukon in 2016 in de vergunningaanvraag heeft gehanteerd voor de biologische zuivering en waar de waar de geurbelasting van 0,47 OUe/m3 als 98 percentiel op is gebaseerd. De slibopslag en eventuele ontwatering zal niet leiden tot een hogere geurbelasting dan in de aanvraag van 2016 is berekend. De geur van de slibopslag, de ontwatering en de tankwagen die het slib ophaalt, kan eenvoudig via de nieuwe schoorsteen worden afgevoerd. De conclusie is dat de slibontwatering en opslag past binnen de berekening die is opgenomen in het MER. Ad 3) In het eerdere onderzoek werd een af- en toename berekend van -12,5 dB(A) tot 9,2 dB(A). De commissie stelt dat het verschil in af- en toename mogelijk een gevolg is van het gebruik van reëlere uitgangspunten voor het aantal vrachtwagenbewegingen, een gewijzigde rekenmethode en verandering in toetspunten en beveelt aan dit te verhelderen bij de besluitvorming. De gevraagde wijziging van Plukon zorgt voor een toename van het verkeer van en naar het bedrijf dat ook een nieuwe route gaat rijden over de nieuwe invalsweg.
De Commissie heeft hiervoor twee verschillende onderzoeken ontvangen; het onderzoek van Bosman Bedrijfsadvies (Kenmerk T.19.005.v3 van juni 2019) en het onderzoek van DGMR (Kenmerk M.2019.0399.04.R001 van 9 april 2020). Met het onderzoek van DGMR is het onderzoek van Bosman Bedrijfsadvies komen te vervallen. Bij de beoordeling heeft de Commissie opgemerkt dat de beschreven toenamen tussen beide rapporten nogal verschillen en ze heeft hiervoor gevraagd om verheldering voor de besluitvorming. Dit rapport van Bosman Bedrijfsadvies is dus ingetrokken en niet meer van toepassing. De reden voor een nieuw
6
onderzoek zijn de geactualiseerde uitgangspunten en de toetsingsadviezen van de Commissie MER. Dit maakt dat besloten is dit onderdeel opnieuw te onderzoeken. De verschillen in beoordeling worden voornamelijk veroorzaakt door een verschil in de gehanteerde methodiek. In het onderzoek van Bosman Bedrijfsadvies is alleen de geluidsbelasting vanwege het verkeer van Plukon beschouwd. In het onderzoek van DGMR is de geluidsbelasting vanwege het verkeer van Plukon beschouwd in relatie tot de geluidsbelasting van het overige verkeer. Deze onderzoeksaanpak maakt de gevolgen van de verandering van Plukon op de omgeving beter inzichtelijk. De oorspronkelijke bevindingen waren daarmee niet onjuist, maar zijn voor een transparant inzicht en een goede bestuurlijke afweging in de juiste context geplaatst. Ad 4) Plukon heeft het voornemen om de nieuwe ontvangstruimte voorafgaand aan het tussenscenario te realiseren om daarmee intern ruimte te geven aan de nieuwe slachtmethode. De nieuwe ontvangstruimte was in het voorgaande onderzoek onderdeel van het eindscenario. Nu de realisatie wordt vervroegd, is deze al gerealiseerd voordat sprake is van uitbreiding van de slachtcapaciteit. De Commissie heeft gevraagd om deze uitgangspunten te verifiëren. De vervroegde realisatie van de ontvangstruimte is een ontwikkeling die past binnen het geldende bestemmingsplan en de geldende milieuvergunning.
Door de realisatie van de ontvangstruimte neemt de slachtcapaciteit niet toe ten opzichte van de momenteel vergunde slachtcapaciteit. Plukon heeft voor deze verandering een milieuneutrale melding (art 3.10 lid 3 Wabo) ingediend. DGMR heeft een aanvullend akoestisch onderzoek uitgevoerd gerapporteerd in de oplegnotitie met kenmerk M2019039904N001 van 15 april 2020. In de opleg-notitie van DGMR is aangetoond dat deze wijziging voor het aspect geluid niet zorgt voor een toename van de geluidbelasting op de omgeving. Deze verandering past binnen de geluidvoorschriften van de geldende milieuvergunning. De oplegnotitie is beoordeeld als goed en duidelijk. Wel is gevraagd om extra technische achtergrondinformatie bij het akoestische onderzoek van de oplegnotitie waarmee het uitgevoerde onderzoek te verifiëren is. DGMR heeft hiervoor een bijlagenrapport opgesteld met de technische achtergrond van de rekenmodellen gebruikt voor de oplegnotitie. Hiermee is het mogelijk de gevraagde verificatie van de uitgangspunten uit te voeren. Conclusie Kortom, het vast te stellen Milieueffectrapport voor de uitbreiding van de pluimveeslachterij Plukon aan de Langewijk 135 te Dedemsvaart houdt rekening met de gevraagde aanbevelingen door de commissie MER.
De gemeente heeft, onder toezending van een memo, op 2 juni 2020 een reactie gegeven op de aanbevelingen van de Commissie over stikstof, geur en verkeergeluid en geluidshinder van bedrijfsactiviteiten. Na het gesprek op 2 juni is op advies van de Commissie de toelichting op de gewijzigde uitgangspunten van de bedrijfsactiviteiten onder punt 4 aangevuld. Risico's en kanttekeningen Het plan betrefteen particulier initiatief waarbij het risico volledig bij initiatiefnemer ligt. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Het is mogelijk dat uw raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het dit geval is een exploitatieovereenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Hardenberg. In deze overeenkomst is het risico van planschade opgenomen, zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.
7
Financiën Kostenverhaal vindt plaats op basis van een Exploitatieovereenkomst waarin ook een planschadeverhaalovereenkomst is opgenomen. Alle kosten rondom deze ontwikkeling, zoals procedurekosten en planschadekosten zullen worden verhaald op initiatiefnemer. De gemeente heeft met Plukon een koopovereenkomst gesloten voor de verkoop van grond. Het betreft de gronden van de Fahrenheitstraat die aan de openbaarheid wordt onttrokken. De verkoop van de voormalige Wehkampgronden is verlopen via de Herstructureringsmaatschappij Overijssel (HMO). De nieuwe ontsluitingsweg is inmiddels gerealiseerd en bekostigd door HMO. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld en de omgevingsvergunning is verleend zal de nieuwe route opengesteld worden. Verwerking persoonsgegevens N.v.t. Communicatie Op diverse momenten en op verschillende wijze is over dit plan gecommuniceerd met de omgeving. Daarnaast hebben wij de Commissie MER gevraagd het MER te toetsen en het plan voorgelegd aan de verplichte adviesorganen en onze ketenpartners waaronder de Provincie, Waterschap, Veiligheidsregio en de GGD. Besloten is de gemeentelijke coördinatieregeling toe te passen. Deze regeling maakt het mogelijk om de procedure voor de omgevingsvergunning en het bestemmingsplan te combineren. Dit betekent dat de voorbereiding, bekendmaking en vaststelling van de besluiten worden gebundeld.
Tegen de vaststelling van de besluiten (het bestemmingsplan met MER en de omgevingsvergunning) dient in één keer beroep te worden ingesteld bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Uitvoering Zowel beleidsmatig, milieutechnisch, ruimtelijk als financieel zijn er geen belemmeringen om de planologische procedure af te ronden. Besloten is de gemeentelijke coördinatieregeling toe te passen. Deze regeling maakt het mogelijk om de procedure voor de omgevingsvergunning en het bestemmingsplan te combineren. Dit betekent dat de voorbereiding, bekendmaking en vaststelling van de besluiten worden gebundeld. Tegen de vaststelling van de besluiten (het bestemmingsplan met MER en de omgevingsvergunning) dient in één keer beroep te worden ingesteld bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De indieners van de zienswijzen en de adviesorganen krijgen een afschrift van het vaststellingsbesluit, het zienswijzenverslag met daarin de beantwoording en de gewijzigd vastgestelde stukken (Bestemmingsplan met MER en bijlagen). Ook worden zij geïnformeerd over de verlening van de omgevingsvergunning en de wijze waarop zij beroep kunnen instellen over de vaststelling van het bestemmingsplan met MER, de behandeling van de zienswijzen en adviezen en de verlening van de omgevingsvergunning voor de productieverhoging.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg, Secretaris,
Burgemeester,
I.A.A. Oostmeijer-Oosting
M.W. Offinga
8
Bijlagen - Vaststellingsbesluit (hierboven in tekstvak raadsbesluit geplakt) - Vast te stellen bestemmingsplan Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart incl. bijlagen, waaronder het Milieueffectrapport (Plan-MER) - Zienswijzenverslag incl. bijlagen, waaronder de ingekomen zienswijzen en adviezen - Toetsingsadvies Commissie MER - Inspraakreactie buurtbewoners 12 februari 2021
9
Raadsbesluit Zaaknummer:
125491
Onderwerp: Vaststellen Bestemmingsplan en MER Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart
De raad van de gemeente Hardenberg; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 februari 2021; Gelet op de raad van de gemeente Hardenberg; Overwegende dat: Het ontwerp van het bestemmingsplan "Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart" met de daarbij behorende bijlagen en het MER vanaf 24 oktober 2018 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage heeft gelegen en een ieder tijdens deze termijn schriftelijk of mondeling een zienswijze kenbaar kon maken; van deze mogelijkheid gebruik is gemaakt door 4 indieners; Gelet op het bepaalde in artikel 3.8, lid i, sub e van de Wet ruimtelijke ordening; Besluit: Met overname van de motivering vervat in het voorstel van burgemeester en wethouders: 1. te reageren op de ingekomen zienswijzen en adviezen zoals voorgesteld in het "Adviesverslag en Zienswijzenverslag Plan-MER en Bestemmingsplan Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart"; 2. het bestemmingsplan " Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart" gewijzigd vast te stellen zoals voorgesteld in het adviesverslag en zienswijzenverslag. Overeenkomstig de bij dit besluit behorende kaarten, toelichting en regels en overeenkomstig de verbeelding in digitale vorm, zoals vervat in NL.IMRO.0160.0000BP00267-VG01; 3. geen exploitatieplan vast te stellen, omdat het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardenberg van 23 maart 2021. De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
M.W. Offinga F.G.S. Droste
1 0
1 1