CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Aanvulling MER (Geanonimiseerd)

gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente HardenbergBij agendapunt: Besluit tot wijziging van het omgevingsplan voor Rollepaal Oost11.370 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Na realisatie kan het terrein extensief worden beheerd, met een ruigere vegetatie die dieper wortelt en beter bestand is tegen langdurige droogte. Door voldoende groeiruimte te reserveren, de bodemkwaliteit te verbeteren en te kiezen voor klimaatbestendige, streekeigen boomsoorten kan de aanplant tientallen jaren meegaan en bijdragen aan een groene, gezonde en veerkrachtige werkomgeving. Ook bij de invulling van de kavels is duurzaamheid het uitgangspunt. De gemeente kan bedrijven stimuleren om

25/30

circulair te bouwen door hierover afspraken te maken bij de grondverkoop, bijvoorbeeld via het gebruik van herbruikbare of cradle-to-cradle-materialen, een materialenpaspoort of het toepassen van losmaakbare constructies. Regenwater dat op het terrein valt, kan worden opgevangen en hergebruikt voor het bewateren van groen of het doorspoelen van toiletten, zodat het drinkwaterverbruik wordt beperkt. Daarnaast is het van belang om oververhitting van gebouwen te voorkomen door groene daken en gevels toe te passen, open verharding te gebruiken en natuurlijke ventilatie in de nacht mogelijk te maken. Ook in de mobiliteit kan winst worden behaald. Door het terrein goed aan te sluiten op het fietsnetwerk en bedrijven te stimuleren deelauto’s of deelfietsen aan te bieden, kan het gebruik van langzaam en duurzaam vervoer worden vergroot en neemt de verkeersdruk af. De inrichting van het terrein biedt bovendien kansen voor natuurinclusief bouwen. Door gebouwen zo te ontwerpen dat ze ook leefruimte bieden aan soorten als de zwarte roodstaart, scholekster en gewone dwergvleermuis, wordt het bedrijventerrein onderdeel van een breder netwerk van groene leefgebieden. Tegelijk blijft een goede landschappelijke inpassing van groot belang.

Door duidelijke beeldkwaliteitscriteria op te nemen kan worden gestuurd op de vormgeving van de bebouwing zodat het ontstaan van ‘grijze dozen’ kan worden voorkomen. Draagt het plan bij aan het behalen van doelen? Naast de toetsing van het planvoornemen, varianten en alternatieven aan de effecten op de omgeving, is het van belang om te toetsen aan de doelen die gemeente en provincie hebben gesteld aan het bedrijventerrein. Rollepaal Oost voldoet in grote lijnen aan de doelen die gemeente en provincie hebben gesteld voor een toekomstbestendig bedrijventerrein. Het plan biedt ruimte aan bedrijven tot en met milieucategorie 4.2 en aan de uitbreiding van het verdeelstation van Enexis en TenneT. Water en bodem vormen de basis voor de inrichting: regenwater wordt lokaal opgevangen en geïnfiltreerd, het terrein wordt groen en klimaatbestendig ingericht. Bedrijven worden gestimuleerd circulair te bouwen en zorgvuldig met grondstoffen om te gaan. Het terrein krijgt geen gasaansluiting en alle daken worden geschikt gemaakt voor zonnepanelen, zodat zoveel mogelijk duurzame energie kan worden opgewekt. Door de aanleg van een grondwal met bomen en struiken wordt het bedrijventerrein grotendeels aan het zicht onttrokken en worden geluid en licht beperkt.

De ruimte wordt efficiënt gebruikt en de inrichting sluit aan bij de provinciale ambities voor een gezonde, duurzame en toekomstgerichte werkomgeving. Onzekerheden In het milieueffectrapport blijven op enkele punten nog onzekerheden bestaan. Het verkeersonderzoek is gebaseerd op verkeersmodellen en kengetallen, waardoor de werkelijke verkeersbewegingen iets kunnen afwijken. Ook bij externe veiligheid zijn nog onduidelijkheden, omdat het type bedrijven en de exacte locatie van een mogelijk waterstoftankstation nog niet vaststaan. Voor energie zijn aannames gedaan op basis van gemiddelde cijfers; de uiteindelijke energievraag en -opbrengst hangen af van de bedrijven die zich daadwerkelijk vestigen. Tot slot zijn geluid, luchtkwaliteit en stikstof met modellen berekend, wat altijd een beperkte marge van onzekerheid met zich meebrengt.

4.10 Wat komt er na het MER? Gemeenten moeten een advies vragen aan de Commissie m.e.r. als het plan-MER geschreven is. De Commissie beoordeelt dan of alle informatie in het MER aanwezig is om een besluit te kunnen nemen waarbij het milieu volwaardig wordt meegewogen. Dit advies is reeds gepubliceerd, zie https://www.commissiemer.nl/adviezen/3943. De gemeente stelt de wijziging van het omgevingsplan op. Hierbij wordt het voorkeursalternatief doorvertaald in het omgevingsplan. In het omgevingsplan voor Rollepaal Oost worden specifieke milieuregels vastgelegd die zorgen voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het terrein. Voor geur wordt aangesloten bij het provinciale geurbeleid van Overijssel. Voor geluid gelden aangepaste kavelemissies van 59 dB(A)/m² in het noordelijk deel en 63 tot 63,5 dB(A)/m² in het zuidelijk deel. Lichthinder wordt beperkt door voorschriften voor verlichting op het terrein. Het bedrijventerrein wordt aardgasvrij ingericht; het gebruik van brandstof aangedreven machines wordt in de gebruiksfase verboden, met uitzondering van verkeer. Tot slot worden regels opgenomen die natuurinclusief bouwen stimuleren, zodat ook gebouwen zelf kunnen bijdragen aan biodiversiteit en een groene leefomgeving.

26/30

Bij de Omgevingswet is de gemeente verplicht de effecten te meten en te beoordelen. Dit heet monitoring en evaluatie. Voor Rollepaal Oost wordt een monitoringsprogramma opgezet om te volgen of de verwachte milieueffecten juist zijn ingeschat en of de maatregelen effectief werken. Als blijkt dat effecten sterker zijn dan voorzien, kan tijdig worden bijgestuurd. Monitoring richt zich vooral op verkeer, geluid, energie en lichthinder. Voor verkeer worden intensiteiten en kruispunten gevolgd en wordt gekeken of maatregelen tegen sluipverkeer op de Stegerensallee effect hebben. Geluid en lichthinder worden bewaakt via meldingen bij de gemeente en omgevingsdienst. Voor energie wordt bijgehouden hoe vraag en aanbod zich ontwikkelen en of de duurzame energievoorziening aansluit bij de werkelijke behoefte. Zo ontstaat inzicht in de ontwikkeling van het terrein en kan de gemeente waar nodig aanvullende maatregelen nemen om de leefkwaliteit te waarborgen.

4.11 Leeswijzer MER Dit milieueffectrapport (MER) beschrijft de milieugevolgen van de uitbreiding van bedrijventerrein Rollepaal Oost in Dedemsvaart. Het rapport ondersteunt de besluitvorming over het omgevingsplan en geeft inzicht in de effecten van het planvoornemen, de onderzochte alternatieven en varianten. In hoofdstuk 1 wordt de aanleiding van het plan toegelicht en wordt uitgelegd waarom een milieueffectrapport is opgesteld. Ook wordt ingegaan op de relatie met beleidskaders van gemeente, provincie en rijk. Hoofdstuk 2 beschrijft het Rijks, provinciaal en gemeentelijk beleid. In Hoofdstuk 3 wordt de huidige situatie en autonome ontwikkeling van het gebied samengevat als referentie voor de effectbeoordeling. In hoofdstuk 4 is het planvoornemen toegelicht en zijn de onderzochte alternatieven en varianten uitgewerkt, waaronder het alternatief met lichtere bedrijvigheid, de varianten voor de grondwal, de bedrijfswoning Schutwijk 2 en het scenario van een zuidelijke ontsluiting op de N36. Hoofdstuk 5 bevat de onderzoeksopzet waaronder de manier van beoordelen. Hoofdstuk 6-16 bevat de beoordeling van de milieueffecten per thema, zoals verkeer, geluid, luchtkwaliteit, natuur, water, landschap en gezondheid. In hoofdstuk 17 worden effecten van het planvoornemen en varianten, en de alternatieven worden onderling vergeleken.

Hier op volgens is de keuze van het voorkeursalternatief toegelicht en wordt ingegaan op het doelbereik: de toetsing van het voorkeursalternatief aan de gemeentelijke en provinciale ambities voor een toekomstbestendig, duurzaam en zorgvuldig ingericht bedrijventerrein. Er is een overzicht opgenomen van mitigerende maatregelen die nodig zijn om negatieve effecten te beperken of te voorkomen. Ook bevat dit hoofdstuk aanbevelingen om het bedrijventerrein duurzaam, klimaatbestendig en natuurinclusief in te richten. Het hoofdstuk sluit af met een overzicht van resterende onzekerheden (leemten in kennis) en een samenvatting van de belangrijkste conclusies. In hoofdstuk 18 is het monitoringsprogramma beschreven. Dit programma maakt het mogelijk om de te volgen of de voorspelde milieueffecten juist zijn ingeschat en of de genomen maatregelen in de praktijk effectief zijn. De afzonderlijke bijlagen bevatten de onderliggende onderzoeken en berekeningen voor de verschillende milieuthema’s.

27/30

5. REACTIE OP AANBEVELINGEN CMER VOOR HET VERVOLG Commissie benoemd enkele aandachtspunten voor het vervolg. Zij wil met onderstaande aanbevelingen een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de verdere besluitvorming. De opmerkingen in dit hoofdstuk hebben geen betrekking op ontbrekende essentiële informatie. In dit hoofdstuk wordt per aanbeveling aangegeven hoe hier mee om wordt gegaan. De aanbevelingen van de Cmer zijn geciteerd.

5.1

Aanbeveling opstellen van strategie voor lange termijn

De Commissie merkt op dat de ruimte voor uitbreiding en/of transformatie op het bestaande bedrijventerrein lastig te beoordelen is, omdat kaartmateriaal en illustraties daarvan ontbreken. Wel lijkt efficiënter ruimtegebruik op het bestaande terrein mogelijk, gegeven de aanwezigheid van functies als een zonnepark en een fietscrossbaan. Mede gezien de behoefte aan ruimte voor bedrijvigheid en de beperkingen voor toekomstige uitbreidingen, beveelt de Commissie aan om een strategie te ontwikkelen voor het bedrijventerrein voor de langere termijn, met kwaliteitsverbetering en optimalisatie van het ruimtegebruik van het gehele bedrijventerrein Rollepaal als uitgangspunt. Reactie: De gemeente heeft de laatste jaren ingezet op verduurzaming en herstructurering van het huidige bedrijventerrein Rollepaal. Er is in 2018 een subsidie afgegeven door de provincie voor de herstructurering van het bedrijventerrein. Daarnaast heeft het bedrijventerrein een voucher van 20.000 euro gewonnen voor vergroening van het bedrijventerrein (Natuur voor Elkaar).

5.2

Aanbeveling variant voor grondwal

De Commissie begrijpt de maatschappelijke en politieke wens om het bedrijventerrein af te schermen, maar vindt de huidige inrichting van de bufferzone niet overtuigend. Er zijn geen varianten onderzocht waarbij de grondwal dichter op de bedrijven wordt gerealiseerd. De wal zou dan waarschijnlijk effectiever zijn tegen geluidhinder en een minder grote ingreep zijn in het landschap. De Commissie beveelt aan om voor de verdere uitwerking van het ontwerp een variant uit te werken voor de bufferzone waarin de grondwal zo dicht mogelijk bij het bedrijventerrein wordt gesitueerd. Dit kan effectiever zijn voor het beperken van geluid- en lichthinder, en creëert daarnaast ruimte voor een aantrekkelijke en sociaal veilige parkzone met water, natuur en wandelpaden die beter aansluit bij het landschapstype. Reactie: De keuze voor de grondwal rondom het industrieterrein is gemaakt vanwege de motie vanuit de gemeenteraad waarin is aangegeven dat het zicht op het industrieterrein vanuit de omgeving wordt beperkt. Wanneer de grondwal rondom de directe bedrijfskavels wordt gerealiseerd heeft dit negatieve gevolgen voor het zicht op het bedrijventerrein vanuit de omliggende woningen.

We begrijpen de insteek van de Commissie dat een grondwal op korte afstand van geluidbronnen een groter effect heeft op het beperken van de geluidsbelasting, maar naast industrielawaai is hier ook sprake van wegverkeer. Wanneer de grondwal rondom de bedrijfskavels wordt gerealiseerd, zijn naar verwachting de negatieve effecten van straatverlichting (lichthinder) en geluid groter. Daarnaast heeft een grondwal rondom het terrein vanuit natuur een sterke voorkeur aangezien er een aaneengesloten brede natuurzone ontstaat die vrij is van verstoring en hierdoor ook voor de werknemers/bezoekers aantrekkelijker is om te wandelen/fietsen. Het betreft hier geen hoofdontsluiting voor wandelaars of fietsers en wordt derhalve niet verlicht, hiermee wordt gebruik in de avondperiode ontmoedigd.

5.3

Varianten energievoorziening

Er zijn geen andere varianten voor de energievoorziening onderzocht. Uit het MER blijkt wel dat de inzet op zonne-energie op daken niet voldoende is om te voorzien in een stabiele energieopbrengst jaarrond. Een combinatie met een andere energiebron is hierdoor noodzakelijk om zelfvoorzienend te zijn. Hierbij wordt een combinatie met WKO-installaties genoemd, of het plaatsen van windturbines op grotere afstand. Aangegeven is dat hiervoor (in aanvulling op de thans beschikbare

28/30

onderzoeken) nader onderzoek noodzakelijk is. De Commissie beveelt aan om tijdig te starten met het onderzoeken van de mogelijkheden voor de energievoorziening. Reactie: De gemeente gaat nader onderzoeken welk energiesysteem het meest geschikt is voor Rollepaal Oost.

5.4

Geluidhinder

Gezondheid (cumulatie geluid, aanvaardbaarheidsbeoordeling) De Commissie vindt het positief dat in het MER een afzonderlijke uitwerking voor het thema gezondheid is opgenomen. Het MER stelt dat cumulatie van geluid, gelet op de situering van de gevels van de dichtbijgelegen woningen ten opzichte van de relevante bronsoorten, niet aan de orde is. In het MER zijn geen cumulatieberekeningen (voor industrie- en verkeersgeluid) opgenomen en is niet gemotiveerd dat het gecumuleerde geluid aanvaardbaar wordt geacht, op basis van een kwantitatieve uitwerking voor de dichtbijgelegen woningen en een beoordelingskader zoals dit door de gemeente onder de Omgevingswet wordt gehanteerd. In de Motivering bij de planregels is een voorbeeld voor de beoordeling van geluidcumulatie weergegeven, maar via planregels en/of maatwerkvoorschriften heeft dit (nog) geen uitwerking gekregen. De Commissie beveelt aan voor de woningen in het noordelijk deel van het plangebied, in de fase van het verlenen van de omgevingsvergunningen voor de bedrijven op het bedrijventerrein, hier nader invulling aan te geven. Reactie: In paragraaf 5.1.4.2a.2 van het Bkl zijn de instructieregels opgenomen over de geluidbelasting door industrieterreinen.

Deze instructieregels richten zich op de vaststelling van de geluidproductieplafonds, het vastleggen van de begrenzing van het industrieterrein en het opnemen van regels om aan de geluidproductieplafonds te voldoen. In paragraaf 5.1.4.2a.4 is in artikel 5.78ac de verplichting opgenomen om de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid te beoordelen. Deze paragraaf richt zich op het mogelijk maken van geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied. Met deze wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied mogelijk gemaakt. In dit geval breidt het geluidaandachtsgebied door het vergroten van het industrieterrein uit. Om de evenwichtige toedeling van functies aan locaties te borgen, is in het akoestisch onderzoek de gecumuleerde geluidbelasting beoordeeld. Anders dan de commissie suggereert, leiden de instructieregels van het Bkl niet tot het opnemen van planregels in het omgevingsplan naar aanleiding van deze beoordeling. Onzekerheden en monitoring Wanneer onder de Omgevingswet geluidproductieplafonds als omgevingswaarde worden vastgesteld, behoort daarbij een wettelijk verplichte monitoring. Deze monitoring kan voor geluid min of meer overeenkomen met de systematiek bij het zonebeheer zoals dat onder de Wet geluidhinder voor het bestaande industrieterrein is gedaan.

De Commissie beveelt aan de nalevingsstrategie van de geluidproductieplafonds vroegtijdig uit te werken en deze strategie op te nemen in het omgevingsplan. Reactie: De verplichting om de in het omgevingsplan als omgevingswaarde vastgestelde geluidproductieplafonds te monitoren, is neergelegd in artikel 11.45, eerste lid van het Bkl. Op grond van dit artikel wordt deze geluidbelasting berekend volgens de in de Omgevingsregeling beschreven rekenmethode. Bij deze monitoring zal voor het bestaande industrieterrein Rollepaal worden uitgegaan van het zonebeheersmodel en voor Rollepaal Oost van de daarvoor vastgelegde kavelquota. Deze monitoring zal worden aangevuld met eventuele tussentijds verleende vergunningen voor uitbreiding van het kavelquotum voor nieuw gevestigde bedrijven. Voor deze uitwerking van de monitoringsverplichting is het dus niet nodig om in het omgevingsplan planregels op te nemen om de monitoring mogelijk te maken. Verkeer en verkeersgerelateerde effecten: Lopende het onderzoeks- en het besluitvormingsproces is er meer bekend geworden over de daadwerkelijke invulling van het bedrijventerrein. Zo is inmiddels duidelijk dat een deel van het terrein gebruikt zal worden voor de uitbreiding van een

29/30

transportbedrijf. De Commissie beveelt aan om na te gaan in hoeverre de inmiddels bekende invulling aansluit bij de gekozen uitgangspunten voor de verkeersproductie. Als dit leidt tot andere uitgangspunten of prognoses, moet beoordeeld worden of dit aanleiding geeft tot extra maatregelen of randvoorwaarden voor de verdere invulling van het bedrijventerrein. Reactie: Het logistieke centrum is meegenomen in de uitgangspunten voor de verkeersproductie en het verkeersmodel. Een nadere beoordeling is niet noodzakelijk. Natuur en landschap Voor het aspect natuur worden geen aanbevelingen gedaan. Voor landschap wordt het volgende aangegeven; Op grond van het gemeentelijk beleid vindt de Commissie een beoordeling van de landschappelijke effecten als negatief passender dan licht negatief. Bovendien draagt de toevoeging van een gebiedsvreemde grondwal met groenblijvende beplanting (een kunstmatige wal en vegetatie die niet passen in dit landschap) niet bij aan een betere landschappelijke inpassing. Reactie: Het veenontginningslandschap wordt gekenmerkt door open landschap met smalle slagenverkaveling en bebouwingslinten. De realisatie van het bedrijventerrein leidt tot een verdichting ten opzichte van het huidige beeld.

In vergelijking met de referentie waarin de smalle slagenverkaveling al grotendeels teniet is gedaan door de schaalvergroting van de landbouw zijn en de inzet van het stedenbouwkundig plan op het behoud van de structuur, is het effect licht negatief in plaats van negatief beoordeeld. Wanneer het effect wel negatief beoordeeld zou worden zou dit overigens geen gevolgen hebben voor de vergelijking met varianten en alternatieven aangezien de ligging van grondwal en inrichting voor deze onderzochte situaties gelijk is.

30/30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17099931/1