Besluit vormvrije mer-beoordeling (geanonimiseerd)
Tekst van het document
°
Omgevingsdienst
e
IJSSELLAND
ODIJsselland
Lübeckplein? 80172
Zwolle
Postbus 40252 8004 D
Zwole
0885251050
infogodisselland.nl wwewodissellandnl KVK 68066805 BTWNL657287722801 IBANNL23BNGH
0265172956 BICBNGHNL2G
Omgevingsdienst e
IJSSELLAND
Mans van de Dekker Groep
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) )(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) dreesimino(gneanaoniemisegrd() Zwolle,
1 november 2023
Betreft:
Vorm-vrije m.e Zaaknummer:
(geanonimiseerd) (geanonimise rd) Z2023-00009554
Beste heer/mevrouw,
Op 15 september 2023 heeft BJZ.nu ruimtelijke plannen en adviezen namens u een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ingediend voor uw bedrijf aan de
(geanonimiseerd) n (geanonimiseerd) G M OP 16 november is op ons verzoek een zangevuld notiie
ingediend. In deze notitie is een toelichting gegeven op de wijzigingsplannen van uw bedrijf. Wij hebben de aanmeldnotitie beoordeeld en dat besloten dat er geen MER opgesteld hoeft te worden.
Het besluit en de overwegingen zijn als bijlage bij deze brief gevoegd. Vragen
Hebt u E bel dan met ENN e N (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
o o-mai naar
Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg namens
deze:
(geanonimiseerd) Vergunningverlener milieu Omgevingsdienst IJsselland Dit document is door de OD IJsselland digitaal vervaardigd en daarom niet van een handtekening voorzien
Een kopie van dit besluit is gemaild naar uw adviseur BJZ.nu ruimtelijk plannen en advies,
(geanonimiseerd) em B
OD IJsselland
Lübeckolein2 8017JZ
Zwolle
Postbus 40252 8004 D6 Zwole 0885251050
infogodijsselland.nl wwwodissellandnl KVKGBOBGB0S BTWNL857287722801 IBANNL23
BNGH
028 5172956 BICBNGHNL2G
92 Omgevingsdienst o
IJSSELLAND
BESLUIT
Inleiding De Omgevingsdienst IJsselland heeft op 19 september 2023 van BIJZ.nu Ruimtelijke plannen en Advies een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. voor de wijzigingsplannen van de Mans van de
(geanonimiseerd) in _a\s (geanonimiseerd) Dekker Groep, N bedoeld in artikel 7.16, eerste lid van de Wet
milieubeheer (Wm), ontvangen. Op 18 ovember 2023 is op ons verzoek een aangevulde versie ingediend. De aanmeldingsnotitie heeft betrekking op de wijziging van de activiteiten op de betreffende locatie en bestaat uit de volgende activiteiten:
«
Het uitbreiden van het bedrijfsperceel met ongeveer 9.300 m? voor de opslag van materiaal en materieel:;
« «
Het realiseren van een (kap)schuur met een maximale opperviakte van 1.550 m?; Het realiseren van sociaal maatschappelijke functies zoals een buurthuis, (ieugd)activiteiten en praktijkopleidingen.
Het voorgenomen
project wordt
gerealiseerd binnen de inrichting Mans van de Dekker Groep,
(geanonimiseerd) " H (geanonimiseerd) getegen zan c B
Om dit project te realiseren is een omgevingsvergunning Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) nodig op grond van artikel 2.1 onder 1 sub c gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan Wabo nodig voor de activiteit bouwen van een bouwwerk.
Besluit
Burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg besluiten dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen, die reden geven voor een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Voor de motivatie hiervan verwijzen wij naar de overwegingen, die als bijlage bij dit besluit zijn gevoegd. Ons besluit is gebaseerd op onderstaande gegevens:
e 1.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) van november 2023. Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling N
Procedure
Tegen een besluit om af te zien van een milieueffectrapport staat in dit geval geen bezwaar en
beroep open. De Raad van State heeft eerder uitgemaakt dat sprake is van een zogenaamde beslissing inzake de procedure ter voorbereiding van een besluit. Volgens artikel 6.3. van de Algemene wet bestuursrecht is een dergelijke beslissing niet vatbaar voor bezwaar en beroep, tenzij ze de belanghebbende — Ios van het voor te bereiden besluit tot vergunningverlening — rechtstreeks in zijn belang treft. In eerdere uitspraken heeft de Raad van State uitgemaakt dat omwonenden en bijvoorbeeld milieuverenigingen niet als direct belanghebbenden worden gezien.
3/13
Omgevingsdienst o
IJSSELLAND
Als de omstandigheden leiden tot aanzienlijke milieueffecten, worden ze aan de orde gesteld in de vergunningprocedure. Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg namens
deze:
(geanonimiseerd) Teammanager Vergunningen Omgevingsdienst IJsselland. Dit document is digitaal vervaardigd en daarom niet van een handtekening voorzien
4/13
-
Omgevingsdienst IJSSELLAND
INHOUDSOPGAVE 1
KENMERKEN 1.1. 1.2.
LOCATIE
3.
SOORT
4.
HET
PROJECT
_ OVERWEGINGEN.. _ CONCLUSIE KENMERKEN
2.
3.1.
VAN
VAN EN
HET
VAN HET PROJECT
PROJECT
KENMERKEN
VAN
HET
POTENTIËLE
_ OVERWEGINGEN..
CONCLUSIE…
5/13
EFFECT
.
92 Omgevingsdienst o
IJSSELLAND
OVERWEGINGEN
Alle artikelen die in dît hoofdstuk worden genoemd zijn terug te vinden op hitp://wetten.overheid.nl
Geen milieueffectenrapportage nodig Op basis van artikel 7.17, eerste lid, van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) is getoetst of een milieueffectrapportage (mer) moet worden gemaakt. Aan de hand van de aanvraag is gebleken dat een milieueffectrapportage niet noodzakelij is. Toetsingskader
Na ontvangst van de aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling (notitie) is aan de hand van de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) en artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit getoetst op volledigheid. De notitie is op 18 november 2023 aangevuld met extra informatie. De aangevulde notitie bevat voldoende informatie voor een goede toets en is in behandeling genomen.
Beoordeling Indien uit de beoordeling blijkt dat een aanmeldnotitie voor een m.e.r.-beoordeling opgesteld moet worden, dan dient dit gedaan te worden voordat een omgevingsvergunning aangevraagd wordt. De omgevingsvergunning moet worden geweigerd als voor de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft een negatief uitkomst in het milieueffectrapport staat.
M.e.r. beoordeling niet noodzakelijk De aanvraag omvat geen activiteiten welke worden genoemd in onderdeel C van het besluit milieueffectrapportage. De aanvraag omvat de volgende activiteit die genoemd wordt in onderdeel D van het Besluit milieueffectrapportage: D 11.3 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein, in gevallen waarin de
activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer. Voor deze activiteit moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd om te kijken of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. In de aangevraagde situatie wordt deze oppervlakte niet gehaald, het plan heeft betrekking op de uitbreiding van een industrieterrein met 9.300 m3. Een m.e.r.-beoordeling is daarom niet verplicht. Omdat de aangevraagde activiteit is opgenomen in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage moet wel beoordeeld worden of de activiteiten een negatieve invloed hebben op het milieu. Dit wordt bepaald aan de hand van de selectiecriteria in bijlage IIl van de m.e.r. De volgende punten worden beoordeeld:
1. 2. 3.
de kenmerken van de activiteit én de samenhang met de andere activiteiten ter plaatse; de plaats waar de activiteit plaatsvindt; de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben.
6/13
92 Omgevingsdienst o
IJSSELLAND
Hieronder volgt onze afweging. KENMERKEN
VAN
HET
PROJECT
Bij de kenmerken van het project is n het bijzonder in overweging genomen:
de omvang en het ontwerp van het gehele project; de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde
projecten;
het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; de productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; het risico van ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder
rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling).
Overwegingen a)
De omvang en het ontwerp van het gehele project De aanvraag betreft het uitbreiden van het bedrijfsperceel van de Mans van de Dekker Groep aan de Marsweg 6 en 8. Het bedrijf bestaat uit vier divisies namelijk: e _ Aannemingsmaatschappij voor grond-, water- en wegenbouwkundige werken; e Ontwerp, aanleg en onderhoud van netwerkinfrastructuren; e _ Detachering van personeel in en rondom de grond-, water- en wegenbouw; ° Verhuur van professioneel materieel en gereedschap voor bedrijven, zzp'ers en particulieren. De aanwezige bebouwing op het perceel bljft behouden. Het betreft een voormalig café/ zalencentrum.
Het plan houdt in dat het bedrijfsperceel met ongeveer 9.300 m? aan gronden die momenteel een agrarische bestemming hebben, wordt uitgebreid. De beoogde uitbreiding wordt vooral gebruikt voor de opslag van materiaal en materieel. Daarnaast zal een deel van deze uitbreiding worden gebruikt voor het realiseren van een (kap)schuur. Verder zal in de bestaande bebouwing een buurthuisfunctie en diverse jeugdactiviteiten/ praktijkopleidingen worden gerealiseerd. Dit past bij de bestaande bestemming van café en zalencentrum. De wijziging betreft een beperkte wijziging van agrarische gronden. Deze wordt ingericht als opslag en stalling van materiaal en materieel. Daarnaast wordt er een (kap)schuur op gebouwd. Binnen het project wordt veel aandacht besteed aan de
7/13
92 Omgevingsdienst IJSSELLAND
landschappelijke inpassing van het project. Hierdoor zijn de gevolgen van het ontwerp van het project beperkt. b)
De cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten;
Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten in de omgeving. het gebruik van natuurljke hulpbronnen; Het plan betreft de vestiging van een bedrijf met een mengeling van werkzaamheden de locatie Marsweg 6-8: veelal kantoorwerk, verder buurthuiswerkzaamheden en jeugdactiviteiten/ praktijkopleidingen. Daarnaast vinden werkzaamheden op andere
op
locaties plaats. Een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering is de stalling van materiaal en materieel.
Met het plan neemt het gebruik van de percelen voor stalling en opslag toe. De
toename is relatief beperkt. In de gebruiksfase zullen voor de activiteiten op de locatie gas, elektriciteit en water nodig zijn. Dit zal beperkt zijn, aangezien een groot deel van de werkzaamheden van het bedrijf buiten de locatie zullen plaatsvinden. In de aanlegfase zal er tijdens het bouw- en gebruiksrijp maken van de inrichting
grondverzet noodzakelijk zijn. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen is hierbij niet meer dan gebruikelijk bij een dergelijk project.
d)
Verontreiniging en hinder Het project kan effecten hebben voor de milieuaspecten afvalwater, afvalstoffen, geluid, verkeershinder, bodem, lucht en biodiversiteit. Deze effecten zijn hieronder uitgewerkt. Verkeer
In de bestaande situatie is het aantal voertuigbewegingen ongeveer 130 voertuigbewegingen per weekdagetmaal. Door de uitbreiding neemt het aantal vervoersbewegingen toe met 147 verkeersbewegingen per weekdagetmaal tot 277 verkeersbewegingen. De Marsweg en de omliggende infrastructuur zijn zodanig ingericht dat de toename van het aantal verkeersbewegingen geen bezwaar is. De toename van verkeersbewegingen is niet zodanig dat een MER noodzakelijk is. Geluid
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de uitbreiding van de bedrijfsbestemming aan
(geanonimiseerd) in (geanonimiseerd) de E B E: worden geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen of terreinen mogelijk gemaakt. Verder is er geen sprake van een gezoneerd bedrijfsterrein zoals bedoeld in de Woh.
8/13
92 Omgevingsdienst o
IJSSELLAND
De invloed van het bedrijventerrein i getoetst aan de VNG-uitgave “Bedrijven en milieuzonering. De bedrijfsvoering van de Mans van de Dekker Groep komt overeen
met de volgende categorieën bedrijven: ‘Aannemersbedrijf met werkplaats b.0.>100m? of 'Loonbedrijf: b.0.>500 m? Dergelijke bedrijven vallen in categorie 3.1 van de richtljn “Bedrijven en milieuzonering”, waarvoor een richtafstand voor geluid geldt van 50 meter.
Het buurthuis en de sociaal-maatschappelijke voorzieningen vallen op grond van de richtlijn in milieucategorie 2 met een afstand voor geluid van 30 meter. Het dichtstbijzijnde geluidgevoelig object is de woning gelegen aan de Marsweg 2. De
afstand tussen de grens van de inrichting en de woning is ongeveer 115 meter. Overige geluidgevoelige objecten liggen op grotere afstand van de inrichting. Geluid vormt daarom geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Luchtkwaliteit
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met de luchtkwaliteit. In dit kader dient te worden voldaan aan het toetsingskader voor luchtkwaliteit uit hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer.
In dit onderdeel van de
Wet milieubeheer zijn grenswaarden opgenomen voor zwaveloxide, stikstofdioxiden, stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspratijk alleen de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde van belang). Hiervoor gelden de volgende grenswaarden:
Middels een berekening op basis van de NIBM-tool is aangetoond dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Hiermee wordt voldaan aan de eisen
voor
luchtkwaliteit.
Water
Het plangebied ligt tegen de kern (geanonimiseerd) I Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied, intrek- of waterwingebied. Er zijn geen gevallen van grondwateroverlast bekend. In het plangebied is in de huidige situatie geen oppervlaktewater aanwezig. In de
aangevraagde situatie wordt een poel aangelegd. Afvalwater wordt geloosd op de gemeentelijke riolering. Hemelwater in het plangebied wordt geïnfiltreerd in de bodem.
Ten behoeve van de waterkwaliteit worden tijdens de bouw- en gebruiksfase geen uitloogbare materialen gebruikt.
9/13
92 Omgevingsdienst o
IJSSELLAND
De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het water in het plangebied. Bodem
Op de locatie is historisch en verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is geconstateerd dat de onderzoekslocatie geschikt is voor het beoogde gebruik.
Archeologie Ter plaatse van het betreffende project geldt een dubbelbestemming met voor archeologie de bestemming Waarde — Archeologie 5.
Ter plaatse van het projectplan is archeologisch
onderzoek gedaan. Op basis van dit onderzoek is geconstateerd dat de kans klein is dat het onderzoeksgebied archeologische sporen bevat. Het onderzoeksgebied is ten aanzien van archeologie vrijgegeven. Afvalstotfen
Bij het bedrijf ontstaan de gebruikelijke afvalstoffen voor de bedrijfstak. De afvalstoffen worden verdeeld in huishoudelijke afvalstoffen en bedrijfsafvalstoffen. De afvalstoffen worden conform de van toepassing zijnde wet- en regelgeving afgevoerd.
Ecologie In het kader van de Wet natuurbescherming dient het plan te worden beoordeeld op grond van de gebiedsbescherming en het Nederlands Natuurnetwerk. Ook dient het plan te worden beoordeeld ten aanzien van de soortenbescherming voor dier- en plantensoorten. Gebiedsbescherming Natura 2000 Het projectgebied is gelegen op ongeveer 12,3 kilometer van het Natura 2000 gebied
Enbertsdijksvenen. Gelet op de afstand s directe beïnvloeding (licht, geluid) niet aan de orde. Naast directe beïnvloeding dient te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie kwetsbare habitattypen binnen het Natura 2000 gebied. Hiervoor zijn Aeriusberekeningen uitgevoerd voor zowel de bouw- als de gebruiksfase. Op grond van de rekenresultaten is zowel in de bouw- als in de gebruiksfase geen sprake van een depositie hoger dan 0,00 mol/ha/j. Hiermee is er geen sprake van een significant effect als gevolg van stikstof. Er is geen sprake van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming in verband met de stikstofdepostie. Deze beoordeling is op basis van de
aangeleverde gegevens van de aanvrager. De inhoudelijke toetsing vindt plaats in de moederprocedure. Soortenbescherming Gezien de inrichting en het beheer is het gebied geen geschikte groeiplaats voor beschermde planten. Wel is het geschikt als functioneel leefgebied voor verschillende dieren. Het gebied wordt hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar ook kunnen er
10/13
92 Omgevingsdienst o
IJSSELLAND
vogels nestelen, is het voor amfibieën een (winter)rustplaats en voor grondgebonden zoogdieren een vaste rust- of voortplantingsplaats.
Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of verblifplaats in het gebied, maar gebruiken het wel als fourargeergebied. Het gebied is echter geen essentiee! fourageergebied. Deze beoordeling is op basis van de aangeleverde gegevens van de aanvrager. De
inhoudelijke toetsing vindt plaats in de moederprocedure. Voor nestelende vogels geldt dat alleen het bezette nest beschermd is, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette nesten mogen niet worden beschadigd of vernield.
Als bij het uitvoeren van de werkzaamheden in de broedtijd beplanting wordt verwijderd, zal daarom eerst een vogelscan worden uitgevoerd om de aanwezigheid van bezette nesten uit te sluiten.
Voor beschermde grondgebonden zoogdieren of amfibieën geldt een vrijstelling voor het beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen. Het opzettelijk doden van beschermde grondgebonden zoogdieren of amfibieën is echter verboden. Daarom zal het werkterrein ongeschikt worden gemaakt voor deze dieren, zodat ze op eigen gelegenheid
vertrekken of zullen deze worden gevangen en ergens anders worden losgelaten. Deze beoordeling is op basis van de aangeleverde gegevens van de aanvrager. De inhoudelijke toetsing vindt plaats in de moederprocedure. 2.
Risico van ongevallen
Binnen het project is geen sprake van bronnen met bijzondere gevaaraspecten voor de omgeving Risico’s voor de menselijke gezondheid
Het plan betreft geen activiteit met specifieke risico's voor de volksgezondheid. Conclusie kenmerken van het project Gezien de kenmerken van het project bestaat er geen aanleiding om te beoordelen dat een Milieueffectrapport nodig is. LOCATIE
VAN
HET
PROJECT
Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn i het volgende in overweging genomen: Het bestaande grondgebruik, de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het
gebied, het opnamevermogen van het natuurljke milieu met in het bijzonder aandacht voor de volgende type gebieden: e Natuurnetwerk Nederland of Natura-2000 gebied e
Iandschappen van historische, cultureel of archeologisch belang.
11/13
92 Omgevingsdienst o
IJSSELLAND
Natuurnetwerk Nederland of Natura-2000 gebied
Het plangebied i niet gelegen in of in de nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland of een Natura-2000 gebied. Het dichtstbij gelegen Natuur netwerkgebied ligt op ongeveer 200 meter van het plangebied en het dichtstbijgelegen Natura-2000 gebied op ruim 12 km van het
plangebied. Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de waarden en kenmerken van het NNN en op het Natura-2000 gebied. Landschappen
van historische,
cultureel of archeologisch belang.
Er is geen sprake van een landschap met historisch of cultureel belang. Wel zijn er archeologische waarden aangetroffen in het projectgebied. Hier wordt nader op ingegaan bij
Kenmerken van de potentiële effecten. Gelet hierop overwegen wij dat naar aanleiding van de locatie van het project kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. SOORT
EN
KENMERKEN
VAN
HET
POTENTIELE
EFFECT
Bij de soort en kenmerken van het potentiële effect wordt, in samenhang
met de onder de
punten 1 en 2 uiteengezette criteria, het volgende in aanmerking genomen: 1. de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden);
maOnN
de aard van het effect;
het grensoverschrijdend karakter van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect:
de verwachte aanvang, de duur, de freguentie en de omkeerbaarheid van het effect;
90
de cumulatie van effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
Overwegingen Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project wordt, in samenhang
met de criteria onder
de punten 1 en 2 het volgende in overweging genomen: de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden), de aard van het effect, het grensoverschrijdend karakter van het effect, de waarschijnlijkheid van het effect, de verwachte
aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect, de cumulatie van effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten en de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
Het project kan potentiële effecten hebben voor met name de aspecten verkeer, geluid, water, afvalwater, afvalstoffen, bodem, archeologie en lucht. Voor de uitwerking van deze effecten wordt verwezen
naar onderdeel
1.
12/13
92 Omgevingsdienst o
IJSSELLAND
Er is alleen sprake van het uitbreiden van het bestaande bedrijfsperceel en het realiseren van
een (kap)schuur. Dit betreft een activiteit die valt in de milieucategorie 3.1. waarvoor binnen een korte periode bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd. In de bouwfase en in de gebruiksfase is er geen sprake van een ontoelaatbare milieu- en natuurbelasting.
Ook zijn er geen grote gevolgen voor milieu en natuur. Verder is het plangebied niet gelegen in een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid. Er geen sprake van grensoverschrijdende effecten of cumulatie van effecten met bestaande en/of goedgekeurde effecten.
= Conclusie soorten en kenmerken van het potentiële project Van potentiële aanzienlijke effecten is als gevolg van de voorgenomen activiteit is geen sprake. In dit kader dient geen MER te worden gemaakt.
CONCLUSIE De voorgenomen activiteit(en) van de Mans van de Dekker Groep B.V. leiden niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, die via een milieueffectrapport nader onderzocht moeten worden. De kenmerken van het project, de locatie van het project en de soort en kenmerken van het potentiële effect zijn voldoende inzichtelijk.
13/13