CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsnotitie erven met kwaliteit - versie 2024 def

gemeenteraad 16 juli 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststellen beleidsnotitie Erven met kwaliteit (versie 2024)10.834 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

31

Bijlagen

32

Bijlage 1. Kenmerken erf en bebouwing van de landschapstypen Open veenontginningslandschap Kenmerken erf en bebouwing: • •

• • • • • • • • • • • • • •

Diverse bouwstijlen, sober. Langs vaarten komt men vaak het Groningertype boerderij tegen. Kenmerken: woning en het bedrijfsgedeelte (stallen) zijn één geheel. Het woongedeelte is smaller dan bedrijfsgedeelte. De verspringing in de zijgevels worden ook wel “krimpen” genoemd; Grote gebouwen (woongedeelte en bedrijfsgedeelte samen onder één dak) en van oorsprong weinig bijgebouwen. Doorzichten tussen de bebouwing naar het achterliggende open gebied. Rechthoekige erven. Erven met grote huiskavels. Erven aan de weg. Strakke ordening van bebouwing op het erf. Boerderijen zijn met de voorgevel loodrecht op de weg georiënteerd. De detaillering, en het kleur- en materiaalgebruik is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving. Het materiaalgebruik sluit aan op het kleurenpalet van het omringende landschap. Donkere tinten, reliëf (geen vlakke plaat), niet glimmend. Schuren; dak: donkergrijze golfplaat of vergelijkbare uitstraling. Schuren; wanden: damwandbeplating, steen, beton, hout, doek of vergelijkbare uitstraling in donkere kleuren. Erven hebben een open karakter met aan de achterzijde zicht op het open landschap; Strakke ordening van het groen. De erfgrenzen zijn niet helemaal beplant, transparant. Op het erf enkele grote solitaire bomen.

Erfopbouw open veenontginningslandschap 33

Besloten veenontginningslandschap Kenmerken erf en bebouwing: • • • • • • • • • • • •

De bebouwing is kleiner dan in het open veenontginningslandschap. Groningertype bebouwing, woning en bedrijf gescheiden in één volume. Het woongedeelte is smaller dan het bedrijfsgedeelte. Bebouwing geordend op het erf. De architectuur is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving en reageert op de streekeigen gebiedskenmerken. De hoofdmassa is eenvoudig en passend, qua maat en schaal, binnen de kamer. De zichtgevels richting de openbare ruimte zijn representatief vormgegeven. Perceelsgrensbeplanting in de vorm van eikenrijen en elzensingels in De Kolonie. De erven liggen aan de weg. Rechthoekige erven. De erven hebben vaak een “groene” mantel met beplanting langs de erfgrenzen en een open achterzijde. Voorzijde erf (siertuin) staan vaak enkele solitaire bomen met een grasveld omzoomd met plantenborders of met hagen of bermsloot.

Erfopbouw besloten veenontginningslandschap

34

Open heideontginningslandschap Kenmerken erf en bebouwing: • • • • • • • • • •

Verspreide rechthoekige erven langs de ontginningsassen. Bebouwing aan de weg met de kopgevel naar de weg gekeerd. Grote karakteristieke Groningse boerderijen, vaak roodbruine baksteen en oranje of grijze dakpannen. Alle zichtgevels zijn representatief vormgegeven. De architectuur is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving en reageert op de streekeigen gebiedskenmerken. De detaillering, en het kleur- en materiaalgebruik is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving. Het materiaalgebruik sluit aan op het kleurenpalet van het omringende landschap. Donkere tinten, reliëf (geen vlakke plaat), niet glimmend. Schuren; dak: donkergrijze golfplaat of vergelijkbare uitstraling. Schuren; wanden: damwandbeplating, steen, beton, hout, doek of vergelijkbare uitstraling in donkere kleuren. Erven zijn omzoomd aan de zijkanten en achterkant door een “groene mantel”. Voorzijde erf (siertuin) staan vaak enkele solitaire bomen met een groot grasveld omzoomd met plantenborders

Erfopbouw open heideontginningslandschap

35

Besloten heideontginningslandschap Kenmerken erf en bebouwing: • • • • • • • • • • •

Verspreide bebouwing op een rechthoekig erf aan de weg en soms op afstand van de weg. Veelal kleine boerderijen met een rieten zadelkap. De architectuur is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving en reageert op de streekeigen gebiedskenmerken. De hoofdmassa is eenvoudig en passend, qua maat en schaal. De detaillering, en het kleur- en materiaalgebruik is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving. Het materiaalgebruik sluit aan op het kleurenpalet van het omringende landschap. Donkere tinten, reliëf (geen vlakke plaat), niet glimmend. Schuren; dak: donkergrijze golfplaat of vergelijkbare uitstraling. Schuren; wanden: damwandbeplating, steen, beton, hout of vergelijkbare uitstraling in donkere kleuren. De huiskavels zijn kleiner dan in het open heideontginningslandschap. Rationeel opgebouwd erf. De erven zijn voorzien van een “groen” raamwerk in de vorm van eikenrijen, berk en/of singels. Voorzijde erf (siertuin) staan vaak enkele solitaire bomen met een grasveld omzoomd met plantenborders.

Erfopbouw besloten heideontginningslandschap

36

Essen en hoevenlandschap Kenmerken erf en bebouwing: • • • • • • •

• • • • • • • • •

De boerderijen staan aan de randen van de es. De ontsluiting van de boerderijen is grillig. Onregelmatige erfopbouw met losse strooiing van hoofd- en bijgebouwen. De gebouwen staan vaak niet ver van de weg af. De architectuur is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving en reageert op de streekeigen gebiedskenmerken. Het hoofdgebouw (de boerderij) ligt gedraaid aan de weg en gaat op in het landschap doormiddel van het materiaal gebruik. Het meest voorkomende boerderijtype is het Hallehuis (ook wel Saksische boerderijtype). Het Hallehuis is een langgerekte boerderij waarbij het woongedeelte en bedrijfsgedeelte één geheel zijn. De kap is kenmerkend: rieten zadeldak met wolfseind(en) en soms een combinatie van riet en pannen. De hoofdmassa is eenvoudig vormgegeven (zadelkap met lage gootlijn) en passend (qua maat en schaal) tussen de bebouwing in de omgeving. Voorhuizen vaak gedekt met pannen en stenen muren Onderscheid woon- en werkgedeelte in architectuur. Donkere kleuren(baksteen), riet en zwart potdekselwerk. Schuren ondergeschikt, in gedekte kleuren. De detaillering is zorgvuldig en afgestemd op de architectuur Bijgebouwen en achterhuis vaak met riet gedekt en achterhuis vaak met hout. De latere boerderijen zijn aan de voorzijde voorzien van fraai bewerkte kozijnen, portalen en kroonlijsten.

Het erf gaat op in het landschap een duidelijke (erf)afscheiding van het perceel ontbreekt; Erfopbouw: bescheiden siertuin op het voorerf eventueel voorzien van een moestuin en/of boomgaard, grote solitaire bomen of groepen: eik en (knot-en lei) lindes.

Erfopbouw essen en hoevenlandschap

37

Beekdallandschap Kenmerken erf en bebouwing: • • • • • • • •

Erven aan de weg of op afstand. Erven hoger gelegen retentiegebied. Woonhuis los van de schuren. Schuren voorkant naar de weg of parallel langs de weg. Ruilverkavelingsboerderijen, sobere architectuur. Nieuwbouw op een logische manier laten aansluiten op het bestaande bebouwing en geef vorm, kleur en materiaal hierbij geen voorrang. Open erf, niet alle zijden van de huiskavel zijn beplant. Nutstuin ontbreekt, wel een siertuin en in sommige gevallen een kleine weide.

Erfopbouw beekdallandschap

38

Bijlage 2. Praktijkvoorbeelden landschapsontsierende gebouwen Voorbeeld 1: Een vrijgekomen agrarisch bedrijfsgebouw in het besloten heideontginningslandschap.

Deze stal is landschapsontsierend vanwege het architectuurbeeld en dan met name de kleurstelling. Het landschappelijke kenmerk is: half open landschap met doorzichten Uitgangspunten architectuur: • De detaillering, en het kleur- en materiaalgebruik is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving. • Het materiaalgebruik sluit aan op het kleurenpallet van het omringende landschap. Donkere tinten, reliëf (geen vlakke plaat), niet glimmend. • Schuren; dak: donkergrijze golfplaat of vergelijkbare uitstraling. Schuren; wanden: damwandbeplating, steen, beton, hout of vergelijkbare uitstraling in donkere kleuren. Conclusie: kleur- en materiaalgebruik wijkt af van de bebouwing in de omgeving.

Voorbeeld 2: Vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen in het essen en hoevenlandschap.

Deze gebouwen zijn landschapsontsierend vanwege het volume, materiaalgebruik en kleur, uitstraling, situering op het erf en de passendheid bij de overige bebouwing op het erf Het volume: • Uitgangspunt landschappelijke kenmerk: kleinschalig landschap met kleine bouwvolumes. • Conclusie: bouwvolume is niet passend binnen een kleinschalig landschap. Het materiaalgebruik en kleur: • Uitgangspunt materiaal gebruik: Donkere kleuren(baksteen), riet en zwart potdekselwerk, antracietkleurige dakpan/golfplaat. Schuren ondergeschikt, in gedekte kleuren. • Conclusie: kleur en materiaal gebruik niet passend binnen de gebiedskenmerken.

39

De uitstraling: • Uitgangspunten uitstraling; gedekte kleuren en kleinschaligheid. • Conclusie: het zijn grootschalige gebouwen in een kleinschalig landschap met afwijkende kleuren. De situering op het erf: • Uitgangspunt situering: losse strooiing van gebouwen. • Conclusie: de gebouwen staan niet in samenhang (positie achterop het perceel in een rechte strakke lijn) met elkaar en de stallen zijn te groot voor het gebied. De grootte van de stallen maakt het niet mogelijk om ze passend te maken in zijn omgeving, kleinschaligheid. De passendheid bij de overige bebouwing op het erf. • Uitgangspunt passendheid: losse strooiing, kleinschalige bebouwing in gedekte kleuren. • Conclusie: de positie en de grootte (langgerekt) van de stallen is niet passend is voor een erf in het essen en hoeven landschap.

Voorbeeld 3: Vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen in het open veenontginningslandschap.

Deze bedrijfsgebouwen zijn landschapsontsierend vanwege het toegepaste materiaalgebruik en de kleurstelling, de diversiteit in architectuur en de situering op het erf (voor de woning) De kenmerken van een erf in het open veentontginningslandschap zijn: • Rechthoekige erven. • Kopgevel naar de weg. • Strakke ordening van bedrijfsgebouwen op het erf. • Behouden helder onderscheid tussen voor(wonen) en achter(werken) in situering en architectuur. • De hoofdmassa is eenvoudig vormgegeven en passend (qua maat en schaal) tussen de belendende bebouwing en het bebouwingslint. • Het materiaalgebruik sluit aan op het kleurenpallet van het omringende landschap. • Kleurgebruik: donker kleurgebruik met voldoende reliëf. Conclusie: de positionering van de gebouwen op het erf (de woning staat achter de bedrijfsgebouwen), het afwijkende materiaalgebruik, en het kleurgebruik zijn niet passend in het open veenontginningslandschap.

40

Bijlage 3. Ontwerpuitgangspunten één-erfgedachte in de verschillende landschapstypen Erfopbouw essen- en hoevenlandschap en beekdal

Erfopbouw besloten veen- en heideontginningslandschap

41

Bijlage 4. Rekenvoorbeeld inzet sloopmeters voor andere ontwikkelingen (geen woningbouw)

Rekenvoorbeeld bij toepassing van de tabel uit paragraaf 6.2: Een initiatiefnemer wilt bij zijn (niet-agrarisch) bedrijf een nieuw bedrijfsgebouw van 700 m2 realiseren. De uitbreiding van het niet-agrarisch bedrijf is beoordeeld als een gebiedseigen ontwikkeling. Dan moeten er sloopmeters aangeleverd worden. Eerst moet er gekeken worden in welke trede de ontwikkeling valt. Omdat de uitbreiding meer dan 500 m2 is, is de derde trede van toepassing. De ontwikkeling is beoordeeld als gebiedseigen dus moet er bij kolom van gebiedseigen ontwikkeling gekeken worden. De hoeveelheid sloopmeters die er aangeleverd moeten worden is afhankelijk of deze sloopmeters met of zonder asbest zijn. De hoeveelheid sloopmeters die er moeten worden aangeleverd met asbest zijn: Eerste trede, verhouding 1:1: 100 m2 = 100 m2 sloop: Tweede trede, verhouding 1:2: 400 m2 = 800 m2 sloop: Derde trede, verhouding 1:3: 200 m2 = 600 m2 sloop: Totaal: 1500 m2.

De hoeveelheid sloopmeters die er moeten worden aangeleverd zonder asbest zijn: Eerste trede, verhouding 1:2: 100 m2 = 200 m2 sloop: Tweede trede, verhouding 1:3: 400 m2 = 1200 m2 sloop: Derde trede, verhouding 1:4: 200 m2 = 800 m2 sloop: Totaal: 2200 m2.

42

Bijlage 5. Schematische uitwerkingen proces sloopbewijzen Schematische uitwerking van het proces (inzet sloopbewijs voor één ontwikkeling)

Aanvraag sloopbewijs

Beoordeling aanvraag

Sloopbewijs afwijzen

Sloopbewijs verlenen

Brief sloopbewijs met de voorwaarden

Het sloopbewijs wordt verkocht (het kan zijn dat deze stap niet van toepassing is) Gebruik/inzetten sloopbewijs voor een ruimtelijke ontwikkeling

De bestemmingen worden gewijzigd (ontwikkellocatie en slooplocatie)

Slopen landschapsontsierende bebouwing

Controle en (zonodig) handhaving

43

Schematische uitwerking van het proces (inzet sloopbewijs voor meerdere ontwikkelingen)

Aanvraag sloopbewijs

Beoordeling aanvraag

Sloopbewijs afwijzen

Sloopbewijs verlenen

Brief sloopbewijs met de reden van afwijzen

Brief sloopbewijs met de voorwaarden

Sloopbewijs wordt voor een deel verkocht

De aanvrager krijgt een nieuw sloopbewijs voor het deel dat overhblijft. Er moet wel worden voldaan aan de minimale oppervlakte uit het beleid.

Het sloopbewijs wordt verkocht

Gebruiken/inzetten sloopbewijs voor een ruimtelijke ontwikkeling

Gebruik/inzetten sloopbewijs voor een ruimtelijke ontwikkeling

De bestemmingen worden gewijzigd (ontwikkellocatie en slooplocatie)

Sloop landschapsontsierende bebouwing

Controle en (zonodig) handhaving

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14304478/2