CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

8. Bijlage 6: Natuurtoets

gemeenteraad 23 mei 2023, gemeente HardenbergBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen voor de aanleg van een kampeerterrein aan de Zwarte Dijk in Slagharen (onderdeel van Attractie- en Vakantiepark Slagharen)10.195 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en beleid

Attractie- en vakantiepark Slagharen B.V.

Definitief

(085) 4871265 info@ecogroen.nl www.ecogroen.nl

Colofon Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en beleid

22-229

19 december 2022

Definitief

I. (Irene) van Laatum, H. (Harma) Scholten

I (Irene) van Laatum

A. (Anton) Alberts

Attractie- en vakantiepark Slagharen B.V.

©Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Van Laatum, I., Scholten, H (2022). Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen. Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en beleid. Rapport 22-229. Ecogroen bv

Inhoud Samenvatting

5

Summary

7

1.

Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling 1.2.1 Huidige situatie 1.2.2 Voorgenomen ontwikkeling 1.3 Leeswijzer

9 9 9 9 10 11

2.

Wettelijk kader en methode 2.1 Wet natuurbescherming 2.1.1 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 2.2 Onderzoeksmethode 2.2.1 Literatuuronderzoek en quickscan veldbezoek 2.2.2 Aanvullend onderzoek steenuil 2.2.3 Aanvullend onderzoek kerkuil 2.2.4 Aanvullend onderzoek huismus 2.2.5 Aanvullend onderzoek sperwer en ransuil 2.2.6 Aanvullend onderzoek boerenzwaluw 2.2.7 Aanvullend onderzoek vleermuizen 2.2.8 Aanvullend onderzoek steenmarter 2.2.9 Egel en kleine marterachtigen 2.2.10 Grote bosmuis 2.2.11 Overzicht uitgevoerde veldbezoeken 2.2.12 Toets soortenbescherming 2.2.13 Toets gebiedsbescherming (Natura 2000- gebieden) en Natuurnetwerk Nederland (NNN) 2.2.14 Toets houtopstanden

12 12 13 13 13 14 14 14 14 15 15 15 15 16 17 17

3.

Gebiedsbescherming 3.1 Natura 2000 3.1.1 Stikstofdepositie 3.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN)

19 19 20 20

4.

Houtopstanden 4.1 Beschermde houtopstanden

21 21

5.

Soortbescherming 5.1 Flora 5.2 Zoogdieren 5.2.1 Vleermuizen 5.2.2 Otter

23 23 23 23 25

17 17

5.3

5.4 5.5

5.2.3 Steenmarter 5.2.4 Eekhoorn 5.2.5 Egel en kleine marterachtigen (wezel, bunzing en hermelijn) 5.2.6 Grote bosmuis 5.2.7 Andere zoogdieren Vogels 5.3.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten 5.3.2 Overige vogels Amfibieën Overige soortgroepen

Geraadpleegde bronnen

Bijlagen Bijlage 1 - Natuurwaardenkaarten

26 26 26 27 27 27 28 30 30 31 32

Natuurtoets Natuurtoetsuitbreiding uitbreidingAttractieAttractie-en envakantiepark vakantieparkSlagharen Slagharen

Samenvatting Inleiding Attractie- en vakantiepark Slagharen heeft het voornemen om een nieuwe camping te realiseren op een nieuw aangekocht terrein ten zuidwesten van het attractiepark, aan de overzijde van de Zwarte Dijk. Ook zijn er plannen om een lodging te bouwen op de huidige camping die zich aan de oostzijde van het park bevindt. Omdat uitvoering van dit initiatief negatieve gevolgen kan hebben voor beschermde natuurwaarden, is dit initiatief getoetst aan het natuurbeschermingsrecht. Voorliggende natuurtoets wordt door de initiatiefnemer gebruikt voor de ruimtelijke onderbouwing van een omgevingsvergunning voor afwijken van een bestemmingsplan.

Gebiedsbescherming (Natura 2000) en Natuurnetwerk Nederland • Het projectgebied ligt op ongeveer 10 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Vanwege deze afstand, tussenliggende bebouwing en infrastructuur zijn negatieve effecten, met uitzondering van gevolgen van stikstofdepositie, uitgesloten. • Om te bepalen of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op hiervoor gevoelige habitats en leefgebieden binnen Natura 2000-gebied, is het nodig om een stikstofberekening met het rekenmodel AERIUS calculator uit te (laten) voeren voor de aanleg- en gebruiksfase. • Het projectgebied ligt op circa 3 kilometer afstand van het Natuurnetwerk Nederland. Vanwege de tussenliggende afstand, bebouwing en infrastructuur is negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk uitgesloten.

Beschermde houtopstanden • In de gemeente Hardenberg is de bebouwde kom Wet natuurbescherming niet vastgesteld. Daarom geldt dat de bomen binnen het projectgebied, die onderdeel uitmaken van een houtopstand van meer dan 10 are of bomen die onderdeel uitmaken van een bomenrij van 20 bomen of meer, vallen onder de bescherming van de Wet natuurbescherming. • Daarnaast gelden mogelijk aanvullend regels uit de gemeentelijke kapverordening.

Soortbescherming • In het projectgebied is een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis aangetroffen in de woonboerderij. Voor de sloop van de woonboerderij is een ontheffing Wet natuurbescherming voor gewone dwergvleermuis nodig. • In de woonboerderij en bijbehorende opstallen is een verblijfplaats van steenmarter aanwezig. Voor de sloop van de bebouwing is een ontheffing Wet natuurbescherming voor steenmarter nodig.

05

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen

• In het projectgebied is leefgebied met mogelijke verblijfplaatsen van egel, bunzing, hermelijn en wezel aangetroffen. Bij de voorgenomen ontwikkelingen gaat leefgebied van deze soorten verloren, waarvoor een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. • In het projectgebied zijn twee eekhoornnesten aangetroffen. Indien de betreffende bomen gekapt worden, is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. • In het projectgebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels of onmisbaar foerageergebied van deze soorten in het projectgebied aanwezig. Wel zijn diverse algemeen voorkomend vogels broedend te verwachten in en in de directe omgeving van het plangebied. Tijdens de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met broedende vogels. • In het projectgebied zijn geen groei-, voortplantings- of andere verblijfplaatsen van beschermde flora, overige grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen of ongewervelden aangetroffen of te verwachten, uitgezonderd de soorten waarvoor een vrijstelling van ontheffingsplicht geldt in de provincie Overijssel. De zorgplicht (zie kader 2.1) geldt wel voor deze soorten. Hierin kan invulling worden gegeven door onder andere werkzaamheden uit te voeren buiten de kwetsbare (voortplantings)periode van te verwachten soorten, de werkzaamheden op een langzaam tempo en in één richting uit te voeren.

Advies en vervolgstappen • Bij het uitvoeren van het voornemen gaan verblijfplaatsen verloren van gewone dwergvleermuizen, steenmarter en leefgebied met mogelijke verblijfplaatsen van egel en kleine marterachtigen. Om doorgang van het voornemen mogelijk te maken is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. • Indien bomen met eekhoornnest worden gekapt, is ook voor eekhoorn een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. • Werkzaamheden die broedbiotopen van alle aanwezige vogels wezenlijk verstoren of beschadigen moeten altijd worden voorkomen. Dit is voor de meeste soorten mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten in de periode na eind juli en voor begin maart. Indien werkzaamheden in de periode half februari tot half november worden opgestart wordt geadviseerd om voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole door een ter zake deskundige uit te voeren. Vervolgstappen voor vogels zijn niet aan de orde, mits rekening gehouden wordt met het broedseizoen. • Een toename van stikstofdepositie wordt in beeld gebracht met het rekenmodel AERIUS calculator. Geadviseerd wordt om een zogenoemde stikstofberekening te (laten) uitvoeren voor de aanleg- en gebruiksfase om vervolgens te beoordelen of vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming nodig zijn.

• Indien bomen gekapt worden die onderdeel uitmaken van een houtopstand van 10 are of meer of van een rij bomen van 20 of meer, is een melding en herplant en mogelijk ontheffing van de herplantplicht nodig. Daarnaast zijn mogelijk kapregels van de gemeente Hardenberg van toepassing.

06

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen

Summary Introduction Theme Park & Resort Slagharen intends to develop a new campsite on a newly purchased site southwest of the amusement park, on the other side of the Zwarte Dijk. There are also plans to build a lodging at an existing campsite, which is located on the east side of the park. Because the implementation of this initiative may have negative consequences for protected natural areas and species, this initiative must be tested against nature conservation law (Wet natuurbescherming). This report is used by the initiator for the application for deviating from the current zoning plan.

Protection of natural areas • The plan area is approximately 10 kilometers from the nearest Natura 2000 site. Because of this distance and buildings and infrastructure between the plan site and the nearest Natura 2000 site, negative effects (except for the consequences of nitrogen input) are not expected to occur. • To determine whether there is deposition of nitrogen in vulnerable habitats within Natura 2000 sites, it is necessary to calculate the nitrogen emissions for the demolition and construction work and when the camping and lodging are in use, using the AERIUS-calculator. • The plan area is approximately 3 kilometers from the nearest part of Natuurnetwerk Nederland. Because of this distance and buildings and infrastructure between the plan site and the nearest part of Natuurnetwerk Nederland, negative effects are ruled out.

Protection of wooded areas and tree rows • At the municipality of Hardenberg, the built-up area Wet natuurbescherming is not known. When the boundaries of the city limits in relation to the Wet natuurbescherming is not known, the prohibition articles relating to houtopstanden (protected wooded areas and tree rows) apply to all wooded areas with a surface of more than 10 are (1.000 m2) and rows of >20 trees in one or more rows.

Protection of species • A bat roost has been found in the farmhouse in the plan area. For the demolition of the farmhouse is an exemption from the Wet natuurbescherming necessary. • Breeding and resting sites of beech marten have been found in the buildings in the plan area. For the demolition of the farmhouse and stables is an exemption from the Wet natuurbescherming necessary. • Potential resting and breeding sites of European hedgehogs, European polecats, stoats, and least weasels have been found in the plan area. The developments results in loss of habitat and possible damage to specimens of these species. An exemption from the Wet natuurbescherming is necessary. • Two nests of red squirl have been found in trees in the plan area. When these trees have to be felled, an exemption from the Wet natuurbescherming is necessary.

07

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen

• There are no nest sites or essential foraging area of birds with year-round protected nests within the project area. Breeding habitat of common bird is present within and near the project area. Breeding birds must be taken into account during the work • Based on the terrain characteristics, habitat requirements and known distribution data, no protected flora are expected in the plan area. Nor are reproduction sites or resting sites of protected reptiles, amphibians, fish, and invertebrates to be expected. Exceptions to this are species for which there is no obligation to apply for exempt within the province of Overijssel. Further steps in the context of the Wet natuurbescherming are not for necessary for these species, apart from steps in the context of the Zorgplicht (Article 1.11 Wnb).

Next steps and recommendations • When implementing the plans bat roots and breeding and resting sites of beech marten, hedgehog and small mustelids will be lost. To enable the plan to proceed it is necessary to apply for an exemption from the Wet natuurbescherming. • When trees with breeding or resting sites of red squirl are felled an exemption from the Wet natuurbescherming is needed. • Actively used bird nests are always protected by law. Damage to common birds and their nests is possible for most species by before mid-March and after the end of July. When work is carried out within the period from 15 February to 15 November, it is recommended to check the plan area for early or late nesting birds within the sphere of influence of the plans. • To determine whether there is deposition of nitrogen in vulnerable habitats within Natura 2000 sites, it is necessary to calculate the nitrogen emissions for the demolition and construction work and when the camping and lodging are in use, using the AERIUS-calculator. • If trees are part of wooded areas with a surface of more than 10 are (1.000 m2) and rows of >20 trees in one or more rows, a notification at the province of Overijssel is required. In addition, there is a replanting obligation or a exemption of the replant obligation needed.

08

Natuurtoets Natuurtoetsuitbreiding uitbreidingAttractieAttractie-en envakantiepark vakantieparkSlagharen Slagharen

1. Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling Attractie- en vakantiepark Slagharen heeft het voornemen om een nieuwe camping te realiseren op een nieuw aangekocht terrein. Ook zijn er plannen om een lodging te bouwen op de huidige camping. Omdat uitvoering van dit initiatief negatieve gevolgen kan hebben voor beschermde natuurwaarden, is dit initiatief getoetst aan het natuurbeschermingsrecht. In voorliggende natuurtoets zijn de effecten van het voorgenomen initiatief beoordeeld op het onderdeel soortbescherming, gebiedsbescherming (Natura 2000), houtopstanden en Natuurnetwerk Nederland. De natuurtoets wordt door de initiatiefnemer gebruikt voor een omgevingsvergunning voor afwijken van een bestemmingsplan.

1.2

Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling

1.2.1

Huidige situatie Attractie- en vakantiepark Slagharen ligt in het gelijknamige dorp Slagharen, in de gemeente Hardenberg. Het projectgebied omvat twee deelgebieden; een nieuw aangekocht perceel langs de Zwarte Dijk en de huidige camping (zie figuur 1.1 en 1.2). Op het nieuwe perceel staat momenteel een oude woonboerderij met enkele opstallen. De bebouwing is in vervallen staat en wordt niet meer bewoond. Op het perceel zijn, parallel aan de Zwarte Dijk, twee bomenrijen aanwezig; een oude eikenlaan en een dubbele bomenrij van eik en berk met een struiklaag van hulst, vlier en hazelaar. Verder bestaat het perceel uit (intensief beheerd) grasland en gazon met verharding rondom de boerderij en opstallen. Langs de randen van het perceel is jonge aanplant van naaldbomen (zuidwestrand) en opslag van o.a. berk en braam. De noordzijde van het perceel wordt begrensd door een brede watergang (Ommerkanaal). De watergang is beschoeid. De oeverzones ter hoogte van het projectgebied zijn begroeid met (jaarlijks gemaaide) rietvegetatie en opslag van o.a. berk met hier en daar ruigte. Verder is er geen oppervlaktewater aanwezig. Het projectgebied op de huidige camping bestaat uit gazon dat door opgaand struweel, (beuken)hagen en verharde paden (klinkers) wordt verdeeld in vakken voor caravans en tenten. Op het terrein staan een aantal toiletgebouwen. Oppervlaktewater is hier niet aanwezig.

09

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen

1.2.2

Voorgenomen ontwikkeling Attractiepark Slagharen is voornemens op het nieuwe perceel langs de Zwarte Dijk een camping te realiseren met 175 kampeerplaatsen. Hiervoor worden de boerderij en opstallen gesloopt en worden mogelijk bomen gekapt en ondergroei verwijderd. Er vinden geen werkzaamheden plaats in de oeverzone van de watergang of perceel randen met opslag. De exacte inrichtingsplannen zijn nog niet definitief. Op de bestaande camping wil het Attractiepark een lodging realiseren in de vorm van 60 huisjes. De toiletgebouwen worden hierbij gesloopt en mogelijk wordt opgaand struweel en hagen verwijderd.

Figuur 1.1 Ligging projectgebied Attractiepark Slagharen, met de te realiseren camping in blauw en de te realise-

ren lodging in rood. Bron achtergrond: PDOK

10

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen

Figuur 1.2 Impressie projectgebied. De locatie van de toekomstige camping (links) met de vervallen woonboerderij, intensief beheerd grasland en (dubbele) bomenrij en toekomstige lodging (rechts) met een toiletgebouw en kampeervakken van gazon omringd met hagen. Foto’s: Ecogroen, 2022

1.3

Leeswijzer Het toetsingskader waarbinnen de natuurtoets is uitgevoerd en de gebruikte methodiek zijn beschreven in hoofdstuk 2. Op basis van de verzamelde informatie volgt een beschrijving van te verwachten effecten op beschermde gebieden (hoofdstuk 3), beschermde houtopstanden (hoofdstuk 4) en beschermde soorten (hoofdstuk 5). Daarnaast is beschreven of en zo ja, welke vervolgstappen nodig zijn om het project uit te voeren. Tot slot volgt een overzicht van de geraadpleegde bronnen.

11

Natuurtoets Natuurtoetsuitbreiding uitbreidingAttractieAttractie-en envakantiepark vakantieparkSlagharen Slagharen

2. Wettelijk kader en methode 2.1

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstan-

den. In dit rapport wordt ingegaan op alle drie deze onderdelen. In onderstaand kader 2.1 is een samenvatting van de relevante wetteksten gegeven. Kader 2.1 Wet natuurbescherming Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet natuurbescherming (ook: Wnb) kent een zorgplicht voor natuur en soorten. De zorgplicht is altijd van kracht, ook ten aanzien van niet beschermde natuur. Artikel 1.11 schrijft voor dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn/haar handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een beschermd gebied of voor in het wild levende soorten, laat deze handelingen achterwege of voorkomt de gevolgen. Dit laatste kan door het treffen van maatregelen ter voorkoming van schade of -als zelfs dat niet kan- de ontstane schade zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Een voorbeeld van (een maatregelen in het kader van) zorgplicht is het werken in de minst kwetsbare periode van soorten. Natura 2000 (hoofdstuk 2) Hoofdstuk 2 regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Habitatrichtlijngebieden (HR) en Vogelrichtlijngebieden (VR). Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor de bescherming van natuurlijke habitats, habitats van soorten en leefgebieden van vogels.

Artikelen 2.1 tot en met 2.11 van de Wet regelen de bescherming van (de doelen voor) Natura 2000-gebieden. Artikel 2.7 verplicht om vooraf te beoordelen of plannen en projecten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden significant negatieve gevolgen kunnen hebben op de voor deze gebieden geformuleerde doelen. Als uit de beoordeling blijkt dat geen significant negatieve gevolgen optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project niet nodig. Zijn significant negatieve gevolgen niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig. Artikel 2.8 bevat de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of het verlenen van een vergunning. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of handeling plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Soorten (hoofdstuk 3) Hoofdstuk 3 regelt de bescherming van soorten. De bescherming van soorten is verdeeld over de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. Het betreft de bescherming van: • Vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), in de praktijk vaak onderverdeeld in: – Vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, gierzwaluw en buizerd. – Overige vogels, waarvan nesten alleen tijdens het broedseizoen zijn beschermd (periode van nestbouw, ei-leg, broeden en voeren van de jongen op het nest).

• Soorten (exclusief vogels) van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I), zoals bedoeld in artikel 3.5. • Andere soorten (artikel 3.10), onderverdeeld in: – Soorten waarvoor een ontheffing vereist kan zijn. – Soorten waarvoor -op basis van de betreffende provinciale verordening- vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt.

12

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen

Indien effecten niet zijn uit te sluiten moet -voorafgaand aan het vaststellen van een plan- zijn beoordeeld of er uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing. Als er aantoonbaar uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing dan kan het plan worden vastgesteld. Als bij ruimtelijke ingrepen verbodsbepalingen worden overtreden dan is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen bij het bevoegd gezag, tenzij gewerkt kan worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of activiteit plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Voor het verkrijgen van een ontheffing moet zijn beschreven hoe de initiatiefnemer ervoor zorgt dat schade aan beschermde soorten tot een minimum beperkt blijft, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn, dat alternatieven ontbreken, aan welk wettelijk belang wordt voldaan en dat de staat van instandhouding van de betreffende soort niet in gevaar komt. Houtopstanden (hoofdstuk 4) Hoofdstuk 4 regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij Wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend buiten de bebouwde kom, die een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.

Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt meld- (artikel 4.2) en herplantplicht (artikel 4.3). Er geldt een verbod op de kap als het voornemen daartoe niet (maximaal een jaar en minimaal een maand) vooraf is gemeld bij bevoegd gezag. Binnen drie jaar moet dezelfde grond op bosbouwkundig verantwoorde wijze zijn herbeplant. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Provinciale staten kunnen in de provinciale verordening regels opnemen over de melding en de herplant, zoals herplant op andere gronden dan waar de (deels) gevelde opstand stond.

2.1.1

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en uitgewerkt in provinciale verordeningen. In het Barro staat dat bij provinciale verordening gebieden moeten worden aangewezen die het Natuurnetwerk Nederland vormen. De ligging van die gebieden wordt geometrisch vastgelegd. Bij provinciale verordening worden in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen waarbij in bepaalde gevallen wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen of nabij het NNN, waarbij een nieuw bestemmingsplan wordt vastgesteld of een omgevingsvergunning wordt verleend waarbij in bepaalde gevallen wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee-tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet toegestaan is. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen en verankerd in de bestemmingsplannen. Indien geen sprake is van een nieuw vast te stellen bestemmingsplan, dan wel dat een omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan niet vereist is, is toetsing aan het NNN niet aan de orde.

2.2

Onderzoeksmethode

2.2.1

Literatuuronderzoek en quickscan veldbezoek Om de aanwezige of te verwachten beschermde natuurwaarden binnen de invloedsfeer van de projectgebieden in beeld te brengen is gestart met een literatuuronderzoek. Het literatuuronderzoek bestaat uit een raadpleging op 15 februari 2022 van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). In de NDFF is gekeken naar verspreidingsgegevens van de afgelopen tien jaar binnen een straal van vijf kilometer rondom het projectgebied. Ook is tijdens de bureaustudie bepaald of het projectgebied in de nabijheid van NNN-gebieden en/of Natura 2000-gebieden ligt. De verzamelde informatie uit het literatuuronderzoek vormt de basis voor het quickscan veldbezoek dat is uitgevoerd op 16 februari 2022 (bewolkt, af en toe wat regen, matige wind en 10 °C). Het

13

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen

projectgebied en de directe omgeving is onderzocht door een ecoloog van Ecogroen. Tijdens dit veldbezoek is er aandacht besteed aan (mogelijk) aanwezige beschermde soorten binnen de Wet natuurbescherming. Uit het veldbezoek is gebleken dat er potentiële verblijfplaatsen, nestplaatsen en leefgebieden aanwezig zijn van vleermuizen, huismus, steenuil, kerkuil, boerenzwaluw, sperwer, ransuil, egel en kleine marterachtigen. Aanvullend soortgericht onderzoek is uitgevoerd om de functie van het projectgebied voor deze beschermde soorten te bepalen. In onderstaande paragrafen is de gevolgde werkwijze van het onderzoek beschreven. 2.2.2

Aanvullend onderzoek steenuil In de opstallen van de boerderij zijn potentiële nestlocaties van steenuil aanwezig. Om de functie van het projectgebied voor steenuil te bepalen zijn conform het kennisdocument van steenuil (BIJ12, 2017h) drie nachtelijk veldbezoeken uitgevoerd in de periode begin februari tot eind april met gunstige omstandigheden (zie tabel 2.2). De bezoeken zijn gestart in de avondschemer en duurden tot 2 tot 3 uur na zonsondergang. Tijdens het onderzoek is in het plangebied en een ruim gebied rondom het plangebied (zone tot ca. 500 meter) geluisterd om territorium- en contactgeluiden van steenuil waar te nemen. De vogels zijn tot roepen aangespoord door middel van het afspelen van de territoriumroep met geluidboxjes. Aanvullend is op 28 maart een audio-recorder (audiomoth) geplaatst die de hele nacht geluiden heeft opgenomen en is tijdens overige nachtelijke bezoeken ook gelet op aanwezigheid van steenuil. Daarnaast zijn meerdere dagbezoeken uitgevoerd waarbij gezocht is naar sporen van steenuil, zoals braakballen en krijtstrepen.

2.2.3

Aanvullend onderzoek kerkuil In de opstallen van de boerderij zijn potentiële nestlocaties van kerkuil aanwezig. Om de functie van het projectgebied voor kerkuil te bepalen zijn conform het kennisdocument van kerkuil (BIJ12, 2017e) minimaal drie nachtelijk veldbezoeken uitgevoerd in de periode begin februari tot half oktober met gunstige omstandigheden (zie tabel 2.2). De bezoeken zijn gestart in de avondschemer en duurden tot 2 tot 3 uur na zonsondergang. Aanvullend is op 28 maart een audio-recorder (audiomoth) geplaatst die de hele nacht geluiden heeft opgenomen en is tijdens overige nachtelijke bezoeken ook gelet op aanwezigheid van kerkuil. Daarnaast zijn meerdere dagbezoeken uitgevoerd waarbij gezocht is naar sporen van kerkuil, zoals braakballen en krijtstrepen.

2.2.4

Aanvullend onderzoek huismus In de boerderij en opstallen zijn potentiële nestlocaties van huismus aangetroffen. Het onderzoek naar huismus is uitgevoerd conform het kennisdocument huismus (BIJ12, 2017d). Middels twee dagbezoeken in de periode april-half mei (zie tabel 2.) zijn huismussen met nestindicerend gedrag geïnventariseerd, door te letten op zingende mannetjes, nestbouw of transport van voedsel. De bezoeken zijn uitgevoerd onder voor huismus gunstige omstandigheden (zie tabel 2.2) en in de ochtenduren, wanneer huismus het meest actief is.

2.2.5

Aanvullend onderzoek sperwer en ransuil Tijdens het quickscan veldbezoek is op het terrein van de huidige camping een potentieel nest van sperwer of ransuil aangetroffen. Om het gebruik van het nest door sperwer of ransuil vast te stellen is onderzoek uitgevoerd op basis van het kennisdocument van buizerd (BIJ12, 2017a). Hiervoor zijn in de ochtend vier veldbezoeken in de periode begin mei tot half juni uitgevoerd (zie tabel 2.2). Bij het onderzoek is gelet op verse takken (oplichtend breukvlak), alarmerende ouders, poepsporen,

14

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen

prooiresten en ruiveren, die duiden op gebruik van het nest door sperwer of ransuil. Aanvullend is tijdens nachtelijke bezoeken gelet op aanwezigheid van ransuil in het projectgebied. 2.2.6

Aanvullend onderzoek boerenzwaluw In de opstallen van de boerderij zijn potentiële nestlocatie van boerenzwaluw aangetroffen. Onderzoek naar boerenzwaluw is uitgevoerd door tijdens alle dagbezoeken en voorafgaand aan alle nachtelijke (vleermuis)bezoeken (zie paragraaf 2.2.7) in de periode april tot en met september te letten op de aanwezigheid boerenzwaluw. Daarnaast is de bebouwing gecontroleerd op aanwezigheid van nesten.

2.2.7

Aanvullend onderzoek vleermuizen In de boerderij en opstallen zijn potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Het onderzoek naar vleermuizen heeft zich vooral gericht op het vaststellen van verblijfplaatsen. Op basis van onderzoekservaring uit eerdere (soortgelijke) projecten en de bouwkundige constructie van de bebouwing worden vleermuissoorten als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger verwacht. De onderzoeksinspanning is afgestemd op deze soorten. Conform het landelijk vleermuis-protocol (Vleermuisvakberaad, 2021) en de kennisdocumenten van vleermuizen (BIJ12, 2017b; 2017c; 2017g) zijn in deze situatie vijf nachtelijke bezoeken verspreid over het jaar uitgevoerd. Op basis van de omvang van het terrein is het onderzoek met één persoon uitgevoerd. Specifiek gaat het om drie nachtelijke bezoeken in de periode half mei tot half juli gericht op kraamkolonies en zomerverblijfplaatsen en twee nachtelijke bezoeken in de periode half augustus tot eind september gericht op baltslocaties en paarverblijfplaatsen van groepjes vleermuizen. De bezoeken zijn in de ochtend- of avondschemering uitgevoerd. Conform het vleermuisprotocol is het avondbezoek voor baltsterritoria één uur na zonsondergang gestart. Alle bezoeken zijn uitgevoerd onder gunstige weersomstandigheden (droog, geen harde wind, minimaal 12 °C, zie tabel 2.2).

Bij het onderzoek is gebruikgemaakt van batdetectors met de mogelijkheid om opnamen te maken, zoals de Pettersson D240x, de Petterson M500 en de Echometer Touch 2. Tijdens alle bezoeken is ook gekeken naar eventuele vliegroutes en foerageergebieden.

2.2.8

Aanvullend onderzoek steenmarter Tijdens het quickscan veldbezoek zijn sporen van steenmarter aangetroffen in de boerderij en opstallen en zijn potentiële verblijfplaatsen van steenmarter waargenomen onder een van de toiletgebouwen op de huidige camping. Tijdens het nachtelijke onderzoek is gelet op activiteit van steenmarters en aanvullend is tijdens de dagbezoeken gezocht naar verse sporen zoals prooiresten en poepsporen. Daarnaast zijn visuele inspecties uitgevoerd bij het konijnenhol onder het toiletgebouw waarbij tevens gebruik gemaakt is van een endoscoop om verder het hol in te kunnen kijken.

2.2.9

Egel en kleine marterachtigen Tijdens het quickscan velbezoek is in het plangebied geschikt biotoop voor kleine marterachtigen (wezel, hermelijn, bunzing) en egel aangetroffen, zoals struweel en bomenrijen met struiklaag. In de Handreiking Soortenbescherming in Overijssel (Scholten-Huizendveld, 2021) is bepaald hoe bij ruimtelijke ontwikkelingen moet worden omgegaan met leefgebied van deze soorten. Op basis van deze handreiking is een habitatgeschikheidonderzoek uitgevoerd in projectgebied en omgeving. Dit onderzoek is uitgevoerd op basis van het literatuuronderzoek (NDFF en luchtfoto) en het veldbezoek op 16 februari en 27 juli. Hierbij zijn alle elementen en mogelijke functies in en rondom het projectgebied voor kleine marters en egel in beeld gebracht. Er is onder andere gelet op dekking,

15

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen

schuilplaatsen, nestplaatsen, verbindingsroutes en foerageergebied. Aanvullend is tijdens de nachtelijke veldbezoeken gelet op activiteit van egel en kleine marterachtigen. 2.2.10

Grote bosmuis Tijdens het quickscan veldbezoek is potentieel leefgebied van grote bosmuis aangetroffen in vorm van enkele groenstroken en ruig begroeide perceelsgrenzen. Onderzoek naar grote bosmuis is uitgevoerd op basis van het kennisdocument van Noordse woelmuis (Bij12, 2017f) en afgestemd op de ecologie van grote bosmuis. Het onderzoek is uitgevoerd met behulp van inloopvallen van het type Longworth (life-traps). Voor het onderzoek zijn 55 vallen verdeeld over 5 raaien geplaatst; 15 vallen op het terrein van de huidige camping en 40 vallen in de houtwallen rondom de boerderij (zie figuur 2.1).

Figuur 2.1 De projectgebieden (rood omlijnd) en de locaties (raaien) van de muizenvallen (gele lijnen). Bron luchtfoto: PDOK

Voorafgaand aan de plaatsing zijn de vallen gevuld met een combinatie van hooi en geschikt voer voor grote bosmuis (onder andere klein knaagdiervoer, wortel en pinda’s). De vallen zijn geplaatst in de vegetatie op plekken met voldoende dekking. Om de vangkans te vergroten is een zogenoemde prebait-periode van 3 dagen gehanteerd. In deze periode kunnen de dieren wennen aan het vreemde voorwerp in hun leefgebied. Vervolgens zijn de vallen op scherp gezet en zijn de vallen twee keer per dag, om de 12 uur, gecontroleerd op aanwezigheid van grote bosmuis (zie tabel 2.1 voor het inventarisatieschema). Tabel 2.1 Inventarisatieschema onderzoek grote bosmuis Velddag 1 1 t/m 3 4 5

Datum 2 september 2022 2-4 september 2022 5 september 2022 5 september 2022 6 september 2022 6 september 2022

Tijdstip dag Ochtend Avond Ochtend Avond

Handeling Uitzetten vallen Prebaiten Scherpstellen vallen Eerste controle Tweede controle Derde controle

16

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen

6 7

2.2.11

7 september 2022 7 september 2022 8 september 2022

Ochtend Avond Ochtend

Vierde controle Vijfde controle Zesde controle, opruimen vallen

Overzicht uitgevoerde veldbezoeken Tabel 2.2 Overzicht uitgevoerde veldonderzoeken en bijbehorende omstandigheden. Datum

Tijdstip

Weersomstandigheden

Onderzoek

16-2-2022

09:3015:30 19:3022:30 20:0022:45 07:3008:30 20:4523:00 07:4508:15 08:1509:15 21:0021:15 21:0023:45 21:3000:00 03:1505:15 09:3012:30 23:0001:00 08:00

10 °C, af en toe wat regen, bewolkt, matige wind

Quickscan veldbezoek, sperwer

6°C, droog, onbewolkt, weinig wind

Steenuil/kerkuil

16°C, droog, half bewolkt, windstil

Steenuil/kerkuil

16°C, droog, half bewolkt, windstil

Huismus

8°C, droog, licht bewolkt, weinig wind

Steenuil/kerkuil

8°C, droog, bewolkt, windstil

Sperwer

8°C, droog, bewolkt, windstil

Huismus

20°C, droog, half bewolkt, weinig wind

Sperwer

20°C, droog, half bewolkt, weinig wind

Vleermuizen, steenmarter

13°C, droog, helder, windstil

14°C, droog, licht bewolkt, weinig wind

Sperwer, vleermuizen, steenmarter, boerenzwaluw Sperwer, vleermuizen, steenmarter, boerenzwaluw Habitatgeschiktheidsonderzoek egel en kleine marterachtigen Vleermuizen, steenmarter

20:1522:15 09:0009:30

8°C, droog, bewolkt, weinig wind

Start onderzoek grote bosmuis (zie tabel 2.1) Vleermuizen, steenmarter

15°C, droog, helder, windstil

Visuele inspectie steenmarter

28-3-2022 12-4-2022 12-4-2022 28-4-2022 6-5-2022 6-5-2022 17-5-2022 17-5-2022 7-6-2022 15-6-2022 27-7-2022 1-9-2022 2-9-2022 29-9-2022 26-10-2022

2.2.12

12°C, droog, helder, windstil 18°C, droog, half bewolkt, weinig wind

Toets soortenbescherming Op basis van het uitgevoerde literatuur- en veldonderzoek is beoordeeld welke beschermde soorten aanwezig zijn. Vervolgens is op basis van het voorgenomen plan bepaald welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten en of vervolgstappen (zoals mitigerende maatregelen of een ontheffingsaanvraag) vereist zijn.

2.2.13

Toets gebiedsbescherming (Natura 2000- gebieden) en Natuurnetwerk Nederland (NNN) Op basis van het uitgevoerde literatuuronderzoek is beoordeeld of de voorgenomen plannen kunnen leiden tot (significant) negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of op wezenlijke kenmerken en waarden van NNN-gebied. Indien (mogelijk) sprake is van negatieve effecten is advies gegeven over te nemen vervolgstappen, zoals nader onderzoek of het nemen van maatregelen.

2.2.14

Toets houtopstanden Er is beoordeeld of het toetsingskader van de Wet natuurbescherming voor houtopstanden van toepassing is binnen het plangebied. Vervolgens is bepaald of vervolgstappen aan de orde zijn.

17

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen

18

Natuurtoets Natuurtoetsuitbreiding uitbreidingAttractieAttractie-en envakantiepark vakantieparkSlagharen Slagharen

3. Gebiedsbescherming 3.1

Natura 2000 Het projectgebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is Vecht- en Beneden-Reggegebied op ongeveer 10 kilometer afstand (figuur 3.1). Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand. Directe negatieve effecten, waaronder oppervlakteverlies van habitattypen en leefgebied van soorten, worden op voorhand uitgesloten. Op basis van de effectenindicator (Broekmeyer, 2005, 2010; Min. EZ, 2015) en expert judgement worden indirecte (uitstralende) effecten door bijvoorbeeld licht of geluid eveneens uitgesloten, gezien de aard en omvang van het plan en de afstand tot habitattypen en leefgebieden van soorten. Alleen indirecte effecten als gevolg van stikstofdepositie (verzuring en/of vermesting) kunnen niet op voorhand worden uitgesloten, gezien de reikwijdte van stikstofdepositie.

Figuur 3.1 Ligging projectgebied (rode punt) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (groene vlakken). Bron achtergrond: PDOK.

19

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen

3.1.1

Stikstofdepositie De werkzaamheden in het plangebied kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Een teveel aan stikstof kan leiden tot verzuring en vermesting van stikstofgevoelige habitattypen en leefgebied van soorten. Emissie van stikstofoxiden ontstaat door verbranding van fossiele brandstoffen bij het gebruik van materieel voor onder andere de sloop- en aanlegwerkzaamheden en aan- en afvoer van grond en materialen door gemotoriseerd verkeer. Daarnaast kan een toename in stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden optreden in de gebruiksfase, door bijvoorbeeld een toename in verkeer voor de nieuwe camping. Een toename van stikstofdepositie wordt in beeld gebracht met het rekenmodel AERIUS calculator. Geadviseerd wordt om een zogenoemde stikstofberekening te (laten) uitvoeren voor de aanleg- en gebruiksfase om vervolgens te beoordelen of vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming nodig zijn.

3.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het projectgebied ligt op ruim 3 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (zie figuur 3.2). Vanwege de tussenliggende afstand, bebouwing en infrastructuur zijn negatieve effecten van de voorgenomen ontwikkelingen op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN uitgesloten. Er is bijvoorbeeld geen sprake van oppervlakteverlies, verlies van donkerte of aaneen geslotenheid van het NNN. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.

Figuur 3.2 Ligging projectgebied (rode en blauwe contouren) ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland (groene vlakken). Bron achtergrond: PDOK.

20

Natuurtoets Natuurtoetsuitbreiding uitbreidingAttractieAttractie-en envakantiepark vakantieparkSlagharen Slagharen

4. Houtopstanden 4.1

Beschermde houtopstanden De Wnb-bescherming voor houtopstanden geldt alleen voor houtopstanden buiten de bebouwde kom Wet natuurbescherming (bbk Wnb). Een houtopstand buiten de bbk Wnb is beschermd onder de Wnb wanneer deze onderdeel uitmaakt van een zelfstandige eenheid van meer dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat (zie kader 2.1). Wel gelden er diverse uitzonderingen (zie kader 4.1). De begrenzing van de bebouwde kom Wnb is opgevraagd bij gemeente Hardenberg. De begrenzing is in de jaren 80 vastgesteld in het kader van de destijds geldende regelgeving (Boswet), maar deze begrenzing is niet meer bekend. Wanneer de begrenzing niet bekend is, gelden de verbodsartikelen met betrekking tot van het onderdeel houtopstanden voor alle houtopstanden met een oppervlakte van meer dan 10 are of rijen van meer dan 20 bomen in één of meerdere rijen (uitzonderingen daargelaten).

Kader 4.1 Uitzonderingen Wet natuurbescherming onderdeel houtopstanden (artikel 4.1 Wnb) Voor onderstaande houtopstanden is een meldingsplicht (kapmelding) niet aan de orde: • Houtopstanden op erven en in tuinen; • Onderhoud om de groei van het overblijvende groen te bevorderen (dunning); • Periodiek kappen van hak- of griendhout; • Houtopstanden waarvoor vrijstelling is verleend; • Wegbeplanting en eenrijige beplantingen die bestaan uit populieren of wilgen, op of langs landbouwgronden en waterwegen; • Vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; • Naaldbomen van maximaal 20 jaar oud, bedoeld als kerstbomen; • Kweekgoed; • Beplanting die bestaat uit populieren, wilgen, essen of elzen voor de productie van houtige biomassa als zij: – Tenminste eens per 10 jaar worden geoogst; – Een aaneengesloten beplantingseenheid zijn die bestaat uit minstens tienduizend stoven per hectare en die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken, breder dan 2 meter; – Na 1 januari 2013 zijn aangelegd.

In voorliggende situatie geldt dat alle bomen en boomrijen in het projectgebied onderdeel uitmaken van een houtopstand van meer dan 10 are of bestaan uit een één of meerdere rijen van meer dan 20 bomen, waardoor er sprake is van binnen de Wnb beschermde houtopstanden. In voorliggende situatie geldt dat de bomen binnen het projectgebied onderdeel uitmaken van een één of meerdere rijen van meer dan 20 bomen en dat er geen sprake is van uitzonderingen, waardoor er sprake is van binnen de Wnb beschermde houtopstanden. Voor de kap van bomen in het plangebied is een melding in het kader van de Wet natuurbescherming bij de provincie Overijssel

21

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen

nodig en geldt een herplantplicht. Omdat herplant niet mogelijk is op dezelfde grond, is tevens een ontheffing van de herplantplicht nodig. Naast bescherming van houtopstanden onder de Wnb hanteren gemeenten ook beschermingsregels, vaak via de gemeentelijke kapverordening of de APV. Mogelijk is dus op grond van gemeentelijke regels een omgevingsvergunning voor de activiteit kappen noodzakelijk.

22

Natuurtoets Natuurtoetsuitbreiding uitbreidingAttractieAttractie-en envakantiepark vakantieparkSlagharen Slagharen

5. Soortbescherming 5.1

Flora Binnen het projectgebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde Flora (NDFF, 2022). De weilanden rondom de boerderij bestaan grotendeels uit Italiaan raaigras. Op het terrein zijn enkele groenstroken met bomen die verschillen in leeftijd. De dubbele bomenrij bestaat voornamelijk uit eik en berk met een ondergroei van onder andere hulst, vlier en klimop. De oudere eikenlaan heeft een ondergroei van soorten zoals hazelaar, meidoorn, Spaanse aak en braam. De westzijde van het terrein is afgescheiden door middel van een rij jonge dennen. De oever langs het kanaal was ten tijde van het locatiebezoek kort gemaaid. Op het terrein rondom de boerderij zijn geen beschermde soorten aangetroffen en worden aan de hand van de terreinkenmerken ook niet verwacht. De huidige camping bestaat uit gazon met daarop (beuken) hagen en rondom de camping opgaand struweel, bestaande uit voornamelijk dennen en soorten als kornoelje. Tijdens de veldbezoeken zijn geen in de Wet natuurbescherming beschermde plantensoorten aangetroffen. Op basis van de aangetroffen soortensamenstelling, de terreingesteldheid en bekende verspreidingsgegevens worden deze soorten ook niet verwacht. Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van de soortgroep flora is in het kader van de Wet natuurbescherming niet aan de orde.

5.2

Zoogdieren

5.2.1

Vleermuizen Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden (zie ook kader 5.1). Hieronder worden deze onderdelen nader beschreven. In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis (NDFF, 2022). Waarnemingen betreffen overvliegende en foeragerende dieren. Kader 5.1 Vleermuizen Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in donkere en voor vleermuizen bereikbare ruimten in bomen, huizen, kelders et cetera en kunnen aanwezig zijn in de vorm van kraamverblijven/ zomerverblijven, baltslocaties/ paarverblijven en winterverblijven. Verstoring, beschadiging, vernietiging of het verwijderen van deze verblijfplaatsen is verboden. Vliegroutes Voor oriëntatie tijdens de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen veelal jarenlang dezelfde structuren. Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag van vleermuizen vormen bepaalde lijnvormige structuren

23

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen

(bijvoorbeeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) een belangrijk onderdeel van een vliegroute. Wanneer alternatieve structuren ontbreken zijn dergelijke structuren ‘onmisbaar’ en zodoende beschermd. Foerageergebieden Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water zijn van belang als foerageergebied voor vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen geniet binnen de Wet natuurbescherming echter geen juridische bescherming, tenzij het onmisbaar is voor het voortbestaan van een populatie.

Verblijfplaatsen Op de huidige camping zijn enkele toiletgebouwen gelegen. Het ontbreekt deze gebouwen aan voor vleermuis geschikte kieren en openingen die toeging tot eventuele verblijfplaatsen bieden. Ook zijn op de camping geen bomen met voor vleermuizen geschikte holtes, scheuren of losse schors aanwezig. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen wordt op de huidige camping uitgesloten. De oude woonboerderij en de daarbij horende opstallen zijn wel geschikt als verblijfplaats van vleermuizen. De bebouwing bevat gaten en kieren achter onder andere dakpannen en boeiboorden. In de bomen rondom de woonboerderij zijn geen voor vleermuizen geschikte holtes e.d. aangetroffen. Tijdens het nachtelijke onderzoek naar vleermuizen is in de paarperiode een baltsterritoria van gewone dwergvleermuis waargenomen op het erf van de woonboerderij. Tijdens de overige veldbezoeken gericht op vleermuizen zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen. Echter zijn tijdens het uilenonderzoek op 28 maart 2022 twee gewone dwergvleermuizen waargenomen, die onder de dakrand van de woonboerderij uitvlogen (zie figuur 5.1 en bijlage 1). Op basis van deze resultaten wordt geconcludeerd dat de woonboerderij in gebruik is als paarverblijf van gewone dwergvleermuis, die mogelijk in zachte winterperiodes wordt gebruikt als winterverblijfplaats.

Figuur 5.1 Uitvlieglocatie van de twee gewone dwergvleermuizen onder de dakrand van de woonboerderij.

Door de sloop van de woonboerderij, gaat een paarverblijf van gewone dwergvleermuis verloren. Hiervoor is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Vliegroutes Binnen het projectgebied zijn lijnvormige structuren aanwezig in de vorm van de oude eikenlaan, dubbele bomenrij en randen van de huidige camping en perceel met woonboerderij. Daarnaast is ook de watergang en bosrand grenzend aan het projectgebied geschikt als vliegroute van

24

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen

vleermuizen. Tijdens het veldonderzoek zijn enkele gewone dwergvleermuizen en laatvliegers langsvliegend waargenomen bij de oude eikenlaan. Als gevolg van de plannen worden mogelijk bomen gekapt, maar de structuur van de eikenlaan en dubbele bomenlaan blijft zoveel als mogelijk behouden. Er ontstaan er bij eventuele kap van bomen geen grote gaten (>30m) in de bomenrijen. Zodoende blijft de functie als vliegroute behouden. Bovendien zijn in de omgeving ruim voldoende alternatieve lijnvormige structuren aanwezig, zoals bomenrijen langs de Zwarte Dijk, rondom de parkeerplaats en het Ommerkanaal, waardoor er altijd verbindingen aanwezig zijn tussen verblijfplaatsen en foerageergebied van vleermuizen. Vleermuizen zijn gevoelig voor verstoring voor nachtelijke verlichting in hun actieve periode (ca. april tot en met oktober). Om verstoring van vleermuizen tijdens werkzaamheden en in het toekomstige gebruik van de camping te voorkomen is het nemen van enkele voorzorgsmaatregelen nodig (zie kader 5.2). Vervolgstappen ten aanzien van vliegroutes van vleermuizen zijn niet aan de orde. Wel dient rekening gehouden te worden met verstoring van vleermuizen. Kader 5.2 Natuurvriendelijke verlichting Veel verschillende soorten dieren zijn gebaat bij een donkere omgeving.

Door gebruik te maken van natuurvriendelijke verlichting kan verstoring van nacht-actieve soorten worden uitgesloten of verminderd. Bij het gebruik, aanleggen of aanpassen van verlichting kan gedacht worden aan de volgende punten:

• Verlichtingssterkte: gebruik een zo laag mogelijke intensiteit. • Kleur van de verlichting: gebruik bijvoorbeeld amber-, rood- of groenkleurige verlichting. • Armaturen: gebruik gerichte armaturen, zodat alleen daar verlicht wordt waar dat nodig is en verstrooiing van verlichting wordt afgeschermd. Voorkom uitstraling naar watergangen om verdere verstrooiing te voorkomen.

• Verlicht alleen wanneer dat nodig is. Schakel lampen uit of dim verlichting bij afwezigheid van mensen. • Gebruik hagen, struiken en/of bomen om verstrooiing van verlichting richting mogelijke verblijfplaatsen te voorkomen. Foerageergebied Door aanwezigheid van bomenrijen en ander groen, zoals opslag en hagen, is het projectgebied geschikt als foerageergebied voor verschillende soorten vleermuizen. Tijdens het veldonderzoek zijn enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen en laatvliegers waargenomen binnen het projectgebied. Door het voornemen gaat mogelijk een deel van het (opgaande) groen verloren. Omdat er voldoende alternatief foerageergebied voorhanden blijft, zoals boven en langs het Ommerkanaal, bos- en bomenranden rondom het projectgebied, gaat er geen onmisbaar foerageergebied verloren. Bovendien wordt in de toekomstige situatie nieuw groen teruggebracht, waardoor weer nieuw foerageergebied ontstaat. Vervolgstappen ten aanzien van foerageergebied van vleermuizen is niet aan de orde. Wel wordt geadviseerd rekening gehouden te worden met verstoring van vleermuizen (zie kader 5.2). 5.2.2

Otter Op ruim 600 meter ten westen van het projectgebied zijn meerdere waarnemingen van otter bekend. Het betreffen sporen (uitwerpselen), levende exemplaren en verkeerslachtoffers bij de N343 (NDFF, 2022). Tijdens het veldbezoek is ter hoogte van een aanlegsteiger langs het Ommerkanaal ten noorden van de boerderij een otterspraint (uitwerpsel) gevonden. Overdag verblijft de otter in een dagrustplaats die zich bevindt op oevers in dichte oevervegetaties (o.a. riet), struwelen en bosschages, maar ook in kunstmatige holen. De otters maken hierbij gebruik van boomstronken en wortelstelsels, oude holen van bijvoorbeeld muskusratten of konijnen,

25

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen

constructies van takken en modder gemaakt door bevers, nissen onder bruggen of betonpijpen. De plek kan per dag verschillen. De otter is nachtactief en kan per nacht wel 20-30 km afleggen, langs oeverzones en watergangen (Zoogdiervereniging, 2022). Op basis van de bekende waarnemingen en het veldbezoek wordt gesteld dat het Ommerkanaal onderdeel is van het leefgebied van otter. In de oeverzone langs het projectgebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig vanwege het ontbreken van holen, dichte oevervegetaties en dergelijke. Naar verwachting gebruikt de otter het Ommerkanaal ter hoogte van het projectgebied enkel (beperkt) als foerageergebied en verbinding tussen leefgebieden. Er worden geen werkzaamheden uitgevoerd in de oeverzone en het kanaal. Zodoende gaat er geen foerageergebied van otter verloren. Omdat otter nachtactief is en er geen fysieke ingrepen in het leefgebied worden gedaan, kan de soort ook tijdens gebruik van de camping het Ommerkanaal en oeverzones blijven gebruiken als foerageergebied en verbindingselement. Als gevolg van de beoogde plannen gaan geen verblijfsplaatsen en onmisbaar foerageergebied van otter verloren. Vervolgstappen voor otter zijn niet aan de orde. 5.2.3

Steenmarter Het voorkomen van steenmarter is bekend in de omgeving van het projectgebied (NDFF, 2022). De dichtstbijzijnde waarneming is bekend op ongeveer 650 meter ten westen van het projectgebied. Tijdens het quickscan veldbezoek zijn in de boerderij en in twee opstallen sporen (keutels en afgebeten veren) van steenmarter aangetroffen (zie bijlage 1Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.), wat duidt op een verblijfplaats. Door de open kozijnen is de boerderij in zijn geheel toegankelijk voor steenmarter. Ook in de schuur achter de woning, en de schuur aan de noordzijde van de woning zijn sporen van steenmarter aangetroffen. Tijdens de verschillende soortgerichte onderzoeken zijn vaker sporen van steenmarter waargenomen en is ook een steenmarter waargenomen in de woonboerderij. Onder een van de toiletgebouwen op de camping is een konijnenhol aanwezig die in potentie geschikt is voor steenmarter. De locatie is verschillende keren bezocht en met een camera bekeken (zie ook paragraaf 2.2). Er zijn geen sporen of activiteit van steenmarter vastgesteld. Zodoende wordt gebruik van het konijnenhol door steenmarter uitgesloten. De toiletgebouwen zelf bieden geen potentie als verblijfplaatsen voor steenmarter. Door de sloop van de boerderij en bijhorende opstallen gaan verblijfplaatsen van steenmarter verloren, waarvoor een ontheffing Wet natuurbescherming nodig is.

5.2.4

Eekhoorn In de omgeving van het projectgebied zijn enkele waarnemingen van eekhoorn bekend (NDFF, 2022). Tijdens het quickscan veldbezoek zijn twee nesten van eekhoorn aangetroffen (zie bijlage 1). Het betreft een nest in een zomereik op het terrein bij de woonboerderij Fout! Verwijzingsbron niet g evonden.en een nest op de huidige camping. Daarnaast bieden de bomen in en rondom het projectgebied geschikt foerageergebied. Mogelijk worden enkele bomen gekapt, waaronder de bomen met eekhoornnesten. Door de beperkte omvang van geschikt foerageergebied wat mogelijk verloren gaat, is er geen sprake van aantasting van onmisbaar foerageergebied. Bovendien blijft rondom het projectgebied ruim voldoende alternatief foerageergebied aanwezig. Indien de bomen met eekhoornnesten worden gekapt, is een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.

5.2.5

Egel en kleine marterachtigen (wezel, bunzing en hermelijn) In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen van egel bekend (NDFF, 2022). De dichtstbijzijnde bekende waarnemingen zijn gedaan op ongeveer 350 meter ten noorden van het

26

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen

projectgebied. Waarnemingen van kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) zijn in de omgeving niet bekend. Wel is er geschikt leefgebied met potentiële verblijfplaatsen aangetroffen in vorm van onder andere de struiklaag van bomenrijen, perceelsranden, geschikte ruimtes in de woonboerderij en opstallen en in konijnenholen (zie bijlage 1Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). Bij de werkzaamheden gaat potentieel leefgebied met verblijfplaatsen van egel, wezel, bunzing en hermelijn verloren. Voor de aantasting van leefgebied met (potentiële) verblijfplaatsen van deze soorten is, conform de handreiking soortenbescherming Overijssel, een ontheffing Wet natuurbescherming nodig (Scholten-Huizendveld, 2021). 5.2.6

Grote bosmuis In het plangebied zijn geen waarnemingen van grote bosmuis bekend (NDFF, 2022). De dichtstbijzijnde waarnemingen van grote bosmuis zijn gedaan op ongeveer 7 kilometer afstand ten noorden van het plangebied. Slagharen ligt binnen het verspreidingsgebied van grote bosmuis (Verspreidingsatlas, 2022). In het projectgebied is geschikt leefgebied voor grote bosmuis aanwezig in vorm van groenstroken met dekkingbiedende elementen. Tijdens het soortgerichte onderzoek naar de grote bosmuis zijn enkel huisspitsmuizen (10 exemplaren) en gewone bosmuizen (11 exemplaren) gevangen. Er zijn geen grote bosmuizen gevangen. Vervolgstappen ten aanzien van de grote bosmuis zijn niet aan de orde.

5.2.7

Andere zoogdieren (Vaste) verblijfplaatsen en/of onmisbaar foerageergebied van andere beschermde grondgebonden zoogdieren die zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde zoogdieren zonder provinciale vrijstelling (zoals das en veldspitsmuis) worden op basis van het veldonderzoek, terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2022) uitgesloten. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde.. Wel zijn binnen het plangebied vaste verblijfplaatsen van algemeen voorkomende grondgebonden zoogdiersoorten te verwachten of aangetroffen, zoals haas, konijn, huisspitsmuis en gewone bosmuis. Bij werkzaamheden binnen het plangebied kunnen enkele exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Overijssel een vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is. De zorgplicht (zie kader 2.1) geldt wel voor deze soorten. Hierin kan invulling worden gegeven door onder andere werkzaamheden uit te voeren buiten de kwetsbare (voortplantings)periode van te verwachten soorten, de werkzaamheden op een langzaam tempo en in één richting uit te voeren.

5.3

Vogels Bij vogels wordt onderscheid gemaakt in twee categorieën met een verschillend beschermingsregime (zie kader 2.1). Van veel vogels zijn nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Voor een aantal vogelsoorten geldt echter dat de nestlocaties inclusief de functionele omgeving jaarrond beschermd zijn (zie kader 5.3).

Kader 5.3 Broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen

27

Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen

Onder jaarrond beschermde nesten van broedvogels wordt in de provincie Overijssel verstaan: in functie zijnde nesten van de boerenzwaluw, boomvalk, bosuil, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, huiszwaluw, kerkuil, oehoe, ooievaar, raaf, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, torenvalk, wespendief, zeearend, zwarte specht en zwarte wouw.

5.3.1

Vogels met jaarrond beschermde nesten Huismus In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen van huismus bekend (NDFF, 2022). De dichtstbijzijnde waarnemingen zijn gedaan in het attractiepark. In het projectgebied zijn potentiële nestlocaties van huismus aangetroffen in woonboerderij en opstallen, onder de dakpannen, ruimte onder golfplaten en ruimtes binnenin de bebouwing. Tijdens het aanvullende onderzoek naar huismus (zie paragraaf 2.2.4) zijn echter geen nestlocaties van huismussen in en in de directe omgeving van het projectgebied waargenomen. Ook zijn er geen foeragerende huismussen waargenomen of zijn schuilplekken van huismussen in de groenstructuren aangetroffen. Ten aanzien van de huismus zijn daarom geen vervolgstappen nodig. Sperwer en ransuil Tijdens het quickscan veldbezoek is een potentieel sperwer- ransuil nest aangetroffen in een den aan de zuidzijde van projectgebied van de huidige camping (figuur 5.2). Tijdens het aanvullende onderzoek naar sperwer en ransuil (zie paragraaf 2.2.5) is gebleken dat het nest in gebruik is door houtduif (geen jaarrond beschermd nest). Er zijn geen sperwers of ransuilen in het projectgebied waargenomen. Als gevolg van de plannen gaat geen nestlocatie of onmisbaar foerageergebied van deze soorten verloren. Vervolgstappen ten aanzien van sperwer en ransuil zijn niet aan de orde.

Figuur 5.2 Locatie potentiële sperwer-/ransuil nest (gele punt)). Bron kaartondergrond: PDOK.

Steenuil Het voorkomen van steenuil is bekend in de omgeving van het projectgebied (NDFF, 2022). De dichtstbijzijnde waarneming (juli 2019) ligt op ruim 650 meter van het projectgebied, bij het dorp Lutten. In het projectgebied zijn potentiële nestlocaties van steenuil aangetroffen in nissen, zolders en gaten in muren van de oude woonboerderij en opstallen. Tijdens het aanvullende onderzoek naar steenuil (zie paragraaf 2.2.2) en overige nachtelijke bezoeken, zijn geen waarnemingen gedaan van steenuilen in en in de ruime omgeving (<500m) van het projectgebied. Ook zijn geen sporen van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12661088/2