4d. Bijlage 4 behorende bij toelichting TAM omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug (Natuurwaardenonderzoek) (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Onderzoek in het kader
van
de Omgevingswet
Quickscan uitbreiding agrarische bebouwing Oud Avereest 31 Balkbrug
Bureau Biota rapportage 2025-065
www. bureaubiota. com info @bureaubiota.com
Quickscan Oud Avereest
31 Balkbrug
Projectgegevens
(geanonimiseerd) nn Tav. | (geanonimiseerd)
Opdrachtgever:
Oud Avereest 31a 7707PM
Projectomschrijving:
Aannemer:
Balkbrug
Onderzoek
in het kader
Quickscan
uitbreiding verharding en agrarische bebouwing
Bureau Oude
van
de
Omgevingswet
Bureau Biota
Marswal 38
Ecologisch advies, onderzoek en educatie
KvK nummer:
59869984
BTW
NL853674942B01
|
Dr. Ir. (geanonimiseerd)
Contactpersoon:
Balkbrug
Biota
8015 ED Zwolle
nummer:
Oud Avereest 31
(Bureau Biota)
06 24 62 03 14
Datum:
17
november 2025
Status:
Definitief v4
Akkoord:
or.
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) Projectnummer:
2025-176
Rapportnummer:
2025-065
Te citeren
als:
& | (geanonimiseerd) G. 2025. Onderzoek in het kader van de Omgevingswet (geanonimiseerd) |
bebouwing
Oud Avereest 31
Balkbrug.
Bureau
Biota
rapport 2025-065.
In opdracht van
—
quickscan uitbreiding agrarische
(geanonimiseerd) |
(geanonimiseerd) Dit rapport
vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever hierboven en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Biota, nog mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het rapport is vervaardigd. Bureau
Biota
gegevens
Bureau
is
is
niet
verkregen
Biota rapport
aansprakelijk van
Bureau
2025-065
gevolgschade welke voortvloeit uit toepassingen van resultaten van werkzaamheden Opdrachtgever vrijwaart Bureau Biota voor aanspraken in verband met deze toepassing.
voor
Biota.
of andere
Quickscan Oud
Avereest
31
@®
Balkbrug
Samenvatting Inleiding Men
doelstelling
en
is voornemens
breiden
mogelijk
en
plangebied ligt
nog
op termijn
ook
terrein
wat
een
Landschap Overijssel. het
bij een agrarisch bedrijf aan
om
In ruil
naastgelegen perceel
uitgeruild. gebied,
Wanneer
dan
kunnen
niet
zonder
plannen
een
uitbreiding
in
eigendom
de
van
bebouwing
dat in eigendom
is van
Landschap Overijssel.
beschermd
onder
de
hinder ondervinden
van
doorgaan.
Dan
is
nodig.
In de
voorliggende rapportage
doet
Bureau
gebied
voor
(verblijfplaatsen van)
meer
beschermde
verharding
Op enige afstand
uit te het
van
Er worden
als het
door
daarvoor
ware
Omgevingswet
bijvoorbeeld gebruik
de voorgenomen
Als dit het
geval
vergunning
van
de
voor
de
dit wordt
maar
mag
soorten
te realiseren.
van
grond
voor
Balkbrug
(geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) overgenomen | (geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) zijn terrein uitbreiden tot op een deel van |
is
dit stuk
deze
de Omgevingswet:
het adres Oud Avereest 31 te
plannen.
plannen mogelijk verslag
Biota
soorten
en
de
gevolgen
gebiedsbescherming, soortenbescherming
een
dit onderzoek,
van
de
van
bescherming
het
dichtstbijzijnde
is, dan de
gronden het
van
plande
mogen
Omgevingswet
de potenties
plannen
en
maken
het
van
op alle drie de
plan-
pijlers van
houtopstanden.
van
Gebiedsbescherming plangebied
Het
Vechtemissie 12
bevindt
zich
op
stikstof
van
kilometer
dan
meer
Beneden-Reggegebied.
en
overgebleven
als
van
2000-gebieden
Natura
voor
mogelijke factor
storingsfactor
is ook deze
kilometer
12
Van de 19
op voorhand
die
invloed
van
uit te sluiten.
deel
zou
Natura
van
kunnen zijn,
maar
Een Aeriuscalculatie
op
kan
gebied
2000
storingsfactoren
te toetsen
is alleen de afstand
een
van
hierover definitief
uitsluitsel geven. Verder
ligt
het
opdrachtgever spreken.
plangebied
akkoord met de
berg
om
Hardenberg
De
plannen.
maakt
Uit de stukken de
bij Oud
of
te gaan
na
Onder de
bovengenoemde
nodig voor
het onderdeel
Natuurnetwerk
Hardenberg
de
Inmiddels
plannen.
is ook
hier
een
gelet
over
moet
de
natuur.
de
van
meer
in de omgeving
agrarisch
plannen
provincie Overijssel
rol omdat
er
Vanuit
gronden
de
door te
ingelicht
en
zullen worden
Er zijn vanuit de gemeente
Harden-
worden:
aantasting
naar
(NNN).
Nederland
de voorgenomen
om
Balkburg mogelijk te maken.
mogelijkheden zijn om deze van
het
van
de gemeente
Landschap Overijssel
blijkt niet dat agrariërs
de gemeente
en
waarop
zorgen
bestemmingswijziging
te doen
met
Avereest 31
zich er
contouren
speelt ook
aandachtspunten
gemeente
nemer
2.
de
in met
stemt
Daarnaast
de realisatie
nog wel twee 1.
binnen
is er reeds contact geweest
Gemeente
uitgeruild
deels
groenstructuur
intact te houden de
van
en
verzoekt
de initiatief-
of beter te compenseren.
compensatiekavel zijn geïnformeerd
De gemeente verzoekt de initiatiefnemer dit
over
alsnog
hierover te informeren.
condities
is er voor de voorgenomen
ingreep geen vergunning
van
de Omgevingswet
Gebiedsbescherming.
Soortbescherming Van de voorgenomen voor
plannen
huismus, boerenzwaluw
zouden en
wel negatieve effecten
algemene broedvogels als niet de juiste
advies is daarom
om
de werkzaamheden
zodat verstoring
van
broedgevallen
vlak
kan
ontstaan.
boerenzwaluwen
gebruik toch
broeden.
Verder
toegang
bestaat
als broedlocatie. Het is dus zaak alle
door huismussen
Biota rapport
2025-065
aan
te
de orde.
slopen
er
voorkomen tot
het
de
en
geen
achterste open
vermoeden
opstallen
er
dat
ecologische begeleiding
knelpunt lood
dan is
met
huidige
de
gesteld.
te
blijven,
bebouwing
Het
uit te voeren,
op
staat te bewaren.
mogelijk eerst
verwacht
de Omgevingswet
behouden
huismussen
op het terrein in de
of uit te bouwen,
kunnen worden
randvoorwaarden worden
buiten het broedseizoen of onder
kan worden
dient de
plannen liggen om bebouwing
gebruik
Bureau
Daarnaast
de werkzaamheden
van
op dat
omdat het
daar
terrein
Mochten
nader onderzoek
naar
er
het
Quickscan Oud Avereest 31 Balkbrug
Daarnaast biedt het plangebied ook potentie voor enkele zoogdiersoorten. Het terrein biedt namelijk kansen voor (verblijfplaatsen van) kleine marterachtigen en egel. De plekken waar deze voor kunnen komen blijven echter behouden en waar de werkzaamheden plaats gaan vinden is de potentie voor de genoemde soorten zeer laag door een intensief maaibeleid en hoge menselijke activiteit en weinig dekking. Wanneer de ruigte achter op het terrein toch verwijderd gaat worden is eerst nader onderzoek naar het gebruik door marterachtigen en egel vereist. ,
Voor overige soort(groep)en is er geen reden om aan te nemen dat er knelpunten ten aanzien van dit onderdeel van de Omgevingswet zullen ontstaan door toedoen van de voorgenomen plannen. Ook ten aanzien van de aandachtsoortenlijst die door de provincie Overijssel wordt gehanteerd is er geen reden om aan te nemen dat er knelpunten zullen ontstaan bij de uitvoering van de voorgenomen plannen. Dan is er op dit vlak ook geen ontheffing van de Omgevingswet voor het onderdeel Soortenbescherming nodig.
Houtopstanden In het plangebied worden voor zover bekend in ieder geval nog twee bomen gekapt. De begrenzing van de Bebouwingscontour Houtkap is voor de regio rondom het plangebied nog niet gedefinieerd/vindbaar op de kaart. Gezien de ligging buiten de bebouwde kom gaan we er vooralsnog vanuit dat het plangebied buiten de bebouwingscontour gelegen is en dat automatisch de provincie Overijssel bevoegd gezag is. Dit houdt in dat er voor de voorgenomen kap een melding ‘Kappen van houtopstanden (buiten de bebouwde kom)’ ingediend moet worden. Bij het kappen van bomen geldt ook te allen tijde de zorgplicht en dient kappen buiten het broedseizoen plaats te vinden. Gaan er meer bomen verdwijnen dan de bovengenoemde twee dan is het raadzaam een ecoloog te benaderen om na te gaan wat hier de wettelijke gevolgen van kunnen zijn. ,
,
Zorgplicht Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient men zich ten alle tijden te houden aan de zorgplicht. Zorg daarom dat deze dieren altijd een vrije vluchtroute wordt geboden dat er geen nieuwe verblijf-/schuilplaatsen ontstaan in het plangebied (geen materialen bouwmaterialen of groenafval laten ophopen in op het terrein) en dat verstoring door licht (bouwverlichting) en geluid (radio’s mobiele werktuigen) tot een minimum wordt beperkt en in de avond volledig wordt vermeden. ,
,
Aanbevelingen • •
Voer de werkzaamheden buiten het broedseizoen of onder ecologische begeleiding uit; Neem gedurende de gehele uitvoeringsperiode de specifieke zorgplicht in acht. Het is belangrijk alle aanwezige dieren te allen tijde een vrije vluchtroute te bieden dieren niet onnodig te verstoren en buiten de kwetsbare periodes van eventueel aanwezige dieren uit te voeren. Ook adviseren we het gebruik van bouwverlichting en geluid producerende activiteiten te minimaliseren en ’s nachts volledig te stoppen; Laat bij wijzigingen in de voorgenomen plannen (bijv. kappen van nog meer bomen) de plannen nogmaals beoordelen op ecologische effecten. ,
•
Bureau Biota rapport 2025-065 v3
7 van 40
Quickscan Oud Avereest 31 Balkbrug
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1. 1 1. 2 1. 3
2
Wettelijk kader 2. 1
2. 2 2. 3 2. 4
3
3. 2
3. 3 3. 4
4. 3
.. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .
8
. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
13
Gebiedsbescherming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 4. 1. 1 Natura 2000 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 4. 1. 2 Natuurnetwerk Nederland . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 Soortenbescherming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16 4. 2. 1 Korstmossen , schimmels , mossen en vaatplanten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16 4. 2. 2 Insecten . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18 4. 2. 3 Amfibieën . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20 4. 2. 4 Reptielen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20 Vogels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21 4. 2. 5 4. 2. 6 Vissen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23 Zoogdieren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23 4. 2. 7 4. 2. 8 Overige soorten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27 4. 2. 8 Aandachtsoortenlijst Overijssel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28 Specifieke zorgplicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28 4. 2. 9 Houtopstanden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28
Conclusie en aanbevelingen 5. 1 5. 2 5. 3 5. 4 5. 5
5
Gebiedsbescherming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 3. 1. 1 Natura 2000 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 3. 1. 2 Natuurnetwerk Nederland . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 Soortenbescherming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 3. 2. 1 Literatuurstudie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 3. 2. 2 Aandachtsoortenlijst provincie Overijssel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 3. 2. 3 Veldbezoek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 Houtopstanden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 Specifieke zorgplicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 ,
4. 2
5
. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .
Resultaten effecten en aanbevelingen 4. 1
1
Gebiedsbescherming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 2. 1. 1 Natura 2000 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 2. 1. 2 Natuurnetwerk Nederland . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Soortenbescherming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Houtopstanden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 Zorgplicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Werkwijze 3. 1
4
. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .
Aanleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1 Doelstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1 Omschrijving plangebieden en voorgenomen plannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2
.. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
30
Gebiedsbescherming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30 Soortenbescherming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30 Houtopstanden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31 Specifieke zorgplicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31 Aanbevelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
6 Geraadpleegde bronnen Bijlage 1 Samenvatting NNN Reestdal Bijlage 2 Resultaten Flora en Fauna verkenner Bijlage 3 Soortenlijst
. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
Bureau Biota rapport 2025-065 v3
32 33 35 41
8 van 40
Quickscan Oud
Avereest
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
31
@®
Balkbrug
Men is voornemens
bij een agrarisch bedrijf aan
richting
uit te breiden. Op termijn zal
het
het noorden
noorden
plaatsvinden,
plaatsvinden
de
over
zal
schap Overijssel
hiervoor
maar
erfgrens,
waardoor
plaatsvinden.
WN
nog
de
er
mogelijk ook
geen
concrete
verharding ook
Hiervoor is
NN eiders in de regio
initiatiefnemer (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Er zal dus
het adres Oud Avereest 31 te
overleg gehad
deel
van
overleg geweest
stuk land wat in zijn
bedrijfspanden richting
uitbreiding
noorden
eigendom
terrein in
een
het
naar
Land-
van
Landschap Overijssel eigendom
Landschap Overijssel.
is over
aan
hiervoor
geeft
twee
Wanneer
van
het
plangebied,
beschermd
soorten
onder
kunnen
deze hinder ondervinden
zonder
meer
te
stellen
doorgaan.
wat
de
situatie ter
|
(geanonimiseerd) Bureau In het
Dan is
Biota
(verblijfplaatsen van) van
Omgevingswet:
1.2
Doelstelling
Het doel
genomen in ieder
de
van
beschermd
plannen
geval
bijvoorbeeld gebruik plannen.
de
Als dit het
een
vergunning
van
te
worden.
daarom
soorten
en
de
potenties
van
het
de
gevolgen
van
de voorgenomen
Gebiedsbescherming, Soortenbescherming
is het in kaart
brengen van (Ow) en
onder de Omgevingswet
natuurwaarden ter
plangebied
in
Bescherming
en
de potenties
van
het
het
van
de te verwachten
bepalen
plaatse
en
de voorgenomen
treden
(gebiedsbescherming, soortenbescherming, houtopstanden, zorgplicht);
of
Bureau
er
(geanonimiseerd) |
heeft
voor
effecten
op de directe omgeving.
of met
e
nodig.
de
voor
pijlers
soorten
de
van
Het onderzoek
die
voor-
brengt
in beeld:
e
hoete
vast
op alle drie
onderzoeksgebied
ofer potenties zijn
e
niet
Om
houtopstanden.
e
er
plannen
Hiervoor
plannen van
of beschermde
of
dan
Balkbrug gepresenteerd
e
e
de
mogen
de Omgevingswet
aandachts-
verleend.
worden
op beschermde
maken
geval is, dan
plannen mogelijk plaatse is, dient er een quickscan uitgevoerd
beschermde
quickscan
worden
een
Omgevingswet
de voorgenomen
van
voor
opdracht
voorliggende rapport
de
de
Initiatiefnemer, gemeente, landschap
voornemen.
nog
er
zal
en
er
en
ligt
de
het erg
principeakkoord, waarbij punten zijn aangedragen door de gemeente Hardenberg (Hoofdstuk 4). en
hierover
De
met
uitruiling van gronden plaatsvinden bij voorliggend
provincie hebben
plannen. een
een
uitbreiding van
een
op
Balkbrug de verharding op
planten
soorten voor
noodzaak
om
tijdens
ingreep verbodsbepalingen
uit de
bovengenoemde
is tot het moet
Biota rapport
v3
2025-065
het
het veldbezoek niet
eventuele
te voldoen
nader onderzoek
dieren aanwezig zijn binnen of direct rondom
Ow-beschermde soorten die
mogelijkheden zijn om handelen
en
aan
aanvragen
worden
de
overtredingen
te
zorgplicht
de Omgevingswet
van
verricht
een om
en
aangetroffen zijn;
wet
zullen
worden
over-
vermijden;
vergunning
tot deze
plangebied;
van
na
te
leven;
bovengenoemde
wet
of dat
er
eerst
nog
conclusie te komen.
1
van
40
Quickscan Oud Avereest 31 Balkbrug
1. 3
Omschrijving plangebieden en voorgenomen plannen
Het plangebied ligt in het landelijk gebied in de buurt van Balkbrug (Figuur 1). Het plangebied betreft een boerenerf met verschillende vormen van agrarische bebouwing achter op het terrein. Aan de voorzijde van het perceel zijn twee woningen met omliggende tuinen gesitueerd. De actuele situatie van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek is weergeven in Figuur 2. Men wil hier het huidige bedrijf uitbreiden onder andere zodat de schuren beter te bereiken zijn. Hiervoor wordt in eerste instantie de verharding naar het noorden uitgebreid maar mogelijk vindt er op termijn ook een uitbreiding van de bebouwing plaatst. Figuur 3 toont de beoogde eindsituatie. Het gaat om een uitbreiding van het agrarisch bestemmingsvlak met netto 952 m.2 Voor deze uitbreiding wordt elders een oppervlak van 6. 000 m 2 van ‘agrarisch’ naar ‘natuur’ bestemd. ,
,
,
Figuur 1
Ligging van het plangebied (rood omlijnd) aan het adres Oud Avereest 31 te Balkbrug. Bron ondergrond: PDOK.
Bureau Biota rapport 2025-065 v3
2 van 40
Quickscan Oud Avereest 31 Balkbrug
Figuur 2 Actuele situatie in het hoofdplangebied , met verschillende agrarische gebouwen en ruigtes , tijdens het veldbezoek september 2025. Foto’s: Bureau Biota.
Bureau Biota rapport 2025-065 v3
op 2
3 van 40
Quickscan Oud Avereest 31 Balkbrug
Figuur 3 Beoogde eindsituatie op het adres Oud Avereest 31 Balkbrug. Het gearceerde deel ‘nieuwe opslag’ toont te geplande uitBron: www. erfontwikkelaar. nl. breiding.
Bureau Biota rapport 2025-065 v3
4 van 40
Quickscan Oud Avereest 31 Balkbrug
2
Wettelijk kader
De Omgevingswet (Ow) vervangt sinds 1 januari 2024 de Wet natuurbescherming. Het doel van deze nieuwe wet is om het stelsel van wetgeving voor de ontwikkeling en het beheer van de leefomgeving te vereenvoudigen door tientallen wetten en honderden regels te bundelen in één nieuwe wet. Gebiedsbescherming soortenbescherming en de bescherming van houtopstanden staan net als voorheen samen en zo ook in de Omgevingswet. Qua inhoud per onderdeel is er weinig veranderd. De belangrijkste wijzigingen aan de wet ten opzichte van de Wet natuurbescherming is dat Rode Lijst soorten nu ook leidend zijn voor beschermingsinspanningen en dat de zorgplicht is gespecificeerd. ,
Voorheen waren de Habitatrichtlijn de Vogelrichtlijn en internationale biodiversiteitsdoelen leidend voor inspanningen van de provincie. Hier zijn nu de Rode-Lijst soorten bij gekomen. Dit is een overzicht van soorten uit Nederland die bedreigd zijn en daarom dreigen te verdwijnen of al verdwenen zijn. Deze lijsten worden opgesteld en geactualiseerd door de minister van Landbouw Visserij Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Voor 18 soortgroepen is aan de hand van populatietrends en zeldzaamheid zo’n Rode Lijst opgesteld. De Rode Lijst bevat een groot aantal meer soorten dan de andere leidraden waarop de bescherming in Nederland voorheen op was ingesteld. Soorten waar eerst nooit aan gedacht werd kunnen daardoor plots beschermd zijn. Denk hierbij aan soortgroepen als schietmotten haften en platwormen. De Omgevingswet vereist dat provincies de nodige maatregelen nemen voor het behoud en herstel van soorten op de Rode Lijsten. Dit staat voornamelijk opgenomen in de geherstructureerde zorgplicht. ,
,
,
,
De zorgplicht is in de Omgevingswet verdeeld in een ‘Algemene zorgplicht’ en een ‘Specifieke zorgplicht’. Hierbij geldt de algemene zorgplicht altijd tenzij er een specifieke zorgplicht is en dient dit te worden gehanteerd door overheden bedrijven en burgers. De specifieke zorgplicht geldt enkel in bepaalde situaties zoals wanneer men bij werkzaamheden in aanraking komt met flora en/of fauna en is daardoor concreter. Meer hierover staat in Paragraaf 2. 4. Omdat de Omgevingswet meerdere wetten bij elkaar bundelt zijn hier ook veel wijzigingen in opgenomen die minder relevant zijn voor het onderdeel ecologie. Voor een volledig overzicht over de wet verwijzen wij u naar de wetten website van overheid. ,
,
,
,
,
2. 1
Gebiedsbescherming
2. 1. 1 Natura 2000 Het eerste onderdeel binnen de Omgevingswet gaat in op de gebiedsbescherming. In dit deel zijn de bepalingen uit de richtlijnen van de Europese Unie (Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn) voor wat betreft de bescherming van gebieden vertaald naar het nationaal recht. Dit onderdeel regelt dus de bescherming van Natura 2000 gebieden. In ons land liggen ruim 160 gebieden die vallen onder het Natura 2000-regime. Voor elk van deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen voor zowel soorten als vegetatietypen opgesteld. Activiteiten die mogelijk gevolgen hebben voor op de instandhoudingsdoelen van deze gebieden zijn in de Ow gedefinieerd als Natura 2000activiteiten. Nadelige gevolgen van initiatieven op deze instandhoudingsdoelen dienen vermeden te worden of zoveel mogelijk beperkt te worden. Om projecten in of nabij deze beschermde gebieden uit te kunnen voeren is dus in sommige gevallen een vergunning vereist. Via de website van het Ministerie van Landbouw Visserij Voedselzekerheid en Natuur is te verifiëren of een plangebied in de buurt van een beschermd natuurgebied ligt. Hiervoor kan een kaart worden aangeroepen waarop aangegeven staat waar zich Natura 2000-terreinen wetlands of nationale parken bevinden. ,
,
,
,
Bureau Biota rapport 2025-065 v3
5 van 40
Quickscan Oud Avereest 31 Balkbrug
2. 1. 2 Natuurnetwerk Nederland Naast de gebieden die binnen de Omgevingswet al beschermd worden liggen in Nederland ook nog terreinen die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland het NNN. Dit is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Met het netwerk beoogt men natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Bescherming van het NNN vindt plaats vanuit de provinciale Verordening Ruimte (inclusief de omgevingsplannen) en de landelijke Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het ruimtelijke beleid voor het netwerk is gericht op het behoud herstel en de ontwikkeling van de ‘wezenlijke kenmerken en waarden’ (denk aan natuurdoelen natuurkwaliteit geomorfologische en aardkundige waarden en processen waterhuishouding bodem- lucht- en waterkwaliteit rust stilte donkerte landschaps- structuur belevingswaarde etc. ). Op deze gebieden is volgens de Nota Ruimte het ‘nee-tenzij’-principe van kracht. Plannen/ Projecten worden allen volgens dit principe getoetst. In sommige provincies heeft het NNN beleid externe werking en in sommige provincies niet. Als het NNN-beleid in een provincie externe werking heeft betekent dit dat het beleid ook voor initiatieven rondom het natuurgebied geldt die invloed hebben op het natuurgebied.
Als het NNN-beleid geen externe werking heeft is dit beleid alleen van toepassing op activiteiten die worden verricht binnen het netwerk. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Soortenbescherming
2. 2
Binnen dit onderdeel van de Omgevingswet (Ow) is de bescherming van in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren vastgelegd. Doel van dit onderdeel is de instandhouding van deze wilde planten en dieren. Activiteiten die mogelijk gevolgen hebben voor in het wild levende dieren of planten zijn in de Ow gedefinieerd als flora- en fauna-activiteiten (ongeacht of deze soorten in de Ow beschermd zijn of niet). De Omgevingswet stelt regels over flora- en fauna activiteiten om soorten te beschermen. Dit betreft zowel (inter)nationaal beschermde soorten als niet beschermde soorten. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bij de Ow wordt onderscheid gemaakt in de volgende drie beschermingsregimes: • • •
§ 11. 2. 2: omgevingsvergunning soorten Vogelrichtlijn (Vogelrichtlijnsoorten); § 11. 2. 3: omgevingsvergunning soorten Habitatrichtlijn (Habitatrichtlijnsoorten); § 11. 2. 4: omgevingsvergunning andere soorten.
Voor elk beschermingsregime zijn de vergunningplichtige gevallen en de vergunningsvrije gevallen bepaald. Provincies regelen in een omgevingsverordening of en voor welke flora en fauna-activiteiten geen vergunningplicht geldt (de vergunningvrije gevallen). Vogels Voor wat betreft de vogels is in deze wet bepaald dat alle broedende vogels hun eieren de vaste rust- en verblijfplaatsen en de functionele omgeving daarvan zijn beschermd. Voorts zijn van een aantal soorten de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De nesten van deze vogelsoorten zijn ondergebracht in vijf categorieën elk met een eigen beschermingsregime: ,
,
,
,
1. 2.
Nesten die behalve gedurende het broedseizoen als nest buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats; Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar; ,
Bureau Biota rapport 2025-065 v3
,
6 van 40
Quickscan Oud Avereest 31 Balkbrug
3.
4. 5.
Nesten van vogels zijnde geen koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar; Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen; Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om als de broedplaats verloren is gegaan zich elders te vestigen. ,
,
,
,
,
Voor het verstoren van broedende vogels wordt geen vergunning verleend. Voor het verstoren van broedgevallen en/of het aantasten van jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen geldt een zware toets (vergelijkbaar met toetsing van Habitatrichtlijnsoorten). ,
Habitatrichtlijn/Verdrag van Bern/Verdrag van Bonn Voor de planten- en diersoorten vernoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn bijlage I of II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonngeldt dus een aanvullend beschermingsregime. Voor deze soorten geldt dat alleen vergunning kan worden verleend als geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soorten geen andere bevredigende oplossing voor en geplande ingreep voorhanden is en sprake is van een in of bij wet genoemd belang. ,
,
Nationaal beschermde soorten Bijlage IX onderdeel a van artikel 11. 54 van het Bal onder de Omgevingswet geeft een overzicht van de diersoorten die we op nationaal niveau dienen te beschermen. Bijlage IX onderdeel b van artikel 11. 54 van bovengenoemde wet doet hetzelfde maar dan voor beschermde plantensoorten. De diersoorten uit deze bijlage mogen niet opzettelijk gedood of gevangen worden. Voor de plantensoorten uit de genoemde bijlage geldt dat ze in hun natuurlijke verspreidingsgebied niet opzettelijk mogen worden geplukt verzameld afgesneden ontworteld of vernield. ,
,
,
,
Voor de nationaal beschermde soorten hebben de provincies in het kader van beheer en onderhoud en ruimtelijke ontwikkelingen de bevoegdheid om soorten aan te wijzen waarvoor schadelijke handelingen op nationaal beschermde soorten niet leiden tot een vergunningplichtig geval. De provincie Overijssel doet dit voor de volgende soorten: Amfibieën • bruine kikker • gewone pad • kleine watersalamander • middelste groene kikker/bastaardkikker • meerkikker
2. 3
Zoogdieren • aardmuis • bosmuis • dwergmuis • dwergspitsmuis • gewone bosspitsmuis
Zoogdieren (vervolg) • haas • huisspitsmuis • konijn
Zoogdieren (vervolg) • tweekleurige bosspitsmuis • veldmuis
• ree • rosse woelmuis
•
• vos
woelrat
Houtopstanden
In dit onderdeel van de Omgevingswet is de bescherming van houtopstanden buiten de bebouwde kom geregeld. Het voornaamste doel hiervan is het in stand houden van het areaal bossen en beplantingen in Nederland. Elke Nederlandse provincie heeft verordeningen vastgesteld waarin is geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer vergunning van de herbeplantingsplicht kan worden verleend. Daarmee wordt de functie van bossen en beplantingen gegarandeerd als habitat voor dieren en planten als recreatiegebied en als ‘groene long’ voor ons dichtbevolkte land. Voordat een houtopstand die onder de bovengenoemde wet valt geveld kan worden moet volgens de wet een kapmelding worden gedaan bij de provincie. ,
,
,
Bureau Biota rapport 2025-065 v3
,
7 van 40
Quickscan Oud Avereest 31 Balkbrug
2. 4
Zorgplicht
De zorgplicht binnen de Omgevingswet is geherstructureerd met als doel dat overheid bedrijven en burgers samen verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dit is opgesplitst in een algemene en een specifieke zorgplicht. De algemene zorgplicht is te allen tijde geldig tenzij er sprake is van specifieke decentrale of rijksregels. Wanneer in aanraking wordt gekomen met ecologie is vrijwel altijd sprake van de specifieke zorgplicht. ,
,
De Omgevingswet kent een specifieke zorgplicht voor flora- en fauna-activiteiten. Dit houdt kort gezegd in dat nadelige effecten als gevolg van activiteiten op beschermde of bedreigde soorten zoveel mogelijk moet worden voorkomen beperkt of ongedaan moet worden. De specifieke zorgplicht houdt onder andere in dat voorafgaand aan de activiteit nagegaan wordt of er aanwijzingen zijn voor het voorkomen van kwetsbare of bedreigde soorten binnen de invloedssfeer van de activiteit. Dit betreffen de volgende in Nederland van nature voorkomende soorten (en hun belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats indien van toepassing): ,
• • • • •
3
Vogelrichtlijnsoorten (van Bijlage I Vogelrichtlijn); Geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten; Habitatrichtlijnsoorten (Bijlage II IV V Habitatrichtlijn); Rode Lijsten soorten; Nationaal beschermde soorten. ,
,
Werkwijze
In dit hoofdstuk staat de uitgevoerde onderzoeksmethodiek beschreven per relevant wettelijk kader in de Omgevingswet. Dit zijn Gebiedsbescherming Soortbescherming en Houtopstanden en de zorgplicht. Aangezien er geen bomen worden gekapt wordt in dit rapport uitsluitend getoetst aan de bescherming van gebieden en soorten en de zorgplicht. ,
,
3. 1
Gebiedsbescherming
3. 1. 1 Natura 2000 Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden zijn 19 storingsfactoren gedefinieerd waarvan een inschatting dient te worden gemaakt of er bij de uitvoering van de voorgenomen plannen sprake kan zijn van een of meerdere van deze wijzen van verstoring. Het betreft hier de volgende factoren: 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9) 10)
Oppervlakteverlies; Versnippering; Verzuring door N-depositie uit de lucht; Vermesting door N-depositie uit de lucht; Verzoeting; Verzilting; Verontreiniging; Verdroging; Vernatting; Verandering stroomsnelheid;
Bureau Biota rapport 2025-065 v3
11) 12) 13) 14) 15) 16) 17) 18) 19)
Verandering overstromingsfrequentie; Verandering dynamiek substraat; Verstoring door geluid; Verstoring door licht; Verstoring door trilling; Optische verstoring; Verstoring door mechanische effecten; Verandering van populatiedynamiek; Bewuste verandering soortensamenstelling.
8 van 40
Quickscan Oud Avereest 31 Balkbrug
Aan de hand van de bevinding in het veld en met kennis van de voorgenomen ingreep is nagegaan of er bij de ingreep sprake zou kunnen zijn van negatieve gevolgen op de instandhoudingsdoelen van omliggende Natura 2000-gebieden door de bovengenoemde storingsfactoren en zo ja of deze significant (kunnen) zijn. ,
,
3. 1. 2 Natuurnetwerk Nederland Op basis van de ligging van het plangebied ten opzichte van het dichtstbijzijnde NNN-gebied wordt bepaald of het voornemen (significante) effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het desbetreffende NNNgebied kan hebben. Vervolgens wordt bepaald of de provincie waarin het voornemen zich plaatsvindt externe werking geldt. Zo ja wordt in eerste instantie gekeken of deze effecten kunnen worden voorkomen of gemitigeerd. Zo nee dient enkel gekeken te worden naar plangebieden die zich in of aangrenzend aan het NNN bevinden. ,
,
Soortenbescherming
3. 2
Uit de combinatie van de verzamelde informatie uit de literatuurstudie en het veldbezoek alsmede de kennis over de ecologie van in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren is bepaald welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten en welke gevolgen dit heeft voor de werkzaamheden. Ook is bepaald of vervolgstappen in het kader van de Omgevingswet nodig zijn zoals het uitvoeren van nader onderzoek of het aanvragen van een vergunning. ,
3. 2. 1 Literatuurstudie Voorafgaand aan het veldbezoek is een indruk van het gebied verkregen op basis van gebiedskenmerken in relatie tot de voorgenomen plannen. Op basis daarvan is in kaart gebracht waarvoor nog aanvullende gegevens wenselijk zijn. Om een gedegen conclusie te trekken wordt doorgaans ook gebruik gemaakt van verspreidingsgegevens uit de Flora en Fauna verkenner en andere naslagwerken. Deze gegevens zijn van belang voor het maken van een goede afweging van de mogelijke effecten op de aanwezige natuurwaarden. ,
Gezien de kenmerken van het te onderzoeken terrein en de directe omgeving in relatie tot de voorgenomen ingreep en de verspreiding van beschermde soorten bekend uit de naslagwerken over deze regio is voor dit onderzoek alleen de Flora en Faunaverkenner geraadpleegd (Bijlage 1).
3. 2. 2 Aandachtsoortenlijst provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft los van het Europese en nationale natuurbeleid ook een lijst met aandachtsoorten opgesteld. Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten als mede de categorie ‘Andere soorten’ uit de Omgevingswet worden goed beschermd maar voor een aantal soorten in de provincie Overijssel is de provincie van mening dat er gerichte stimuleringsmaatregelen nodig zijn aanvullend op het huidige beleid. Hierbij denkt de provincie aan maatregelen als het geschikt(er) maken van leefgebieden: ,
,
• • • •
beter beheer door grondeigenaren door kennisoverdracht; verbindingen creëren voor soorten bijvoorbeeld door heidevelden te verbinden; de aanleg van faunapassages zodat soorten zich beter kunnen verplaatsen door gebieden; het creëren van poelen voor amfibieën.
Bureau Biota rapport 2025-065 v3
,
9 van 40
Quickscan Oud
Daarnaast
toedoen
31
de voorgenomen
van
goed
terrein
in beeld te
werker
van
welke
nagaan
(potenties voor)
Biota ter
droog
en
op enige afstand
het
aan
leerd onderzoeken deel
beperkt deze
schatting
plangebied
er
nadelige
verspreiding
soorten
en
leefgebieden
maken
van
de potenties
in combinatie
effecten
deel
Biota
op
bij daglicht uitgevoerd
om
17°C
van
periode de
van
kan
dag aanwezig
een
soorten
kunnen
voor
de verzamelde
hier conclusies
aan
biologische
te kunnen
te verbinden
gegevens
maken
voor wat
van
betreft de
door
ontstaan
uit de
plangebied Hierbij
soorten
de
en
is vooral
directe
geeft
voor
weer
3.3
_Houtopstanden
In het
plangebied
Bureau
van
worden
Biota rapport
bevoegd
2025-065
waar
Daarnaast
soorten
en
de
ten
tijde
bft
ZZW).
ook
en
met
de
eenmalig
voor
wanneer
een
zich
men
de
van
bezoek
door
ervaren
ecologie goede
in-
ecologen
voldoende geweest
beschermde
uit de veldbezoeken
potenties
diersoorten, zich
directe omgeving
gedetail-
natuurwaarden in relatie tot
veldbezoek nooit.
het onderzoeksterrein. op
perceel
soorten.
bevindingen
dit terrein
was
zijn namelijk slechts
plangebied bij IJsselmuiden van
het
voor
kennis heeft
eenmalig
door beschermde
mede-
opdracht.
soorten
men
een
Er is één
Het in te ruilen de
11:30
tot
beschermde
het veldbezoek
van
niet voldoende Veel
van
Tijdens
is in
het
kaart
is het
natuurwaarden.
schuilplaats/vaste
het onderzoeksterrein Het
gebracht
veldbezoek
beschermde
voor een
(schuilplaatsen, foerageergebied, vliegroutes etc.).
zover
worden
bekend waar
het
twee
bomen
gekapt (nr.
10 in Figuur
voorliggende plangebied
gezag is voor de voorgenomen
v3
mogelijk
maken.
bepaald gebied. Echter,
bevindingen
beschermde
is ook de
(3
10:00
rust-
of
ver-
gescreend
volgende
op
hoofdstuk
het veldonderzoek.
voor
zal nagegaan
welke instantie
plaatsen
verschaffen.
de resultaten
Faunaverkenner
aanwezig zijn op of nabij
naar
beschermde
bomenkap,
en
een
omgeving uitgebreid geïnspecteerd
gezocht
blijfplaats kunnen functies
Flora
potenties
te
het onderzoeks-
bepalingen vastgelegd in de Omgevingswet
Met de
gegevens
het
van
de potenties
van
dit viel buiten
leefgebieden
gebruik
plannen. Echter, 100% zekerheid geeft
welke
een
september
gebied
weer
soortgroepen. in
en
nabij
zoveel
in het
want
op of
voor
is doorgaans
ecoloog
ervaren
de voorgenomen
voor
veel
van
2
zachte wind
een
het jaar
van
aantallen
en
en
is niet onderzocht,
het terrein
van
Bureau
|
vastgestelde dan
heeft
natuurwaarden
eenmalig veldonderzoek en onderlinge bespreking van
met
gedegen inschatting
een
een
beschermde
(geanonimiseerd) Het
Balkbrug
in deze
onder de Omgevingswet
In onze ogen is een
van
over
op
aanwezigheid/potenties
temperatuur
een
de
van
is
plaatse geweest:
het jaar of zelfs
van
tot
met
de
van
Oud Avereest 31
van
Eén veldbezoek
Het veldonderzoek
goede inschatting
een
Bureau
licht bewolkt
en
we
natuurbeleving.
en
plannen.
brengen
uitgevoerd.
soortgroepen
om
lijst zullen
(Figuur 2) aanwezig zijn (actuele situatie),
veldonderzoek
van
in deze
opgenomen
soortgerichte maatregelen
Veldbezoek
3.2.3
een
@®
Balkbrug
richt de provincie zich ook op
de soorten
Voor
Om
Avereest
toe
4). Omdat
behoord,
om
vast
er
sprake gaat zijn
te kunnen
stellen
kapwerkzaamheden.
10
van
40
Quickscan Oud Avereest 31 Balkbrug
Figuur 4
3. 4
Toelichting op de voorgenomen plannen als het gaat om bebouwing en houtopstanden. Bron: wwww. erfontwikkelaar. nl.
Specifieke zorgplicht
Indien sprake is van een flora- en-fauna-activiteit is de specifieke zorgplicht van toepassing. Dit houdt in dat negatieve effecten als gevolg van de activiteiten moeten worden voorkomen beperkt of ongedaan worden gemaakt. Zodoende moet worden onderzocht of er aanwijzingen zijn dat het plangebied of de nabije omgeving gebruikt wordt door beschermde of bedreigde soorten. ,
Deze onderzoeksplicht vervult Bureau Biota door de combinatie van de literatuurstudie (NDFF check) en het quickscan veldbezoek (habitatgeschiktheidsbeoordeling). Naast de soorten uit de Vogelrichtlijn Habitatrichtlijn en nationaal beschermde soorten (met uitzondering van soorten waarvoor in de desbetreffende provincie geen vergunningsplicht is) richten wij ons hier ook op Rode-Lijstsoorten. Hierbij worden de volgende statussen van de Rode Lijst meegenomen: gevoelig kwetsbaar bedreigd en ernstig bedreigd. Uitgangspunt is daarbij dat de specifieke zorgplicht een focus vergt op de mogelijke negatieve effecten van de flora-en-fauna-activiteit op de staat van instandhouding van soorten en niet zozeer op negatieve effecten voor ieder exemplaar afzonderlijk. ,
,
,
,
Indien uit dit onderzoek blijkt dat er sprake is van de specifieke zorgplicht op een bepaalde soort(groep) wordt dit in Hoofdstuk 4 bij die desbetreffende soort genoemd. ,
Disclaimer De precieze benodigde onderzoeksplicht en reikwijdte van de specifieke zorgplicht is op moment van schrijven van dit quickscan rapport nog niet duidelijk. De formulering van de specifieke zorgplicht laat veel ruimte voor interpretatie die (nog) niet is ingevuld door provincies. Onze interpretatie van de reikwijdte van de specifieke zorgplicht is gebaseerd op expert judgement. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk om af te wegen welke maatregelen in het kader van de specifieke zorgplicht redelijkerwijs genomen moeten worden. We raden desalniettemin aan om minstens de in dit rapport
Bureau Biota rapport 2025-065 v3
11 van 40
Quickscan Oud Avereest 31 Balkbrug
aanbevolen maatregelen te treffen. De specifieke zorgplicht is immers niet vrijblijvend deze is bestuurs- én strafrechtelijk handhaafbaar. ,
Bureau Biota rapport 2025-065 v3
12 van 40
Quickscan Oud Avereest 31 Balkbrug
4
Resultaten effecten en aanbevelingen
4. 1
Gebiedsbescherming
,
4. 1. 1 Natura 2000 Het plangebied ligt buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden in Nederland. Het Natura 2000 gebied Vecht- en Beneden-Reggegebied ligt op ongeveer 12 kilometer afstand (Figuur 6). De nabijgelegen delen van het hierboven genoemde Natura 2000-gebied zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn. De geplande werkzaamheden vormen een lokale ingreep en hebben zodoende geen directe relatie met verderop gelegen Natura 2000gebieden zeker niet over deze afstand. ,
Storingsfactoren zoals oppervlakteverlies van habitattypen en leefgebieden verstoring door geluid licht of trillingen en optische verstoring of verstoring door mechanische effecten worden vanwege deze ligging van het plangebied op enige afstand van de Natura 2000-begrenzing op voorhand uitgesloten. Van de overige gedefinieerde storingsfactoren (Paragraaf 3. 1. 1) is alleen stikstofdepositie mogelijk nog aan de orde. Door stikstofemissie bij de huidige bedrijfsvoering inzet van mobiele werktuigen en de verkeersaantrekkende werking in de realisatiefase alsmede het verhoogde aantal verkeersbewegingen als de bebouwing op het terrein uitgebreid wordt kunnen leiden tot verzuring en vermesting waarvan stikstofgevoelige soorten en habitattypen in de nabijgelegen Natura 2000-gebieden hinder kunnen ondervinden. De afstand tot de Natura 2000-gebieden is echter zo groot (12 km) dat er niet vanuit wordt gegaan dat het gebied last ondervindt van de voorgenomen werkzaamheden. Een Aeriuscalculatie zou hier definitief uitsluitsel over kunnen geven. ,
,
,
,
,
~12 km
Figuur 5 Globale ligging van het plangebied bij Balkbrug (zwarte stip) ten opzichte van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Het Vechten Beneden-Reggegebied (rechts , geel gearceerd). Het dichtstbijzijnde deel van Natura 2000 ligt op een afstand van minimaal 12 kilometer van het plangebied. Wel grenst het plangebied aan NNN (groen gearceerd). Bron: geocontent. rvo. nl.
Bureau Biota rapport 2025-065 v3
13 van 40
Quickscan Oud
4.1.2
Avereest
@®
31 Balkbrug
Natuurnetwerk
Nederland
provincie Overijssel geldt dat het NNN-beleid geen externe werking heeft. gekeken te worden naar de begrenzingen van het onderzoeksgebied in relatie tot
Zodoende
netwerk. Het plangebied grenst
aan
gaan
7. Hiermee
nagegaan
wat de
is
gelegen
Voor de
deel
zou
het NNN
van
zijn.
Het
doelstellingen
punten
en
wezen
voor
Figuur 6
worden
moeten
NNN
plangebied
voor
het
de werkzaamheden
en
gevolgen
voor
zullen de
het Reestdal.
aan
de
deels in NNN
hoeft dus enkel
ligging van
het
natuur-
plaatsvinden (Figuur
wezenlijke kenmerken
en
waarden
Een
de
kwaliteiten, knel-
samenvatting
van
Reestdal zijn opgenomen in Bijlage 1. Daar wordt ook
naar
een
dit
van
website
ver-
informatie hierover.
meer
Ligging van het onderzochte plangebied (rode contour)
ten
opzichte
van
de begrenzing
van
het Natuurnetwerk Nederland. Bron:
atlasleefomgeving.nl.
Vanuit de
opdrachtgever is er reeds
contact geweest
met
de gemeente Hardenberg
over
het ruilen
van
percelen
wisseling van agrarische en natuurbestemmingen. Gemeente Hardenberg (en inmiddels ook de provincie Overijssel) stemt in met de voorgenomen plannen uitruil van gronden. Er zijn echter wel twee aandachtspunten
voor
waarop 1.
gelet
De gemeente nemers
2.
moet
na
dit
de
maakt zich zorgen
over
te gaan of er mogelijkheden
Uit de stukken over
worden:
blijkt niet
dat
agrariërs
de
aantasting
zijn om in de
bestemmingswijziging van agrarisch
alsnog te doen
en
deze
Biota rapport
2025-065 v3
de groenstructuur
meer
intact te houden
omgeving naar
de
van
natuur.
en
verzoekt de initiatief-
of beter te compenseren.
compensatiekavel zijn geïnformeerd
De gemeente verzoekt de initiatiefnemer
de gemeente hierover te informeren. Brief gemeente
Bureau
van
Hardenberg
uit naam
van
(geanonimiseerd) |} (geanonimiseerd) 16 sep 2024, zaaknr. 576383 B
14
van
40
Quickscan Oud Avereest 31 Balkbrug
Hoewel er strikt genomen gewerkt wordt in een deel van het NNN is het niet te verwachting dat de ingreep een nadelig effect heeft op de doelstellingen geformuleerd voor het Reestdal (Bijlage 1). Er vindt lokaal een verlies van een kleine 1. 000 m 2 van een roggeveld plaats terwijl er 6. 000 m 2 aan agrarisch gebied voor terugkomt wat een natuurbestemming gaat krijgen (Figuur 8). Het verlies aan kwaliteit van het deel binnen de contouren van het NNN betreft een deel met een relatief lage kwaliteit als het gaat om natuurwaarden die voor het Reestdal zijn geformuleerd. ,
Boven: Ligging van het aan te winnen deel voor het NNN door uitruilen van gronden. Groene stip: plangebied. Rode stip: perceel Figuur 7 dat onderdeel gaat worden van het NNN. Onder: perceel (rode contour) dat onderdeel gaat worden van het NNN. Bron ondergronden: Bing. com en atlasleefomgeving. nl
Bureau Biota rapport 2025-065 v3
15 van 40
Quickscan Oud Avereest 31 Balkbrug
4. 2
Soortenbescherming
In de volgende paragrafen lopen we per beschermde soortgroep de potenties van het onderzochte terrein en de effecten van de werkzaamheden (indien van toepassing) voor deze soorten stuk voor stuk langs. Wanneer gesproken wordt over aantallen soorten die zijn waargenomen dan gaat dit telkens over de afgelopen vijf jaar en over waarnemingen binnen het uurhok waarbinnen het plangebied liggen. Voor een lijst van de waarnemingen uit de Flora en Faunaverkenner wordt verwezen naar Bijlage 2. ,
Indien de werkzaamheden mogelijk effecten hebben op de beschermde soorten dan worden hierbij vervolgstappen genoteerd. Ook worden vervolgstappen in het kader van de zorgplicht besproken indien van toepassing. ,
,
4. 2. 1 Korstmossen , schimmels , mossen en vaatplanten In de afgelopen vijf jaar zijn binnen het uurhok waarin het plangebied ligt de volgende beschermde soorten vaatplanten gezien (Bijlage 1): drijvende waterweegbree korensla en roggelelie. Daarnaast zijn er meerdere soorten korstmossen schimmels en vaatplanten gezien welke op de Rode Lijst staan (Bijlage 2). ,
,
Tijdens het veldwerk zijn er geen beschermde plantensoorten aangetroffen alleen algemene soorten zoals onder andere gestreepte witbol grote brandnetel haagwinde en ridderzuring (Figuur 9 en Bijlage 2). Op basis van de huidige milieucondities worden ook nagenoeg geen beschermde soorten verwacht. ,
,
,
Figuur 8 Impressie van de vegetatie op en naast het perceel van Oud Avereest 31 Balkbrug , ten tijde van het veldbezoek op 2 september 2025. Foto’s: Bureau Biota.
Bureau Biota rapport 2025-065 v3
16 van 40
Quickscan Oud Avereest 31 Balkbrug
Voor drijvende waterweegbree is er geen geschikt oppervlaktewater binnen of in de buurt van het plangebied. De waarnemingen van deze soort binnen dit uurhok zijn ook allemaal in nabijgelegen gebieden in Drenthe en niet Overijssel. Ook voor korensla geldt dat de waarnemingen binnen het uurhok alleen in Drenthe gedaan zijn op hogere zandgronden. Dit biotoop geschikt voor korensla is niet aanwezig in of direct rondom het plangebied. ,
In Nederland werd roggelelie voor 1950 aangetroffen in roggevelden in Groningen Drenthe en Overijssel maar is in dat biotoop geheel verdwenen. Recentere meldingen zijn vaak waarnemingen van verwilderde planten in tuinen. Daarom is de verspreidingsatlas geraadpleegd (Figuur 10). Figuur 10 laat zien dat het in de regio Balkbrug voor roggelelie vermoedelijk gaat om niet-wilde exemplaren. Hoewel het plangebied grenst aan een perceel waarop Landschap Overijssel rogge kweekt is het niet de verwachting dat hier wilde exemplaren van roggelelie in zullen opduiken. ,
,
,
Figuur 9
Landelijke verspreiding van roggelelie. Bron: Nationale Databank Flora en Fauna.
Er worden dus geen beschermde vaatplanten of korstmossen in de nabijheid van het plangebied verwacht. Ook van de lijst met vaatplanten (korst)mossen en schimmel van de Rode Lijst worden onder de huidige condities geen exemplaren in het plangebied verwacht. ,
In het kader van de Omgevingswet zijn hier verder geen vervolgstappen noodzakelijk voor vaatplanten (korst-) mossen of schimmels. ,
Bureau Biota rapport 2025-065 v3
17 van 40
Quickscan Oud Avereest 31 Balkbrug
4. 2. 2 Insecten In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek voor de quickscan alleen algemene soorten aangetroffen. Hierbij gaat het om soorten als bruine sprinkhaan klein koolwitje/klein geaderd witje bruine winterjuffer en herfstmug (laatste twee soorten zie Figuur 11) ,
,
,
In de afgelopen vijf jaar zijn binnen het uurhok waarin het plangebied ligt in totaal 33 soorten insecten vastgelegd waarvan er negen een wettelijk beschermde status hebben (Bijlage 2). Het gaat hier om de vlindersoorten grote vos grote weerschijnvlinder en sleedoornpage de libellensoorten gevlekte witsnuitlibel Kempense heidelibel noordse winterjuffer en sierlijke witsnuitlibel en de nachtvlindersoort teunisbloempijlstaart (Bijlage 2). De overige soorten 24 van de 33 soorten zijn wel vermeld op de Rode Lijst. Het gaat hier veelal om eenmalige of enkele waarnemingen per soort. Alleen een aantal vlinders en een sprinkhaan zijn vaker dan 10 keer gezien binnen het uurhok: bruin blauwtje (Rode Lijst: gevoelig) grote vos (Ow – Andere soorten en Rode Lijst: kwetsbaar) heideblauwtje (Rode Lijst: kwetsbaar) oranje zandoogje (Rode Lijst: gevoelig) zilveren maan (Rode Lijst: bedreigd) en zompsprinkhaan (Rode Lijst: kwetsbaar). ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Twee soorten algemene insecten die bij het veldwerk van 2 september 2025 op het perceel van Oud Avereest 31 Balkburg Figuur 10 aanwezig waren: links de bruine winterjuffer en rechts een herfstmug. Foto’s: Bureau Biota.
Het betreft hier echter voornamelijk soorten die floreren in specifieke milieus zoals de veen- en heidegebieden in de buurt van het plangebied of de vochtige omgeving van het Reestdal dat het uurhok doorkruist. Dit geldt bijvoorbeeld voor de bovengenoemde libellen maar ook voor de dagvlinders bruin blauwtje heideblauwtje zilveren maan en voor de zompsprinkhaan. Deze insecten zullen zich dus waarschijnlijk niet vestigen binnen het plangebied wat hoofdzakelijk uit een stenige voedselrijke omgeving bestaat. ,
,
,
,
,
,
Tevens bevat het plangebied weinig mogelijkheden voor voortplanting van bijvoorbeeld dagvlinders door het ontbreken van geschikte waardplanten. Ook voor libellen zal het terrein geen essentieel leefgebied zijn door het ontbreken van geschikte voortplantingswateren. Voor de teunisbloempijlstaart werden geen teunisbloemen in het plangebied aangetroffen hoe wel het veldonderzoek wel in de bloeitijd van deze soort heeft plaatsgevonden (juni – oktober). Door afwezigheid van de waardplant zal dus ook de teunisbloempijlstaart zich hier niet binnen de contouren van het plangebied kunnen handhaven. ,
,
Van de sleedoornpage is wel de waardplant gevonden namelijk de sleedoorn (Figuur 12) en de soort is ook bekend van deze omgeving. Het is daardoor in principe mogelijk dat de soort deze struik gebruikt om eitjes op af te zetten. Er zijn bij het veldonderzoek echter geen imago’s van de sleedoornpage aangetroffen. Dit is niet verwonderlijk want het veldbezoek heeft plaatsgevonden aan het einde van de vliegtijd van deze vlinder (juli september) en kan daardoor gemist zijn omdat de piek in de vliegtijd alweer voorbij was. ,
Bureau Biota rapport 2025-065 v3
,
18 van 40
Quickscan Oud Avereest 31 Balkbrug
Ook voor het vinden van rupsen van deze soort was het te laat in het jaar (april – juli is de tijd van de rupsen). Het zoeken naar eitjes kan dan weer het beste plaatsvinden in de winter of het vroege voorjaar dus daarvoor was het veldbezoek dan weer te vroeg. ,
De sleedoorn die aangetroffen is in het plangebied is één struik op de kopse kant van het haagje dat nu onderdeel van de erfgrens is. De struik is goed bereikbaar en staat voor een groot deel van de dag ook in de zon maar doordat deze onderdeel van een erfafscheiding is en daarmee regelmatig teruggesnoeid wordt is het niet direct de verwachting dat sleedoornpages deze struik in gebruik hebben voor voortplanting. Sleedoornpages hebben immers voor de eiafzet een voorkeur voor overgangen van ouder naar jonger hout en zetten hun eitjes doorgaans af op twee- tot driejarig hout. Met het huidige snoeibeheer is het niet te verwachten dat sleedoornpages op de aanwezige struik tot eiafzet komen. Mocht de haag toch gerooid worden dan is het raadzaam de struik in de winterperiode na te lopen op aanwezigheid van eitjes van de sleedoornpage om definitief uitsluitsel te geven over de aan/afwezigheid van sleedoornpages in het voorliggende plangebied. ,
,
Figuur 11 Links , de sleedoornstruik aan de kopse kant van de haag die momenteel de erfafscheiding vormt. Rechts de locatie van de sleedoornstruik binnen de contouren van het plangebied. Gezien het huidige snoeibeheer , is het niet de verwachting dat deze struik momenteel dient als voortplantingsplek voor sleedoornpages. Foto: Bureau Biota.