CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Windenergie gemeente Hardenberg - Onderdeel afwegingsmatrix

gemeenteraad 14 mei 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Programmeringsafspraken wind op land4.798 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1. Windenergie gemeente Hardenberg Onderdeel: Afwegingsmatrix Projectnummer: 20230719 Versie d.d. 29 - 11 2023

1.1 Inleiding Aanleiding en context De gemeente Hardenberg werkt actief aan de opgaven van de energietransitie. Welke keuzes te maken zijn komt naar voren in de ‘strategiebrief energietransitieen innovatie’ die de gemeenteraad op 25 april 2023 heeft vastgesteld, waar de opgave en dwarsverbanden voor de komende jaren duidelijk worden. Een van de opgaven is de opwek van meer duurzame energie. De gemeente ziet hierbij vooral een rol voor windenergie. Met de vaststelling van de Regionale Energiestrategie West Overijssel (RES) heeft de gemeente zich gecommitteerd om ruimte te bieden aan windenergie met een opbrengst van 166 GWh voor 2030. De ontwikkeling van windturbineparken binnen de gemeentegrenzen van Hardenberg is onderdeel van het provinciale beleid van Overijssel. Op 18 juli 2023 hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel besloten tot een wijziging van het windbeleid. Deze wijziging geldt als voorgenomen beleid per 20 juli 2023. Na de vaststelling van het conceptbeleid en de daaropvolgende participatieprocedure en nadere uitwerking in de 2e helft van 2023 maakt het beleid deelt uit van het Provinciaal Programma Energiestrategie. In dit PPE ligt de focus op een aantal clustergebieden voor windenergie waarbij de gemeente Hardenberg een van deze gebieden is. De gemeente Hardenberg ontwikkelt zelf geen windturbineparken.

Hiervoor is het afhankelijk van initiatieven vanuit de samenleving. Voor het gemeentebestuur is het belangrijk dat nieuwe initiatieven voor windenergie mede op initiatief van lokale partijen ontstaan en dat participatie geborgd is. Tegelijk zijn er voor zowel de gemeente als de provincie Overijssel diverse ruimtelijke en planologische belangen om rekening mee te houden. En onder meer vanuit de RES is er het belang van een goed werkend en betaalbaar energiesysteem. Globaal spelen dus maatschappelijke, ruimtelijke en financieel-economische belangen een rol. Doel He doel van dit afwegingskader is om initiatieven in een vroeg stadium van de planfase te kunnen wegen op meerdere relevante onderdelen en, na bestuurlijke besluitvorming, medewerking te kunnen verlenen aan kwalitatief goede plannen op geschikte locaties. Het resultaat van de afweging dient als basis voor het bestuurlijke gesprek in de gemeenteraad of sprake kan zijn van verdere uitwerking van het betreffende initiatief tot een concrete vergunningaanvraag. Daarmee faciliteert dit afwegingskader om te komen tot een politieke afweging in de gemeenteraad.

1.2

Criteria

De afwegingscriteria geven de mogelijkheid te oordelen op welke manier projecten een bijdrage leveren aan de gemeentelijke doelstellingen. Dit zorgt voor een transparante werkwijze waarmee de gemeente laat zien welke onderwerpen in dit stadium van belang zijn. We maken hierbij gebruik van een kwalitatieve afweging: veel van de beoordelingscriteria zijn beperkt of niet te kwantificeren, zeker als initiatieven zich nog in een oriënterend stadium bevinden. Initiatieven voor windenergieprojecten worden afgewogen op vier hoofdcriteria. Dit zijn: 1. Maatschappelijke acceptatie 2. Kostenefficiëntie en haalbaarheid 3. Ruimtelijke- en omgevingskwaliteit 4. Energetisch gebruik De hoofdcriteria en onderliggende sub-criteria zijn ontleend aan lokaal en provinciaal beleid en gemaakte keuzes in de RES West Overijssel. Zie voor een nadere toelichting hierop de beleidstoelichting in de bijlage.

1.3

Strekking van het afwegingskader

Het afwegingskader geldt voor het wegen van initiatieven in kansrijke gebieden. Onder kansrijke gebieden verstaan we gebieden die door de provincie Overijssel als clustergebied voor grootschalige windenergie worden beschouwd, danwel gebieden waar minimaal 4 turbines in samenhang kunnen worden geplaatst. Het westelijke clustergebied kent een bijzondere status en valt buiten de strekking van dit kader vanwege de directe samenhang met het grondgebied van de gemeente Ommen. Kaartbeeld: Clustergebieden binnen provincie, in paars de gebieden binnen gemeente Hardenberg. (Bron: Voorgenomen beleid op wind, GS provincie Overijssel, onderdeel PPE)

1.2 Afwegingsmatrix windprojecten gemeente Hardenberg 1: Maatschappelijke acceptatie Wat is het doel

Wat is het criterium

Waaruit blijkt dat

1 Het bereiken van een zo optimaal Initiatiefnemer heeft een duidelijke visie op het verkrijgen van Initiatiefnemer levert een beschrijving aan waarin de visie op de participatieopgave is mogelijke maatschappelijke maatschappelijke betrokkenheid en vergroten van acceptatie verwoord. Dit wordt ondersteund door een participatie- en communicatieplan, betrokkenheid bij het initiatief en heeft dit verwerkt in een uitvoerbaar voorstel. waarin de volgende thema’s zijn uitgewerkt: • Een toelichting wie als lokale omgeving/direct belanghebbenden worden beschouwd; • Een analyse van de direct belanghebbende partijen en andere relevante partijen in het gebied (stakeholderanalyse); • Een beschrijving van de beoogde rol voor deze partijen binnen het proces (initiatiefase, planvorming-, bouw- en exploitatiefase); • Een beschrijving op welke manier en op welke moment(en) belanghebbenden en andere partijen worden betrokken en welke mate van invloed hierbij is voorzien; • Een beschrijving op welke manier inbreng van betrokkenen wordt vastgelegd en teruggekoppeld; • Een beschrijving hoe de informatie- en kennispositie van partijen en belanghebbenden wordt versterkt en welke rol initiatiefnemer daarin zelf gaat spelen.

2 De lokale samenleving deelt optimaal in de opbrengsten van het plan en heeft zeggenschap over totstandkoming van het plan

Initiatiefnemer heeft een passend voorstel hoe de lokale samenleving optimaal kan delen in de opbrengsten van het initiatief en hoe gelijkwaardige zeggenschap binnen het plan wordt bevordert

Initiatiefnemer levert een voorstel waarin duidelijk is gemaakt hoe de lokale samenleving deelt in de opbrengsten van het plan en welke inzet hierop wordt gepleegd. Daarin worden in ieder geval de volgende onderwerpen behandeld: • In hoeverre en op welke manier invulling wordt gegeven aan de eis van minimaal 50% lokaal eigendom en welke inzet hierop wordt gepleegd om dit te behalen; • Als doorwerking hiervan geeft initiatiefnemer aan welke inzet wordt gepleegd om lokale zeggenschap binnen de uitwerking van het initiatief te bevorderen;

• • • 3 Inspanningsverplichting initiatiefnemer borgen

Welke mogelijkheden initiatiefnemer voorstelt voor andere vormen van financiële deelneming; Hoe invulling wordt gegeven aan een omgevingsfonds; Hoe een passende omwonendenregeling wordt vormgegeven.

Initiatiefnemer onderschrijft het belang van doel 1.1 en 1.2 en Initiatiefnemer levert een verklaring aan waaruit de bereidheid blijkt om een is bereid tot het sluiten van een overeenkomst om zich hiertoe inspanningsverplichting aan te gaan om optimale (financiële) participatie te in te spannen. organiseren en dit vast te leggen door het sluiten van een overeenkomst met de gemeente.

Toelichting 1. Duidelijk moet worden hoe de initiatiefnemer de omgeving (belanghebbenden) en andere relevante partijen heeft betrokken en in de toekomst betrekt bij de planvorming. Hiervoor dient vooraf een uitvoerbaar voorstel voor een participatie- en communicatieplan te worden aangeleverd. In de leidraad voor participatie en financiële deelname is beschreven wat hieronder wordt verstaan. Het gaat om een voorstel op hoofdlijnen. Gedurende het vergunningentraject vragen wij vervolgens een nadere uitwerking van het participatie- en communicatieplan te maken en de uitvoering hiervan op te pakken. 2. Een initiatiefnemer dient duidelijk te maken hoe de lokale samenleving deelt in de opbrengsten van het plan en welke inzet hierop wordt gepleegd. De gemeente verwacht dat minimaal 50% van het initiatief in eigendom komt van lokale partijen. Hiervoor dient een voorstel te worden aangeleverd. In de leidraad voor participatie en financiële deelname gaan we nader in op dit onderwerp. Het gaat om een voorstel op hoofdlijnen, omdat de wensen van belanghebbenden en andere partijen verder moeten worden verkend. 3. Financiële participatie en procesparticipatie zijn voor de gemeente belangrijke voorwaarden om mee te werken aan windprojecten en daarom wil de gemeente in een vroeg stadium toewerken naar afspraken met de initiatiefnemer.

In eerste instantie met een intentieovereenkomst en gedurende de uitwerking met een anterieure overeenkomst. Uit het voorstel blijkt dat initiatiefnemer bereid is tot het sluiten van deze overeenkomsten en daarmee een inspanningsverplichting aangaat om hier actief invulling aan te geven.

2: Kostenefficiëntie en haalbaarheid Wat is het doel

Wat is het criterium

Waaruit blijkt dat

1 Inzicht in de financiële uitvoerbaarheid van het initiatief

Initiatiefnemer geeft een accuraat beeld van de verwachte businesscase en adresseert eventuele onzekerheden hierin.

Initiatiefnemer levert een voorlopige businesscase aan. Hieruit moet blijken in hoeverre het project een gezonde financiële basis kent en met welke risico’s of onzekerheden rekening wordt gehouden.

2 Inzicht in investeringsbereidheid door lokale partijen

Initiatiefnemer heeft verkend in welke mate bereidheid is bij Initiatiefnemer levert een voorstel aan hoe de verkenning wordt aangepakt of een lokale bedrijven, coöperaties of inwoners om mee te rapportage over de uitkomsten van de verrichte verkenning indien dit al is gedaan. investeren in het project óf hoe deze verkenning in de verdere planvorming eruit komt te zien.

3 Het initiatief is binnen redelijke termijn operationeel

Initiatiefnemer heeft een realistisch beeld binnen welke termijn het project wordt uitgevoerd en opgeleverd.

Initiatiefnemer spant zich in om maatschappelijke kosten ten 4 Het beperken van de maatschappelijke kosten die gevolge van het initiatief zoveel mogelijk te voorkomen en ontstaan met de realisatie van het afwenteling te vermijden. initiatief

Initiatiefnemer levert een planning aan. In de planning wordt ingegaan op eventuele kritische elementen (zowel interne als externe factoren) en op welke manier hiermee wordt omgegaan om het initiatief te laten slagen. Initiatiefnemer levert een projectvoorstel aan. Uit het voorstel blijkt op welke manier keuzes zijn gemaakt om de maatschappelijke kosten van de aansluiting zoveel als mogelijk te beperken. Uit het voorstel blijkt dat er oriënterend overleg is geweest met de netbeheerder en wat de opvatting van de netbeheerder is over de benodigde aansluiting en aanpassing voor het voorgenomen initiatief.

Toelichting 1. Een windturbinepark kent over het algemeen een lange doorlooptijd tot aan realisatie. Dit vraagt veel van een initiatiefnemer, maar ook veel van de gemeenschap en de gemeentelijke organisatie. De gemeente Hardenberg wil in een vroeg stadium zicht krijgen op de financiële haalbaarheid van het voorgestelde initiatief. 2. Op basis van deze verkenning blijkt vroegtijdig of het doel van 50% lokaal eigendom voor dit initiatief in zicht is of dat aanvullende inzet op benodigd is. 3. Aan de hand van het planningsvoorstel licht de initiatiefnemer toe binnen welke termijn het project wordt uitgevoerd en opgeleverd. Naast dat hiermee kan worden bepaald of sprake is van een realistische planning geeft dit initiatiefnemers de gelegenheid om te tonen dat ze grip hebben op het proces. 4. Onder maatschappelijke kosten verstaan we directe en indirecte kosten die nodig zijn om aansluiting op het elektriciteitsnet en eventuele aanpassingen aan dat elektriciteitsnet voor het initiatief mogelijk te maken en die ten laste komen aan de maatschappij. Uitgangspunt is om afwenteling van kosten op de maatschappij ten gevolge van het initiatief zoveel mogelijk te voorkomen. Uit het projectvoorstel blijkt hoe de initiatiefnemer omgaat met de aansluiting op het elektriciteitsnet en benodigde netwerkaanpassingen.

Uit het voorstel blijkt op welke manier keuzes zijn gemaakt om de maatschappelijke kosten van de aansluiting zoveel als mogelijk te beperken. De opvatting van de netbeheerder op het voornemen is daarvoor een belangrijke indicator.

3 : Ruimtelijke- en omgevingskwaliteit Wat is het doel

Wat is het criterium

Waaruit blijkt dat

1 Een passende opstelling in de context van landschap en gebiedseigen kenmerken

Initiatiefnemer heeft een duidelijke visie hoe het initiatief zich verhoudt tot landschappelijke kwaliteit en gebiedseigen kenmerken

Initiatiefnemer levert een ruimtelijk plantoelichting, ondersteund met kaartmateriaal en/of andere visualisaties. Daarbij wordt in ieder geval ingegaan op: • Een toelichting waarom gekozen is voor de betreffende locatie(s), inclusief beschouwing in hoeverre sprake is van (beleidsmatig) kansrijk gebied voor windenergie; • Een duiding van het ontvangende landschap en kwaliteiten hiervan; • Een duiding van gebiedseigen kenmerken; • Een beschrijving welke ontwerpopgave voor het initiatief wordt voorzien en welke uitwerking hiervoor (eventueel al) is bedacht; • Een beschrijving hoe om is gegaan met het gebiedspotentieel voor windturbines.

2 Integrale gebiedsontwikkeling stimuleren

Het initiatief biedt passende aanknopingspunten voor een integrale gebiedsontwikkeling

Initiatiefnemer levert een beschrijving in hoeverre en op welke manier integrale gebiedsontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.

3 Inzicht in ruimtelijke uitvoerbaarheid

Initiatiefnemer geeft een reëel beeld bij de ruimtelijke uitvoerbaarheid van het initiatief

Initiatiefnemer levert een quick-scan aan op relevante omgevingsaspecten. Hierin is ook aandacht besteed aan mogelijke cumulatieve effecten.

Het initiatief houdt rekening met relevante ruimtelijke belangen in omliggende gemeenten

Initiatiefnemer levert een beschrijving welke ruimtelijke belangen in de nabije omgeving bestaan en in hoeverre het voorgenomen initiatief invloed hierop kan hebben.

Rekening houden met belangen buurgemeenten

Toelichting 1. De initiatiefnemer wordt gevraagd om de gekozen locatie toe te lichten en daarmee de context van de omgeving van het initiatief te verkennen. Ruimtelijke kwaliteit gaat onder meer over landschappelijke structuren, beleefbaarheid en natuurlijke waarden. Met gebiedseigen kenmerken bedoelen we andere relevante kenmerken zoals cultuurhistorische- en monumentale waarden, gebruikswaarde, occupatie van het gebied en andere kenmerken die de beleefbaarheid en identiteit van het ontvangende gebied hebben gevormd. Het doel van de toelichting en het beeldmateriaal is te motiveren in hoeverre een passende opstelling op de gekozen locatie voorstelbaar is. We vragen in dit stadium een plantoelichting op hoofdlijnen, verdere uitwerking vindt plaats in de fase tot vergunningverlening. 2. De gemeente Hardenberg wil bij het vormgeven van energieambities oog hebben voor andere gebiedsopgaven die nu of in de toekomst gaan spelen. Windturbines landen in een gebied waar ook andere opgaven bestaan. Hiermee wordt een integrale ontwikkeling van het gebied beoogt en meervoudig ruimtegebruik aangemoedigd. Welke dit zijn verschilt per gebied. Uit de toelichting blijkt dat initiatiefnemer zich een beeld heeft gevormd van bestaande opgaven.

Tevens blijkt op welke manier het initiatief een positieve bijdrage kan leveren aan gebiedsopgaven en op welke manier het initiatief kan leiden tot meervoudig ruimtegebruik.

3. Initiatiefnemer geeft aan hoe het initiatief zich op hoofdlijnen verhoudt tot relevante omgevingsaspecten en welke belemmeringen of aandachtspunten hieruit mogelijk voortvloeien. Relevante omgevingsaspecten zijn onder meer externe veiligheid, geluid, slagschaduw, flora & fauna, cultuurhistorie, landschappelijke waarden, gezondheid, water en bodem. NB: het is niet nodig dat er al vergaande onderzoeken worden overlegd. Verder verwachten we dat beschreven is wat de relatie van het initiatief is met andere (toekomstige) functies in de omgeving en in hoeverre cumulatieve effecten te verwachten zijn, met name op gebied van geluid en visuele hinder. Hierbij dient ook de relatie met projecten over de gemeentegrens worden gelegd. 4. Omliggende gemeenten hebben eveneens een opgave voor windenergie danwel andere ruimtelijke ontwikkelingen. In de toelichting is geduid hoe rekening is gehouden met relevante belangen in omliggende gemeenten die nu of in de nabije toekomst gaan spelen. Hieronder vallen ook Duitse gemeenten.

4: Energetisch gebruik Wat is het doel

Wat is het criterium

Waaruit blijkt dat

1 Optimaal benutting van het elektriciteitsnet

Initiatiefnemer heeft een passend voorstel hoe met het initiatief een optimale inzet van het elektriciteitsnet kan worden bereikt

Initiatiefnemer levert een toelichting aan. De toelichting gaat in ieder geval in op: • Waar en op welke manier opgewekte energie wordt afgezet op het elektriciteitsnet; • Hoe rekening is gehouden met een optimale oplossing voor een goed functionerend energiesysteem; • Op welke manier het initiatief aan kan sluiten bij het pMIEK en de investeringsagenda van de netbeheerder; • In hoeverre het initiatief aansluit op de doelstellingen van RES WestOverijssel.

2 Een positieve bijdrage aan de vermindering van netcongestie in de omgeving

Initiatiefnemer heeft een passend voorstel hoe het initiatief een bijdrage kan leveren aan de vermindering van netcongestie in de regio

Initiatiefnemer levert een toelichting aan. Uit de toelichting blijkt hoe het voorgenomen project een lokale of regionale bijdrage kan leveren aan het verminderen van netcongestie en het vergroten van energiezekerheid bij afnemers. Bijvoorbeeld door: • Directe levering aan afnemende bedrijven en/of het voeden van energyhubs; • Cablepooling en/of directe combinatie met andere energieprojecten (zon/wind); • Vormen van opslag en buffering; • Bijdrage aan realiseerbaarheid van andere energieprojecten of elektrificatie.

Toelichting 1. De gemeente wil stimuleren dat initiatieven op een locatie worden gerealiseerd waar ze onderdeel kunnen uitmaken van een toekomstbestendig elektriciteitsnet. Dit betreft enerzijds het optimaal benutten van bestaande infrastructuur binnen de gemeente. Maar ook dat het initiatief aansluit bij regionale en provinciale planvorming, waaronder het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMiek). Van een initiatiefnemer wordt verwacht dat er een toelichting wordt geleverd waarin inzichten en afwegingen op dit onderdeel zijn beschreven. 2. De gemeente wil stimuleren dat initiatieven lokale spin-off oplevert en opgewekte energie beschikbaar komt in de regio. Van een initiatiefnemer wordt een actieve houding verwacht om de mogelijkheden hiervoor te verkennen.

1.3.1.1

Beleidscontext

RIJKSNIVEAU

In 2015 sloten 194 landen het Klimaatakkoord van Parijs, waarin is afgesproken om de uitstoot van schadelijke broeikasgassen voor 2050 met 100% te reduceren ten opzichte van het jaar 1990. Ook is afgesproken om de opwarming van de aarde te beperken tot minder dan twee graden Celsius. Op 22 april 2016 werd dit akkoord officieel ondertekend. Nederland stelt als tussendoel om in 2030 een reductie van de CO2 uitstoot met 55% te behalen. Het nationale pakket aan afspraken en maatregelen door de regering is gepresenteerd in het Klimaatakkoord, dat op 28 juni 2019 het licht zag. Van gemeenten wordt verwacht een duurzaamheidsvisie te ontwikkelen om een bijdrage te leveren aan het bereiken van de landelijke doelstellingen. Op provinciaal niveau zijn de doelstellingen uitgewerkt in het Energieakkoord provincie Overijssel (Programma Nieuwe Energie provincie Overijssel 2017-2023). In de Regionale Energiestrategie (RES) voor West-Overijssel heeft de regio opgeschreven waar en op welke manier grootschalig hernieuwbare energie kan worden opgewekt. In deze paragraaf wordt ingegaan op relevant bestaand beleid.

PROVINCIAAL NIVEAU

Voorgenomen beleidswijziging PPE Op 18 juli 2023 hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel besloten tot een wijziging van het windbeleid. Deze wijziging geldt als voorgenomen beleid per 20 juli 2023 (publicatiedatum: 20 juli 2023). Na de vaststelling van het conceptbeleid en de daaropvolgende participatieprocedure en nadere uitwerking in de 2e helft van 2023 maakt het beleid deelt uit van het Provinciaal Programma Energiestrategie (PPE). Dit voorgenomen beleid komt tot stand vanuit de wens van Provinciale Staten om met het windbeleid de versnippering van het landschap tegen te gaan. Dit willen zij doen door de opwek van duurzame energie door wind op land te beperken tot 4 grote clustergebieden en daarbuiten alleen opstellingen van minimaal 4 turbines toe te staan. Deze opstellingen moeten daarnaast ook voldoen aan de inpassingsprincipes zoals vastgesteld in de RES. De clusters zijn zodanig over de provincie verdeeld dat de opwek van energie dicht bij het gebruik daarvan kan plaatsvinden. Bij het bepalen van de locatie van de clusters is hoofdzakelijk gekeken naar de ruimtelijke inpassing in het landschap op grond van de vastgestelde inpassingsprincipes zoals vastgesteld in de RES, de voorkeursgebieden uit het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie, de windladder en de kansrijke gebieden zoals door gemeenten vastgesteld.

Het aangescherpte ruimtelijke kader zorgt er aan de ene kant voor dat windturbines zoveel mogelijk in grootschalige clusters terecht komen binnen landschappen die zich daarvoor lenen. Aan de andere kant betekent dit kader ervoor dat de provincie niet langer mee werkt aan verspreid liggende, losse windturbines in de overige landschappen. Regie op de uitvoering van het beleid vindt dus plaats binnen vier grootschalige clusters: A35/ATT, A1, Ommen/Hardenberg en ZSDZ. Daarbuiten werkt de provincie dus in principe alleen nog mee aan initiatieven van 4 of meer windturbines. Deze initiatieven moeten tevens voldoen aan de ruimtelijke ontwerpprincipes (trede 13 van de windladder). Indien zich initiatieven met meer dan 50% lokaal eigendom, maar minder dan 4 turbines melden, kan de provincie vanuit de gevraagde ‘aanjagende en ontwikkelende’ rol kijken of het initiatief uitgebreid of doorontwikkeld kan worden tot 4 turbines of meer. Indien dit inpasbaar is wordt aangesloten op de lokale initiatieven om dit alsnog mogelijk te maken.

Provinciaal Programma Energiestrategie 2023 (PPE) Het Provinciaal Programma Energiestrategie (PPE, januari 2023) is een instrument van Gedeputeerde Staten om de provinciale ambities uit de Regionale Energiestrategie (RES) te realiseren. Het programma geeft aan welke kaders de provincie hanteert voor initiatiefnemers, voor gemeenten en hoe de provincie zelf als partner in de RES verantwoordelijkheid voor de uitvoering neemt. Vanuit de constatering dat we de afgesproken ambitie voor 2030 in het huidige tempo en inzet niet halen zet het programma vooral in op windenergie. Daarbij ligt de focus op twee elementen: • het aanwijzen van zoekgebieden. Zowel op de korte termijn (stappen naar RES 2.0) als de lange termijn (doorlopende ruimtelijke verantwoordelijkheid voor windenergie en bevoegd gezag voor initiatieven tussen de 5 en 100MW) • (het versnellen van) de uitvoering om de RES-ambitie voor 2030 te halen. Het programma is samen met het afwegingsvierkant uit de RES (zie hieronder), de kaders in de Omgevingsvisie en -verordening de basis voor vergunningverlening door provincie en gemeente en geeft aan hoe wij omgaan met verzoeken van initiatiefnemers tot ruimtelijke medewerking. Provinciale Staten zijn bevoegd om een inpassingsplan vast te stellen voor windparken met een opgesteld vermogen tussen de 5 en 100 MW, maar kan deze bevoegdheid ook overdragen aan een gemeente.

De gemeente Hardenberg heeft te kennen gegeven dit graag te willen. Alleen als de gemeente weigert medewerking te verlenen, dan is de provincie op grond van de Elektriciteitswet verplicht een inpassingsplan (PIP) vast te stellen als het windpark past binnen het provinciaal omgevingsbeleid. Past het initiatief niet binnen de provinciale kaders, dan hoeft de provincie daarvoor geen inpassingsplan te maken. Figuur.: Clustergebieden binnen provincie, in paars de gebieden binnen gemeente Hardenberg.(Bron: Voorgenomen beleid op wind, GS provincie Overijssel, onderdeel PPE)

Windladder provincie Overijssel De Windladder Overijssel (november 2022) illustreert het provinciale ruimtelijke beleid voor windenergie. De ladder schetst en verduidelijkt de huidige mogelijkheden en provinciale voorkeuren voor windprojecten. Deze ladder is gebaseerd op de Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 en de uitgangspunten voor wind die in 2021 in de RESsen zijn vastgelegd. Op basis daarvan geeft de ladder een ruimtelijk beeld van voorkeursgebieden en voorkeursopstellingen voor windmolenprojecten. De windladder is van toepassing op windturbines met een tiphoogte van meer dan 25 meter.

Figuur: fragment Windladder Overijssel (Bron: Windladder provincie Overijssel)

REGIONAAL NIVEAU

Regionale Energiestrategie 1.0 Als invulling van de landelijke klimaatdoelen is in 30 regio’s een Regionale Energiestrategie (RES) opgesteld. De regio’s maken kenbaar waar en op welke manier de grootschalige opwek van hernieuwbare energie mogelijk wordt gemaakt en op welke manier samengewerkt wordt met beschikbare warmte. De gemeente Hardenberg maakt deel uit van de RES-regio West-Overijssel. In de RES 1.0 staat dat we in de West-Overijssel in 2030 tenminste 1,8 TWh duurzame elektriciteit opwekken. Het doel is dat de duurzame elektriciteit voor 40% uit zonne-energie (veld en grote daken) bestaat en voor 60% uit windenergie. De bijdrage van de gemeente Hardenberg in de RES 1.0 is 237 Gwh (0,237 Twh) duurzame elektriciteit. De uitvoering van de RES vindt primair plaats op het niveau van gemeenten. Zij zijn verantwoordelijk voor onder meer het uitwerken van de RES in het omgevingsbeleid en de vergunningverlening. Regionale Energiestrategie 2.0

Ontwikkelingen in de energiesector volgen elkaar snel op. In 2023 is de RES West-Overijssel herijkt en waar mogelijk verder geconcretiseerd tot een RES 2.0. De afspraken uit de RES 1.0 blijven grotendeels gehandhaafd. De voortgangsrapportages, bestuurlijke context, landelijke ontwikkelingen en andere verkenningen (waaronder PlanMer) kunnen wel leiden tot conclusies die invloed kunnen hebben op lokale en regionale keuzes. Dit is vooralsnog niet het geval voor de gemeente Hardenberg. Ook in de RES 2.0 speelt het afwegingskader met de vier hoekpunten een belangrijke rol bij het maken van keuzes in de energietransitie. Dit afwegingskader is in de afgelopen periode herijkt door het Nationaal Programma RES en verbreed naar ‘Leefomgeving’, ‘Maatschappelijke betrokkenheid en democratische legitimatie’, ‘Samenhangend en betaalbaar energiesysteem’ en ‘CO₂ doelstelling’. Op lokaal en subregionaal niveau worden met behulp van dit afwegingskader verdere afwegingen gemaakt per project, per gemeente, per gebied. De basis van de RES 2.0 van West-Overijssel ligt in de RES 1.0 waarin de afspraken over inhoud en proces voor de samenwerking zijn vastgelegd. Zoals het bod van 1,8 TWH in de regio opgewekte energie met zon en wind, de Regionale Structuur Warmte (RSW), de opgaven voor het netwerk, participatie en communicatie en de wijze van samenwerking.

De RES-regio West-Overijssel doet het aanbod om vanaf 2030 jaarlijks 1,826 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken. Dit bod bestaat uit al gerealiseerde projecten, concrete initiatieven die nog niet gerealiseerd zijn en ambitie (doelstelling nog niet gekoppeld aan concrete projecten). Het aandeel daarin van de gemeente Hardenberg voor wind is 166 GWh. Van de 1,8 TWh die West-Overijssel in 2030 zelf wil opwekken is circa 45% gerealiseerd of in ontwikkeling, 55% moet nog worden ontwikkeld. Dat betekent dat tot 2030 voor de resterende 55% plannen gemaakt en/of gerealiseerd worden. De nadruk ligt hierbij op het realiseren van meer windenergie dan zonne-energie. De zoekgebieden De RES West-Overijssel is opgebouwd uit lokale ambities en provinciale ambities en tot stand gekomen door middel van een uitgebreid participatief proces. De meeste gemeenten hebben inmiddels de ambities vastgelegd in lokaal beleid, waarbij een aantal gemeenten nog werken aan de afronding van dit proces, waaronder Hardenberg. De provincie heeft ondertussen haar ruimtelijk kader vastgesteld. Gezamenlijk dienen de aangewezen zoekgebieden gezamenlijk voldoende opwekcapaciteit te vertegenwoordigen om de 60% wind: 40% zon verdeling te halen. Zoekgebieden geven betekenis aan de kaart van West-Overijssel en laten zien waar grootschalige opwek is voorzien.

Hoeveel windturbines of hoeveel zonnepanelen in een gebied komen, staat nog niet altijd vast, evenmin als de exacte locatie binnen het zoekgebied dat is nog onderwerp van het proces van participatie met inwoners, onderzoek naar mogelijkheden en beperkingen qua ruimtelijke, financiële en milieutechnische aspecten, lokaal eigendom en het succesvol doorlopen van vergunningstrajecten. Daarnaast kan het zo zijn dat een gemeente meerdere zoekgebieden heeft, maar niet in alle gebieden ontwikkeld in de periode tot 2030. Ontwikkeling is mede afhankelijk van bijvoorbeeld gebiedsprocessen. De kaart met zoekgebieden is dan ook een weerspiegeling van het inmiddels doorlopen proces in gemeenten. In deze RES 2.0 staan alle, door gemeenteraden vastgestelde, zoekgebieden op de kaart. Het betreft een momentopname van de situatie in oktober 2023. Voor de gemeente Hardenberg staan twee kansrijke gebieden op de kaart.

Vier hoekpunten De RES West-Overijssel is opgebouwd vanuit vier hoekpunten. Deze hebben alle vier invloed op de haalbaarheid van een project en de bijdrage aan de regionale ambities. Hiermee is een regionaal afwegingskader ontstaan waar gemeenten en provincie op verder kunnen bouwen. Deze hoekpunten zijn onderdeel van het lokale afwegingskader voor wind van de gemeente Hardenberg.

Figuur Kaart met vastgestelde zoekgebieden tot 2030.( Bron: RES 2.0) en hoekpunten RES 2.0

GEMEENTELIJK NIVEAU

Strategiebrief Energietransitie en -innovatie De strategiebrief (28 -02 2023) geeft richting en kaders voor het in 2024 op te stellen nieuwe programma voor de energietransitie en energie-innovatie. Hardenberg heeft zich binnen de RES 1.0 verbonden aan de duurzame opwek van 237 GWh stroom in 2030 vanuit grootschalige opwek vanuit zon en wind. In de RES is afgesproken in West-Overijssel te streven naar een verhouding tussen wind en zon van 60% wind om 40% zon. Voor het grootschalig opwekken van zon-energie op dak en zon-energie op land is voor een aantal projecten vergunning verleend. Ook de netaansluiting is geregeld. Met die projecten haalt Hardenberg in 2030 een productie die ruim boven het RES-bod uitkomt. Voor windenergie is alleen de productielocatie De Veenwieken zeker. Daarmee rest voor Hardenberg in het kader van de RES een netto opgave wind van 132 GWh. Om het RES-bod gestand te kunnen doen /om de netto opgave wind te kunnen realiseren is de volgende strategie bepaalt: • Samen met het bedrijfsleven de mogelijkheden onderzoeken om duurzame opwek vanuit windlocaties op/nabij bedrijventerreinen te ontwikkelen. • Samen met gemeente Ommen de mogelijkheden onderzoeken om in het bosgebied N36/Diffelen de combinatie van wind en bos te ontwikkelen.

De provincie heeft in haar beleid een dergelijke ontwikkeling binnen Natuurnetwerk Nederland niet langer uitgesloten, al gelden er wel voorwaarden. • Locaties voor het ontwikkelen van grootschalige opwek door wind (waaronder de locatie Kloosterhaar-Bergentheim-Sibculo) kunnen tot ontwikkeling worden gebracht wanneer tenminste wordt voldaan aan alle van de volgende eisen:

o o o o

het betreft een initiatief van onderaf; lokaal eigendom is geborgd; participatie vindt plaats volgens een nog uit te werken participatieleidraad; er is rekening is gehouden met cumulatieve effecten vanuit windontwikkelingen in de nabijheid van de locatie c.q. Hardenberg.

Lokale energiecoöperaties, zoals Energiek Hardenberg en Lutten Levert, kunnen een belangrijke rol vervullen bij het invullen van de voorwaarden rond participatie en lokaal eigendom. Meerjarenprogramma Duurzaam Hardenberg 2020-2024 Met dit nieuwe Meerjarenprogramma Duurzaam Hardenberg (MJP, 10 maart 2020) ) bouwt Hardenberg verder aan het realiseren van haar duurzaamheidsambities. Hierin staat hoe de gemeente, samen met inwoners en partners de komende periode de energietransitie en klimaatverandering aanpakt. In het Meerjarenprogramma staan drie kernopgaven centraal: • De energietransitie: minder energie gebruiken en meer energie duurzaam opwekken • Aan de slag met klimaatadaptatie • Werken aan circulariteit. Mogelijkheden windenergie gemeente Hardenberg In deze studie (Pondera, 31 augustus 2017) is onderzocht wat de technischruimtelijke belemmeringen zijn voor windenergie binnen de gemeente. Op basis van deze benadering blijven kansrijke locaties over. Er zijn 7 kansrijke locaties waar ruimte is voor windparken bestaande uit meerdere windturbines. Voor de verschillende locaties met ruimte voor windenergie is een grove inschatting gemaakt van de potentie en zijn de voornaamste aandachtspunten benoemd.

Indien een locatie wordt ontwikkeld zal de invulling tot stand komen op basis van meer gedetailleerd onderzoek en een afweging van de mogelijkheden, belemmeringen, wensen en bezwaren.

Figuur: Potentiële locaties windenergie (Bron: Pondera Consult 2017)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14012125/6