3. Aanbiedingsbrief Wijzigingen GR Regionaal Serviceteam Jeugd
Tekst van het document
______________________ INGEKOMEN STUK 3 RAAD d.d. 31 oktober 2023 ______________________ Toelichting gezamenlijke aanbieding concept gemeenschappelijke regelingen Aan: Gemeenteraden en colleges van de gemeenten in de regio IJsselland, Provinciale Staten en het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Overijssel Geacht college en geachte gemeenteraad, De besturen van GGD IJsselland, Omgevingsdienst IJsselland, Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland en Veiligheidsregio IJsselland hebben in de afgelopen periode voorstellen tot wijziging van hun gemeenschappelijke regelingen afgerond. Zoals aangekondigd in de brief van 4 oktober 2023 sturen zij u deze voorstellen gezamenlijk toe. Van elke gemeenschappelijke regeling ontvangt u: − De aanbiedingsbrief van het bestuur van de betreffende gemeenschappelijke regeling. − De voorstellen tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling, inclusief onderbouwing en toelichting. − De gemeenschappelijke regeling zelf met daarin verwerkt de voorgestelde wijzigingen. Deze stukken vindt u als zip-bestand in de bijlage bij deze mail. De vier genoemde GR-en hebben in 2022 en 2023 intensief samengewerkt om de wijzigingsvoorstellen wat betreft het versterken van de betrokkenheid van de gemeenteraden zoveel mogelijk af te stemmen.
En ook de noodzakelijke stappen te coördineren, gericht op goede besluiten, met de vereiste betrokkenheid van de colleges en gemeenteraden. Gezamenlijke toezending vormt een passende afronding van dit voorbereidingstraject. Het spreekt voor zich, dat de voorstellen van elke regeling formeel apart behandeld dienen te worden, echter, door ze te bundelen ontstaat er overzicht en kunnen ze ook het traject binnen elke gemeente samen doorlopen. De colleges ontvangen deze brief en bijlagen ter behandeling en de gemeenteraden1 ter informatie. Dit laatste ook om de colleges te ondersteunen, want zij moeten de voorstellen gedurende acht weken om een zienswijze aan de gemeenteraden voorleggen. Na afstemming met de griffiers stellen de GR-besturen het op prijs om reacties van de colleges en/of zienswijzen van de gemeenteraden uiterlijk 1 januari 2024 te ontvangen. Op deze manier hebben de gemeenten een totale behandeltijd van elf weken. De besturen kunnen de reacties en zienswijzen in januari en februari 2024 bespreken en voorzien van een advies over eventuele aanpassing van de wijzigingsvoorstellen. Daarna volgt opnieuw toezending aan de colleges om goedkeuring van de gemeenteraden te verkrijgen.
Met vriendelijke groet, Namens de directie/bestuurssecretarissen van de gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio IJsselland, GGD IJsselland, Omgevingsdienst IJsselland en Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland, 1 Daar waar over de gemeenteraden gesproken wordt, moet voor de OD ook ‘Provinciale Staten’
gelezen worden.
Henk Schreuders, secretaris Veiligheidsregio IJsselland
Aan het College en de leden van de Gemeenteraad Datum: 16 oktober 2023 Onderwerp: Aanbieding Wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling
Geacht College en geachte Gemeenteraad, Versterking van de positie en betrokkenheid van gemeenteraden bij samenwerkingsverbanden van gemeenten. Dat is het doel van nieuwe wettelijke regels over gemeenschappelijke regelingen. Om dat doel goed voor het voetlicht te brengen ontving u daarover in 2022 en 2023 een aantal keren notities van de griffiers kring IJsselland en de bestuurssecretarissen van 4 gemeenschappelijke regelingen in IJsselland. Op 21 april organiseerden zij een werkconferentie om samen met raads- en (voor de Omgevingsdienst ook) statenleden de nieuwe wettelijke mogelijkheden te verkennen. Ook om een beeld te krijgen van wensen, die leven bij raads- en statenleden. Voor het bestuur van RSJ IJsselland is het van belang goede invulling van de nieuwe wettelijke mogelijkheden om de positie van de gemeenteraden te versterken. Het heeft zich bij die invulling laten leiden door de uitkomsten van de werkconferentie op 21 april 2023. De samenwerking en afstemming met GGD IJsselland, Omgevingsdienst IJsselland en Veiligheidsregio IJsselland was aanleiding om hun voorstellen op dit onderdeel onderling zoveel mogelijk af te stemmen. Voor RSJ IJsselland geldt dat er op een aantal onderdelen afgeweken wordt van de andere GR-en. Dit vloeit voort uit het feit dat de RSJ IJsselland een bedrijfsvoeringsorganisatie is.
Zo stelt de RSJ IJsselland bijvoorbeeld zelf geen beleid vast en kan er vanuit die hoedanigheid dan ook geen inspraak door inwoners plaats vinden. De wijzigingen in de GR RSJ IJsselland die nu voorliggen komen voort uit de wijziging WGR (1 juli 2022), zodat de geldende regeling up-to-date is en voldoet aan de juridische eisen voor de gestelde termijn van 1 juli 2024. Er worden nu géén andere wijzigingen voorgesteld dan voortvloeiend uit de wijziging WGR. RSJ IJsselland is tevens bezig met de doorontwikkeling van de eigen organisatie, waardoor er mogelijk op termijn opnieuw een wijziging aan u wordt voorgelegd. De doorontwikkeling van het RSJ, passend bij de opgaven binnen de jeugdzorg, vergt een zorgvuldig proces. Dat proces is nog lopende. Eventuele wijzigingen die uit dat proces voortvloeien liggen daarom nu niet voor en zullen worden voorgelegd wanneer het proces daaromtrent zorgvuldig is afgerond. Zoals gesteld liggen dan nu ook alleen de wijzigingen voor die wettelijk gedaan moeten worden conform de WGR. De wijzigingsvoorstellen hebben we opgenomen en toegelicht/onderbouwd in de volgende bijlagen: - Een voorzet voor een notitie voor uw College en Gemeenteraad over de beoogde wijzigingen van de GR RSJ IJsselland (bijlage 1).
De voorzet gaat in op de aanleiding(en), hoofdpunten van de voorgestelde wijzigingen; de samenwerking van 4 GR-en in IJsselland bij de vertaling van de nieuwe regels over de positie van de gemeenteraden, de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de betrokken besturen (Gemeenteraad, College, bestuur RSJ IJsselland); - Een notitie met de voorgestelde wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling RSJ IJsselland en een toelichting/onderbouwing per artikel (bijlage 2); - Het concept voor de nieuwe GR RSJ IJsselland, waarin de voorgestelde wijzigingen geel gearceerd zijn opgenomen (bijlage 3). De wetgever heeft bepaald, dat gemeenten en samenwerkingsverbanden de GR-en moeten aanpassen voor 1 juli 2024. Dit leidt tot de volgende planning: - Toezending voorgestelde wijzigingen en conceptregelingen aan de Colleges en Gemeenteraden: rond 16 oktober 2023
1
Aan het College en de leden van de Gemeenteraad Datum: 16 oktober 2023 Onderwerp: Aanbieding Wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling - Rekening houdend met de zienswijzetermijn van 8 weken en voorbereiding richting College komen we op een reactietermijn tot 1 januari 2024. - Bespreking eventuele zienswijzen en eventueel aangepaste conceptregelingen: februarimaart 2024 - Daarna toezending aan de Colleges en Gemeenteraden voor goedkeuring. De termijn daarvoor bedraagt maximaal 13 weken. - Na goedkeuring kunnen de Colleges de GR-en vaststellen. Gevolgd door bekendmaking in het kader van de Wet elektronische publicaties (Wep). De nieuwe stappen en langere termijnen zijn nodig voor kwaliteit en zorgvuldigheid van het proces. In dit bestuurlijk omvangrijke traject willen we voorkeur geven aan kwaliteit en zorgvuldigheid van het proces boven het enkel koersen op de tijdnorm van 1 juli 2024. In verband hiermee verzoeken wij u deze voorstellen in behandeling te nemen. Met het oog op volgende stappen vernemen we graag we uiterlijk 1 januari 2024 of de Gemeenteraad aanleiding ziet om een zienswijze in te dienen en, zo ja, wat die zienswijze inhoudt. Bestuur Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland,
Michiel van Willigen Voorzitter bestuur
Inge Degen secretaris bestuur
2
Aan het College en de leden van de Gemeenteraad Datum: 16 oktober 2023 Onderwerp: Aanbieding Wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling
Bijlage 1: Voorzet voor de Colleges en de Gemeenteraden Onderwerp: versterking positie gemeenteraden; wijziging gemeenschappelijke regeling Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland (RSJ IJsselland) Conceptvoorstel aan de Colleges Voorgesteld wordt: - de voorstellen van het bestuur van RSJ IJsselland tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling RSJ IJsselland toe te sturen aan de Gemeenteraad. Deze heeft acht weken gelegenheid om een zienswijze bij het College in te dienen op de voorgestelde wijzigingen. - RSJ IJsselland op de hoogte te stellen van eventuele zienswijze(n) van de Gemeenteraad en/of reactie(s) van het College zodat RSJ IJsselland daarover in samenhang met reacties van andere gemeenten een afgewogen advies kan geven. Conceptvoorstel aan de Gemeenteraden Voorgesteld wordt: - het College te laten weten of, en zo ja welke, zienswijze wordt ingebracht op de voorstellen van het bestuur van RSJ IJsselland tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling RSJ IJsselland. De Gemeenteraad heeft daarvoor een termijn van 8 weken. - het College ook zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen indien u als Gemeenteraad geen aanleiding ziet om een zienswijze in te dienen. Aanleiding Het bestuur van Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland (RSJ IJsselland) zond een voorstel toe tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling (een soort statuten) van het samenwerkingsverband.
Deze gemeenschappelijke regeling bevat de hoofdafspraken tussen de deelnemende gemeenten over onder meer de taken, die RSJ IJsselland voor hen uitvoert, de inrichting en samenstelling van het bestuur, de (programma)begroting en de jaarstukken, de verantwoording van die besturen en bestuursleden aan de gemeenten. -
In deze oplegnotitie en de bijlagen gaan wij in op de aanleiding(en) voor het voorstel van het RSJ IJsselland; de hoofdpunten van en argumenten voor de voorgestelde wijzigingen; de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de betrokken besturen (gemeenteraad, college, bestuur RSJ IJsselland); de procesplanning tot 1 juli 2024.
Bij 1: Aanleiding(en) voor het voorstel van het bestuur RSJ IJsselland Versterking betrokkenheid van gemeenteraden en -raadsleden Ruim 75% van de gemeenten vindt regionale bestuursvormen belangrijk voor onder meer het behalen van bepaalde doelstellingen, het vergroten van de bestuurlijke slagkracht en/of het uitvoeren van bedrijfsvoeringstaken. Dat bleek de afgelopen jaren uit verschillende onderzoeken. De keerzijde is dat de gemeenteraad als lokale volksvertegenwoordiging meer op afstand komt te staan. Volksvertegenwoordigers (gemeenteraden en raadsleden) ervaren vaak een te grote afstand tot gemeenschappelijke regelingen. Gevolg is dat de democratische grondslag van dergelijke regelingen onder druk komt te staan. Dit maakt het volgens de wetgever noodzakelijk om de betrokkenheid van gemeenteraden en raadsleden bij het bestuur van samenwerkingsverbanden te verbeteren. Met name om hen in staat te stellen beter invulling te kunnen geven aan hun rol als het gaat om samenwerkingsverbanden richting de colleges van de gemeenten en/of het bestuur van een gemeenschappelijke regeling. De wetgever nam een aantal mogelijkheden tot versterking op in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Deze wetswijziging trad in werking op 1 juli 2022. De gemeenten en GR-besturen hebben 2 jaar gelegenheid (tot 1 juli 2024) om hun regeling aan te passen. Bij bepaalde onderwerpen koos de
3
Aan het College en de leden van de Gemeenteraad Datum: 16 oktober 2023 Onderwerp: Aanbieding Wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling wetgever voor mogelijkheden die ruimte laten voor afwegingen per gemeenschappelijke regeling en daardoor voor maatwerk.
Bij 2: Hoofdpunten van de voorgestelde wijzigingen Versterking betrokkenheid van gemeenteraden en -raadsleden Belangrijk voor het bestuur van RSJ IJsselland is een goede invulling van de nieuwe wettelijke mogelijkheden om de positie van de gemeenteraden te versterken. Een groot deel van de voorgestelde wijzigingen is daarop gericht, daar waar dat ook mogelijk is. Voor RSJ IJsselland geldt echter dat niet alle nieuwe wettelijke mogelijkheden passend zijn gezien RSJ IJsselland een bedrijfsvoering organisatie betreft en daarmee zelf geen beleid vaststelt. Voor de invulling van de mogelijkheden heeft het bestuur zich laten leiden door de uitkomsten van de werkconferentie op 21 april 2023. Deze werkconferentie was een initiatief van de griffiers kring IJsselland en de directie/bestuurssecretarissen van de gemeenschappelijke regelingen waaraan alle gemeenten in IJsselland deelnemen (Veiligheidsregio IJsselland, GGD IJsselland, Omgevingsdienst IJsselland, Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland). Doel van de conferentie was om samen met raads- en (voor de Omgevingsdienst ook) statenleden de nieuwe wettelijke mogelijkheden te verkennen. Ook om een beeld te krijgen van wensen, die leven bij raads- en statenleden. De samenwerking bij de werkconferentie was voor de genoemde GR-en in IJsselland reden om hun voorstellen op dit onderdeel onderling zoveel mogelijk af te stemmen.
Resultaat zijn eensluidende voorstellen over een aantal onderwerpen. Sommige GR-en wijken op een aantal punten af in verband met bijvoorbeeld de structuur van de organisatie of de verantwoordelijkheden die de wet aan hen verbindt. Onderstaande punten zijn met elkaar besproken en afgestemd; Gemeenschappelijke (raads-) adviescommissie Conceptvoorstel is om samen met afgevaardigden van raden en colleges te verkennen op welke manier(en) de betrokkenheid van raden bij de GR-en in IJsselland gestructureerd vorm en inhoud kan worden gegeven, zonder een regionale adviescommissie in te stellen, zoals de wet die noemt. Zienswijzeprocedure begroting De ontwerpbegroting toezenden aan de gemeenteraden op een zodanig moment, dat de zienswijzetermijn voor het zomerreces kan worden afgerond. Overige zienswijzen RSJ IJsselland heeft opgenomen dat er géén mogelijkheid bestaat tot het opnemen van overige zienswijzen, in tegenstelling tot een aantal van de andere gr-en. Dit hangt samen met het feit dat de RSJ IJsselland zelf geen dusdanige besluiten neemt of beleid vaststelt. In dat opzicht kan er dus nergens een zienswijze over worden ingediend. De mogelijkheid die de gemeenteraden hebben om hun invloed uit te oefenen, bevinden zich rondom het beleid op het thema jeugd in de eigen gemeente. Op basis daarvan vinden de werkzaamheden van RSJ IJsselland plaats.
Inspraak (participatie) RSJ IJsselland heeft een artikel opgenomen over de mogelijkheid tot inspraak/participatie, waarin gesteld is dat er geen mogelijkheden zijn. Hiervoor geldt hetzelfde als voor overige zienswijzen. RSJ IJsselland neemt geen dusdanige besluiten, waarover inspraak kan worden vorm gegeven. Ingezetenen van deelnemende gemeenten en belanghebbenden kunnen inspreken bij de eigen gemeente op het moment dat het thema jeugd daar aan de orde is. Evaluatie
4
Aan het College en de leden van de Gemeenteraad Datum: 16 oktober 2023 Onderwerp: Aanbieding Wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling Dit artikel biedt de mogelijkheid om de GR RSJ IJsselland op één of meer onderdelen te evalueren, bijvoorbeeld als meerdere deelnemers daarom verzoeken. Het bestuur zal dan een evaluatievoorstel aan de deelnemende colleges voorleggen. Actieve informatieplicht Opdracht aan het bestuur om de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen te geven die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Deze inlichtingen worden schriftelijk of digitaal verstrekt. Uittreding Wijziging van de regels voor uittreding op basis van de volgende hoofdpunten: 1. een gemeente kan een proces tot uittreding in gang zetten door een voornemen daartoe te doen; 2. na ontvangst van een voornemen tot uittreding a. laat het bestuur een inventarisatie uitvoeren van o.a. de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding. De uitkomsten vormen de basis voor een concept-uittredingsplan. b. wijst het bestuur een onafhankelijke adviseur aan, die in opdracht een concept-uittredingsplan voorbereidt. 3. het uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties, die gedurende een periode van vijf jaren het directe gevolg van de uittreding zijn.
Het noemt de financiële verplichtingen (o.a. de te betalen uittreedsom) voor de uittredende gemeente. Aangegeven moet worden hoe de uittreedsom zo laag mogelijk gehouden kan worden, bijvoorbeeld door overname van personeel, activa en contracten. Ook de financiële gevolgen voor de andere gemeenten worden in beeld gebracht. 4. uitgangspunten voor uittreding: a. de uittredende gemeente draagt alle kosten, onder aftrek van eventuele baten, die gedurende 5 jaren het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding; b. de kosten voor de werkzaamheden aan het uittredingsplan komen voor rekening van het college dat voornemens is uit te treden; 5. het concept-uittredingsplan wordt om een reactie voorgelegd aan de gemeente, die wil uittreden. Na ontvangst daarvan stelt het bestuur het uittredingsplan vast. 6. nadat het uittredingsplan is vastgesteld neemt de betrokken gemeente een definitief besluit over uittreding. Na een opzegtermijn van 1 jaar gaat de uittreding in op 1 januari van het volgende kalenderjaar. De financiële verplichtingen gaan dan ook in. Bijlage 2 geeft u meer informatie over en toelichting op (de onderbouwing van) de voorstellen voor een goede invulling van de nieuwe wettelijke mogelijkheden om de positie van de gemeenteraden te versterken.
De juridische verwoording en aanpassingen van de regeling zijn te vinden in het bijgevoegde concept van de gemeenschappelijke regeling RSJ IJsselland 2024. Bij 3: de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de betrokken besturen Colleges De colleges van burgemeester en wethouders van de regio IJsselland hebben met elkaar Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland opgericht en gemeenschappelijke regeling RSJ IJsselland vastgesteld. De colleges besluiten ook tot wijziging van de GR RSJ IJsselland. De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen geeft aan dat de colleges: 1. eerst de wijzigingen van de regeling in ontwerp toezenden aan de raden van de gemeenten. De raden hebben acht weken gelegenheid om een zienswijze in te dienen op de voorgestelde wijzigingen. 2. na behandeling van eventuele zienswijzen een voorlopig besluit nemen over ontwerpwijzigingen in de regeling en vervolgens toestemming vragen aan de gemeenteraad voor het wijzigen van de regeling.
5
Aan het College en de leden van de Gemeenteraad Datum: 16 oktober 2023 Onderwerp: Aanbieding Wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling Na verkregen goedkeuring van de gemeenteraad kan het college de wijzigingen in de regeling vaststellen. Gemeenteraden De toezending van het eerste ontwerp van de regeling is nieuw voor de gemeenteraden. De wetgever heeft deze stap toegevoegd om de betrokkenheid van de gemeenteraden te vergroten. Zij hebben acht weken de tijd om een zienswijze in te dienen bij het College. Indien de raden geen aanleiding zien om van deze mogelijkheid gebruik te maken, dienen zij het College hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte te stellen, zodat de besluitvorming niet onnodig vertraagd wordt. Wanneer het College, mede op basis van een eventuele zienswijze, een voorlopig besluit heeft genomen moet het toestemming vragen aan de gemeenteraad voor het wijzigen van de regeling. De gemeenteraad heeft 13 weken om te beslissen over goedkeuring. Dit is een maximumtermijn, een goedkeuringsbesluit mag ook sneller worden genomen. De raad kan de toestemming alleen onthouden wegens strijd met het recht, of strijd met het algemeen belang. Bestuur RSJ IJsselland Wijziging van de GR RSJ IJsselland vereist besluitvorming in alle Colleges en Gemeenteraden.
Om dit proces te coördineren hebben de Colleges, met goedkeuring van de Gemeenteraden, in de GR RSJ IJsselland de volgende afspraken opgenomen: Artikel 24: Wijziging 1. het bestuur kan een voorstel voor wijziging van de regeling aan de colleges zenden. 2. de regeling is gewijzigd indien de colleges unaniem tot de wijziging besluiten, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Nadat de Colleges, met goedkeuring van de gemeenteraden, de wijzigingen hebben vastgesteld, kan het bestuur een besluit nemen om te constateren, dat is voldaan aan de vereiste meerderheid. Bij 4: de procesplanning tot 1 juli 2024 GGD, OD, RSJ en VRIJ hebben hun voorstellen tot wijziging van de GR-en gezamenlijk aangeboden en gevraagd om een reactie voor 1 januari 2024. Na de behandeling van eventuele zienswijzen moeten de ontwerp GR-en nog een keer ter goedkeuring aan de Gemeenteraden worden voorgelegd. De wet geeft daarvoor een termijn van maximaal 13 weken. De nieuwe stappen en langere termijnen zijn nodig voor kwaliteit en zorgvuldigheid van het proces. In dit bestuurlijk omvangrijke traject willen we voorkeur geven aan kwaliteit en zorgvuldigheid van het proces boven het enkel koersen op de tijdnorm van 1 juli 2024. Dit leidt tot de volgende planning: -
Bespreking eventuele zienswijzen en eventueel aangepaste conceptregelingen: februari-maart 2024. Daarna toezending aan de Colleges en Gemeenteraden voor goedkeuring. De termijn daarvoor bedraag maximaal 13 weken.
-
Na de goedkeuring kunnen de Colleges de GR-en vaststellen. Gevolgd door bekendmaking in het kader van de Wet elektronische publicaties (Wep).
6
Aan het College en de leden van de Gemeenteraad Datum: 16 oktober 2023 Onderwerp: Aanbieding Wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling
Bijlage 2: Hoofdpunten en argumenten voor wijzigingsvoorstellen om de positie van de gemeenteraden te versterken Gemeenschappelijke raadsadviescommissie Conceptvoorstel is om de betrokkenheid van gemeenteraden bij de GR-en gestructureerd vorm en inhoud te geven op een nader te onderzoeken manier, zonder een regionale adviescommissie in te stellen, zoals de wet die noemt. Dat hoeft niet in de GR te worden vastgelegd. Toelichting Voor gemeenteraden bestaat de nieuwe mogelijkheid om initiatief te nemen tot een adviescommissie waarin raadsleden zitting hebben. Zo’n commissie wordt ingesteld door het algemeen bestuur van een openbaar lichaam op een unaniem voorstel van alle betrokken raden. In de beide gespreksronden tijdens de werkconferentie werden diverse kanttekeningen geplaatst bij de mogelijkheid van een formele adviescommissie. Dit leidde bij de raads- en statenleden tot weinig/geen behoefte aan een commissie, zoals de wet die mogelijk maakt. Naar voren kwam, dat de genoemde kanttekeningen voor een belangrijk deel ondervangen zouden kunnen worden door de betrokkenheid van raadsleden te verbeteren met informele overlegvarianten. Er is wel behoefte (zowel aan de kant van de raden als van de GR-en) om met elkaar in gesprek te gaan over nader te bepalen onderwerpen. Voor RSJ IJsselland geldt dat er geen sprake is van een openbaar lichaam.
Ondanks dat er geen directe verplichting is tot een adviescommissie, is RSJ IJsselland wel voornemend om samen met de andere gr-en te kijken naar (eventuele) mogelijkheden. Zienswijzeprocedure begroting Voor de ontwerpbegroting van een GR geldt al een zienswijzeprocedure, waarvan nu de termijn wordt verlengd van 8 naar 12 weken. Dit om de raden meer tijd te geven om de begroting te beoordelen. Afhankelijk van het moment van toezending van de ontwerpbegroting aan de gemeenteraden zal de zienswijzetermijn eindigen voor of in het zomerreces. Tijdens de werkconferentie ging voorkeur uit naar afronding van de zienswijzetermijn voor het zomerreces. Voor de GR-en houdt dit in om de ontwerpbegroting toe te zenden aan de gemeenteraden op een zodanig moment, dat de zienswijzetermijn voor het zomerreces kan worden afgerond. In de praktijk betekent dit, dat de ontwerpbegroting beschikbaar is voor de gemeenten bij de opstelling en behandeling van hun voorjaarsnota. Aantekening hierbij is dat af en toe als de zomervakantie van de scholen vroeg begint, zich de situatie kan voordoen dat de GR-begroting pas na de vakantie kan worden vastgesteld. Nieuw artikel 18: Overige Zienswijzen 1. het bestuur heeft geen verplichting om zienswijze te vragen aan de raden bij voorgenomen besluiten van de bedrijfsvoering organisatie RSJ IJsselland, gezien er geen zwaarwegende besluiten worden genomen.
Toelichting
7
Aan het College en de leden van de Gemeenteraad Datum: 16 oktober 2023 Onderwerp: Aanbieding Wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over voorgenomen besluiten, waarop het bestuur van de regeling een zienswijze aan de raden vraagt. Het staat de deelnemers vrij om af te spreken dat geen voorgenomen besluiten vatbaar zijn voor het geven van een zienswijze door de raden. Tijdens de werkconferentie kwam naar voren, dat het indienen van zienswijzen zinvol kan zijn als het gaat om voorgenomen besluiten over: − meerjarenbeleid/plannen, belangrijke beleidswijzigingen en/of financieel effect; − strategische keuzes of grote financiële keuzes. In deze gevallen is het van belang om de zienswijzetermijn in overleg af te spreken. RSJ IJsselland stelt geen meerjarenbeleid op. Tevens worden er geen strategische keuzes of grote financiële keuzes gemaakt tenzij daaraan een opdracht vanuit de colleges ten grondslag ligt. RSJ IJsselland neemt dan ook in de GR op dat er geen zienswijzen kunnen worden ingediend. De gemeenteraden kunnen uiteraard wel meedenken over beleid, strategische keuzes of financiële keuzes op het moment dat het thema jeugd voorligt binnen hun eigen gemeente. RSJ IJsselland werkt immers op basis van een opdracht, gestuurd op dat vast gestelde beleid.
Nieuw artikel 13: Evaluatie Conceptvoorstel is om op te nemen, dat het bestuur kan besluiten om de regeling of één of meer onderdelen daarvan te evalueren. Bijvoorbeeld als meerdere deelnemers daarom verzoeken. Het bestuur zal dan een evaluatievoorstel aan de deelnemende colleges voorleggen. Toelichting In de GR moeten afspraken worden opgenomen over het evalueren van de GR. Dat kan ook de afspraak zijn, dat evaluatie niet nodig is. Indien behoefte bestaat aan periodieke evaluatie kunnen de deelnemers daar zelf invulling aan geven. Er zijn geen wettelijke voorschriften voor de inhoud van evaluatie. De werkconferentie leverde geen duidelijke uitspraken op dat beslist behoefte bestaat aan periodieke evaluatie bij de 4 GR-en. In dit geval wordt daarom opgenomen dat er een mogelijkheid bestaat tot evaluatie. Artikel 12: Inlichtingen, verantwoording en actieve informatieplicht Conceptvoorstel is om op te nemen, dat het bestuur en de voorzitter de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen geven die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Deze inlichtingen worden schriftelijk of digitaal verstrekt. Toelichting Er moeten afspraken worden gemaakt over de wijze, waarop de GR inhoud gaat geven aan de actieve informatieplicht: het uit eigen beweging informatie verschaffen aan de raden.
De gespreksrondes tijdens de werkconferentie maakten duidelijk, dat de gemeenteraden goed zijn aangehaakt als het gaat om informatie, die gemeenten van de GR-en ontvangen. Als aandachtspunten werden genoemd het juiste moment van verstrekken informatie en duiding daarvan. Ook was er behoefte, dat van te voren bekend is welke informatie de raden wanneer kunnen verwachten. Het voorstel betreft een opdracht aan het bestuur en de voorzitter om de raden actief informatie te geven. In het kader van die opdracht kunnen zij van te voren bekend maken welke informatie de raden wanneer kunnen verwachten en de duiding daarvan. Nieuw artikel 23: Uittreding
8
Aan het College en de leden van de Gemeenteraad Datum: 16 oktober 2023 Onderwerp: Aanbieding Wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling Conceptvoorstel is om de regels voor uittreding in artikel 23 toe te voegen op basis van de volgende hoofdpunten: 1. een gemeente kan een proces tot uittreding alleen in gang zetten als de wettelijke aanwijzing en indeling van verplicht deelnemende gemeenten is gewijzigd; 2. na ontvangst van een voornemen tot uittreding a. laat het dagelijks bestuur een inventarisatie uitvoeren van o.a. de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding. De uitkomsten vormen de basis voor een concept-uittredingsplan. b. wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke adviseur aan, die in opdracht van het dagelijks bestuur een concept-uittredingsplan voorbereidt. 3. het uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties, die gedurende een periode van vijf jaren het directe gevolg van de uittreding zijn. Het noemt de financiële verplichtingen (o.a. de te betalen uittreedsom) voor de uittredende gemeente. Aangegeven moet worden hoe de uittreedsom zo laag mogelijk gehouden kan worden, bijvoorbeeld door overname van personeel, activa en contracten. Ook de financiële gevolgen voor de andere gemeenten worden in beeld gebracht. 4.
uitgangspunten voor uittreding: a. de uittredende gemeente draagt alle kosten, onder aftrek van eventuele baten, die gedurende 5 jaren het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding; b. de kosten voor de werkzaamheden aan het uittredingsplan komen voor rekening van het college dat voornemens is uit te treden; 5. het concept-uittredingsplan wordt om een reactie voorgelegd aan de gemeente, die wil uittreden. Na ontvangst daarvan stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. 6. nadat het uittredingsplan is vastgesteld neemt de betrokken gemeente een definitief besluit over uittreding. Na een opzegtermijn van 1 jaar gaat de uittreding in op 1 januari van het volgende kalenderjaar. De financiële verplichtingen gaan dan ook in. Toelichting Uittreding bij de GR RSJ IJsselland is mogelijk. Dit artikel maakt duidelijk welke procedure in werking treedt en aan welke verplichtingen dan moet worden voldaan. Deze procedure geldt ook voor de Omgevingsdienst, GGD IJsselland en de Veiligheidsregio IJsselland. Met de wetswijziging van 2022 wordt verder verduidelijkt wat onder gevolgen moet worden verstaan.
In elk geval moeten in de gemeenschappelijke regeling worden geregeld (dit kan niet doorgeschoven worden naar een overeenkomst of uittreedregeling): − de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden; − de gevolgen voor het vermogen van het samenwerkingsverband; − de gevolgen voor het vermogen van de deelnemende gemeenten (zowel de uittreder als de overblijvende gemeenten). De 4 GR-en in IJsselland hebben de voorgestelde uittreedregeling gebouwd rondom de nieuwe wettelijke regels.
9
Aan het College en de leden van de Gemeenteraad Datum: 16 oktober 2023 Onderwerp: Aanbieding Wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling
Bijlage 3: Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland
10
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle, ieder voor zover voor de eigen gemeente bevoegd
gelet op hoofdstuk I van de Wet gemeenschappelijke regelingen, artikel 2.8 van de Jeugdwet, de toestemming van de gemeenteraden van Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle op grond van artikel 1, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, Overwegende dat: - dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna ook: Wgr) per 1 juli 2022 is gewijzigd; - dat de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling RSJ IJsselland deze regeling voor 1 juli 2024 in overeenstemming moeten brengen met de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen; hebben besloten de Gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Jeugdzorg IJsselland te wijzigen.
De regeling komt te luiden als volgt: De colleges hebben besloten de navolgende gemeenschappelijke regeling te treffen: Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland, hierna te noemen Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
Artikel 1: Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. aankoopcentrale: een aankoopcentrale als bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012; b. bestuur: het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie, bedoeld in artikel 14a van de Wet gemeenschappelijke regelingen; c. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; d. deelnemer: de aan deze regeling deelnemende gemeenten; e. deelnemende gemeenten: de aan deze regeling deelnemende gemeenten: Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle; f. raden: de gemeenteraden van de gemeenten; g. regeling: de gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland; h. voorzitter: de voorzitter van het bestuur, bedoeld in artikel 6.
Artikel 2: Belang De regeling wordt getroffen ter ondersteuning en uitvoering van de taken van de colleges in het kader van de Jeugdwet, in het bijzonder de inkoop van diensten in het kader van de specialistische jeugdzorg, het contractmanagement, het contractbeheer, monitoring en de uitvoering van regionale inhoudelijke thema’s, tenzij het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie op zwaarwegende gronden anders beslist en uitsluitend met instemming van alle elf gemeenten. .
1/8
Hoofdstuk 2: Bedrijfsvoeringsorganisatie Artikel 3: Bedrijfsvoeringsorganisatie 1. Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie, genaamd Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland. 2. De bedrijfsvoeringsorganisatie is gevestigd te Zwolle.
Artikel 4: Bestuur 1. De colleges wijzen uit hun midden ieder één lid van het bestuur aan. 2. De leden van het bestuur hebben ieder één stem. 3. Het bestuur beslist bij volstrekte meerderheid van stemmen. 4. De colleges wijzen voor ieder door hen aangewezen lid tevens een plaatsvervangend lid uit hun midden aan, dat het lid bij afwezigheid in het bestuur kan vervangen. 5. Het lidmaatschap van het bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van het college afloopt. Onverminderd het bepaalde in artikel 13, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, blijven aftredende leden hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop de raden der deelnemers de nieuwe wethouders hebben benoemd en de deelnemers de nieuwe leden vervolgens hebben aangewezen. Het lidmaatschap eindigt van rechtswege wanneer het lid de status van collegelid verliest 6. De deelnemers beslissen binnen twee maanden na de benoeming als bedoeld in het vijfde lid over de aanwijzing van de nieuwe leden. 7. Een lid van het bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stelt het lid de voorzitter van het bestuur, alsmede de deelnemer die hem heeft aangewezen, schriftelijk op de hoogte. Het ontslag gaat in per direct of per de door het ontslag nemende lid aangegeven datum en is onherroepelijk. 8.
De deelnemer die een lid heeft aangewezen dat niet langer diens vertrouwen bezit, kan dat lid schorsen of ontslaan. De schorsing of het ontslag gaat onmiddellijk in. 9. De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt binnen twee maanden. 10. Het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het bestuur eindigt eveneens op het moment van uittreding uit deze regeling van de deelnemer die het (plaatsvervangend) lid vertegenwoordigt. 11. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen.
Artikel 5: Reglement van orde 1. Het bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en werkzaamheden vast. 2. Het bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal. 3. Artikel 22, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6: Voorzitter 1. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter aan. 2. De voorzitter ondertekent de stukken die van het bestuur uitgaan. 3. De voorzitter is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de vergaderingen van het bestuur en tevens voor de vergaderorde binnen het bestuur, onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 5. 4. Het bestuur kan de voorzitter of één of meer bestuursleden machtigen om namens het bestuur te handelen. 5. Het bestuur regelt de vervanging van de voorzitter.
Artikel 7: Secretaris 1. Het bestuur benoemt, schorst en ontslaat de secretaris. De secretaris mag niet lid zijn van het bestuur. 2. De secretaris is bij de vergaderingen van het bestuur aanwezig en staat het bestuur bij in de uitvoering van zijn taken. 3. De secretaris medeondertekent de stukken die van het bestuur uitgaan. 4. Het bestuur regelt de vervanging van de secretaris.
2/8
Artikel 8: Medewerkers en organisatie 1. De secretaris is tevens regiomanager. Het bestuur kan in een managementstatuut de rol en taken van de regiomanager verder uitwerken. 2. Het bestuur beslist over het aanstellen, schorsen en ontslaan van personeel in dienst van de bedrijfsvoeringsorganisatie. 3. Het bestuur kan de in het vorige lid bedoelde bevoegdheden opdragen aan de regiomanager, tenzij het medewerkers betreft die belast zijn met functies van leidinggevende aard die rechtstreeks onder de regiomanager ressorteren, alsmede de regiomanager zelf. Op het personeel in dienst van de bedrijfsvoeringsorganisatie is de cao SGO van toepassing. Artikel 9: Archief 1. Het bestuur is verplicht de onder hem berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden. 2. Overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen regeling, welke aan gedeputeerde staten van Overijssel wordt medegedeeld, draagt het bestuur zorg voor de archiefbescheiden van de bedrijfsvoeringsorganisatie. 3. De kosten, verbonden aan de uitoefening van de in het tweede lid bedoelde zorg, komen ten laste van de bedrijfsvoeringsorganisatie. 4.
Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het bestuur een archiefbewaarplaats vaneen van de gemeenten aan. 5. Ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van het bestuur, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, is, onder de bevelen van het bestuur, met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 belast de archivaris. Met betrekking tot dit toezicht stelt het bestuur een regeling vast, welke aan gedeputeerde staten van Overijssel wordt medegedeeld. 6. De archivaris wordt door het bestuur benoemd, geschorst en ontslagen. 7. In afwijking van het vorige lid kan het bestuur ook de archivaris van de gemeente als bedoeld in het vierde lid aanwijzen als archivaris van de bedrijfsvoeringsorganisatie.
Hoofdstuk 3: Taken en verantwoording Artikel 10: Taken 1. De bedrijfsvoeringsorganisatie voert voor de deelnemers taken uit of doet taken uitvoeren die betrekking hebben op het in artikel 2 genoemde belang. De uitvoering van deze taken is uitsluitend voorbehouden aan de bedrijfsvoeringsorganisatie, tenzij het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie op zwaarwegende gronden anders beslist en uitsluitend met instemming van alle elf gemeenten. 2. De bedrijfsvoeringsorganisatie fungeert als aankoopcentrale van de deelnemers. 3. De bedrijfsvoeringsorganisatie beheert de in het kader van de inkoop gesloten overeenkomsten. 4. De deelnemers en de bedrijfsvoeringsorganisatie zullen in een dienstverleningsovereenkomst nadere afspraken maken over de taken van de bedrijfsvoeringsorganisatie in het kader van dit artikel, alsmede over rapportages en overige informatie die de bedrijfsvoeringsorganisatie beschikbaar moet stellen over de uitvoering van deze taken. 5. De colleges dragen er zorg voor dat de deelnemende gemeenten de benodigde mandaten, volmachten en machtigingen geven die de bedrijfsvoeringsorganisatie nodig heeft voor het kunnen uitvoeren van taken. Artikel 11: Bevoegdheden 1. De colleges dragen geen bevoegdheden over aan het bestuur. 2.
Alle bevoegdheden bij of krachtens enige wet van toepassing op de bedrijfsvoeringsorganisatie of zijn bestuursorganen komen toe aan het bestuur.
Artikel 12: Inlichtingen, verantwoording en actieve informatieplicht 1. Het bestuur en de voorzitter geeft de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Deze inlichtingen worden schriftelijk of digitaal verstrekt. 2. Het bestuur verstrekt de raden de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 3/8
De inlichtingen worden schriftelijk of digitaal verstrekt. 3. Een lid van het bestuur legt aan het college dat hem heeft aangewezen verantwoording af over het door hem in het bestuur gevoerde beleid. Het lid kan zowel mondeling als schriftelijk verantwoording afleggen. 4. Een lid van het bestuur verstrekt het college dat hem heeft aangewezen alle door een of meer leden van dat college gevraagde inlichtingen. De inlichtingen worden mondeling of schriftelijk verstrekt. 5. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de raden. Artikel 13: Inspraak inwoners 1. Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via reguliere procedures bij de Colleges en de Raden van de Gemeenten betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.
Artikel 14: Evaluatie 1. Het bestuur kan besluiten om de regeling of één of meer onderdelen daarvan te evalueren. 2. Het bestuur zal dan een evaluatievoorstel aan de deelnemende colleges voorleggen.
Hoofdstuk 4: Financiën Artikel 15: Gemeentewet De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan bij of krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen niet is afgeweken.
Artikel 16: Financiële verantwoordelijkheid 1. De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de bedrijfsvoeringsorganisatie te allen tijde over voldoendemiddelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2. Indien een deelnemer weigert deze uitgaven op de gemeentelijke begroting te zetten, dan doet het bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet. 3. Het bestuur stelt een bijdrageregeling vast, waarin in elk geval wordt geregeld op welke wijze en in welke mate de deelnemers financieel bijdragen aan de middelen van de bedrijfsvoeringsorganisatie.
Artikel 17: Kadernota Het bestuur zendt uiterlijk 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden.
Artikel 18: Zienswijzenprocedure en vaststelling begroting 1. Het bestuur zendt de ontwerp-begroting ten minste twaalf weken voordat deze wordt vastgesteld toe aan de raden. 2. De ontwerp-begroting wordt door de zorg van de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 3. De raden kunnen bij het bestuur hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren brengen. 4. Het bestuur stelt de raden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 5. Het bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient. 6. Na vaststelling van de begroting zendt het bestuur de begroting aan de raden, die ter zake bij gedeputeerde staten van Overijssel hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 7. Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten van Overijssel. 8.
Het bepaalde in het eerste, tweede, derde en vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van die wijzigingen van de begroting waarbij geen wijziging wordt gebracht in de bijdragen van de gemeenten. Het bepaalde in het vierde en zesde lid is van toepassing, met dien verstande dat wijzigingen in de begroting ook kunnen worden vastgesteld gedurende het jaar waarvoor de begroting geldt, en in dat geval 4/8
inzending aan gedeputeerde staten niet voor 15 september hoeft plaats te vinden. Artikel 19: Overige Zienswijzen 1. Het bestuur heeft geen verplichting om zienswijze te vragen aan de raden bij voorgenomen besluiten van de bedrijfsvoeringsorganisatie RSJ IJsselland, gezien er geen zwaarwegende besluiten worden genomen. Artikel 20: Jaarrekening 1. Het bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2. Het bestuur zendt voor 30 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening aan de raden. 3. Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor15 juli van het jaar volgende waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten van Overijssel.
Hoofdstuk 5: Klachten en Geschillenbeslechting
Artikel 21: Klachten Voor de behandeling van klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, is een voorziening getroffen. Artikel 22: Geschillen Indien tussen deelnemers of tussen één of meer deelnemers en het bestuur een geschil ontstaat over de interpretatie of uitvoering van de regeling, spant het bestuur zich in om het geschil minnelijk met elkaar op te lossen, alvorens als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen over het geschil te laten beslissen door gedeputeerde staten.
Hoofdstuk 6: Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing
Artikel 23: Toetreding 1. Toetreding van een college van een gemeente kan plaatsvinden bij daartoe strekkend verzoek van die gemeente aan het bestuur. 2. Het bestuur zendt het verzoek tot toetreding onverwijld door aan de deelnemers. 3. De toetreding als bedoeld in het eerste lid is slechts mogelijk nadat ter vergadering van het bestuur blijkt dat elke deelnemer een daartoe strekkend besluit heeft genomen. 4. Het bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toetreding, voordat over de toetreding wordt besloten. 5. De toetreding treedt in werking op de datum die in het besluit van het bestuur is bepaald. Artikel 24: Uittreding 1. Een college kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de wet. Een college dat wenst uit te treden maakt het voornemen tot uittreding per aangetekende brief kenbaar aan het bestuur. 2. Het bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke worden vastgelegd in een door het bestuur vast te stellen uittredingsplan. 3. Het uittredingsplan bevat in ieder geval de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding.
Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 4. De kosten voor het uittredingsplan komen voor rekening van het uittredende college. 5. Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het bestuur een onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. Het bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op basis van een gezamenlijke voordracht van het uittredende college en het bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het bestuur de onafhankelijke adviseur aan op basis van een bindende voordracht 5/8
van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger van het college welke voornemens is uit te treden. 6. De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen van de uittreedsom het bepaalde in dit artikel in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van het voornemen van uittreding. Tevens kan de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risico-opslag van maximaal 5% op de uittreedsom toepassen om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart het uittredende college van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 7. Het college dat voornemens is uit te treden wordt gedurende een termijn van twaalf weken in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op het concept-uittredingsplan. 8. Uiterlijk twaalf maanden nadat het college zijn voornemen tot uittreding overeenkomstig het eerste lid bekend heeft gemaakt stelt het bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor het uittredende college omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 9. Het bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het bestuur onderzoekt in dat kader met het uittredende college de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten.
Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding van het college. 10. Nadat het uittredingsplan is vastgesteld en het college definitief heeft besloten uit te treden, a. geldt voor de uittreding uit de regeling een opzegtermijn van 1 jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar; b. is de uittredende gemeente gehouden om binnen 6 maanden de voor haar vastgestelde financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen, tenzij het bestuur unaniem tot het hanteren van een andere termijn besluit. Artikel 25: Wijziging 1. Het bestuur kan een voorstel voor wijziging van de regeling aan de colleges zenden. 2. De regeling is gewijzigd indien de colleges unaniem tot de wijziging besluiten, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 26: Opheffing 1. De regeling wordt opgeheven wanneer ter vergadering van het bestuur blijkt dat de colleges van tenminste twee derde van de deelnemers tot deze opheffing hebben besloten. 2. In geval van opheffing van de regeling besluit het bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 3.
Het liquidatieplan wordt door het bestuur vastgesteld. 4. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot bijdragen in de financiële gevolgen van de beëindiging van de regeling. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel en regelt ook de gevolgen voor de door de bedrijfsvoeringsorganisatie gevormde archieven. 5. Het bestuur blijft ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid. 6. De opheffing gaat in op een door het bestuur te bepalen ingangsdatum.
Hoofdstuk 7: Slotbepalingen Artikel 27: Duur De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 28: Onvoorzienbaarheden In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het bestuur.
Artikel 29: Inzenden regeling en bekendmaking 1. Het college van burgemeester en wethouders van de in artikel 3, tweede lid, genoemde gemeente zendt deze regeling aan gedeputeerde staten van Overijssel. 2. Het college, bedoeld in het eerste lid, draagt zorg voor de bekendmaking van de regeling in de gemeenten, onverminderd het bepaalde in artikel 26, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke 6/8
regelingen.
Artikel 30: Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. Indien het Gemeenteblad waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2023, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 31: Citeerwijze De regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland.
7/8
Bijlage
Deze toelichting is van toepassing op artikel 21. uittreding, en duidt het genoemde uittredingsplan onder artikel 21 lid 2. Het uittredingsplan bevat in ieder geval de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens zal in het plan stil moeten worden gestaan bij zaken als: a. de financiële gevolgen voor de andere gemeenten; b. voorwaarden en andere verplichtingen voor de uittredende gemeente, die aan de uittreding worden verbonden; c. afspraken om de uittreding en de uitvoering van het uittredingsplan bestuurlijk, financieel, juridisch en feitelijk in goede banen te leiden. In het uittredingsplan worden in elk geval de volgende kostensoorten onderscheiden: a. frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden); b. desintegratiekosten (kosten voor afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s); c. direct en op termijn vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden overname van taken); d. schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden); e. aandeel in de reserves en voorzieningen.
De inventarisatie van de gevolgen zal in de praktijk gebeuren in samenwerking met de uittredende gemeente, met de andere colleges en met eventueel andere betrokken partijen (bijv. de partij die bepaalde taken gaat overnemen). Dit mede om goede afspraken te maken met het oog op het zoveel mogelijk beperken van de kosten gemoeid met de uittreding.
8/8