2. Zienswijzennota Havezateweg ongenummerd
Tekst van het document
Notitie over de zienswijzen op het ontwerp van het besluit tot wijziging van het Omgevingsplan Hardenberg voor de Havezateweg ongenummerd in Collendoorn Inzage ontwerp wijziging Omgevingsplan Het ontwerp van het besluit tot wijziging van het ‘TAM-Omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn’ lag vanaf donderdag 6 november 2025 zes weken ter inzage. Dat is gepubliceerd in het huis-aan-huis-blad De Toren en in het Gemeenteblad. Het ontwerpbestemmingsplan is geplaatst op het Omgevingsloket. Wij hebben vier zienswijzen ontvangen. Alle indieners zijn omwonenden van het plangebied, wonende aan de Havezateweg en Engeland. Omdat in veel zienswijzen dezelfde onderwerpen aan bod komen wordt in het onderstaande per onderwerp samengevat aangegeven welke reacties zijn gegeven en wordt per onderwerp een gemeentelijke reactie gegeven. Aan het eind van de zienswijzennota is een overzicht opgenomen van de doorgevoerde wijzigingen. Overzicht van de onderwerpen die in de zienswijzen aan bod zijn gekomen: 1. Aantasting van landschap en landschapsbeeld 2. Strijd met de omgevingsvisie Hardenberg 3. Strijd met het provinciaal beleid 4. Intensivering van het bedrijf 5. Behoud van ecologische waarden 6. Verkeersveiligheid 7. Overlast door koplampen 8. Aerius-berekening 9. Waterhuishouding 10. Waardedaling van de woningen 11. Spuitzones 12. Hinder van het bedrijf op de omliggende woningen 13.
Gevolgen voor eigen bedrijfsvoering 14. Gevolgen voor eigen ontwikkelmogelijkheden 15. Alternatieve locates 16. Participatietraject
1
1. Aantasting van landschap en landschapsbeeld Samenvatting zienswijzen Het nieuwe loonbedrijf wordt op een stuk agrarische grond gebouwd. Dit stuk gebied in Collendoorn kenmerkt zich door een open agrarisch landschap met bosranden en kleinschalige structuren. Het ligt ook specifiek in het essen- en hoevenlandschap. Een nieuw grootschalig bedrijf doet volgens indieners afbreuk aan het landschapsbeeld en de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Reactie gemeente Wij onderschrijven dat de vestiging van het loonbedrijf een grote impact heeft op het landschap. Het loonbedrijf wordt verplaatst vanaf de Eugenboersdijk 8 naar het voorliggende perceel. Omdat op en rondom de Eugenboersdijk 8 woningen worden gerealiseerd voor de Marslanden, is het noodzakelijk om het bedrijf te verplaatsen. Er is in de omgeving gezocht naar een geschikte locatie. De nu voorliggende locatie is geschikt bevonden. De afstand tot het huidige bedrijf is nog beperkt, zodat het bedrijf binnen het bestaande werkgebied gesitueerd blijft. Doordat het erf tegen een bosje wordt geplaatst, wordt het zicht vanuit de noordkant ook zoveel mogelijk beperkt. De landschappelijke impact wordt op deze manier zoveel mogelijk beperkt. De locatie is ook met de provincie afgestemd. Bij het plan is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgenomen.
Het ruimtelijk kwaliteitsplan houdt rekening met de ligging in het essen- en hoevenlandschap, en sluit goed aan op bestaande groenelementen. Er worden zo diverse groenelementen, zoals een bomenrij, houtsingel en een haag gerealiseerd. Bestaande bomen blijven behouden, zodat deze landschapselementen niet verdwijnen. Conclusie De zienswijzen leiden op dit punt niet tot een aanpassing van het plan. 2. Strijd met de omgevingsvisie Hardenberg Samenvatting zienswijzen Volgens indieners is het plan op diverse punten in strijd met de omgevingsvisie Landstad Hardenberg. In het bijzonder wordt ingegaan op: - Behoud en versterking van natuur en biodiversiteit; - Bescherming van waardevolle landschappen en overgangen tussen natuur en landbouw; - Zorgvuldig ruimtegebruik, en voorkomen van verrommeling in het buitengebied; - Scheiden van zware bedrijvigheid en kwetsbare woon- en natuurgebieden; - Versterken van ecologische verbindingen en robuuste groenstructuren. Reactie gemeente Voor de toetsing aan de omgevingsvisie Landstad Hardenberg moet breder worden gekeken dan naar alleen voorliggend initiatief. Het loonbedrijf wordt verplaatst van de Eugenboersdijk 8 naar de voorliggende locatie aan de Havezateweg. Deze verplaatsing is noodzakelijk voor de realisatie van woningen in dit deel van de Marslanden, en ook voor het creëren van een goed woon- en leefklimaat in deze wijk.
2
Daarnaast wordt voorzien in kwalitatief hoogwaardige bebouwing ten opzichte van de huidige situatie op het gebied van energiegebruik en stedenbouw. Ook wordt de locatie zo goed als mogelijk ingepast met diverse landschapselementen. Er wordt dan ook zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij de kwaliteiten van de omgeving, en er is aandacht voor de natuurlijke kwaliteiten van de omgeving. Conclusie De zienswijzen leiden op dit punt niet tot een aanpassing van het plan. 3. Strijd met het provinciaal beleid Samenvatting zienswijzen Indieners geven aan dat het plan niet in overeenstemming is met het provinciaal beleid, omdat landschappelijke waarden verloren gaan. In het provinciaal beleid is het juist belangrijk dat deze waarden worden versterkt. Reactie gemeente In paragraaf 3.2 van de toelichting van het TAM-omgevingsplan is aan het provinciaal beleid getoetst. Dit betreft de omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Daaruit blijkt dat het plan wel past binnen de provinciale kaders. Daarbij wordt opgemerkt dat dit een bijzondere situatie is, omdat het gaat om de verplaatsing van een bedrijf, en niet de nieuwvestiging van een bedrijf. Door het erf zo goed mogelijk landschappelijk in te passen, wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij het bestaande landschap. Daarnaast maakt de verplaatsing het mogelijk om in een woningbouwopgave in Hardenberg te voorzien.
Voor de ontwikkeling is ook afstemming gezocht met de provincie, die in hebben gestemd met het plan. Zij hebben ook in een vroeg stadium al akkoord gegeven op de locatiekeuze. Reactie gemeente De zienswijzen leiden op dit punt niet tot een aanpassing van het plan. 4. Intensivering van het bedrijf Samenvatting zienswijzen Indieners geven aan dat de opzet van het nieuwe erf leidt tot intensievere bedrijfsactiviteiten dan op de huidige locatie mogelijk is. Hoewel de oppervlakte nagenoeg gelijk blijft, zorgt de nieuwe indeling voor meer overlast dan in de huidige situatie aan de Eugenboersdijk 8. Er komt een grotere concentratie aan functies, en er is een zwaardere bedrijfsinrichting. Ook is er sprake van meer verharding op het perceel. Reactie gemeente Het loonbedrijf krijgt de mogelijkheid om de bestaande oppervlakte aan gebouwen op de nieuwe locatie terug te bouwen. De inhoudsmaat van de bestaande woning, inclusief inwoonsituatie, wordt overgenomen naar de nieuwe locatie. Ook de bestaande oppervlakte aan bedrijfsgebouwen blijft in de nieuwe situatie gelijk. Datzelfde geldt voor het formaat van de mestsilo. Daarmee komen er geen bouwrechten bij, dan die nu bestaand zijn aan de Eugenboersdijk 8. Omdat de bestaande bouwrechten niet veranderen, blijft het bedrijf in omvang ook hetzelfde als in de bestaande situatie aan de Eugenboersdijk 8.
3
Rondom de bedrijfsgebouwen is verharding noodzakelijk voor de bedrijfsvoering. Er is gekeken naar de benodigde oppervlakte aan verharding, waarbij de bedrijfsvoering niet beperkt wordt, maar ook voldoende ruimte over blijft voor groen en landschapselementen. Overbodige verharding is zoveel mogelijk voorkomen. Voor de gevolgen op de waterhuishouding verwijzen wij naar punt 7 in deze zienswijzennota. Conclusie De zienswijzen leiden op dit punt niet tot een aanpassing van het plan. 5. Behoud van ecologische waarden Samenvatting zienswijzen In het gebied zijn volgens indieners veel ecologische waarden aanwezig. Zo zou het perceel gebruikt worden door diverse soorten dieren, waaronder wild, vogels en vleermuizen. Er is een ecologische quickscan uitgevoerd, maar deze is volgens indieners onvoldoende om de ecologische waarden voldoende in beeld te brengen. Er zijn ook zorgen over verblijfplaatsen in het bosje naast het perceel waar het loonbedrijf wordt gerealiseerd. Reactie gemeente Naar aanleiding van de zienswijzen is opnieuw kritisch gekeken naar het ecologisch onderzoek. Deze is op een aantal punten aangevuld. Het aangrenzende bosje is meegenomen in de invloedssfeer van het plan. Uit de Quickscan blijkt dat de waarnemingen van kerkuil, sperwer en ransuil zijn bestudeerd en dat deze geen betrekking hebben op het plangebied.
Overigens kunnen deze soorten het bosje wel gebruiken als foerageergebied. De realisatie van het loonwerkbedrijf tast deze functie niet aan. Ten aanzien van de grondgebonden soorten geldt dat het agrarisch cultuurland niet geschikt is voor beschermde grondgebonden zoogdieren. Aangezien het bosje behouden blijft worden vaste rust- of voortplantingsplaatsen van grondgebonden zoogdieren niet aangetast. Een das kan wel foerageren, maar heeft in het plangebied geen verblijfplaats. Het is vanwege omliggende agrarische percelen geen essentieel foerageergebied van de das. Ten aanzien van vleermuizen geldt dat er geen aanwijzingen zijn dat deze rust- of voorplantingsplaatsen bezetten. Gelet op de oppervlakte, inrichting en het gevoerde beheer wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden wordt geen essentieel foerageergebied aangetast. Qua vliegroute voor vleermuizen is het plangebied geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en daarom geen onderdeel van een vliegroute. Het plangebied is geen functioneel leefgebied voor zeldzame amfibiesoorten. Vanwege het ontbreken van voedselarm en helder water niet geschikt als functioneel leefgebied. Ook zijn er op basis van het NDFF geen waarnemingen van deze soorten.
Uitvoering van voorgenomen werkzaamheden heeft wel een negatief effect op het areaal foerageergebied voor soorten die op de rode lijst voorkomen. Deze soorten worden, gezien de aard en grootte van de werkzaamheden, echter niet nadelig beïnvloed in het voorkomen op populatieniveau door de voorgenomen werkzaamheden. Wel is bepaald dat de werkzaamheden buiten het broedseizoen moeten beginnen, om broedende vogels niet te verstoren. Conclusie 4
Het ecologisch rapport en de toelichting van het TAM-omgevingsplan worden op enkele punten aangepast en aangevuld voor het aspect ecologie. 6. Verkeersveiligheid Samenvatting zienswijzen De nieuwe locatie van het loonbedrijf krijgt twee inritten. Een voor privégebruik, en één voor het bedrijf. Indieners maken zich zorgen over de locatie van de inritten. Het zou hier gaan om een onoverzichtelijke bocht, waar ook veel scholieren langsfietsen. De inrit ligt in een binnenbocht, met daarnaast een bosje. Indieners geven aan dat het zicht daardoor slecht is in de bocht. Ook zou de toename van zware verkeersbewegingen een risico zijn voor de verkeersveiligheid op deze weg. Reactie gemeente Het gaat hier enerzijds om de verkeersveiligheid bij de inrit, en anderzijds om de toename van verkeersbewegingen. Om de verkeersveiligheid te waarborgen, zijn de inritten aangepast. Deze zijn nu haaks op de weg gesitueerd, zodat er beter zicht is naar beide kanten. De situering van deze inritten is in het ruimtelijk kwaliteitsplan vastgelegd. Er is daarnaast ook nader gekeken naar het zicht wat men heeft vanaf het perceel. Er is vanuit verkeersoogpunt voldoende zicht op de weg in beide richtingen, ook voor zware machines. Er is op dit punt geen risico in de verkeersveiligheid op de weg.
In het ruimtelijk kwaliteitsplan is tevens geborgd dat de zichtlijn aanwezig moet blijven richting het bosje, om de verkeersveiligheid voor de toekomst te waarborgen. Daarnaast leidt de ontwikkeling tot een toename van verkeersbewegingen op dit deel van de Havezateweg. De toename bedraagt maximaal 96 verkeersbewegingen per dag. Deze toename is beperkt, en de Havezateweg heeft ruim voldoende capaciteit om deze toename in verkeersbewegingen op te vangen. De Havezateweg is er ook op ingericht dat landbouwmachines hier kunnen rijden, wat op dit moment ook al gebeurt. Aan de andere kant is er door de ontwikkeling een lichte afname van verkeersbeweging aan de Eugenboersdijk. Het totaal aantal verkeersbewegingen in het gebied neemt door de verplaatsing van het bedrijf niet toe, omdat de bestaande bedrijvigheid enkel verplaatst wordt. Conclusie De inritten worden aangepast in het ruimtelijk kwaliteitsplan, en de toelichting wordt aangevuld om de verkeersveiligheid nader te onderbouwen. 7. Overlast door koplampen Samenvatting zienswijzen Een indiener geeft aan dat door de vestigign van het bedrijf overlast kan ontstaan door koplampen die schijnen in de woning van indiener. Dit gaat met name om het verkeer dat op de bedrijfskavel rijdt, en verkeer dat vertrekt richting de weg. Reactie gemeente De inritten zijn dusdanig gesitueerd, dat deze niet naar een woning van derden staat gericht.
Verkeer dat het terrein verlaat en over de inrit rijdt, zal dus niet in het raam van een woning 5
schijnen. Daarnaast kan er verkeer over het terrein heenrijden. Het is mogelijk dat een voertuig richting de woning aan de overzijde van de weg schijnt. Aan de voorzijde van het perceel worden hagen aangelegd van 1 meter hoog, die enige lichthinder op kunnen vangen. Daarnaast is de afstand tot de woning meer dan 50 meter en gaat het om een beperkt aantal verkeersbewegingen. Overlast door koplampen wordt dan ook niet verwacht. Reactie gemeente De zienswijzen leiden op dit punt niet tot een aanpassing van het plan. 8. Aerius-berekening Samenvatting zienswijzen Op het perceel zal veel op en neer worden gereden met zwaar materieel. Indieners geven aan dat de Aerius-berekening hier onvoldoende rekening mee houdt. Het aantal verkeersbewegingen zou daarom te laag zijn, waardoor de resultaten mogelijk niet kloppen. Reactie gemeente In de Aerius-berekening is in de gebruiksfase inderdaad onvoldoende rekening gehouden met het aantal zware verkeersbewegingen dat het bedrijf met zich meeneemt. De Aeriusberekening is op dit punt aangepast, zodat de gebruiksfase een representatief beeld geeft van de toekomstige situatie. Uit de aangepaste Aerius-berekening is gebleken dat er geen negatieve gevolgen zijn voor Natura 2000-gebieden door de ontwikkeling. Conclusie De Aerius-berekening is aangepast, en de toelichting bij het TAM-omgevingsplan is hierop aangevuld. 9.
Waterhuishouding Samenvatting zienswijzen Indieners geven aan dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar de gevolgen op de waterhuishouding door de ontwikkeling. Het gebied vervult volgens indieners een belangrijke rol in de waterhuishuishouding van de omgeving, zoals voor de afvoer en tijdelijke berging van water richting de omliggende retentiegebieden. Door het aanbrengen van verharding, zou de waterhuishouding verstoord worden. Reactie gemeente De waterparagraaf is naar aanleiding van de zienswijzen aangevuld. Zo is nader onderbouwd hoe wordt omgegaan met hemelwater op het perceel. Dit mag namelijk niet naar het riool worden afgevoerd. Ook wordt de toename aan oppervlakteverharding gecompenseerd door meer waterberging toe te voegen. Deze waterberging wordt gerealiseerd als extra oppervlaktewater. Dit betreft een sloot aan de zuidoostzijde van het perceel. De uitvoering is vastgelegd in het ruimtelijk kwaliteitsplan. Met het aangepaste huishoudkundige plan wordt voldaan aan de eisen van het waterschap. Een nader hydrologisch onderzoek is in dit geval niet noodzakelijk. Conclusie De toelichting van het TAM-omgevingsplan wordt aangepast met een aanvullende onderbouwing op de waterhuishouding. 6
10. Waardedaling van de woningen Samenvatting zienswijzen Indieners geven aan dat de waarde van hun woning zal dalen, vanwege het verdwijnen van het uitzicht en de rust in de omgeving. Reactie gemeente Waardedaling van een woning of ander onroerend goed is geen ruimtelijk argument om wel of geen medewerking te verlenen aan een ontwikkeling. Indien er sprake is van schade in de vorm van waardevermindering, kan een verzoek om nadeelcompensatie worden ingediend. Indien uit onafhankelijk onderzoek blijkt dat er sprake is van waardedaling, dan wordt het bedrag boven het maatschappelijk risico vergoed. Conclusie De zienswijzen leiden op dit punt niet tot een aanpassing van het plan. 11. Spuitzones Samenvatting zienswijzen Een (bedrijfs)woning dient minimaal 50 meter afstand te houden tot een gebied waar gespoten kan worden met gewasbeschermingsmiddelen. Deze afstand is volgens indieners nodig om gezondheidsrisico’s te voorkomen. Er zou in het plan onvoldoende rekening gehouden zijn met spuitzones. Reactie gemeente Op basis van jurisprudentie dient inderdaad 50 meter afstand gehouden te worden tot gronden waar met gewasbeschermingsmiddelen mag worden gespoten. In het ontwerp plan is hier nog onvoldoende rekening mee gehouden. Het plan wordt op dit punt ook aangepast. De bedrijfswoning wordt circa 10 meter naar achteren verplaatst.
Daardoor is de afstand van de bedrijfswoning tot het agrarisch perceel aan de overzijde van de weg minimaal 50 meter. In het ruimtelijk kwaliteitsplan wordt de positie van de woning dan ook aangepast. Dit perceel vormt dan geen belemmering op dit punt. Daarnaast wordt rond de woning een spuitvrije zone van 50 meter opgenomen in het omgevingsplan. In de verbeelding wordt hiervoor een aanduiding opgenomen, en in de regels worden aanvullende regels gesteld. Het is hier dan niet meer toegestaan om met gewasbeschermingsmiddelen te spuiten. Hierdoor wordt juridisch geborgd dat binnen 50 meter van de bedrijfswoning niet met gewasbeschermingsmiddelen gespoten kan worden. De betreffende grond is in bezit van de initiatiefnemer. Conclusie De toelichting, regels en de verbeelding van het TAM-omgevingsplan worden op dit punt aangepast. 12. Hinder van het nieuwe bedrijf op omliggende woningen Samenvatting zienswijzen Door de vestiging van het loonbedrijf, is er volgens indieners een toename van hinder door het bedrijf. Dit gaat in ieder geval om hinder door trillingen, geluid, stank en stof. Ook worden zorgen gemaakt over eventuele opslag van pesticiden en gifstoffen. 7
Reactie gemeente Een loonbedrijf kan enige hinder met zich meenemen. Op grond van de richtafstanden van de VNG, wordt voor een loonbedrijf minimaal 50 meter aangehouden tot gevoelige objecten vanwege mogelijke geluidhinder. De bedrijfsactiviteiten vinden plaats op minimaal 50 meter afstand van de Havezateweg 12, de dichtstbijzijnde woning. Er wordt dan ook voldoende afstand gehouden tot deze woning. De 50 meter wordt extra geborgd door de toevoeging van een nieuwe aanduiding op het perceel dat binnen de 50 meter van de woonfunctie ligt. Hier zijn bedrijfsactiviteiten dan ook uitgesloten. Hinder door geluid van het bedrijf is dan ook niet te verwachten. Op het perceel wordt een mestsilo geplaatst. In het ruimtelijk kwaliteitsplan is vastgelegd dat deze achterop het erf wordt geplaatst, op meer dan 150 meter van de meest nabij gelegen woning. Daardoor is geuroverlast door de mestsilo ook niet te verwachten. Stofoverlast wordt ook niet verwacht, omdat het bedrijf hoofdzakelijk ziet in opslag en stalling van machines en producten. Dit geeft geen stofoverlast met zich mee. Gezien de afstand tot de dichtstbijzijnde woningen, is hinder door trillingen ook niet te verwachten. Er worden op het perceel alleen stoffen en goederen opgeslagen die bij recht zijn toegestaan. Voor de opslag van gevaarlijke stoffen kan een vergunning noodzakelijk zijn.
Er worden naar verwachting geen gevaarlijke stoffen opgeslagen. Conclusie Er wordt een aanduiding op de verbeelding opgenomen, zodat bedrijfsactiviteiten binnen 50 meter van andere woonfuncties zijn uitgesloten. 13. Gevolgen voor eigen bedrijfsvoering Samenvatting zienswijzen Een indiener heeft een bedrijf aan huis in de vorm van een studio waar muziekopnames worden gemaakt. De toename aan zware verkeersbewegingen leidt mogelijk tot meer trillinghinder, wat de opnames kan verstoren. Daardoor komen de bedrijfsactiviteiten mogelijk in gevaar. Reactie gemeente Zoals onderbouwd in punt 6 (verkeersveiligheid) is er geen sprake van een toename van verkeersbewegingen in het grotere gebied door de ontwikkeling. Wel staat vast dat het bedrijf circa 96 verkeersbewegingen per dag met zich meeneemt. In de praktijk zal de toename van verkeersbewegingen lager liggen, omdat een deel van het verkeer nu ook al over de Havezateweg rijdt. De bestaande infrastructuur kan het verkeer goed opvangen. De wegen zijn ook ingericht op landbouwverkeer, zodat ook de zware verkeersbewegingen niet leiden tot extra hinder op de weg. Onevenredige trillinghinder op naastgelegen woningen kan op voorhand worden uitgesloten, gezien het aantal verkeersbewegingen en de afstand tot de woningen. Conclusie De zienswijzen leiden op dit punt niet tot een aanpassing van het plan.
8
14. Gevolgen voor eigen ontwikkelmogelijkheden Samenvatting zienswijze Een indiener heeft zelf ideeën om in de toekomst iets op het eigen perceel te ontwikkelen. De exacte invulling is nog niet bekend. Indiener vreest dat de komst van het bedrijf gevolgen heeft voor de eigen ontwikkelruimte, vanwege overlast van het bedrijf. Reactie gemeente De kortste afstand van de bedrijfsfunctie tot het perceel van de indiener bedraagt circa 55 meter. Dit stuk perceel is nu agrarisch in gebruik, en heeft in het omgevingsplan ook een agrarische functie. De afstand tot de woonbestemming van de indiener bedraagt circa 110 meter. Voor een loonbedrijf wordt een adviesafstand van 50 meter aangehouden tot andere gevoelige functies. Dit is met name vanwege geluidoverlast. Hinder voor deze woning is dan ook uitgesloten. Voor nu is er geen concrete ontwikkeling voor dit perceel bekend. De ontwikkeling van een nieuwe gevoelige functie wordt in ieder geval niet gehinderd door de realisatie van het loonbedrijf. Conclusie De zienswijzen leiden op dit punt niet tot een aanpassing van het plan. 15. Alternatieve locaties Samenvatting zienswijzen Indieners verzoeken om het bedrijf niet hier, maar op een andere locatie te vestigen, omdat deze locatie niet geschikt zou zijn vanwege de landschappelijke en natuurlijke waarden van het gebied.
Reactie gemeente Het initiatief ziet specifiek op de vestiging van een loonbedrijf op dit perceel. In de zoektocht naar een nieuwe locatie voor het bedrijf van de initiatiefnemer is deze locatie ook als meest geschikt geacht. Dit heeft te maken met de ligging in de buurt van het bestaande bedrijf. Hier is voldoende ruimte om een nieuw bedrijf, met dezelfde bouwmogelijkheden, te realiseren. Doordat het perceel grenst aan een bosje aan de noordzijde, is het bedrijf ook niet van alle kanten zichtbaar. Dit in samenhang met de aanvullende landschapsmaatregelen, zorgt voor een goede landschappelijke inpassing van het bedrijf. Deze locatiekeuze is in een vroeg stadium ook met de provincie afgestemd, vanwege de ligging in het buitengebied. Omdat de voorliggende locatie geschikt is voor de verplaatsing van het loonbedrijf, is er geen noodzaak om alternatieve locaties verder te onderzoeken. Conclusie De zienswijzen leiden op dit punt niet tot een aanpassing van het plan. 16. Participatietraject Samenvatting zienswijzen Een van de indieners is niet meegenomen in de participatie voor de wijziging van het omgevingsplan. De andere indieners zijn wel meegenomen. Wel merkt men op dat de participatie onvoldoende is geweest. Ook wordt in het participatieverslag gemeld dat iedereen positief was over het plan. Volgens indieners is dit onjuist.
9
Reactie gemeente Omdat het hier een particulier initiatief betreft, is het de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om de omgeving mee te nemen in de ontwikkeling. De uitgevoerde participatie is vastgelegd in een participatieverslag. Tijdens de participatie is met de direct omwonenden van het plan gesproken. Een van de indieners is niet in de participatie meegenomen, vanwege de afstand van het plangebied tot de woning van de indiener. Er wordt niet verwacht dat de ontwikkeling gevolgen heeft voor de leefbaarheid van de bewoners van dit perceel. Hierbij wordt wel opgemerkt dat participatie tot doel heeft om de omgeving mee te nemen in de plannen. Draagvlak in de omgeving is een pluspunt, maar geen voorwaarde voor medewerking aan een nieuwe ontwikkeling. Conclusie De zienswijzen leiden op dit punt niet tot een aanpassing van het plan.
10
Overzicht wijzigingen De volgende wijzigingen worden in de verbeelding verwerkt: - Het plangebied wordt uitgebreid; - De bestemming Agrarisch met waarden – Essen- en hoevenlandschap is toegevoegd; - Het bouwvlak voor de bedrijfswoning is circa 10 meter naar achteren verplaatst; - Vanwege de verplaatsing van het bouwvlak, is de bedrijfsbestemming aan de zuidkant met een paar meter uitgebreid, zodat er voldoende ruimte rondom de bedrijfswoning beschikbaar blijft. - Er is een aanduiding opgenomen aan de westzijde van het perceel waar bedrijfsactiviteiten zijn uitgesloten; - Aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – bedrijfsactiviteiten uitgesloten’ is toegevoegd, om minimaal 50 meter afstand van bedrijfsactiviteiten tot omliggende woningen te behouden. De volgende wijzigingen worden in de regels verwerkt: - Artikel 5 – Agrarisch met waarden is toegevoegd. Hierbinnen is geregeld dat niet gespoten mag worden met gewasbeschermingsmiddelen. - Het ruimtelijk kwaliteitsplan wordt op de volgende punten aangepast: o De bedrijfswoning is circa 10 meter naar achteren verplaatst; o Waterberging is toegevoegd aan de rand van het perceel o De inritten zijn aangepast zodat deze haaks op de weg staan - 6.4.1 lid 2 is toegevoegd over de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – bedrijfsactiviteiten uitgesloten’.
De volgende wijzigingen worden in de toelichting verwerkt: - Hoofdstuk 2 is aangevuld met de meest recente versie van het inrichtingsplan; - Paragraaf 3.3.4.2 is uitgebreid over de verkeerssituatie en de ontsluiting; - Paragraaf 4.1.2.1 is aangevuld over het verplaatsen van de woning in relatie tot geluidhinder van de weg; - Paragraaf 4.1.2.4 is aangevuld met toelichting op de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – bedrijfsactiviteiten uitgesloten’; - Paragraaf 4.7 is toegevoegd over gezondheid en spuitzonering; - Hoofdstuk 5 is dieper ingegaan op de watersituatie in het plangebied; - Paragraaf 8.3.2 over de quickscan flora en fauna is geactualiseerd; - Paragraaf 11.2.3 is aangevuld over de ingediende zienswijzen; - Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan is aangepast, conform de versie behorende bij de regels; - Bijlage 7 Aerius-berekening is geactualiseerd met de juiste verkeersgegevens; - Bijlage 8 Quickscan flora en fauna is geactualiseerd en aangevuld - Bijlage 10 Zienswijzennota is toegevoegd
11