2. Uitgangspunten als kader voor op te stellen gebiedsprogramma Stationsomgeving Hardenberg
Tekst van het document
Stationsgebied Hardenberg - Uitgangspunten
Speerpunt 1
Speerpunt 2
Speerpunt 3
stadsdeel – met wonen,
verbonden en toegankelijk
ruimte – een gezonde wijk als
Stationsomgeving als levendig
Kwalitatieve OV-knoop –
economische activiteit en
voor alle reizigers
voorzieningen
Uitgangspunten Wonen
• Realisatie van circa 450–500 nieuwe woningen in een stedelijk woonmilieu. • Gericht op een dynamische en aantrekkelijke woonomgeving voor studenten, jonge professionals en short stay, waarbij ook ruimte is voor (jonge) gezinnen en senioren. • Woningmix: minimaal 30% sociale huur en minimaal 40% betaalbare koop en middenhuur, conform de Woondeal West Overijssel. • Woningoppervlakten hebben een minimale omvang van ca. 50 m² , specifieke woonvormen kunnen hiervan awijken • Basishoogte van 3 lagen, met hoogteaccenten tot max. 7 (op afstand van bestaande bebouwing). • Kleinschalige ontwikkeling per bouwblok of cluster, met veel aandacht voor verblijfskwaliteit, groen en klimaatadaptatie. • Kwalitatief hoogwaardige parkeervoorzieningen, gekoppeld aan bouwblokken of centrale hubs.
Uitgangspunten Werken en voorzieningen • Groei van maakindustrie, ICT en dienstverlening rond het station. • Realisatie van een MAAKhal (circa 1500–2000 m²) als plek voor
samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. • Ruimte voor ca. 8.000-10.000 m2 voorzieningen, nader onderzoek naar exacte omvang en programma volgt. • Ontwikkeling van werk- en zorgprogramma, vooral in plinten of verzamelgebouwen, voornamelijk gericht op nieuwe werkplekken/ flexwerkplekken, startups, kleinschalige bedrijvigheid. • Realisatie van ondersteunende horeca, leisure en diensten nabij de spoorknoop. Retail is mogelijk, mits die qua schaal en omvang niet concurrerend zijn met het centrum maar wel van toegevoegde waarde zijn voor het gebied. • Inpassing van short stay voor medewerkers van ziekenhuis en bedrijven. • Ruimte voor toekomstige ruimtelijke groei en aanvullende voorzieningen voor het ziekenhuis , zoals een dialysecentrum in het gebied. • Nadere uitwerking van onderwijsfaciliteiten in overleg met partners.
• Stationsomgeving Hardenberg wordt een regionale mobiliteitshub met betere bereikbaarheid en overstapmogelijkheden. • Door spoorverlegging een breder en veiliger perron, exacte dimensionering in afstemming met ProRail. • Nieuwe ongelijkvloerse spoorkruising voor voetganger en fietser, breedte ca. 12-15 m. • Opheffen gelijkvloerse fietsovergang Lage Gaardenstraat-Parallelweg. • De stationsentree verplaatst naar de nieuwe onderdoorgang op de kop van de Bruinslocatie. • Het huidige stationsgebouw (monument) krijgt nieuwe functie. • Inrichting stationsplein als uitnodigende verblijfsplek, autovrij en met prioriteit voor voetgangers en fietsers volgens de Groene en Gezonde Maatlat. • Knip in de Parallelweg ter hoogte van het station biedt ruimte voor de onderdoorgang. • Vergroening van de Stationsstraat en aantrekkelijke inrichting voor langzaam verkeer. • Versterken route Centrum-Station. • Hoogwaardige fiets- en autoparkeerfaciliteiten. 1500 fietsparkeerplaatsen, 165 parkeerplaatsen voor de P+R functie. • Plaats voor 2 lijnbussen, drie buurtbussen en treinvervangend vervoer.
Groene en duurzame openbare groene entree van de stad Algemeen
• Klimaatadaptatie is een integraal onderdeel van het ontwerp, met aandacht voor waterberging, verkoeling, schaduw en biodiversiteit. • De inrichting draagt bij aan een gezond, veilig en aantrekkelijk woon-, werk- en verblijfsklimaat. • Het gebied wordt een groene, gastvrije entree naar het Vechtdal. • De toepassing van de Groene en Gezonde Maatlat vormt het uitgangspunt voor de inrichting van de openbare ruimte. • De stationsomgeving wordt ontwikkeld op basis van circulaire bouwprincipes en een toekomstbestendig energiesysteem (nader uit te werken).
Klimaatadaptatie
• Onnodige verharding verwijderen. • Waar ruimte is, het verhard oppervlak beperken of te kiezen voor een waterpasserende verharding. • De waterbergingseis van 55 mm voor nieuwe ontwikkelingen binnen openbaar gebied wordt gehandhaafd. • Er wordt veel groen en grote bomen toegepast om invloed van direct zonlicht te blokkeren en om schaduwplekken te creëren.
Natuur en biodiversiteit
• Er is in de inrichting genoeg ruimte gehouden voor natuur, zodat er meer verschillende soorten planten en dieren komen. • De biodiversiteit en ecologische waarde worden vergroot door aandacht te geven aan voedsel, veiligheid, voorplantingsmogelijkheden en variatie.
Gezonde leefomgeving
• Sportfaciliteiten, groene speelplekken, parken en/of ontmoetingsplekken zijn op loopafstand bereikbaar, zonder belemmeringen en openbaar toegankelijk. • Parken, sport- en speelfaciliteiten en ontmoetingsplekken zijn aantrekkelijk, gevarieerd, duurzaam en groen en worden ingericht voor bewoners van alle leeftijden. Met aantrekkelijk wordt bedoeld: plekken die bijdragen aan het verminderen van de kans op eenzaamheid en stres gerelateerde klachten en bijdragen aan de fysieke fitheid, sociale cohesie en kwaliteit van leven. • De ontwikkeling zorgt voor een goede verblijfskwaliteit buiten, bijvoorbeeld via goede fietsontsluitingen en de aanleg van koele routes. • Groenlocaties worden enkel doorsneden
door wandel of fietspaden en hebben een recreatieve functie. • Binnen de ontwikkeling zorgen wij voor een goede milieukwaliteit waarbij de normen voor geluid, stank en fijnstof binnen de geldende regels valt. • OV-haltes zijn duurzaam afgewerkt en weerbestendig ingericht en voor iedereen toegankelijk en bereikbaar. • Essentiële voorzieningen, als de supermarkt, gezondheidscentra, maar ook de toegang tot informatie en hulp, zijn bereikbaar te voet of met de fiets. • Woonomgevingen worden veilig ingericht, met voldoende aandacht voor voldoende straatverlichting, bewegwijzering en veilige routes, afgeschermd van gemotoriseerd verkeer. • De omgeving rondom scholen wordt rookvrij ingericht. • Voetpaden hebben een stroeve en vlakke ondergrond. • Het station is voorzien van een drinkwatertappunt.
Speerpunt 4
Duurzame Mobiliteit – een
Financiële uitgangspunten
fietsverbonden, autoluw
stadsdeel met efficiënte parkeerhubs
• Parkeren wordt ingericht volgens de minimale CROW-normen voor centrumlocaties in weinig stedelijke gebieden. • Volwaardig netwerk van autoluwe straten aan de ziekenhuiszijde met een centrale nieuwe route voor de auto. • Ambitie voor realisatie van twee parkeerhubs aan de randen van het gebied, waarbij haalbaarheid in het vervolg nader wordt uitgewerkt. • Verbeterde fietsverbindingen met omliggende wijken, scholen en werkgebieden. • Autoluwe inrichting van straten en pleinen gericht op verblijfskwaliteit en actieve mobiliteit. • Goede (parkeer)voorzieningen voor bereikbaarheid van Ziekenhuis Saxenburgh Medisch Centrum. • Integratie van deelmobiliteit en buurtvoorzieningen in parkeerhubs.
• Ondersteuning van de doelen van de Groene en Gezonde Maatlat. • Overgang Jan Weitkamplaan: er wordt een verkenning gestart naar de ruimtelijke en verkeerskundige effecten van het afsluiten van de overweg voor autoverkeer, met oog voor veiligheid, bereikbaarheid en toekomstige inpassing. • Parallelweg transformeert van doorgaande route naar een weg voor bestemmingsverkeer; ter hoogte van het station wordt een knip gerealiseerd om doorgaand verkeer te weren en ruimte te maken voor een nieuwe onderdoorgang. • Verbetering woonklimaat van de bestaande omgeving. • Pro Hardenberg krijgt rechtstreekse ontsluiting.
• De gemeente Hardenberg is in principe bereid te investeren in het stationsgebied. • De bandbreedte voor de realisatie van fase 1 en 2 bevindt zich tussen de €12,0 en €14,5 miljoen. In de begroting is hier reeds al voor €6,5 miljoen in voorzien. • De 17,5 miljoen zoals opgenomen in de Kansen- en investeringsagenda labelen voor investeringen in het stationsgebied, waaronder het afdekken van het nog resterende tekort en ruimte voor enkele PM posten zoals bijvoorbeeld bijdragen in spoorse investeringen, bijdrage NSL traject en/of de herontwikkeling van fase 3. Daarbij jaarlijks bij de perspectiefnota en de begroting de afweging maken in hoeverre deze middelen een plek kunnen krijgen in de begroting, een en ander gekoppeld aan de besluitvorming per fase. • Maximaal inzetten op het verkrijgen van cofinanciering vanuit andere overheden en partijen. • Via gefaseerde besluitvorming neemt de Raad per deelfase een investeringsbeslissing.