CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Toelichting bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg

orienterende ronde sessie 1 12 maart 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg' (het bouwen van een compensatiewoning)22.008 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime

4 4 5 5 6

Hoofdstuk2 Huidige situatie 2.1 Landschappelijke aspecten 2.2 Het plangebied en zijn omgeving

8 8 8

Hoofdstuk3 Gewenste situatie 3.1 Algemeen 3.2 Ontwikkeling

10 10 10

Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

15 15 16 26

Hoofdstuk5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Verkeer & parkeren 5.10 Besluit milieueffectrapportage

37 37 38 39 41 42 45 47 50 51 51

Hoofdstuk6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

54 54 55

Hoofdstuk7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

56 56 56 58

Hoofdstuk8

60

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk9 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 2

61 61 61 61

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 3

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Meester Westerhofdijk 1 te Hardenberg, in het buitengebied van de gemeente Hardenberg, ligt een voormalig agrarisch erf. Op het erf bevinden zich één woning en enkele voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. Het erf is reeds voorzien van een woonbestemming. Doordat ter plaatse geen agrarisch bedrijf meer aanwezig is, hebben de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen geen gebruiksfunctie meer. Er wordt ook niet meer geïnvesteerd in het onderhoud. Het voornemen bestaat om deze bebouwing te slopen. De bestaande woning zal behouden blijven. Daarnaast zal één van de voormalige bedrijfsgebouwen herbouwd worden. Op basis van de beleidsnota 'Erven met kwaliteit' wordt in ruil voor de sloop van minimaal 850 m2 aan landschapsontsierende bebouwing het recht verkregen op één compensatiewoning met inpandig bijgebouw. Tevens maakt de beleidsnotitie een groter oppervlakte aan bijgebouwen bij woningen (meer dan 100 m2) mogelijk.

De ontwikkeling bestaat in voorliggend geval uit: sloop van 495 m2 aan landschapontsierende bebouwing in de vorm van voormalige schuren/stallen en een klein bijgebouw; sloop van een kas van 36 m2 (in de planbeschrijving is een overzicht per gebouw opgenomen); de aanschaf van een sloopvoucher van 87 m2 van de Sijsamaweg 6 Heemserveen; de aanschaf van een sloopvoucher van 363 m2 van de Stobbeplasweg 4 te Slagharen; realisatie van één compensatiewoning van maximaal 750 m3 (met een binnenplanse mogelijkheid om te vergroten naar 900 m3) exclusief een inpandig bijgebouw; behoud bestaande woning en tuinhuis; herbouwen van een bestaand bijgebouw (138 m2) bij de bestaande woning; realisatie van één klein bijgebouw voor de huidige woning van circa maximaal 50 m2; het zorgvuldig landschappelijk inpassen van het geheel. Het voornemen is niet in overeenstemming met de geldende bouwmogelijkheden van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" van de gemeente Hardenberg. Binnen het huidige bestemmingsplan is er op het perceel uitsluitend het bestaande aantal woningen (één) toegestaan. Om een extra woning toe te voegen is daarom een bestemmingsplanherziening noodzakelijk.

De Sijsamaweg 6 Heemserveen (Buitengebied Hardenberg, Westeindigerdijk 13 Radewijk en Sijsamaweg 6 Heemserveen, NL.IMRO.0160.0000BP00410) en Stobbeplasweg 4 te Slagharen (Wijziging Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbeplasweg 2-4, Slagharen, NL.IMRO.0160.WBP00062) zijn reeds herbestemd naar een woonbestemming en worden daarom buiten beschouwing gelaten in voorliggend bestemmingsplan. De bouwmogelijkheden op deze twee locaties zijn door de herbestemming aangepast, waardoor de gesloopte schuren niet teruggebouwd kunnen worden. Om de bestemmingsplanherziening mogelijk te maken dient onder andere getoetst te worden aan de beleidsnota 'Erven met kwaliteit' van de gemeente Hardenberg (zie paragraaf 4.3.2). Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders, waarbij wordt aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 4

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Meester Westerhofdijk 1 in Hardenberg. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Ambt-Hardenberg, sectie Z, nummers 4467 en 4468. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van Hardenberg en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van Hardenberg en de (directe) omgeving (Bron: PDOK)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00422-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen); toelichting (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 5

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de grenzen van de bestemmingsplannen “Buitengebied Hardenberg” (vastgesteld op 2 december 2014), ''Buitengebied Hardenberg, herziening regels'' (vastgesteld op 26 september 2016), het bestemmingsplan ''Facetherziening parkeren Hardenberg'' (vastgesteld 17 juli 2018) en het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines bij Agrarische bedrijven” (vastgesteld 21 juni 2022). Hierna is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” opgenomen. Het plangebied is hierin met een rode stippellijn weergegeven.

Afbeelding 1.2: Uitsnede van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2

Bestemmingen

De gronden binnen het plangebied zijn op basis van het bestemmingsplan bestemd als 'Wonen - Essen en hoevenlandschap', 'Agrarisch met waarden - Essen - en hoevenlandschap' en hebben grotendeels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. 'Wonen - Essen en hoevenlandschap' Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor het wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen. Op basis van de bouwregels mag het aantal woningen per bouwperceel niet meer bedragen dan het bestaande aantal. De gezamenlijke oppervlakte van de bij de woning behorende bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 100 m2 of 150 m2 afhankelijk van de omvang van de bij de woning behorende en aansluitend gelegen gronden, met dien verstande dat als de bestaande oppervlakte meer bedraagt deze mag worden aangehouden. 'Agrarische met waarden - Essen-en hoevenlandschap'

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 6

De voor 'Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van één agrarisch bedrijf en de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het essen- en hoevenlandschap. Buiten een bouwvlak mogen uitsluitend andere (bouw)werken, teeltondersteunende voorzieningen en schuilgelegenheden tot een oppervlakte van maximaal 15 m2 per schuilgelegenheid en met een maximum van 1 schuilgelegenheid per één hectare bij elkaar behorende grond gebouwd worden. 'Waarde - Archeologie 3' De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor een of meerdere bouwwerken waarbij grond geroerd wordt met een (gezamenlijk) geroerde oppervlakte groter dan 275 m2 en een diepte van 40 cm of meer, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld. Een dergelijke rapportage is niet noodzakelijk als aangetoond kan worden dat de betreffende gronden geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. 1.4.3

Strijdigheid

De voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van een extra woning met inpandig bijgebouw op het perceel. Er zijn ter plaatse van de woonbestemming uitsluitend het bestaande aantal woningen (in dit geval 1) toegestaan. Daarnaast is ook het realiseren van extra vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken strijdig. Om de voorliggende ontwikkeling mogelijk te maken, is daarom een herziening van het bestemmingsplan vereist. 1.4.4

Leeswijzer

Na deze inleiding worden in hoofdstuk 2 de landschappelijke aspecten en een weergave van de huidige situatie gegeven. Hoofdstuk 3 gaat in op de gewenste situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 7

Hoofdstuk 2

2.1

Huidige situatie

Landschappelijke aspecten

Het landschap in de omgeving van het plangebied is kenmerkend voor het essen- en hoevenlandschap. Dit type landschap is kenmerkend langs de Vecht. De hoogte van de gronden bepaalde waar de erven ontstonden. Samenhangend systeem van open essen, kleinschalige flanken met erven en esdorpen, kleinschalige natte laagtes met beken en voormalige - grote open heidevelden. De ordening van het landschap volgt de natuurlijke ondergrond van hoog en laag en nat en droog en is als een spinnenwebstructuur gegroeid vanuit de nederzettingen. Het plangebied ligt ten oosten van de buurtschap Baalder. Dit stadsdeel van Hardenberg was van oorsprong een zwermesdorp met verschillende kronkelige wegen. Dit betreft een groep boerderijen rondom kleinere essen langs de Vecht. De boerderijen stonden verspreid door het gebied.

2.2

Het plangebied en zijn omgeving

De ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving bestaat voornamelijk uit agrarische gronden met verspreid agrarische- en woonerven. Daarnaast grenst het plangebied aan het stadsdeel Baalder van de gemeente Hardenberg. Het plangebied wordt ten noorden begrensd door de Rodedijk en ten zuiden door de Meester Westerhofdijk die ten westen van het plangebied bij elkaar komen (kruizen). Ten oosten van het plangebied liggen agrarische gronden. Deze woning (1) is een voormalige boerderij dat nu geheel dienst doet als woning. Ook is er sprake van een inwoonsituatie. Het kadastraal perceel is daartoe ook gesplitst. Ten zuiden daarvan is een bijgebouw van 138 m2 (2) die herbouwd zal gaan worden. Op het erf staan enkele voormalige kalverstallen die geen gebruikswaarde meer kennen en daarmee landschapontsierend zijn (3). De stallen zijn voorzien van asbestdaken. Daarnaast staan er nog twee kleine schuren (4) in de weide ten westen van het erf, die gezien de situatie vrij in het veld ook als landschapsontsierend aan te merken zijn. Tot slot staan in het plangebied een tuinhuis en een kas. De kas wordt gesloopt, het tuinhuis blijft behouden. Rondom het plangebied staat een hek, dat ook als landschapsontsierend wordt aangemerkt. De nieuwe woning krijgt een ontsluiting op de Rodedijk en de bestaande woning behoud haar eigen ontsluiting op de Meester Westerhofdijk.

In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving opgenomen, waarbij met de rode stippellijn het plangebied is weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 8

Afbeelding 2.1: Luchtfoto van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied (Bron: Google maps)

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 9

Hoofdstuk 3

3.1

Gewenste situatie

Algemeen

Het buitengebied is van oudsher van belang geweest voor de agrarische sector. De sector is echter de afgelopen jaren onder druk komen te staan. Er vindt schaalvergroting plaats, het aantal bedrijven neemt steeds verder af en ondernemers zijn op zoek naar mogelijkheden om hun agrarische bedrijfsvoering te verbreden. Daarnaast komen er, door het verdwijnen van agrarische bedrijven, agrarische complexen vrij. Om de vitaliteit en sociaaleconomische kwaliteit van het buitengebied te behouden, is het gewenst om onder voorwaarden ruimte te bieden aan passende vervolgfuncties op vrijgekomen voormalige agrarische bedrijfslocaties. Zo ook op het perceel aan de Meester Westerhofdijk 1. In het gemeentelijk beleid wordt nader ingegaan op de landschapsontsierendheid.

3.2

Ontwikkeling

3.2.1

Ontwikkeling in hoofdlijnen

Het voornemen bestaat om de voormalige agrarische bebouwing inclusief een kas en klein bijgebouw (m.u.v. de woning en een bestaand bijgebouw) op het perceel, met een oppervlakte van circa 495 m2, te slopen. Er wordt middels sloopvouchers 450 m2 (87 m2 van de Sijsamaweg 6 en 363 m2 van de Stobbeplasweg 2-4) aan sloopmeters gekocht De totale sloopoppervlakte komt hiermee op 981 m2. Het gaat om deels asbesthoudende bebouwing. In de volgende afbeelding is de oppervlakte aan sloop per gebouw zichtbaar.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 10

Afbeelding 3.1: Sloopopgave per gebouw (Bron: De Erfontwikkelaar) Ter compensatie voor de sloop wenst initiatiefnemer een extra woning met een inpandig bijgebouw bij de bestaande woning op het perceel te kunnen realiseren. Op basis van de notitie 'Erven met kwaliteit' wordt in ruil voor de sloop van 850 m2 het recht op één compensatiewoning met bijgebouw verkregen. Het voornemen is om voor de 94 m2 aan extra bijgebouwen middels schuur voor schuur extra vierkante meters aan bijgebouwen mogelijk te maken. Daarom is het wenselijk om voor beide erven 47 m2 aan extra bijbehorende bouwwerken te realiseren, waarmee de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken voor de nieuwe woning 147 m2 bedraagt, waarbij dit inpandig vorm wordt gegeven. Voor de bestaande woning bedraagt de oppervlakte 197 m2 aan bijgebouwen. Dit is mogelijk omdat ter plaatse bij recht reeds 150 m2 aan bijgebouwen mogelijk is, vanwege de oppervlakte van het perceel (meer dan 1 ha).

De ontwikkeling bestaat in voorliggend geval uit: sloop van 495 m2 aan landschapontsierende bebouwing in de vorm van voormalige schuren/stallen, sloop van een klein bijgebouw en een kas van 36 m2; de aanschaf van een sloopvoucher van 87 m2 van de Sijsamaweg 6 Heemserveen; de aanschaf van een sloopvoucher van 363 m2 van de Stobbeplasweg 4 te Slagharen; realisatie van één compensatiewoning van 750 m3 exclusief eeen inpandig bijgebouw; behoud bestaande woning en tuinhuis; herbouwen van een bestaand bijgebouw (138 m2) bij de bestaande woning; realisatie van één klein bijgebouw voor de huidige woning van circa maximaal 50 m2; het zorgvuldig landschappelijk inpassen van het geheel.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 11

In de afbeelding 3.2 is de sloopopgave te zien. De te slopen opstallen zijn rood gearceerd en de schuur die herbouwd worden is geel gemarkeerd.

Afbeelding 3.2: De sloopopgave (Bron: De Erfontwikkelaar) 3.2.2

Ruimtelijk kwaliteitsplan

3.2.2.1 Algemeen Voor de ontwikkeling is door De Erfontwikkelaar een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing van het plangebied. Het volledige plan is opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting. Hieronder zijn de belangrijkste uitgangspunten opgenomen. 3.2.2.2 Situering van de compensatiewoning Volgens het vigerend bestemmingsplan valt het erf in het essen- en hoevenlandschap. De landschapsidentiteitskaarten geven voor dit gebied de kenmerken van het essenhoevenlandschap aan. Initiatiefnemers willen enkele landschapsontsierende bebouwing slopen en ter compensatie een woning aan de Rodedijk bouwen. Gekozen is om de woning op de Rodedijk te oriënteren. Dit is logisch aangezien ook de te slopen schuren een relatie met de Rodedijk hebben. De woning kent een geïntegreerd bijgebouw waarmee één duidelijk volume ontstaat. Dit is kenmerkend op de erven in dit type landschap. De woning heeft daarmee een inhoud van 750 m3. Wel is er een binnnenplanse mogelijkheid om dit te vergroten tot 900 m3. In de nabije omgeving staan grote volumes in de vorm van boerderijen en schuren. De nieuwe woning sluit hier op aan. Het past binnen de schaal van het landschap. Hierna is een impressie van de beoogde woning met inpandig bijgebouw opgenomen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 12

Afbeelding 3.3: Impressie van de beoogde woning (Bron: De Erfontwikkelaar) Aangezien er ook een substantieel oppervlakte aan gebouwen wordt gesloopt zal het landschap niet verstenen. Met de sloop en het rooien van de gebiedsvreemde beplanting op het erf zal de ruimtelijke kwaliteit zelfs verbeteren. De belangrijkste kenmerken uit de landschapsidentiteitskaarten is het half open landschap met clusters gebouwen die verstrooid in het landschap liggen. De erven zijn niet gesloten, maar worden landschappelijk ingepast door grote bomen en hagen. 3.2.2.3 Groenstructuur en inrichting erf Een bomenrij aan de oostzijde van het erf is de groene drager die op de oude historische kaarten al te zien is. Momenteel staat hier veel gebiedsvreemd groen in dat verwijderd zal worden. Middels aanplant van nieuwe elzen wordt de bomenrij (6) weer hersteld. Tussen de compensatiewoning (5) en de bestaande woonboerderij (1) wordt enige struweel geplant om zo privacy te krijgen. De westzijde van het erf blijft open. Middels enkele bomen krijgt het erf wel een groene massa maar wordt het niet verstopt (7, 8, 10). Ook langs de Rodedijk zullen enkele bomen in een losse setting worden aangeplant (9). Een bestaande inrit wordt verschoven naar de westzijde. Dit zal de toegang tot de compensatiewoning worden. Op het erf is ruimte om te keren en te parkeren.

Schuttingen of andere bouwkundige elementen zijn niet passend op het erf. Wel kan er in de tuin opgaand groen worden aangeplant die niet als landschapsmaatregel zijn opgenomen. Denk daarbij aan boerensering/hortensia/boerenjasmijn/ krentenboompje. Deze passen op het erf en zijn een meerwaarde voor vogels/insecten/vlinders. 3.2.2.4 Samenvatting maatregelen Hieronder volgt een opsomming van de maatregelen ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit: sloop van 495 m2 aan landschapsontsierende asbesthoudende bebouwing inclusief klein bijgebouw en kas (36 m2) zonder asbest (4); inzet van een sloopbewijs van 450 m2 aan landschapsontsierende asbesthoudende bebouwing; de bestaande bomenrij aan de oostzijde wordt aangevuld met zwarte elsen (6); een transparante bomenrij van ruwe berk (9); de aanplant van een walnoot (7), hoogstam fruitbomen (8), Hollandse linde (10);

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 13

het bestaande weiland (11) blijft bestaan; het verwijderen of vervangen van het hekwerk rondom het erf (13). De landschappelijk inpassing is verbeeld in impressietekeningen. Hieronder is in afbeelding 3.4 een uitsnede van het ruimtelijk kwaliteitsplan opgenomen.

Afbeelding 3.4: Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan (Bron: De Erfontwikkelaar)

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 14

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; in 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. 3. Sterke en gezonde steden en regio's; er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken, waarbij wordt ingezet op ontwikkelingen binnen de bestaande stadsgrenzen. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 15

dit ten koste gaat van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid

De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de omgevingsvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien per saldo sprake is van een toevoeging van één woning. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei 2017 zijn de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. In de afgelopen jaren zijn de visie en verordening meerdere keren partieel herzien.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 16

4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 17

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 18

met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden.

De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt.

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 Door deze ontwikkeling, neemt de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied af en wordt ter compensatie een vrijstaande woning gebouwd. De locatie van de woning is zorgvuldig gekozen. Zo komt de woning op het bestaande erf. Eén en ander is zorgvuldig afgewogen op basis van het gemeentelijke beleid 'Erven met kwaliteit'. Per saldo

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 19

is daarnaast geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, maar juist een afname. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 Zoals in deze paragraaf blijkt voldoet de ontwikkeling aan de OF- WAAR- en HOEbenadering.

Tevens is de ontwikkeling in overeenstemming met het ontwikkelingsperspectief en de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling ruimtelijk goed wordt ingepast. In de volgende subparagrafen zal hier nader op in worden gegaan. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Hardenberg.

De volgende maatregelen ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit worden genomen: Sloop van 495 m2 aan landschapsontsierende voormalige agrarische bedrijfsbebouwing inclusief klein bijgebouw en kas (zonder asbest); De aanschaf van een sloopvoucher van 87 m2 inclusief asbest van de Sijsamaweg 6 Heemserveen; De aanschaf van een sloopvoucher van 363 m2 inclusief asbest van de Stobbeplasweg 4 te Slagharen; Het zorgvuldig landschappelijk inpassen van het geheel door aanplant van bomen en struweel en het verwijderen van een gebiedsvreemd hekwerk en gebiedsvreemde beplanting. Hierna wordt nader op de KGO ingegaan, evenals in het in Bijlage 1 opgenomen Ruimtelijk Kwaliteitsplan. Algemeen Met de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provincie Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikkelingen in de groene ruimte. Nieuwe ontwikkelingen moeten mogelijk zijn onder voorwaarde dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. In het

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 20

buitengebied is ruimte voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescherming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd. De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling van een grote schaal en met een grote impact op de omgeving, dan zal een forse investering in het landschap nodig zijn. Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend aan het verzoek, wordt het onderstaande model gevolgd. Gebiedseigen ontwikkeling Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied is een mixlandschap met wonen, werken en recreëren als goede buur. In voorliggend geval is dan ook sprake van een gebiedseigen functie.

Tevens draagt het initiatief bij aan het sociaal en economisch vitaal houden van het buitengebied. Schaal en impact op de omgeving De activiteiten zullen plaatsvinden op een bestaand erf. De opstallen aan de Meester Westerhofdijk 1 zijn niet meer in gebruik en worden daarmee deels als landschapsontsierend aangemerkt. Het totale bebouwde oppervlakte in het buitengebied van Hardenberg neemt af, temeer door het aanwenden van een sloopbewijs van 450 m2. De schaal van de ontwikkeling is klein, mede door de positionering van de gebouwen middels de één erfgedachte. De impact op de omgeving is hiermee beperkt en kan zelfs als positief ervaren worden door het opruimen van de gebouwen. Eigen belang versus maatschappelijk belang Er is sprake van een eigen belang. Het vergroot het woongenot en er kunnen gelden gegenereerd worden voor de sloop van de opstallen. Ook is er een maatschappelijk belang. Op het erf aan de Meester Westerhofdijk 1 staan twee landschapsontsierende stallen met asbest. Middels de sloop van het geheel en het opruimen zal de ruimtelijke kwaliteit verbeteren. Dit is goed voor de leefomgeving en het landschap. Tegenprestatie Al met al worden er boven op de basisinspanning aanvullende kwaliteitsprestaties gevraagd, die bijdragen aan de versterking van de gebiedskenmerken uit het landschapsontwikkelingsplan en de ontwikkelingsrichting uit de ontwikkelingsvisie.

Netto moet er 850 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt worden. Dit bestaat uit de sloop van 495 m2 aan landschapsontsierende bebouwing op het erf. Een schuur zal ook worden gesloopt, maar worden teruggebouwd op dezelfde locatie en grootte. Daarnaast wordt middels sloopvouchers 450 m2 (87 m2 van de Sijsamaweg 6 en 363 m2 van de Stobbeplasweg 2-4) aan sloopmeters gekocht. De tegenprestatie zal dus bestaan uit het slopen van 945 m2 aan landschapsontsierende bebouwing binnen de gemeente Hardenberg en het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig erfensemble met gebouwen die passen in het landschap op het erf aan de Meester Westerhofdijk 1. Ook wordt ontsieren hekwerk en uitheemse beplanting verwijderd. Dit zorgt voor een balans tussen investeringen en ontwikkelruimte. Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de KGO.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 21

Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van een compensatiewoning op basis van de beleidsnota 'Erven met kwaliteit' van de gemeente Hardenberg. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming te achten met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. 4.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Het plangebied is met de rode stippellijn aangeduid.

Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) "Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap" Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, willen we in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische en natuurlijke landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 22

Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Binnen het mixlandschap is ruimte voor een mix van functies, waaronder agrarische erven en woonerven. Door de landschapsmaatregelen wordt bijgedragen aan het streven om de natuurlijke landschapselementen te versterken. Gesteld wordt dat de sloop van de voormalige agrarische schuren en de toevoeging van een woning aan het erf in harmonie is met de diverse omliggende functies. Daarnaast is het plangebied momenteel al bestemd als woonbestemming. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. Tevens is de 'Laag van de beleving' buiten beschouwing gelaten, aangezien er geen kenmerken ten aanzien van deze laag in het plangebied aanwezig zijn. Hierna wordt ingegaan op de relevante kenmerken ter plaatse van het plangebied. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen.

Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Beekdalen en natte laagtes'. Het oostelijke deel van het plangebied (de agrarische gronden) ligt binnen het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'. In afbeelding 4.3 is de beoogde locatie van de compensatiewoning aangegeven met een rode ster.

Afbeelding 4.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Dekzandvlakte en ruggen”

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 23

De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. “Beekdalen en natte laagtes” Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting.

Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden in het plangebied zijn ingericht ten behoeve van het voormalige agrarisch bedrijf. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. De aard en omvang van dit plan is van een beperkte omvang. Met de landschapsmaatregelen (Bijlage 1) wordt ingezet op beplanting die past bij de natuurlijke ondergrond. De ontwikkeling is in overstemming met het gestelde in de 'Natuurlijke laag'. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart in het “Essenlandschap”. In afbeelding 4.4 is dat aangegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 24

Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) “Essenlandschap” Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” In voorliggend geval is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld om zodoende tot een gedegen landschappelijke inpassing te komen. Hierin is onder andere met de situering van de nieuwe bebouwing en het aanbrengen van erfbeplanting rekening gehouden met de landschappelijke kenmerken van de omgeving en van het essenlandschap. Voor de maatregelen wordt verwezen naar paragraaf 3.2.2, waarin een uitgebreide toelichting wordt gegeven. Op deze plek wordt kortheidshalve geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming met het gestelde in de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap" is. 4.2.4

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 25

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Landstad Hardenberg

4.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. 4.3.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.

Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. a. de groei vasthouden en doortrekken; b. kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; c. ruimte als troefkaart; d. bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden.

De groei vasthouden De gemeente blijft inzetten op groei van de economie en de werkgelegenheid. Hardenberg streeft naar een positieve arbeidsmarktbalans. Dit past bij onze positie als streekcentrum. De omvang en samenstelling van de beroepsbevolking geeft nu voldoende basis voor een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Dat wil de gemeente in de toekomst ook zo houden. Een stabiele bevolkingsgroei is daarom een voorwaarde. Net als het behouden van de concurrerende economie. Volgens de prognoses groeit onze bevolking tot 2040. Tot 2050 groeit ook het aantal huishoudens, en daarmee de woningbehoefte. Terwijl de bevolking groeit, neemt de beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing. Dit kan Hardenberg positief beïnvloeden

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 26

door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken. Dit is gunstig voor de omvang van de beroepsbevolking en het voorzieningenniveau. De Regio Zwolle krijgt van het Rijk een groeiopgave van naar verwachting 40.000 tot 60.000 woningen in 2040. Hiervan kan en wil de gemeente in ieder geval 1.000 woningen voor haar rekening nemen. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker Groei is geen doel op zich maar moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. De gemeente bouwt bestaande kwaliteiten uit en voegt nieuwe toe aan de leefomgeving en economie. Zo wil de gemeente haar inwoners binden en vertrokken Hardenbergers verleiden om terug te keren. De gemeente schept een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Nieuwbouw is hiervoor niet voldoende. Verbeteringen in het woon, leef- en werkklimaat werken als een vliegwiel voor de lokale welvaart en het welzijn van de inwoners. Dit noemt met brede welvaart. De brede welvaart wordt bereikt door in te spelen op de trends en ontwikkelingen die de samenleving beïnvloeden, zoals: klimaatontwikkelingen, energietransitie, transities in de landbouw, circulaire economie, aandacht voor voeding en levensstijl en demografische ontwikkelingen. Ruimte als troefkaart Ruimte is de troefkaart. In Hardenberg krijg je veel voor weinig. Er is kwaliteit van leven. De Brede Welvaartsindicator 2019 laat een hoge woontevredenheid zien.

Een kwaliteit die in Nederland steeds schaarser wordt. Hiermee onderscheiden we ons. Nu en in de toekomst. Dit doet Hardenberg door werk te maken van leefbaarheid: de gemeente versterkt landbouw en natuur; de gemeente verbeterd het leef- en woonmilieu (groen, water, schoon, veilig, ruimte); de gemeente zorgt voor een passend woningaanbod en versterkt de sociale samenhang; de gemeente houdt het voorzieningenniveau op peil. Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden Hardenberg is de op één na grootste gemeente in zowel de regio Zwolle als de Dutch TechZone. Beide samenwerkingsverbanden zijn belangrijk om onze ambities en opgaven te realiseren. Vooral voor de bereikbaarheid en de economie. En daarmee ook voor onderwijs en scholing. Hardenberg moet daarom uitgroeien tot een netwerkgemeente bij uitstek. Dit vraagt om intensivering van de samenwerkingsrelaties, specifiek met de regio Zwolle. Goede bereikbaarheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. De gemeente zet zich in voor snelle verbindingen met Twente en Zwolle. 4.3.1.3 Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; 2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4.

Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie. Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg in balans' relevant, aangezien deze gaat over het landelijk gebied, waar het plangebied onderdeel van is. Hardenberg in Balans Ten aanzien van dit thema's heeft de gemeente zes ambities opgesteld, dit betreffen de volgende: 1. De gemeente houdt het landelijk gebied vitaal; 2. De gemeente behoud en versterkt natuur en landschap, economie en samenleving:

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester Westerhofdijk 1 Hardenberg | PAGINA 27

3. De gemeente maakt ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie met aandacht voor de kwaliteit, het gebruik en de waarden in het landelijk gebied; 4. De gemeente benaderd ontwikkelopgaven en vraagstukken gebiedsgericht; 5. De gemeente stimuleert nieuwe samenwerkingsvormen en strategische partnerschappen tussen ondernemers, onderzoek, onderwijs en overheden; 6. De gemeente zorgt voor passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. 4.3.1.4 Opgaven per gebied De gemeente zet zich al lang in om ontwikkelingen in het buitengebied bij te laten dragen aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het beleid beschrijft daarom voor elk landschapstype de belangrijkste gebiedskenmerken en ontwikkelingsrichtingen. Bij het maken van dit beleid waren zowel bewoners als professionals betrokken. De resultaten zijn vastgelegd in Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK’s). Deze vormen de natuurlijke onderlegger voor ontwikkelvisies voor verschillende deelgebieden. In dit geval ligt het plangebied in het Essen- en hoevenlandschap. Op de overgang naar de hoger gelegen zandgronden ontstond onder invloed van de landbouw een essen- en hoevenlandschap. Eveneens kleinschalig landschap met onregelmatige kavels. Het grootste deel van het landschap is ontstaan door de ontginning van veen en heide voor de landbouw.

Het inspelen op en tegengaan van klimaatverandering zorgt voor meer gebiedsopgaven. Met respect voor de kwaliteit van de leefomgeving. Het gaat om het ruimtelijk inpassen van maatregelen rond klimaatadaptatie en biodiversiteit, het inrichten van een circulaire economie en het verder opschalen van de energietransitie richting de einddoelen voor 2050. 4.3.1.5 Aandachtspunten voor natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten De natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten in het landelijk gebied blijven voortdurend aandacht vragen. Natuur en landschap staan onder druk, vanwege de energietransitie, klimaatmaatregelen en de transitie in de landbouw. Tegelijk vormen deze ontwikkelen juist een kans om bij te dragen aan de Landstad Hardenberg en de ‘regio van het gezonde leven’. In de dialoog ‘bouw je eigen buurt’ was de zorg voor een gezonde en groene leefomgeving een speerpunt. Een goede landschappelijke en ruimtelijke inpassing van vrijkomende agrarische bebouwing is hiervan een voorbeeld. De regeling ‘Erven met kwaliteit’ (voorheen rood-voor-rood) blijft hierbij het kader. Dit sluit aan bij de landelijke trend om meer ruimtelijke kwaliteit toe te voegen in de fysieke leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit ziet de gemeente als “datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is”. De provincie gebruikt deze omschrijving ook.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13859528/1