2. Bijlage bij beleidsplan - Evaluatie minimabeleid
Tekst van het document
EVALUATIE MINIMABELEID GEMEENTE HARDENBERG
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Evaluatie Minimabeleid 2022 Gemeente Hardenberg Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijk minimabeleid, het effect van het landelijk en lokale beleid op de inkomens, het huidige beleid en haar uitvoering, de ervaringen van ketenpartners en interne medewerkers en een behoeftepeiling van minimahuishoudens en zzp’ers in de gemeente Hardenberg.
Cofon Colofon Opdrachtgever Gemeente Gemeentenaam Opdrachtgever Datum Gemeente Hardenberg November 2021 Datum Auteurs 2022 December Michelle Ellens Reimer Vonk Auteurs Michelle Ellens Grafische Jitske Kooistra ondersteuning - van der Wijk Senne Boer Anieta Trip KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie publicatie isis een eenuitgave uitgavevan vanKWIZ KWIZ. B.V.Het Hetovernemen overnemen van van cijfers cijfers en/ en /ofof teksten teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en en/ / of of openbaar openbaar gemaakt gemaakt worden worden ininwelke welke vorm vorm dan dan ook ook zonder zonder voorafgaande toestemming van KWIZ B.V. 1
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................... 2 Samenvatting en conclusie........................................................................................................ 5 1. Minimahuishoudens in de gemeente Hardenberg ...................................................................14 2. Huidige situatie ....................................................................................................................17 3. Onderzoeksmethodiek inkomens e ffectrapportage .................................................................22 4. De inkomenseffecten ...........................................................................................................26 5. Gebruik inkomensondersteunende voorzieningen ..................................................................39 6. Uit voering van het beleid ......................................................................................................43 7. Ervaring inwoners minimaregelingen .....................................................................................48 8. Ervaringen zzp’ers ...............................................................................................................51 9.
Scenarioanalyse ..................................................................................................................52 Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen ......................................................................................62 Bijlage 2. Opbouw totaal inkomen 100 tot 150% Wsm................................................................63 Bijlage 3. Financieel maandoverzicht ........................................................................................65 Bijlage 4. Onderzoeksmethodiek Armoede Index .......................................................................71 Bijlage 5. Vergelijking bereik regelingen 2017 – 2021.................................................................72
1
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Inleiding Gemeenten hebben de zorgplicht om de leefsituatie en het toekomstperspectief van kwetsbare burgers die in armoede verkeren, te verbeteren. Daarnaast hebben zij de taak en het belang om prikkels te geven aan burgers om zoveel mogelijk zelfstandig in hun levensonderhoud te voorzien. In de gemeente Hardenberg is het minimabeleid een relevant thema en een constant aandachtspunt . Het beleidsplan ‘Een eerlijke kans voor iedereen’ (2020 – 2024) bespreekt de ambitie van de gemeente om armoede structureel aan te pakken in de vorm van drie uitgangspunten: 1) Structureel en duurzaam 2) Op maat en regelarm 3) Vroegtijdig en preventief. Per uitgangspunt zijn er verschillende doelstellingen geformuleerd. De gemeente Hardenberg houdt het armoedebeleid periodiek onder de loep. In 2016 en 2019 voerde KWIZ verschillende onderzoeken uit voor de gemeente. De gemeente Hardenberg wil het huidige minimabeleid en het aanbod aan minimaregelingen evalueren. KWIZ voert daarom een evaluatie uit aan de hand van een beleidsanalyse, een schatting van de minimapopulatie, inkomens effectrapportage, gesprekken met ketenpartners en een behoeftepeiling onder de doelgroep en zzp’ers. In dit integrale rapport zijn alle deelonderzoek en weergegeven.
Dit onderzoek dient inzicht te geven in: • De omvang en kenmerken van de doelgroepen voor armoede; • De effecten van het beleid op de doelgroepen en de inkomens; • Hoe de doelgroep het beleid beoordeelt; • Hoe zzp’ers 1 het beleid beoordelen; • Wat de ketenpartners en interne medewerkers van het beleid en de uitvoering ervan vinden; • Welke bouwstenen de bovengenoemde aspecten opleveren bij het formuleren van het nieuwe beleid. Beleidsanalyse Voor de beleidsanalyse is er gebruik gemaakt van het beleidsplan ‘Een eerlijke kans voor iedereen’. Dit is het beleidsplan dat de gemeente Hardenberg voor 2020 tot 2024 heeft opgesteld. De uitgangspunten en doelstellingen van de gemeente Hardenberg op het minimabeleid zijn in de beleidsanalyse in beeld gebracht. Opzet van de Armoede Index De Armoede Index is een door KWIZ ontwikkeld analysemodel. Deze index wordt samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBS -gegevens en kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Met als resultaat een schatting van het aantal minimahuishoudens dat tot de doelgroep van het minimabeleid behoort. Dit zijn de minimahuishoudens op 1 januari 2022 met een inkomen tot maximaal 130 procent Wsm 2 en een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet.
Daarnaast wordt het gebruik van de regelingen in 2021 weergegeven, op basis van aantallen die door de gemeente zijn aangeleverd. Vergelijkingen met andere gemeenten die worden gedaan zijn gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ. Voor deze doelgroep berekenen wij voor 2022 (het huidig jaar) het effect van het landelijke en lokale beleid door. Dit doen we door middel van de Inkomens effectrapportage. Opzet van de inkomenseffect rapportage Voor zes verschillende huishoudtypen met zeven verschillende inkomens (tot en met 150 procent Wsm en een langdurig minimuminkomen) ten opzichte van het Wettelijk sociaal minimum worden het landelijke en lokale beleid berekend. Met behulp van landelijke inkomensnormen, landelijke 1 Zzp’ers vormen een belangrijke doelgroep van het minimabeleid. Deze groep ondernemers heeft namelijk te
maken met een maandelijks wisselend inkomen. Bovendien zijn ze minder goed in beeld omdat zzp’ers niet altijd een aanvraag bij de gemeente doen als ze hulp nodig hebben. Daarom krijgen de behoeften van zzp’ers omtrent informatie en regelingen aandacht in dit onderzoek. 2 Dit betekent dat de doelgroep wordt geschat met een inkomensniveau van 100, 110, 120 en 130 procent Wsm (niet alleen op 130 procent Wsm).
2
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
toeslagen en informatie over gemeentelijke regelingen is per huishoudtype het inkomen bepaald. Voor de vaste uitgaven is uitgegaan van cijfers en normen van het Nibud 3. Voor de andere uitgaven is waar mogelijk gebruikgemaakt van lokale tarieven (zoals huur en waterschapsbelasting, zie paragraaf 3.6 en 3.7). Tenslotte worden de gemeentelijke regelingen omgezet in een maandbedrag. Op die manier ontstaat per huishoudtype een overzicht van de inkomsten en uitgaven per maand. Energietoeslag In 2022 kunnen huishoudens aanspraak maken op een eenmalige tegemoetkoming in de energiekosten. Hoewel deze tegemoetkoming van eenmalige aard is, wordt de invloed ervan deze inkomens effectrapportage meegenomen. De reden hiervoor is dat er op dit moment sprake is van een hoog prijspeil omtrent energie. Wij rekenen met actuele kosten en prijspeilen en op het moment dat de kosten wel worden meegenomen, maar niet de tegemoetkoming, raakt het financiële beeld per huishouden uit evenwicht. De compensatie is van belang om een realistisch inzicht in de huidige situatie te geven. Deze regeling wordt later in het rapport verder toegelicht. Onderzoeksmethode gesprekken met ketenpartners en interne medewerkers De ketenpartners, ook wel minimapartners genoemd, spelen een belangrijke rol in de uitvoering van de inkomensondersteunende regelingen. Ze staan namelijk in nauw contact met de doelgroep.
Ook de ervaringen van interne medewerkers die betrokken zijn bij de uitvoering en het beleid zijn relevant . Daarom worden de visies van interne medewerkers en ketenpartners op (de uitvoering van) het beleid meegenomen in dit onderzoek. Er hebben drie groepsgesprekken plaatsgevonden in september en oktober 2022 om de ervaringen in beeld te krijgen. Er heeft een groepsgesprek plaatsgevonden met ketenpartners, een groepsgesprek met interne medewerkers die voornamelijk te maken hebben met het beleid van de gemeente Hardenberg en een groepsgesprek met interne medewerkers die met name betrokken zijn bij de uitvoering van het beleid. De gesprekken met de beleidsmedewerkers en de ketenpartners hebben op locatie plaatsgevonden. Het gesprek met de medewerkers van de uitvoering was online. De input uit de groepsgesprekken is verwerkt in dit onderzoek. Onderzoeksmethode behoeftepeiling minimadoelgroep De doelgroep bestaat uit 2.284 huishoudens in de gemeente Hardenberg die in het afgelopen jaar (2021) gebruik hebben gemaakt van de minimaregelingen. De volledige doelgroep is aangeschreven. De vragenlijst is verstuurd in september 2022 en was zowel op papier als online in te vullen.
In de vragenlijst staan de volgende thema’s centraal: • Kennis en gebruik van de regelingen; Beoordeling van de informatievoorziening; • Aanvragen van de regelingen; • Contact met de gemeente; • Effecten van de regelingen; • Zorgkosten; • Adviezen en opmerkingen van de respondenten De volledige weergave en analyse van de resultaten is opgeleverd als aparte rapportage van de behoeftepeiling. Hiervoor verwijzen wij u graag naar het rapport ‘Behoeftepeiling minimabeleid 2022 gemeente Hardenberg’, opgeleverd in november 2022. Een samenvatting van de resultaten staat in deze integrale rapportage beschreven. Respons In totaal hebben 608 respondenten de enquête ingevuld (455 op papier en 153 online). Dat brengt de respons op 27 procent. De respons is ruim voldoende om uitspraken te doen over de volledige doelgroep met een betrouwbaarheid van 95 procent 4.
3 Het Nationaal Instituut voor
Budgetvoorlichting (Nibud) is een onafh ankelijke stichting die informeert en adviseert over financiën van huishoudens. 4 Om betrouwbare uitspraken te kunnen doen met een betrouwbaarheidsniveau van 95 procent moet de respons bestaan uit minstens 329 respondenten.
3
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Onderzoeksmethode enquête zzp’ers De doelgroep bestaat uit 1.153 personen in de gemeente Hardenberg die in het afgelopen jaar (2021) bij de gemeente bekend waren als zzp’er. De volledige doelgroep is aangeschreven. De vragenlijst is verstuurd in september 2022 en deze kon online worden ingevuld. In de vragenlijst staan de volgende thema’s centraal: • Informatie over hulp; • Bekendheid en gebruik regelingen; • Hulp bij geldzorgen De volledige weergave en analyse van de resultaten is opgeleverd als aparte rapportage van de behoeftepeiling. Hiervoor verwijzen wij u graag naar het rapport ‘Behoeftepeiling zzp 2022 gemeent e Hardenberg’, opgeleverd in november 2022. Een samenvatting van de resultaten staat in deze integrale rapportage beschreven. Respons In totaal hebben 131 respondenten de enquête online ingevuld. Dat brengt de respons op 11 procent. De respons is niet voldoende om uitspraken te doen over de volledige doelgroep 5, de resultaten kunnen daarom indicatief worden beschouwd. Leeswijzer Na de samenvatting wordt in het eerste hoofdstuk de doelgroep voor het minimabeleid in kaart gebracht. Door middel van een schatting (Armoede Index) wordt de omvang van de doelgroep weergegeven en wordt er een aantal kenmerken beschreven. Nadat de doelgroep bekend is, wordt in het tweede hoofdstuk het minimabeleid geanalyseerd.
Dit geeft een beeld van het beleid voor de doelgroep die in het eerste hoofdstuk is beschreven. Om inwoners met een minimuminkomen te ondersteunen heeft de gemeente een aantal inkomensondersteunende regelingen. Deze regelingen worden in hoofdstuk 3 beschreven. Daarna wordt er in hoofdstuk 4 gekeken naar het effect van deze regelingen op de financiële (maand)overzichten van verschillende huishoudtypes op verschillende inkomensgrenzen. In hoofdstuk 5 geven we per regeling weer door hoeveel huishoudens de regeling gebruikt wordt en wat daarmee het bereik per regeling is. In hoofdstuk 6 volgt een analyse van de mening en ervaringen van de ketenpartners en de interne medewerkers over het minimabeleid. In hoofdstuk 7 worden de mening en ervaringen van de inwoners die tot de doelgroep behoren weergegeven. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 het resultaat van de behoeftepeiling onder zzp’ers weergegeven. In bijlage 1 staat een overzicht met de minimaregelingen in de gemeente Hardenberg inclusief voorwaarden en bedragen. In bijlage 2 staat per huishoudtype de opbouw van het totale inkomen bij een inkomensniveau tussen de 100 en 150 procent Wsm. Bijlage 3 geeft het financieel maandoverzicht per huishoudtype weer. In bijlage 4 is de onderzoeksmethodiek van de Armoede Index beschreven. Bijlage 5 geeft een overzicht van de ontwikkeling in het bereik van de minimaregelingen tussen 2017 en 2021.
5 Om betrouwbare uitspraken te kunnen doen met een betrouwbaarheidsniveau van 90 procent had de respons
moeten bestaan uit minimaal 220 respondenten.
4
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Samenvatting en conclusie S.1. Bevindingen S1.1. Aantal minimahuishoudens Naar schatting hebben 2.018 huishoudens in de gemeente Hardenberg op 1 januari 2022 een inkomen tot 120 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), dat is 8,1 procent van alle huishoudens in de gemeente. Dit aandeel is vergelijkbaar met het gemiddeld aandeel minimahuishoudens in andere gemeenten met een inwonersaantal tussen de 50.000 en 100.00 inwoners: het gemiddelde in gemeenten van vergelijkbare grootte is ongeveer 8 à 9 procent.
2.018
Deze 2.018 huishoudens hebben een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. 1. 355 van deze huishoudens hebben een inkomen tot 100 procent Wsm. Naar schatting wonen er 1.090 kinderen tot 18 jaar in minimahuishoudens tot 120 procent Wsm, dat is 8,4 procent van alle kinderen in de gemeente. Kenmerken doelgroep minimabeleid Van de 2.018 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm heeft 35 procent (710 huishoudens) een uitkering vanuit de Participatiewet. Verder hebben 500 huishoudens AOW en de overige 808 huishoudens krijgen een andersoortig inkomen, bijvoorbeeld uit de WW of een baan. Ruim de helft (54 procent) van de minimahuishoudens is een alleenstaand huishouden en 26 procent heeft thuiswonende kinderen.
S1.2. Minimabeleid In de visie op het minimabeleid van de gemeente Hardenberg staat centraal dat de oorzaken van armoede onder inwoners zoveel mogelijk worden bestreden. De gemeente wil inclusief zijn en stimuleert inwoners om zich zoveel mogelijk zelf te redden en zich te (blijven) ontwikkelen. De gemeente vindt met name de participatie van kinderen in de samenleving belangrijk. De gemeent e Hardenberg heeft drie uitgangspunten opgesteld om de armoede in de gemeente te bestrijden. Per uitgangspunt zijn doelstellingen en acties geformuleerd. Om er voor te zorgen dat inwoners met een laag inkomen kunnen participeren in de samenleving, heeft de gemeente een aantal minimaregelingen.
S1.3. Bereik van de minimaregelingen Onderstaand geven we het bereik (d.w.z. het gebruik afgezet tegen de doelgroep) van de verschillende gemeentelijke regelingen weer. Het bereik van de meeste regelingen ligt op of rond het landelijk gemiddelde, het bereik van de individuele inkomenstoeslag ligt hoger dan het gemiddelde. Het bereik van de kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen en het Sociaal Cultureel Fonds liggen iets lager dan het gemiddelde. Het bereik van de regelingen in dit onderzoek is berekend op basis van de gebruikscijfers over het jaar 2021. Dit is een bijzonder jaar geweest, waarin de gevolgen van de coronaperiode merkbaar waren. Door de coronacrisis hebben niet alle sportieve en culturele activiteiten door kunnen gaan. Dit is wellicht deels een verklaring voor het bereik van de participatieregelingen, deze liggen namelijk onder het landelijk gemiddelde.
5
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Tabel S1.3.1. Gebruik ink omensondersteunende en participatie bevorderende regelingen Categorie Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen Individuele bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Sociaal Cultureel Fonds Samen voor alle kinderen Jeugdfonds Sport en Cultuur Individuele studietoeslag
Gebruik in 2021 791 huishoudens 575 personen 369 huishoudens 757 huishoudens 440 huishoudens 1.536 verstrekkingen n.t.b. 11 personen
Bereik onder de doelgroep 58% 52% 31% 18% n.t.b. n.t.b.
S1.4. Bevindingen inkomenseffecten Financieel effect Het bedrag dat minima vanuit het Rijk aan toeslagen kunnen ontvangen is veel hoger dan het bedrag dat ze aan gemeentelijke regelingen kunnen ontvangen. Financieel gezien is de invloed van de gemeente dan ook kleiner dan de invloed van het Rijk. Het bedrag aan landelijke toeslagen neemt voor de meeste huishoudens geleidelijk af bij een hoger inkomen. Ditzelfde gaat op voor de gemeentelijke regelingen. Het bedrag uit de gemeentelijke regelingen zorgt ervoor dat huishoudens maandelijks meer ruimte overhouden voor het doen van vrije bestedingen. Alleenstaanden (met of zonder kinderen en wel of niet AOW-gerechtigd) met een inkomen op bijstandsniveau zouden zonder de gemeentelijke niet voldoende budget overhouden voor vrije bestedingen. Met de gemeentelijke bijdrages hebben zij dat wel. Opvallend is dat paren (met of zonder kinderen en wel niet AOW-gerechtigd) met een inkomen van 100 en 110 procent Wsm niet voldoende budget hebben om op een minimaal niveau sociaal te participeren, ook niet wanneer zij alle gemeentelijke bijdragen ontvangen. Alleenstaande ouders houden verder bij elk inkomensniveau het grootste bedrag over voor vrije besteding in vergelijk ing met de andere huishoudtypes.
In zijn totaliteit verschilt het bedrag dat wordt overgehouden ten behoeve van sociale participatie aanzienlijk per huishoudtype en inkomensniveau. De meeste huishoudens zijn bij 100 en 110 procent volledig afhankelijk van de gemeentelijk bijdragen. En dan is er vaak alsnog een tekort in hun maandelijkse begroting, mits zij het volledig normbedrag aan vrije bestedingen uitgeven per maand. Daarnaast is het belangrijk om te noemen dat binnen het huidige rapport de aanname is gedaan dat huishoudens gebruik maken van alle beschikbare regelingen. Echter in de praktijk is de ervaring dat huishoudens niet of gedeeltelijk gebruik maken van de regelingen. In werkelijkheid zal het vrij besteedbaar budget waarschijnlijk vaak lager uitvallen. Werken loont voor sommige huishoudens meer dan voor andere Werken loont meestal: wanneer huishoudens in de gemeente Hardenberg vanuit de bijstand gaan werken tegen een loon gelijk aan 110, 120, 130, 140 of 150 procent Wsm, gaan zij er in totaal inkomen meestal op vooruit (mits zij gebruikmaken van alle toeslagen en regelingen) ten opzichte van het bijstandsniveau6. Deze vooruitgang is echter niet evenredig met de vooruitgang in loon. Zo is er bij elk type huishouden een terugval te zien in het vrij besteedbare budget.
Door het teruglopen van landelijke toeslagen en het vervallen van het recht op gemeentelijke regelingen kan het niet altijd uit om meer te gaan verdienen. Bijvoorbeeld bij een paar met twee kinderen. Bij een loon gelijk aan 140 procent Wsm heeft dit huishouden het minste geld over voor vrije bestedingen in vergelijking met het bijstandsinkomen, maar ook in vergelijk ing met de andere inkomens (110, 120, 130 en 150 procent Wsm). Ook bij een inkomen gelijk aan 150 procent Wsm is het besteedbare budget van dit huishoudtype lager dan het budget bij 100 procent 6 Met uitzondering van paren met kinderen op een inkomensniveau van 140 procent Wsm.
6
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Wsm. Daarbij is er bij paren met kinderen een inkomensachteruitgang te zien bij een inkomen gelijk aan 140 procent Wsm. Voor dit type huishouden loont werken (bijna) niet. Alleenstaanden en alleenstaande ouders gaan er bij ieder hoger inkomensniveau relatief gezien het meest op vooruit. De procentuele groei van het inkomen bij paren zonder kinderen is lager omdat al vrij snel een daling van de landelijke toeslagen inzet, eerder dan bij alleenstaanden en alleenstaande ouders. Ook is te zien dat elk type huishouden bij het gaan werken vanuit de bijstand tegen een loon gelijk aan 110 procent Wsm, te maken krijgt met een teruggang in hun vrij besteedbare budget. Op dat moment vervalt het recht op de kwijtschelding gemeentelijk e belastingen en dit wordt niet voldoende gecompenseerd door de inkomensstijging omdat er tegelijkertijd sprake is van toenemende uitgaven. Vanaf 110 procent Wsm hebben huishoudens namelijk werkgerelateerde kosten. Verder krijgt elk type huishouden te maken met een teruggang in hun totale inkomen én vrij besteedbare budget bij het wegvallen van alle gemeentelijke regelingen bij 140 procent Wsm. Deze teruggang is bij alleenstaande ouders het minst groot (€ 14) en bij paren met en zonder kinderen het grootst (respectievelijk € 104 en € 103). De teruggang is deels te verklaren door het wegvallen van de energietoeslag bij een inkomen van 140 procent Wsm .
Dit bedrag is in vergelijking met andere minimaregelingen relatief groot. Figuur S1.4.1. Ink omensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werk aanvaarding 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
150% Wsm
3%
9% Alleenstaande
14%
10% 14% 3% 6% Paar zonder kinderen
8% 3%
6% 3% 5% Alleenstaande ouder
7% 6% 10% 2% 3% 2%
Paar met kinderen -2%
0%
Participatieproblematiek De gemeente Hardenberg biedt een uitgebreid pakket aan minimaregelingen aan en ondersteunt daarmee een breed scala aan doelgroepen. Zowel de participatie van volwassenen en kinderen in de samenleving wordt ondersteund. Het Sociaal Cultureel Fonds (volwassenen) en Samen voor alle kinderen dragen hier aan bij. Toch speelt er participatieproblematiek binnen de gemeente voor een aantal huishoudtypen. Dankzij de inkomensondersteunende regelingen kunnen de meeste huishoudens hun levensonderho ud bekostigen, maar er zijn niet altijd financiële middelen beschikbaar om minimaal sociaal te kunnen participeren. Minimale sociale participatie bestaat bijvoorbeeld uit een abonnement op een krant of tijdschrift, bezoek aan familie of vrienden of een dagje uit. Participatieproblematiek speelt vooral bij paren met kinderen, omdat hun kosten voor zowel levensonderhoud als minimale sociale participatie hoger liggen. Ook voor paren zonder kinderen is het lastig om budget vrij te maken voor sociale participatie.
7
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Tegemoetkoming in de energiekosten De energietoeslag is begin 2022 door het Rijk aangekondigd om huishoudens met een laag inkomen te compenseren in de fors stijgende energiekosten. In deze inkomenseffect rapportage is zichtbaar geworden dat huishoudens een flink bedrag moeten betalen voor het gebruik van gas en energie, oplopend tot € 471 voor een gezin met twee kinderen. Met name de gasprijs is sterk gestegen; ten opzichte van 2021 heeft een verdubbeling plaatsgevonden7. De energietoeslag bedraagt € 1.300 euro per huishouden per jaar voor 2022. In dit rapport is de energietoeslag doorgerekend voor alle huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm. Uit de berekeningen en maandbegrotingen blijkt de compensatie van € 108 euro per maand zeker helpt in het betalen van de kosten, maar dat de toeslag de stijgende lasten niet volledig compenseren. Dit maakt dat verschillende huishoudens, met name huishoudens met kinderen, iedere maand hun kosten voor levensonderhoud net (niet) kunnen bekostigen, ook als zij gebruikmaken van de energietoeslag.
S1.5. Uitvoering van het beleid Bereiken doelgroep Ketenpartners vinden dat het op dit moment niet toegankelijk genoeg is om een regeling aan te vragen. Het liefst zien zij een fysiek loket waar mensen terecht kunnen. Op het moment wordt steeds meer digitaal, de ketenpartners zien dat met name ouderen het lastig vinden om digitaal regelingen aan te vragen. Daarnaast is niet iedereen digitaal vaardig, waardoor de drempel om regelingen aan te vragen, wordt verhoogd. De ketenpartners zien dat er behoefte is aan een eenvoudige aanvraagprocedure. Het zou fijn zijn als er met één aanvraag kan worden nagegaan welke regelingen zij kunnen gebruiken. Minimaregelingen • Een deeltijdpremie of premiebeleid wordt gemist, dit zou inwoners kunnen stimuleren om (meer) te werken. • Het bedrag van het Sociaal Cultureel Fonds is op dit moment niet toereikend. De ervaring leert dat het bedrag gebruikt zal worden voor andere doeleinden (boodschappen of telefoonabonnement) dan participatie. • Er kan meer hulp aangeboden worden aan statushouders door de gemeente Hardenberg . Deze ondersteuning is nu voornamelijk bij vrijwilligers(organisaties) belegd terwijl de problematiek complex is. • De meningen verschillen over de inkomensgrenzen. Het gelijktrekken van de inkomensgrenzen op 130 procent Wsm maakt het minimabeleid inzichtelijker en begrijpelijker voor inwoners.
Verschillende inkomensgrenzen zorgen daarentegen voor meer overgang en aansluiting bij situaties van de inwoners, en een minder grote kans op een armoedeval. Zelfredzaamheid Vanuit het beleid is er de visie om inwoners zo veel mogelijk te ondersteunen in hun zelfredzaamheid. In de uitvoering wordt gezien dat niet alle inwoners zelfredz aamheid kunnen worden. Voor de zelfredzaamheid van inwoners kan het helpen om een fysiek loket te hebben, waar inwoners met vragen terechtkunnen. Ook wordt er gepleit voor meer mondeling en minder schriftelijk of digitaal contact met inwoners.
S1.6. Ervaring doelgroep minimabeleid De tegemoetkoming voor de energiekosten is de regeling die het meest wordt gebruik t door respondenten (76 procent) en de regeling die het meest bekend is (88 procent). De meerderheid van de respondenten (59 procent) gebruikt het geld vanuit de regelingen om rekeningen te betalen. Een kwart van de respondenten gebruikt het om noodzakelijke medische zorg te betalen. 16 procent van de respondenten heeft thuiswonende kinderen onder de 18 jaar. Van deze groep maakt 59 procent gebruikt van de regelingen van Samen voor alle kinderen. Een kwart van de ouders kent Samen voor alle kinderen niet. 7 Bron: Artikel ‘Prijs van energie 86 procent hoger’ van CBS, 18 februari 2022.
8
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Minder dan de helft van de respondenten kan de informatie over de regelingen vinden die hij zoekt. De meerderheid van de respondenten is positief over het telefonische contact met de gemeente. Ook het persoonlijke contact en het e-mailcontact wordt overwegend positief beoordeeld. 80 procent zou de regelingen het liefst met één aanvraagformulier aanvragen. De helft van de respondenten is bang is om regelingen kwijt te raken wanneer hij gaat werken of meer inkomen krijgt. Ook vraagt de helft van de respondenten vaak of soms medicijnen niet of gaat niet naar een tandarts, fysiotherapeut of het ziekenhuis, omdat het te duur is . Adviezen en opmerkingen va n respondenten: • Informatie over de minimaregelingen: Respondenten zouden graag meer en duidelijkere informatie ontvangen over de minimaregelingen. Ze geven hiervoor concrete ideeën zoals informatie verspreiden folders en de lokale krant, maar ook door meer overzicht te geven op de website van de gemeente. Respondenten vragen om eenvoudiger taalgebruik. • Maatwerk in de tegemoetk omingen: Sommige respondenten geven aan dat ze vergoeding en missen (bijvoorbeeld de witgoedregeling) of dat de vergoeding niet toereikend is. • Aanvragen van de regelingen: Respondenten benoemen dat het moeilijk is om een regeling aan te vragen of dat ze hierbij hulp (nodig) hebben.
Er worden verder ideeën genoemd om het proces eenvoudiger te maken, zoals een vast aanspreekpunt/duidelijk loket en eenvoudigere aanvraagformulieren. • Geen aanspraak mak en op regelingen: Respondenten delen hun ervaringen over het niet gebruik kunnen maken van minimaregelingen, met als voornaamste reden dat zij te veel eigen vermogen of spaargeld hebben.
S1.7. Ervaringen zzp’ers minimabeleid Ruim de helft van de respondenten wist niet dat er mogelijkheden waren voor hulp bij geldproblemen. 88 procent van de respondenten geeft aan de informatie over hulp bij geldzorgen niet makkelijk te kunnen vinden. De minimaregelingen worden onder de respondenten nagenoeg niet gebruikt. 35 procent gebruikt de regelingen niet, omdat bij hen niet bekend was dat de minimaregelingen door zzp’ers konden worden gebruikt. Bijna drie op de tien respondenten heeft de afgelopen 5 jaar te maken gehad met geldzorgen, van deze groep heeft slecht een derde hulp gezocht bij de gemeente Harenberg. Wanneer respondent en wel hulp zoeken bij hun geldzorgen, doen zij dit het vaakst bij familie, vrienden en kennissen. Behoeften en adviezen van zzp’e rs • Zzp’ers benoemen dat er behoefte is aan duidelijkheid en meer openbare informatie van de gemeente over de regelingen. • Ook worden er adviezen gegeven over hoe informatie beter kenbaar gemaakt kan worden, voorbeelden zijn via informatieavonden of folders.
S1.8. Scenarioanalyse De onderzoeksresultaten geven aanleiding om een aantal eventuele beleidswijzigingen als scenario door te berekenen. De volgende scenario’s zijn doorgerekend: 1. Verruiming inkomensgrens Jeugdfonds Sport & Cultuur Een verruiming van de inkomensgrens van het Jeugdfonds Sport & Cultuur tot 120 procent Wsm zal naar verwachting een gebruiksgroei van 15 procent (77 kinderen) tot gevolg hebben. De programmakosten nemen in dat geval toe van € 121.125 tot € 139.294; een procentuele kostentoename van 20 procent. Dit scenario heeft geen effect op het verminderen van de armoedeval, maar geeft huishoudens met kinderen meer mogelijkheden voor sportieve en culturele participatie. 2. Verruiming inkomensgrens van de individuele inkomenstoeslag Een verruiming van de inkomensgrens van de individuele inkomenstoeslag tot 110 procent Wsm heeft naar verwachting een gebruiksgroei van 15 procent tot gevolg. De programmakosten van de regeling nemen toe van € 200.000 tot € 229.797; een procentuele kostentoename van 15 procent. Dit scenario geeft huishoudens die langdurig van een minimuminkomen moeten rondkomen meer financiële ruimte. 9
Gemeente Hardenberg
3.
Versie 1.0
Bijvoorbeeld om huishoudelijke apparaten of witgoed te vervangen wanneer dat nodig is (dat wordt meestal niet vergoed door de bijzondere bijstand). Echter, naar verwacht ing lopen de uitvoeringskosten (sterk) op omdat het inkomen (in plaats van de bijstandsuitkering) opgevraagd moet worden over de referteperiode. Dit brengt bovendien voor de aanvragende inwoners extra bewijslast met zich mee. Gezien de onderzoeksresultaten en kosten-batenanalyse verdient dit scenario geen voorkeur. De baten voor inwoners zijn marginaal: de bewijslast wordt groter en er wordt een selectieve doelgroep geholpen. De groep langdurige minima kan beter op een andere wijze ondersteund worden. Verruiming inkomensgrens en budget Sociaal Cultureel Fonds Als de inkomensgrens wordt verhoogd naar 130 procent Wsm (volledige bijdrage: € 250) en 140% Wsm (gedeeltelijke bijdrage: € 125) en het budget verruimd, zal het aantal gebruikers naar waarschijnlijkheid groeien met 20 procent. Dit heeft een toename van de programmakosten tot gevolg van € 103.000 tot € 183.830; een procentuele kostenstijging van 78 procent. De participatie van minima wordt met deze verruimingen sterk bevorderd.
S.2. Conclusie en aanbevelingen De visie van de gemeente Hardenberg is helder: het bestrijden van de oorzaken van armoede. Inwoners moeten zich zoveel mogelijk zelf kunnen redden en zich (blijven) ontwikkelen. De gemeente ondersteunt waar nodig. De gemeente vindt de ondersteuning in het bijzonder belangrijk voor kinderen. De visie omtrent minimabeleid is uitgewerkt in lange termijn doelen, niet uitgewerkt in een jaarplan. De gemeente heeft niet vastgesteld wat ze per jaar wil bereiken, om de lange termijn doelen uit het beleidsplan te realiseren. Ook bevat het beleidsplan geen plan voor het evalueren van de doelen, hoe wordt er bijvoorbeeld gemeten of inwoners wel of niet meer inkomenszekerheid hebben gekregen? Om de voortgang en realisatie van de doelstellingen op het oog te houden, is het wenselijk om een evaluatieplan uit te werken. Aan de hand van de deelonderzoeken uit het huidige rapport wordt een aantal doelen uit het beleidsplan geëvalueerd. Er wordt besproken in hoeverre het minimabeleid van de gemeent e Hardenberg de doelstellingen ondersteunt.
1.1.1. Doel: Geen kind groeit op in armoede •
• • •
Samen voor alle kinderen is opgezet zodat er één loket is voor de kindregelingen. De doelstelling was om in 2020 één inkomensgrens en gelijke voorwaarden te hanteren vo or alle kindregelingen. Deze doelstelling is op dit moment nog niet behaald. Het Jeugdfonds Sport en cultuur heeft een andere inkomensgrens (110 procent Wsm), dan de andere regelingen van Samen voor alle kinderen (120 procent Wsm). Zowel interne medewerkers van de gemeente als de ketenpartners signaleren dat de regelingen van Samen voor alle kinderen niet voor alle ouders/kinderen vindbaar zijn. De behoeftepeiling onder minima laat zien ouders niet altijd voldoende financiële middelen hebben voor hun kinderen. Uit de inkomenseffect rapportage blijkt dat een paar met kinderen, ondanks dat ze gebruik maken van de alle landelijke en gemeentelijke bijdrages, niet voldoende budget hebben om te participeren aan de samenleving.
De doelstelling dat geen kind opgroeit in armoede wordt op dit moment niet volledig gerealiseerd. De gemeente zet met Samen voor alle kinderen in op een toegankelijkheid en duidelijkheid. Toch hebben veel ouders moeite om de noodzakelijke kosten te financieren voor hun kinderen. Met name sociale participatie is niet altijd mogelijk. De vergoedingen van het Jeugdfonds Sport en Cultuur zijn bij uitstek geschikt om de sociale participatie te bevorderen. Het is daarom opvallend dat juist deze regeling een lagere inkomensgrens heeft. Er liggen bovendien kansen bij het vergroten van de bekendheid van de regelingen om zo weinig mogelijk kinderen in armoede te laten opgroeien. Aanbevelingen •
Een ambitieuze visie heeft realistische doelstellingen nodig 10
Gemeente Hardenberg
•
Versie 1.0
De doelstelling om het aantal kinderen in armoede te beperken is van grote relevantie. Het is echter ook van belang om realistische doelstellingen na te streven. Waarschijnlijk zal het niet lukken om alle kinderen uit de armoede te halen, hoewel dit zeker de ambitie voor de toekomst kan zijn. Het is daarom aan te bevelen om een doelstelling na te streven dat het aantal kinderen in armoede (de doelgroep) kleiner wordt, of het bereik van de regelingen hoger. Houd een eenduidige inkomensgrens aan voor de kindregelingen Gezien het hoge prijspeil van het levensonderhoud (inflatie) en het belang van participatie onder kinderen, adviseren we om de inkomensgrens van het Jeugdfonds Sport & Cultuur te verhogen tot 120 procent Wsm. Dit zal bovendien aansluiten bij de doelstelling om één loket voor kinderen te organiseren en de regelingen eenduidig te verstrekken tot dezelfde inkomensgrens.
1.1.2. Doel: Meer inkomenszekerheid voor inwoners met een minimuminkomen •
•
Ketenpartners en uitvoerende consulenten geven aan dat de collectieve zorgverzekering (te) duur is voor inwoners en alleen aansluit bij minima met een hoge zorgvraag. Daarnaast blijkt uit de doelgroep dat de helft van de inwoners zorg mijdt vanwege de (hoge) verwac ht e kosten. Het Sociaal Cultureel Fonds ondersteunt inwoners in haar sociale participatie. Uit de behoeftepeiling en gesprekken met ketenpartners en medewerkers blijkt dat de huidige bijdrage niet toereikend is. Het bedrag wordt met name gebruikt om rond te komen in plaats van sociaal te participeren. Ook uit de inkomens effectrapportage blijkt dat er participatieproblematiek speelt.
De gemeente Hardenberg biedt een breed pakket aan voor verschillende doelgroepen, zoals kinderen en inwoners met een hoge zorgvraag. Het aanbod aan minimaregelingen sluit op dit moment op het vlak van zorgkosten en sociale participatie niet volledig aan bij de behoeften van inwoners. Een heroverweging van de hoogte van de bijdrage in het Sociaal Cultureel Fonds is daarom aanbevolen. Tevens is er behoefte onder inwoners aan een collectief zorgverzekeringspakket voor mensen met weinig zorgvraag; inwoners prefereren een collectieve zorgverzekering boven ondersteuning bij de keuze van een passend pakket. Aanbevelingen •
•
Verhoog de bijdrage van het Sociaal Cultureel Fonds Het huidige budget voor de participatie van volwassenen is niet toereikend genoeg (€ 100). Met name paren met kinderen krijgen daarom te maken met participatieproblematiek; zij kunnen niet op een minimaal niveau sociaal participeren. Daarom bevelen wij aan om de bijdrage vanuit het Sociaal Cultureel Fonds te verhogen. Het is ook een overweging waard om aan te sluiten bij het Volwassenfonds voor Sport & Cultuur; de bijdrage vanuit het Volwassenfonds is relatief ruimhartig. Dat zou een wenselijke impuls kunnen geven aan de participatie van volwassenen. Ondersteun huishoudens bij het kiezen van een passende zorgverzekering In de behoeftepeiling onder de minimadoelgroep is naar voren gekomen dat hun voork eur uitgaat naar het gebruikmaken van een collectieve zorgverzekering. Op dit moment biedt de gemeente Hardenberg een collectieve zorgverzekering aan via Zilveren Kruis met drie pakketopties. Gezien het feit dat de helft van de minima zorg mijdt, zouden we adviseren om naast het aanbieden van de collectieve zorgverzekeringspakketten tevens in te zetten op het bieden van ondersteuning bij de keuze voor een passende zorgverzekering in het reguliere keuzeaanbod. Op deze manier kunnen inwoners worden geadviseerd over een zorgverzekering waarbij zo weinig mogelijk sprake is van onder- dan wel oververzekering.
Verschillende gemeenten hebben goede ervaringen met de Voorzieningenwijzer als optie.
1.1.3. Doel: Het voorkomen van een armoedeval •
Uit de groepsgesprekken wordt duidelijk dat er voor de inwoners een stimulatie ontbreekt vanuit de gemeente om (meer) te gaan werken. Bovendien geeft de helft van de inwoners aan dat hij bang is om de regelingen kwijt te raken, bij een hoger inkomen.
11
Gemeente Hardenberg
• •
Versie 1.0
Alle huishoudtypen krijgen te maken met een terugval in het vrij besteedbaar budget als ze gaan werken (100-110 procent Wsm) en als de regelingen wegvallen (130-140 procent Wsm). Paren met kinderen krijgen te maken met een armoedeval; bij een inkomen van 140 procent Wsm vallen zij terug op een inkomen onder bijstandsniveau.
Het huidige beleid steekt in op het voorkomen van een armoedeval, maar voorkomt dit niet volledig. Om inwoners meer te ondersteunen in het verhogen van hun inkomen, kan de gemeente Hardenberg beslissen om werkkosten te vergoeden voor minimahuishoudens. Het risico op een armoedeval ontstaat met name als alle gemeentelijke regelingen wegvallen. De gemeente kan daarom overwegen om een glijdende schaal te hanteren in de minimaregelingen. Aanbevelingen •
•
Overweeg om werkkosten te vergoeden voor minimahuishoudens Werken biedt inwoners naast een zinvolle dagbesteding bovendien mogelijkheden tot sociale contacten. Om tot werkaanvaarding over te gaan leert de ervaring echter dat er een financiële stimulans noodzakelijk is. Ketenpartners geven aan dat deze stimulans op dit moment niet voldoende aanwezig is. Het is daarom een overweging waard om werkkosten te vergoeden (in het eerste jaar) of inwoners het recht op minimaregelingen te laten houden (voor een bepaalde periode). Het is daarnaast in ieder geval van belang om inwoners goed te informeren over de veranderingen na werkaanvaarding. Overweeg een glijdende schaal toe te passen Het risico op een armoedeval bestaat in de gemeente Hardenberg; paren met kinderen krijgen hier daadwerkelijk mee te maken. Het is daarom een overweging waard om een glijdende schaal toe te passen waarbij huishoudens nog aanspraak kunnen maken op (een deel van) de minimaregelingen boven de inkomensgrens 8.
1.1.4. Doel: Alle inwoners bereiken die minimaregelingen nodig hebben •
• • •
Het bereik van de individuele inkomenstoeslag en de collectieve zorgverzekering ligt in lijn met het landelijke gemiddelde. Het bereik van de kwijtschelding en het Sociaal Cultureel Fonds ligt onder het landelijke gemiddelde. Dit betekent dat niet alle inwoners die het nodig hebben gebruikmaken van een regeling. Uit de behoeftepeiling komt naar voren dat 80 procent de minimaregelingen het liefst met één aanvraagformulier aanvraagt. Een kwart van de respondenten uit de minimadoelgroep geeft aan de formulieren niet zonder hulp te kunnen invullen. Ketenpartners benoemen in het groepsgesprek dat er behoefte is aan een meer eenvoudige en laagdrempelige vorm van aanvragen.
Om de doelgroep te bereiken is in eerste instantie informatievoorziening nodig (zie volgende conclusiepunt), maar ook een duidelijke en eenvoudige aanvraagproc edure van regelingen. Het bereiken van inwoners gaat tenslotte om het feit of ze gebruikmaken van een regeling indien nodig, niet alleen of ze ervan op de hoogte zijn. Een toegankelijke aanvraagprocedure is daarbij van belang; nu is dit niet (voor iedereen) toegankelijk genoeg. Bovendien is de behoefte aan één aanvraagformulier groot. Op dit moment ligt het bereik van sommige regelingen lager dan in andere gemeenten; dit betekent dat er kansen liggen voor de gemeente Hardenberg om het gebruik van de regelingen te laten toenemen. Aanbevelingen •
Onderzoek mogelijkheden voor een laagdrempelige en toegankelijke aanvraagprocedure Een toegankelijke aanvraagprocedure is cruciaal om minima goed te kunnen ondersteunen. Het is daarbij van belang om het proces duidelijk te schetsen, uitvoerende medewerkers te
8 Het is van belang om hierbij op te merken dat de energietoeslag een grote rol heeft in het beeld rondom de
armoedeval. Maandelijks hebben huishoudens recht op € 108 en dat is een relatief fors bedrag in het minimabeleid; dit betekent dat het wegvallen van de regeling, boven de inkomensgrens, invloed heeft. Dit kan de armoedeval versterken.
12
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
trainen op integraal kijken en mogelijkheden aanbieden en het voorliggend veld en ketenpartners te (blijven) informeren over de inkomensondersteunende mogelijkheden. Daarnaast is een integrale toets een mogelijkheid om te overwegen 9.
1.1.5. Doel: Bewustwording, informatieverstrekking en vroegtijdige signalering • • •
Zzp’ers geven aan behoefte te hebben aan meer duidelijke en openbare informatie over de minimaregelingen. Ketenpartners onderschrijven deze behoefte. Het is onduidelijk waar zzp’ers met geldzorgen terechtkunnen. De minimaregelingen worden nagenoeg niet gebruik door zzp’ers . Minder dan de helft van de minima kan de informatie vinden die hij zoekt.
De gemeente vindt het belangrijk om alle doelgroepen goed te informeren over de financiële ondersteuningsmogelijkheden. Op dit moment worden niet alle doelgroepen voldoende bereikt met deze informatie. De gemeente kan inzetten op het verduidelijken van de informatie over regelingen en de aanvraagprocedure. Ook kan de gemeente hulp bieden door een fysiek loket beschikbaar te maken, waar inwoners met hun vragen terechtkunnen. De gemeente heeft al het Budgetloket, wellicht dat hier fysieke inloopmomenten georganiseerd kunnen worden. Het is daarnaast van belang om informatie te verspreiden die aansluit bij de doelgroep. Zzp’ers geven aan dat ze bijvoorbeeld een digitale nieuwsbrief en een duidelijke pagina op de website handig zouden vinden. Terwijl minima juist behoefte hebben aan communicatie via verschillende kanalen; zowel in de lokale krant, als met een folder, brief of op de website. Aanbevelingen •
•
Geef informatievoorziening prioriteit Om het gebruik van de regelingen te verhogen is het van belang dat inwoners op de hoogt e zijn van de mogelijkheden. Zet daarom in op diversiteit rondom informatievoorziening; om zowel inwoners met beperkte taal- of digitale vaardigheden te bereiken. Het is bijvoorbeeld aan te raden om waar mogelijk te werken met infographics en korte video’s. Daarnaas t benadrukken we het belang van fysieke inloopmogelijkheden op meerdere plekken i n de gemeente. Ontwikkel ondersteuningsmogelijkheden voor zzp’ers Op dit moment zijn de ondersteuningsmogelijkheden niet goed (genoeg) bekend onder zzp’ers, maar ook niet onder de ketenpartners bij wie hulpzoekende zzp’ers aankloppen. Zzp’ers geven de voorkeur aan informatie die zij zelf kunnen opzoeken zoals een website of nieuwsbrief. Informeer deze doelgroep over de mogelijkheden en ontwikkel daarnaas t ondersteuningsmogelijkheden die aansluiten bij de behoefte; op dit moment is er wel ondersteuning beschikbaar voor startende ondernemers, maar niet zozeer voor zelfstandig ondernemers die een gevestigd bedrijf hebben.
De doelstellingen uit het beleidsplan over ‘ondersteuning op maat’ en ‘vroegtijdige signaleringen’ vallen in mindere mate binnen de scoop van dit onderzoek en zijn daarom niet verder uitgewerk t.
9 Een integrale toets is voor inwoners wenselijk omdat zij slechts eenmaal bewijsstukken hoeven aan te leveren
en daarmee aanspraak kunnen m aken op meerdere regelingen. Een kanttekening hierbij is dat de regelgeving rondom AVG een integraal proces soms bemoeilijkt.
13
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
1. Minimahuishoudens in de gemeente Hardenberg In dit hoofdstuk beschrijven we de omvang en samenstelling van de groepen huishoude ns met inkomens tot 120 procent van het Wettelijke sociale minimum (Wsm) in de gemeente Hardenberg. Dit is de doelgroep die centraal staat in dit onderzoek 10. Het aantal minimahuishoudens schatten we aan de hand van de Armoede Index 11. De Armoede Index wordt samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegeve ns, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Met als resultaat een schatting van het aantal minimahuishoudens dat tot de doelgroep van het minimabeleid hoort.
1.1. Alle huishoudens In de gemeente Hardenberg wonen 61.798 personen, verdeeld over 24.907 huishoudens, waarmee de gemiddelde huishoudgrootte op 2,48 personen komt. Dat is meer dan het landelijke gemiddelde (2,17 personen per huishouden). Van de 61.798 personen in de gemeente, zijn er 12.913 (21 procent) jonger dan 18 jaar en 11.222 (18 procent) personen ouder dan 66 jaar. De huishoudsamenstelling in de gemeente Hardenberg wijkt af van het landelijke beeld. Het aandeel huishoudens met alleenstaanden ligt in Hardenberg lager dan het landelijk gemiddelde. Verder is het aandeel meerpersoonshuishoudens met en zonder kinderen in de gemeente Hardenberg hoger dan het landelijke aandeel. Onderstaand geven we de belangrijkste kenmerken van de bevolkingspopulatie in 2022 in de gemeente Hardenberg weer. Tabel 1.1.1 Aantal huishoudens en inwoners gemeente Hardenberg Categorie Aantal huishoudens Aantal personen Gemiddelde huishoudgrootte
24.907 61.798 2,48
Tabel 1.1.2 Huishoudens naar type Huishoudtype Alleenstaand Alleenstaande ouder Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal
Aantal 7.167 1.471 8.007 8.262 24.907
Aandeel 29% 6% 32% 33% 100%
Aandeel landelijk 38% 7% 26% 29% 100%
1.2. Minimahuishoudens Van alle huishoudens in de gemeente Hardenberg moeten (naar schatting) 1.355 huishoudens rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau. Dit is 5,4 procent van alle huishoudens. Het gemiddelde percentage met een dergelijk inkomen ligt landelijk tussen de 6 en 7 procent. In totaal hebben 1.509 huishoudens een inkomen tot 110 procent Wsm, 6,1 procent van alle huishoudens in de gemeente Hardenberg en naar schatting hebben 2.018 huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm, 8,1 procent van alle huishoudens. Dit ligt in lijn met het gemiddeld aandeel minimahuishoudens in andere (vergelijkbare) gemeenten: het gemiddelde aandeel is 8 à 9 procent. 2.600 huishoudens hebben een inkomen tot 130 procent Wsm (9,8 procent van alle huishoudens ). In totaal hebben 2.800 huishoudens een inkomen tot 140 procent Wsm, dit gaat om 11,2 procent van alle huishoudens in de gemeente Hardenberg. Bij een inkomen tot 150 procent Wsm is het aandeel 12,2 procent (3.033 minimahuishoudens) van alle huishoudens. 10 De omvang van de doelgroepen tot 150 procent Wsm wordt tevens weergegeven. 11 In bijlage 4 staat de onderzoeksmethodiek van de Armoede Index beschreven.
14
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
De volgende tabel bevat een overzicht van het actuele aantal en aandeel huishoudens in de gemeente dat een inkomen heeft tot maximaal 150 procent van het Wettelijk sociale minimum voor het betreffende huishoudtype. Tabel 1.2.1 Huishoudens naar ink omen in gemeente Hardenberg Inkomen Aantal Aandeel Tot 100% Wsm 1.355 5,4% Tot 110% Wsm 1.509 6,1% Tot 120% Wsm 2.018 8,1% Tot 130% Wsm 2.451 9,8% Tot 140% Wsm 2.800 11,2% Tot 150% Wsm 3.033 12,2% Overig Totaal
21.874 24.907
87,8% 100%
Verdeling naar kenmerken De doelgroep voor de regelingen met een inkomensgrens van 120 procent Wsm bestaat voor 35 procent uit huishoudens met die een uitkering ontvangen vanuit de Participatiewet en voor een kwart uit huishoudens met een AOW-uitkering. 40 procent heeft een overig inkomen. Dit bestaat uit bijvoorbeeld een WW-uitkering of inkomen uit werk. In andere gemeenten zien we gemiddeld dat 40 à 45 procent van de minimahuishoudens een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangt, 20 à 25 procent heeft een AOW-uitkering en 35 à 40 procent een overig inkomen. De gemeente Hardenberg heeft relatief iets minder huishoudens met een uitkering vanuit de Partici patiewet en iets meer huishoudens met een overig inkomen. Van alle minimahuishoudens is het grootste deel (54 procent) alleenstaand. Dit beeld komt overeen met wat we in andere gemeenten met een inwonerstal tussen 50.000 en 100.000 vinden. Gemiddeld ligt het aandeel alleenstaanden in deze gemeenten tussen de 50 en 55 procent van alle minimahuishoudens. In totaal heeft 28 procent van de minimahuishoudens thuiswonende kinderen. Dit ligt ook in lijn met het gemiddelde dat we bij andere gemeenten van vergelij kbare grootte zien; ongeveer 25 à 30 procent.
Tabel 1.2.1 Ink omensbron en huishoudtype minima, ink omen tot 100% en 120% Wsm 100% Wsm Categorie Inkomensbron Participatiewet AOW inkomen Ander inkomen • Werk loosheidsverzek ering • Arbeidsongeschik theid • ZZP • Werk uit arbeid Totaal Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal
120% Wsm
Aantal
Aandeel
Aantal
Aandeel
710 290 355 45 90 115 105 1.355
53% 21% 26% 3% 7% 8% 8% 100%
710 500 808 175 250 218 165 2.018
35% 25% 40% 9% 12% 11% 8% 100%
715 175 240 225 1.355
53% 13% 18% 16% 100%
1.098 245 360 315 2.018
54% 12% 18% 16% 100%
15
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
1.3. Kinderen Van alle 12.913 kinderen tot 18 jaar in de gemeente Hardenberg groeien er naar schatting 1.090 op in een huishouden met een inkomen tot 120 procent van het voor dat huishouden geldende Wettelijk sociaal minimum. In totaal vormen zij 8,4 procent van alle kinderen in de gemeente. Dit aandeel ligt in lijn met het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten: in andere gemeente van vergelijkbare grootte vormen minimakinderen gemiddeld zo’n 8 procent van alle kinderen. Circa 790 kinderen (6,1 procent van alle kinderen) groeien op in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm en naar schatting 1.545 kinderen (12,0 procent) groeien op in een huishouden met een inkomen tot 150 procent Wsm. Tabel 1.3.1 Aantal k inderen naar ink omen, cumulatief (schatting) Kinderen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm Tot 140% Wsm Tot 150% Wsm
Aantal 790 910 1.090 1.300 1.460 1.545
Aandeel 6,1% 7,0% 8,4% 10,1% 11,3% 12,0%
Overige inkomens Alle kinderen
11.368 12.913
88,0% 100%
16
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
2. Huidige situatie In dit hoofdstuk staat het huidige minimabeleid van de gemeente Hardenberg beschreven.
2.1. Minimabeleid 2020-2024 De gemeente Hardenberg speelt een belangrijke rol in het bestrijden van armoede. Met het huidige beleidsplan ‘Een eerlijke kans voor iedereen 2020-2024’ beoogt de gemeente Hardenberg de bestrijding van armoede meer te richten op de oorzaken van armoede onder de i nwoners. In het beleidsplan staan drie uitgangspunten centraal. Op basis van deze uitgangspunten zijn doelen en concrete acties opgesteld.
2.2. Visie en uitgangspunten Centraal in de visie op het minimabeleid van de gemeente Hardenberg staat dat de gemeent e inclusief moet zijn. De inwoners kunnen zich zo veel mogelijk zelf redden en zich (blijven) ontwikkelen. De gemeente ondersteunt waar het nodig is. Iedere inwoner verdient een eerlijke kans om mee te doen. De gemeente vindt dit in het bijzonder belangrijk voor kinderen. De gemeente wil niet alleen aan symptoombestrijding van armoede doen, maar wil met onder andere een intergenerationele aanpak de oorzaken van armoede aanpakken. De achterliggende gedacht e hiervan ligt bij de complexiteit van het terechtkomen in en de effecten van armoede. Zo gaat armoede vaak over op de volgende generatie en kan armoede een negatief effect hebben op de schoolresultaten, ontwikkelingsmogelijkheden en vervolgens op de kansen in de arbeidsmarkt van kinderen. De gemeente Hardenberg heeft drie uitgangspunten opgesteld om de armoede in de gemeente te bestrijden: •
•
•
Structureel en duurzaam De gemeente richt zich op het aanpakken van de oorzaak van armoede. In samenwerking met de inwoner en/of het gezin worden financiële problemen aangepakt en er wordt gewerk t aan een plan-op-maat. Dit zou ervoor zorgen dat mensen meer inkomenszekerheid hebben en geen uitsluiting ervaren. De inkomenszekerheid moet ook worden vergroot voor inwoners. Het inkomen voor mensen in armoede zou structureel omhoog moeten12. Verder blijft er ondersteuning voor mensen om een meer duurzame baan of een beter betaalde baan te krijgen. De gemeente wil voorkomen dat er een armoedeval 13 plaatsvindt. Op maat en regelarm Niet alle inwoners van de gemeente bezitten over de vaardigheden om zelfredzaam te zijn. Daarom moet de ondersteuning van de gemeente laagdrempelig, logisch en begrijpelijk zijn. Er moet eerst vastgesteld worden wat een inwoner nodig heeft, om vervolgens te kijken hoe de gemeente dat (intern) gaat organiseren. Het gezamenlijke belang van de inwoner en de gemeente staat voorop. Het doel is dat inwoners (weer) zelfredzaam worden en een eerlijke kans krijgen om hun eigen toekomst op te bouwen. Wanneer nodig, wordt er met samenwerkingspartners integraal samengewerkt om een inwoner passende hulp te bieden.
Vroegtijdig en preventief Door in een vroeg stadium in contact te komen met mensen die op of onder de minimumgrens leven, kunnen problemen zo veel mogelijk beheersbaar blijven en mogelijk tijdig verholpen worden. Om dit te verwezenlijken is het van belang dat de inwoners weten waar ze terecht kunnen voor ondersteuning en dat ze op de hoogte zijn van de ondersteuning die de gemeente biedt. De gemeente Hardenberg wil hierin de inwoners opzoeken en hun actief informeren. Voor de voorlichting is het belangrijk dat er naast schriftelijk contact, persoonlijk contact plaatsvindt, zodat dit op maat is. Tot slot ziet de
12 Bij de tweede doelstelling in paragraaf 2.1.2. staat weergegeven op welke manier de gemeente dit nastreeft. 13 De gemeente Hardenberg definieert “Armoedeval” als: Een armoedeval vindt plaats wanneer iemand meer
verdient, maar vervolgens niet meer te besteden heeft doordat de persoon minder aanspraak kan maken op landelijke en gemeentelijke vergoedingen.
17
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
gemeente het belang van de samenwerkingspartners in, zij hebben een belangrijke rol in het signaleren van inwoners met financiële problemen.
2.3. Doelstellingen en acties Per uitgangspunten heeft de gemeente Hardenberg meerdere doelen opgesteld. De doelstellingen en bijbehorende acties worden hieronder weergegeven. Doel 1: geen kind groeit op in armoede in onze gemeente - Structureel en duurzaam Een structurele aanpak van armoede begint bij signalering. Signalering van armoede is daarom ook van groot belang. De gemeente gaat uit van de ‘1 gezin, 1 plan-methode’ om armoede te doorbrek en en intergenerationele armoede te voorkomen. Ook wordt er ingezet op de ‘doorbraakmethode’ om met nieuwe oplossingen te komen. Actie 1: we doorbrek en intergenerationele armoede. De gemeente Hardenberg zoekt naar een passende aanpak om de intergenerationele armoede te doorbreken. Ze kijken bijvoorbeeld naar andere gemeentes die aangesloten zijn bij de regiodeal. Actie 2: één lok et jeugdfondsen. De gemeente Hardenberg biedt de fondsen voor jongeren aan via één loket ‘Samen voor alle kinderen’. De fondsen Jeugdfonds Sport en Cultuur, Stichting Leergeld, Jarige Job, Nationaal fonds Kinderhulp en lokale initiatieven zoals Stichting Vecht voor Jeugd vallen onder dit Loket. In 2020 zijn alle regelingen in dit fonds op elkaar afgestemd en zijn de regels om in aanmerking te komen voor de fondsen gelijk.
Doel 2: meer inkomenszekerheid voor onze inwoners met een minimuminkomen Structureel en duurzaam De gemeente Hardenberg wil de inkomenszekerheid verhogen door inwoners kansen te bieden om zelf meer inkomen te verkrijgen. Dit kan door het aanbieden van opleidingen of door meer financiële zekerheid te bieden bij flexibele banen. Het is niet mogelijk om voor iedereen het inkomen te verhogen, vanwege bijvoorbeeld de gezondheid van inwoners. De gemeente Hardenberg wil middels de minimaregelingen zo goed mogelijk aansluiten op de behoeftes van inwoners. Actie 1: we helpen mensen met een minimumink omen op een aantal manieren. Met een bijdrage aan het ink omen, met lagere k osten en als het nodig is met specifiek e of bijzondere uitgaven. • Bijdrage aan het inkomen: De gemeente Hardenberg biedt een individuele inkomenstoeslag aan mensen die langer dan drie jaar een inkomen tot 100% van de bijstandsnorm hebben. De toeslag is afhankelijk van de gezinssamenstelling. Ook biedt de gemeente bijzondere bijstand aan. Deze regeling is voor inwoners die noodzakelijke, onvoorziene uitgaven maken, maar deze met de algemene bijstand niet kunnen betalen. De bijdrage is afhankelijk van de draagkracht van de aanvrager.
• Verlagen van de kosten: Inwoners kunnen in aanmerking komen voor een kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen (zoals de afvalstoffenheffing, rioolheffing en onroerendezaakbelasting). Ook kunnen inwoners gebruik maken van de collectieve zorgverzekering. Deze regeling kan voordelig zijn voor mensen met hoge zorgkosten vanwege de aanvullende pakketten die worden aangeboden. De gemeente verstrekt een bijdrage voor de premiebetaling van deze verzekering. • Ondersteunen van bijzondere activiteiten: Volwassen inwoners kunnen een bedrag krijgen voor culturele activiteiten of deelname aan het maatschappelijk verkeer. Dit loopt via het Sociaal cultureel fonds.
18
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Actie 2: we analyseren de hierboven genoemde minimaregelingen en k rijgen hierdoor inzicht in de aansluiting van onze regelingen op het ink omen van diverse huishoudtypes. De gemeente wil aan de hand van een analyse van de minimaregelingen, de verdeling van de regelingen verbeteren. Het doel hiervan is dat de regelingen beter aansluiten op de situaties van inwoners. Actie 3: we zetten het Pak je k ans-fonds in om inwoners meer regie op hun ontwik k eling te laten nemen waardoor zij de mogelijk heid hebben om meer ink omsten te verk rijgen. De gemeente biedt een financiële bijdrage voor mensen met een laag- tot middeninkomen om in te zetten voor activiteiten die logischerwijs leiden tot het ontwikkelen van de aanvrager op het gebied van werk en/of participatie. Deze regeling is twee jaar beschikbaar geweest. Per 1 januari 2022 is de regeling verlopen. Inwoners kunnen geen aanspraak meer maken op het ‘Pak je kans-fonds’. De gemeenteraad heeft besloten het fonds opnieuw beschikbaar te maken. Per 1 januari 2023 kunnen inwoners weer aanvragen doen bij dit fonds. Actie 4: we hanteren de beslagvrije voet streng. De gemeente wil streng op toezien dat er niet te veel beslag wordt gelegd op de inkomens van inwoners. De doelstelling hiervan is dat voorkomen wordt dat inwoners niet meer kunnen rondkomen en problemen groter worden.