CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Aanbiedingsbrief gemeenteraden Veiligheidsregio IJsselland en Strategische Beleidsagenda 2023 tm 2026 inclusief bijlagen

gemeenteraad 11 oktober 2022, gemeente HardenbergBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken raadsvergadering d.d. 11 oktober 202222.444 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

_______________________ INGEKOMEN STUK 2 RAAD d.d. 11 oktober 2022 _______________________

Veiligheidsregio IJsselland Postbus 1453 8001 BL Zwolle

Datum: Kenmerk: Doorkiesnummer: Onderwerp:

Aan de raden van de aangesloten gemeenten Veiligheidsregio IJsselland

3 oktober 2022, Zwolle V22.001487 088-1197664 Strategische Beleidsagenda 2023 t/m 2026 inclusief bijlagen

Geachte gemeenteraad, Graag bieden wij u het definitieve concept aan van onze Strategische Beleidsagenda 2023 t/m 2026 en de daarbij behorende bijlagen: het crisisplan en het dekkingsplan. Daarnaast is in de vorm van de infographic ‘Samen veiligheid versterken’ de beleidsagenda kernachtig in beeld gebracht. Wij stellen u in de gelegenheid om uw reactie op en/of aanvullende suggesties voor onze plannen kenbaar te maken. Strategische Beleidsagenda Veiligheidsregio IJsselland 2023-2026 Tenminste eenmaal per vier jaar stellen we een beleidsagenda op conform de Wet veiligheidsregio’s (Wvr). De agenda geeft de strategische richting van Veiligheidsregio IJsselland kernachtig weer. De trends, ontwikkelingen en de grote risico’s in de veiligheidsregio vormen de basis. De wereld is echter constant in beweging, waardoor de invulling van diverse thema’s niet op voorhand al voor vier jaar volledig te bepalen is. De onderliggende thema’s zoals genoemd in deze agenda zijn in elk geval de komende beleidsperiode, ook in de gemeenteraden, onderwerp van gesprek. Veiligheidsregio IJsselland voert haar wettelijke taken uit zoals omschreven in de Wet veiligheidsregio’s. Naast de wettelijke taken zetten we ons vaker in om te helpen en ondersteunen bij andersoortige crisissituaties. Hierover leest u meer in de beleidsagenda.

De afgelopen jaren hebben we een verschuiving gezien wat betreft de aard, omvang en tijdsduur van crisisvraagstukken. Corona en de recente vluchtelingencrisis zijn hier voorbeelden van. Dit vraagt om een beschouwing van de rol en positie van de veiligheidsregio. In de voorliggende beleidsagenda hebben we hier een koers in uitgezet op basis van trends en ontwikkelingen. We zijn benieuwd hoe u tegen onze voorgenomen koers in relatie tot deze ontwikkelingen aankijkt. De afgelopen maanden zijn de nodige stappen gezet om te komen tot de nieuwe beleidsagenda, met betrokkenheid van collega’s, gemeenten en partners. Het algemeen bestuur legt nu graag het concept ter consultatie aan u voor.

Na deze consultatieperiode bespreken we in het dagelijks bestuur van 17 november de eventueel ingebrachte zienswijzen en het resultaat wordt verwerkt in het definitieve concept. Definitieve besluitvorming vindt plaats in het algemeen bestuur van 14 december 2022. Hierna werken we de beleidsagenda per jaar uit in een jaaragenda via de begroting. Het jaar 2023 moet daarin worden gezien als overgangsjaar, aangezien de begroting eerder dit jaar al is vastgesteld. Echter is in die begroting al wel rekening gehouden met de ontwikkelingen die nu in de beleidsagenda zijn uitgewerkt. Vanaf de begroting 2024, die in het voorjaar van 2023 wordt opgesteld, brengen we een duidelijke koppeling aan tussen beleidsagenda en begroting. Daarmee krijgt de uitwerking en financiële vertaling van de beleidsagenda via de reguliere beleidscyclus verder vorm. Bestuurlijke keuzes die gemaakt moeten worden bij de uitvoering van de agenda, worden op die manier voorgelegd. De raden kunnen zo hun kaderstellende rol jaarlijks invullen. Bijlagen Bij deze beleidsagenda zijn overeenkomstig de Wvr het crisisplan en het dekkingsplan toegevoegd. Crisisplan Het huidige crisisplan 2020-2023 is in 2019 vastgesteld. Om het nieuwe crisisplan gelijk op te laten lopen met de beleidscyclus van de beleidsagenda is nu een nieuw crisisplan opgesteld conform art.16 lid 1 Wvr. Dit ligt daarmee ook voor ter consultatie.

Dit crisisplan is qua uitgangspunten volledig gebaseerd op het crisisplan 2020 – 2023. Dekkingsplan Het dekkingsplan is op 8 december 2021 voorlopig vastgesteld door het algemeen bestuur. Voorlopig, omdat het formeel (art.14. lid 2f van Wvr) een bijlage van de beleidsagenda vormt en we nog in afwachting waren van de vaststelling van de landelijke handreiking. Die handreiking is dit jaar door het Veiligheidsberaad vastgesteld. Daarom ligt het dekkingsplan ter consultatie voor. Regionaal risicoprofiel De beleidsagenda is formeel (art 15, Wvr) gebaseerd op de grote risico’s in de veiligheidsregio. Het huidige regionaal risicoprofiel is daarvoor als uitgangspunt gebruikt. Dit profiel is getoetst aan de actualiteit. Hieruit blijkt dat deze grote risico’s niet wijzigen. Wel zijn er meer risico’s die onvoorzien zijn. Zo staat dit ook in de beleidsagenda. Dit laat zien dat een dynamisch risicoprofiel passender is, waarbij we nog meer continu de risico’s monitoren. Dit gaan we uitwerken en een procesvoorstel hierover leggen we in het eerste kwartaal van 2023 voor aan het dagelijks bestuur. Dit betekent dat er nu geen nieuw statisch risicoprofiel ter consultatie wordt voorgelegd. Onze vraag aan u Samen willen we de veiligheid versterken dus wij zijn benieuwd wat u van deze plannen vindt.

Wij willen u vragen uw reactie voor 31 oktober 2022 aan ons kenbaar te maken via bestuurssecretariaat@vrijsselland.nl. Mocht het niet lukken om tijdig te reageren, wilt u dan zo spoedig mogelijk contact met ons opnemen? Als u tijdens de behandeling van deze documenten behoefte heeft aan een mondelinge toelichting, dan zijn wij van harte bereid om deze te komen geven.

Tot slot Wij hopen u op deze manier voldoende geïnformeerd te hebben. Indien u nog vragen heeft over de beleidsagenda en de bijlagen, kunt u contact opnemen met Henk Schreuders (h.schreuders@vrijsselland.nl, 088-1197922). Het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio IJsselland

P.H. Snijders voorzitter

A.H. Schreuders secretaris

Inhoudsopgave 1.

Samen werken aan veiligheid ...................................................................................... 4 1.1.

Inleiding .................................................................................................................... 4

1.2.

Leeswijzer ................................................................................................................ 4

1.3.

Wettelijke taken en definities .................................................................................... 4

1.4.

Algemene en functionele keten................................................................................. 5

1.5.

Besluitvorming en beheer ......................................................................................... 6

1.6.

Relatie met andere documenten ............................................................................... 6

2.

Basiselementen crisisorganisatie ................................................................................. 7

3.

Crisisorganisatie .......................................................................................................... 9 3.1.

Meldkamer................................................................................................................ 9

3.2.

Commando Plaats Incident (CoPI).......................................................................... 10

3.3.

Regionaal Operationeel Team (ROT) ..................................................................... 11

3.4.

Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) ........................................................................... 13

3.5.

Regionaal Beleidsteam (RBT) ................................................................................ 15

3.6.

Ondersteunende structuren .................................................................................... 17

4.

Opschalingsmodellen................................................................................................. 18 4.1.

Acute situaties ........................................................................................................ 18

4.2.

Niet acute situaties ................................................................................................. 19

4.3.

Nafase .................................................................................................................... 19

4.4.

Incidenten ............................................................................................................... 19

5.

Processen en procesverantwoordelijkheid ................................................................. 20 5.1.

Melding en alarmering ............................................................................................ 20

5.2.

Op- en afschaling ................................................................................................... 20

5.3.

Leiding en coördinatie............................................................................................. 21

5.4.

Informatiemanagement ........................................................................................... 21

5.5.

Crisiscommunicatie ................................................................................................ 22

5.6.

Personeelszorg en logistiek .................................................................................... 22

6.

Samenwerken met partners ....................................................................................... 23 6.1.

Convenanten en samenwerkingsafspraken ............................................................ 23

6.2.

Veilig leven ............................................................................................................. 23

6.3.

Nationale crisisstructuur ......................................................................................... 23

6.4.

Driehoeksoverleg.................................................................................................... 23

6.5.

Bijstand en steun .................................................................................................... 23

conceptversie - 2

7.1. Bijlagen ........................................................................................................................ 25 7.1. Afkortingen ............................................................................................................... 26 7.2. Monodisciplinaire processen ..................................................................................... 27 Colofon................................................................................................................................ 29

conceptversie - 3

1. Samen werken aan veiligheid

1.1.

Inleiding

Veiligheid is de basis voor een stabiele samenleving. Wanneer die wordt verstoord door een incident, ramp of crisis, moeten de inwoners van regio IJsselland op de regionale crisisorganisatie kunnen rekenen. Het doel van de crisisorganisatie is om een incident, ramp of crisis snel en effectief te bestrijden, terug te keren naar een veilige, stabiele situatie en in het gehele proces, tot en met de nafase, het bestuur te adviseren en uitvoering te geven aan bestuurlijke besluiten. Dit ongeacht of het een acute of niet acute situatie betreft. De samenleving is voortdurend in ontwikkeling. Nieuwe typen crises dienen zich aan, crisis stapelen zich, het denken over veiligheid verandert en het delen van informatie gaat sneller. Dit brengt andere en nieuwe vraagstukken en overwegingen met zich mee voor de operatie, het bestuur en voor samenwerking met partners in zowel de acute als in de niet acute situatie. De crisisorganisatie van onze veiligheidsregio ontwikkelt zich daarom door. Kenmerkend voor de crisisorganisatie is dat wij flexibel, slagvaardig en efficiënt zijn, toegerust zijn op onze taak en inwoners centraal stellen. Samen met deze inwoners maar ook met de bedrijven, instellingen en andere veiligheidspartners zet de crisisorganisatie zich in voor een veilig IJsselland en werkt deze organisatie bij een inzet samen met partners op gemeentelijk, regionaal en nationaal niveau.

1.2.

Leeswijzer

Het crisisplan 2023-2026 van Veiligheidsregio IJsselland beschrijft de multidisciplinaire crisisorganisatie. Het geeft weer uit welke teams de crisisorganisatie is opgebouwd, wat de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn en hoe de crisisorganisatie acteert bij acute en niet acute situaties. Ook beschrijft dit plan de processen: op- en afschaling, melding en alarmering, leiding en coördinatie, informatiemanagement, crisiscommunicatie, personeelszorg en logistiek. Tenslotte beschrijft het crisisplan de afspraken die zijn gemaakt met andere partners die bij een incident, ramp of crisis betrokken kunnen zijn. De monodisciplinaire processen van de brandweer, GHOR, politie en bevolkingszorg zijn opgenomen in de bijlage en zijn in de eigen plannen van de afzonderlijke kolommen uitgewerkt.

1.3.

Wettelijke taken en definities

De Wet veiligheidsregio’s (Wvr) stelt eisen aan de regionale crisisbeheersing. Middels artikel 10 Wvr worden aan het bestuur van Veiligheidsregio IJsselland taken overgedragen. De definities van een ramp en een crisis luiden als volgt (artikel 1 Wvr): 

Ramp Zwaar ongeval of andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende kolommen is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken. conceptversie - 4

Crisis Een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast.

Een ramp of crisis kan door verschillende oorzaken ontstaan. De gevolgen bij een crisis kunnen invloed hebben op vitale belangen zoals de (nationale of internationale) rechtsorde, de openbare veiligheid en de economische veiligheid. Bij een ramp zijn er gevolgen voor personen, het milieu en/of materiele belangen. Er is bij zowel een ramp als een crisis een gecoördineerde inzet vanuit de hulpdiensten vereist. Naast een ramp of crisis kan de crisisorganisatie ook ondersteunen bij incidenten. De definitie van een incident luidt als volgt: 

Incident Een negatieve, onverwachte en onvoorziene gebeurtenis. Gecoördineerde inzet van diensten of organisaties is (nog) niet nodig, maar de impact is dusdanig dat het incident niet kan worden opgepakt binnen de reguliere processen. Bij een incident kan er een beroep worden gedaan op (delen van) de crisisorganisatie.

Relevante wet- en regelgeving: 2012

Politiewet

2010

Wet veiligheidsregio’s

2010

Besluit veiligheidsregio’s

2010

Besluit personeel veiligheidsregio’s

2008

Wet publieke gezondheid

1992

Gemeentewet

1.4.

Algemene en functionele keten

Elk crisistype valt onder een bepaald beleidsterrein en het overheidsgezag dat daarop bevoegd is. Er is een algemene keten en er zijn meerdere functionele ketens. Openbare orde en veiligheid vormen samen de algemene keten. Crisisbestrijding op specifieke beleidsterreinen zoals elektriciteit, infectieziekten, voedselveiligheid of terrorisme is belegd in een functionele keten. Bij een crisis kunnen zowel functionele ketens als de algemene keten betrokken zijn. Bij een crisis in een functionele keten vindt de besluitvorming binnen de functionele keten plaats, maar gemeenten en de veiligheidsregio bewaken de gevolgen voor de openbare orde en veiligheid en treffen in dat kader hun maatregelen. Samenwerking en afstemming tussen ketens vindt plaats op twee niveaus: op regionaal niveau (vertegenwoordigers van ministeries kunnen deelnemen aan overleggen van de crisisorganisatie) en op nationaal niveau (tussen ministeries).

conceptversie - 5

1.5.

Besluitvorming en beheer

Het algemeen bestuur (AB) van Veiligheidsregio IJsselland stelt conform Wvr minimaal eens per vier jaar het crisisplan vast. Bij wijzigingen kan het crisisplan worden geactualiseerd. De aard van de wijziging bepaalt of het nodig is om het herziene crisisplan tussentijds bestuurlijk vast te stellen. Het team crisisbeheersing is verantwoordelijk voor het beheer van dit document. Dit crisisplan is afgestemd met onze crisispartners en de buurregio’s Noord- en OostGelderland, Twente, Drenthe, Fryslân en Flevoland en met Nedersaksen in Duitsland.

1.6.

Relatie met andere documenten

Naast het crisisplan is elke veiligheidsregio ook wettelijk verplicht om ééns per vier jaar een risicoprofiel en beleidsplan op te stellen. De (lokale) risico’s voor Veiligheidsregio IJsselland zijn beschreven in het regionaal risicoprofiel IJsselland 2022. Het geeft antwoord op de vraag: wat bedreigt ons en hoe erg is dat? Als beleidsplan kent Veiligheidsregio IJsselland de strategische beleidsagenda 2023-2026. De strategische beleidsagenda beschrijft wat we als veiligheidsregio moeten kunnen, wat onze ambities en prestaties zijn. We proberen zoveel mogelijk te voorkomen, maar als er dan toch sprake is van een incident, ramp of crisis, staat de crisisorganisatie 24/7 paraat om hulp te bieden. Het crisisplan beschrijft wie en wat we nodig hebben om de ramp of crisis te bestrijden en de effecten zoveel mogelijk te beperken met de daarbij behorende taken en bevoegdheden. Voor specifieke risico’s kennen we operationele planvorming als rampbestrijdingsplannen, informatiekaarten en coördinatieplannen.

Risicoprofiel

Wat bedreigt ons en hoe erg is dat?

Strategische beleidsagenda

Wat moeten we kunnen?

Crisisplan

Wie en wat hebben we dan nodig?

conceptversie - 6

2. Basiselementen crisisorganisatie Hoe onze crisisorganisatie functioneert is te splitsen in tien basiselementen die kenmerkend zijn voor de wijze waarop we onze crisisorganisatie inrichten. Inzetbaarheid De crisisorganisatie is inzetbaar voor acute en niet acute situaties: incidenten, rampen en crises die niet via de reguliere processen kunnen worden opgepakt. Voor acute situaties is GRIP het uitgangspunt. GRIP staat voor de Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure en wordt landelijk in de veiligheidsregio’s toegepast. GRIP regelt de multidisciplinaire opschaling en coördinatie van de crisisbeheersingsprocessen. Teams in de crisisorganisatie kunnen zowel gezamenlijk als afzonderlijk van elkaar worden gealarmeerd. De situatie bepaalt welke teams nodig zijn. Bij een niet acute situatie is er meer tijd beschikbaar voor afstemming in de crisisorganisatie en met partners. We werken vanuit dezelfde basis als tijdens een acute situatie. Inhoud bepaalt structuur Een incident, ramp of crisis bepaalt de structuur. We zetten daarbij de crisisteams efficiënt in. Uitgangspunt is dat de gebeurtenis leidend is voor de inzet. Crisisteams De taken binnen de crisisorganisatie zijn belegd bij de volgende teams:  Commando Plaats Incident (CoPI) is verantwoordelijk voor de bronbestrijding en operationele effecten (operationeel).

 Regionaal Operationeel Team (ROT) (operationeel en bestuurlijk): o ondersteunt het CoPI en de coördinatie van de operatie; o analyseert in relatie tot schaarste, scenariodenken en continuïteit; o adviseert de burgemeester of voorzitter Veiligheidsregio (VZ) over bestuurlijke vraagstukken.  Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) is gericht op het adviseren en ondersteunen van de burgemeester op bestuurlijk niveau waaronder het inzetten van wettelijke (nood)bevoegdheden van de burgemeester, het afwegen van impact op de samenleving en het inperken van effecten in de nafase (bestuurlijk binnen één gemeente).  Regionaal Beleidsteam (RBT) adviseert en ondersteunt de VZ op bestuurlijk niveau, het inzetten van (nood)bevoegdheden, het afwegen van impact op de samenleving en het inperken van effecten in de nafase (bestuurlijk meer dan één gemeente). Slagvaardige teams Crisisteams zijn zo compact als mogelijk en zo groot als nodig. De crisisteams starten daarom in basis klein, om de slagvaardigheid te bevorderen. Als de situatie hierom vraagt worden deze teams aangevuld met de expertise die nodig is. Besluitvorming zo laag mogelijk in de organisatie Het uitgangspunt voor een snelle, slagvaardige crisisorganisatie is dat de besluitvorming zo laag mogelijk in de organisatie is belegd. De operationele verantwoordelijkheid is belegd bij de operationeel leider (OL).

In aanvulling op deze formele operationele verantwoordelijkheid leggen we, volgens onze beleidsagenda, operationele keuzes ook lager in de crisisstructuur. Van de OL naar de leider CoPI (LC) naar de officieren van dienst (OvD). Gouden lijn

conceptversie - 7

De afstemming tussen de multidisciplinaire operatie en de bestuurder noemen we de gouden lijn. Dit is een verbinding tussen LC / OL en Burgemeester / VZ. Bestuurder De burgemeester / VZ wordt gefaciliteerd en geadviseerd door een team in zijn/haar rol als burgervader/ -moeder, boegbeeld, bestuurder, beslisser en systeemverantwoordelijke. Nafase De crisisorganisatie is verantwoordelijk voor een goede overdracht naar de staande organisatie van een gemeente/partner ten behoeve van de nafase. Indien gewenst kan de crisisorganisatie ook op aangeven van die gemeente en/of partner ondersteuning bieden tijdens de nafase. Veiligheidsinformatiecentrum Het Veiligheidsinformatiecentrum (VIC) ondersteunt het informatie- en communicatieproces voorafgaand, tijdens en na het incident, ramp of crisis. Vakmanschap Vertrouwen op vakmanschap en professionaliteit is de basis: regels, procedures en plannen zijn daaraan ondersteunend. Crisisfunctionarissen werken voortdurend aan hun ontwikkeling en zijn bevlogen, scherp en tonen lef.

conceptversie - 8

3. Crisisorganisatie In dit hoofdstuk staan de teams binnen de crisisorganisatie beschreven. Voor elk onderdeel worden de taken, op- en afschaling, proces, locatie, bezetting, uitbreiding, bevoegdheden1 en verantwoordelijkheden beschreven. De tijden die in de tabel zijn opgenomen zijn gebaseerd op de wettelijke tijden. In zijn algemeenheid geldt dat Veiligheidsregio IJsselland ervan uitgaat dat functionarissen operationeel zijn vanaf het moment dat ze zijn gealarmeerd en beginnen met het uitvoeren van hun taken.

3.1.

Meldkamer

De meldkamer start binnen twee minuten na opdracht daartoe met grootschalige alarmering2. Zodra dit gebeurt wordt het meldkamerproces aangestuurd door de calamiteitencoördinator (CaCo). Taken meldkamer  Uitgifte van een alarmering van de functionarissen van de multidisciplinaire crisismanagementonderdelen.  Plannen, uitvoeren, monitoren en bijstellen van grootschalige alarmering en relevante meldkamer processen.  Coördineren van de ambulance-, brandweer- en politiecentralisten door het afstemmen van acties (bijvoorbeeld een veilige aanrijroute) en delen van informatie bij melding, opschaling en communicatie. Op- en afschalen CaCo: opschalen tot en met GRIP 2 Locatie Meldkamer Oost-Nederland, Apeldoorn Bezetting CaCo Operationeel: 24/7 Uitbreiding Niet van toepassing. Bevoegdheid De CaCo is ook gemandateerd, om op basis van het van toepassing verklaren van een scenario uit een rampbestrijdingsplan, het daarbij vastgestelde GRIP-niveau te maken.

1 Deze standaard bevoegdheden gelden tenzij in specifieke, bestuurlijke vastgestelde, planvorming andere

afspraken zijn gemaakt. 2 Het Bvr definieert ‘grootschalige alarmering’ als “het bij een ramp of crisis onverwijld en volledig alarmeren van de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, bedoeld in artikel 2.1.1, onderdelen b tot en met e.” Dit houdt in: van CoPI tot en met BT. Dit komt overeen met opschaling naar GRIP 1 of hoger.

conceptversie - 9

Verantwoordelijkheden CaCo  Controleert de start van de alarmering en monitort het verloop.  Is verantwoordelijk voor de multidisciplinaire coördinatie van het informatieproces op de meldkamer.  Voert regie op het multidisciplinaire totaalbeeld in het Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS) tot dit is overgenomen door de informatiemanager CoPI (IM CoPI) of de informatiemanager ROT (IM ROT).  Geeft binnen vijf minuten een beschrijving van de situatie.  Fungeert als aanspreekpunt van de meldkamer.  Stelt een journaal van de inzet op.

3.2.

Commando Plaats Incident (CoPI)

Op de plaats van het incident wordt uitvoering gegeven aan de bestrijding en multidisciplinaire coördinatie van incident, ramp of crisis door een CoPI. Het CoPI richt zich op de bronbestrijding en operationele effecten. Taken CoPI  Bronbestrijding en operationele effecten: inzetten, coördineren en aansturen van eenheden op de plaats van en nabij het incident  Verzamelen en verwerken van operationele informatie  Scenariodenken op de korte termijn en signaleren van knelpunten  Escaleren van mogelijke bestuurlijke vraagstukken  Bepalen en monitoren van uitvoerende en ondersteunende taken  Besluiten tot inzetten taakorganisatie(s) Op- en afschalen  LC Op- en afschalen tot en met GRIP 2  OvD Opschalen tot en met GRIP 2. Locatie Plaats incident Bezetting  LC  IM CoPI  OvD Communicatie  OvD Bevolkingszorg  OvD Brandweer  OvD Geneeskundig  OvD Politie Operationeel: 30 minuten na alarmering Uitbreiding Op uitnodiging LC:  adviseurs (functionele / algemene keten);  partners, experts. Operationeel: zo snel als mogelijk

conceptversie - 10

Bevoegdheid De LC en de OvD’s zijn ook gemandateerd, om op basis van het van toepassing verklaren van een scenario uit een rampbestrijdingsplan, het daarbij vastgestelde GRIP-niveau te maken. Verantwoordelijkheden LC

    

Leidt het besluitvormingsproces binnen het CoPI en bewaakt de uitvoering van de taken van het CoPI. Heeft regie over het multidisciplinaire optreden van de hulpverleningsdiensten en crisispartners ter plaatse. Neemt besluiten ten behoeve van de operatie (bronbestrijding en operationele effecten). Borgt bij GRIP 1 de gouden lijn. Borgt de aansturing van de taakorganisatie(s).

IM CoPI  Verantwoordelijk voor de multidisciplinaire coördinatie van het informatieproces in het CoPI.  Voert regie op het multidisciplinair totaalbeeld bij GRIP 1.  Verwerkt gegevens in het CoPI beeld en voor zover mogelijk geverifieerd. OvD  

Neemt deel aan het CoPI voor multidisciplinaire coördinatie en afstemming. Geeft operationeel leiding aan het monodisciplinaire optreden voor de operatie (bronbestrijding en operationele effecten)3.

3.3.

Regionaal Operationeel Team (ROT)

De OL is verantwoordelijk voor de inzet van de crisisorganisatie bij een incident, ramp of crisis en is daarnaast verantwoordelijk voor het informeren en adviseren van de burgemeester. Hij wordt hierbij ondersteund door een communicatieadviseur ROT en een IM ROT. Samen vormen zij het ROT. De OL kan besluiten het ROT uit te breiden met algemeen commandanten (AC’s) van de kolommen, en met vertegenwoordigers van partners en experts. Taken ROT  Ondersteunen / faciliteren van het CoPI.  Coördineren van de operatie.  Bewaken continuïteit multidisciplinaire operationele inzet.  Beslissen over verdeling van schaarste.  Scenariodenken (zowel operationeel als bestuurlijk).  Bij dreigende of voorzienbare crises; inschatten potentiële impact risico, verduidelijken kans, voorbereiding en afstemming met betrokken partners.  Adviseren burgemeester of VZ over bestuurlijke vraagstukken.

Voor de beschrijving van de monodisciplinaire taken van de OvD’s wordt verwezen naar monodisciplinaire documenten.

3

conceptversie - 11

Op- en afschalen OL: op- en afschalen tot en met GRIP 3. Locatie Stad- of gemeentehuis getroffen gemeente. Bij een inzet zonder en/of met meer plaats(en) incident, of in een niet acute fase, op de hoofdlocatie van de veiligheidsregio. Of via digitale videoverbinding locatie onafhankelijk. Bezetting  OL  IM ROT  Communicatieadviseur ROT Operationeel: 30 minuten na alarmering Uitbreiding Op uitnodiging OL:  AC Brandweer  AC Geneeskundig  AC Politie  AC Bevolkingszorg  Partners / experts Operationeel: 45 minuten na alarmering Bevoegdheid De OL is gemandateerd de operationele leiding te nemen namens de burgemeester of VZ. Verantwoordelijkheden OL

   

Draagt de verantwoordelijkheid over het operationele optreden. Voorziet de burgemeester of de VZ namens alle operationele hulpdiensten van advies. Borgt vanaf GRIP 2 de gouden lijn. Stemt af met de AC’s, partners en experts.

IM ROT  Verantwoordelijk voor de multidisciplinaire coördinatie van het informatieproces in het ROT.  Voert regie op het multidisciplinair totaalbeeld bij GRIP 2.  Gegevens worden in het ROT beeld en voor zover mogelijk geverifieerd. Communicatieadviseur ROT  Informeert het ROT over het (sociale) mediabeeld op basis van omgevingsanalyses en adviseert over de communicatiestrategie.

conceptversie - 12

3.4.

Gemeentelijk Beleidsteam (GBT)

Een burgemeester is vanaf de eerste uren van een incident, ramp of crisis betrokken via de gouden lijn. Als de burgemeester behoefte heeft aan bestuurlijke advisering, uitvoering geven van deze adviezen en/of het inperken van effecten in de nafase kan hij een gemeentelijk beleidsteam alarmeren. Dit betreft een team dat door de burgemeester kan worden aangevuld als de situatie hierom vraagt. Taken GBT  Adviseren van de burgemeester over besluiten op bestuurlijk niveau.  Ondersteunen burgemeester bij het uitvaardigen van (nood)bevelen of noodverordeningen.  Ondersteunen burgemeester bij het nemen van een besluit over het aanvragen van bijstand.  Adviseren burgemeester over de communicatieboodschap en de inzet van communicatiemiddelen. Op- en afschalen Burgemeester: op- en afschalen tot en met GRIP 3. Locatie Stad- of gemeentehuis getroffen gemeente. Bezetting  Burgemeester  Adviseur crisisbeheersing  Gemeentesecretaris  OL  IM ROT  Communicatieadviseur ROT Operationeel: 60 minuten na alarmering Uitbreiding Op uitnodiging burgemeester:  Adviseurs (functionele / algemene keten);  Partners, experts  Notulist Operationeel: zo snel als mogelijk

conceptversie - 13

Bevoegdheid Burgemeester (als bevoegd gezag):  De burgemeester is bevoegd toepassing te geven aan: o de artikelen 4 tot en met 7 van de Wet veiligheidsregio’s; o de artikelen 172 tot en met 177 van de Gemeentewet, met uitzondering van artikel 176, derde tot en met zesde lid; o de artikelen 11, 14, eerste lid, 56, eerste en vierde lid, en 62 van de Politiewet 2012; o de artikelen 5 tot en met 9 van de Wet openbare manifestaties. Verantwoordelijkheden Burgemeester  Neemt besluiten gericht op zijn/haar rol als boegbeeld en burgervader/-moeder, zet (nood)bevoegdheden in en kan vanuit zijn systeemverantwoordelijkheid ingrijpen in de crisisorganisatie.  Bepaalt het moment waarop bestuurlijk wordt op- of afgeschaald.  Informeert en stemt af met andere bestuurlijke autoriteiten.  Informeert en stemt af met partners.  Brengt na afloop een schriftelijk verslag uit aan de gemeenteraad over het verloop van de gebeurtenissen en de besluiten die hij heeft genomen. Adviseur crisisbeheersing  Adviseert de burgemeester over openbare orde en openbare veiligheid, de (nood)bevoegdheden van de burgemeester en de uitvoering van de te nemen maatregelen in de eigen gemeente. Gemeentesecretaris  Adviseert de burgemeester over bestuurlijke aspecten.

 Neemt na einde GRIP de overdracht van de crisisorganisatie naar de gemeente aan en stemt met de hoogst leidinggevende van Bevolkingszorg af hoe de nafase uitgevoerd wordt en of de crisisorganisatie ook na afschalen betrokken moet blijven. OL

   

Schetst namens alle diensten een beeld van de situatie en de operationele inzet. Voorziet de burgemeester namens alle operationele hulpdiensten van bestuurlijk advies en faciliteert de burgemeester in al zijn of haar rollen. Adviseert de burgemeester over de samenstelling van het GBT en organiseert het contact met partners en/of experts. Borgt continu de verbinding tussen operatie en bestuur (gouden lijn) door contact te onderhouden met de LC.

IM ROT  Verantwoordelijk voor de multidisciplinaire coördinatie van het informatieproces in het GBT.  Voert regie op het multidisciplinair totaalbeeld bij GRIP 3. Communicatieadviseur ROT  Informeert het GBT over het (sociale) mediabeeld op basis van omgevingsanalyses en adviseert over de communicatiestrategie.

conceptversie - 14

3.5.

Regionaal Beleidsteam (RBT)

Op het moment dat de VZ een RBT bijeenroept, is daarmee op grond van artikel 39 Wvr formeel sprake van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Een deel van de wettelijke bevoegdheden voor de rampenbestrijding en het handhaven van de openbare orde gaan dan over van de burgemeester naar de VZ. Wanneer er een RBT bijeengeroepen is, worden er geen GBT’s bemenst door de crisisorganisatie. Burgemeesters kunnen wel gebruik maken van de ingezette informatie- en communicatielijnen. Daarnaast ziet de Commissaris van de Koning (CdK) toe op de samenwerking in het RBT en kan daartoe aanwijzingen geven. Taken RBT  Adviseren van de VZ ten aanzien van besluiten op bestuurlijk niveau.  Ondersteunen VZ bij het uitvaardigen van (nood)bevelen of noodverordeningen.  Ondersteunen VZ bij het nemen van een besluit over het aanvragen van bijstand.  Adviseren VZ over de communicatieboodschap en de inzet van communicatiemiddelen.

Op- en afschalen VZ : op- en afschalen tot en met GRIP 54 Locatie In overleg met RBT-leden via videobellen of fysiek in gemeentehuis van Olst-Wijhe Bezetting  VZ  Burgemeesters betrokken gemeenten  Hoofdofficier van justitie (HOvJ)  Coördinerend functionaris gemeenten  OL  IM ROT  Communicatieadviseur ROT Operationeel: 90 minuten na alarmering Uitbreiding Op uitnodiging VZ:  Adviseurs (functionele / algemene keten);  Partners, experts  Notulist Operationeel: zo snel als mogelijk

4

Opschalen naar GRIP 5 gebeurt in afstemming met de voorzitter(s) veiligheidsregio van de betrokken regio(‘s).

conceptversie - 15

Bevoegdheid De VZ (als bevoegd gezag):  Op grond van artikel 39 Wvr is de VZ bij uitsluiting bevoegd toepassing te geven aan: o de artikelen 4 tot en met 7 van de Wet veiligheidsregio’s; o de artikelen 172 tot en met 177 van de Gemeentewet, met uitzondering van artikel 176, derde tot en met zesde lid; o de artikelen 11, 14, eerste lid, 56, eerste en vierde lid, en 62 van de Politiewet 2012; o de artikelen 5 tot en met 9 van de Wet openbare manifestaties.

Verantwoordelijkheden VZ

     

Neemt besluit om GRIP 4 te maken indien er sprake is van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis of ernstige vrees van het ontstaan daarvan. Neemt besluiten gericht op zijn/haar rol als boegbeeld en burgervader/-moeder, zet (nood)bevoegdheden in en kan vanuit zijn systeemverantwoordelijkheid ingrijpen in de crisisorganisatie. Bepaalt het moment waarop bestuurlijk wordt op- of afgeschaald. Informeren van en afstemmen met andere bestuurlijke autoriteiten. Informeren van en afstemmen met partners. Het uitbrengen van een schriftelijk verslag na afloop aan de raden van de getroffen gemeenten over het verloop van de gebeurtenissen en de besluiten die hij heeft genomen.

Betrokken burgemeester(s)  Adviseert aan de voorzitter veiligheidsregio over besluiten op de coördinatie van een incident / ramp / crisis.  Neemt besluiten gericht op zijn/haar overgebleven rollen en bevoegdheden in eigen gemeente, namelijk als boegbeeld en burgervader/-moeder en het inzetten van (nood)bevoegdheden. HOvJ  Is binnen de crisisbeheersing verantwoordelijk voor de straf rechtelijke handhaving van de rechtsorde (Politiewet, art. 13). OL

   

Schetst namens alle diensten een beeld van de situatie en de operationele inzet. Voorziet de VZ namens alle operationele hulpdiensten van bestuurlijk advies en faciliteert de VZ in al zijn of haar rollen. Adviseert de VZ ter over de samenstelling van het RBT en organiseert het contact met partners en/of experts. Borgt continu de verbinding tussen operatie en bestuur (gouden lijn) door contact te onderhouden met de LC.

Communicatieadviseur ROT  Informeert het RBT over het (sociale) media beeld op basis van een omgevingsanalyse en adviseert over de communicatiestrategie.

conceptversie - 16

IM ROT  Verantwoordelijk voor de multidisciplinaire coördinatie van het informatieproces in het RBT.  Voert regie op het multidisciplinair totaalbeeld vanaf GRIP 4.

3.6.

Ondersteunende structuren

Taakorganisatie Een crisisteam kan besluiten om voor een specifieke opdracht of taak een taakorganisatie in te zetten. De samenstelling van een taakorganisatie is afhankelijk van de opdracht of taak die de taakorganisatie krijgt. Het crisisteam blijft leidend. Actiecentrum De kolommen kunnen naar eigen inzicht een actiecentrum opstarten. Een actiecentrum ondersteunt de operationele eenheden van de eigen kolom. De wijze van inrichten is naar eigen invulling. Actiecentra zorgen ten minste voor een aanspreekpunt (AC). Ze houden hun werkzaamheden bij in LCMS en delen de multidisciplinaire informatie via het Hoofd informatie (HIN)). Taken actiecentrum Het actiecentrum ondersteunt de functionarissen en processen die bij de bronbestrijding en operationele effecten actief zijn. Locatie Derde etage Marsweg, Zwolle. Bezetting  AC  HIN / informatiecoördinator (ICO) / informatiemanager Politie (IM-P) Uitbreiding  Hoofd ondersteuning (HON)  Andere medewerkers Verantwoordelijkheden AC  Stuurt het actiecentrum en de monodisciplinaire taakorganisatie aan en faciliteert de eigen kolom.  Draagt, proactief of op verzoek van de OL, bij aan scenariodenken, verdeling van schaarste en / of het adresseren van bestuurlijke vraagstukken  Draagt verantwoording voor een goede samenwerking tussen de actiecentra.

HIN / ICO / IM-P  Haalt en brengt informatie vanuit de eigen kolom naar de andere kolommen en partners.  Verantwoordelijk voor het mono en multidisciplinaire beeld van de eigen kolom in LCMS.  Deelt het mono- en multidisciplinaire beeld met het eigen actiecentrum.

conceptversie - 17

4. Opschalingsmodellen 4.1.

Acute situaties

Bij een acute situatie moet er onder tijdsdruk direct door de crisisorganisatie gehandeld worden. GRIP

Crisisteam

Operationele Bevoegd leiding gezag

GRIP 1 • Operationeel optreden bronbestrijding en operationele effecten • Behoefte aan multidisciplinaire coördinatie ter plaatse

• •

Meldkamer CoPI

LC

Burgemeester

GRIP 2 • Ondersteuning en advies aan CoPI en bestuurder • Behoefte aan multidisciplinaire coördinatie ruimer dan alleen ter plaatse

• • •

Meldkamer CoPI ROT

OL

Burgemeester

GRIP 3 • Bestuurlijk optreden • Behoefte aan multidisciplinaire coördinatie in de omstandigheid dat bestuurlijke opgaven voor de burgemeester vragen om ondersteuning door een GBT

• • • •

Meldkamer CoPI ROT GBT

OL

Burgemeester

GRIP 4 • Meer gemeenten betrokken • Behoefte aan multidisciplinaire en bestuurlijke coördinatie en leiding bij een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis of ernstige vrees voor het ontstaan ervan

• • • •

Meldkamer CoPI ROT RBT

OL

VZ

GRIP 5 • Meer regio’s betrokken • Behoefte aan multidisciplinaire en bestuurlijke coördinatie bij een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis in meer regio’s of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan

•

Meldkamer in elke betrokken regio CoPI in elke betrokken regio ROT in elke betrokken regio RBT in elke betrokken regio

OL’s5

Voorzitters veiligheidsregio6

• • •

5 De VZ’s wijzen een coördinerend OL / ROT aan. 6 De VZ’s wijzen een coördinerend VZ aan.

conceptversie - 18

4.2.

Niet acute situaties

Bij een niet acute situatie is er meer tijd beschikbaar voor afstemming in de crisisorganisatie en met andere bevoegde gezagen, partners en experts omdat de noodzaak om direct te handelen (nog) niet acuut is. Bij een niet acute situatie herkennen we de volgende twee vraagstukken: Dreigend Multidisciplinaire afstemming en advisering over de aanpak van dreigende, risicovolle situaties waarbij mate en/of soort van risico’s nog onduidelijk zijn. Voorzienbaar Multidisciplinaire afstemming en advisering over de aanpak van voorzienbare risicovolle situaties (grote evenementen, demonstraties). Bij een dreigende of voorzienbare verstoring ligt de focus op het verduidelijken van de kans en impact van potentiële risico’s. Doelstelling is om de overgang naar de (mogelijke) acute situatie zo soepel mogelijk te laten verlopen. In deze situatie worden de belangrijke risico’s geanalyseerd en scenario’s uitgewerkt. Bij niet acute incidenten, rampen of crises wordt vanuit dezelfde basis gewerkt als tijdens acute situaties. De OL is hierin de ‘spelverdeler’ en bepaalt op basis van de behoefte welke crisisfunctionarissen worden ingezet en of er wel of niet GRIP wordt afgekondigd.

4.3.

Nafase

Na elk incident, ramp of crisis is er sprake van een nafase. De nafase wordt gebruikt om de ontstane situatie te herstellen en zo snel als mogelijk terug te keren naar de normale situatie. De verantwoordelijkheid voor de nafase ligt na een overdracht door de crisisorganisatie bij de betrokken gemeente(n) of een andere staande organisatie. Deze staande organisatie stemt met de hoogst leidinggevende binnen de kolom Bevolkingszorg af hoe de overdracht plaatsvindt. De crisisorganisatie streeft naar een zo snel als mogelijke overdracht aan de staande organisatie(s) en gaat ervan uit dat de staande organisaties zich daarvan bewust zijn.

4.4.

Incidenten

Naast een ramp of crisis, kan de crisisorganisatie ook ondersteunen bij incidenten. Gecoördineerde inzet van diensten of organisaties is (nog) niet nodig, maar de impact is dusdanig dat het incident niet kan worden opgepakt binnen de reguliere processen. Een gemeente of organisatie kan een beroep doen op de crisisorganisatie via de OL, die vervolgens in afstemming met bestuur bepaalt hoe en op welke wijze de crisisorganisatie kan ondersteunen en welke crisisfunctionarissen hierbij betrokken moeten worden.

conceptversie - 19

5. Processen en procesverantwoordelijkheid De inhoud bepaalt de structuur van de crisisorganisatie, en niet andersom. Dit doen we door de processen centraal te stellen bij de aanpak van (niet) acute incidenten, rampen en crises. De crisisorganisatie kent zes voorwaardenscheppende processen:  melding en alarmering;  op- en afschaling;  leiding en coördinatie;  informatiemanagement;  crisiscommunicatie;  personeelszorg en logistiek.

5.1.

Melding en alarmering

Definitie Alle activiteiten, gericht op het bedrijfszeker, effectief en tijdig aannemen, verwerken en registreren van de gegevens over een incident of crisis en het alarmeren en/of informeren van de juiste eenheden, functionarissen, instanties en andere hulpbronnen. Randvoorwaarden  Het verkrijgen, verifiëren en combineren van de essentiële gegevens van een ramp, crisis of incident en deze gegevens vastleggen in het meldkamersysteem.  De noodzakelijke gegevens over een incident of crisis tijdig beschikbaar stellen in het informatiesysteem van Veiligheidsregio IJsselland. De melding bevat gegevens op basis waarvan de Meldkamer Oost-Nederland (MON) de juiste hulp- en inzetbehoefte bepaalt.  De initieel benodigde hulp is zo snel mogelijk gealarmeerd door de MON en zo effectief mogelijk beschikbaar. In een acute situatie verloopt de alarmering van operationele teams (CoPI, ROT) via de pager. Alarmering van de burgemeester, voorzitter veiligheidsregio, GBT en RBT verloopt via de telefoon. In een niet acute situatie is alarmering per pager niet noodzakelijk.

5.2.

Op- en afschaling

Definitie Opschaling is een combinatie van een intake (melding) en een inzet (alarmering en eventuele vervolgalarmeringen en aflossingen). Afschalen is een combinatie van verlagen (coördinatieniveau naar beneden en overdragen incident aan mono kolommen en partners) en afronden (crisisfunctionarissen zijn weer inzetbaar en de nazorgfase is gestart). Op- en afschaling betekent het veranderen van het functioneren van de hulpdiensten en gemeentelijke organisatie vanuit de dagelijkse situatie (staande organisatie) naar één (regionale) crisisorganisatie, en vice versa. Randvoorwaarden  Binnen de meldkamer wordt geregeld dat de reguliere werkzaamheden – naast  de opgeschaalde situatie – voortgang hebben.  Het niveau van opschaling is continu op de specifieke kenmerken van de situatie  afgestemd, zodat verandering van structuur, werkprocessen en procedures maximaal blijft aansluiten bij aard, omvang en niveau van de situatie.  Op- en afschaling vindt plaats op basis van de GRIP-regeling.

conceptversie - 20

Elke kolom kan, naar eigen behoefte, monodisciplinair op- en afschalen zolang dit niet strijdig is met de multidisciplinaire keuzes.

5.3.

Leiding en coördinatie

Definitie Het aansturen en samenbrengen van alle hulpdiensten om te komen tot een effectieve besluitvorming rondom alle processen, teams en functionarissen. Het uitgangspunt is om de besluitvorming zo laag mogelijk in de organisatie weg te zetten. Randvoorwaarden Alle disciplines werken vanuit één gezamenlijk, actueel beeld. Op het niveau van de benodigde leiding en coördinatie, vindt continue monitoring van de bestrijdingsresultaten en inzet plaats, wat mede de basis vormt voor het (her)beoordelen en zo nodig bijstellen van besluiten. Er is daartoe een haal- en brengplicht voor zowel de leiding van teams als voor de potentiële leden van die teams. In verbinding komt leiding en coördinatie tot haar recht.

5.4.

Informatiemanagement

Definitie Informatiemanagement is het totaal aan activiteiten om de juiste informatie tijdig en in de juiste vorm, aan de juiste personen beschikbaar te stellen7. Kortom, het verzamelen, analyseren, filteren en doorgeleiden van de informatie die relevant is voor de crisisbeheersing. Randvoorwaarden  Alle functionarissen in de crisisorganisatie zijn verantwoordelijk voor het snel en actief delen (brengen en halen) van informatie als basis voor een actuele beeldvorming.  Elke kolom en partner is verantwoordelijk voor haar eigen monodisciplinaire informatieproces.  Het multidisciplinaire beeld wordt bijgehouden door de IM ROT. Zolang de IM ROT niet actief is door de IM COPI en voordat de IM COPI actief is door de CaCo.  De IM CoPI achtervang is bevoegd het beeld te verrijken namens de IM CoPI  De ICO bewaakt de samenhang in de beelden van de teams en kolommen en gekoppelde partners ter ondersteuning van de IM ROT.  Valideren van informatie (betrouwbaar en identiteit van de bron bepalen).  Informatiemanagement is ingericht volgens de principes van het netcentrisch werken.  Informatie-uitwisseling in opgeschaalde situaties en voorbereidende situaties wordt geborgd in LCMS.

 Informatiemanagement kent de volgende producten: o monodisciplinaire beelden: Brandweer, Politie, Bevolkingszorg, Geneeskundige Zorg, Crisiscommunicatie en andere partners; o multidisciplinaire beelden: meldkamer, CoPI, ROT, GBT / RBT; o situatiebeeld: samengesteld tekstueel en geografische beeld; o totaalbeeld: situatiebeeld + monodisciplinaire en multidisciplinaire beelden.  Bij acute en niet acute situatie wordt informatiemanagement uitgevoerd door de IM en / of het VIC.

7 Afkomstig uit Referentiekader Netcentrische Crisisbeheersing, 2015, IFV

conceptversie - 21

Veiligheidsinformatiecentrum Veiligheidsregio IJsselland beschikt over een VIC. Het VIC ondersteunt het informatie- en communicatieproces voorafgaand, tijdens en na de crisis. Het VIC zorgt voor informatieproducten voor de crisisorganisatie. Dit betreft een bredere benadering dan alleen de multidisciplinaire informatiemanagementorganisatie voor de crisisbeheersing ten tijde van GRIP. Om ook buiten crises een goede informatiepositie te hebben, is er in het reguliere werkproces van de veiligheidsregio een VIC ingericht.

5.5.

Crisiscommunicatie

Doel van crisiscommunicatie is:  informatievoorziening (feiten):  

Wat is er gebeurd? Wat doet de overheid? betekenisgeving (duiding): Wat betekent dit voor de samenleving? schadebeperking (handelingsperspectief): Wat kunnen mensen zelf doen?

Definitie Crisiscommunicatie is het verspreiden van juiste, tijdige, eenduidige en begrijpelijke informatie over en tijdens een crisis, ramp of incident. De informatie sluit aan bij wat burgers willen en moeten weten en bij de houding van de buitenwereld ten opzichte van de gebeurtenis. Randvoorwaarden  Betrokken partners stemmen voor een eenduidige communicatieboodschap hun informatie op elkaar af, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid.  Bij incidenten, rampen en crises maken we zoveel mogelijk gebruik van bestaande communicatiekanalen en -middelen.  Het proces crisiscommunicatie is onderdeel van de gemeentelijke taken.  Afhankelijk van het niveau van opschaling, is er aansturing van het communicatieproces door de LC, OL of burgemeester / VZ via de OvD of AC Communicatie.

5.6.

Personeelszorg en logistiek

Definitie Personeelszorg is het tijdig zorgen voor herbezetting, restdekking en aflossing van personeel. Logistiek is het zorgdragen van mensen en middelen, zoals eten en drinken, sanitaire voorzieningen, verlichting en brandstof. Randvoorwaarden  Personeelszorg en logistiek is een monodisciplinaire verantwoordelijkheid. In de praktijk worden logistieke taken op en nabij plaats incident vaak uitgevoerd door de brandweer, zoals eten en drinken en sanitaire voorzieningen. Hierbij is ook aandacht voor onze inwoners, bedrijven en instellingen die deelnemen aan initiatieven.  De verantwoordelijkheid voor de voorzieningen en logistieke taken op locaties van Veiligheidsregio IJsselland liggen bij de veiligheidsregio. In crisisruimtes op de staden gemeentehuizen ligt deze verantwoordelijkheid bij de gemeentesecretaris van de gemeente.

conceptversie - 22

6. Samenwerken met partners 6.1.

Convenanten en samenwerkingsafspraken

Tijdens een incident, ramp of crisis wordt er met veel verschillende (crisis)partners , (boven)regionaal samengewerkt. Ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid. Met een aantal partners heeft Veiligheidsregio IJsselland, de gemeenten in de regio en de Politie OostNederland samenwerkingsafspraken gemaakt. Het doel van deze afspraken is dat partners gezamenlijk voorbereidingen treffen en dat de coördinatie bij de aanpak van een ramp of crisis tot stand komt. Bij een grensoverschrijdend incident met Duitsland worden er grensliaisons ingezet.

6.2.

Veilig leven

Een doelstelling van het programma Veilig leven is om het veiligheidsbewustzijn te stimuleren. We betrekken inwoners, bedrijven en instellingen bij het bewust worden van risico’s en veilig handelen. We willen burgerkracht benutten en de samenwerking tussen inwoners, organisaties en hulpdiensten en de crisisorganisatie versterken. In samenwerking met het programma Veilig leven wordt hier verder inhoud aan gegeven.

6.3.

Nationale crisisstructuur

De hoofdlijnen van het crisisbeheersingsbeleid en van het stelsel van de nationale crisisorganisatie zijn vastgelegd in het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming. Het handboek is van toepassing op situaties, waarbij de nationale veiligheid in het geding is of kan zijn, of die anderszins een grote maatschappelijke impact (kunnen) hebben. In dergelijke situaties draagt de rijksoverheid op politiek- bestuurlijk niveau zorg voor coördinatie en besluitvorming over maatregelen en voorzieningen die moeten worden getroffen.

6.4.

Driehoeksoverleg

Artikel 13 van de Politiewet 2012 voorziet in de mogelijkheid tot een driehoeksoverleg. Het driehoeksoverleg is een overleg tussen twee gezagsdragers (de burgemeester en de HOvJ en een politiechef. In geval van een incident, ramp of crisis kan een driehoeksoverleg wenselijk zijn wanneer afstemming nodig is tussen de burgemeester en de HOvJ over de inzet van de politie ten behoeve van de handhaving van de openbare orde en de hulpverlening en de taken ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Doel van het overleg is om de strafrechtelijke en bestuurlijke instrumenten zo goed mogelijk afgestemd toe te passen. De burgemeester en de HOvJ staan niet in een hiërarchische verhouding tot elkaar. Het driehoeksoverleg en een GBT of RBT kunnen ten tijde van een incident, ramp of crisis beide noodzakelijk zijn. De OL is verantwoordelijk om bevoegde gezagsorganen van de benodigde informatie te voorzien. Het uitgangspunt is dat de OL aansluit bij het driehoeksoverleg om de informatielijn en afgesproken acties tussen het driehoeksoverleg en de multidisciplinaire inzet op elkaar afgestemd te houden.

6.5.

Bijstand en steun

Voor aanvraag van bijstand op basis van de Wet veiligheidsregio’s, niet zijnde onderlinge steunverlening, wordt verwezen naar het Handboek Bijstand van Ministerie Justitie en Veiligheid en naar de ‘Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake wederzijdse bijstandsverlening bij het bestrijden van rampen, zware ongevallen daaronder begrepen’. Dit handboek gaat in op de coördinatie van de bijstand in het kader van de Wet op de Veiligheidsregio’s en de Politiewet 1993; inclusief alle vormen van militaire bijstand.

conceptversie - 23

Een kolom regelt zelf de onderlinge steunaanvragen voor de eigen kolom op basis van samenwerkingsafspraken. Aanvragen van bijstand op basis van de Wvr via het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum (LOCC) worden multidisciplinair gecoördineerd door de hoogste operationeel leidinggevende.

conceptversie - 24

7.1. Bijlagen

conceptversie - 25

7.1. Afkortingen AB AC Bvr CaCo CdK CoPI GBT GRIP HOvJ IM CoPI IM ROT LC LCMS LOCC MON OL OvD RBT ROT VIC VZ Wvr

algemeen bestuur Algemeen Commandant Besluit Veiligheidsregio’s Calamiteitencoördinator Commissaris van de Koning Commando Plaats Incident Gemeentelijk Beleidsteam Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure Hoofdofficier van Justitie Informatiemanager CoPI Informatiemanager ROT Leider CoPI Landelijk Crisis Management Systeem Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum Meldkamer Oost-Nederland Operationeel Leider Officier van Dienst Regionaal Beleidsteam Regionaal Operationeel Team Veiligheidsinformatiecentrum Voorzitter Veiligheidsregio Wet Veiligheidsregio’s

conceptversie - 26

7.2. Monodisciplinaire processen Bevolkingszorg Acute zorg o Opvang en verzorging o Registratie slachtoffers, incl. verwanten informatie Herstelzorg o Nazorg o Collectieve rouwverwerking o Registratie schade o Omgevingszorg

Brandweerzorg Bron- en emissiebestrijding o Brandbestrijding o Hulpverlening o Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen o Waterongevallenbestrijding Grootschalige ontsmetting o Ontsmetten mens en dier o Ontsmetten voertuigen Grootschalige redding Verkennen van gevaarlijke stoffen Waarschuwen bevolking

Crisiscommunicatie Persvoorlichting Publieksvoorlichting

Gezondheidszorg Acute gezondheidszorg o Triage o Behandelen o Vervoeren Publieke gezondheidszorg o Psychosociale hulpverlening (PSH) o Gezondheidsonderzoek bij rampen (GOR) o Infectieziektebestrijding (IZB) o Medische milieukunde (MMK)

conceptversie - 27

Politiezorg Ordehandhaving o Crowdmanagement o Crowdcontrol o Handhaven netwerken o Riotcontrol o Ontruimen Mobiliteit o Dynamische verkeersgeleiding o Statische verkeersgeleiding Opsporing o Tactische opsporing o Technische forensische opsporing o Intelligence o Recherchemaatregelen o Specialistische recherchetoepassingen o Specialistische forensische opsporing Interventie o Politioneel onderhandelen o Specialistische observatie o Specialistische operaties o Explosievenverkenning o Aanhouding en ondersteuning Bewaken en beveiliging o Bewaken en beveiligen van personen o Bewaken en beveiligen van objecten en diensten

conceptversie - 28

Colofon Dit crisisplan is een uitgave van de Veiligheidsregio IJsselland, opgesteld in samenspraak met vele crisisfunctionarissen in IJsselland, bestuurders en onze partners. Daarvoor veel dank. Citaten en overname is toegestaan, mits bronvermelding wordt toegepast. Tijdens kantooruren zijn wij bereikbaar via telefoonnummer 088-1197000.

conceptversie - 29

DEKKINGSPLAN 2022 (concept)

Integrale brandweerzorg op basis van de landelijke handreiking

Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................. 3 1. Inleiding ............................................................................................................................. 4 1.1 Historie en aanleiding .................................................................................................. 4 1.2 Leeswijzer ................................................................................................................... 4 1.3 Uitgangspunten ........................................................................................................... 5 2. Dekking bijstellen: huidige brandweerzorg (processtap 1) ................................................. 6 2.1 Interne ontwikkelingen ................................................................................................. 6 2.2 Externe ontwikkelingen ................................................................................................ 8 3. Beschrijving dekking (processtap 2) ............................................................................... 10 3.1 Snelheid ....................................................................................................................

10 3.2 Capaciteit: slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten .................................. 13 3.3 Paraatheid ................................................................................................................. 15 3.4 Werkdruk op basis van alarmeringsfrequentie ........................................................... 17 4. Beoordeling dekking ....................................................................................................... 20 4.1 Beoordeling snelheid ................................................................................................. 20 4.2 Beoordeling capaciteit ............................................................................................... 24 4.3 Beoordeling paraatheid .............................................................................................. 26 4.4 Beoordeling werkdruk op basis van alarmeringsfrequentie ........................................ 27 4.5 Totaalbeoordeling IJsselland ..................................................................................... 27 4.6 Totaalbeoordeling per gemeente ............................................................................... 28 4. Aanbevelingen................................................................................................................ 37 5.

Bijlagen .......................................................................................................................... 38 Bijlage 1: bronnen en parameters berekeningen ................................................................. 39 Voor berekeningen snelheid & capaciteit. ......................................................................... 39 Voor berekeningen grootschalig brandweeroptreden (GBO) ............................................ 39 Voor alarmeringsfrequentie .............................................................................................. 39 Bijlage 2: afspraken buiten dienst zetten van posten ........................................................... 40 Afspraken ......................................................................................................................... 40 Bijlage 3: lijst met aandachtsobjecten .................................................................................. 41

2

Voorwoord Volgt na vaststelling.

3

1. Inleiding 1.1 Historie en aanleiding

Op grond van artikel 14 van de Wet Veiligheidsregio’s dient het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio vierjaarlijks, of wanneer de situatie binnen de veiligheidsregio significant is gewijzigd, een dekkingsplan vast te stellen. Het voorgaande dekkingsplan eindigde oorspronkelijk in 2018, echter vanwege de deelname van onze veiligheidsregio aan de landelijke Pilot Gebiedsgerichte Opkomsttijden, is besloten dit plan te verlengen. Vanwege vertraging van het landelijke project is het bestuur uiteindelijk gevraagd de geldigheidsduur van het voorgaande dekkingsplan te verlengen tot de vaststelling van dit plan. Met dit nieuwe dekkingsplan worden de objectgerichte opkomsttijden, welke we voorheen gebruikten, losgelaten. Deze worden vervangen door gebiedsgerichte opkomsttijden. De reden waarom dit gebeurt en de keuze voor deze werkwijze vragen om een toelichting. De eerste contouren om te komen tot een andere werkwijze werden reeds zichtbaar in het inspectierapport Ter Plaatse1 waarin werd geconstateerd dat de genoemde opkomsttijden slechts marginaal werden behaald. Dit gegeven werd vervolgens meegenomen in het landelijke rapport ‘RemBrand: Brandveiligheid is coproductie’ uit 2015. De conclusie van het rapport is dat brandveiligheid uiteindelijk altijd een ketenresultaat is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11909990/2