CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

1c. Ruimtelijke motivering TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn

gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststelling wijziging omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn'12.466 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

61 alinea's met “omgevingsplan”: 1 5 25 34 35 37 41 45 48 49 51 52 54 55 61 65 66 67 69 83 90 93 94 98 104 112 117 124 129 140 143 150 167 168 171 177 186 198 201 209 …

TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn

Inhoudsopgave

Ruimtelijke motivering

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 Het omgevingsplan 1.4 De bij het besluit horende stukken

6 6 6 7 8

Hoofdstuk2 Wijziging van de fysieke leefomgeving 2.1 Huidige situatie 2.2 Gewenste situatie

9 9 10

Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

12 12 12 17

Hoofdstuk4 Bescherming van gezondheid en milieu 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Geur 4.5 Trillingen 4.6 Licht 4.7 Gezondheid

21 21 22 23 23 24 24 25

Hoofdstuk5 Bescherming van de waterbelangen 5.1 Algemeen 5.2 Watertoets 5.3 Conclusie

26 26 26 27

Hoofdstuk6 Waarborgen van de veiligheid 6.1 Wettelijk kader 6.2 Situatie plangebied 6.3 Conclusie

28 28 28 29

Hoofdstuk7 Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed 7.1 Cultureel erfgoed 7.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 7.3 Landschappelijke waarden 7.4 Ruimtelijke kwaliteit en welstand

30 30 31 31 32

Hoofdstuk8 Natuurbescherming 8.1 Algemeen 8.2 Gebiedsbescherming 8.3 Soortenbescherming 8.4 Conclusie natuurbescherming

35 35 35 36 36

Hoofdstuk9 Behouden van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen 9.1 Beperkingengebieden 9.2 Kabels en leidingen

37 37 37

Hoofdstuk10 Milieueffectrapportage 10.1 Wettelijk kader

38 38

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 2

10.2 10.3

Situatie plangebied Conclusie

38 38

Hoofdstuk11 Uitvoerbaarheid 11.1 Economische uitvoerbaarheid 11.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

39 39 39

Hoofdstuk12

41

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 3

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 4

Ruimtelijke motivering

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Eugenboersdijk 8 te Collendoorn is een loonbedrijf aanwezig. Dit perceel bevindt zich in het woongebied Marslanden. Het loonbedrijf is daarom omsloten door woonfuncties, waardoor er weinig ruimte meer bestaat voor uitbreiding. Tevens bestaan er concrete plannen om de Marslanden uit te breiden. Voor de toekomstmogelijkheden van zowel de omliggende woonwijken als het bedrijf zelf is het daarom wenselijk om het loonbedrijf te verplaatsen. Het huidige bedrijfsperceel is inmiddels ook door de gemeente aangekocht. Gelet op bovenstaande is het plan om het loonbedrijf, inclusief bedrijfswoning met inwoonsituatie, te verplaatsen naar een passende locatie in het buitengebied. Samen met de gemeente Hardenberg is gezocht naar een nieuwe locatie. Deze is gevonden op een ongenummerde locatie aan de Havezateweg, ten noordoosten van de huidige locatie van het bedrijf. Deze locatie is momenteel in gebruik als onbebouwd agrarisch grasland. Om de bovenstaande ontwikkeling mogelijk te maken, dient het omgevingsplan van de gemeente Hardenberg te worden herzien. Voorliggende motivering voorziet in een passend juridisch-planologisch kader voor de nieuwe locatie van het loonbedrijf. Het verwijderen van de bedrijfsmogelijkheden op de locatie aan de Eugenboersdijk wordt in een aparte procedure geregeld.

Deze motivering toont aan dat met de vestiging van het loonbedrijf aan de Havezateweg sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied bevindt zich aan de Havezateweg te Collendoorn, in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. Kadastraal behoort het perceel deels toe tot het perceel Ambt-Hardenberg (HDB01), O, 2459, In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 6

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving (Bron: Plattekaart.nl)

1.3

Het omgevingsplan

Het plangebied ligt in het omgevingsplan van de gemeente Hardenberg. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Deze wordt gevormd door de volgende documenten: Omgevingsplan gemeente Hardenberg; Bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Kleine windturbines bij agrarische bedrijven'; Bestemmingsplan 'Facetherziening parkeren Hardenberg'; Bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, herziening regels'; Bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg'. Voor de duiding van het planologisch regime is met name het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg' van belang. De overige bestemmingsplannen stellen regels over specifieke onderwerpen. Het omgevingsplan bevat in de huidige situatie daarnaast uitsluitend de regels zoals deze zijn opgenomen in de bruidsschat. Met de regels uit deze documenten wordt in voorliggende wijziging wel rekening gehouden. In onderstaande afbeelding is een uitsnede opgenomen van de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg'. Het plangebied is aangegeven met de rode omlijning.

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg' (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) Het plangebied is voorzien van de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' (deels). De agrarische gronden mogen met name worden gebruikt voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf en de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het essen- en hoevenlandschap. Gronden met een archeologische dubbelbestemming zijn ten slotte bestemd voor de

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 7

bescherming van archeologische waarden. Strijdigheid Op basis van het omgevingsplan van de gemeente Hardenberg ontbreken de bouw- en gebruiksmogelijkheden om ter plaatse de vestiging van een loonbedrijf mogelijk te maken. 1.4

De bij het besluit horende stukken

Het plan ''TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000TAM0025-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen); deze motivering (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de functies van de gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een motivering. De motivering geeft een duidelijk beeld van het plan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten. De motivering maakt echter geen deel uit van het juridisch bindende deel van het omgevingsplan.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 8

Hoofdstuk 2 2.1

Wijziging van de fysieke leefomgeving

Huidige situatie

Zoals in de aanleiding beschreven, is het voornemen om het loonbedrijf aan de Eugenboersdijk 8 te verplaatsen naar de Havezateweg. Verspreid in de omgeving van de huidige locatie liggen meerdere woonpercelen en (agrarische) bedrijven, in een overwegend agrarisch cultuurlandschap. De Marslanden, inclusief deelgebieden behorend tot de Havezathe Es, liggen rondom het bedrijf. Zo komen er meteen tegenover het bedrijf vier kavels op een voormalig agrarisch erf en liggen de nieuwste uitbreidingen van de Havezathe Es op korte afstand ten noordwesten van het bedrijf. Het erf zelf betreft het perceel van een loonbedrijf. Op het erf staat een woning (met inwoning) met bijgebouw, bedrijfsgebouwen en een mestsilo. Op het bestaand perceel is in de huidige situatie 2.158 m² aan bebouwing aanwezig, exclusief mestsilo. Rondom de gebouwen liggen een tuin en erfverharding. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie van het loonbedrijf weergegeven.

Afbeelding 2.1: Huidige situatie van het loonbedrijf (Bron: Google Maps, september 2023) Vanwege de beperkte gebruiksmogelijkheden van het perceel zelf en de toekomstige ontwikkelingen in de omgeving, is het voornemen opgevat om het bedrijfsperceel te verplaatsen naar de locatie aan de Havezateweg. Het plangebied bevindt zich ten noordoosten van het huidige bedrijfsperceel. Het plangebied bestaat uit onbebouwde agrarische gronden. In afbeelding 2.2 is een luchtfoto van de huidige situatie opgenomen.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 9

Afbeelding 2.2: Huidige situatie plangebied (Bron: Google Maps, september 2023)

2.2

Gewenste situatie

Het perceel aan de Havezateweg ligt hemelsbreed circa 680 meter ten noordoosten van het huidige bedrijfsperceel aan de Eugenboersdijk 8. Vestiging op korte afstand van het huidige perceel is wenselijk vanwege de aard van het bedrijf. Het klantenbestand van het loonbedrijf bestaat namelijk voornamelijk uit agrariërs in de directe omgeving van het bedrijf. Het voornemen is om het bedrijf in het geheel te verplaatsen, inclusief de bedrijfswoning met inwoonsituatie. Vooraf wordt opgemerkt dat de planologische wijziging aan de Eugenboersdijk 8 niet wordt meegenomen in dit omgevingsplan. De gemeente Hardenberg heeft deze grond al aangekocht, en is voornemens om dit stuk grond te gebruiken voor woningbouw. Aangezien er nog geen concreet plan ligt, kan het omgevingsplan hiervoor nog niet worden gewijzigd. Omdat de gemeente eigenaar is van de grond, kan wel gewaarborgd worden dat er geen nieuw loonbedrijf zal starten op deze locatie. Over het beëindigen van het bedrijf aan de Eugenboersdijk 8 worden ook privaatrechtelijke afspraken gemaakt. Voor de locatie aan de Havezateweg is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, dat is opgenomen in Bijlage 1 van deze motivering. In afbeelding 2.3 is het erfinrichtingsplan uit het ruimtelijk kwaliteitsplan opgenomen.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 10

Afbeelding 2.3: Erfinrichtingsplan (Bron: De Erfontwikkelaar) De woning met inwoning en kantoorruimte komen op het westelijke deel van het plangebied. De bedrijfswoning met inwoning heeft in de huidige situatie een inhoud van 1.323 m³. In de regels van dit TAM-omgevingsplan wordt deze inhoudsmaat overgenomen. Er wordt bewust gekozen om de woning op dit deel van het perceel te realiseren. Stedenbouwkundig geeft dit vanaf de weg gezien he fraaiste beeld en tevens bevinden de dichtstbijzijnde woningen zich ook ten westen van de Havezateweg. De bedrijfsactiviteiten van het loonbedrijf worden daarom zoveel mogelijk op het oostelijke deel van het plangebied uitgeoefend. Naast de bedrijfswoning met inwoning worden op het perceel 2 bedrijfsgebouwen gerealiseerd. In het noorden komt een werkplaats, kantine en opslagruimte voor materieel. Ten zuiden van dit gebouw wordt voorzien in een overdekte wasplaats en een tweede opslagruimte voor materieel. Deze twee gebouwen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 2.000 m². De totale oppervlakte aan bebouwing bedraagt 2.150 m², exclusief mestsilo. Daarmee blijft de hoeveelheid bebouwing nagenoeg gelijk ten opzichte van de bestaande situatie aan de Eugenboersdijk 8. In het westen wordt ten slotte voorzien in de realisatie van de nieuwe mestsilo met een inhoud van maximaal 600 m³.

Het overige gedeelte wordt voorzien van de noodzakelijke erfverharding voor de ontsluiting van verkeer en voor het parkeren. De ontsluiting vindt plaats via twee in- en uitritten; één privé inrit en één voor de bedrijfsactiviteiten. Ten slotte wordt het plangebied landschappelijk ingepast, waarbij de bestaande bomen blijven behouden.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 11

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om de doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; In de NOVI is aangegeven dat het vorm geven van de opgaven nodig is op een lager schaalniveau. De aangewezen regio's werken samen met de provincies aan ruimtelijke voorstellen. Vervolgens wordt er gekeken of alle losse plannen bij elkaar tot een duurzaam landelijk beeld leiden. De stappen die genomen worden, staan beschreven in het programma NOVEX en het programma Mooi Nederland. 3.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid

De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleine lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen. Er is daarmee geen sprake van strijd met het rijksbeleid. 3.2

Provinciaal beleid

Iedere provincie in Nederland stelt een omgevingsvisie op: een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de provinciale visie op de ruimte in Overijssel. Daarin worden uitspraken gedaan over ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur. In de Omgevingsverordening staan de regels die ervoor zorgen dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening wordt gehouden met het provinciale beleid. 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel bestaat uit drie delen: een deel Visie, een deel Beleid en een deel Uitwerking. Naast de Omgevingsvisie Overijssel is er de Omgevingsverordening Overijssel en de Catalogus Gebiedskenmerken. De opgaven en kansen waar de provincie voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Dit is het vertrekpunt voor alle projecten en initiatieven in de provincie Overijssel. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de visie wordt het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel' gebruikt. In het uitvoeringsmodel staan de stappen 'of' (generieke beleidskeuzes), 'waar' (ontwikkelingsperspectieven) en 'hoe' (gebiedskenmerken) centraal.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 12

3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Eén van de instrumenten is de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat het beleid van de Omgevingsvisie geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, en natuurontwikkeling, wordt aan de hand van deze drie stappen bepaald of een initiatief binnen de visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) Of- generieke beleidskeuzes Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes vastgelegd. Deze zijn doorvertaald in regels van de Omgevingsverordening. Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. Hoe- gebiedskenmerken

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 13

Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal belang zijn. 3.2.3.1 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat het volgende beeld: 3.2.3.1.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn de volgende artikelen uit de Omgevingsverordening van toepassing: artikel 4.5 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik): Met het voornemen is sprake van volledige verplaatsing van een bestaand bedrijf naar een nieuw perceel in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. Door verplaatsing van dit bedrijf neemt het toekomstperspectief van het bedrijf toe en kan voor de bestaande locatie een passende vervolgfunctie worden gezocht. De locatie van het loonbedrijf wordt ten slotte landschappelijk ingepast aan de hand van de kenmerkende kwaliteiten van dit deel van het buitengebied.

Al met al kan worden geconcludeerd dat er zuinig en zorgvuldig met de beschikbare ruimte wordt omgegaan. artikel 4.9 (onderbouwing ruimtelijke kwaliteit) en artikel 4.11 (kwaliteitsimpuls Groene Omgeving): In deze paragraaf blijkt dat de ontwikkeling voldoet aan het Of-, Waar- en Hoe-benadering. Ook voldoet het aan het Uitvoeringsmodel. Het erf zal landschappelijk worden ingepast volgens de geldende gebiedskenmerken. Ook geeft het een kwaliteitsimpuls aan de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Hardenberg. De ontwikkeling is in balans met de omgeving, vanwege de onderstaande redenen: De verplaatsing van het agrarische loonbedrijf is in maatschappelijk belang. Het bedrijf is verbonden aan de plek, het is daarom belangrijk om een nieuwe plek in de nabije omgeving te vinden. Het plangebied ligt in de luwte van een bestaand bosje en biedt daarmee aanleiding om het landschappelijk goed in te passen. Losse spreiding van gebouwen passend bij het essenlandschap. Gedraaide oriëntatie van de woning en sobere architectuur. Compacte opstelling van schuren met beperkte erfverharding. Streekeigen beplanting zoals meidoorn, zomereik, zwarte els en wilde liguster. Geen harde erfafscheidingen; in plaats daarvan open zichtlijnen, hagen en bomenrijen. Behoud van bestaande volwassen bomen langs de weg en op het perceel. Infiltratie van hemelwater op eigen terrein.

De kwaliteitsimpuls is nader beschreven in het ruimtelijk kwaliteitsplan, dat in Bijlage 1 te vinden is. artikel 4.14 (woonafspraken) De bouw van een nieuwe woning kan alleen als dit past binnen de geldende woonafspraken. In voorliggend geval is er sprake van de verplaatsing van een bestaande woning met inwoning. De nieuwbouw voldoet daarmee aan een al bestaande behoefte. Hiermee voldoet het aan het beleid van de provincie. Artikel 4.108a (instructieregel voorkeursgebieden windenergie) Omgevingsplannen voorzien niet in nieuwe ontwikkelingen binnen de aangewezen energiepotentiegebieden die liggen in de voorkeursgebieden windenergie, zoals opgenomen in het Provinciaal Programma Energiestrategie (programmeringsafspraken windenergie), die

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 14

een optimale invulling van het gebied voor grootschalige clustering van windturbines in de weg staan. Het plangebied ligt binnen de door de provincie aangewezen zoekzone voor windturbines. In dit geval gaat het om de verplaatsing van een bedrijf, waarmee er per saldo niets wijzigt aan de ruimtelijke mogelijkheden voor de inpassing van windturbines. Tevens is binnen de zoekzone al rekening gehouden met afstandsnormen en veiligheidsvoorschriften, de beoogde ontwikkeling past deze uitgangspunten niet aan. Gelet op de aard van het voornemen levert dit dan ook geen belemmering op voor de opgave van de provincie Overijssel. Dit is in het kader van het vooroverleg tevens afgestemd met de provincie. 3.2.3.1.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Er zijn zes ontwikkelingsperspectieven: drie voor de Groene Omgeving en drie voor de Stedelijke Omgeving. Deze ontwikkelingsperspectieven geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. Ontwikkelingsperspectieven in de Groene Omgeving: 1. de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) 2. agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap 3. wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap Ontwikkelingsperspectieven in de Stedelijke Omgeving: 4. stedelijke netwerken als motor 5. steden en dorpen als veelzijdige leefmilieus 6.

hoofdinfrastructuur: vlot en veilig Het plangebied ligt nagenoeg volledig in het ontwikkelingsperspectief: 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Het plangebied ligt verder deels in het het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden - net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven - de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem.

Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Het ontwikkelingsperspectief 'agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. In dit geval is er sprake van de verplaatsing van een loonbedrijf naar een andere locatie in het buitengebied van Hardenberg. Een loonbedrijf is een functie die qua aard en omvang goed past in het buitengebied, omdat de klanten meestal bestaan uit agrariërs in de directe omgeving van het bedrijf. Op de oude locatie van het loonbedrijf wordt daarnaast de mogelijkheid voor een loonbedrijf verwijderd met een

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 15

separate planologische procedure. Hier wordt voorzien in een passende vervolgfunctie. Het nieuwe erf van het loonbedrijf wordt tenslotte landschappelijk ingepast. Het voornemen is in overeenstemming met het ontwikkelingsperspectief. Tevens is het wonen met inwoning in combinatie met een kleinschalig loonbedrijf passend bij het ontwikkelingsperspectief 'wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. 3.2.3.1.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden voorwaarden voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' en 'Laag van beleving' worden in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het gebied geen relevante eigenschappen voor deze lagen gelden. 1. De 'Natuurlijke laag' De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Binnen het plangebied is het gebiedstype 'dekzandvlakte en ruggen' van toepassing. Als ontwikkelingen plaatsvinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt.

Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' Met het landschappelijk inpassen van het perceel conform het ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1) wordt ingespeeld op de plaatselijke gebiedskenmerken. De gebouwen worden in de luwte van een bestaand bosje gepositioneerd en de schuren worden in gedekte kleurstelling aansluitend op de te verplaatsen schuur vormgegeven. De gebouwen worden verstrooid over het erf en randen van het erf worden aangeplant, waarbij de minder fraaie kant achter de schuren afgeschermd wordt middels struweel. Met de aanplant van bomen verspreid op het erf en de afscherming van het voorerf middels een haag wordt het perceel zorgvuldig ingepast. 2. 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' De 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden gebracht. Door de eeuwen heen is een patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen) gegroeid. In het plangebied is het gebiedstype 'Oude hoevenlandschap' van toepassing. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen.

Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' Door de inpassing met streekeigen beplanting, worden de kenmerken van het landschap van het oude hoevenlandschap versterkt. Dit gebeurt door het erf in te richten conform het geldende landschapstype. Door de aanplant van nieuwe bomensoorten zoals de zwarte els en Hollandse linde wordt voorzien in de aanplant van soorten passend bij het hoevenlandschap. Zie tevens het ruimtelijke kwaliteitsplan in Bijlage 1. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met deze laag. 3.2.4

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

De ontwikkeling is in overeenstemming met het provinciaal beleid.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 16

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Landstad Hardenberg

3.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. 3.3.1.2 Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; 2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4. Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie. Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg in balans' relevant, aangezien deze gaat over het landelijk gebied. En thema 'Hardenberg Duurzaam' omdat dit belangrijke aspecten zijn voor de fysieke leefomgeving. 3.3.1.3 Opgaven per gebied De gemeente zet zich al lang in om ontwikkelingen in het buitengebied bij te laten dragen aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het beleid beschrijft daarom voor elk landschapstype de belangrijkste gebiedskenmerken en ontwikkelingsrichtingen.

De resultaten zijn vastgelegd in Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK’s). Deze vormen de natuurlijke onderlegger voor ontwikkelvisies voor verschillende deelgebieden. In dit geval ligt het plangebied in het 'Essen- en hoevenlandschap' van de LIK Noordelijke Stadsrandzone Hardenberg. 3.3.1.4 Aandachtspunten voor natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten De natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten in het landelijk gebied blijven voortdurend aandacht vragen. Natuur en landschap staan onder druk, vanwege de energietransitie, klimaatmaatregelen en de transitie in de landbouw. Tegelijk vormen deze ontwikkelen juist een kans om bij te dragen aan de Landstad Hardenberg. Een goede landschappelijke en ruimtelijke inpassing van vrijkomende agrarische bebouwing is hiervan een voorbeeld. De regeling ‘Erven met kwaliteit’ (voorheen rood-voor-rood) is hiervan de uitwerking. Ruimtelijke kwaliteit ziet de gemeente als “datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is”. De provincie gebruikt deze omschrijving ook. 3.3.1.5 Gezondheid Het verband tussen de fysieke leefomgeving en de gezondheid wordt steeds meer gezien. Vergeleken met de groten steden staat Hardenberg er goed voor. Door de naoberschap en de goede leefkwaliteit zijn de inwoners in staat om zelf regie te voeren over hun gezondheid. Die kwaliteiten wil de gemeente versterken.

De gemeente gaat positieve gezondheid en samenwerkingen stimuleren.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 17

3.3.1.6 Duurzaamheid, klimaatadaptatie en energietransitie De gemeente stimuleert woningeigenaren om te investeren in duurzaamheid en levensloopbestendigheid. Zo blijft de particuliere woningvoorraad ook in de toekomst aantrekkelijk. De gemeente wil minder energie verbruiken en duurzame energie opwekken. De gemeente werkt samen met andere partijen om iedereen goed te informeren en bewust te maken. Ook wil de gemeente zelf het goede voorbeeld geven. Duurzame stroomopwek en de warmtetransitie moeten op een goede manier een plek krijgen in het landschap. Daarnaast reserveert de gemeente voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen en voor klimaatadaptatie. 3.3.1.7 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg' Deze ontwikkeling draagt bij aan de ambitie van de gemeente om kwaliteit toe te voegen. Met de woningbouwplannen in de Marslanden wordt al ingespeeld op een concrete woningbehoefte waarmee op kwantitatief en kwalitatief wordt ingespeeld op een concrete woonbehoefte. Onderdeel hierbij is om blijvend te kunnen voorzien in voldoende ontwikkelingsmogelijkheden voor de lokale ondernemers en het bieden van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat van de inwoners. Hierdoor is gekozen om het loonbedrijf te verplaatsen naar een andere locatie in het buitengebied.

De nieuwe locatie aan de Havezateweg is een passende locatie voor het loonbedrijf. Vanwege de nieuwbouw wordt er voorzien in kwalitatief hoogwaardigere bebouwing ten opzichte van de huidige situatie op het gebied van energiegebruik en stedenbouw. Daarnaast wordt met de landschappelijke inpassing van het perceel voorzien in een aantrekkelijk ensemble. Ook blijft er genoeg ruimte over in het gebied om water te bergen. Samenvattend wordt gesteld dat het initiatief past binnen de omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg'. 3.3.2

Visienota Buitengebied Hardenberg

3.3.2.1 Algemeen De gemeente Hardenberg heeft de hoofdlijnen van het ruimtelijke beleid voor het buitengebied van de gemeente geformuleerd in de 'Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg'. De nota richt zich vooral op de realisatie van ruimtelijke kwaliteiten in het buitengebied. De hoofddoelen van het ruimtelijk beleid zijn: Op een duurzame en efficiënte wijze ruimte scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies; Het vergroten van de leefbaarheid van het platteland; Het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. De hoofddoelen zijn in de visienota als volgt vertaald: 1. een thematische benadering van het buitengebied (8 thema's); 2. een gebiedsgerichte benadering van het buitengebied; 3. uitgangspunt hierbij: de landschapstypen en de visuele landschapskenmerken; 4. een ontwikkelingsgerichte wijze van bestemmen. 3.3.2.2 Thematische benadering - visie In dit geval is het thema 'landbouw'' van belang: Dit heeft de gemeente vertaald in een aantal uitgangspunten/doelstellingen: 1. Het bieden van ruimte aan de landbouw om te komen tot een rationele, op de markt gerichte productie die in evenwicht is met zijn omgeving; 2. Het bieden van ruime mogelijkheden voor verbrede landbouw. 3. Een gebiedsgerichte aanpak; 4. Ruimte voor maatwerk voor plaatselijke omstandigheden.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 18

3.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Visienota Buitengebied Hardenberg Met de ontwikkeling is sprake van de verplaatsing van een loonbedrijf binnen het hierboven beschreven gebiedstype. Hiermee komt het loonbedrijf terecht op een toekomstbestendige locatie, wat passend is bij de ontwikkelingsrichting voor het gebiedstype van een landbouwontwikkelingsgebied met economische zone. Tegelijkertijd kan de huidige locatie worden herontwikkeld ten behoeve van de beoogde woningbouwontwikkelingen grenzend aan de kern van Hardenberg. De ontwikkeling past daarmee ook binnen de uitgangspunten van het beleid voor de landbouw om een gebiedsgerichte aanpak te hanteren, waar ruimte is voor maatwerk in geval van plaatselijke omstandigheden. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in is overeenstemming is met de Visienota Buitengebied. 3.3.3

Woonvisie

3.3.3.1 Algemeen Het Programma Wonen is op 26 maart 2019 door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld. Het programma legt de woonambities voor de langere termijn vast. 3.3.3.2 Ambitie: rust en ruimte, met oog voor elkaar ook in de toekomst Demografen verwachten dat het aantal inwoners en huishoudens van de gemeente Hardenberg het komende decennium zal blijven groeien. In tegenstelling tot de situatie in de meeste andere Nederlandse plattelandsgemeenten is nieuwbouw noodzakelijk om aan de lokale woningvraag te kunnen voldoen. Volgens de prognoses is er in de gemeente Hardenberg de komende tien jaar behoefte aan ruim 1.600 nieuwe woningen. Natuurlijk zijn er wel verschillen tussen de diverse kernen. Zo zijn ‘steden’ Hardenberg en Dedemsvaart in trek als woonlocatie, ook voor huishoudens van buiten de gemeente. En zijn de dorpen en buurtschappen vooral gewild bij de lokale bevolking en rustzoekers van buitenaf. De afgelopen jaren is sterk ingezet op woningbouw op locaties binnen bestaand stedelijk gebied. Het bouwen van woningen op inbreidingslocaties is een goed streven, als dat betekent dat de kwaliteit van het gebied en de woonkwaliteit daarmee vergroot wordt. 3.3.3.3 Buitengebied Met name in de kleinere kernen en buitengebieden bevinden zich grote boerderijen op grote kavels.

Vanwege het grote onderhoud en het (te) grote oppervlak worden deze woningen steeds minder aantrekkelijk voor een zelfstandig huishouden. Door de mogelijkheid van woningsplitsing te vergroten kunnen deze ruime woningen geschikt maken worden voor meerdere (kleine) huishoudens. 3.3.3.4 Toetsing van het initiatief aan de woonvisie Dit plan voorziet in de verplaatsing van een woning met inwoning. Er is geen sprake van de toevoeging van nieuwe woningen. Met dit initiatief wordt ingespeeld op de concrete, lokale behoefte. Het initiatief is in overeenstemming met de gemeentelijke woonvisie. 3.3.4

Parkeernormennota Hardenberg

3.3.4.1 Algemeen Er moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. In de 'Parkeernormennota Hardenberg' is bepaald hoeveel parkeerplaatsen er nodig zijn. Dit is afhankelijk van de locatie en soort ontwikkeling. Het aantal verkeersbewegingen wordt bepaald door gebruik te maken van de kencijfers uit het CROW. Er wordt uitgegaan van gemiddelden voor de verkeersgeneratie. Vanuit de duurzaamheidsgedachte is de minimale parkeernorm voor auto’s voldoende. Verder worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: ligging in het buitengebied; weinig stedelijke gemeente (gemeente Hardenberg); Het gaat hier om een loonbedrijf, waarbij het grootste gedeelte van de bebouwing in gebruik is als opslag. Het bedrijf kan dan ook het beste worden vergeleken met het bedrijf ‘bedrijf, arbeidsextensief, bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)’. De totale

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 19

oppervlakte aan bebouwing ten behoeve van het bedrijf is circa 2.000 m². Tevens wordt er één woning met inwoning gerealiseerd. Hiervoor geldt een parkeerbehoefte van 1,9 (koop, huis, twee-onder-een-kap). 3.3.4.2 Verkeersgeneratie Op basis van bovenstaande uitgangspunten geldt een verkeersgeneratie van 4,8 verkeersbewegingen per 100 m² bvo. De totale verkeersgeneratie bedraagt 4,8 * 20 = 96 verkeersbewegingen. Ten aanzien van de verkeersgeneratie geldt dat dit eenvoudig op de Havezateweg is op te vangen. Er kan hierbij worden opgemerkt dat er sprake is van de verplaatsing van een loonbedrijf naar een perceel op circa 680 meter ten noorden. De huidige verkeersgeneratie wikkelt zich af via de Eugenboersdijk, die over gaat in de Havezateweg, op korte afstand van de nieuwe locatie van het bedrijf. Er is dan feitelijk gezien ook geen sprake van nieuwe verkeersgeneratie, maar enkel het verplaatsen daarvan. Wat betreft de ontsluiting wordt het erf ontsloten via twee aparte inritten: één voor landbouwverkeer en één voor privégebruik. Op het voorerf is voldoende ruimte om te keren met groot materieel of om te parkeren. Dit zorgt voor een veilige en overzichtelijke verkeerssituatie, waarbij de praktische inrichting van het erf optimaal wordt benut. De toekomstige inrit wordt goed zichtbaar voor verkeer op de Havezateweg.

Om de verkeersveiligheid verder te waarborgen, wordt de ondergroei in het bestaande bos ter hoogte van de eerste meters van de inrit laag gehouden. Daarnaast worden de inritten haaks op de Havezateweg aangelegd, zodat een goed overzicht ontstaat bij het in- en uitrijden. 3.3.4.3 Parkeren Op basis van de te hanteren uitgangspunten geldt een parkeerbehoefte van 1,05 per 100 m² bvo. De totale parkeerbehoefte bedraagt daarom: 1,05 * 20 = 21 parkeerplaatsen; 1,9*2 = 3,8 parkeerplaatsen. Ten aanzien van parkeren geldt dat er formeel 25 parkeerplaatsen nodig zijn. In de praktijk zal het benodigde aantal echter minder bedragen. De landbouwmachines en het materiaal worden in de bebouwing opgeslagen. Daarnaast worden de werkzaamheden van het bedrijf niet op locatie uitgevoerd, maar bij de klanten. De klanten van het bedrijf hoeven dan ook niet op het bedrijfsperceel te parkeren. Op de huidige locatie aan de Eugenboersdijk zijn ook slechts vier parkeerplaatsen aanwezig en deze worden in de nieuwe situatie ook gerealiseerd, zoals is aangegeven op het erfinrichtingsplan. Voor de bedrijfswoning met inwoning worden drie parkeerplaatsen gerealiseerd, wat ruim voldoende is voor een woning met inwoonsituatie. 3.3.4.4 Conclusie Er wordt hiermee voldaan aan het parkeerbeleid van de gemeente Hardenberg. 3.3.5

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 20

Hoofdstuk 4

Bescherming van gezondheid en milieu

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de gezondheid en het milieu worden beschermd. De aspecten sluiten aan op de onderdelen die zijn genoemd in artikel 1.2 van de Omgevingswet. 4.1

Geluid

4.1.1

Wettelijk kader

In het Bkl staan regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en andere activiteiten. Ze staan in paragraaf 5.2.4.2. Bkl. Ook zijn er regels opgenomen voor de bescherming van geluidgevoelige gebouwen, zoals woningen. 4.1.2

Situatie plangebied

In dit geval is er met de realisatie van de bedrijfswoning met inwoning sprake van een nieuw geluidgevoelig gebouw. Het loonbedrijf is daarnaast aan te merken als geluidsbelastende activiteit. Hieronder wordt ingegaan op de bescherming van de geluidgevoelige gebouwen in en rondom het plangebied. 4.1.2.1 Wegen Voor de omliggende gemeentelijke wegen gelden de volgende geluidsaandachtsgebieden (artikel 17.5 Omgevingsregeling): voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder: 100 m; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt: 200 m; en voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 m. De bedrijfswoning ligt binnen het geluidsaandachtsgebied van de Havezateweg, de Collendoornerbroekweg en Matenweg. Daarom is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het geluid dat door deze wegen wordt veroorzaakt. Het onderzoek is als Bijlage 2 opgenomen bij deze motivering. Uit dit onderzoek volgt dat het geluid van deze wegen ten hoogste 48 dB bedraagt. Het voldoet daarmee aan de standaardwaarde van 53 dB uit het Bkl. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd op basis van de oorspronkelijke positionering van de bedrijfswoning, dichter bij de Havezateweg.

Na indiening van zienswijzen (zie paragraaf 11.2.3) is de bedrijfswoning naar achteren verplaatst, verder van de Havezateweg af. Deze verplaatsing leidt tot een grotere afstand tussen de woning en de weg, waardoor de geluidsbelasting op de gevel uitsluitend lager zal zijn dan de in het onderzoek berekende waarde van ten hoogste 48 dB. De conclusie dat wordt voldaan aan de standaardwaarde van 53 dB uit het Bkl blijft onverkort van toepassing. 4.1.2.2 Spoorwegen Op circa 2,4 kilometer van de te realiseren bedrijfswoning ligt een spoorlijn met twee sporen. Daarmee ligt het plangebied buiten het geluidaandachtsgebied (200 meter). Geluidhinder is niet te verwachten. 4.1.2.3 Industrieterreinen Er zijn rondom het plangebied geen industrieterreinen aanwezig met een geluidsaandachtsgebied, waardoor er naar verwachting geen sprake is van hinder.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 21

4.1.2.4 Individuele bedrijven In deze paragraaf wordt ingegaan op de geluidhinder van het loonbedrijf op omliggende geluidgevoelige gebouwen en andersom, op de geluidhinder van omliggende bedrijven op de te realiseren bedrijfswoning. Hierbij wordt opgemerkt dat de bedrijfswoning en het loonbedrijf tot dezelfde inrichting behoren, de geluidhinder van het loonbedrijf op de bedrijfswoning kan daarom buiten beschouwing worden gelaten. Het dichtstbijzijnde bedrijf dat geluidsbelastende activiteiten verricht ligt op circa 220 meter ten zuiden van het plangebied. Dit is het grondgebonden agrarisch bedrijf aan de Havezateweg 9-9a, waarvoor een richtstand van 30 meter voor geluid geldt. De richtafstand volgt uit de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' van de VNG. Hieraan wordt voldaan. Andere bedrijven liggen op verdere afstand van het plangebied. Hierdoor is er geen sprake van geluidshinder door individuele bedrijven op de bedrijfswoning. Met de ontwikkeling wordt ook voorzien in een geluidsbelastende activiteit, te weten een loonbedrijf. Dergelijke bedrijven vallen binnen de sector 'dienstverlening t.b.v. de landbouw'. Met een brutovloeroppervlak van boven de 500 m² betreft het hier een milieucategorie 3.1 bedrijf. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter voor geluid.

De afstand tussen het plangebied en het woonperceel aan de overzijde van de Havezateweg bedraagt circa 47 meter, waardoor niet aan deze richtafstand wordt voldaan. Om alsnog te borgen dat aan deze richtafstand wordt voldaan, zijn de gronden binnen het plangebied die zijn gelegen binnen een afstand van 50 meter tot het betreffende woonperceel voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – bedrijfsactiviteiten uitgesloten’. Ter plaatse van deze aanduiding zijn bedrijfsactiviteiten ten behoeve van het loonbedrijf niet toegestaan. Hiermee wordt gewaarborgd dat de feitelijke situering van de bedrijfsactiviteiten plaatsvindt buiten de richtafstand van 50 meter. Met de opzet van het erf van het loonbedrijf wordt rekening gehouden met de korte afstand nabij het nabijgelegen woonperceel. De bedrijfswoning met inwoning komt namelijk op het westelijke deel van erf, samen met het parkeren en de tuin. De bedrijfsactiviteiten worden op het oostelijke deel gevestigd, waarmee zoveel mogelijk afstand wordt aangehouden ten opzichte van dit perceel. De mestopslag, voeropslag en bedrijfsgebouwen komen allen op voldoende afstand. Planologisch wordt dit ook vastgelegd door het opnemen van de aanduiding 'bedrijfswoning' ter plaatse van de bedrijfswoning en door het opnemen van een bouwvlak ter plaatse van de bedrijfsgebouwen.

Bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarmee is geborgd dat deze worden gerealiseerd conform de in dit omgevingsplan beschreven erfopzet. Met deze maatregelen wordt geconcludeerd dat omliggende geluidgevoelige gebouwen niet in het woon- en leefklimaat worden beperkt. 4.1.3

Conclusie

Vanuit het aspect geluid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4.2

Bodemkwaliteit

4.2.1

Wettelijk kader

Het beschermen van de bodemkwaliteit is een onderdeel bij de afweging van de aspecten van de fysieke leefomgeving. Ter bescherming van de bodemkwaliteit zijn instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de kwaliteit van de bodem.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 22

4.2.2

Situatie plangebied

Om te beoordelen of de bodem geschikt is voor het gewenste gebruik, is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 3 van deze motivering. Op basis van dit onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. 4.2.3

Conclusie

Het plangebied wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. 4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Wettelijk kader

Voor de bescherming van de luchtkwaliteit zijn instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Locaties met hoge concentraties stikstofdioxide en/of fijnstof zijn aangemerkt als aandachtsgebied. Vooral in en vlakbij een aandachtsgebied moeten overheden toetsen aan de omgevingswaarden. Dit is niet nodig indien een activiteit niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Volgens het Bkl dragen de volgende projecten niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging: woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Er zijn een paar situaties die de overheid nog wel in het hele land moet beoordelen. Dit zijn: een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; de aanleg van een tunnel langer dan 100 meter. Of als een tunnel wijzigt en daarbij minimaal 100 meter toeneemt; de aanleg van een auto(snel)weg. 4.3.2

Situatie plangebied

In de vorige paragraaf zijn voorbeelden gegeven van projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. De omvang van dit plan is veel kleiner dan deze voorbeelden. Echter zijn in de nabije omgeving van de bedrijfswoning meerdere inrichtingen aanwezig waarbij er uitstoot van fijnstof plaatsvindt. Gelet op de ligging van het plangebied ten opzichte van deze inrichtingen is door BJZ.nu een onderzoek naar de luchtkwaliteit uitgevoerd. Het volledige rapport is in Bijlage 4 te vinden. De emissie van fijnstof door de omliggende veehouderijen is achterhaald door middel van betreffende milieudossiers en vastgestelde emissiefactoren. Met een model is de immissie op het plangebied berekend. Het onderzoek is uitgevoerd conform de regels uit het Bkl en de Omgevingsregeling met bijbehorende bijlagen. Uit dit onderzoek blijkt dat er voldaan wordt aan de normen vanuit het Bkl. 4.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling. 4.4

Geur

4.4.1

Wettelijk kader

De instructieregels van het Bkl voor geur zijn gericht op geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, onderwijs of zorg. Geurnormen voor het houden van dieren bestaan voor sommige diersoorten uit afstanden en voor sommige diersoorten uit geurwaarden. Deze normen staan in het Omgevingsplan

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 23

(paragraaf 22.3.6). De geurnormen beogen mede een omgekeerde werking te hebben. De normen dienen niet alleen als toetsingskader voor milieuvergunningen, maar geven ook aan welke geurbelasting de gemeente aanvaardbaar vindt op het platteland. 4.4.2

Situatie plangebied

Binnen het plangebied is sprake van een mestopslag van maximaal 600 m³. Op basis van artikel 22.3.6.4 van het omgevingsplan van de gemeente Hardenberg geldt voor het opslaan van vaste mest in het buitengebied een vaste afstand van 50 meter ten opzichte van de dichtstbijzijnde geurgevoelige gebouwen. Deze afstand wordt behaald. Tevens voorziet dit plan is de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning met inwoning. Dit betreft een nieuw geurgevoelig gebouw. In de omgeving zijn verschillende veehouderijen aanwezig. Er is onderzoek gedaan naar de mogelijke geurbelasting van deze veehouderijen. In Bijlage 5 is dit onderzoek opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat aan de afstanden voor diersoorten met een afstandseis wordt voldaan. Ook wordt voldaan aan de norm voor diersoorten met een geurwaarde. De voorgrondgeurbelasting is 1,7 OUE/M3 en de achtergrondbelasting is 2,8 OUE/M3. Dit is ruimschoots onder de norm van 8 OUE/M3 uit de geurverordening gemeente Hardenberg. Ter plaatse is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omgekeerd worden de veehouderijen door de toevoeging van de bedrijfswoning niet belemmerd. De toe te voegen woning is niet maatgevend voor de veehouderijen, omdat er nog andere woningen liggen tussen het plangebied en de veehouderijen. 4.4.3

Conclusie

Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor dit plan. 4.5

Trillingen

4.5.1

Wettelijk kader

Het omgevingsaspect trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van het omgevingsplan. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 van het omgevingsplan en 5.87a van het Bkl. 4.5.2

Situatie plangebied

Op basis van de Handreiking nieuwbouw en spoortrillingen is het onderzoeksgebied in beginsel 100 meter. Het plangebied ligt op ongeveer 2,4 km van een spoorlijn. Hiermee is aannemelijk dat het trillingsniveau niet boven de streefwaarde uitkomt. 4.5.3

Conclusie

Vanuit het aspect trillingen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4.6

Licht

4.6.1

Wettelijk kader

Licht kan wenselijk zijn of juist hinderlijk. Vanuit gezondheidsoogpunt is het belangrijk dat er voldoende daglicht in bouwwerken komt. Dit heet daglichttoetreding. In het Bbl staan regels voor voldoende daglicht in bouwwerken (nieuwbouw). Deze verschillen per gebruiksfunctie en soort ruimte. Kunstlicht kan leiden tot diverse vormen van lichthinder. Kunstlicht komt van (autosnel)wegen, woonkernen, industrie- en bedrijventerreinen, glastuinbouw en sportterreinen. De provincie heeft voor sommige gebieden 'donkerte' als waarde bepaald.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 24

4.6.2

Situatie plangebied

Bij de vergunningaanvraag voor de bouw van de bedrijfswoning zal getoetst worden aan de regels over de daglichttoetreding en bezonning. Er zal naar verwachting per saldo geen toename zijn van lichthinder in het landelijk gebied. Uitsluitend in de bedrijfswoning zal in de avonduren sprake zijn van verlichting. Dit is niet onevenredig. 4.6.3

Conclusie

Vanuit het aspect licht is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.7

Gezondheid

4.7.1

Wettelijk kader

Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. Een veilige, gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet dient dit aspect breed te worden gemotiveerd. Ook omwonenden en rondom het project gevestigde bedrijven zijn vaak geïnteresseerd in de gezondheidssituatie die ten gevolge van een activiteit optreedt. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten zijn in voorgaande paragrafen reeds behandeld gemotiveerd. 4.7.2

Situatie plangebied

In het kader van gezondheid zijn de agrarische gronden binnen een straal van 50 meter rondom de bedrijfswoning in beschouwing genomen. Voor deze gronden is in de regels van dit TAM-omgevingsplan vastgelegd dat het verboden is om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning chemische gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken ten behoeve van boom- en/of fruitteelt binnen een afstand van 50 meter van de bedrijfswoning. Met deze regeling wordt beoogd de blootstelling van de bewoners van de bedrijfswoning aan potentieel schadelijke stoffen te beperken. Daarmee wordt aangesloten bij het streven naar een aanvaardbaar en gezond woon- en leefklimaat. 4.7.3

Conclusie

Vanuit het aspect gezondheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 25

Hoofdstuk 5 5.1

Bescherming van de waterbelangen

Algemeen

Nederland is een waterland. De opgaven op het terrein van water zijn groot en worden in de toekomst alleen maar groter. Om ons land ook voor de komende generaties veilig, aantrekkelijk en leefbaar te houden, is het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) ontwikkeld. Dit NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. De provincie houdt toezicht op de waterschappen en is verantwoordelijk voor veilig drinkwater. Ook zorgt zij voor de plannen voor waterbeheer in de regio. Ook is de provincie verantwoordelijk voor vergunningverlening voor drinkwaterwinning. De ambities zijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van gronden oppervlakte water en waterbeleving. De waterschappen beheren water en waterkeringen (dijken) en zuiveren afvalwater. Ook zorgen zij voor de kleine waardevolle wateren, zoals vennen en bronnetjes. Voor grotere rivieren, meren en kanalen en grondwaters bestaat de Europese Kaderrichtlijn. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben de waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg).

Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen het waterschap wil nemen. Bij nieuwe plannen dient rekening te worden gehouden met de waterhuishoudkundige situatie. Dit houdt in dat de gevolgen van het plan op de waterbelangen beschreven moeten worden. Een belangrijk instrument hierbij is de watertoets. De waterbelangen en waterhuishoudkundige doelstellingen worden hierbij afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen gaan over zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 5.2

Watertoets

Voor dit plan is gebruikt gemaakt van de digitale watertoets. Hierdoor wordt ook het betrokken waterschap geïnformeerd. In dit geval is dat het waterschap Vechtstromen. De beantwoording van de vragen heeft geleid tot de 'normale procedure'. Hierbij is de standaard waterparagraaf van toepassing. In Bijlage 6 is het resultaat van de watertoets opgenomen. Het waterschap is daarom om nader advies gevraagd. In deze paragraaf zal hier verslag van worden gedaan. Hemelwater Met de realisatie van het voornemen is er sprake van circa 7.000 m² verhard oppervlak. Op basis van de 'Notitie Advisering Compensatie Toename Verhard Oppervlak' van het waterschap Vechtstromen dient rekening te worden gehouden met een bergingseis van 95 mm per m² verhard oppervlak. Daarmee bedraagt de bergingsopgave 665 m³. Het hemelwater wordt opgevangen middels twee waterinfiltratiestroken: ten noorden en ten zuiden van de bebouwing. De strook aan de zuidkant van het erf staat in directe verbinding met de ten oosten gelegen sloot. Op deze manier kan het hemelwater worden vastgehouden in het plangebied om vervolgens vertraagd te worden afgevoerd naar de bestaande sloot ten oosten van het plangebied. Het terrein loopt af in de richting van deze sloot, zoals ook is te zien op onderstaande hoogtekaart.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 26

Waterkwaliteit Het terrein wordt dusdanig ingericht dat geen overmatige toevoer van meststoffen (onder andere stikstof en fosfaat) naar het watersysteem loopt. Het terrein wordt onder andere bezemschoon gehouden. Bij het uitoefenen van de bedrijfsactiviteiten wordt rekening gehouden met bemestings- en spuitvrije zones langs watergangen. In de Omgevingswet is dit vastgelegd in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De beoogde inrichting van het terrein maakt deze werkwijze zonder meer mogelijk aangezien tussen de naastgelegen watergangen wordt voorzien in groenelementen, waardoor de bedrijfsactiviteiten niet direct langs de watergang kunnen plaatsvinden. Waterketen De riolering functioneert als een gescheiden stelsel waarbij vuilwater en hemelwater afzonderlijk worden afgevoerd. Het vuilwater wordt geloosd op het gemeentelijk rioolstelsel en bestaat uit 3 VE voor één meerpersoonshuishouden en 1,5 VE vanuit de wasplaats (gemiddeld gebruik). Er zijn geen overige activiteiten die leiden tot extra vuilwaterlozing, zoals het schoonspuiten van buitenterreinen of andere relevante bedrijfsactiviteiten, en overdag is geen personeel aanwezig. Geconcludeerd wordt dat de invloed van het plan op de bestaande waterketen beperkt is, aangezien sprake is van een geringe toename van de vuilwaterbelasting, zonder aanvullende vuilwatergenererende activiteiten. 5.3

Conclusie

Het initiatief is niet in strijd met de waterbelangen.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 27

Hoofdstuk 6 6.1

Waarborgen van de veiligheid

Wettelijk kader

Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet ook gekeken worden naar de gevolgen van rampen. Daarvoor zijn in het Bkl risicobronnen aangewezen. Het gaat om: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Deze risicobronnen hebben aandachtsgebieden. Ze zijn digitaal te raadplegen in het Register Externe Veiligheid. Binnen een aandachtsgebied worden bij voorkeur geen kwetsbare gebouwen of locaties gerealiseerd. En ook geen beperkt kwetsbare gebouwen of locaties of zeer kwetsbare gebouwen. Soms kan dat toch, bijvoorbeeld als er extra maatregelen worden getroffen die worden vastgelegd in voorschriftengebieden. Denk bijvoorbeeld aan extra bouweisen. 6.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16966667/1