CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

1c. Ruimtelijke motivering TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn

gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststelling wijziging omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn'12.466 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Situatie plangebied

De risico's ten aanzien van externe veiligheid zijn in te zien in onderstaande afbeelding. Het plangebied is aangeduid met de gele ster. In de omgeving bevinden zich enkele risicobronnen. Het plangebied bevindt zich echter niet binnen de aandachtsgebieden en of plaatsgebonden risicocontouren (PR) van deze bronnen. Er zijn dan ook geen risico's aanwezig op het gebied van externe veiligheid.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 28

Afbeelding 6.1: Risico's externe veiligheid (Bron: Atlas Leefomgeving) 6.3

Conclusie

Vanuit het aspect externe veiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 29

Hoofdstuk 7 Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed 7.1

Cultureel erfgoed

7.1.1

Wettelijk kader

Bij het beschermen van cultureel erfgoed moet de gemeente rekening houden met bepaalde uitgangspunten. In artikel 5.130 lid 2 Bkl staan instructieregels voor de gemeente. Deze gaan over: beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; verplaatsing van beschermde monumenten; gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; aantasting van de omgeving van een beschermd monument; aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen; in stand houden van archeologische monumenten. De aspecten cultuurhistorie (monumenten) en archeologie worden hierna uitgewerkt. 7.1.2

Cultuurhistorie

Onder cultuurhistorische waarden worden alle gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. 7.1.2.1 Situatie plangebied Er bevinden zich binnen het plangebied zelf geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. In de directe nabijheid van het plangebied is er geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. 7.1.2.2 Conclusie Het aspect cultuurhistorie is geen belemmering met betrekking tot het plan. 7.1.3

Archeologie

In de Erfgoedwet staat een archeologische zorgplicht wanneer de bodem wordt verstoord. Er is dan onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat er archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. 7.1.3.1 Situatie plangebied De archeologische verwachtingswaarden zijn verwerkt in het omgevingsplan van rechtswege. Het plangebied is voor een klein deel voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4', zoals in paragraaf 1.3 inzichtelijk is gemaakt. Op basis hiervan is een archeologisch onderzoek noodzakelijk als er een oppervlakte van meer dan 500 m² wordt geroerd. Deze oppervlakte wordt niet overschreden. Een archeologisch onderzoek is dan ook niet nodig. 7.1.3.2 Conclusie Het aspect archeologie is geen belemmering voor het plan.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 30

7.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

7.2.1

Wettelijk kader

De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is. En of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De ladder is beleidsneutraal overgezet naar het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De instructieregel in artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling het toepassen van de ladder is vereist. Voor de toetsing aan de ladder is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de volgende begrippen: 'bestaand stedelijk gebied' is 'het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Een 'stedelijke ontwikkeling' is de 'ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is'. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat 'voldoende substantieel' is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder.

De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. 7.2.2

Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking

Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen”.Op de voorliggende ontwikkeling is onder meer de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017;ECLI:NL:RVS:2017:1724 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat wanneer wordt voorzien in een stedelijke voorziening met een ruimtebeslag van meer dan 500 m², er in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling en er getoetst moet worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De voorliggende ontwikkeling voorziet in de verplaatsing van een loonbedrijf naar een perceel op circa 680 meter ten noordoosten van de huidige locatie. Het gaat om volledige verplaatsing van het bedrijf waarbij het bebouwd oppervlak nagenoeg gelijk blijft. De mogelijkheden voor het loonbedrijf op de oude locatie worden met een seperate procedure verwijderd. Er is daarmee geen sprake van een extra ruimtebeslag op het buitengebied en geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking kan daarom achterwege blijven. 7.3

Landschappelijke waarden

7.3.1

Wettelijk kader

Voor de bescherming van het landschap geldt het Europees landschapsverdrag. Dit verdrag erkent dat landschappen een onderdeel zijn van de fysieke leefomgeving. In artikel 1.2 lid 1 sub g Omgevingswet staat dat 'landschappen' een onderdeel zijn van het fysieke leefomgeving. Het landschapsbeleid kan door Rijk, provincie of gemeente in een omgevingsvisie zijn vastgelegd. De gemeente Hardenberg heeft dit gedaan middels de Landschap Identiteits Kaarten. 7.3.2

LIK (Landschap Identiteit Kaart)

De gemeente heeft voor het gebied een Landschap-Identiteit-Kaart (LIK) gemaakt. In de LIK wordt de identiteit van het gebied bepaald. Op deze wijze wil de gemeente de ruimtelijke kwaliteit van het gebied versterken. In dit geval ligt het plangebied in het 'Essen- en hoevenlandschap' van de LIK Noordelijke standsrandzone Hardenberg. De gemeente wil regie voeren op de ontwikkeling van het

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 31

landelijk gebied. De identiteit van het gebied komt voort uit de ontstaansgeschiedenis en de daarmee samenhangende landschapstypen. In de LIK is daarom een onderscheid gemaakt tussen de verschillende landschapstypen die in het gebied voorkomen. Vervolgens is voor het gebied een overzicht gemaakt met de waardevolle en storende kenmerken. Er is ook een visie (wensbeeld) op de toekomstige ontwikkelingen gegeven. 7.3.3

Toetsing aan het LIK

Er is een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door het treffen van landschapsmaatregelen. Voor het bepalen van de landschapsmaatregelen is een ruimtelijke kwaliteitsplan (Bijlage 1) opgesteld. De landschappelijke kenmerkende waarden van het essen- en hoevenlandschap zijn als uitgangspunt genomen. De landschapsmaatregelen bestaan uit het aanplanten van gebiedseigen beplanting ter plaatse van het erf. De LIK is gekoppeld aan de regels ter bescherming van de landschappelijke kenmerkende waarden. Hiermee is het plan in overeenstemming. 7.4

Ruimtelijke kwaliteit en welstand

Het is wenselijk dat bouwplannen voor gebouwen van goede kwaliteit zijn. En dat ze passen in het bebouwingsbeeld. Er zijn twee welstandsnota's, een voor de stads- en dorpskernen en een voor het buitengebied. Voor het buitengebied is dat de 'Welstandsnota Buitengebied'. Deze nota is vastgesteld op 3 december 2013. Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente. Daarom is deze van toepassing. 7.4.1

Welstandsnota Buitengebied

Voor Hardenberg zijn drie gebieden te onderscheiden op basis van de gebiedskarakteristieken. In onderstaande afbeelding zijn de grootste verschillen weergegeven.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 32

Afbeelding 7.1: Uitsnede welstandsgebieden (Bron: Gemeente Hardenberg) De gemeente onderscheidt per gebied drie niveaus van welstand. Niveau 0 (laag): geen eisen op het gebied van welstand. Niveau 1 (midden): specifieke ambitie voor de beeldkwaliteit. Gericht op het behoud van belangrijkste gebiedskenmerken van architectonische of landschappelijke aard. Niveau 2 (hoog): hoge ambitie ten aanzien van beeldkwaliteit. Bij gebieden en/of locaties met een hoge architectonische en landschappelijke waarde.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 33

7.4.2

Toetsing aan de Welstandsnota

Het gebied ligt in het essen- en hoevenlandschap en heeft niveau 1 voor de welstand. Bij de inrichting van het erf is rekening gehouden met de positie van de bebouwing op het erf. In het ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1) is hier nader op ingegaan. Zo wordt het erf open, met behoud van de schoonheid van de moderne landbouw. De aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van de te realiseren gebouwen moet voldoen aan de welstandscriteria in de welstandsnota.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 34

Hoofdstuk 8 8.1

Natuurbescherming

Algemeen

De natuur maakt onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. Bij natuurbescherming gaat het om de bescherming van gebieden en de bescherming van soorten. In dit hoofdstuk komt aan de orde hoe dit plan rekening houdt met de bescherming hiervan. 8.2

Gebiedsbescherming

8.2.1

Natura 2000-gebieden

8.2.1.1 Wettelijk kader Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. In deze gebieden worden dieren, planten en hun leefomgeving beschermd. Activiteiten die significante negatieve gevolgen kunnen hebben voor deze gebieden worden gedefinieerd als Natura 2000-activiteiten. Deze activiteiten zijn op basis van artikel 5.1 lid e van de Omgevingswet vergunningplichtig. 8.2.1.2 Situatie plangebied Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Vecht- en Beneden-Reggegebied'. Dit ligt op ongeveer 9 kilometer afstand. Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder wordt tevens gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Om dit te beoordelen, is een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 7 van deze motivering. Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. 8.2.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

8.2.2.1 Wettelijk kader Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale omgevingsvisies- en verordeningen uitgewerkt. In het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. De bescherming van het NNN kent geen externe werking. 8.2.2.2 Situatie plangebied Het dichtstbijzijnde deel van het NNN (Vechtdal) ligt op circa 1,2 kilometer afstand van het plangebied. Er is daarmee geen sprake van een ontwikkeling in of in de directe nabijheid van het NNN. Het plan gaat niet gepaard met aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. 8.2.3

Conclusie

Dit plan leidt niet tot negatieve effecten op beschermde gebieden.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 35

8.3

Soortenbescherming

8.3.1

Wettelijk kader

Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dit zijn flora- en fauna-activiteiten. Bij een activiteit is het nodig om te controleren of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dit zijn. Er zijn maar weinig activiteiten waarbij vooraf al is uit te sluiten dat ze een flora- en fauna-activiteit tot gevolg hebben. Hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bepaalt wanneer een vergunning nodig is. 8.3.2

Situatie plangebied

Om het effect van de beoogde ruimtelijke ingrepen op beschermde soorten te beoordelen, is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Deze is opgenomen in Bijlage 8. Hieronder worden de resultaten toegelicht. Het plangebied vormt een functioneel leefgebied voor verschillende beschermde soorten. Voor vogels geldt dat het plangebied wordt benut als foerageergebied en nestgelegenheid biedt in de aanwezige beplanting. Tijdens het veldbezoek zijn geen bezette of oude nesten aangetroffen. Vaste rust- en nestplaatsen van roofvogels, uilen of andere bijzonder beschermde vogelsoorten zijn niet vastgesteld. Het plangebied behoort mogelijk tot het foerageergebied van de kerkuil, maar essentieel foerageergebied gaat als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden niet verloren. Voor grondgebonden zoogdieren geldt dat het plangebied vermoedelijk wordt benut als foerageergebied en als vaste rust- en voortplantingsplaats door algemene soorten als rosse woelmuis, veldmuis, egel en bosmuis. Beschermde soorten als das, boommarter en eekhoorn zijn niet aangetroffen en hun verblijfplaatsen bevinden zich niet binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Wat betreft vleermuizen zijn geen verblijfplaatsen vastgesteld in de opgaande beplanting. Het plangebied wordt niet als essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute voor vleermuizen beschouwd.

Voor amfibieën zijn geen geschikte voortplantingsplaatsen aanwezig en zeldzame soorten worden op basis van de inrichting en de NDFF-gegevens uitgesloten. De wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten zijn beperkt. Voor vleermuizen, amfibieën en overige beschermde soorten leidt de uitvoering niet tot overtredingen van verbodsbepalingen uit de Omgevingswet. Voor grondgebonden zoogdieren geldt een vrijstelling voor het beschadigen of vernielen van voortplantings- en rustplaatsen. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden zoogdieren opzettelijk worden gedood, dient het werkterrein voorafgaand aan de werkzaamheden natuurvrij te worden gemaakt, zodat de dieren op eigen beweging kunnen vertrekken. Voor vleermuizen geldt als aandachtspunt dat werkzaamheden bij daglicht worden uitgevoerd, om opzettelijke verstoring door kunstlicht te voorkomen. Voor vogels geldt dat bezette nesten beschermd zijn en dat voor het beschadigen of vernielen daarvan geen omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit kan worden verkregen. De werkzaamheden worden daarom bij voorkeur uitgevoerd buiten de voortplantingsperiode van vogels, te weten in de periode augustus tot en met februari. Indien werkzaamheden plaatsvinden tijdens de voortplantingsperiode, dient voorafgaand een broedvogelscan te worden uitgevoerd om de aanwezigheid van bezette nesten uit te sluiten.

Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit is voor de overige soortgroepen niet vereist. Nader ecologisch onderzoek is evenmin noodzakelijk. 8.3.3

Conclusie

Het voornemen heeft geen negatief effect op beschermde gebieden en soorten. De natuurbelangen worden in voldoende mate gewaarborgd. 8.4

Conclusie natuurbescherming

Het plan gaat niet gepaard met negatieve effecten op de natuur.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 36

Hoofdstuk 9 Behouden van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen 9.1

Beperkingengebieden

9.1.1

Algemeen

Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit die de functie van een maatschappelijk belangrijk werk of object kan verstoren. Dit zijn bijvoorbeeld wegen, spoorwegen, luchthavens en waterstaatswerken (rivieren etc.). Voorbeelden van beperkingengebiedactiviteiten zijn het plaatsen van een reclamebord naast een snelweg of het bouwen op een zeedijk. Om de functie van het werk of object te beschermen, gelden er beperkingen in een aangewezen gebied daaromheen. Het bevoegd gezag wijst dat gebied op kaart aan. De beperkingen gelden voor activiteiten in dit gebied (het beperkingengebied). 9.1.2

Situatie plangebied

In de nabijheid van het plangebied zijn geen wegen, spoorwegen of waterstaatwerken aanwezig met een beperkingengebied. 9.1.3

Conclusie

Het plangebied ligt niet binnen een beperkingsgebied. 9.2

Kabels en leidingen

9.2.1

Algemeen

Ondergrondse kabels en leidingen zijn belangrijk voor het transport van data, elektriciteit en stoffen zoals gas en water. Sommige ondergrondse (hoogspannings)leidingen kunnen een risico opleveren voor de omgeving. 9.2.2

Situatie plangebied

In Hoofdstuk 6 is al ingegaan op mogelijke buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Hieruit blijkt dat er geen buisleidingen aanwezig zijn. Ook zijn er geen hoogspanningsmasten aanwezig in of nabij het plangebied. 9.2.3

Conclusie

Het plangebied heeft geen nadelige gevolgen op de kabels en leidingen.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 37

Hoofdstuk 10 10.1

Milieueffectrapportage

Wettelijk kader

Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt het effect van een project op het milieu in beeld. De regelgeving voor de m.e.r. is te vinden in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). Aan de hand van bijlage V van het Ob kan worden bepaald of een plan mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is. In deze bijlage is een tabel opgenomen met vier kolommen. In kolom 1 staan de projecten opgesomd. In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is. In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt. Kolom 4 bevat tot slot de besluiten die betrekking hebben op de projecten waarvoor de project-mer-(beoordelings)plicht geldt. 10.2

Situatie plangebied

Het plan gaat uit van volledige verplaatsing van een agrarisch loonbedrijf, inclusief bedrijfswoning met inwoning. Een dergelijk project is niet opgenomen in kolom A 'Landbouw, bosbouw en aquacultuur'. Desondanks moet worden beoordeeld of het project aanzienlijke milieueffecten kan hebben. Of het project aanzienlijke milieueffecten kan hebben moet worden beoordeeld aan de hand van de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn, dat wil zeggen: de kenmerken van het project, de plaats van het project en de potentiële effecten. Het project heeft geen aanzienlijke milieugevolgen vanwege: de kenmerken van het project: het gaat uitsluitend om een verplaatsing van een bestaand loonbedrijf naar een locatie op relatief korte afstand van de huidige locatie; de plaats van het project: het betreft een onbebouwd agrarisch perceel; het ontbreken van relevante potentiële effecten. Dit blijkt uit de vorige hoofdstukken 4 t/m 11 van deze motivering. Er hoeft geen milieueffectrapport te worden gemaakt. 10.3

Conclusie

Dit plan brengt geen negatieve effecten op het milieu met zich mee. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 38

Hoofdstuk 11 11.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Overheden zijn verplicht om de kosten van een ontwikkeling te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. In dit geval is een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico op nadeelcompensatie voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten zijn hier ook in opgenomen. Het kostenverhaal voor de gemeente is hiermee volledig verzekerd. 11.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

11.2.1 Participatie Participatie is een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Een ontwikkeling heeft namelijk niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. Initiatiefnemer heeft de omwonenden persoonlijk bezocht met een participatieformulier, bestaande uit de erfinrichtingstekening en uitleg van het plan. De volgende omwonenden zijn bezocht: Havezateweg 9; Havezateweg 11; Havezateweg 12; Havezateweg 12i; Matenweg 4. Over het algemeen zijn de reacties positief. Het wordt initiatiefnemer gegund om het bedrijf op een nieuwe locatie voort te kunnen zetten. Zo wordt aan een lokale ondernemer ruimte gegeven. Ook wordt gevonden dat er goed rekening is gehouden met de omliggende bewoners in de planomzet. Wel zijn er enkele vragen over waarde van de woningen van omwonenden. Aangegeven is dat met alle belangen van de omwonenden rekening wordt gehouden, door het bedrijfsgedeelte zover mogelijk naar het oosten van het perceel te positioneren en de woning met tuin aan de straatzijde te realiseren. Niemand wordt hiermee in zijn belangen en mogelijkheden aangetast. Als er sprake is van waardedaling (boven het normaal maatschappelijk risico) dan kunnen omwonenden een schadeverzoek indienen bij de gemeente.

Verwezen wordt naar Bijlage 9 van deze ruimtelijke motivering. 11.2.2 Afstemming met andere bestuursorganen Dit omgevingsplan is in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan de provincie Overijssel. Deze heeft aangegeven positief tegenover het voornemen te staan. Het waterschap is reeds geïnformeerd door het gebruiken van de watertoets en heeft aangegegeven geen bezwaren te hebben tegen het voornemen.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 39

11.2.3 Zienswijzen Het ontwerp TAM-omgevingsplan heeft vanaf 6-11-25 voor een periode van 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen. Dit gebeurde door publicatie in het huis-aan-huis-blad De Toren en in het Gemeenteblad. Daarnaast is het ontwerp TAM-omgevingsplan digitaal beschikbaar gesteld via het Omgevingsloket. Binnen de inzagetermijn zijn vier zienswijzen ingediend door omwonenden van het plangebied. Deze zienswijzen hebben geleid tot diverse aanpassingen en aanvullingen van het plan. Een uitgebreide samenvatting van de zienswijzen, de gemeentelijke reactie daarop en de doorgevoerde wijzigingen is opgenomen in de zienswijzennota (Bijlage 10). Voor een nadere motivering wordt hiernaar verwezen. Hieronder wordt in hoofdlijnen weergegeven welke onderdelen naar aanleiding van de zienswijzen zijn aangepast: Ecologie: Naar aanleiding van de zienswijzen is het ecologisch onderzoek herbeoordeeld en op onderdelen aangevuld, waarbij ook het aangrenzende bosje is betrokken.

Hieruit volgt dat de voorgenomen ontwikkeling geen aantasting veroorzaakt van beschermde soorten of essentiële leefgebieden, mits werkzaamheden buiten het broedseizoen worden gestart; Verkeersveiligheid: Naar aanleiding van de zienswijzen zijn de inritten herontworpen en haaks op de weg gepositioneerd, waarbij in het ruimtelijk kwaliteitsplan is geborgd dat voldoende zicht aanwezig blijft en de verkeersveiligheid wordt gewaarborgd. Daarnaast is onderbouwd dat de beperkte toename van verkeersbewegingen op de Havezateweg binnen de beschikbare capaciteit van de weg past en per saldo geen toename van verkeersdruk in het gebied optreedt; Gebiedsbescherming: Naar aanleiding van de zienswijzen is de AERIUS-berekening aangepast, waarbij in de gebruiksfase rekening is gehouden met het aantal zware verkeersbewegingen. Uit de aangepaste berekening volgt dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden; Waterhuishouding: Naar aanleiding van de zienswijzen is de waterparagraaf aangevuld met een nadere onderbouwing van de omgang met hemelwater en de compensatie van toegenomen verharding door extra waterberging in de vorm van oppervlaktewater. Hiermee wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de eisen van het waterschap en is een nader hydrologisch onderzoek niet noodzakelijk.

Spuitzonering: Naar aanleiding van de zienswijzen is het plan aangepast zodat de bedrijfswoning circa 10 meter wordt verplaatst, waardoor een afstand van minimaal 50 meter tot gronden waar gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden toegepast wordt geborgd. Daarnaast is een spuitvrije zone van 50 meter juridisch vastgelegd in het omgevingsplan (zie paragraaf 4.7).

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 40

Hoofdstuk 12

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet bevat het omgevingsplan voor de hele gemeente de regels die nodig zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In het Bkl staan de instructieregels voor de hoofdonderwerpen. Een omgevingsplan houdt in ieder geval voldoende rekening met onderstaande onderwerpen: waarborgen van veiligheid; beschermen van waterbelangen; beschermen van gezondheid en milieu; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed; het behoud van ruimte voor toekomstige functies; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; Deze onderwerpen zijn beoordeeld in hoofdstuk 3 tot en met hoofdstuk 10. Hieruit blijkt dat het plan met alle aspecten voldoende rekening houdt. Geconcludeerd wordt dat met deze wijziging van het omgevingsplan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Havezateweg ongenummerd Collendoorn | PAGINA 41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16966667/1