14. Bijlage 10 Ontheffing Wet natuurbescherming
Tekst van het document
BESCHIKKING Wet Natuurbescherming
- ontheffing soorten ruimtelijke ontwikkeling
Attractie- en Vakantiepark
Aanvrager
Aangevraagde
activiteiten
Datum ontvangst aanvraag :
Datum
beschikking :
Zaaknummer
Datum
verzending
14.04,2023
Slagharen B.V., M. de Vries
Het realiseren van een camping :
24.01.2023
Zwarte Dijk 52 Slagharen
Locatie
Kenmerk
:
:
14.04.2023 D2023-03-001673
:
2023-002189
provincie
verijSS€l
Deze beschikking is als volgt opgebouwd: A.
BESLUIT
ONTHEFFING
A1
Aanvraag
…
A2
Besluit
A3
Ondertekening
A4
Niet
mee
SOORTEN
BIJ
HET
Informatie die van belang
B.2
Algemee:
B.3
Soortspecifiek.
B.4
Overige zaken
c.
OVERWEGINGEN
c1
BEVOEGDHEID,
c1.1
BIJ
_
is bij melden
HET
BESLUIT
PROCEDURE
EN
of contact met bevoegd
.
TOETSINGSKADER
Gedeputeerde
_
Overeenstemming
andere
€.1.2.2
_
Adviesverzoek
aan
gemeente
C.1.2.3
Relevante overige
besluiten ….
c1.3
Toetsingskader
…
_
Wettelijke
regels …
€.1.3.2
_
Provinciaal
beleid.
DE
provincie
soorten…
C.1.3.1
WEERGAVE
VAN
c.21
Aanvraag
c.2.1.1
Omschrijving
c.2.2
Doel van het project…
c.2.3
Soorten
c.2.4
Periode
c.2.5
Onderliggende
FEITEN
ontheffing
beschermde
soorten
van het project / activiteiten
waarvoor ontheffing wordt gevraagd .
C.2.6
Aanvullende
TOETSING
AANVRAAG
documenten.
gegeven:
ONTHEFFING
SOORTEN
13
Inhoudelijke beoordeling …
C.3.1.1
_
Onderzoeksmethode
C.3.1.2
_
Effectbeoordeling,
C.3.1.3
Beschrijving
en
resultaten
noodzaak
ontheffing
_
Geen
C.3.1.5
__
Wettelijk belang van het project
C.3.1.6
_
Toetsing
C.3.1.7
_
Zorgplicht blijft altijd gelden
SLOTCONCLUSIE .
onderzoek..
mitigatie en staat van instandhouding …
C.3.1.4
20
…
Staten van Overijssel bevoegd
C.1.2.1
2 van
gezag
Procedure..
c3.1
Pagina
BESLUIT.
Bevoegdheid.
c1.2
c.3
…
eens’
B.1
c2
ONTWIKKELING
en verzending.
VOORSCHRIFTEN
C.1.1.1
RUIMTELIJKE
andere bevredigende
oplossing
aan overige vereisten.
/ alternatievenafweging
E.
Pagina
BIJLAGE
3 van
20
A.
BESLUIT
ONTHEFFING
A1
Aanvraag
SOORTEN
RUIMTELIJKE
ONTWIKKELING
(geanonimiseerd) Ivan het adviesbureau
Ecogroen B.V. heeft, namens uw organisatie, een aanvraag om een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming - onderdeel soorten! (verder Wnb - soorten) bij ons ingediend. Deze hebben wij op 24 januari 2023 ontvangen en geregistreerd onder kenmerk 2023002189. Op 2 maart 2023 hebben wij aanvullende gegevens ontvangen. De aanvraag is gedaan vanwege het realiseren van een camping. In deze brief geven wij ons besluit weer.
A2
Besluit
Wij besluiten u een ontheffing? te verlenen van verbodsbepalingen voor nationaal beschermde soorten en een soort van de Habitatrichtlijn. In het bijzonder gaat het om het verbod om de gewone dwergvleermuis opzettelijk te verstoren? en voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis te beschadigen of te vernielent en om het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de steenmarter, egel, wezel, hermelijn en bunzing opzettelijk te beschadigen of te vernielens. Deze ontheffing heeft betrekking op het realiseren van een camping voor de locatie Zwarte Dijk 52 Slagharen. Deze ontheffing treedt in werking een dag na de verzenddatum van dit besluit en is geldig tot en
met
1 februari
2028.
Verder besluiten wij dat de volgende stukken/delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van de ontheffing, voor zover niet in strijd met de voorschriften zoals weergegeven in B. Voorschriften bij het besluit:
= =
Ecogroen Ecogroen
B.V., 21 december 2022, Activiteitenplan uitbreiding Attractiepark Slagharen; B.V., 2 maart 2023, Beantwoording aanvullende vragen.
De motivering voor ons besluit is in C. Overwegingen bij het besluit weergegeven. Voorschriften
Aan ons besluit verbinden wij voorschriften.
A3
Ondertekening
Een
afschrift
=
_
=
van
dit besluit
Deze zijn in 8. Voorschriften bij het besluit weergegeven.
en verzending is tevens
verzonden
aan:
Burgemeester en wethouders van gemeente Ecogroen
B.V., mevr.
Hardenberg;
I. van Laatum.
Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Overijssel,
IJUj;/ In het kader van
art.
3.8, eerste lid Wnb en art.
Op basis van art. 3.8, eerste lid Wnb Art.
3.5, tweede
lid Wnb
Art. 3.5, vierde lid Wnb Art. 3.10, eerste lid, sub b Wnb
Pagina 4 van 20
en art.
3.10, tweede lid, in samenhang
3.10, tweede
lid, in samenhang
met art.
3.8, eerste lid Wnb
met art. 3.8, eerste lid Wnb
Lars Wuijster
Teamleider vergunningverlening
A4 Als
u het
niet
mee
eens?
eens
bent
met
dit
besluit
kunt
u bezwaar
maken
Stuurt u dan een bezwaarschrift aan ons. Wij controleren dan of wij een juist besluit hebben Uw
bezwaarschrift
is een
brief
die
aan
een
aantal
eisen
moet
genomen.
voldoen.
De wet stelt eisen aan uw bezwaarschrift. Die eisen zijn: 1. U zegt met welk besluit u het niet eens bent. Dit doet u door in uw bezwaarschrift het kenmerk
2.
dat
in onze
brief
staat.
U zegt waarom u het niet eens bent met dit besluit. U zet uw naam, adres, handtekening en de datum op uw bezwaarschrift. U verstuurt het bezwaarschrift op tijd. Op onze brief staat een verzenddatum.
#
4.
binnen
Uw
te vermelden
zes
weken
na
die datum
uw
U stuurt ons
bezwaarschrift.
bezwaarschrift kunt u op 3 manieren aan ons versturen. 1. Met de post naar: Gedeputeerde Staten van Overijssel, team Juridische Zaken, 8000
2.
GB
Postbus
10078,
Zwolle.
Via internet.
U gebruikt daarvoor ons digitale bezwaarformulier.
https://regelen.overijssel.nl/Producten
en
diensten/Bezwaar
U vindt het formulier via klacht
informatie
schade/Bezw
aar tegen beslissing provincie Overijssel. Via de e-mail naar klachtenenbezwaar@overijssel.nl>.
3.
Wat als u niet kunt wachten tot er een nieuw besli genomen? Ook als u bezwaar maakt treedt dit besluit gewoon in werking. Dat kan vervelende gevolgen voor u hebben. U kunt de rechtbank dan vragen een voorlopige beslissing te nemen, door een zogeheten ‘voorlopige voorziening’ aan te vragen. Dit is een aparte procedure die loopt naast de door u gestarte bezwaarprocedure. Voor de behandeling van uw verzoek om een voorlopige voorziening betaalt u een bedrag. De rechter kan beslissen dat wij dat bedrag aan u moeten vergoeden. Voor informatie over het indienen van een verzoek belt u met de rechtbank Overijssel: 088 - 361 55 55.
Pagina
5 van
20
VOORSCHRIFTEN
BIJ
HET
BESLUIT
Het besluit, de voorschriften en de overwegingen
Informatie die van belang
B.1
zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
is bij melden
of contact met bevoegd
gezag
Geeft u in de e-mail (meldpunt@overijssel.nl) naar ons of n een telefoongesprek (038 499 88 99) altijd aan dat het gaat om de Wet natuurbescherming - soortenbescherming, de naam van het project en ons kenmerk van dit besluit (D2023-03-001673). Daarmee is direct duidelijk voor welk deel van de organisatie de melding of uw verzoek tot contact bestemd is. B.2 1
Algemeen Deze ontheffing is alleen geldig voor (medewerkers van) de ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze ontheffing. Minimaal zeven werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden informeert u ons over de startdatum door een e-mail te sturen naar meldpunt@overijssel.nl. Geeft u bij de melding aan: + de contactpersoon ter plaatse, inclusief het mobiele telefoonnummer van de contactpersoon; + de naam van de begeleidend ecologisch deskundige®, inclusief het mobiele telefoonnummer van deze persoon; + het adres waar de werkzaamheden worden uitgevoerd; Wanneer contactgegevens wijzigen,
informeert u ons hierover.
De ontheffinghouder neemt direct contact op met het Overijssel Loket, telefoonnummer 038 499 88 99 als bij het uitvoeren van de werkzaamheden van het project andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen. Als het voorkomen van overtreding van verbodsbepalingen niet mogelijk is moet u de activiteiten direct staken. De effecten van de activiteiten voor de aangetroffen soort moet de ontheffinghouder in beeld brengen en doorgeven. Daarbij moeten ook de maatregelen worden meegenomen die nodig zijn om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Alleen na toestemming van de provincie mag het werk worden hervat. Als de ontheffinghouder het voornemen heeft af te wijken van de uitvoeringsperiode, de voorgeschreven middelen of van de voorgenomen handelingen als weergegeven in de aanvraag, dan dient hij dit - voorafgaand aan de voorgenomen wijzigingen - ter goedkeuring voor te leggen aan de provincie. Dit i nodig omdat voor deze wijzigingen opnieuw de effecten op de betrokken soorten beoordeeld moet worden. Alleen na schriftelijke toestemming van de provincie is de voorgenomen afwijking toegestaan. Neem hiervoor contact op met het bevoegd gezag via een email naar meldpunt@overijssel.nl.
De provincie Overijssel
verstaat onder een ecologisch
deskundige
een persoon
die voor de situatie en soorten ten
aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soort specifieke ecologie. De ervering. n kennis dient te zijn opgedaan doordat de deskundige: op HBO, dan wel universitair niveau
een opleiding heeft genoten
met als zwaartepunt
(Nederlandse)
ecologie
en/of
= _ op HBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soorten herkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten en/of « als ecoloog werkzaam s voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau welke is aan gesloten bij het Netwerk «
=
Groene Bureaus en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NN, IVN, EIS
Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen Natuur en Landelijk gebied) en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of bescherming.
Pagina 6 van 20
en stichting Beheer
B.3 5.
Soortspe: _
k
Biij het plannen van het ongeschikt maken van de verblijfplaatsen houdt u rekening met de kwetsbare periodes van de gewone dwergvleermuis, steenmarter, egel, wezel, hermelijn en bunzing. Afhankelijk van het seizoen en de weersomstandigheden kunnen deze perioden korter dan wel langer duren dan hieronder aangegeven staat. De geschiktheid van de periode voor het uitvoeren van het ongeschikt maken wordt bepaald door een ecologisch deskundige op het gebied van de betrokken soorten. Afwijkingen worden onderbouwd opgenomen in het logboek. De kwetsbare voortplantingsperiode van de gewone dwergvleermuis loopt van 15 mei tot en met 31 augustus. De kwetsbare overwinteringsperiode van de gewone dwergvleermuis oopt van 1 november tot 15 mei (Figuur 1).
Gewone dwergvleermuis |kKwetsbare perioden Figuur 1: de kwetsbare voortplantings- en overwinteringsperioden en de periode waarin ongeschikt maken mogelijk is (groen).
van de gewone dwergvleermuis (rood)
De kwetsbare voortplantingsperiode van de steenmarter loopt van (Figuur 2).
15 maart tot en met 31 julí
Steenmarter
Kwetsbare
perioden
Figuur 2: de kwetsbare voortplantingsperiode van de steenmarter (rood) en de periode waarin ongeschikt maken mogelijk is (groen). De kwetsbare voortplantingsperiode van de egel loopt van 1 maart tot en met 31 augustus. Daarnaast is voor de egel de overwinteringsperiode (1 november tot 1 maart) kwetsbaar (Figuur 3.
[Eger |Kwetsbare perioden Figuur 3: de kwetsbare voortplantings- en overwinteringsperioden waarin ongeschikt maken mogelijk is (groen). De kwetsbare voortplantingsperiode van wezel, 31 augustus (Figuur 4).
IKleine
van de egel (rood) en de periode
hermellijn en bunzing loopt van
1 maart tot en met
marters
Kwetsbare
perioden
Figuur 4: de kwetsbare voortplantingsperiode van de wezel, hermelijn en bunzing (rood) en de periode waarin ongeschikt maken mogelijk ís (groen). Gewone dwergvleermuis 6. _ Minimaal zes maanden voorafgaand aan het ongeschikt maken van de verblijfplaats, waarbij alleen de maanden in de actieve periode van de vleermuizen meetellen, worden minimaal 4 tijdeli vleermuiskasten opgehangen op locaties aangegeven in Figuur 6 (Hoofdstuk E - Bijlage). De
Pagina 7 van 20
tijdelijke vleermuiskasten voldoen aan de eisen zoals weergegeven in voorschrift 11. In augustus 2022 zijn acht tijdelijke vleermuiskasten geplaatst. Van deze kasten waren er vier van het type Beaumaris Maxi (Vivara) en vier van het type VKWS04 (Vivara Pro). De tijdelijke vleermuiskasten mogen gedurende de looptijd van de ontheffing en buiten de kwetsbare perioden verwijderd of verplaatst worden nadat de permanente verblijfplaatsen zijn opgeleverd en deze minimaal zes maanden beschikbaar zijn n de actieve periode van de gewone dwergvleermuis. Voorafgaand aan het verwijderen van de tijdelijke vleermuiskasten moet een ecologisch deskundige vaststellen dat de betreffende kasten niet door vleermuizen gebruikt worden. Wanneer vastgesteld wordt dat de tijdelijke kasten wel door vleermuizen gebruikt worden dienen deze ongeschikt gemaakt te worden, bijvoorbeeld door het aanbrengen van exclusion flaps aan de kasten. De kasten kunnen vervolgens na een controle door de ecologisch deskundige verwijderd worden. Voorafgaand aan de werkzaamheden en buiten de kwetsbare perioden van de vleermuizen wordt het pand ongeschikt gemaakt als verblijfplaats voor vleermuizen door dakpannen te verwijderen. Het ongeschikt maken vindt plaats onder begeleiding van een ecologisch deskundige op het gebied van
10.
vleermuizen.
Minimaal vijf dagen (onder geschikte vliegomstandigheden) na het ongeschikt maken van de verblijfplaatsen voert u een controle uit met behulp van een batdetector. De controle wordt bij nacht en met geschikte vliegomstandigheden (>10°C, wind max. 4 Bft en maximaal motregen) uitgevoerd door de ecologisch deskundige. Indien alsnog verblijfplaatsen van vleermuizen worden aangetroffen dan zijn extra maatregelen om de verblijfplaatsen verder ongeschikt te maken noodzakelijk. Deze procedure wordt herhaald totdat geen verblijfplaatsen van vleermuizen meer waargenomen worden. De werkzaamheden mogen pas starten als uit de controle blijkt dat er geen vleermuizen meer aanwezig zijn in de bebouwing. Voor de permanente compensatie van de verblijfplaatsen waren ten tijde van het schrijven van deze ontheffing nog vier mogelijkheden, die allemaal minimaal voldoen aan de eisen gesteld in voorschrift
1.
11
« _ Het realiseren van verblijfplaatsen in een spouwmuur van een nieuw te bouwen gebouw op de nieuwe camping. De spouw dient op tenminste drie plekken via open stootvoegen of andere openingen toegankelijk te zijn voor vleermuizen. De openingen zijn tenminste 1,5 bij 2 centimeter groot; + _ Het inmetselen van tenminste vier inbouwstenen van het type IB VL 06 (Vivara Pro) of vergelijkbaar in het nieuwe te bouwen gebouw op de nieuwe camping; . _ Het realiseren van meerlaagse gevelbetimmering. Hierbij is van belang dat zowel de buitenkant als de binnenkant van de betimmering ruw genoeg zijn zodat de vleermuizen zich hieraan vast kunnen grijpen. Met latjes kunnen plaat en/of planken zodanig worden bevestigd dat hier een ruimte ontstaat van minimaal 3 centimeter aan de onderzijde en aan de bovenzijde minimaal 1,5 centimeter; . Het plaatsen van vier paalkasten van het type VK SK 05 (Vivara Pro) of vergelijkbaar geschikt voor vleermuizen. Deze worden geplaatst op een beschutte plek aan de rand van een groenstrook. Alle tijdelijke en nieuwe verblijfplaatsen hebben de ingang op minimaal 3 meter hoogte, hebben een vrije aanvliegroute, zijn vrij van verstoring en direct kunstlicht en zijn vrij van predatie.
Steenmarter, egel en kleine marters 12. Voorafgaand aan de werkzaamheden worden twee vervangende verblijfplaatsen voor steenmarter gerealiseerd op de locaties aangegeven in Figuur 7 (Hoofdstuk E - Bijlage). De vervangende verblijfplaatsen voor steenmarter zijn n november 2022 gerealiseerd. 13. De vervangende verblijfplaatsen voor steenmarter zijn ongeveer 1 bij 1 meter groot en opgebouwd uit een ondergrond van straatzand met daarop stoeptegels van 30x30 centimeter. Daarop zijn betonklinkers aangebracht en het dak bestaat eveneens uit stoeptegels. Daarnaast wordt stro in en op de verblijfplaatsen aangebracht dat gebruikt kan worden als nestmateriaal. Het gehee! wordt afgedekt met snoeiafval. 14. Er worden voorafgaand aan de werkzaamheden acht vervangende verblijfplaatsen voor egel, vier vervangende verblijfplaatsen voor bunzing en hermelijn en vier vervangende verblijfplaatsen voor
Pagina 8 van 20
15.
16.
wezel geplaatst op de locaties in de figuren 8 en 9 (Hoofdstuk E - Bijlage). De alternatieve verblijfplaatsen voor egel en kleine marters zijn in september 2022 geplaatst. De alternatieve verblijfplaatsen voor egel hebben een buitenmaat van 40 x 30 x 30 centimeter, zijn gemaakt van hout, met een tunnel aan de voorkant met een opening van 13 x 13 centimeter voor het buitenhouden van predatoren en zijn gevuld met stro? (zie Figuur 10 in Hoofdstuk E - Bijlage voor foto's van de gerealiseerde versie). De verblijfplaatsen voor kleine marters zijn gemaakt van grenenhout. De kasten voor hermelijn en bunzing hebben een buitenmaat van 22 x 35 x 27 centimeter, met inloopopeningen van 4 centimeter. De kasten voor wezel hebben een buitenmaat van 18,5 x 27,5 x 19 cm, met inloopopeningen van 2,5 cm. Voorafgaand aan het bouwrijp maken van het projectgebied wordt het gebied kort (<10 cm
hoogte) gemaaid, gefreesd en/of geklepeld. Hierbij wordt zoveel mogelijk in één richting en het
17.
18.
B.4
liefst in de richting van te behouden leefgebied gewerkt, om zo aanwezige dieren de kans te geven weg te komen. Na het ongeschikt maken van het projectgebied wordt het gebied ongeschikt gehouden voor steenmarter, egel en kleine marters door middel van regelmatig maaien de vegetatie laag (<10 cm) te houden. Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden wordt minstens 0,41 ha geschikt leefgebied voor steenmarter, egel en kleine marters ingericht. Dit leefgebied wordt gerealiseerd in de vorm van heggen, houtwallen of de aanleg van groene oevers. Er wordt tenminste 25% van het leefgebied ingevuld met dicht struikgewas en er wordt gebruik gemaakt van inheemse bomen en struiken, zoals meidoorn, hazelaar, sleedoorn, hulst, Gelderse roos, lijsterbes, liguster, haagbeuk, veldesdoorn, eik, beuk en linde. Daarnaast kunnen poelen of takkenrillen aangelegd worden. De precieze inrichting en locatie van het nieuw aan te leggen leefgebied voor steenmarter, egel en kleine marters was ten tijde van het schrijven van deze ontheffing nog niet bekend. Wanneer dit wel bekend is wordt dit vastgelegd in het logboek.
Overige zaken
19.
De werkzaamheden voert u uit in overeenstemming met bovengenoemde voorschriften en door of onder begeleiding van een ecologisch deskundige op het gebied van de gewone dwergvleermuis, steenmarter, egel, hermelijn, bunzing en wezel.
20.
U houdt een ecologisch logboek bij of laat dit bijhouden door bijvoorbeeld de ecologisch deskundige. Uit dit logboek blijkt aantoonbaar op welke wijze, waar en wanneer uitvoering is gegeven aan de bovengenoemde voorschriften. Het gaat er daarbij vooral om het registreren van uitvoering, keuzes, afwegingen bij het handelen volgens de voorschriften en hoe wordt omgegaan met onverwachte soorten of situaties. Het ecologisch logboek is op de werklocatie aanwezig en wordt op verzoek van de toezichthouder aan hem/haar getoond.
www.egelwerkgroep.com/egelhuisjes
Pagina 9 van 20
.
OVERWEGINGEN
BIJ
HET
BESLUIT
Het besluit, de voorschriften en de overwegingen
c1 C.1.1
BEVOEGDHEID,
PROCEDURE
zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
EN TOETSINGSKADER
_ Bevoegdheid
C.1.1.1 Gedeputeerde Staten van Overijssel bevoegd De aangevraagde activiteiten vinden plaats op het grondgebied van Overijssel. De activiteiten vallen niet onder de uitzonderingen van de bevoegdheid, zoals weergegeven in het Besluit natuurbeschermings. In dat geval zijn Gedeputeerde Staten van provincie Overijssel bevoegd tot het nemen van besluiten op basis van de Wnb (art. 1.3, eerste lid). Als de activiteiten ook gevolgen heeft voor populaties van soorten op het grondgebied van de aangrenzende provincie (Wnb, art. 1.3, derde lid) stemmen wij ons besluit af met gedeputeerde staten van die provincie. C.1.2
_
Procedure
De procedure voor het verlenen van de ontheffing is uitgevoerd in overeenstemming met hoofdstuk 5 van de Wnb. Daarbij zijn de relevante artikelen van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. C.1.2.1 Overeenstemming andere provincie De aangevraagde activiteiten vinden plaats op ons grondgebied. De effecten van het project op beschermde soorten zijn beperkt tot ons grondgebied. Overeenstemming met een andere provincie s niet nodig. C.1.2.2 Adviesverzoek aan gemeente Wij hebben de aanvraag naar het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg gestuurd met het verzoek om advies. De gemeente is vier weken de gelegenheid geboden om te reageren.
Zij heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. C.1.2.3 Relevante overige besluiten Wij wijzen u erop, dat er ook andere besluiten nodig zijn voordat u de voorgenomen Voor zover ons bekend gaat het om de volgende besluiten: Naam
wet en van toepassing
zijnde artikel
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, art.
Bevoegd
bestuursorgaan
_ | Gemeente
Hardenberg
activiteiten uitvoert.
en adres
2.1 en/of art. 2.2
Wet natuurbescherming, onderdeel Natura 2000-
gebieden
| Provincie Overijssel
contactadres: Postbus 10078, 8000 GB Zwolle e-mail:
postbus@overijssel.nl
Uw project vindt binnen de invloedsfeer van een Natura 2000-gebied plaats. Het is niet uit te sluiten dat dit project effecten heeft op één of meerdere instandhoudingsdoelen van dit gebied en u hiervoor een vergunning nodig heeft (art. 2.7 Wnb). Op basis van de voorliggende aanvraag om ontheffing kunnen wij hierover geen besluit nemen. Als u zekerheid wilt over het wel of niet vergunningplichtig zijn, kunt u hiervoor een separate aanvraag bij ons indienen. Voor vragen over deze vergunning Wnb kunt u contact met ons opnemen (Overijssel Loket 038 499 88 99).
s
Art. 1.3, eerste lid Besluit natuurbescherming
Pagina 10 van 20
C.1.3 _ Toetsingskader soorten Een ontheffing kan worden verleend als aan verschillende kaders is voldaan. In deze paragraaf beschrijven we kort aan welke kaders wordt getoetst. C.1.3.1 Wettelijke regels Een verzoek tot ontheffing wordt beoordeeld op basis van de regels, zoals deze zijn opgenomen in hoofdstuk 3, paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Bij ons oordeel houden we tevens rekening met het derde lid van artikel 1.10 Wnb. Ook het Besluit natuurbescherming? en (soms) de Regeling natuurbescherming!? zijn voor de toetsing relevant.
C.1.3.2
Provinciaal
beleid
Naast de wettelijke regels hebben wij beleid opgesteld in onze Omgevingsvisie. De regels, die daaruit voortkomen, zijn vastgelegd in onze Omgevingsverordening Overijssel 2017 (hoofdstuk 7 Natuur). Hierin zijn onder andere regels met betrekking tot een vrijstelling van bepaalde soorten weergegeven. In onze Beleidsregel Natuur Overijssel 2017!! is vastgesteld dat wij kennisdocumenten soorten:? (voorheen de soortenstandaarden) betrekken bij de afweging tot het verlenen van een ontheffing op basis van de artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wnb.
c2
WEERGAVE
C.2.1
_ Aanvraag
VAN
DE
ontheffing
FEITEN
beschermde
soorten
C.2.1.1 Omschrijving van het project / acti n Het project omhelst het realiseren van een nieuwe camping ten zuiden van het huidige Attractiepark Slagharen en het herinrichten van een huidig campingterrein naast het Attractiepark ten behoeve van vakantiehuisjes (Figuur 5). De uit te voeren werkzaamheden voor de nieuwe camping omvatten onder andere het slopen van een bestaande boerderij, het bouwrijp maken van het terrein en het realiseren van nieuwe sanitairgebouwen en een centraal gebouw. Op de voormalige camping worden nieuwe huisjes geplaatst en wordt n de grond de benodigde infrastructuur (water, elektra, internet) voor de huisjes aangelegd.
á
N
Figuur 5: Ligging van het projectgebied, met de nieuw te realiseren camping (blauw) en de huidige camping (rood). 9 10
! 12
Art. 3.9 Besluit natuurbescherming Art. 3.22 Regeling natuurbescherming
i.s.m.
art. 3.25 Besluit natuurbescherming
Art. 4.2.1 Beleidsregel Natuur Overijssel 2017 Te raadplegen via: https://www.bijl2.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingenwet-natuurbescherming/
Pagina 11 van 20
C.2.2 _ Doel van het project Het doel van het project is het uitbreiden van de overnachtingsmogelijkheden Slagharen.
van het Attractiepark
C.2.3 _ Soorten waarvoor ontheffing wordt gevraagd U vraagt ontheffing aan van de verbodsbepalingen en soorten, zoals opgenomen Tabel
1: soorten
en verbodsbepalingen
o|
£
5
25
ë 5
4& s
ë
s 8
E
3 5 EN s È $ 3
2
E 58 2ò E
ë
33
ss Eë 516
soort Gewone
in tabel 1.
dwergvleermuis
x
Steenmarter Egel Hermelijn Bunzing Wezel
|5 34 & x
x x xx x
c.2.4
De ontheffing wordt aangevraagd
voor de periode van
1 februari 2023 tot en met 1 februari 2028.
€.2.5 _ Onderliggende documenten Voor de beoordeling van de aanvraag zijn de volgende documenten toegezonden: . Ecogroen B.V., 19 december 2022, Natuurtoets uitbreiding Attractie- en vakantiepark Slagharen; . Ecogroen B.V., 21 december 2022, Activiteitenplan uitbreiding attractiepark Slagharen; . Ecogroen B.V., 2 maart 2023, Beantwoording aanvullende vragen; . Checkpoint Milieu Consultancy, 10 december 2021, Rapportage asbestinventarisatie; . Ondertekende machtiging d.d. 6 december 2022. Verder zijn de volgende onderzoeken bij de beoordeling betrokken: . BIJ12, 2017, Kennisdocument gewone dwergvleermuis; .
Vleermuisprotocol
.
Provincie Overijssel, 2021, Handreiking soortenbescherming in Overijssel.
2021;
C.2.6 _ Aanvullende gegevens Wij hebben uw aanvraag op 24 januari 2023 ontvangen. Op gevraagd. Deze gegevens zijn op 3 maart 2023 ontvangen.
13 1 15
Art. 3.5, tweede lid Wnb Art. 3.5, vierde lid Wnb Art. 3.10, eerste lid, sub b Wnb
Pagina 12 van 20
17 februari 2023 zijn aanvullende gegevens
c.3
TOETSING
AANVRAAG
ONTHEFFING
SOORTEN
C.3.1 _ Inhoudelijke beoordeling Onze Omgevingsverordening geeft voor uw handeling en betrokken soorten geen vrijstelling. C.3.1.1
Onderzoeksmethode
en
resultaten
onderzoek
Middels bureau- en veldonderzoek is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde soorten. In het rapport Natuurtoets uitbreiding Attractiepark en vakantiepark Slagharen!s wordt beschreven hoe dit onderzoek is uitgevoerd. Op hoofdlijnen komt dit neer op: = Inventarisatie van beschermde soorten in het projectgebied, uitgevoerd op 16 februari 2022; = Nader onderzoek naar aanwezigheid van vleermuizen, huismus, steenuil, kerkuil, boerenzwaluw, sperwer, ransuil, steenmarter, grote bosmuis, ege! en kleine marterachtigen. In het kader van het nader onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen projectgebied zijn, conform het vleermuisprotocol en de beschikbare kennisdocumenten voor vleermuizen, vijf nachtelijke bezoeken aan het projectgebied uitgevoerd.
in het
Rond de te slopen boerderij en bijbehorende opstallen zijn twee dagbezoeken in de periode april-half mei uitgevoerd in het kader van het nader onderzoek naar aanwezigheid van huismussen. Daarnaast is rond de te slopen boerderij zowel tijdens de dagbezoeken als voorafgaand aan de nachtbezoeken in de periode april tot september gecontroleerd op de aanwezigheid van boerenzwaluwen. Om de functie van het projectgebied voor de steenuil en de kerkuil te bepalen zijn in de periode februari tot eind april voor de steenuil en tot half oktober voor de kerkuil drie nachtelijke veldbezoeken uitgevoerd, conform de Kennisdocumenten steenuil en kerkuil. Daarnaast zijn meerdere dagbezoeken uitgevoerd waarbij gezocht is naar sporen van uilen, zoals braakballen en krijtstrepen. In de periode begin mei tot half juni zijn vier veldbezoeken uitgevoerd om vast te stellen of een aangetroffen nest in gebruik is door sperwer of ransuil. Hierbij is gelet op verse takken, alarmerende ouders, poepsporen, prooiresten en ruiveren. Het onderzoek naar aanwezigheid van steenmarter is uitgevoerd door tijdens de nachtbezoeken te letten op activiteit van steenmarter en tijdens de dagbezoeken te letten op sporen zoals prooiresten en poepsporen. Daarnaast is een visuele inspectie met behulp van een endoscoop van een konijnenhol uitgevoerd.
Het onderzoek naar grote bosmuis is uitgevoerd door, verdeeld over 5 raaien, in totaal 55 inloopvallen van het type Longworth te plaatsen. De vallen zijn in september 2022 geplaatst en hebben in totaal zes dagen in het gebied gestaan. De eerste drie dagen waren om de dieren aan de vallen te laten wennen en gedurende de volgende drie dagen zijn de vallen n totaal zes keer gecontroleerd op aanwezigheid van grote bosmuis. Om aan- of afwezigheid van egel en kleine marters in het projectgebied te kunnen habitatgeschiktheidsanalyse van het projectgebied uitgevoerd.
beoordelen
is een
Wij zijn van oordeel dat het onderzoek afdoende is geweest om aanwezigheid en functie van verblijfplaatsen vast te stellen van de onderzochte soorten. Wij zijn van oordeel dat de aangetroffen soorten overeenkomen met de beschermde soorten die in het projectgebied te verwachten zijn. In de te slopen woonboerderij is een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Daarnaast is in dezelfde woonboerderij een verblijfplaats van een steenmarter aangetroffen. Uit de habitatgeschiktheidsanalyse kwam naar voren dat er in het projectgebied potentieel geschikt leefgebied voor egel en kleine marters aanwezig is.
15
Hoofdstuk 2 pagina 12 tot en met 17
Pagina 13 van 20
C.3.1.2 Effectbeoordeling, mitigatie en staat van instandhouding Door de werkzaamheden gaan een vaste rust- en verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis, een vaste rust- en verblijfplaats van de steenmarter en potentieel leefgebied met rust- en verblijfplaatsen van de egel, bunzing, hermelijn en wezel verloren. De voorgestelde mitigerende maatregelen, voldoende.
Ze
komen
overeen
met
zoals beschreven
bestaande
methoden
in de bijlage bij de aanvraag”, zijn
zoals
beschreven
in
het
kennisdocument
van
de
gewone dwergvleermuis en de Handreiking soortenbescherming in Overijssel. Met deze maatregelen worden negatieve effecten op de gewone dwergvleermuis, steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel zoveel mogelijk geminimaliseerd. In 8. Voorschriften bij het besluit zijn de voorgestelde maatregelen vastgelegd. In hoofdlijnen komen deze neer op: = Uitvoeren van ongeschikt maken van het leefgebied en de verblijfplaatsen buiten de kwetsbare periodes van de betrokken soorten (voorschrift 5); = Het ophangen van minimaal vier tijdelijke vleermuiskasten voor de gewone dwergvleermuis. De kasten worden minimaal zes maanden in de actieve periode voorafgaand aan het ongeschikt maken van de verblijfplaats opgehangen (voorschrift 6); = Het voorafgaand aan de werkzaamheden en buiten de kwetsbare periode ongeschikt maken van de verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis door het verwijderen van dakpannen op de boerderij (voorschrift 8); = H realiseren van permanente vervangende verblijfplaatsen voor de gewone dwergvieermuis.
Op het moment van schrijven van deze ontheffing waren er nog vier mogelijkheden, benoemd in voorschrift 10; = _ Alletijdelijke en permanente vervangende verblijfplaatsen voor vieermuizen hebben de ingang op minimaal 3 meter hoogte, hebben een vrije aanvliegroute, zijn vrij van verstoring en direct kunstlicht en zijn vrij van predatie (voorschrift 11); = Het voorafgaand aan de werkzaamheden realiseren van twee vervangende verblijfplaatsen voor steenmarter, welke beide 1x1 meter groot zijn en opgebouwd uit stoeptegels, betonklinkers, stro en snoeiafval (voorschriften 12 en 13); = Het voorafgaand aan de werkzaamheden plaatsen van acht vervangende verblijfplaatsen voor egel, vier vervangende verblijfplaatsen voor hermelijn en bunzing en vier vervangende verblijfplaatsen voor wezel. De vervangende verblijfplaatsen zijn gemaakt van hout en stro (voorschriften 14 en 15); = Het voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt maken van het projectgebied door de vegetatie kort (<10 cm) te maaien, frezen of klepelen (voorschrift 16); = Het inrichten van minimaal 0,41 ha aan geschikt leefgebied voor de betrokken soorten in de toekomstige situatie (voorschrift 18). De staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis wordt als ‘onbekend’ beoordeeld, vanwege de beperkte beschikbaarheid van gegevens en het grote aantal renovatieprojecten dat tegenwoordig uitgevoerd wordt!s.
De voorgenomen werkzaamheden hebben door het nemen van voldoende mitigerende maatregelen geen negatieve effecten op de lokale staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis. De landelijke staat van instandhouding van de steenmarter wordt wegens een toenemende populatie als gunstig ingeschat!°. De voorgenomen werkzaamheden hebben door het nemen van voldoende mitigerende maatregelen geen negatieve effecten op de lokale staat van instandhouding van de steenmarter.
De staat van instandhouding van de egel wordt gezien de landelijke populatiegrootte en de verspreiding van de egel ingeschat als gunstig2’. De lokale staat van instandhouding van de bunzing, hermelijn en wezel wordt beoordeeld als onbekend. Landelijk is er een gebrek aan gegevens over de populaties van 17
Hoofdstuk 6 pagina 27 tot en met 29
18
Zoogdiervereniging,
13 20
Zoogdiervereniging, 2022, Steenmarter Zoogdiervereniging, 2022, Egel
Pagina
14 van
20
2018,
Gewone
dwergveermuis
kleine marters?!: 22 3. De voorgenomen werkzaamheden hebben gezien de mitigerende maatregelen negatieve effecten op de lokale staat van instandhouding van de egel, bunzing, hermelijn en wezel.
geen
C.3.1.3 Beschrijving noodzaak ontheffing De voorgenomen werkzaamheden ten behoeve van het realiseren van een camping leiden tot het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis en tot het opzettelijk vernielen of beschadigen van vaste rust- en verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, steenmarter, egel, bunzing, hermelijn en wezel. Dit is een overtreding van de verbodsartikelen genoemd in artikel 3.5 tweede lid, artikel 3.5 vierde lid en artikel 3.10, eerste lid, sub b van de Wnb. Voor de overtreding van deze verboden heeft u een ontheffing nodig. C.3.1.4 Geen andere bevredigende oplossing / alternatievenafweging Wij zijn van oordeel dat andere bevredigende oplossingen ontbreken. Er zijn geen geschikte alternatieven voor uitvoering van het project. De voorgenomen werkwijze en de planning van de werkzaamheden zijn aangepast aan de betrokken soorten, dus een alternatieve werkwijze en een alternatieve planning zouden geen meerwaarde hebben voor de betrokken soorten. Er wordt bij de toekomstige inrichting van het projectgebied voldoende rekening gehouden met de betrokken soorten, dus een alternatieve inrichting heeft geen meerwaarde. Het project is locatie gebonden, dus een alternatieve |ocatie is niet aan de orde.
C.3.1.5 Wettelijk belang van het project De voorgenomen activiteiten zijn volgens de aanvraag nodig in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten en in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde. De oude woonboerderij
wonen,
en de bijhorende opstallen staan
leeg en zijn niet meer geschikt om in te
Er bevindt zich asbest in de bebouwing en ook in de bodem onder het erf?. Het inademen
van asbestvezeldeeltjes vormt een belangrijke oorzaak voor de ontwikkeling van bepaalde typen kanker zoals longkanker en mesothelioom. Met de sloop van de boerderij en de opstallen vindt asbestsanering plaats. Hierdoor nemen gezondheidsrisico's af. Attractiepark Slagharen is in de afgelopen 60 jaar uitgegroeid tot een bekend park zowel in Nederland als n onze buurlanden. De aantrekkende werking van het park tezamen met het recreatieve aanbod in Overijssel zorgt voor een groot aanbod voor zowel dag- als verblijfsrecreatie. Om het toekomstige aanbod, de werkgelegenheid en het uithangbord van de gemeente Hardenberg te blijven is het uitvoeren van de voorgenomen plannen noodzakelijk. Om aan de vraag en wensen van de toekomstige bezoekers te kunnen blijven voldoen is een plan ontwikkeld om de kwaliteit van het park te borgen. Onderdeel hiervan is het aanbieden van meer overnachtingsmogelijkheden om te kunnen voldoen aan de stijgende vraag hiernaar. Wij zijn van oordeel dat het wettelijk belang, zoals weergegeven aangetoond.
in de aanvraag,
voldoende
is
C.3.1.6 Toetsing aan overige vereisten Op basis van de Wnb:s houden wij bij onze besluiten rekening met de vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied. Ook nemen we regionale en lokale bijzonderheden mee in de overweging. Wij zien geen aanleiding om aan de gevraagde ontheffing extra voorschriften te verbinden op basis van artikel 1.10, derde
lid Wnb.
z
Zoogdiervereniging, 2022, Bunzing
2
Zoogdiervereniging,
2022
Hermelijn
23
Zoogdiervereniging,
2022,
Wezel
24 25
_
Pagina
Checkpoint Milieu Consultancy, 10 december 2021, Rapportage asbestinventarisatie Art. 1.10, derde lid Wnb
15 van
20
C.3.1.7 Zorgplicht blijft altijd gelden Ongeacht wat in het besluit is weergegeven geldt altijd de zorgplicht, zoals deze is weergegeven in de Wnb?s, De zorgplicht geldt voor alle in het wild levende dieren, planten en hun directe leefomgeving.
28
Pagina
Art 1.11, eerste en tweede lid Wnb
16 van
20
D.
SLOTCONCLUSIE
De ontheffing van de verbodsbepalingen om het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis en het opzettelijk beschadigen en/of vernielen van vaste rust- en verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, steenmarter, egel, bunzing, hermelijn en wezel kan op basis van de wettelijke en beleidsmatige regels worden verleend. De gunstige staat van instandhouding van de betrokken soorten wordt niet aangetast. Wij zijn van oordeel dat voor het doel van het project geen andere bevredigende oplossing is waarbij minder negatieve effecten op de beschermde soort optreden. Daarnaast zijn wij van oordeel dat er een wettelijk belang is om de negatieve effecten op de betrokken soort te rechtvaardigen. We verbinden wel voorschriften aan de ontheffing.
Pagina
17 van
20
E
Bijlage
Figuur 7: Locaties van alternatieve verblijfplaatsen van de steenmarter (gele stippen).
Pagina 18 van 20
Figuur 9: Locaties van alternatieve verblijfplaatsen van kleine marters (oranje stippen).
Pagina 19 van 20
Figuur 10: Foto's van de gerealiseerde alternatieve verblijfplaatsen
Pagina 20 van 20
voor egels.