1. Regels en motivering TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart
Inhoudsopgave
Motivering
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 Het omgevingsplan 1.4 De bij het besluit horende stukken 1.5 Leeswijzer
6 6 6 6 8 8
Hoofdstuk 2 Wijziging van de fysieke leefomgeving 2.1 Huidige situatie 2.2 Gewenste situatie
9 9 10
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
11 11 12 20
Hoofdstuk 4 Bescherming van gezondheid en milieu 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Geur
23 23 24 24 25
Hoofdstuk 5 Bescherming van de waterbelangen 5.1 Algemeen 5.2 Waterparagraaf
26 26 26
Hoofdstuk 6 Waarborgen van de veiligheid (externe veiligheid) 6.1 Wettelijk kader 6.2 Situatie plangebied
27 27 27
Hoofdstuk 7 Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed 7.1 Cultureel erfgoed 7.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 7.3 Welstand 7.4 Conclusie
29 29 29 30 30
Hoofdstuk 8 Natuurbescherming 8.1 Algemeen 8.2 Gebiedsbescherming 8.3 Soortenbescherming 8.4 Conclusie natuurbescherming
31 31 31 32 32
Hoofdstuk 9 Behouden van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen 9.1 Beperkingengebieden 9.2 Kabels en leidingen
33 33 33
Hoofdstuk 10 Milieueffectrapportage 10.1 Wettelijk kader 10.2 Situatie plangebied 10.3 Conclusie
34 34 34 34
Hoofdstuk 11 Uitvoerbaarheid 11.1 Economische uitvoerbaarheid
35 35
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 2
11.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 12
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Regels
35 36
37
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4
Algemene bepalingen Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Toepassingsbereik Doelen
38 38 39 41 42
Hoofdstuk 2 Artikel 5
Functies en gebiedsaanwijzingen Woongebied
43 43
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Algemene regels voor activiteiten Parkeeractiviteiten Planologische gebruiksactiviteiten Ruimtelijke bouwactiviteiten Verrichten van werken en werkzaamheden
47 47 49 50 54
Hoofdstuk 4 Artikel 10
Procesregels Algemene bepalingen
55 55
Hoofdstuk 5 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregels
58 58 60
Bijlagen regels
61
Bijlage 1
bij locatie Moerheimstraat 26, Dedemsvaart
62
Bijlage 2
bij locatie Moerheimstraat 26, Dedemsvaart
65
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 3
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 4
Motivering
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Dit TAM-omgevingsplan heeft betrekking op het perceel aan de Moerheimstraat 26 in Dedemsvaart, in de gemeente Hardenberg. Het perceel kent een bedrijfsfunctie met één bedrijfswoning. De initiatiefnemer is voornemens om het bedrijf te beëindigen. Het plan ziet op de wijziging van een bedrijfsfunctie naar een woonfunctie. Om dit mogelijk te maken, moet het omgevingsplan van de gemeente Hardenberg worden gewijzigd. Dit TAM-omgevingsplan zorgt voor de gewenste planologische kaders en toont aan dat het voornemen in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de Moerheimstraat 26 in de kern van het dorp Dedemsvaart. Het plangebied is kadastraal bekend: Avereest, sectie H, nummer 5604. In de volgende afbeelding is de ligging van het plangebied weergegeven. Het plangebied is indicatief met rode ster en rode contour aangeduid. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: OpenStreetMap,bewerkt)
1.3
Het omgevingsplan
1.3.1
Huidige planologische situatie
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Hardenberg. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het tijdelijke omgevingsplan zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit de volgende documenten: Omgevingsplan gemeente Hardenberg (in werking vanaf 1 januari 2024); Facetherziening parkeren Hardenberg (vastgesteld op 17 juli 2018); Bestemmingsplan Dedemsvaart (herziening) (vastgesteld op 17 maart 2015);
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 6
Bestemmingsplan Dedemsvaart (vastgesteld op 18 februari 2014). Voor de duiding van het planologisch regime van het plangebied is met name het "Bestemmingsplan Dedemsvaart (herziening)" van belang. Het omgevingsplan bevat in de huidige situatie namelijk uitsluitend de regels uit de bruidsschat. Voorliggend TAM-omgevingsplan houdt wel rekening met de regels uit de overige plannen. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het "Bestemmingsplan Dedemsvaart" opgenomen. Het plangebied is hierin indicatief weergegeven met de rode contour.
Afbeelding 1.2: Uitsnede geldend planologisch regime (Bron: omgevingswet.overheid.nl, bewerkt) Het plangebied is voorzien van de functie 'Bedrijf''. Deze gronden zijn onder andere bestemd voor: a. bedrijven en instellingen zoals vermeld in de categorieën 1 tot en met 2 van de bij deze regels behorende Staat van bedrijven; b. bestaande bedrijven, uitsluitend in de bestaande omvang, voor zover deze niet vallen onder a; c. wonen in bestaande bedrijfswoningen; met de daarbij behorende: d. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; e. parkeervoorzieningen; f. groenvoorzieningen. 1.3.2
Strijdigheid
Het plangebied heeft een bedrijfsfunctie, maar het voornemen is om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen. Het planvoornemen ziet toe op het regulier bewonen van de bestaande bedrijfswoning. Qua gebruik is het voornemen niet in overeenstemming met het omgevingsplan. Het is daarom wenselijk om de bedrijfsfunctie te wijzigen naar een woonfunctie. Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet hierin. TAM staat voor Tijdelijke Alternatieve Maatregel. In afwachting van het volledig functioneren van de landelijke website en de gemeentelijke omgevingsplansoftware kunnen plannen op
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 7
basis van de oude software op www.ruimtelijkeplannen.nl worden gezet. Juridisch maakt het plan deel uit van het omgevingsplan. 1.4
De bij het besluit horende stukken
Het 'TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart' bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000TAM0024-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen); deze motivering (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de functies van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een motivering. De motivering geeft een duidelijk beeld van het TAM-omgevingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het TAM-omgevingsplan. 1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de bescherming van de gezondheid en het milieu. Hoofdstuk 5 gaat in op de waterbelangen waarna hoofdstuk 6 ingaat op het waarborgen van de veiligheid, waaronder externe veiligheid. Hoofdstuk 7 gaat in op de bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed. De bescherming van de natuur komt in hoofdstuk 8 aan bod. Hoofdstuk 9 gaat in op het behoud van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen. In hoofdstuk 10 wordt de milieueffectrapportage behandeld. Hoofdstuk 11 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Ten slotte wordt in hoofdstuk 12 de algemene conclusie getrokken waarin wordt beoordeeld of het plan voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 8
Hoofdstuk 2 2.1
Wijziging van de fysieke leefomgeving
Huidige situatie
Het plangebied ligt aan de Moerheimstraat 26 in de kern van Dedemsvaart, in de gemeente Hardenberg. Het plangebied bestaat uit een bedrijfswoning, verharding en groen. Het plangebied wordt in de directe omgeving hoofdzakelijk omgeven door woonpercelen. Daarnaast bevinden zich in de nabijheid enkele bedrijfsfuncties en maatschappelijke functies. Het plangebied ligt in een lint van woningen. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Moerheimstraat. In de volgende afbeelding is een luchtfoto opgenomen van het plangebied. Het plangebied is aangegeven met de rode omlijning.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK, bewerk)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 9
2.2
Gewenste situatie
Het plangebied heeft op basis van het omgevingsplan van de gemeente Hardenberg een bedrijfsfunctie. Zoals benoemd wenst de initiatiefnemer de bedrijfsactiviteiten te beëindigen. Initiatiefnemer is voornemens bedrijfswoning te gebruiken ten behoeve van regulier wonen. Het is daarom wenselijk om de bedrijfsfunctie te wijzigen naar een woonfunctie, zodat de planologische situatie overeenkomt met de toekomstige feitelijke situatie. Dit TAM-omgevingsplan voorziet hierin.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 10
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven 3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In de NOVI is aangegeven dat het vorm geven van de opgaven nodig is op een lager schaalniveau. De aangewezen regio's werken samen met de provincies aan ruimtelijke voorstellen. Vervolgens wordt er gekeken of alle losse plannen bij elkaar tot een duurzaam landelijk beeld leiden. De stappen die genomen worden, staan beschreven in het programma NOVEX en het programma Mooi Nederland. 3.1.2
Instructieregels Rijk (Amvb's)
Het omgevingsplan bevat op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels opgenomen voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën;
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 11
het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Zie stap 11f van hoofdstuk 3. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. 3.1.3
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid
Toetsing aan de NOVI Voorliggende kwestie betreft een plan waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit TAM-omgevingsplan opgenomen ontwikkeling. Toetsing aan de Instructieregels Rijk (Amvb's) In de hoofdstukken 4 tot en met 10 wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de instructieregels uit het Bkl. Daarmee wordt aangetoond dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 3.2
Provinciaal beleid
Iedere provincie in Nederland stelt een omgevingsvisie op: een visie voor de lange termijn voor de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de provinciale visie op de ruimte in Overijssel. Daarin worden uitspraken gedaan over ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur. In de Omgevingsverordening staan de regels die ervoor zorgen dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening wordt gehouden met het provinciale beleid. 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Leidende thema's voor de Omgevingsvisie zijn: 1. Duurzaamheid; 2. Ruimtelijke kwaliteit. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu's; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 12
3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.
Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) Hierna worden de lagen nader toegelicht.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 13
Of - generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in ons handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties - en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten - te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. Waar - ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden.
De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de - voor dat ontwikkelingsperspectief geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. Hoe - gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.
Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 3.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel Wanneer het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld 3.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn artikel 4.4 (Principe van concentratie), artikel 4.5 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) en artikel 4.14 (Woonafspraken) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 4.4: Principe van concentratie
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 14
Lid 1: In omgevingsplannen worden alleen de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen mogelijk gemaakt als die voorzien in een lokale behoefte of in de behoefte van bijzondere doelgroepen. Toetsing In voorliggend geval wordt een bedrijfsfunctie gewijzigd in een woonfunctie waarbij de bestaande bedrijfswoning gebruikt wordt ten behoeve van reguliere bewoning. De initiatiefnemer woont in deze woning. Met voorliggend planvoornemen wordt voorzien in de concrete vraag. Artikel 4.5 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1: Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat: a. er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied; b. de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en c. mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing Het plangebied ligt in de kern Dedemsvaart. In de huidige situatie is een bedrijfsfunctie en bebouwing aanwezig. Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling blijft de bebouwing behouden en wordt geen nieuwe bebouwing toegevoegd.
Het plangebied ligt niet in de Groene Omgeving, er vindt daarmee geen extra ruimtebeslag plaats op de Groene Omgeving. De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Het voornemen is in lijn met artikel 4.5 lid 1. Artikel 4.14: Woonafspraken Lid 1: Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe woningen worden gerealiseerd als de bouw van deze woningen past binnen de geldende woonafspraken, zoals deze zijn gemaakt door de regio en vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten. Lid 2: Nieuwe woningen zijn nog te realiseren woningen waarvoor nog geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is afgegeven. Toetsing Met dit plan wordt een bedrijfsfunctie omgezet naar een woonfunctie. Er wordt geen nieuwe woning mogelijk gemaakt. Er is sprake van het voorzien in een actuele en bestaande woonbehoefte. In paragraaf 3.3.2 wordt nader ingegaan op het gemeentelijk woonbeleid. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het voornemen voldoet aan artikel 4.14. 3.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied ligt op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel in ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 15
Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerk en' De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' Het voornemen ziet op de wijziging van een bedrijfsfunctie naar een woonfunctie. De bestaande bedrijfswoning wordt gewijzigd naar een reguliere woning.
De bedrijfsfunctie komt te vervallen omdat er in de nabije toekomst geen bedrijf meer aanwezig is. Gezien de ligging van het plangebied is een woonfunctie een logische vervolgfunctie. Buiten de stedelijke netwerken mag gebouwd worden voor lokale behoefte ten aanzien van onder andere wonen. Deze ontwikkeling werkt niet beperkend voor omliggende functies, zoals ook in de volgende hoofdstukken wordt aangetoond. Het voornemen sluit aan bij de uitgangspunten van het ontwikkelingsperspectief. 3.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in de vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden voorwaarden voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'laag van beleving' kan in dit geval buiten beschouwing worden gelaten aangezien voor de locatie en de aangrenzende gronden hiervoor geen specifieke eigenschappen gelden.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 16
De 'Natuurlijke laag' Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)'. Afbeelding 3.3 betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de 'Natuurlijke laag'.
Afbeelding 3.3: Uitsnede van de 'Natuurlijke laag' (Bron: Provincie Overijssel) 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)' Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van 'levend hoogveen'(veenaangroei). Als ontwikkelingen plaats vinden in de nabijheid van hoogveenrestanten, dan dragen deze bij aan verbetering van de hydrologie om verdroging van het veenpakket tegen te gaan en, waar mogelijk, aan toename van natuurkwaliteit en het areaal levend hoogveen. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' Het voornemen ziet op de wijziging van een bedrijfsfunctie naar een woonfunctie en het planologisch toevoegen van een reguliere woning. In de beoogde situatie blijft de bebouwing en de inrichting van het perceel ongewijzigd. Het voornemen vormt geen belemmering voor de aanwezige natuurlijke laag.
De 'Laag van het agrarisch-cultuurlandschap' Het plangebied is op basis van de gebiedskenmerkenkaart van de 'Laag van het agrarisch-cultuurlandschap' aangeduid met het gebiedstype 'Veenkoloniaal landschap'. In afbeelding 3.5 is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart opgenomen.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 17
Afbeelding 3.4: Uitsnede van de 'Laag van het agrarisch-cultuurlandschap' 'Veenkoloniaal landschap' Grootschalig open landschappen met een lineaire bebouwings-, verkavelings- en ontwateringsstructuur zijn ontstaan door grootschalige ontginning van de hoogveengebieden ten behoeve van de turfwinning. Een ontwateringsstelsel van kanalen en wijken is typerend voor dit landschap. Vanuit nieuwe linten en kanaaldorpen werd het hoogveen ontgonnen. Het vergraven landschap werd vervolgens als akkerbouwgebied in gebruik genomen. Kanaaldorp als karakteristiek dorpstype met het kanaal als centrale open(bare) ruimte en drager van de bebouwing. De ambitie is de aantrekkelijkheid, de leefbaarheid en kwaliteit van de veenkoloniale landschappen te versterken. De opgave is aan de grote maat, de vergezichten en de schoonheid van de moderne landbouw, nieuwe, op leefbaarheid en economische veerkracht gerichte, ontwikkelingen te koppelen. Daarmee kan tevens het contrast tussen de grote open ruimtes en verdichte zones (linten en kanaaldorpen) worden versterkt. Ruimtelijke aanknopingspunten hiervoor zijn ondermeer de relicten van het hoogveen, de formele kanalen en wijkenstructuur met mooie bruggen, royale laanbeplantingen en daaraan de soms landgoedachtige buitens, villa's en herenboerderijen.
De ambitie is verder de landschappelijke kwaliteiten voor weidevogels in stand te houden en te versterken, waaronder de aanwezige openheid en hoog waterpeil. Aandacht voor bijzondere architectuur en vormgeving van nieuwe bruggen en kunstwerken gegeven vorm aan de identiteit van het gebied. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch-cultuurlandschap' De bestaande bebouwing en inrichting van het perceel blijft ongewijzigd. Mocht er in de toekomst wijzigingen plaatsvinden dan wordt met het landschappelijk inpassen rekening gehouden met de kenmerken van het veenkoloniaal landschap. Geconcludeerd wordt dat de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' geen belemmering vormt voor onderhavig voornemen. De 'Stedelijke laag' In de 'Stedelijke laag' ontstaat de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 18
kanalen. Elke stad of dorp bezit zijn eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het plangebied ligt in het gebiedstype 'Historische centra binnensteden', dit is in afbeelding 3.5 weergegeven.
Afbeelding 3.5: Uitsnede van de 'Stedelijke laag' (Bron: Provincie Overijssel) 'Informele trage netwerk' Het informele trage netwerk is het 'langzame' netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en het natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. De oude zandwegen en paden vormen het basisstramien. Als ontwikkelingen plaats vinden in de gebieden die in de directe invloedssfeer van stad en dorp liggen (bv. bedrijventerreinen, woonwijken), dan dragen deze ontwikkelingen bij aan behoud en verkleining van de maaswijdte van het padennetwerk. Nieuwe mogelijkheden voor lange afstands-, wandel- en fietsroutes worden benut. 'Historische centra binnensteden' De historische centra, binnensteden en landstadjes vormen de functionele en emotionele kernen van de steden en dorpen. Ruimtelijk kenmerkend zijn de compacte bebouwingsstructuur, veelal binnen (voormalige) omwalling en veel individuele karakterverschillen op korte afstand. Veel historische centra, binnensteden en landstadjes herbergen bijzondere condities zoals een waterfront of stationsgebied en staan symbool voor de identiteit en eigenheid van de steden en stadjes.
Functioneel worden deze gebieden gekenmerkt door een mix van functies waarvan de concentratie van voorzieningen op gebied van detailhandel, horeca, cultuur, onderwijs, gezondheidszorg et cetera een belangrijk deel vormt. Als ontwikkelingen plaats vinden in historische centra, binnensteden en landstadjes, dan dragen deze bij aan behoud en versterking de mix van functies, het historisch gegroeide patroon van wegen en openbare ruimten en de leefbaarheid. Grote bouwopgaven, zoals bij herstructurering, inbreiding of intensivering van woon-, werk-, en voorzieningen milieus worden ingepast met respect voor de historie, het individuele karakter van de bebouwing en de leefbaarheid, in relatie tot de problematiek van verkeer en parkeren. Toetsing van het initiatief aan de 'Stedelijke laag' De ontwikkeling voegt zich naar maat en karakter in het groter geheel van de kern
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 19
Dedemsvaart. In de beoogde situatie blijft de bebouwing behouden en vindt enkel een wijziging van de bedrijfsfunctie naar woonfunctie plaats. De bebouwing bestaat uit een bedrijfswoning welke straks in gebruik wordt genomen als reguliere woning. Hiermee wordt geconcludeerd dat het voornemen passend is bij het huidige karakter van het omliggende gebied en daarmee passend is binnen de 'stedelijke laag'. 3.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd kan worden dat het plan in overeenstemming is met het beleid van de provincie Overijssel. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Landstad Hardenberg
3.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. 3.3.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.
Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. 3.3.1.3 Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; 2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4. Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie. Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg voor elkaar' relevant.
'Hardenberg voor elkaar' Dit thema is onder te verdelen in vier delen:
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 20
1. Aantrekkelijk wonen; 2. Bouwen aan de stad; 3. Zorg voor elkaar; 4. Gezonde leefomgeving. Ten aanzien van het aspect 'Aantrekkelijk wonen' heeft de gemeente de volgende ambities: a. We willen, naast onze eigen inwoners, minimaal 1.000 nieuwe huishoudens een plaats geven; b. We willen onze jongeren vasthouden of naar onze gemeente laten terugkeren om te wonen en werken; c. We verleiden hoger opgeleiden met jonge gezinnen om naar de gemeente Hardenberg te wonen en werken; d. We spelen flexibel in op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen (adaptieve aanpak); e. We zoeken meer mogelijkheden voor wonen in het landelijk gebied; f. We zoeken naar mogelijkheden voor huisvesting van tijdelijke werknemers uit het buitenland. 3.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg' Met het voornemen wordt een bedrijfsfunctie gewijzigd in een woonfunctie waarbij in de kern Dedemsvaart een reguliere woning (planologisch) wordt toegevoegd. De bedrijfsfunctie komt te vervallen waardoor in de toekomst geen bedrijfsactiviteiten ter plaatse meer mogen worden uitgevoerd. Dit resulteert in een rustig en aantrekkelijk woonklimaat. De voorgenomen functiewijziging is passend binnen de visie ten aanzien van het 'aantrekkelijk wonen' zoals opgenomen in het thema 'Hardenberg voor elkaar'. 3.3.2
Programma Wonen 2019-2025
3.3.2.1 Algemeen Het Programma Wonen is op 26 maart 2019 door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld. Het programma legt de woonambities voor de langere termijn vast, maar voorziet daarnaast in concrete maatregelen voor de eerstvolgende twee jaar. 3.3.2.2 Ambitie: rust en ruimte, met oog voor elkaar ook in de toekomst In de gemeente Hardenberg is het al jaren goed wonen, werken en leven. Door de ligging in het groene Vechtdal en de vele aantrekkelijke kleine kernen ervaren inwoners en bezoekers de rust, ruimte en veiligheid die de gemeente Hardenberg kenmerkt. Tegelijkertijd zijn er met Hardenberg en Dedemsvaart twee stedelijke kernen waar de werkgelegenheid zich concentreert en alle voorzieningen te vinden zijn. Demografen verwachten dat het aantal inwoners en huishoudens van de gemeente Hardenberg het komende decennium zal blijven groeien. In tegenstelling tot de situatie in de meeste andere Nederlandse plattelandsgemeenten is nieuwbouw noodzakelijk om aan de lokale woningvraag te kunnen voldoen. Natuurlijk zijn er wel verschillen tussen de diverse kernen. Zo zijn ‘steden’ Hardenberg en Dedemsvaart in trek als woonlocatie, ook voor huishoudens van buiten onze gemeente en zijn de dorpen en buurtschappen vooral gewild bij de lokale bevolking en rustzoekers van buitenaf.
De afgelopen jaren is, mede door de ladder voor duurzame verstedelijking, sterk ingezet op woningbouw op locaties binnen bestaand stedelijk gebied. Het bouwen van woningen op inbreidingslocaties is een goed streven, als dat betekent dat de kwaliteit van het gebied en de woonkwaliteit daarmee vergroot wordt. 3.3.2.3 Speerpunten hoofdkernen Hardenberg en Dedemsvaart worden aangemerkt als hoofdkernen (> 10.000 inwoners). Voor de hoofdkernen geldt dat de kwalitatieve opgave in de particuliere sector met name ligt op betaalbare rij- en hoekwoning, de middeldure 2-onder-1-kap en vrijstaande woningen en betaalbare appartementen.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 21
3.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Programma Wonen 2019-2025 De wijziging van een bedrijfswoning naar een reguliere woning draagt bij aan het bouwen voor lokale behoefte. Door het wijzigen van de bedrijfsfunctie wordt in de toekomst leegstand van bedrijfsbebouwing voorkomen. Gezien de beoogde woonfunctie wordt het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied verbeterd. Geconcludeerd wordt dat het initiatief aansluit bij het gestelde in het Programma Wonen 2019-2025. 3.3.3
Parkeernormennota Hardenberg
3.3.3.1 Algemeen Er moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. In de 'Parkeernormennota Hardenberg' is bepaald hoeveel parkeerplaatsen er nodig zijn. Dit is afhankelijk van de locatie en soort ontwikkeling. Het aantal verkeersbewegingen wordt bepaald door gebruik te maken van de kencijfers uit het CROW. Er wordt uitgegaan van gemiddelden. Verder wordt er binnen de gemeente Hardenberg uitgegaan van de verstedelijkingsgraad 'weinig stedelijk' en wordt de kern Dedemsvaart aangemerkt als 'centrum'. 3.3.3.2 Verkeersgeneratie Met dit initiatief wordt een bedrijfsfunctie omgezet naar een woonfunctie waarbij planologisch 1 woning wordt toegevoegd. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: 'Weinig stedelijk' (gemeente Hardenberg); 'Schil centrum'; 'koop, huis, vrijstaand'. Omdat de bedrijfsactiviteiten worden gestaakt zal het aantal verkeersbewegingen afnemen. Belemmeringen zijn niet te verwachten. 3.3.3.3 Parkeren Zoals in de Parkeernormennota is opgenomen geldt voor een vrijstaande woning in het centrum van Dedemsvaart een parkeerbehoefte van 1,4 parkeerplaatsen. Tevens geldt nog een bezoekersaandeel van 0,3 parkeerplaats. In totaal is er een parkeerbehoefte van (1,7) afgerond 2 parkeerplaatsen. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn aan de weg parkeerplaatsen aanwezig.
Ten behoeve van de woning kan hier worden geparkeerd. Tevens kan aan de achterzijde (noordzijde) van het perceel (lange inrit) ook worden geparkeerd. In het plangebied en op de openbare plekken is er voldoende ruimte beschikbaar om in deze parkeervraag te kunnen voorzien. Ten opzichte van de bestaande situatie (bedrijfsfunctie) is er tevens geen toename van de parkeerbehoefte. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor het voornemen. 3.3.3.4 Conclusie Er wordt hiermee voldaan aan het parkeerbeleid van de gemeente Hardenberg. 3.3.4
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 22
Hoofdstuk 4
Bescherming van gezondheid en milieu
Op basis van paragraaf 5.1.4 houdt een omgevingsplan rekening met de bescherming van de gezondheid en het milieu, waaronder in ieder geval begrepen: geluid; bodemkwaliteit; de kwaliteit van de buitenlucht; geur en; trillingen. In dit geval is het aspect trillingen niet van belang, aangezien de dichtstbijzijnde spoorweg zich op ruime afstand van het plangebied bevindt (circa 5,6 kilometer). Het aspect trillingen is daarom buiten beschouwing gelaten. 4.1
Geluid
4.1.1
Wettelijk kader
Voor het beschermen van de gezondheid en het milieu staan in het Bkl regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Ook zijn er regels opgenomen voor de bescherming van geluidgevoelige gebouwen. Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl) gelden specifieke regels. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). 4.1.2
Situatie plangebied
Deze ontwikkeling gaat uit van een wijziging van een bedrijfsfunctie naar een woonfunctie waarbij de woning blijft behouden. Een bedrijfswoning wordt, net als een reguliere woning, aangemerkt als een geluidgevoelig gebouw. Met onderhavig voornemen wordt geen nieuw geluidgevoelig gebouw toegevoegd. Wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai Omdat er geen nieuw geluidsgevoelig gebouw wordt toegevoegd is een nadere toetsing aan de aspecten wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai niet nodig. Solitaire bedrijvigheid Ten aanzien van het aspect interne werking gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie de bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantast. Latyrusstraat 11 Ten noorden van het plangebied is nog een bedrijfsfunctie aanwezig. Ter plaatse van deze bedrijfsfunctie zijn bedrijfsactiviteiten zoals vermeld in de categorieën 1 tot en met 2 van de Staat van bedrijven toegestaan. Voor een milieucategorie 2 bedrijf geldt een grootste richtafstand van 30 meter. Aan deze richtafstand kan niet worden voldaan. Opgemerkt wordt dat in de huidige situatie de bedrijfswoning ook een geluidgevoelig gebouw betreft waarbij in de beoogde situatie dit niet wijzigt.
Tevens wordt het bedrijf niet in ontwikkelingsmogelijkheden wordt belemmerd omdat andere woningen op kortere afstand van de bedrijfsfunctie liggen. Moerheimstraat 42 In de nabije omgeving bevindt zich op de locatie Moerheimstraat 42 een bedrijfsfunctie. Ter plaatse van deze bedrijfsfunctie zijn bedrijfsactiviteiten zoals vermeld in de categorieën 1 tot en met 2 van de Staat van bedrijven toegestaan. Voor een milieucategorie 2 bedrijf geldt een grootste richtafstand van 30 meter. De bedrijfsfunctie ligt op circa 49 meter van de woning. Er wordt voldaan aan de maximale richtafstand, belemmeringen zijn niet te
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 23
verwachten. 4.1.3
Conclusie
Het onderdeel geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 4.2
Bodemkwaliteit
4.2.1
Wettelijk kader
Het beschermen van de bodemkwaliteit is een onderdeel bij de afweging van de aspecten van de fysieke leefomgeving. Ter bescherming van de bodemkwaliteit zijn instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de kwaliteit van de bodem. 4.2.2
Situatie plangebied
Het voornemen ziet op de wijziging van de functie van het plangebied. De bebouwing is tot voor kort in gebruik geweest als kantoor. In de beoogde situatie blijft de bestaande bebouwing behouden en er vinden geen bodemingrepen plaats. Gezien het gebruik in het verleden zijn tevens geen verontreinigingen te verwachten. Belemmeringen zijn niet te verwachten. 4.2.3
Conclusie
Het onderdeel bodem vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Wettelijk kader
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Mede door het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vanwege deze verbetering is het NSL met de inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook komen te vervallen. De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig.
Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze 'standaardgevallen NIBM' vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Veelal kan een kwalitatieve berekening met de NIBM-tool op een
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 24
eenvoudige en snelle manier inzichtelijk maken of een project in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Wanneer deze tool aangeeft dat er sprake is van een betekende mate, dan zijn aanvullende detailberekeningen nodig. NO2 en fijnstof In artikel 2.5 van het Bkl zijn de omgevingswaarden voor zowel PM10, PM2,5 en NO2 opgenomen. Tevens heeft de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) advieswaarden uitgebracht. De normen met betrekking tot fijnstof (zwevende deeltjes) voor het jaargemiddeld zijn als volgt: Zichtjaar Concentratie nabij het plangebied Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5) Jaargemiddelde concentratie gemeten: 2023 7,9 ug/m³. 13,9 ug/m³. 7,3 ug/m³. WHO advieswaarde 10 ug/m³. 15 ug/m³. 5 ug/m³. Grenswaarden 40 ug/m³. 40 ug/m³. 25 ug/m³. Uit voorgaande tabel blijkt dat in het plangebied voor de stoffen NO2 (stikstofdioxide) en fijnstof (PM10 en PM2,5) ruimschoots wordt voldaan aan de wettelijke grenswaarden uit het Bkl. Echter, wordt niet voldaan aan de alle advieswaarden van de WHO (Wereldgezondsheidsorganisatie). Prognose laat zien dat de lucht in Nederland de komende jaren ‘schoner’ wordt. Zodoende is het de verwachting dat de advieswaarde de komende jaren wel bereikt zal worden. 4.3.2
Situatie plangebied
Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, in verhouding tot de standaard gevallen NIBM (artikel 5.54 Bkl), kan gesteld worden dat het project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreining. Tevens wordt volaan aan de normen vanuit het Bkl. Vanuit het aspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4.3.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling. 4.4
Geur
4.4.1
Wettelijk kader
De instructieregels van het Bkl voor geur zijn gericht op geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, onderwijs of zorg. Voor geur van veehouderijen zijn geurnormen opgenomen in de gemeentelijke verordening Geurhinder en veehouderij. Voor sommige dieren, zoals koeien en paarden, gelden afstandsnormen. Voor andere dieren, zoals kippen en varkens, gelden normen die worden uitgedrukt in odeur unit per m3. 4.4.2
Situatie plangebied
Met onderhavig voornemen wordt een bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Een bedrijfswoning wordt, net als een reguliere woning, aangemerkt als een geurgevoelig gebouw. Er wordt geen nieuw geurgevoelig gebouw toegevoegd. Gezien de ligging in de kern is tevens geurhinder niet aannemelijk. Nadere toetsing aan het aspect 'geur' niet noodzakelijk. 4.4.3
Conclusie
Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor dit plan.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 25
Hoofdstuk 5 5.1
Bescherming van de waterbelangen
Algemeen
Nederland is een waterland. De opgaven op het terrein van water zijn groot en worden in de toekomst alleen maar groter. Om ons land ook voor de komende generaties veilig, aantrekkelijk en leefbaar te houden, is het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) ontwikkeld. Dit NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. De provincie houdt toezicht op de waterschappen en is verantwoordelijk voor veilig drinkwater. Ook zorgt zij voor de plannen voor waterbeheer in de regio. Ook is de provincie verantwoordelijk voor vergunningverlening voor drinkwaterwinning. De ambities zijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van gronden oppervlakte water en waterbeleving. De waterschappen beheren water en waterkeringen (dijken) en zuiveren afvalwater. Ook zorgen zij voor de kleine waardevolle wateren, zoals vennen en bronnetjes. Voor grotere rivieren, meren en kanalen en grondwaters bestaat de Europese Kaderrichtlijn. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben de waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg).
Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen het waterschap wil nemen. 5.2
Waterparagraaf
5.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 5.2.2
Watertoetsprocedure
Het voornemen ziet toe op een functiewijziging van bedrijf naar wonen. Er wijzigt niets aan de bebouwing en inrichting van het perceel. Op voorhand wordt daarom geconcludeerd dat het plan geen invloed heeft op de waterhuishouding. Met de voorgenomen ontwikkeling zijn geen waterbelangen gemoeid. De ontwikkeling heeft geen nieuwe lozingen op oppervlaktewater tot gevolg. In het gebied is geen sprake van (grond)wateroverlast.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 26
Hoofdstuk 6 6.1
Waarborgen van de veiligheid (externe veiligheid)
Wettelijk kader
Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet ook gekeken worden naar de gevolgen van rampen. Daarvoor zijn in het Bkl risicobronnen aangewezen. Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Deze risicobronnen hebben aandachtsgebieden. Ze zijn digitaal te raadplegen in het Register Externe Veiligheid. Binnen een aandachtsgebied worden bij voorkeur geen kwetsbare gebouwen of locaties gerealiseerd. En ook geen beperkt kwetsbare gebouwen of locaties of zeer kwetsbare gebouwen. Soms kan dat toch, bijvoorbeeld als er extra maatregelen worden getroffen die worden vastgelegd in voorschriftengebieden. Denk bijvoorbeeld aan extra bouweisen. 6.2
Situatie plangebied
De risico's ten aanzien van externe veiligheid zijn in te zien op afbeelding 6.1. Het plangebied is aangegeven met de rode ster.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 27
Afbeelding 6.1: Risico's externe veiligheid (Bron: AtlasLeefomgeving.nl, bewerkt) Op de externe veiligheidskaart is te zien dat er in de omgeving van het plangebied geen sprake is van externe veiligheidsrisico's.Ook creëert de ontwikkeling geen nieuwe risico's voor de omgeving. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 28
Hoofdstuk 7 Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed 7.1
Cultureel erfgoed
7.1.1
Wettelijk kader
Bij het beschermen van cultureel erfgoed moet de gemeente rekening houden met bepaalde uitgangspunten. In artikel 5.130 lid 2 Bkl staan instructieregels voor de gemeente. Deze gaan over: beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; verplaatsing van beschermde monumenten; gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; aantasting van de omgeving van een beschermd monument; aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen; in stand houden van archeologische monumenten. De aspecten cultuurhistorie (monumenten) en archeologie worden hierna uitgewerkt. 7.1.2
Archeologie en cultuurhistorie
7.1.2.1 Situatie plangebied Er bevinden zich binnen het gebied zelf geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. In of nabij het plangebied is er ook geen sprake van de aanwezigheid van cultureel erfgoed dat door het voornemen kan worden aangetast. Tevens is er ter plaatse van het plangebied geen sprake van archeologische (verwachtings)waarden. Bovendien is er geen sprake van bodemverstorende maatregelen. Daarom is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. 7.1.2.2 Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie is geen belemmering met betrekking tot het plan.
7.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
7.2.1
Wettelijk kader
De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is. En of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De ladder is beleidsneutraal overgezet naar het Bkl. Dit geldt ook voor de reeds opgebouwde jurisprudentie. De instructieregel in artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling het toepassen van de ladder is vereist. Voor de toetsing aan de ladder is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de begrippen: 'bestaand stedelijk gebied' is 'het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Een 'stedelijke ontwikkeling' is de 'ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is'. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat 'voldoende substantieel' is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Moerheimstraat 26 Dedemsvaart | PAGINA 29
een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. In beginsel wordt er pas bij woningbouwontwikkelingen van 12 woningen of meer uitgegaan van een stedelijke ontwikkeling. 7.2.2