1. Beleidsplan financiële bestaanszekerheid (1)
Tekst van het document
Financiële bestaanszekerheid
1
Inhoud Inhoud
3
Samenvatting
3
1. Inleiding
4
2. Wettelijke kaders
5
2.1 2.2
Inkomensondersteuning Schulddienstverlening
3. Uitgangspunten 3.1 3.2
Uitgangspunten maatschappelijk domein Pijlers financiële bestaanszekerheid
5 6 7 7 7
4. Waar staan we
9
5. Hoe gaan we verder
11
5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3
2
Voorkomen is beter dan genezen Uitkomen met inkomen We blijven inwoners financieel ondersteunen We zorgen dat schulden bestaanszekerheid niet in de weg staan Zien en gezien worden
12 14 14 19 21
Bijlage 1 Evaluatie minimabeleid
23
Bijlage 2 Doelen en acties
24
Bijlage 3 Financieel overzicht
25
Bijlage 4 Participatiewet in Balans
26
Bijlage 5 Evaluatie Pak je kans fonds
28
Samenvatting Dit beleidsplan ‘Financiële bestaanszekerheid gaat over het integrale beleid rondom inkomensondersteuning en schulddienstverlening. Brede begrippen, die ook breed uitgewerkt zijn in het plan. Dit plan vervangt, vernieuwt en geeft meer uitwerking aan het bestaande beleidsplan ‘Een eerlijke kans voor iedereen 2020-2024’.
Dit beleidsplan is in 2022 en 2023 geëvalueerd. De evaluatie, maar ook zeker de huidige actualiteit: meer mensen leven in bestaansonzekerheid, hebben geleid tot dit nieuwe beleidsplan. In dit beleidsplan laten we zien hoe we samen met de maatschappij (inwoners en ketenpartners) werken aan financiële bestaanszekerheid. We vertellen wat we al doen en wat we (anders) gaan doen. Een deel van het fundament voor dit plan ligt in het coalitieakkoord van waaruit we ons beleid ‘genereus en eenvoudig’ vormgeven. Er ligt daarom een belangrijke focus op het uitbreiden van een aantal regelingen, maar ook op het verhogen van het bereik van de doelgroep. We doen dit met als hoofddoel:
Alle inwoners in Hardenberg ervaren financiële bestaanszekerheid.
De basis van dit plan is verder gebaseerd op de algemene uitgangspunten uit ons gezondheidsbeleid en daarmee uit het Hardenbergs model voor ondersteuning. Dit betekent: • • • •
dat de mens centraal staat binnen zijn leefomgeving; dat we werken vanuit positieve gezondheid; dat we er zo vroeg mogelijk bij zijn en dat we continue verbeteren met ‘datagedreven werken’.
Deze uitgangspunten zijn de basis voor de doelen en de acties in dit plan. Dit plan is veelomvattend. Het gaat over het beleid voor inkomensondersteuning én over het beleid voor schulddienstverlening. Daarom werken we de doelen en acties uit binnen 3 pijlers: 1. Voorkomen is beter dan genezen We ontdekken financiële problemen op tijd. 2. Uitkomen met inkomen We blijven inwoners financieel ondersteunen. We zorgen dat schulden bestaanszekerheid niet in de weg staan. 3. Zien en gezien worden De inwoner die (tijdelijk) ondersteuning nodig heeft, vindt deze ondersteuning. In dit plan is extra aandacht besteed aan rollen en verantwoordelijkheden. We gaan hierbij uit van de veerkracht van onze inwoner en de veerkracht van de maatschappij. En het feit dat iedereen in zijn leven te maken krijgt met tegenslagen. We ondersteunen als deze niet zelfstandig opgevangen kunnen worden. We kiezen als gemeente bewust onze rol: regisseren, faciliteren, stimuleren of loslaten. De doelen en acties uit dit plan zijn uitgewerkt in een infograpic, te vinden in bijlage 2. De middelen die horen bij de acties uit het plan zijn uitgewerkt in een financieel overzicht, te vinden in bijlage 3.
3
1. Inleiding Problemen rondom armoede en schulden zijn de laatste paar jaar misschien wel actueler dan ooit. Landelijk zien we de groep mensen die onzekerheid ondervindt op sociaal, cultureel, politiek en economisch gebied, groeien. Meer mensen ervaren bestaansonzekerheid, waaronder financiële bestaansonzekerheid. Onzekerheid op het gebied van financiën kan betekenen dat mensen niet voldoende middelen hebben om rond te komen, maar kan ook betekenen dat mensen financieel kwetsbaar zijn en armoede voelen. In armoede leven of armoede voelen kan gevolgen hebben op alle levensgebieden. Je kunt bijvoorbeeld niet deelnemen aan activiteiten en het gevoel van eigenwaarde neemt af. Maar het ervaren van bestaansonzekerheid en de stress die hiermee gepaard kan gaan kan ook leiden tot problemen op andere levensgebieden. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan de invloed van stress op een relatie, op een gezinsleven, bij de opvoeding van kinderen en bij ‘de ruimte hebben’ om aan het werk te gaan. In Hardenberg hebben we de afgelopen jaren gewerkt aan armoedebestrijding en het bevorderen van participatie (het mee kunnen doen) van onze inwoners vanuit het beleidsplan ‘Een eerlijke kans voor iedereen’. De doelen uit dit plan zijn geëvalueerd. Een deel van de evaluatie is gedaan door onderzoeksbureau KWIZ (bijlage 1 ‘Evaluatie minimabeleid gemeente Hardenberg’).
Een ander deel van de evaluatie hebben we zelf gedaan door input te halen bij ketenpartners en uit signalen van inwoners. In het nieuwe plan ‘Financiële bestaanszekerheid, met èn voor elkaar’ (verder in dit stuk ‘plan’ of ‘beleidsplan’ genoemd) actualiseren we het armoedebeleid en beschrijven we wat we in Hardenberg de komende jaren gaan doen om financiële bestaanszekerheid van onze inwoner te ondersteunen en bevorderen.
4
In het coalitieakkoord is afgesproken dat we werken aan ‘genereus’ en ‘eenvoudig’ armoedebeleid. In dit beleidsplan geven we invulling aan deze termen. De basis van hoe we in Hardenberg inzetten op financiële bestaanszekerheid is ook beschreven in het Hardenbergs Model voor Ondersteuning waarin bestaanszekerheid, veerkracht en veilig opgroeien centraal staan. Uitganspunten uit deze visie en uit de nota ‘Gewoon gezond Hardenberg’ zijn onderdeel van de inhoud van dit beleidsplan. Dit plan geeft kaders voor hoe we in Hardenberg invulling geven aan inkomensondersteuning en schulddienstverlening. Maar beschrijft ook een aantal concrete plannen. Leeswijzer We schetsen eerst de wettelijke kaders om antwoord te geven op de vragen: wat behelst dit plan nu eigenlijk? En wat is onze wettelijke verplichting en lokale ruimte? Daarna beschrijven we het fundament: op welke uitgangspunten is dit plan gebaseerd. Vervolgens komen we bij cijfers, de huidige stand van zaken. Zodat we een beeld hebben van hoe het met onze inwoners staat als het gaat om financiële bestaanszekerheid. In hoofdstuk vijf: ‘Hoe gaan we verder’, omschrijven we wat er aan de hand is. Dit doen we naar aanleiding van de evaluatie van eerder beleid. We omschrijven vier doelen en laten zien wat we al doen om bij te dragen aan het bereiken van die doelen en wat we nieuw of anders gaan doen.
Bij elk doel horen dus acties, bestaand of nieuw. De financiële gevolgen van het inzetten van de acties worden steeds beantwoord bij de vraag: ‘En wat gaat dit kosten’. Deze antwoorden gaan over eventuele extra kosten. Een totaaloverzicht van bestaande en gevraagde budgetten is opgenomen in bijlage 3.
2. Wettelijke kaders We hebben als gemeente taken en verantwoordelijkheden die gaan over inkomensondersteuning en schulddienstverlening. Hieronder omschrijven we wat die taken zijn en wat onze verantwoordelijkheden en mogelijkheden inhouden.
2.1
Inkomensondersteuning
Participatiewet We hebben de taak om het laatste sociale vangnet uit te voeren, namelijk de Participatiewet. Deze wet regelt dat iedereen die kan werken, maar dit zonder ondersteuning niet redt, hierbij geholpen wordt. Daarnaast regelt deze wet de bijstand aan inwoners die niet genoeg geld hebben om in het levensonderhoud te voorzien. Er wordt in de wet onderscheid gemaakt tussen algemene en bijzondere bijstand. De algemene bijstand is het laatste vangnet als iemand niet genoeg inkomen uit werk of een andere uitkering heeft. Wat wordt bedoeld met ‘genoeg inkomen’ wordt twee keer per jaar door het Rijk bepaald. Het Rijk bepaalt dit in verschillende normen, afhankelijk van iemands leeftijd en situatie. Van dit inkomen moet iemand rond kunnen komen: in de algemene kosten van bestaan kunnen voorzien. Als iemand naast de algemene kosten, bijzondere kosten maakt die niet door andere regelingen worden vergoed is er een extra vangnet: de bijzondere bijstand. Verantwoordelijkheden en mogelijkheden Naast de verantwoordelijkheid die we hebben om inwoners te ondersteunen bij werk en re-integratie zijn we dus verantwoordelijk voor de uitvoering van algemene en bijzondere bijstand. We stellen het recht en de hoogte van de algemene bijstand vast aan de hand van de wet.
De wetgever ging er vanuit dat de huidige Participatiewet veel mogelijkheid geeft om op lokaal niveau maatwerk te leveren, maar dit blijkt in de praktijk anders. Daarom is er gewerkt aan een wetsvoorstel over wijzigingen in de Participatiewet: ‘De Participatiewet in balans’. Deze wijzigingen worden per 1 januari 2025 verwacht. We komen hier later in dit plan op terug. Overige inkomensondersteuning Naast de Participatiewet als laatste vangnet bestaan er verschillende andere toeslagen en regelingen. Zowel op landelijk als op lokaal niveau. Het Rijk kent regelingen die er voor moeten zorgen dat inwoners met een laag inkomen ‘zware lasten’ moeten kunnen dragen. Voorbeelden zijn de huur- en zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Op lokaal niveau kennen we bijvoorbeeld het Sociaal Cultureel Fonds en de Individuele Inkomenstoeslag. Verantwoordelijkheden en mogelijkheden Op gemeentelijk niveau is inkomensondersteuning mogelijk, maar binnen strenge wettelijke kaders. We mogen als gemeente geen inkomenspolitiek bedrijven, door bijvoorbeeld de bijstand te verhogen of zonder wettelijke grond door te gaan met het verstrekken van Energietoeslag, maar hebben van oudsher wel een taak in het bestrijden van armoede. Aan die taak geven we invulling met diverse minimaregelingen, die kunnen worden gezien als compensatiemaatregelen. De scheidslijn met inkomenspolitiek is dun.
Lokale minimaregelingen zijn niet bedoeld om te voorzien in levensonderhoud, maar bedoeld om een bijdrage te leveren aan het kunnen meedoen in de maatschappij. Daarnaast komen we kwetsbare inwoners tegemoet door ondersteuning te bieden. Bijvoorbeeld door het subsidiëren van maatschappelijke organisaties.
De Participatiewet geeft ons verplichtingen en ruimte in ons gemeentelijke beleid. Ons gemeentelijk beleid dat voortkomt uit de Participatiewet bestaat in elk geval uit: • •
• •
•
De afstemmingsverordening, waarin de gemeenteraad vastlegt bij welke gedragingen een uitkering kan worden verlaagd en hoeveel die verlaging is; De re-integratieverordening, waarin de gemeenteraad vaststelt hoe we in Hardenberg invulling geven aan veelal lokale afspraken over ondersteuning bij werk en re-integratie; De verordening Participatieraad Sociaal Domein, waarin de gemeenteraad vaststelt hoe we cliënten betrekken bij de uitvoering van de Participatiewet; De verordening individuele inkomenstoeslag, waarin de gemeenteraad vaststelt welke inwoners met een langdurig laag inkomen recht hebben op een toeslag, hoe hoog deze is en wanneer deze wordt verstrekt; Beleidsregels en richtlijnen, waarin het college invulling geeft aan de ruimte (‘kan-bepalingen’ die ze heeft vanuit de wet.
5
2.2
Schulddienstverlening
We spreken in dit plan over schulddienstverlening in plaats van schuldhulpverlening omdat onze verantwoordelijkheden en mogelijkheden verder gaan dan ‘schuldhulpverlening’ zoals vastgelegd in de wet. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Sinds 2010 is er de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Per 1 januari 2021 kennen we de gewijzigde Wgs. In de wet staat dat gemeenten inwoners met schulden hulp moet bieden. De wet omschrijft richtlijnen en procedures en de verantwoordelijkheid van gemeenten. Vroegsignalering van schulden Met de wijziging van de Wgs in 2021 is het vroegsignaleren van schulden een wettelijke taak voor gemeenten geworden. Met vroegsignalering worden inwoners met mogelijk financiële problemen op tijd in beeld gebracht en benaderd met een hulpaanbod. Verantwoordelijkheden en mogelijkheden Vanuit de Wgs moeten we inwoners met schulden hulp bieden en de gemeenteraad moet hiervoor een plan vaststellen. Door het vaststellen van het beleidsplan financiële bestaanszekerheid stelt de gemeenteraad ook het wettelijk vereiste plan
6
over schuldhulpverlening vast. Dit plan geeft op hoofdzaken richting aan het beleid rondom integrale schuldhulpverlening en het voorkomen van schulden. In dit plan komt in elk geval terug: • Welke resultaten de gemeente wil behalen; • Welke maatregelen de gemeente neemt voor een kwalitatief goede uitvoering van schuldhulpverlening; • Hoe de samenwerking met schuldeisers binnen de vroegsignalering van schulden wordt vormgegeven; • Wat de wacht- en doorlooptijden van schuldhulpverlening zijn; en • Hoe de schuldhulpverlening aan gezinnen met kinderen wordt vormgegeven. Daarnaast stelt de raad de verordening vast die gaat over de beslistermijnen binnen schuldhulpverlening. Het college moet uitvoering geven aan dit plan en is verplicht om inwoners in het kader van vroegsignalering van schulden een hulpaanbod te doen. Het college kan nader beleid vaststellen waarin bijvoorbeeld staat opgenomen of zij (een deel van) de schuldhulpverlening laat uitvoeren door een derde, gemandateerde organisatie, maar ook in welke gevallen schuldhulpverlening kan worden geweigerd en hoe ze omgaat met recidive.
3. Uitgangspunten Nu we de wettelijke taken, verantwoordelijkheden en mogelijkheden op een rij hebben, kijken we naar wat we in Hardenberg al met elkaar hebben afgesproken. Hoewel dit plan over best wel specifieke onderwerpen gaat, is het geen losstaand plan. Integendeel. We sluiten aan bij de definitie die Divosa (kennisorganisatie sociaal domein) hanteert: ‘Bestaanszekerheid gaat over een bestaan met voldoende en voorspelbaar inkomen, een woning, toegang tot onderwijs en zorg en een buffer voor onverwachte uitgaven’. Het gaat niet alleen om financiële bestaanszekerheid dus. Bestaanszekerheid in zijn geheel is een belangrijke pijler in het Hardenbergs Model voor Ondersteuning. In dit zelfde model zijn uitgangspunten genoemd die ook de basis zijn voor dit beleidsplan. Naast deze uitgangspunten is wat we doen in het kader van financiële bestaanszekerheid gebaseerd op de leidende principes uit de nota ‘Gewoon gezond Hardenberg’. We zorgen ervoor dat dit beleidsplan aansluit op andere onderwerpen binnen het maatschappelijk domein en bewaken de onderlinge samenhang. We werken aan integraal beleid èn een integrale uitvoering. In hoofdstuk 6 van dit plan maken we dit concreter en laten we zien dat ‘integraliteit’ meer is dan alleen een ‘containerbegrip’.
3.1
Uitgangspunten maatschappelijk domein
In verschillende visiestukken zijn veel uitgangspunten opgenomen. We sluiten in dit plan overal bij aan. De leidende principes uit de nota ‘Gewoon gezond Hardenberg’ zijn rechtstreeks vertaald naar de uitgangspunten in ondersteuning bij financiële bestaanszekerheid. Daarmee sluiten we ook aan bij onze visie op ondersteuning vanuit het Hardenbergs model. De mens staat altijd centraal binnen zijn leefomgeving. De inwoner, binnen zijn of haar leefwereld, heeft de regie. Ook de regie op financiële bestaanszekerheid. Waar nodig ondersteunen we. We zijn ons altijd bewust van wat gevoelens van armoede en stress kunnen betekenen voor de zelfredzaamheid (het regie kunnen voeren) van de inwoner. En de gevolgen hiervan op de ondersteuning die nodig is. We bieden waar nodig maatwerk, gericht op de mens en de tegenslagen die hij ervaart. We bieden waar mogelijk algemene, collectieve voorzieningen die bijdragen aan het ‘normaliseren’ van financiële problemen. Tegenslagen en uitdagingen horen bij het leven. We werken vanuit positieve gezondheid Positieve gezondheid betekent onder andere dat iemand zingeving ervaart en vaardigheden heeft ontwikkeld om uitdagingen in het leven aan te kunnen. De inwoner heeft voldoende veerkracht en ervaart financiële bestaanszekerheid. Niet de problemen, maar de inwoner staat centraal: wat kan de inwoner zelf doen om financiële bestaanszekerheid te ervaren.
We zijn er zo vroeg mogelijk bij Onze belangrijkste inzet is die op het voorkomen van bestaansonzekerheid. We zetten in op preventie en vroegsignalering. Dit doen we zo dichtbij mogelijk: we zijn daar waar de inwoner is. We zetten in op lichte ondersteuning als dit mogelijk is en zwaardere ondersteuning als het nodig is. Dit betekent dat we kijken naar wat de inwoner in zijn of haar omgeving zelf kan. Welke ondersteuning in algemene voorzieningen kan worden gegeven. Welke ondersteuning het voorliggend veld biedt. En tot slot welke professionele ondersteuning nodig is. We verbeteren continue met datagedreven werken De hoofdlijnen en acties uit dit plan moeten merkbaar en meetbaar zijn. Merkbaar voor de inwoner en meetbaar voor ons. We kijken naar feiten en cijfers, maar voeren hierover ook het gesprek. Met elkaar en met de inwoner. We stellen ons hierbij steeds de vraag: doen we nog de goede dingen? En wat is er nodig om meer effect te behalen en onze doelen te bereiken.
3.2
Pijlers financiële bestaanszekerheid
Naast de hierboven genoemde uitgangspunten staan er in dit plan drie pijlers centraal. De effecten die we willen bereiken en wat we hiervoor gaan doen zijn gebaseerd op deze pijlers. Omdat dit plan veelomvattend is, is er gezocht naar drie overkoepelende thema’s/pijlers. We zetten in op preventie, onder de pijler ‘voorkomen is beter dan genezen’. We zetten in op inkomensondersteuning onder het motto ‘genereus en eenvoudig’ binnen de pijler ‘uitkomen met inkomen’. En we zetten in op communicatie en bereik vanuit de pijler ‘zien en gezien worden’. Voorkomen is beter dan genezen In onze dienstverlening en die van ketenpartners staan preventie en vroegsignalering voorop. We zijn er zo vroeg mogelijk bij. We gaan er vanuit dat het ervaren van bestaansonzekerheid iedereen kan overkomen. Preventief aanbod moet dus voor iedereen toegankelijk zijn. Signalen over mogelijke financiële problemen zoeken en vinden we overal, niet alleen binnen de verplichte wettelijke kaders van de vroegsignalering van schulden. Uitkomen met inkomen Inkomensondersteuning gaat over ondersteuning vanuit de algemene en bijzondere bijstand, over ondersteuning uit minimaregelingen en over ondersteuning in de vorm van dienstverlening. Al deze ondersteuning is gericht op de inwoner die dit (tijdelijk) niet zelf kan.
De ondersteuning is daarmee gericht op het versterken van de veerkracht: met (tijdelijke) hulp krijgt de inwoner rust en ruimte om zelf weer verder te komen. Om rust en ruimte te bieden en de veerkracht van onze inwoner te versterken is de ondersteuning genereus èn eenvoudig. We kijken hierbij naar het inkomen, de uitgaven en de vaardigheden om beide in balans te houden. 7
Zien en gezien worden Het ervaren van positieve gezondheid gaat over verschillende dingen. Bijvoorbeeld over mee kunnen doen, eigen regie hebben, zingeving ervaren en voldoende veerkracht hebben. Als het even tegen zit door financiële problemen of het ervaren van armoede kan het zomaar zijn dat één of meer van deze dingen wegvallen. We weten dat het dan voor de inwoner moeilijk kan zijn om ondersteuning te vinden en te vragen.
8
Daarom geven we goede en heldere informatie over dienstverlening en regelingen. De inwoner die het nodig heeft weet ons te vinden. Daarnaast vinden wij die inwoner en haar omgeving. En we zijn ons ervan bewust dat niet iedereen gevonden wil worden.
4. Waar staan we De uitgangspunten voor dit plan zijn beschreven. Deze uitgangspunten laten zien dat dat dit plan er is voor al onze inwoners. Iedereen krijgt in zijn leven te maken met tegenslagen. Iedereen kan dan ook te maken krijgen met een gevoel van bestaansonzekerheid omdat er financiële problemen zijn of dreigen. Maar we weten ook dat er groepen inwoners zijn waarbij de kans op financiële problemen misschien groter is dan bij anderen, bijvoorbeeld inwoners met een ‘laag inkomen’. Daarom staan in dit hoofdstuk een aantal kerncijfers opgenomen. Deze cijfers komen deels uit het evaluatierapport uit bijlage 1, maar ook uit interne systemen en een dashboard dat de Nederlandse Schuldhulproute (NSR) ons beschikbaar stelt. De informatie uit het evaluatierapport en van de NSR gaat over het jaar 2022.
Met de gegevens die we hieruit krijgen, kunnen we onder andere onderscheid maken in drie groepen.
Basis In 2022 had Hardenberg 61.798 inwoners die leefden in 24.907 huishoudens. Onder onze inwoners waren er 12.913 kinderen tot 18 jaar.
En hoe ziet dat er in Hardenberg uit?
Laag inkomen Landelijk en in veel gemeenten wordt er gesproken over een ‘laag inkomen’ als inwoners een inkomen hebben tot 120% van de geldende bijstandsnorm. De inkomensondersteuning in Hardenberg is echter op z’n minst gericht op inwoners met een inkomen tot 130% van de geldende bijstandsnorm. En daarmee op de volgende doelgroepen:
Inkomen
Huishoudens
Kinderen
100%
1355
790
110%
1509
910
120%
2018
1090
130%
2451
1300
Risicogroepen Het dashboard van de NSR geeft ons inzicht in risicogroepen. We bedenken ons hierbij dat de doelgroepen zoals hierboven onder ‘laag inkomen’ omschreven hier onderdeel van zijn. De risicogroepen die de NSR laat zien zijn dus niet in alle gevallen ‘nieuwe’ groepen. Waarom dan toch deze cijfers? We weten dat financiële problemen of het risico op schulden iedereen kan overkomen. Zeker de crises waar we in ons land de afgelopen jaren mee te maken hebben gehad laten zien dat ook inwoners met ‘hogere inkomens’ niet altijd voldoende veerkracht hebben om financiële problemen zelfstandig op te lossen. De NSR maakt voor haar cijfers gebruik van sociaaldemografische kenmerken (bijvoorbeeld de hoogte van een inkomen) èn van gegevens over betaalgedrag (het wel of niet op tijd betalen van rekeningen).
1. Risiconiveau 1 tot en met 4. Inwoners met ‘goed betaalgedrag’. Inwoners die hun rekeningen op tijd betalen en weinig risico lopen op financiële problemen 2. Risiconiveau 5 tot en met 7. Inwoners met ‘gemiddeld betaalgedrag’. Deze inwoners betalen niet altijd op tijd en hebben een gemiddeld risico op financiële problemen. 3. Risiconiveau 8 tot en met 10. Inwoners met ‘slecht betaalgedrag’. Het lukt deze inwoners vaker niet om rekeningen op tijd te betalen. Deze groep heeft een verhoogd risico op financiële problemen.
Percentage huishoudens per risicogroep in Q4 2023
32,11
35,94
31,95
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Het betaalgedrag van mensen en daarmee het risico op financiële problemen is natuurlijk van veel factoren afhankelijk. Koopkracht en crises zijn van invloed, maar ook gemak van koop op afbetaling dat steeds groter wordt. Cijfers, zoals deze over risicogroepen, analyseren valt daarom niet mee. Toch laten we hieronder het verloop van de verdeling in risicogroepen sinds Q4 2020 zien. Omdat dit laat zien dat de ‘stap’ van de ene naar de nadere risicogroep soms maar een kleine is. Dit bevestigt dat het voor iedereen belangrijk is voldoende veerkracht te ervaren, ook als het gaat om het kunnen omgaan met financiële problemen.
9
Hieronder een overzicht van het aantal uitkeringsdossiers in onze gemeente de afgelopen 2 jaar.
Percentage huishoudens per risicogroep 70 60
Aantal uitkeringsdossiers
50 40
86
30
84
20
82
10
80
0
Q4 2020 Q4 2021 Q4 2022 Q4 2023 Groep 1
Groep 2
Groep 3
Bijstand De groep inwoners waar we, vanuit de Participatiewet, de meeste taken en verantwoordelijkheden voor hebben, zijn de inwoners met een bijstandsuitkering (paragraaf 2.1). We ondersteunen vanuit de Wet inwoners bij het vinden en behouden van werk. Lukt dat (tijdelijk) niet, dan verstrekken we een bijstandsuitkering of een zogenaamde ‘bijstand gerelateerde uitkering’. Hieronder valt bijvoorbeeld de bijstand aan een zelfstandig ondernemer (BBZ) en de bijstand aan een oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte inwoner (IOAW). De in- en uitstroom in de bijstand hangt af van heel veel factoren. Op de ene factor hebben we als gemeente meer invloed dan op de andere. Het is goed om dit te beseffen. Voorbeelden van factoren zijn: de potentiële beroepsbevolking onder het inwonersaantal, het aantal inwoners werkzaam in een flexibele schil, de instroom van statushouders of het aantal openstaande vacatures.
10
78 76 74 Apr Jun Aug Okt Dec Feb Apr Jun Aug Okt Dec Feb 2022 2022 2022 2022 2022 2023 2023 2023 2023 2023 2023 2024
Op het moment van schrijven van dit plan zijn er geen concrete dingen te zeggen over de stijging die te zien is vanaf september/oktober 2023. Wel weten we dat dit een landelijk beeld is na een periode van daling van het aantal mensen in de bijstand. In Hardenberg volgen we dit soort ontwikkelingen en kijken we vanuit de vraag ‘doen we nog de goede dingen?’ welke lokale invloed we hierop hebben. Tot slot laten de cijfers over het aantal uitkeringsdossiers zien dat ongeveer 60% van de huishoudens die leven op een inkomen tot 100% van de geldende bijstandsnorm een bijstands-(gerelateerde) uitkering ontvangt. De overige 40% leeft van ander inkomen. Bijvoorbeeld een AOW-uitkering of inkomen uit loondienst.
5. Hoe gaan we verder We kennen de kaders, verantwoordelijkheden en mogelijkheden. We hebben onze uitgangspunten helder. We weten waar we staan met onze gemeente. En we weten wat we hebben bereikt met het eerdere armoedebeleid en waar behoeftes liggen. Maar hoe gaan we verder? Een uitgangspunt van dit plan is dat het merkbaar en meetbaar is. We meten output (kwantitatief) en outcome (kwalitatief, individuele en maatschappelijke aspecten). Daarom hebben we een aantal doelen geformuleerd. Doelen die voor ons meetbaar zijn en die effect hebben op onze inwoner. We werken deze doelen uit aan de hand van de drie pijlers:
1. Voorkomen is beter dan genezen; 2. Uitkomen met inkomen; 3. Zien en gezien worden. Hierbij stellen we de volgende vragen: • • • • •
Wat is er aan de hand? Wat doen we al? Wat is nieuw? En wat gaat dit extra kosten? Wanneer gaan we dit doen? Hoe gaan we dit meten?
We omschrijven bij zowel bestaande als nieuwe inspanningen wat de rol van de gemeente is. We maken daarbij onderscheid in: loslaten faciliteren
stimuleren en regisseren
Loslaten We hebben of pakken als gemeente geen belangrijke rol. De regie ligt bij een ander. Dit kan de maatschappij in het algemeen zijn, één of meerdere ketenpartners of de inwoner als groep of als individu. Faciliteren We faciliteren door financiële of materiële ondersteuning aan ketenpartners. Bijvoorbeeld door het toekennen van een subsidie, door het delen van kennis of door het ondersteunen bij communicatie. Stimuleren We stimuleren de maatschappij, één of meerdere ketenpartners of de inwoner als groep of individu om een bijdrage te leveren aan doelen. Waar nodig kan dit samengaan met de rol van ‘facilitator’. Regisseren We pakken als gemeente de regierol. Omdat dit past bij onze wettelijke taken òf omdat het op een andere manier van belang is om doelen te bereiken. Als de gemeente regie heeft is dit voor iedereen duidelijk: voor inwoners en voor ketenpartners.
11
5.1
Voorkomen is beter dan genezen
Wat is er aan de hand? Niet iedereen heeft de vaardigheden of het vermogen om te snappen hoe je financiële problemen voorkomt. Daarnaast komen veel mensen met financiële problemen of schulden hier zelf niet uit of vragen (te) laat om hulp. Mensen zijn gemiddeld zelf vijf jaar bezig hun schulden op te lossen voordat ze hulp vragen. Dit kan te maken hebben met schaamte, onderschatting of met het niet kennen van de weg naar de juiste hulp en ondersteuning. Hierdoor ontstaat de kans op grote, problematische schulden of bijvoorbeeld crises zoals een woningontruiming. Het hebben van financiële problemen versterkt bestaansonzekerheid. Armoede en stress ervaren kan leiden tot problemen op vele andere levensgebieden. Onze inwoner verliest haar veerkracht en door stress de eigen regie en eigenwaarde. Daarom stellen we als doel:
* 1 We ontdekken financiële problemen op tijd
Sinds de wetswijziging voeren we de vroegsignalering van schulden uit volgens het landelijk convenant en hebben we bijbehorende overeenkomst gesloten met alle vaste lastenpartners. Dit betekent dat we signalen ontvangen over huurachterstanden, maar ook achterstanden in de betaling aan nutsbedrijven en de zorgverzekeraar. Alle signalen die we ontvangen prioriteren we, we kijken naar de hoogte van een achterstand, maar ook of een inwoner in meerdere vaste lasten een achterstand heeft. Afhankelijk van de grootte van de zorgen die we hebben zetten we een actie in: we bellen, sturen een brief of email of gaan op huisbezoek. Alle inwoners over wie we een signaal ontvangen, krijgen een hulpaanbod, een aanbieding tot een gesprek. Armoederegisseur In 2023 is er een armoederegisseur gestart binnen onze gemeente. Eén van de taken van deze medewerker is het geven van voorlichting over het signaleren van armoede. Deze voorlichting wordt gegeven aan zoveel mogelijk partners binnen de gemeente. Partners die met onze inwoner in aanraking komen. Denk aan kerken, scholen, maar ook zorgorganisaties. De functie van armoederegisseur is tot juni 2024 een tijdelijke functie
Wat is nieuw? Wat doen we al? We zetten in op preventie en vroegsignalering. Dit doen we niet alleen, maar met onze ketenpartners. Budgetcursussen We faciliteren ketenpartners in het geven van budgetcursussen en voorlichtingen. Deze inzet is preventief en op initiatief van de partners. We bereiken hiermee verschillende doelgroepen om ze financiële vaardigheden aan te leren. Zo biedt Vluchtelingenwerk cursussen voor statushouders en geven Raad en Recht en Humanitas voorlichtingen op scholen. Informatieverstrekking We ondersteunen de inwoner met het verstrekken van informatie, bijvoorbeeld over de regelingen waarop hij recht heeft. Dit doen we met een eigen folderlijn. Deze folders worden bijvoorbeeld verstrekt wanneer een inwoner een gesprek heeft om bijstand aan te vragen. Daarnaast verstrekken we structureel informatie via de website van de gemeente en van tijd tot tijd op social media of via De Toren. In het verstrekken van informatie vanuit de gemeente hebben wij de regie . Daarnaast stimuleren we ketenpartners om te informeren en communiceren, waar nodig en mogelijk ondersteunen we hen hierbij. (Wettelijke) Vroegsignalering van schulden Sinds 1 januari 2021 voeren we de wettelijke vroegsignalering van schulden uit. De gemeente heeft hierin de regie . De uitvoering gebeurt intern, waar nodig wordt expertise van bijvoorbeeld Samen Doen ingevlogen.
Het vroegsignaleren van schulden deden we in Hardenberg al een aantal jaren. We hadden bijvoorbeeld een convenant met de lokale woningbouwcorporatie.
12
Meer algemene en collectieve voorzieningen We willen meer inzetten op algemene, voor iedereen toegankelijke cursussen of voorlichtingen. Dit doen we vanuit het idee dat het missen van de juiste vaardigheden of het krijgen van financiële problemen iedereen kan overkomen. We blijven daarom onze ketenpartners faciliteren maar gaan ze meer stimuleren om preventieve acties uit te voeren.
Wanneer gaan we dit doen? We starten met het actief stimuleren van ketenpartners nadat de eerste stappen zijn gezet in een kwaliteitsslag binnen de keten, een kwaliteitsslag die onder andere gaat over de vraag ‘wie doet wat?’. Dit betekent dat we in 2025 en 2026 de eerste (nieuwe) algemene voorzieningen verwachten.
En wat gaat dit kosten? We verwachten dit budgetneutraal uit te kunnen voeren. Waarom? In paragraaf 5.2.2 van dit plan staat een actie die gaat over een te maken kwaliteitsslag binnen de keten van financiële dienstverlening (de partners van ‘budget loket Hardenberg’). Deze kwaliteitsslag is onder andere gericht op het verduidelijken van de rolverdeling tussen de partners, een efficiëntere werkwijze. Efficiënter werken vanuit een duidelijke rol moet ruimte en tijd geven voor het aanbieden van algemene voorzieningen zoals in de actie hierboven.
Alle signalen kunnen vroegsignalen zijn Naast het uitvoeren van onze wettelijke taak vinden we het belangrijk dat we met alle signalen die we hebben iets doen. Hiermee bedoelen we signalen binnen het team Werk en Inkomen, maar ook binnen andere teams. Als een inwoner bijvoorbeeld een aanvraag bijzondere bijstand doet, doet hij dit niet zomaar. Hoe gaat het met hem? Is het budget in balans? Zijn er achterstanden of schulden? Maar ook achter een opvoedings- of Wmo-vraag kunnen financiële problemen schuil gaan. We faciliteren en stimuleren daarom onze collega’s in het kunnen signaleren van armoede. Daarnaast willen we partners meer bewust maken van de gevolgen van armoede. En ze leren hoe je armoede signaleert. Denk hierbij aan zorgpartners en kerken, die nu ook al worden benaderd. Maar ook aan werkgevers.
Wanneer gaan we dit doen? We verwachten dat de armoederegisseur een rol kan (blijven) spelen in het faciliteren en stimuleren van partners én collega’s. Dit betekent dat deze collega hierbij kan helpen. Dat kan nadat de taken als ‘armoederegisseur’ in de projectfase klaar zijn. (Zie ook actie ‘armoederegisseur’ onder paragraaf 5.3).
En wat gaat dit kosten? We verwachten dit uit te kunnen voeren binnen bestaande dienstverlening en formatie.
VoorzieningenWijzer Er zijn landelijk en lokaal veel regelingen voor sociale zekerheid. Verschillende partijen bieden hulp aan inwoners en professionals, om overzicht te krijgen in deze regelingen.. We spraken in onze prestatieafspraken met Vechtdal Wonen af om samen in te zetten op de ‘VoorzieningenWijzer’. De VoorzieningenWijzer is een combinatie van een persoonlijk gesprek, door opgeleide consulenten, en een applicatie. De inwoner krijgt hulp bij de vragen ‘waar heb ik recht op?’ en ‘hoe krijg ik waar ik recht op heb?’ Het is bewezen dat de VoorzieningenWijzer helpt bij het voorkomen van armoede. Maar hij kan ook gebruikt worden als tool binnen schulddienstverlening. We regisseren samen met Vechtdal Wonen de inzet van de VoorzieningenWijzer.
Wanneer gaan we dit doen? We gaan in 2024 verder met de verkenning en starten met de implementatie. In het eerste kwartaal van 2025 moet de VoorzieningenWijzer in de praktijk gebruikt worden.
En wat gaat dit kosten? De vaste kosten zijn € 25.500 op jaarbasis. De variabele (uitvoeringskosten) zijn afhankelijk van de wijze van uitvoering (wie, wanneer, hoeveel gesprekken). Er worden met Vechtdal Wonen afspraken gemaakt over het verdelen van de kosten. We verwachten voor 2024 en 2025 de kosten te kunnen dekken uit incidentele Rijksmiddelen ten behoeve van de inzet op armoede en schulden. Als voor het structureel maken van de inzet van de VoorzieningenWijzer extra budget nodig is, wordt dit uitgevraagd in een raadsvoorstel. Hoe gaan we dit meten? Bovenstaande acties horen bij het doel: We ontdekken financiële problemen op tijd We meten in elk geval: • Hoeveel inwoners we bereiken met de actie. • De hoogte van de schuldenlast van de inwoner die we bereiken met de actie. • De ervaring van de inwoner. • De ervaringen van collega’s en ketenpartners.
13
5.2
Uitkomen met inkomen
Wat is er aan de hand? Sommige inwoners hebben geen of te weinig inkomen. Bijvoorbeeld omdat zij (tijdelijk) niet kunnen werken of omdat zij hoge (zorg)kosten hebben. De gemeente is daarom verantwoordelijk voor inkomensondersteuning vanuit de Participatiewet en overige inkomensondersteuning in haar armoedebeleid (zie hoofdstuk 2). Armoede voelen en ervaren kan gevoelens van stress en uitsluiting veroorzaken. In armoede leven heeft als gevolg het ervaren van bestaansonzekerheid. Je kunt niet meedoen in de samenleving en er kunnen problemen ontstaan op meerdere levensgebieden. We vinden het van belang dat onze inwoners mee kunnen doen in de samenleving, bestaanszekerheid ervaren en voldoende veerkracht hebben als het even tegen zit. Onze doelen om dit te bereiken zijn:
*2 * 3
We blijven inwoners financieel ondersteunen. We zorgen dat schulden bestaanszekerheid niet in de weg staan.
De centrale vragen behandelen we hieronder per doel.
5.2.1 W e blijven inwoners financieel ondersteunen Wat doen we al? We zorgen dat inwoners bijstand ontvangen volgens de norm die voor hen geldt. We bieden inkomensondersteuning om voldoende geld te hebben om mee te kunnen doen. Participatiewet We voeren onze wettelijke taak uit in het kader van de Participatiewet en hebben hierover regie . Met als hoofddoel ondersteuning bij het vinden van passend werk en daarnaast inkomensondersteuning wanneer werken (tijdelijk) niet (volledig) lukt. We zoeken in onderliggende beleidsregels en de dienstverlening de (juridische) ruimte om zoveel mogelijk maatwerk te kunnen leveren, zowel in de verstrekking van algemene als bijzondere bijstand. We werken met oog voor de menselijke maat, we hebben oog voor het individu en de gevolgen van onze beslissingen voor het individu, maar verliezen niet uit het oog dat werk (waar mogelijk) voor inkomensondersteuning gaat. Sam& voor alle kinderen Kinderen die in bestaansonzekerheid leven vormen een specifieke doelgroep. We zetten daarom in op regelingen die het voor hen mogelijk maken om ‘gewoon’ mee te kunnen doen. Deze regelingen bieden we aan achter de ‘voordeur’ van Sam& voor alle kinderen. Achter deze ‘voordeur’ (de toegang) zijn regelingen te vinden die meedoen op school, in sport en cultuur en in de maatschappij mogelijk maken.
De regelingen worden geboden in samenwerking met verschillende fondsen: • • • •
Jeugdfonds sport- en cultuur; Stichting Leergeld Nederland; Nationaal fonds kinderhulp; Stichting Jarige Job.
We regisseren de uitvoering en de inhoud in afstemming met deze fondsen. Sociaal Cultureel Fonds Deze regeling voor inkomensondersteuning voeren we intern uit en het college stelt de beleidsregels hiervoor vast. We hebben in deze regeling de regie . Naar aanleiding van het evaluatierapport minimaregelingen van KWIZ (bijlage 1) is de regeling in 2023 en 2024 aangepast. De doelgroep en de maximale bijdrage zijn (tijdelijk) verhoogd. De regeling staat hiermee open voor inwoners met een maximum inkomen tot 140% van de geldende bijstandsnorm. Bij een inkomen tussen de 130% en 140% van de geldende bijstandsnorm wordt een jaarlijkse bijdrage van € 125 verstrekt, bijvoorbeeld voor (sport-) abonnementen of internet, televisie en mobiele telefonie. Inwoners met een inkomen tot 130% van de geldende bijstandsnorm ontvangen een jaarlijkse bijdrage van € 250. Materiële ondersteuning We faciliteren verschillende partners voor materiële ondersteuning van inwoners met een krappe beurs. Zij ontvangen subsidie voor de ondersteuning die zij in onze gemeente bieden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Voedselbank en de Kledingbank. 14
Wat is nieuw?
Participatiewet in balans In het wettelijk kader (hoofdstuk 2) is de ‘Participatiewet in balans’ genoemd. In de uitvoering van de Participatiewet hebben en houden we als gemeente de regie . Het zelfde geldt voor andere vormen van inkomensondersteuning (regelingen) die in dit plan staan. De ‘Participatiewet in balans’ is een set van wijzigingen in de Participatiewet die (voor zover we nu weten) per 1 januari 2025 ingaan. In deze wijzigingen staat de mens (meer) centraal in plaats van de regelgeving. In het algemeen gaan deze wijzigingen ons meer ruimte geven om maatwerk te leveren. De mogelijkheden voor het college om lokaal invulling te geven aan beleid rondom het verstrekken van bijstand worden vergroot (zie opnieuw hoofdstuk 2 onder 2.1 verantwoordelijkheden en mogelijkheden). In bijlage 4 bij dit plan is een overzicht opgenomen van de belangrijkste wijzigingen voor werk, re-integratie en inkomen. De Participatiewet is niet de enige wet die wijzigt. Er komen vier (gewijzigde) wetten op ons af die met elkaar samen hangen en behoorlijke gevolgen hebben voor ons beleid en onze dienstverlening op het gebied van werk en inkomen. 1. P articipatiewet in balans. Zie overzicht bijlage 4. 2. Versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht (Awb). De wijzigingen in de Awb passen bij de wijzigingen van de Participatiewet als het gaat om de focus op de mens.
Het evenredigheidsbeginsel wordt bijvoorbeeld verruimd: meer ruimte voor maatwerk als de gevolgen van een beslissing onevenredig zijn. Maar ook worden er meer
Wanneer gaan we dit doen? We starten het project in 2024. De gewijzigde Participatiewet wordt verwacht per 1 januari 2025. Binnen het project sorteren we als het mogelijk is voor op de Wet. We voeren de Wet natuurlijk uit vanaf de (te verwachten) ingangsdatum. De implementatie binnen onze dienstverlening wordt in 2025 afgerond.
En wat gaat dit kosten? Voor de financiering van de Participatiewet zijn er drie budgetten: • • •
eisen gesteld aan de motivering van onze besluiten. Afwegingen die we maken, moeten voor de inwoner begrijpelijk en inzichtelijk zijn. 3. Maatwerk bij terugvordering. Er zijn gevallen waarin het college verplicht is om bijvoorbeeld te veel ontvangen bijstand terug te vorderen. De wet ‘Maatwerk bij terugvordering’ geeft ons meer beslissingsruimte, opnieuw, voor het toepassen van maatwerk. 4. Handhaving Sociale Zekerheid. De wetgever ziet dat handhaving binnen sociale zekerheid, waaronder de Participatiewet, nu strikt in regels vastligt. De wet ‘Handhaving sociale zekerheid’ geeft mogelijkheden om passend te sanctioneren. De samenvatting van de te wijzigen wetten hierboven is beknopt, maar laat zien dat het aan de slag gaan met deze wetten de komende periode de belangrijkste actie binnen het beleid financiële bestaanszekerheid is. Wat dit exact betekent voor het inkomensbeleid in Hardenberg is nog niet te overzien. De (her)vorming van beleidsregels en inrichting van de dienstverlening gebeurt in elk geval volgens de uitgangspunten en principes (3.1 en 3.2) van dit plan. Voor de implementatie van alle wetswijzigingen starten we met een project. We kiezen voor een project van 1,5 jaar met een projectleider die voldoende uren heeft om de wetswijzigingen integraal door te voeren. Hiermee willen we voorkomen dat de wijzigingen ‘hapsnap’ in beleid en uitvoering doorgevoerd worden.
Alle wijzigingen linken met elkaar en betekenen veel voor ons lokale beleid en uitvoering.
De VNG heeft in haar uitvoeringstoets aangegeven dat gemeenten zowel voor de implementatie als voor de daadwerkelijke uitvoering van de gewijzigde wet extra middelen nodig hebben. Òf het Rijk deze extra middelen verstrekt en hoe dit er uit gaat zien, is op het moment van schrijven van dit plan niet duidelijk. We vragen nu € 90.000 incidenteel voor de implementatie van alle genoemde wetswijzigingen in de vorm van een project. Als latere financiële gevolgen van de implementatie en uitvoering van de wetswijzigingen niet uit bestaande of nieuwe (geoormerkte) middelen gedekt kunnen worden, wordt de raad met een voorstel benaderd.
ijstandsbudget/BUIG: bijstandsuitkeringen en loonkostenB subsidie; Integratie uitkering participatie: loon- en overige kosten Wsw (Wet sociale werkvoorziening) en plaatsing nieuwe doelgroepen; Algemene uitkering Gemeentefonds: klassieke re-integratie kosten, uitvoeringskosten en bijzondere bijstand. 15
Werk en re-integratie Zoals gezegd heeft de ‘Participatiewet in balans’ gevolgen voor hoe we in Hardenberg omgaan met inkomen, maar ook voor wat we doen in de ondersteuning bij werk en re-integratie. Sinds 2021 kennen we het Pak je Kans Fonds. Dit fonds is gericht op ontwikkeling richting betaald werk en/of participatie voor mensen met een laag- tot middeninkomen. Inwoners worden uitgedaagd te komen met plannen om hun ontwikkeling vorm te geven met een bijdrage uit het fonds. Uitgangspunten van het fonds zijn: vertrouwen en regie bij de inwoner. In bijlage 5 van dit plan is de evaluatie (inclusief conclusie en advies) van dit fonds opgenomen. De belangrijkste conclusies zijn: •
Een mensgerichte aanpak werkt. Het is goed om de regie bij de inwoner te laten. Hier streven we ook naar vanuit de algemene uitgangspunten van dit plan. Maar inwoners die
•
stappen willen zetten in hun ontwikkeling hebben hier vaak, om verschillende redenen, veel ondersteuning bij nodig. Maatwerk leveren moet makkelijker. Het Pak je kans-fonds heeft ons geleerd dat maatwerk leveren praktischer en sneller kan.
De middelen die de gemeenteraad beschikbaar heeft gesteld voor het fonds zetten we daarom de komende periode in als extra middelen binnen het re-integratie budget. Met de middelen moet het mogelijk worden om, naar de geest van de gewijzigde Participatiewet, maatwerk te leveren bij de ondersteuning binnen werk en re-integratie. We denken hierbij bijvoorbeeld aan verwervingskosten: de kosten die iemand maakt om aan het werk te kunnen, bijvoorbeeld de aanschaf van een fiets. In de onlangs vastgestelde re-integratieverordening is het bedrag voor deze kosten verhoogd van € 300 naar € 750, er ontstaat meer ruimte.
Wanneer gaan we dit doen?
En wat gaat dit kosten?
Het Pak je kans fonds is geëvalueerd. De re-integratie verordening is vastgesteld. We starten in 2024 met het verwerken van de positieve elementen uit het Pak je kans fonds in onze bestaande dienstverlening.
Deze actie gaat over het doelmatiger inzetten van eerder beschikbaar gesteld budget à € 100.000 voor 2024 en 2025. Als de actie om structureel extra (re-integratie-)budget vraagt komen we hier bij de gemeenteraad op terug.
16
Simpel Switchen Simpel Switchten is een actie waar we al aan werken als het gaat om het versimpelen van de stap van uitkering naar werk. Een voorbeeld hiervan zijn het verrekenen van inkomsten als iemand parttime gaat werken: de inwoner moet weten waar hij aan toe is en geen zorgen hebben over een veranderend budget. We breiden Simpel Switchen uit. Het gaat voor ons niet langer alleen over het versimpelen van de overstap naar werk. Maar het gaat over ‘simpel’ werken in het algemeen en draagt bij aan het vereenvoudigen van ons armoedebeleid. Een belangrijke wijziging gaat over het bereiken van inwoners met onze regelingen. We gaan waar mogelijk onze regelingen ambtshalve verstrekken. Dit betekent dat we met de informatie die we hebben automatisch de regeling toekennen en uitbetalen als de inwoner hier recht op heeft. Dit betekent ook dat we waar mogelijk de controle op besteding los laten. De bijdrage uit het sociaal cultureel fonds bijvoorbeeld, kan naar eigen idee voor eigen ontwikkeling worden ingezet. We starten met de individuele inkomenstoeslag. De individuele inkomenstoeslag is een toeslag voor inwoners met een langdurig laag inkomen. De toeslag kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor de aanschaf van een wasmachine, aangezien daar niet of nauwelijks voor gespaard kan worden.
De toeslag wordt nu op aanvraag verstrekt, terwijl we van veel inwoners weten dat ze er recht op hebben. Daarnaast wordt de doelgroep voor de
toeslag verhoogd. En worden de eisen wanneer iemand in aanmerking komt, versoepeld. Deze wijzigingen moeten worden vastgelegd in een verordening die de gemeenteraad vaststelt. Een voorstel hiervoor volgt later in 2024. Daarna gaan we aan de slag met het sociaal cultureel fonds (zie hieronder) en onderzoeken we de mogelijkheden voor vereenvoudiging van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Sociaal Cultureel Fonds In 2023 en 2024 is het sociaal cultureel fonds uitgebreid. De doelgroep werd groter en de bijdrage is verhoogd in het kader van de lokale aanpak energiearmoede en gestegen inflatie. Deze uitbreiding van het sociaal cultureel fonds maken we structureel. Hiermee volgen we het scenario uit het evaluatierapport van KWIZ (bijlage 1). Het doel van de uitkering uit het fonds blijft: ondersteuning bij het mee kunnen doen in de maatschappij. Maar we zijn ons ervan bewust dat de uitkering in de tijd waarin we nu leven vaak fungeert als ‘plus op het inkomen’. De uitvoering van het fonds doen we dan ook regelluw. De inwoner kan de bijdrage uitgeven aan zaken die hij belangrijk vindt. Na implementatie van automatische toekenning van de hierboven genoemde individuele inkomenstoeslag zal ook het sociaal cultureel fonds zoveel mogelijk ambtshalve verstrekt worden. Deze vereenvoudiging valt ook onder de aanpak ‘Simpel Switchen’.
Wanneer gaan we dit doen?
En wat gaat dit kosten?
Simpel Switchten voor de vereenvoudiging van regelingen wordt in 2024 en 2025 uitgevoerd.
Het totale pakket aan acties uit ‘Simpel Switchen’ gaat over het vereenvoudigen van de toegang tot regelingen en zal het bereik vergroten. Het doel is dat iedereen krijgt waar hij recht op heeft. De extra kosten zijn geraamd op € 200.000 structureel.
17
Kinderarmoede We ontvangen rijksmiddelen voor de bestrijding van kinderarmoede. De zogenaamde ‘Klijnsma-gelden’ à € 180.000. Deze middelen zijn in Hardenberg de afgelopen jaren besteed aan de uitgifte van ‘Meedoenbonnen’. Dit zijn bonnen van lokale ondernemersverenigingen die vrij te besteden waren en verstrekt werden aan gezinnen met minderjarige kinderen die het moeilijk hebben. Dit betekende per kind een bon van € 100. Wij zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van kinderen die opgroeien in een kwetsbare omgeving, bijvoorbeeld in armoede. Maar we zijn ook verantwoordelijk voor een doelmatige besteding van maatschappelijke gelden, zoals de genoemde Klijnsma-gelden. Het verstrekken van de bonnen gebeurde niet aan een vooraf gedefinieerde doelgroep. En de besteding is, gezien de algemeenheid van de bonnen, niet controleerbaar. Hoewel we als gemeente ook niet altijd willen controleren, zien we een goede mogelijkheid om de middelen voor de bestrijding van kinderarmoede effectiever en gerichter in te zetten. Daar waar de middelen nodig zijn: bij samen voor alle kinderen (zie het volgende actiepunt). Het afschaffen van de ‘meedoen bonnen’ is besproken in de keten. Inmiddels is er een lokale partij van start gegaan. Om gezinnen met kinderen in armoede een jaarlijks extraatje te bieden in de vorm van een ‘vakantietas’ en mogelijk een extraatje rond de feestdagen.
We zijn ons ervan bewust dat dit niet een-op-een de ‘Meedoenbonnen’ vervangt, maar zijn blij met dit extra initiatief om elk kind te laten meedoen. Samen voor alle kinderen Van de vergoedingen die gezinnen met kinderen kunnen krijgen, verdient de vergoeding uit het Jeugdfonds Sport en Cultuur aandacht. In het evaluatierapport van KWIZ (bijlage 1) is het scenario uitgewerkt om de doelgroep te
Wanneer gaan we dit doen? Voorgestelde acties over kinderarmoede worden in 2024 uitgevoerd.
En wat gaat dit kosten? Voor de uitbreiding van het Jeugdfonds Sport en Cultuur verwachten we extra kosten van ongeveer € 90.000. Het mogelijk maken van bijdragen van Stichting Babyspullen zal naar verwachting € 10.000 per jaar gaan kosten. We verwachten deze acties budget neutraal te kunnen uitvoeren. Waarom? We zetten hiervoor de ‘Klijnsma-gelden’ in die tot dusver (zie actie hierboven) aan ‘Meedoenbonnen’ werden besteed.
18
vergroten tot de doelgroep van huishoudens met een inkomen tot 120% van de geldende bijstandsnorm. Hoewel we niet zien dat dit bijdraagt aan het verminderen van de armoedeval (financiële achteruitgang bij de stap van uitkering naar werk) zien we wel dat we hiermee meer kinderen bereiken die opgroeien in een huishouden waar financiële krapte een rol speelt. Veilig en gezond opgroeien is voor onze gemeente een belangrijk uitgangspunt. We trekken daarom de inkomensgrens voor het Jeugdfonds Sport en Cultuur gelijk met de andere kindregelingen én verhogen de jaarlijkse bijdrage. Het verhogen van deze bijdrage doen we naar aanleiding van signalen uit de praktijk. Alles is duurder geworden de afgelopen jaren, ook contributie voor bijvoorbeeld sport en de attributen om de sport te kunnen uitvoeren of het halen van een zwemdiploma. Daarnaast onderzoeken we de aansluiting bij stichting Babyspullen. Een stichting die een bijdrage levert voor de babyuitzet van gezinnen die dit niet kunnen betalen. De stichting kan samenwerken met ‘Samen voor alle kinderen’, onze voordeur. Vergoedingen vanuit de stichting sluit aan bij het uitgangspunt van het programma ‘Kansrijke Start’: Ieder kind verdient de best mogelijke start van zijn of haar leven en een optimale kans op een goede toekomst.
Tot slot verwachten we, aan de hand van de huidige signalen, dat er de komende jaren meer hiaten kunnen ontstaan in het aanbod achter Samen voor alle kinderen. Zoals gezegd, alles wordt duurder. Maar ook de behoefte van gezinnen en kinderen verandert. Met het vrijspelen van de ‘Klijnsma-gelden’ à € 180.000 ontstaat de mogelijkheid om meer maatwerk te leveren in de aanvragen die Samen voor alle kinderen ontvangt.
Hoe gaan we dit meten? Bovenstaande acties horen bij het doel: We blijven inwoners financieel ondersteunen. We meten in elk geval: • • •
Hoeveel inwoners we bereiken met de actie. De ervaring van de inwoner. De ervaringen van collega’s en ketenpartners.
5.2.2 W e zorgen dat schulden bestaanszekerheid niet in de weg staan We weten dat het hebben van (problematische) schulden in veel gevallen stress veroorzaakt. En invloed heeft op het ‘doenvermogen’ en het ‘denkvermogen’ van inwoners. Formulieren invullen lukt bijvoorbeeld niet meer. Bewijsstukken verzamelen wordt al helemaal lastig. En het brein schakelt over op (alleen) korte termijn denken. De eerder genoemde wetswijzigingen, waaronder de ‘Participatiewet in balans’, vragen om extra aandacht voor het ‘doen- en denkvermogen’. Als overheid moeten we dienstbaar zijn en een inschatting kunnen maken van het ‘doen- en denk vermogen’ van de inwoner die voor ons zit. Onze schulddienstverlening is daarom stress-sensitief. We gaan uit van de veerkracht van de inwoner, maar pakken hem bij de hand (als dat nodig is), als stress door schulden invloed heeft op zijn veerkracht. En op zijn ‘doen-vermogen’.
Wat doen we al?
Schulddienstverlening Schulddienstverlening delen we grofweg in, in twee fasen: de intakefase en de (technische) schuldregelingsfase. De intakefase wordt intern door consulenten schulddienstverlening uitgevoerd. Het regelen van schulden wordt extern door Kredietbank Nederland gedaan. Financiële dienstverlening Gelukkig zijn niet in alle gevallen de schulden van onze inwoners problematisch. En soms is er meer nodig dan een traject bij Kredietbank Nederland. We hebben een grote keten van financiële dienstverlening. Hierin wordt samengewerkt door partijen die vrijwillige of professionele ondersteuning bieden bij bestaansonzekerheid of financiële disbalans. Binnen de keten maken we onderscheid tussen ‘ketenpartners’, partijen die subsidie ontvangen om een deel van de financiële ondersteuning vorm te geven en ‘signaalpartners’, partijen die zich inzetten tegen de bestrijding van armoede of partijen die om andere redenen in contact zijn met onze inwoner.
Vanuit de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening ligt de regietaak voor het aanbieden van integrale schulddienstverlening bij de gemeente.
19
Wat is nieuw?
Kwaliteitsslag We hebben en houden de regie als het gaat om het inrichten en het uitvoeren van integrale schulddienstverlening. We faciliteren , maar houden regie op ketenpartners die een rol hebben in de fases van schulddienstverlening. De fases/route die een inwoner doorloopt is duidelijk voor de inwoner én voor alle partners. De inwoner is vanaf de eerste kennismaking tot aan het afronden van een nazorgtraject in beeld bij de gemeente. Kredietbank Nederland, verantwoordelijk voor de tweede fase van schulddienstverlening, is aangesloten bij de brancheorganisatie Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK). De kredietbank werkt volgens de richtlijnen en modules van de NVVK. We richten de eerste fase, die we intern en binnen de lokale keten uitvoeren, ook in volgens de richtlijnen en modules van de NVVK, zodat we de kwaliteit van de dienstverlening in zijn geheel kunnen meten. De kwaliteitsslag geldt voor de hele keten van financiële
dienstverlening. Daarmee bedoelen we in elk geval de partijen van het ‘Budgetloket’. We werken de rolverdeling van partijen uit volgens de uitgangspunten en pijlers uit dit plan (3.1 en 3.2). De armoederegisseur speelt hierin een belangrijke rol. Basisdienstverlening Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt met de NVVK, Divosa en de VNG aan een plan rondom basisdienstverlening. Doel van dit plan is dat de schulddienstverlening in elke gemeente in de basis gelijk is. Het moet niet uitmaken in welke gemeente je woont en een beroep moet doen op schulddienstverlening. Vanzelfsprekend volgen we deze ontwikkelingen. We werken aan een toegankelijke en efficiënte basisdienstverlening volgens de uitganspunten en pijlers uit dit plan (3.1 en 3.2). De kwaliteitsslag binnen de gehele keten en de invulling van de basisdienstverlening worden uitgewerkt in een uitvoeringsplan.
Wanneer gaan we dit doen?
Hoe gaan we dit meten?
Met de kwaliteitsslag binnen de keten is een begin gemaakt. In 2024 wordt dit verder opgepakt, in 2025 wordt dit afgerond. Voor de inrichting van basisdienstverlening schulddienstverlening wachten we op concrete handvatten vanuit het Rijk. We verwachten te starten in 2025.
Bovenstaande acties horen bij het doel: We zorgen dat schulden bestaanszekerheid niet in de weg staan.
En wat gaat dit kosten? Door een efficiëntere invulling én door te verwachten structurele Rijksmiddelen voor de basisdienstverlening verwachten we dat de extra kosten die deze actie met zich mee brengt gedekt zijn.
20
• • •
Hoeveel inwoners we bereiken met de actie. De ervaring van de inwoner. De ervaringen van collega’s en ketenpartners.
5.3
Zien en gezien worden
Wat is er aan de hand? Het aanbod voor inkomensondersteuning (regelingen) en financiële dienstverlening in onze gemeente is groot. Maar nog niet altijd te vinden en toegankelijk. We zijn ons er van bewust dat niet iedereen de weg kent. Maar ook dat er inwoners zijn die de weg naar de gemeente niet willen bewandelen. In veel eerder genoemde acties zetten we in op bereik en eenvoud. Maar we zetten ook specifieke acties in die er voor zorgen dat we kwetsbare inwoners vinden én dat de inwoner die het nodig heeft de juiste dienstverlening weet te vinden. Daarom is ons doel:
* 4 De inwoner die (tijdelijk) ondersteuning nodig heeft, vindt deze ondersteuning.
Wat doen we al? Armoederegisseur Onder de pijler ‘voorkomen is beter dan genezen’ is de inzet van de armoederegisseur terug te vinden. Naast de daar genoemde taak is de armoederegisseur een belangrijke schakel in het ‘zien en gezien worden’. De armoederegisseur heeft partijen in beeld waar de kwetsbare inwoner met (financiële) problematiek terecht kan. We faciliteren en ondersteunen deze maatschappelijke initiatieven waar nodig door informatievoorziening en voorlichting. Welke inwoners zich bij deze partijen (bijvoorbeeld kerken, scholen of verenigingen) melden, laten we los .
Communicatie We communiceren via bekende kanalen over het bestaande aanbod aan regelingen en dienstverlening. Bijvoorbeeld via weekblad De Toren, social media of folders. Over de communicatie op deze manier hebben we de regie . Door de inzet van de armoederegisseur zijn we ons er nog meer van bewust dat communicatie veel plaatsvindt onderling binnen de doelgroep en door bijvoorbeeld sleutelpersonen/verwijzers. We faciliteren deze sleutelpersonen/signaalpartners. De afgelopen jaren is ingezet op ‘Budgetloket Hardenberg’. Het Budgetloket moest de samenwerking tussen lokale partijen versterken (vrijwilligersorganisaties, sociaal raadsliedenwerk en professionele (schuld-)dienstverlening). De naam moest bekend worden en er kwam een aparte website. Uit cijfers en navraag onder inwoners en in de keten blijkt dat bij vragen over geldzaken veel sneller de algemene website van de gemeente wordt bezocht dan de website van het Budgetloket. De term ‘Budgetloket’ lijkt wel te beklijven. In paragraaf 5.2.2. en 5.3 van dit plan zijn daarom vervolgacties opgenomen. Deze acties gaan over een laagdrempelige toegang tot de keten en het verduidelijken van de keten en de samenwerking tussen de partijen van het ‘Budgetloket’. Van de website nemen we afscheid. Alle informatie krijgt een plek op de nieuwe gemeentelijke website. NSR We zijn aangesloten bij de Nederlandse Schuldhulproute (NSR).
Via de NSR hebben onze inwoners toegang tot ‘Geldfit’. Geldfit bestaat uit een website en een gratis telefoonnummer waar anoniem vragen over financiën kunnen worden gesteld. Achter Geldfit zit onze lokale routekaart van financiële dienstverlening. Die is gebaseerd op het principe ‘lichte ondersteuning waar mogelijk, zwaardere ondersteuning waar nodig’. De inwoner loopt online of via een telefoongesprek een checklist door. Blijken de problemen ‘licht’ dan volgt bijvoorbeeld een doorverwijzing naar een lokale vrijwilligersorganisatie. Zijn de problemen ‘zwaar’ dan wordt doorverwezen naar de schulddienstverlening binnen de gemeente.