VERVALT Kerkcluster Hoeven Toelichting (3).pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan
Kerkcluster Hoeven Halderberge
DATUM IMRO IDN
4-7-2024 NL.IMRO.1655.BP2018-C001
PROJECT PROJECTLEIDER
Kerkcluster Hoeven Hetty Wenting
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Aannemingsbedrijf Van Agtmaal 20211405
AUTEUR STATUS
Josh Luijkx vastgesteld
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Plangebied
6
1.3
Planologische regeling
7
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
9
2.1
Bestaande situatie
9
2.2
Beoogde situatie
11
Hoofdstuk 3
Beleidskader
17
3.1
Rijksbeleid
17
3.2
Provinciaal beleid
24
3.3
Gemeentelijk beleid
28
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
32
4.1
Milieueffectrapportage
32
4.2
Verkeer en parkeren
32
4.3
Bodemkwaliteit
37
4.4
Water
38
4.5
Bedrijven en milieuzonering
42
4.6
(Spoor)wegverkeerslawaai
44
4.7
Luchtkwaliteit
45
4.8
Archeologie
48
4.9
Cultuurhistorie
50
4.10
Ecologie
53
4.11
Externe veiligheid
58
4.12
Kabels en leidingen
61
Juridische planbeschrijving
63
5.1
Algemeen
63
5.2
Toelichting op de bestemmingen
63
Uitvoerbaarheid
64
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
3/66
4/66
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
64
6.2
Economische uitvoerbaarheid
65
Toelichting
5/66
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gronden rondom de Sint-Jan de Doperkerk aan de Sint Janstraat in Hoeven bestaan uit een grasveld en bomen en een toegangspad naar de achterliggende begraafplaats. Initiatiefnemer wil hier 8 levensloopbestendige patiowoningen en 22 appartementen realiseren, gecombineerd met de transformatie van de pastorie met een gemengde functie voor wonen en horeca. Daarnaast wordt er parkeergelegenheid gerealiseerd voor het nieuwe dorpshuis. Deze ontwikkeling past niet binnen de regeling van het geldende bestemmingsplan 'Kom Hoeven' van de gemeente Halderberge. Om deze ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te kunnen maken is dit bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Plangebied
Het plangebied betreft de percelen rondom de Sint-Jan de Doperkerk gelegen aan de Sint Janstraat 40 in Hoeven. Het plangebied is gelegen in het noorden van de kern Hoeven, nabij de N640. Het plangebied omvat de openbare ruimte rondom de kerk tot aan de bestaande begraafplaats. De kerk is aangewezen als rijksmonument. De grenzen van het plangebied worden gevormd door de begraafplaats ten noorden, een appartementencomplex ten oosten, de Sint Janstraat ten zuiden en grondgebonden woningen ten westen. In figuur 1.1 is de begrenzing van het plangebied weergegeven.
6/66
Figuur 1.1 - Globale begrenzing plangebied
1.3
Planologische regeling
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Kom Hoeven' dat is vastgesteld op 14 maart 2013. Het plangebied rondom de kerk is grotendeels bestemd als 'Maatschappelijk' en voor een klein deel aan de westzijde achter de bestaande woningen voor 'Verkeer'. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan weergegeven.
7/66
Figuur 1.2 - Geldend bestemmingsplan 'Kom Hoeven' De ontwikkeling van 8 levensloopbestendige patiowoningen, een appartementengebouw met 22 appartementen en een gebouw voor wonen en horeca past niet binnen deze bestemmingen.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het initiatief nader beschreven. Daarbij komt de huidige situatie aan bod en wordt vervolgens ingegaan op de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 schetst het relevante beleidskader voor het plan. Daarbij wordt ingegaan op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten behandeld, waaraan de nieuwe ontwikkeling wordt getoetst. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische aspecten van het plan. In hoofdstuk 6 worden de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht.
8/66
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
Dit hoofdstuk beschrijft de huidige en beoogde toekomstige situatie in het plangebied.
2.1
Bestaande situatie
Plangebied Het plangebied omvat de openbare ruimte rondom de Sint-Jan de Doperkerk en de huidige pastorie in Hoeven. Het plangebied is gelegen aan de Sint Janstraat 40 en beslaat grotendeels het kadastrale perceel sectie D nummer 4524 en een klein gedeelte van het nummer 4172. Het plangebied is circa 8.600 m2 groot. Het plangebied is gelegen in een woonomgeving in het noorden van de kern Hoeven. De locatie ligt tussen woningbouw in de vorm van een appartementencomplex aan de oostzijde, grondgebonden woningen aan de Sint Janstraat en aan het Hofpark aan de westzijde. Ten noorden van het plangebied bevindt zich de begraafplaats. De inrichting en het beeld van het plangebied en omgeving worden bepaald door de Sint-Jan de Doperkerk kerk. De kerk is een rijksmonument, dit vraagt om een zorgvuldige inpassing van de ontwikkeling in de omgeving. Er is een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een dorpshuis in de kerk met een aanbouw aan de westzijde van de kerk. Aan de voorzijde van de kerk ligt het versteende kerkplein met daarnaast de pastorie dat met een aanbouw gekoppeld is aan de kerk. Het overige deel van het plangebied is groen ingericht met een grasveld aan de noordzijde en een bomencluster met grote bomen aan de westzijde. Langs de kerk loopt het toegangspad naar de begraafplaats. Aan de oostzijde ligt de oprit voor de pastorie.
Ten noorden van de begraafplaats is de rondweg, de Halderbergselaan (N640), gelegen. Deze rondweg vormt de grens met het buitengebied voor de kern Hoeven. In figuur 2.1 is het plangebied en de omgeving van het plangebied weergegeven.
9/66
Figuur 2.1 - Plangebied en de omgeving van het plangebied Figuur 2.2 laat het vooraanzicht van de kerk en zijn omgeving zien.
Figuur 2.2 - Vooraanzicht plangebied / Sint Jan de Doper kerk (Google Street View, 2019) De pastorie staat aan de Sint Janstraat schuin voor de kerk. Zie hiervoor figuur 2.3 waarbij op de achtergrond de
10/66
Sint-Jan de Doperkerk zichtbaar is.
Figuur 2.3 - Pastorie (Google Street View, 2019)
2.2
Beoogde situatie
De initiatiefnemer wil ter plaatse van het plangebied een woongebied realiseren. Dit woongebied is opgebouwd uit 8 levensloopbestendige patiowoningen aan de westzijde, een appartementencomplex met 22 appartementen achter de kerk en transformatie van de huidige pastorie waarbij de begane grond wordt ingericht en bestemd voor horeca en de verdieping voor 2 of 3 woningen. In figuur 2.4 is de inrichtingstekening van de beoogde ontwikkeling weergegeven.
11/66
Figuur 2.4 - Inrichtingstekening (geWOON Architecten, 7 juni 2024) Patiowoningen De ontwikkeling voegt zich met woningbouw in de omliggende woonomgeving. De patiowoningen sluiten qua maat en schaal aan op de naastgelegen seniorenwoningen van één bouwlaag met kap. De patiowoningen worden voorzien van een woonkamer, keuken, entree, wc, berging, badkamer, portaal en slaapkamer op de begane grond en zijn hiermee levensloopbestendig. Appartementengebouw Het appartementengebouw bestaat uit maximaal 22 appartementen en wordt gerealiseerd in vier bouwlagen met een (half)verdiepte parkeerplaats. Buitenruimte Het nieuwe woongebied wordt voorzien van een aantrekkelijke buitenruimte met veel groen en behoud van zoveel mogelijk bestaande bomen. In het plangebied staan diverse bomen en onderbegroeiing. Er staan in totaal 13 waardevolle bomen in het plangebied, deze zijn weergegeven in figuur 2.5. In overleg met de gemeente Halderberge is bepaald welke bomen behouden kunnen blijven en welke in de weg staan aan de realisatie van de woningen en aan de uitbouw van de kerk. Voor deze bomen zal een kapvergunning worden aangevraagd waarin de voorwaardelijke verplichting wordt opgenomen deze in de inrichting van het nieuwe parkachtig gebied tussen woningen, kerk en begraafplaats, te compenseren met minimaal een gelijk aantal bomen.
12/66
Figuur 2.5 Waardevolle bomen in het plangebied (Aannemingsbedrijf Van Agtmaal, 2023) Ontsluiting van het gebied en achterliggende begraafplaats vindt plaats over het kerkplein langs de westzijde van de kerk. Parkeren wordt per bouwcluster ingericht. De parkeerplaatsen voor de patiowoningen worden in het groene gebied ingepast waarbij de parkeerplaatsen bestaan uit halfverharding. Parkeervoorzieningen voor het appartementengebouw worden achter en onder het appartementengebouw gerealiseerd. De parkeerplaatsen ten behoeve van de functies in de pastorie zijn bereikbaar via de oprit naast de pastorie. De beoogde inrichting en beoogde bouwmassa's zijn weergegeven in figuur 2.6 tot en met 2.11.
13/66
Figuur 2.6 - Sfeerbeeld 1 (Aannemingsbedrijf Van Agtmaal, 2022)
Figuur 2.7 - Sfeerbeeld 2 (Aannemingsbedrijf Van Agtmaal, 2022)
14/66
Figuur 2.8 - Sfeerbeeld 3 (Aannemingsbedrijf Van Agtmaal, 2022)
Figuur 2.9 - Sfeerbeeld 4 (Aannemingsbedrijf Van Agtmaal, 2022)
15/66
Figuur 2.10 - Sfeerbeeld 5 (Aannemingsbedrijf Van Agtmaal, 2024)
Figuur 2.11 - Sfeerbeeld 6 (Aannemingsbedrijf Van Agtmaal, 2024)
16/66
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de 'Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte'. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water;, met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.
dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit plan relevante nationale belangen zijn:
17/66
Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Toetsing Het planvoornemen is op nationaal niveau dermate kleinschalig dat het geen invloed heeft op de nationale belangen. Het beleid inzake het realiseren van 8 levensloopbestendige woningen, 22 appartementen en transformatie van een gebouw ten behoeve van horeca en wonen wordt dan ook neergelegd bij de decentrale overheden. In deze ruimtelijke onderbouwing zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Deze 14 nationale belangen zijn: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 14.
Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Toetsing De ontwikkelingen binnen het plangebied raken geen van bovenstaande rijksbelangen. Het Rijksbeleid geeft hierdoor geen uitgangspunten voor dit bestemmingsplan 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Ieder bestemmingsplan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een verantwoording bevatten van de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument met het doel efficiënt ruimtegebruik te bevorderen. Voor stedelijke projecten moet de behoefte worden beschreven. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing Met de ontwikkeling worden 8 levensloopbestendige patiowoningen, een appartementencomplex met daarin 22 appartementen, een gemengd gebouw met horeca op de begane grond (100 m2 bvo) en 3 woningen op de
18/66
verdieping mogelijk gemaakt. Wel of geen stedelijke ontwikkeling De ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat het toevoegen van meer dan 12 woningen of een functiewijziging van meer dan 500 m2 bvo wordt gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. In dit geval is er met het toevoegen van maximaal 33 woningen en 100 m2 bvo horeca sprake van een stedelijke ontwikkeling. Er is ook sprake van een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling omdat het geldende bestemmingsplan geen woningen en horeca mogelijk maakt. Het plangebied heeft nu grotendeels de bestemming Maatschappelijk (bestemmingsplan 'Kom Hoeven', 2013). Bestaand stedelijk gebied In de algemene bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening (1.1.1 lid 1 onder h) is de volgende definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”.
De beantwoording van de vraag of een plangebied als een bestaand stedelijk gebied kan worden aangemerkt, hangt volgens de Nota van toelichting (2017) af van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Het begrip is in de jurisprudentie nader ingevuld. Gelet op de geldende maatschappelijke bestemming en de omliggende stedelijke functies maakt het plangebied onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. Beschrijving woningbehoefte Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang van het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor wonen is dat de gemeente Halderberge, binnen de regio West Brabant.
19/66
Figuur 3.1 - Woonregio's (Bron: Brabantse Agenda Wonen, september 2017) De woningbehoefte in de gemeente Halderberge blijkt uit diverse prognoses, onderzoeken en beleidsstukken. Deze worden hierna behandeld. Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant (2020) Voor het woningbouwprogramma van de gemeente Halderberge is de provinciale 'Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant (2020) van de provincie Noord-Brabant richtinggevend. Hierin wordt de kwantitatieve woningbehoefte geraamd op het toevoegen van 870 woningen in de periode tot en met 2030. Onderstaande tabel is richtinggevend voor het maken van nieuwe regionale afspraken. Versnelling van de woningbouw en (vervolgens) vasthouden van het bouwtempo is een belangrijke doelstelling van de Brabantse Agenda Wonen.
Figuur 3.2 - Indicatie toename woningvoorraad gemeente Halderberge 2020-2030 Brabantse Agenda Wonen Voortgangsrapportage 2020/2021 In de Brabantse Agenda Wonen Voortgangsrapportage 2020/2021 wordt de voortgang van de woningbouwopgave in Brabant in beeld gebracht. Kwantitatief gezien zijn er voor de korte termijn – Brabant-breed gemeten – (ruim) voldoende plannen voor de benodigde woningbouwproductie en zal ook een deel doorschuiven naar de middellange termijn. Voor de wat
20/66
langere termijn zal nog wel enige aanvullende capaciteit moeten worden gevonden en verdient ook het harde planaanbod op enkele plekken nog aandacht. In de regio West-Brabant zijn in de periode 2020-2030 nog 29.550 woningen nodig. Er is slechts harde plancapaciteit voor 15.750 woningen (figuur 3.3). De eerstkomende tijd zal de feitelijke realisatie van woonruimte in het betaalbare segment extra inspanningen (blijven) vragen. Hierbij zal ook de middenhuur, met huurprijzen net boven de liberalisatiegrens, moeten worden betrokken. Voor de gemeentelijke en (sub)regionale woningbouwplanning en -programmering en de mogelijkheden hier ook daadwerkelijk – bijvoorbeeld via volkshuisvestelijke en/of ruimtelijke instrumenten) op te sturen - zijn dit belangrijke onderwerpen.
Figuur 3.3 - Woningbouwcapaciteit en opgaven Woondeal West-Brabant West Op 9 maart 2023 is de regionale woondeal ondertekend. De woondeal is voor de komende jaren de basis voor de volkshuisvestelijke opgave. In de woondeal zijn afspraken gemaakt tussen rijk, provincie en de gemeenten Woensdrecht, Bergen op zoom, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Moerdijk en Halderberge. Deze gemeenten vormen de regio West-Brabant West. De provinciale woningbouwopgave is als basis genomen en binnen de regio vertaald naar concrete locaties en afspraken over de versnelde uitvoering van de woningbouw en de betaalbaarheid van nieuwe woningen. Per gemeente wordt een deel van de regionale opgave opgepakt, passend bij de lokale opgave van de gemeente. In de woondeal is afgesproken dat de gemeente Halderberge tot en met 2030 netto (inclusief sloop) minimaal 795 woningen toevoegt aan de woningvoorraad. Bruto (exclusief sloop) wordt uitgegaan van een toevoeging van minimaal 885 woningen. Het voorliggende woningbouwplan draagt bij aan het behalen van die doelstelling. Daarnaast wordt in de woondeal ook aandacht besteed aan de huisvesting voor ouderen als specifieke doelgroep. Hiervoor zijn per gemeente geen harde streefcijfers afgesproken, maar wel is voor de regio het aantal van 3.000 nultredenwoningen genoemd.
In de woondeal is afgesproken dat elk project voor 66% uit betaalbare woningen bestaat, waarvan minimaal 30%
21/66
sociale huurwoningen. Betaalbare woningen zijn huurwoningen met een huurprijs tot € 1.000 en koopwoningen met een koopprijs tot € 355.000. Het minimum aantal woningen per project waarvoor deze afspraak geldt is 20 woningen. Dit is voor voorliggend plan niet van toepassing. Woonvisie Halderberge 2021-2025 (2021) De koopwoningmarkt staat onder druk. Op dit moment is het voor veel mensen moeilijk om een huis te kopen. De landelijke krapte is ook goed merkbaar in Halderberge. In het kader van de betaalbaarheid en bereikbaarheid van de woningmarkt zet de gemeente in op een aanpak door drie speerpunten: Versnellen woningbouw en voldoende woningen programmeren. Vergroten variatie woningmarkt door inzet nieuwe woonvormen en zelfbouw. Extra aandacht voor een aantal doelgroepen. De afgelopen jaren zijn stappen gezet in de projecten die zijn opgenomen in het woningbouwprogramma 2018-2028 en zijn woningen gerealiseerd. In 2021-2031 wordt er een nieuwe strategie vastgesteld. In de praktijk blijkt dat niet alle locaties ontwikkeld gaan worden, zoals deze zijn opgenomen of nog opgenomen gaan worden in het woningbouwprogramma. De gemeente zet daarom in op een overprogrammering, zodat er uiteindelijk voldaan kan worden aan de woningbouwopgave die de gemeente Halderberge heeft. Rekening houdend met planuitval en –vertraging is de theoretisch benodigde plancapaciteit 130%.
Per kern wordt er gekeken welke strategie toegepast wordt om kwalitatief en kwantitatief woningen toe te voegen aan de woningvoorraad. In kwalitatieve zin heeft de gemeente extra aandacht voor de volgende doelgroepen: starters, ouderen, arbeidsmigranten, statushouders, woonwagenbewoners en heeft aandacht voor illegale bewoningen van recreatiewoningen. Bij de eerste twee categorieën is het van belang geschikte woningen aan de woningvoorraad toe te voegen en doorstroming te bevorderen. Raamwerk Hoeven Centrum Oost De gemeente Halderberge heeft een ruimtelijke visie genaamd ‘Raamwerk Centrum-Oost Hoeven’ opgesteld voor het oostelijk deel van het centrum Hoeven. Op basis van deze visie kunnen initiatieven van marktpartijen getoetst worden. Op 6 februari 2020 heeft de gemeenteraad het raamwerk vastgesteld. De gemeenteraad heeft op 14 juli 2021 besloten de investering beschikbaar te stellen voor verdere uitwerking en realisatie van het dorpshuis in de kerk, maar ook voor de herinrichting van een nieuw dorpsplein. Onder andere voor het plangebied zijn studies gedaan naar een bij de doelgroep passende en financieel haalbaar woningbouwprogramma. Het programma voor het deelgebied waaronder het plangebied valt, bestaat uit circa 8 grondgebonden woningen en circa 22 appartementen met als doelgroep senioren.
Conclusie De ontwikkeling geeft invulling aan de woningbehoefte in de gemeente Halderberge en specifiek voor de doelgroep senioren. Met dit plan kan de benodigde harde plancapaciteit worden toegevoegd. Beschrijving behoefte horeca De behoefte aan de ontwikkeling van een horecagelegenheid in het plan komt onder andere voort uit de gemeentelijk visie op de kern Hoeven.
22/66
Actiekaart centrum Hoeven (december 2019) In 2016 is de economische agenda van de gemeente Halderberge vastgesteld waarin in het gewenste toekomstbeeld voor de economie is beschreven. Een van de acties benoemd in de uitvoeringsagenda is het opstellen van actiekaarten voor de centrale winkelgebieden en bedrijventerreinen. Onder andere is een actiekaart opgesteld voor het centrum van Hoeven. Hierin zijn de ambities, doelen, strategieën en inspanningen in beeld gebracht. Een van de strategieën is het versterken van de ruimtelijk-functionele structuur van het centrum van Hoeven. Ingezet wordt op een ruimtelijk-functionele structuur met twee duidelijke clusters (figuur 3.6). Het Economisch hart bestaat uit een concentratie van commerciële- en maatschappelijke functies wat tezamen zorgt voor de hoogste bezoekersintensiteiten. Hierbij gaat het om een combinatie van winkels, horeca, dienstverleners en congrescentrum Bovendonk. Met name de horeca dient versterkt te worden binnen dit cluster. Ook de evenementen zullen bij voorkeur in dit cluster plaatsvinden. Tot slot is er in dit cluster ruimte voor het dorpshuis en de bibliotheek. In dit cluster wordt ondernemerschap gestimuleerd en gefaciliteerd, bijvoorbeeld door het verruimen van de planologische mogelijkheden en het behoud van de kernkwaliteit parkeren, met name bij de nieuwe ontwikkelingen rondom de kerk.
Figuur 3.6 - Gewenste ruimtelijk-economische structuur Hoeven In het Raamwerk Centrum-Oost Hoeven is aangegeven dat invulling van de pastorie met horeca en wonen de voorkeur heeft. Benchmark Het horeca-aanbod in Hoeven is vergeleken met het gemiddelde aanbod in kernen van een vergelijkbare
23/66
omvang (5.000 tot 7.500 inwoners). Zoals in figuur 3.7 te zien is het horeca-aanbod in Hoeven groter dan het gemiddelde in de inwonersklasse. Dit geldt met name voor het aantal vestigingen, de totale omvang (in m2 wvo) is in beperkte mate bovengemiddeld. De horecavestigingen in Hoeven hebben gemiddeld een grotere omvang per vestiging.
Figuur 3.7 - Vergelijking horeca-aanbod Hoeven met het gemiddelde in kernen met 5.000 tot 7.500 inwoners (bron: Locatus, 2022) Conclusie Op basis van de benchmark heeft Hoeven een bovengemiddeld horeca-aanbod. In kwantitatieve zin is toevoeging van horeca-aanbod in Hoeven minder voor de hand liggend. Naast kwantitatieve argumenten spelen kwalitatieve argumenten echter ook een rol in de beoordeling van de behoefte aan een ontwikkeling. Met de ontwikkeling wordt ingespeeld op de beleidsmatige behoefte om het centrum van Hoeven verder te versterken. Uit de actiekaart blijkt dat vooral de horeca versterkt moet worden. De ontwikkeling voegt horeca toe als onderdeel van de gewenste herontwikkeling van het kerkcluster. Conclusie De beoogde ontwikkeling voldoet aan de (uitgangspunten van de) ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
24/66
Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Toetsing Het planvoornemen voorziet in het realiseren van 8 levensloopbestendige woningen, 22 appartementen en transformatie van de pastorie ten behoeve van horeca en wonen. Het plangebied is gelegen in stedelijk gebied. Het ontwikkelen van woningen in stedelijk gebied sluit aan bij de opgaven van een slimme netwerkstad. Daarnaast worden de woningen energiezuinig en klimaatbestendig gebouwd, zonder gasaansluiting waardoor dit een positief effect heeft op de energietransitie. Het planvoornemen is hierdoor in overeenstemming met de omgevingsvisie Noord-Brabant. 3.2.2 Interim omgevingsverordening Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening (hierna: Iov) Noord-Brabant vastgesteld. Vanwege de nieuwe Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving.
De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerst stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de Omgevingsvisie Nood-Brabant. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In hoofdstuk 3 van de Iov zijn zogenoemde instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen. In figuur 3.8 is een kaart opgenomen van de Iov, waarbij het plangebied is gelegen ter plaatse van de rode pijl. Hieruit blijkt dat het plangebied in 'Stedelijk gebied' is gelegen.
25/66
Figuur 3.8 - Kaart stedelijke ontwikkeling van de interim-omgevingsverordening (geconsolideerd 1-10-2021) (www.ruimtelijkeplannen.nl) De artikelen die van belang zijn voor onderhavig bestemmingsplan zijn artikel 3.42 en 3.16, deze luiden: Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water;
26/66
e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Artikel 3.16 Externe werking Natuur Netwerk Brabant Lid 1 In aanvulling op de Wet natuurbescherming bepaalt een bestemmingsplan dat een ontwikkeling toelaat in Stedelijk Gebied of in Landelijk Gebied, die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant, dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd, overeenkomstig Artikel 3.22 Compensatie. Lid 2 Op de overdraai van de wieken van een windturbine die buiten het Natuur Netwerk Brabant staat, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. Lid 3 Het eerste lid is niet van toepassing op een aantasting door de verspreiding van stoffen in lucht of water. Toetsing Het plangebied is gelegen in stedelijk gebied. Ingevolge artikel 3.42 past het planvoornemen binnen regionale afspraken. Het is dan ook een uitwerking van eerder opgestelde ontwikkelvisie van de gemeente Halderberge. Door de binnenstedelijke ontwikkeling bevordert het zorgvuldig ruimtegebruik. Door de realisatie van voldoende groen in de woonomgeving wordt een fijne, gezonde woonomgeving gewaarborgd. Het groen voorkomt eveneens problemen zoals hittestress en hemelwateroverlast.
Wat betreft artikel 3.16 kan gesteld worden dat het planvoornemen geen negatieve effecten heeft op Natuur Netwerk Brabant. Dit komt omdat het plangebied op dermate afstand is gelegen dat directe verstoring van Natuur Netwerk Brabant gebieden niet aannemelijk is. In figuur 3.9 is het plangebied (rood omcirkeld) en opzichte van Natuur Netwerk Brabant gebied weergegeven.
27/66
Figuur 3.9 - Plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van NNB (bron: Brabant Kaartviewer) Verder stelt de interim omgevingsverordening geen regels ter plaatse van het plangebied, daarmee is het planvoornemen in overeenstemming met het beleid. 3.2.3 Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking. In deze verordening zijn alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving opgenomen. Toetsing In de omgevingsverordening zijn basisprincipes opgenomen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Er moet invulling worden gegeven aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Voor het realiseren van een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit wordt toepassing gegeven aan: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de lagenbenadering; en c. meerwaardecreatie. Bij de realisatie van de woningen in het Kerkcluster is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, omdat de ontwikkeling binnen plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag. Dit is het geval als de ontwikkeling plaatsvindt binnen het Stedelijk Gebied. Het Stedelijk Gebied in omgevingsverordening komt overeen met het Stedelijk Gebied zoals in figuur 3.8. Er is ook sprake van zorgvuldig ruimtebeslag omdat voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zie paragraaf 3.1.3.
Toetsing aan de lagenbenadering vindt plaats in Hoofdstuk 4. Hier wordt aandacht besteed aan de bodem, de cultuurhistorische waarden, water en natuur. Het plan draagt verder bij aan de verbetering van kwaliteit van de leefomgeving rondom de kerk. Ook de kaart voor het NNB is gelijk gebleven aan figuur 3.9. Het planvoornemen past binnen de regels en doelstellingen van de omgevingsverordening Noord-Brabant.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Halderberge Op 10 februari 2022 is de omgevingsvisie van de gemeente Halderberge vastgesteld. Met deze omgevingsvisie laat de gemeente zien wat ze belangrijk vindt in de omgeving waarin we wonen, werken en recreëren. Dit wordt gedaan aan de hand van negen algemene speerpunten en daarnaast een verdere uitwerking van specifieke opgaven per kern of deelgebied. De opgaven kunnen niet los van elkaar gezien worden, maar moeten juist in samenhang worden bekeken. De eerste drie speerpunten zijn overkoepelende leidende principes. Dit zijn zulke grote opgaven, dat deze bij elke ontwikkeling aan bod moeten komen. Dat betekent dat een initiatiefnemer bij elke ontwikkeling bekijkt hoe een bijdrage aan ten minste deze drie speerpunten kan worden geleverd. Dit zijn de negen speerpunten uit de omgevingsvisie:
28/66
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Werken aan een duurzame en klimaatbestendige omgeving Werken aan een gezonde en veilige leefomgeving Versterken natuur en de biodiversiteit (mede in het kader van een gezonde leefomgeving) Behoud en (her)ontwikkeling van ons bijzonder cultureel erfgoed Behoud en versterking van een aantrekkelijk buitengebied Versterken aantrekkelijkheid voor recreanten en toeristen Zorgen dat het in Halderberge goed wonen is voor iedereen Behoud van vitale dorpen en een actieve samenleving Bieden van een aantrekkelijk economisch klimaat
Hoeven Aanvullend geldt voor Hoeven nog een aantal speerpunten. Het speerpunt dat gaat over het faciliteren van projecten die invulling geven aan de relatief grote vraag naar woningen in Hoeven is voor het plangebied van belang. Daarbij vormt het voorzien in voldoende parkeerbehoefte in het centrum en de directe omgeving een belangrijk aandachtspunt. Toetsing Met de realisatie van 8 levensloopbestendige woningen en 22 appartementen wordt bijgedragen aan de vraag naar woningen in Hoeven. De transformatie van de pastorie tot horeca en woongebouw zorgt ook voor een duurzame invulling. De woningen worden gasloos uitgevoerd. Daar waar mogelijk worden duurzame energievormen gerealiseerd zoals zonnepanelen op het dak. Het gebied wordt zo groen mogelijk ingericht, zodat het een prettig gebied is om te verblijven en hittestress wordt tegengegaan. Een sedumdak is hiervoor een optie. Op basis van de resultaten van het ecologisch onderzoek wordt in de uitwerking gezocht naar meekoppelkansen voor de ontwikkeling. 3.3.2 Raamwerk Hoeven Centrum Oost De gemeente Halderberge heeft een ruimtelijke visie genaamd ‘Raamwerk Centrum-Oost Hoeven’ opgesteld voor het oostelijk deel van het centrum Hoeven. In paragraaf 3.1.3 is al aandacht besteedt aan het programma dat voor het deelgebied waaronder het plangebeid valt (deelgebied Kerk), is opgenomen.
29/66
Figuur 3.10 - Raamwerk en ambitiekaart Raamwerk Hoeven Centrum Oost Het deelgebied bestaat met het opgaand groen ten westen, het open groen en Hertenpark ten noorden voor een groot deel uit een groene ruimte. Het deelgebied wordt ten noorden enkel door de Halderbergselaan en de aangrenzende lintbebouwing gescheiden van het buitengebied. Hiermee kan het deelgebied Kerk bijdragen aan het ontwikkelen van de biodiversiteit binnen de kern Hoeven. Via de Akkerlingen kan deze ecologische waarde verder doorgetrokken worden richting het Constantijn Huijgensplein en Lindenlommer. Hiermee wordt er een ecologische verbinding tussen het buitengebied en het dorp tot stand gebracht. Biodiversiteit is hiermee het dragende thema voor de ontwikkeling van dit deelgebied. Ook het gebied en de bebouwing tussen De Halderberg en Hertenlaan kan een belangrijke rol spelen in het versterken van de ecologische verbinding tussen het dorp en het buitengebied en het verrijken van de biodiversiteit. De ambitie “Versterken Biodiversiteit” is integraal verwerkt in onderstaande criteria. De criteria vormen het toetsingskader voor de uitwerking van de bouwplannen en inrichting openbare ruimte.
30/66
3.3.3 Welstandsnota gemeente Halderberge In de gemeente Halderberge wordt gestreefd naar een aantrekkelijke gebouwde omgeving. De gevels van de gebouwen en andere bouwwerken vormen samen de dagelijkse leefomgeving van de inwoners. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar van een bouwwerk alleen. Het doel van het welstandstoezicht is, om in alle openheid, een bijdrage te leveren aan die aantrekkelijkheid van de dagelijkse leefomgeving. De welstandsnota (vastgesteld 28 maart 2017) vormt hiervoor een belangrijke basis. Het welstandsbeleid is hierin uitgewerkt en biedt de basis om de huidige en kenmerkende kwaliteiten van de bebouwde omgeving in Halderberge te behouden en verder te ontwikkelen.
Figuur 3.10 - Uitsnede kaart welstandsnota Toetsing Het plangebied ligt in een gebied dat in de welstandsnota is aangewezen als 'historisch gebied'. In de welstandsnota zijn de toetsingskaders opgenomen voor ontwikkelingen in dit gebied.
31/66
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Voor de ontwikkeling is het van belang dat tijdens de uitvoering en in de nieuwe situatie sprake is van een goede omgevingssituatie. Deze omgevingstoets gaat in op de relevante milieuaspecten (bodem, water, milieuzonering en externe veiligheid) en om andere sectorale regelgeving (bijvoorbeeld archeologie en cultuurhistorie, ecologie).
4.1
Milieueffectrapportage
Beleid en normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken en plaats van de projecten en de kenmerken van potentiële effecten Onderzoek en conclusies De realisatie van 33 woningen en een horecafunctie wordt gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Er is geen sprake van overschrijding van de drempelwaarden. Er dient wel te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Deze toetsing vindt plaats in de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling die aan het college wordt voorgelegd en in bijlage 1 van deze toelichting is opgenomen.
Op basis van de notitie kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en dat er daarmee geen sprake is van een m.e.r.-(beoordeling)plicht.
4.2
Verkeer en parkeren
Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. De parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de gemeentelijke parkeernormen (Kadernota Parkeren 2017-2021). Voor de beoogde ontwikkeling wordt de verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit CROW-publicatie 381 (waar nodig aangevuld met expert judgement). Hierbij wordt uitgegaan van de gemiddelde van de bandbreedte. Op basis van data van het CBS is de stedelijkheidsgraad vastgesteld als 'weinig stedelijk'. Het projectgebied ligt in het centrum. Bestaande situatie Ontsluiting
32/66
Gemotoriseerd verkeer Het plangebied is gelegen aan de Sint Janstraat. Dit is in de huidige situatie een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De Sint Janstraat heeft een wegbreedte van circa 5,8 meter. Het plangebied wordt ontsloten via de Sint Janstraat. De Sint Janstraat sluit in oostelijke richting aan op de Sprangweg (N640). Via de Sprangweg worden Etten-Leur en de A58 bereikt. In westelijke richting sluit de Sint Janstraat via de Hofstraat aan op de rotonde met de N640 (Halderbergselaan / Sint Bernardusstraat). Vanaf deze rotonde kan men via de Sint Bernardusstraat de kern Oudenbosch bereiken. De Hofstraat is net als de Sint Janstraat een erftoegangsweg met een 30 km/uur regime. De Sprangweg is een gebiedsontsluitingsweg met een maximum snelheid van 50 km/uur. Langzaam verkeer Op de wegen in en rond het plangebied wordt het fietsverkeer gemengd afgewikkeld met het autoverkeer over 30 km/uur-wegen. Langs de N640 (Sprangweg – Halderbergseweg – Sint Bernardusstraat) zijn vrijliggende fietspaden aanwezig. Openbaar vervoer De dichtstbijzijnde bushalte is gelegen op circa 400 meter loopafstand aan de provinciale weg de Halderbergselaan (N640) ter hoogte van de rotonde. Bij deze halte halteert buslijn 311 tussen station Breda en busstation Oud Gastel met een frequentie van 2 keer per uur op werkdagen.
De ontsluiting van de nieuwe ontwikkeling per openbaar vervoer voldoende gewaarborgd. Planontwikkeling De ontwikkeling bestaat uit 8 levensloopbestendige patiowoningen, 22 appartementen en een gemengd gebouw voor wonen en horeca. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 4.1.
33/66
Figuur 4.1 - De ligging van het plangebied (bron: Open Basis Kaart) Verkeersgeneratie Bestaande situatie In de huidige situatie is alleen de pastorie nog maar aanwezig en verharde parkeerplaatsen ten westen van de kerk. De rest van het plangebied bestaat uit groen. De bestaande situatie genereert een gering aandeel verkeer. Toekomstige situatie De verkeersgeneratie van de toekomstige ontwikkeling is berekend aan de hand van kengetallen uit CROW-publicatie 381. Hierbij is op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit per kengetallen het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. De verkeersgeneratie is berekend voor het beoogde programma van 8 levensloopbestendige patiowoningen, 22 appartementen en een gemengd gebouw voor wonen en horeca (de pastorie). Voor het gemengde gebouw is bij het bepalen van de verkeersgeneratie uitgegaan van een verkeersgeneratie van 3 appartementen met op de begane grond horeca van met een oppervlakte van 100 m². In CROW-publicatie 381 zijn geen verkeersgeneratiekengetallen voor restaurants opgenomen. Aan de hand van de volgende uitgangspunten is daarom een kengetal bepaald: Voor restaurants geldt een parkeernorm van 14,0 per 100 m2 bvo. Uitgegaan wordt van een ruime turnover van gemiddeld 3 per parkeerplaats.
Met verkeer dat naar het restaurant toe rijdt en weer wegrijdt komt de verkeersgeneratie op: 14 x 3 x 2= 84 mvt/etmaal per 100 m2 bvo. Tabel 2 Verkeersgeneratie toekomstige situatie
34/66
Functie
Aantal
Kengetal 5,8 per woning
Weekdagintensiteit (mvt/etmaal) 145,0
Werkdagintensiteit (mvt/etmaal) 160,95
Koop, appartement, midden Koop, huis, tussen/hoek Restaurant Totale toename
25 8
7,2 per woning
57,6
63,9
100 m2
84 per 100 m2 bvo
84 287
84 309
De beoogde ontwikkeling zal leiden tot een verkeerstoename van 287 mvt/etmaal gedurende de gemiddelde weekdag. Voor het bepalen van de verkeersafwikkeling zijn de werkdagintensiteiten maatgevend. Conform CROW-publicatie 381 geldt voor woningen een omrekenfactor van 1,11. Daarnaast dient bij het beoordelen van de verkeersafwikkeling gekeken te worden naar het maatgevende uur, waarin doorgaans 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. Gedurende het drukste spitsuur zorgt de ontwikkeling van het plangebied voor een verkeersgeneratie van 38 mvt/uur. Verkeerstoedeling autoverkeer Van het totale verkeer zal ongeveer 50% via de Sint Janstraat naar het oosten rijden, waar het opsplitst naar de N640 en de Bovenstraat. De overige 50% rijdt via de Sint Janstraat naar het westen, waar het opsplitst naar het noorden richting de N640 en naar het zuiden richting de Bovendonksestraat. De verkeerstoedeling is te zien op figuur 4.2.
Figuur 4.2 - Verkeerstoedeling projectgebied (bron: Open Basis Kaart) Verkeersafwikkeling
35/66
Bij het beoordelen van de verkeersafwikkeling is de verkeersafwikkeling op kruispunten meestal maatgevend. De kruispunten op de ontsluitende wegen zoals de kruispunten op de route Sint Janstraat – Sprangweg en de route Sint Jansweg – Hofstraat zijn dermate robuust vormgegeven dat zij de beperkte toename van verkeer als gevolg van het plan zonder knelpunten kunnen verwerken. Verkeersveiligheid Ook hiervoor geldt dat de verkeerstoename als gevolg van het plan dermate gering is dat dit geen nadelige gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid op de ontsluitende wegen zoals de Sint Janstraat, de Hofstraat, de Sprangweg en de Halderbergseweg – Sint Bernadusstraat. De bereikbaarheid en verkeersveiligheid voor langzaam verkeer is voldoende gewaarborgd vanwege het aanwezige 30 km/uur-regime en fietsvoorzieningen langs de N640. Parkeren De nominale parkeerbehoefte is berekend op basis van de gemeentelijke parkeernormen (Kadernota Parkeren 2017-2021). De kadernota parkeren van de gemeente Halderberge maakt onderscheid in de oppervlakte van woningen. In onderstaande tabel is de totale parkeerbehoefte opgenomen. De nominale parkeerbehoefte houdt geen rekening met dubbelgebruik van parkeervoorzieningen. Dat is mogelijk als de maximale parkeerbehoefte van de verschillende functies niet gelijktijdig optreedt.
Tabel 3 nominale parkeerbehoefte beoogde ontwikkeling Aantal Parkeerkencijfer 2 Woning < 90 m 24 2,1 pp per woning 2 Woning > 90 m 8 2,3 pp per woning 2 Restaurant 100 m 14,0 per 100 m2 bvo Dorpshuis 1.500 m2 3,0 per 100 m2 bvo Totaal
Parkeerbehoefte 50,4 pp 18,4 pp 14 pp 45 pp 127,8 pp
De parkeerbehoefte van het beoogde woonprogramma zal binnen de plangrenzen worden opgevangen. In de stedenbouwkundige onderlegger van het beoogde plan zijn 91 parkeerplaatsen ingetekend. Omdat daarmee de ontwikkeling van het plangebied niet voldoet aan de nominale parkeerbehoefte is gekeken of dubbelgebruik aan de orde kan zijn. Onderstaande tabel laat zien op welk moment in de week de vraag van deze doelgroepen het grootst is, rekening houdend met het dubbel kunnen gebruiken van parkeerplaatsen. werkdag
Dorpshuis Restaurant* Woning bewoners Woning bezoek
36/66
ochtend 10% 4,5 30% 4,2 50% 29,6 10%
koopavond middag 40% 18 40% 5,6 50% 29,6 20%
avond 100% 45 90% 12,6 90% 53,28 80%
nacht 0% 0 0% 0,00 100% 59,20 0%
100% 45 95% 13,3 80% 47,36 70%
zaterdag middag 60% 27 70% 9,8 60% 35,52 60%
zondag avond 90% 40,5 100% 14 80% 47,36 100%
middag 25% 11,25 50% 7 70% 41,44 70%
0,96 39,26
1,92 55,12
7,68 118,56
0,00 59,2
6,72 112,38
5,76 78,08
9,6 111,46
Totale parkeerbehoefte * De aanwezigheidspercentages voor het restaurant zijn gebaseerd op CROW-publicatie 182. Overige percentages komen voort uit publicatie 381.
6,72 66,41
Met het toepassen van dubbelgebruik ligt de parkeerbehoefte op afgerond op maximaal 119 parkeerplaatsen. Per patiowoning wordt 1 parkeerplaats voorzien, deze tellen voor (8*0,8=) 6,4 parkeerplaatsen. Bij het appartementencomplex worden 20 verdiepte parkeerplaatsen gerealiseerd. Verder worden er 20 parkeerplaatsen op het kerkplein gereserveerd. Dit is een cluster van 16 en een cluster van 4. Er vervallen immers nog 3 parkeerplaatsen voor het realiseren van de inrit voor de ontsluiting van de achterzijde van het perceel Sint Janstraat 50a. Hiermee resteert een behoefte van (118,56 - 6,4 - 20 - 20 =) 73 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen worden aangelegd in de overige openbare ruimte en zijn ingetekend op de inrichtingstekening in figuur 2.4. Indien er wijzigingen aan het plan plaatsvinden, doordat er minder woningen worden gebouwd of doordat er meer of minder parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd, dan moet de parkeerbalans worden herzien. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren levert geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
4.3
Bodemkwaliteit
Beleid en normstelling Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Het Bouwstoffenbesluit en het Besluit Bodemkwaliteit stellen verder regels hoe om te gaan met vrijkomende grond- en materiaalstromen en hoe deze toe te passen. Onderzoek Bodemkwaliteit Bij de beoogde ontwikkeling is sprake van een transformatie naar een bodemgevoeliger gebruik en/of is de bebouwde oppervlakte groter dan 50 m2. Hierdoor is onderzoek naar de bodemkwaliteit noodzakelijk. Econsultancy heeft een verkennend bodemonderzoek in het plangebied uitgevoerd. Uit het vooronderzoek concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op het de locatie kan zijn.
Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de
37/66
onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "heterogeen verdacht, niet lijnvormig" (VED-HE-NL). De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, matig fijn zand. De bovengrond is bovendien matig humeus. De bovengrond is plaatselijk zwak tot matig baksteenhoudend. Verder is de bovengrond sporadisch zwak betongranulaathoudend. In het opgeboorde materiaal is verder zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met koper, lood, zink, PCB en/of PAK. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met cadmium, nikkel en zink. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "heterogeen verdacht, niet lijnvormig" dient te worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, bevestigd. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek. Er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging.
Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie" (d.d. 2 juli 2020) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing. Het volledig bodemonderzoek is bijgevoegd in Bijlage 3. Conclusie De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.
4.4
Water
Beleid en normstelling Waterbeheer De initiatiefnemers van een ruimtelijke ontwikkeling behoren in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen worden toegelaten die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap de Brabantse Delta, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij onderhavige procedure wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. Beleid duurzaam waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Op Europees en landelijk niveau is het overkoepelende waterbeleid vastgelegd in de Kaderichtlijn Water, het
38/66
Nationaal Waterplan en het Nationaal Bestuursakkoord Water. De doorvertaling van dit beleid is regionaal vastgelegd in het Provinciaal Waterplan en en het Waterbeheersplan van het Waterschap. Daarnaast wordt op gemeentelijk niveau het waterbeleid vastgelegd in een waterplan of een (verbreed) rioleringsplan. Beleid waterschap Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerprogramma2022-2027 "Klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap", wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema's gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; Waterschapsverordening waterschap Brabantse Delta 2024 en de Legger.
Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater'. Watertoets Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt.
In dit kader hebben waterschap en gemeente vooroverleg gevoerd, waaruit de volgende doelen, uitgangspunten en criteria voor dit plan zijn afgesproken: Beschrijving huidige situatie Het plangebied omvat een perceel van circa 8.600 m2 rondom de Sint-Jan de Doperkerk in Hoeven. Hiervan is circa 1.600 m2 verhard in de vorm van plein, wegen en paden, parkeerplaatsen en dakoppervlak van de huidige pastorie. De overige 7.000 m2 is onverhard en ingericht als tuin, grasveld en bomen. In figuur 4.1 is de verhouding verhard oppervlak ten opzichte van niet verhard oppervlak weergegeven. Het plangebied is gelegen op een zandgrond met goede infiltratiecapaciteit. In of rondom het plangebied zijn geen oppervlaktewateren aanwezig. Door het ontbreken van oppervlaktewater zijn er ook geen belangrijke waterkeringen in het gebied gelegen. Er is geen sprake van grondwateroverlast of droogte in het plangebied.
39/66
Het gebied bestaat momenteel uit groen waardoor er geen hemelwater of afvalwaterriool in het plangebied is gelegen.
Figuur 4.3 - Verhouding verhard versus onverhard indicatief (luchtfoto, 2023) Beschrijving toekomstige situatie In figuur 4.4 is globaal de beoogde inrichting van het plangebied weergegeven.
40/66
Figuur 4.4 - Beoogde (globale) inrichting (Aannemingsbedrijf Van Agtmaal) In de beoogde situatie bestaat circa 4.200 m2 uit verhard oppervlak. Hiervan bestaat circa 1.800 m2 uit dakoppervlak en circa 2.400 m2 uit verharding. Dit betekent dat ruim 2.600 m2 aan verharding wordt toegevoegd vergeleken met de huidige situatie. Het regenwater van daken en van verhardingen worden afgekoppeld en afgevoerd naar de wadi in 'Het Hertenkamp' waar het regenwater kan infiltreren in de ondergrond. In het plangebied hoeft hierdoor geen wadi aangelegd te worden, hierover zijn met de gemeente afspraken gemaakt in de anterieure overeenkomst. Bij sedumdaken wordt water opgenomen en ontstaat een vertraagde afvoer. Dit geldt voor de patiowoningen en het appartementengebouw. Er wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Gevolgen voor water De gevolgen voor het water zijn dat momenteel een groot gedeelte van het hemelwater dat in het plangebied valt ook daadwerkelijk in het plangebied infiltreert. In de beoogde situatie kan een gedeelte van het regenwater dat in het plangebied valt vrij infiltreren. Het andere gedeelte wordt afgevoerd naar een wadi in het 'Hertenkamp' om hier te infiltreren in de ondergrond. Conform het beleid van de gemeente Halderberge is voor
41/66
het totale oppervlak aan verharding in het plangebied 252 m3 = (4.200 m2 X 0,06) compenserende berging nodig. De wadi heeft voldoende capaciteit om dit op te vangen. Hiermee wordt voldaan en de doelen en uitgangspunten van de gemeente en het waterschap. Advies waterbeheerder In het kader van vooroverleg is advies gevraagd van het waterschap de Brabantse Delta. De reactie van het waterschap heeft geleid tot het opnemen van actueel beleid van het waterschap en tot een toevoeging in deze paragraaf met betrekking tot uitlogende bouwmaterialen. Conclusie Gezien bovenstaande heeft de geplande ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Het aspect water staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
4.5
Bedrijven en milieuzonering
Beleid en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals bijvoorbeeld woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en (nieuwe) milieugevoelige functies in voldoende mate mee te nemen, wordt in deze rapportage gebruikgemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Voor de richtafstanden wordt onderscheidt gemaakt tussen rustige woongebieden, gemengde gebieden en rustige buitengebieden. Onderzoek Het plangebied en omgeving is met verschillende functies zoals detailhandel, horeca, dienstverlening en maatschappelijk in de vorm van de kerk te kenmerken als een gemengd gebied. Bij de geplande ontwikkeling worden hindergevoelige en hinderveroorzakende functies gerealiseerd, te weten woningen en een 'lichte' horecagelegenheid.