VERVALT Kerkcluster Hoeven Bijlagen toelichting (2).pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan
Kerkcluster Hoeven Halderberge
DATUM IMRO IDN
4-7-2024 NL.IMRO.1655.BP2018-C001
PROJECT PROJECTLEIDER
Kerkcluster Hoeven Hetty Wenting
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Aannemingsbedrijf Van Agtmaal 20211405
AUTEUR STATUS
Josh Luijkx vastgesteld
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
5
Bijlage 1
Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling
7
Bijlage 2
Onderzoek wegverkeerslawaai
31
Bijlage 3
Verkennend bodemonderzoek
67
Bijlage 4
Stikstofonderzoek Kerkcluster Hoeven
123
Bijlage 5
Quickscan ecologie - Kerkcluster Hoeven
153
Bijlage 6
Nader onderzoek ecologie
181
Bijlage 7
Standaardadvies externe veiligheid
197
Bijlage 8
Standaard Verantwoording Groepsrisico
203
Bijlage 9
Verslag klankbordgroep
213
Bijlage 10
Participatie dag stakeholders en bewoners
219
Bijlage 11
Reacties info avond januari 2024
221
Bijlage 12
Nota zienswijzen (TOEVOEGEN)
225
3/225
4/225
Bijlagen toelichting
5/225
6/225
Bijlage 1
7/225
Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling
KERKCLUSTER HOEVEN GEMEENTE HALDERBERGE Vormvrije m.e.r.-beoordeling
1/22
DATUM KENMERK
16 november 2023 20211405
PROJECT PROJECTLEIDER
Kerkcluster Hoeven H. Wenting
OPDRACHTGEVER Aannemersbedrijf Van Agtmaal B.V. PROJECTNUMMER AUTEUR S. Lie & J.A.M. Luijkx
2/22
INHOUD
1.
2.
3.
4.
3/22
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
4 4 4
Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer
Plaats en omvang van het project
5
2.1 2.2
Plaats van het project Kenmerken van het project
5 8
Kenmerken van de milieueffecten
10
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9
10 12 13 14 17 17 19 21 21
Verkeer en parkeren Geluid Bodem en water Natuur Luchtkwaliteit Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Cultuurhistorie en archeologie Aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen
Conclusie
22
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding De gronden rondom de St. Jan de Doper kerk bestaan momenteel uit een grasveld, bomen en een toegangspad naar de achterliggende begraafplaats. De initiatiefnemer wil hier 8 levensloopbestendige patiowoningen en 22 appartementen realiseren, gecombineerd met de transformatie van de pastorie met een gemengde functie voor wonen en horeca. Deze ontwikkeling past niet binnen de regeling van het geldende bestemmingsplan 'Kom Hoeven' van de gemeente Halderberge. Om deze ontwikkeling toch juridisch-planologisch te kunnen regelen, is een nieuw bestemmingsplan opgesteld wat hierin voorziet. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op ‘een oppervlakte van 100 hectare of meer’ of ‘een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat’ (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van in totaal 30 woningen en 100 m2 aan horeca. Hiermee blijft de ontwikkeling ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.beoordeling' noodzakelijk is waarin dit document in voorziet.
1.2 Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: de plaats van het project; de omvang van het project; de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
1.3 Leeswijzer Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken welke te vinden zijn in de bijlagen van het bestemmingsplan.
4/22
2. PLAATS EN OMVANG VAN HET PROJECT 2.1 Plaats van het project Het plangebied omvat de openbare ruimte rondom de Sint Jan de Doper kerk en de huidige pastorie in Hoeven. Het plangebied is gelegen aan de Sint Janstraat 38 en beslaat grotendeels kadastraal perceel D4524 en een klein gedeelte van kadastraal perceel D4172. Het plangebied is circa 8.600 m2 groot. Het plangebied is gelegen in een woonomgeving in het noorden van de kern Hoeven. De locatie wordt dan ook grotendeels ingeklemd door woningbouw in de vorm van een appartementencomplex aan de oostzijde en grondgebonden woningen aan de Sint Janstraat en aan de westzijde. De inrichting en het beeld van het plangebied en omgeving wordt bepaald en gedomineerd door de kerk. Aan de voorzijde ligt het versteende kerkplein met daarnaast de vrijstaande pastorie. Het overige deel van de het plangebied is groen ingericht met een grasveld aan de noordzijde en een bomencluster met grote bomen aan de westzijde. Langs de kerk loopt het toegangspad naar de begraafplaats. Aan de oostzijde de oprit voor de pastorie. Ten noorden van de begraafplaats is de rondweg, de Halderbergselaan (N640), gelegen. Deze rondweg vormt de grens met het buitengebied voor de kern Hoeven. In figuur 2.1 is het plangebied en de omgeving van het plangebied weergegeven.
Figuur 2.1 Plangebied en de omgeving van het plangebied
5/22
Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan ‘Kom Hoeven’ vastgesteld op 14-03-2013 heeft het plangebied geen archeologische dubbelbestemming. Ook op de archeologische verwachtingskaart heeft het plangebied een lage archeologische verwachtingswaarde. Archeologisch onderzoek is derhalve niet nodig. Het plangebied is niet gelegen in een kwetsbaar gebied en/of een gebied met beschermde status zoals grondwaterbeschermingsgebieden (zie figuur 2.2). Ook bevindt het plangebied zich niet in een stiltegebied (zie figuur 2.3). Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied ligt op circa 15 kilometer van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Ulvenhoutse bos'. De dichtstbijzijnde delen van het Natuurnetwerk bevinden zich op circa 750 meter ten noordoosten van het plangebied (zie figuur 2.4).
Figuur 2.2 Grondwaterbeschermingsgebieden en nabij de planlocatie (rode cirkel) (bron: Provincie Noord-Brabant)
6/22
Figuur 2.3 Stilgebieden ten opzichte van plangebied (rode cirkel) (bron: Provincie Noord-Brabant)
Figuur 2.4 Natura 2000 en NNN nabij de planlocatie (rode cirkel) (bron: Provincie Noord-Brabant)
7/22
2.2 Kenmerken van het project De initiatiefnemer wil ter plaatse van het plangebied een woongebied realiseren. Dit woongebied is opgebouwd uit 8 levensloopbestendige patiowoningen aan de westzijde, een appartementencomplex met 22 appartementen achter de kerk en transformatie van de huidige pastorie waarbij de begane grond wordt ingericht en bestemd voor horeca en de verdieping voor 2 of 3 woningen. In figuur 2.5 is de inrichtingstekening van de beoogde ontwikkeling weergegeven. Figuur 2.6 geeft de beoogde bouwmassa weer.
Figuur 2.5 Inrichtingstekening (Aannemingsbedrijf Van Agtmaal, 2022)
Figuur 2.6 Beoogde bouwmassa (Aannemingsbedrijf Van Agtmaal, 2022)
8/22
Het nieuwe woongebied wordt voorzien van een aantrekkelijke buitenruimte met veel groen en behoud van zoveel mogelijk bestaande bomen. Daarmee wordt verblijfsfunctie optimaal ondersteund. Ontsluiting Het plangebied wordt ontsloten via de Sint Janstraat. De Sint Janstraat sluit in oostelijke richting aan op de Sprangweg (N640). Via de Sprangweg worden Etten-Leur en de A58 bereikt. In westelijke richting sluit de Sint Janstraat via de Hofstraat aan op de rotonde met de N640 (Halderbergselaan / Sint Bernardusstraat). Vanaf deze rotonde kan men via de Sint Bernardusstraat de kern Oudenbosch bereiken. De Hofstraat is net als de Sint Janstraat een erftoegangsweg met een 30 km/uur regime. De Sprangweg is een gebiedsontsluitingsweg met een maximum snelheid van 50 km/uur. Parkeren De parkeerbehoefte van het beoogde woonprogramma zal binnen de plangrenzen worden opgevangen. Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk. Cumulatie met andere projecten Voor zover bekend zijn er verder geen redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatie verwacht kan worden.
9/22
3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld. De onderzoeken waarnaar wordt verwezen in dit hoofdstuk zijn opgenomen als bijlagen bij het bestemmingsplan.
3.1
Verkeer en parkeren
Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie van de toekomstige ontwikkeling is berekend aan de hand van kengetallen uit CROW-publicatie 381. Hierbij is op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit per kengetallen het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. De verkeersgeneratie is berekend voor het beoogde programma van 8 levensloopbestendige patiowoningen, 22 appartementen en een gemengd gebouw voor wonen en horeca. Voor het gemengde gebouw is bij het bepalen van de verkeersgeneratie uitgegaan van een verkeersgeneratie van 3 appartementen met op de begane grond horeca van met een oppervlakte van 100 m². In CROW-publicatie 381 zijn geen verkeersgeneratiekengetallen voor restaurants. Aan de hand van de volgende uitgangspunten is daarom een kengetal bepaald: Voor restaurants geldt een parkeernorm van 14,0 per 100 m2 bvo. Uitgegaan wordt van een ruime turnover van gemiddeld 3 per parkeerplaatsen. Met verkeer dat naar het restaurant toe rijdt en weer wegrijdt komt de verkeersgeneratie op: 14 x 3 x 2= 84 mvt/etmaal per 100 m2 bvo. Tabel 3.1 Verkeersgeneratie toekomstige situatie Functie Aantal Kengetal Koop, appartement, 25 midden Koop, huis, tussen/hoek 8 Restaurant 100 m2 Totale toename
5,8 per woning 7,2 per woning 84 per 100 m2 bvo
Weekdagintensiteit (mvt/etmaal) 145,0
Werkdagintensiteit (mvt/etmaal) 160,95
57,6 84 287
63,9 84 309
De beoogde ontwikkeling zal leiden tot een verkeerstoename van 287 mvt/etmaal gedurende de gemiddelde weekdag. Voor het bepalen van de verkeersafwikkeling zijn de werkdagintensiteiten maatgevend. Conform CROW-publicatie 381 geldt voor woningen een omrekenfactor van 1,11. Daarnaast dient bij het beoordelen van de verkeersafwikkeling gekeken te worden naar het maatgevende uur, waarin doorgaans 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. Gedurende het drukste spitsuur zorgt de ontwikkeling van het plangebied voor een verkeersgeneratie van 38 mvt/uur. Verkeersafwikkeling Bij het beoordelen van de verkeersafwikkeling is de verkeersafwikkeling op kruispunten meestal maatgevend. De kruispunten op de ontsluitende wegen zoals de kruispunten op de route Sint Janstraat – Sprangweg en de route Sint Jansweg – Hofstraat zijn dermate robuust vormgegeven dat zij de beperkte toename van verkeer als gevolg van het plan zonder knelpunten kunnen verwerken.
10/22
Parkeren De nominale parkeerbehoefte is berekend op basis van de gemeentelijke parkeernormen (Kadernota Parkeren 2017-2021). De kadernota parkeren van de gemeente Halderberge maakt onderscheid in de oppervlakte van woningen. In onderstaande tabel is de totale parkeerbehoefte opgenomen. De nominale parkeerbehoefte houdt geen rekening met dubbelgebruik van parkeervoorzieningen. Dat is mogelijk als de maximale parkeerbehoefte van de verschillende functies niet gelijktijdig optreedt. Tabel 3.2 nominale parkeerbehoefte beoogde ontwikkeling Aantal
Parkeerkencijfer
Parkeerbehoefte
2
22
2,1 pp per woning
46,2 pp
2
8
2,3 pp per woning
18,4 pp
Woning < 90 m Woning > 90 m
2
Restaurant
100 m
Dorpshuis
1.500 m2
2
14,0 per 100 m bvo
14 pp
3,0 per 100 m2 bvo
45 pp
Totaal
127,8 pp
De parkeerbehoefte van het beoogde woonprogramma zal binnen de plangrenzen worden opgevangen. In de stedenbouwkundige onderlegger van het beoogde plan zijn 91 parkeerplaatsen ingetekend. Omdat daarmee de ontwikkeling van het plangebied niet voldoet aan de nominale parkeerbehoefte is gekeken of dubbelgebruik aan de orde kan zijn. Onderstaande tabel laat zien op welk moment in de week de vraag van deze doelgroepen het grootst is, rekening houdend met het dubbel kunnen gebruiken van parkeerplaatsen. Tabel 3.3 Aanwezigheidspercentage aanwezige functies werkdag
koop-
zaterdag
zondag
avond middag
avond
middag
100%
60%
90%
25%
0
45
27
40,5
11,25
90%
0%
95%
70%
100%
50%
5,6
12,6
0,00
13,3
9,8
14
7
50%
50%
90%
100%
80%
60%
80%
70%
29,6
29,6
53,28
59,20
47,36
35,52
47,36
41,44
10%
20%
80%
0%
70%
60%
100%
70%
0,96
1,92
7,68
0,00
6,72
5,76
9,6
6,72
Totale parkeerbehoefte 39,26
55,12
118,56
59,2
112,38
78,08
111,46
66,41
Dorpshuis
Restaurant* Woning bewoners Woning bezoek
ochtend
middag
avond
nacht
10%
40%
100%
0%
4,5
18
45
30%
40%
4,2
* De aanwezigheidspercentages voor het restaurant zijn gebaseerd op CROW-publicatie 182. Overige percentages komen voort uit publicatie 381.
11/22
Met het toepassen van dubbelgebruik ligt de parkeerbehoefte op afgerond op maximaal 119 parkeerplaatsen. Per patiowoning wordt 1 parkeerplaats voorzien, deze tellen voor (8*0,8=) 6,4 parkeerplaatsen. Bij het appartementencomplex worden 20 verdiepte parkeerplaatsen gerealiseerd. Verder worden er 20 parkeerplaatsen op het kerkplein gereserveerd. Dit is een cluster van 16 en een cluster van 4. Er vervallen immers nog 3 parkeerplaatsen voor het realiseren van de inrit voor de ontsluiting van de achterzijde van het perceel Sint Janstraat 50a. Hiermee resteert een behoefte van (118,56 - 6,4 - 20 - 20 =) 73 parkeerplaatsen.
3.2 Geluid Wegverkeerslawaai
Binnen het plangebied worden 8 levensloopbestendige woningen, 22 appartementen en een woongebouw ten behoeve van horeca en wonen mogelijk gemaakt. Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) betreft deze ontwikkeling het realiseren van geluidsgevoelige functie(s) en dient akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plangebied ligt binnen de onderzoekszone van een (spoor)weg (met uitzondering van woonerven en 30 km/h-gebieden). De beoogde nieuwe geluidsgevoelige functie wordt gerealiseerd binnen de onderzoekszone van de Halderbergselaan (N640). Hierdoor is akoestisch onderzoek noodzakelijk. Daarnaast is voor het waarborgen van een goede ruimtelijke ordening ook onderzoek gedaan naar de 30 km/h wegen in en rondom het plangebied. Door Rho Adviseurs is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor de geluidbelasting vanwege de N640 wordt overschreden. De hoogst berekende geluidbelasting is 51 dB op het appartementencomplex en 49 dB op de levensloopbestendige woningen. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. De geluidbelasting vanwege de Sint Janstraat (niet gezoneerde weg) bedraagt 53 dB. Dat is ruimschoots onder de maximaal aanvaardbare waarde van 63 dB. De geluidbelasting vanwege de Akkerlingen is ten hoogste 38 dB. Hiermee wordt voldaan aan de richtwaarde van 48 dB.
Omdat de voorkeursgrenswaarde door niet meer dan één geluidbron wordt overschreden is het wettelijk (Wgh) niet nodig de gecumuleerde geluidbelasting te bepalen. Wel is in het kader van een goede ruimtelijke ordening de gecumuleerde geluidbelasting van alle wegen samen exclusief aftrek artikel 110g Wgh berekend. Het blijkt dat er geen relevante samenloop van geluid is. De geluidbronnen N640 en Sint Janstraat zijn aan weerzijden de ontwikkeling gelegen. Uitgaande van tabel 2wordt de geluidkwaliteit op de noordgrenzen van de noordelijk gelegen bouwvlakken als matig tot redelijk beoordeeld en aan de kant van de Sint Janstraat als matig. Naarmate de woningen verder liggen van de geluidbron wordt de geluidkwaliteit als redelijk tot zeer goed beoordeeld. Er is sprake van een akoestisch (wegverkeer) aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aanvullende eisen vanuit het Bouwbesluit ten aanzien van de gevelgeluidwering zijn aan de orde voor de woningen met een hogere waarde. Het gaat om een karakteristieke geluidwering van tenminste GA;k = 59 – 33 = 26 dB(A), gebaseerd op de geluidbelasting exclusief aftrek o.b.v. art. 110g Wgh en het Bouwbesluit 2012.
12/22
Uitstralingseffect Voor toetsing van het uitstralingseffect bestaat geen wettelijk kader. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat bij een toename van de verkeersomvang met meer dan 40% sprake is van een geluidstoename van meer dan 1,5 dB (wat voor het menselijk oor hoorbaar is). Gezien de ontsluitende functie van de omliggende wegen zal de extra bijdrage van 287 mvt/etmaal minder zijn dan 40% van de totale verkeersintensiteit over deze wegen. Relevante negatieve uitstralingseffecten naar de omgeving zijn dan ook uitgesloten.
De geluidbelasting ten gevolge van de N640 op het plan is hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Omdat er geen doelmatige maatregelen zijn om de geluidbelasting te verminderen is het laten vaststellen van hogere waarden nodig. Uitgaande van de inrichtingstekening van de woningen en het appartementengebouw wordt voorgesteld om de hogere waarden vast te laten stellen .
3.3 Bodem en water Bodem
ij de beoogde ontwikkeling is sprake van een transformatie naar een bodemgevoeliger gebruik en/of is de bebouwde oppervlakte groter dan 50 m2. Hierdoor is onderzoek naar de bodemkwaliteit noodzakelijk. Econsultancy heeft een verkennend bodemonderzoek in het plangebied uitgevoerd. Uit het vooronderzoek concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op het de locatie kan zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "heterogeen verdacht, niet lijnvormig" (VED-HE-NL).De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, matig fijn zand. De bovengrondis bovendien matig humeus. De bovengrond is plaatselijk zwak tot matig baksteenhoudend. Verder is de bovengrond sporadisch zwak betongranulaathoudend. In het opgeboorde materiaal is verder zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met koper, lood, zink, PCB en/of PAK. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond.
Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met cadmium, nikkel en zink. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "heterogeen verdacht, niet lijnvormig" dient te worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, bevestigd. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek. Er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (d.d. 2 juli 2020) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing. Met de beoogde ontwikkeling worden geen bodemvervuilende functies mogelijk gemaakt. Negatieve effecten kunnen vanuit het aspect bodem uitgesloten worden.
13/22
Water Het plangebied omvat een perceel van circa 8.600 m2 rondom de Sint-Jan de DoperKerk in Hoeven. Hiervan is circa 1.600 m2 verhard in de vorm van plein, wegen en paden, parkeerplaatsen en dakoppervlak van de huidige pastorie. De overige 7.000 m2 is onverhard en ingericht als tuin, grasveld en bomen. Het plangebied is gelegen op een zandgrond met goede infiltratiecapaciteit. In of rondom het plangebied zijn geen oppervlaktewateren aanwezig. Door het ontbreken van oppervlaktewater zijn er ook geen belangrijke waterkeringen in het gebied gelegen. Er is geen sprake van grondwateroverlast of droogte in het plangebied. Het gebied bestaat momenteel uit groen waardoor er geen hemelwater of afvalwaterriool in het plangebied is gelegen.
In de beoogde situatie bestaat circa 4.200 m2 uit verhard oppervlak. Hiervan bestaat circa 1.800 m2 uit dakoppervlak en circa 2.400 m2 uit verharding. Dit betekent dat ruim 2.600 m2 aan verharding wordt toegevoegd vergeleken met de huidige situatie. Het regenwater van daken en van verhardingen worden afgekoppeld en afgevoerd naar de wadi in 'Het Hertenkamp' waar het regenwater kan infiltereren in de ondergrond. In het plangebied hoeft hierdoor geen wadi aangelegd te worden, hierover zijn met de gemeente afspraken gemaakt in de anterieure overeenkomst. Bij sedumdaken wordt water opgenomen en ontstaat een vertraagde afvoer. Dit geldt voor de patiowoningen en het appartementengebouw. Gevolgen voor water De gevolgen voor het water zijn dat momenteel een groot gedeelte van het hemelwater dat in het plangebied valt ook daadwerkelijk in het plangebied infiltreert. In de beoogde situatie kan een gedeelte van het regenwater dat in het plangebied valt vrij infiltreren. Het andere gedeelte wordt afgevoerd naar een wadi in het 'Hertenkamp' om hier te infiltreren in de ondergrond. Conform het beleid van de gemeente Halderberge is voor de 2.600 m2 extra verharding in het plangebied 18,2 m3 (= (2.600 X 0,007) compenserende berging nodig. De wadi heeft voldoen capaciteit om dit op te vangen. Hiermee wordt voldaan en de doelen en uitgangspunten van de gemeente en het waterschap.
3.4 Natuur Gebiedsbescherming De beoogde locatie ligt op minimaal 12 kilometer afstand van het meest nabij gelegen stikstofgevoelig Natura 2000-gebied 'Hollands Diep'. Vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn niet op voorhand uit te sluiten. Met het programma AERIUS Calculator (2023.0.1) is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. Uit dit onderzoek blijkt dat de emissie die als gevolg van dit bestemmingsplan vrijkomt in zowel de aanleg- als gebruiksfase leidt tot een depositieresultaat van 0,00 mol N/ha/jaar. Om die reden zijn significante gevolgen op Natura 2000-gebieden uit te sluiten en vormt het plan geen bedreiging voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling is derhalve niet aan de orde. Stikstofdepositie vormt daarmee geen belemmeringen voor de ruimtelijke procedure.
14/22
Soortenbescherming De ontwikkeling voorziet in de realisatie van 8 levensloopbestendige woningen, 22 appartementen en een woongebouw ten behoeve van horeca en wonen. Hiervoor worden de volgende werkzaamheden, die mogelijk soorten kunnen verstoren, uitgevoerd. verwijdering van begroeiing; bouwrijp maken; bouwwerkzaamheden. Bij de voorbereiding van de ontwikkeling moet worden onderzocht of de Wet Natuurbescherming (Wnb) de geplande ontwikkeling niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning ingevolge de Wet Natuurbescherming zal kunnen worden verkregen. Om te achterhalen welke beschermde soorten binnen het plangebied aanwezig zijn is een ecologische onderzoek uitgevoerd (Econsultancy, 26-01-2022). Uit het ecologisch onderzoek blijkt dat nader onderzoek benodigd is naar onder andere de boommarter, broedvogels met jaarrond beschermde nesten, eekhoorn, gierzwaluw, huismus, kleine marterachtigen, steenmarter en vleermuizen benodigd, alvorens men met de werkzaamheden kunnen aanvangen. Het onderzoek naar vleermuizen dient afgestemd te zijn op gewone baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en de watervleermuis. In tabel 3.1 is de onderzoeksperiode weergegeven.
Tabel 3.4 Te verwachten beschermde soorten en aanbevolen inventarisaties
De ecologische quickscan is opgenomen als bijlage 5 bij het bestemmingsplan. Nader onderzoek Het volledig nader onderzoek ecologie is opgenomen in Bijlage 6. De belangrijkste bevindingen zijn hieronder samengevat. In het projectgebied is een paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis vastgesteld en is er een baltsterritorium van een individu van de gewone dwergvleermuis vastgesteld, waarvan het paarverblijf in het projectgebied verwacht wordt. In de directe omgeving is één massawinterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Tijdens het onderzoek zijn geen andere beschermde functies van vleermuizen aangetroffen binnen het projectgebied.
15/22
Er zijn binnen het projectgebied geen nestlocaties van de huismus of andere vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 (Vogelrichtlijn) aangetroffen. In het projectgebied zijn geen individuen van de boommarter, bunzing, hermelijn, steenmarter en wezel waargenomen, tevens zijn er geen verblijfplaatsen vastgesteld. Binnen de grenzen van het projectgebied is een individu van de eekhoorn waargenomen. Een verblijfplaats van de eekhoorn is niet in het projectgebied vastgesteld. Bij de pastorie aan de Sint Janstraat 38 is een baltsterritorium van de gewone dwergvleermuis vastgesteld, waarvan de paarverblijfplaats zich vermoedelijk in de oostelijke gevel bevindt. In dezelfde gevel is tevens een paarverblijfplaats van een ruige dwergvleermuis vastgesteld. Door de bouwwerkzaamheden kunnen de paarverblijfplaatsen worden verstoord. Hiermee wordt een verbodsbepaling uit artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming overtreden. Voor de genoemde soorten dient ontheffing aangevraagd te worden. Omdat de verbouwplannen van de pastorie nog niet concreet zijn, wordt ontheffing van de Wet Natuurbescherming pas aangevraagd voorafgaand aan de omgevingsvergunning voor bouwen. Er is een massawinterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aanwezig in de directe omgeving van het projectgebied. Deze bevindt zich aan de westelijke zijde van de Sint Jan de Doperkerk.
In het algemeen is aan te bevelen geen gebruik te maken van aanvullende nachtelijke verlichting. Vleermuizen kunnen door aanvullende nachtelijke verlichting worden verstoord tijdens het foerageren en passeren. Indien toch gebruik wordt gemaakt van aanvullende verlichting, dient vleermuisvriendelijke verlichting te worden toegepast met amberkleurig licht en richtarmaturen die uitstraling naar de omgeving voorkomen. Uit eerder onderzoek is gebleken dat er zich een kraamverblijfplaats van de gewone grootoorvleermuis in de kerk bevindt. Deze soort is zeer lichtgevoelig. Herinrichting van de omgeving van de kerk kan mogelijk leiden tot een dermate zware verstoring van de gewone grootoorvleermuis dat dit het in onbruik raken van de kraamverblijfplaats tot gevolg kan hebben. Indien gebruik wordt gemaakt van aanvullende verlichting, wordt vleermuisvriendelijke verlichting toegepast. Wanneer heiwerkzaamheden plaatsvinden, dient rekening te worden gehouden met de beschermde functies van vleermuizen in de kerk. Afhankelijk van de werkzaamheden kan dit ontheffingsplichtig zijn. Het projectgebied biedt geschikt broedbiotoop voor broedgevallen van algemene broedvogels. De verstorende bouwerkzaamheden worden grotendeels buiten het broedseizoen van vogels (globaal maart – augustus) uitgevoerd. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd.
Voor de werkzaamheden die tijdens het broedseizoen plaats vinden, wordt het projectgebied vooraf ongeschikt gemaakt of dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen. Voor de realisatie van het plan is grondverzet noodzakelijk, dus worden maatregelen getroffen om het doden van (algemene) amfibieën, en zoogdieren te voorkomen. Hierbij wordt in één richting gewerkt om de aanwezige fauna de gelegenheid te geven voor de werkzaamheden uit te vluchten. Enkel voor de verbouwwerkzaamheden aan de pastorie dient ontheffing aangevraagd te worden. Omdat de verbouwwerkzaamheden nog niet concreet zijn, wordt pas voorafgaand aan de omgevingsvergunning voor bouwen ontheffing aangevraagd. Op grond van de Wet natuurbescherming worden mitigerende maatregelen getroffen.
16/22
3.5 Luchtkwaliteit De ontwikkeling maakt de realisatie van 8 levensloopbestendige woningen, 22 appartementen en een woongebouw ten behoeve van horeca en wonen mogelijk. Deze ontwikkeling is dusdanig van omvang dat dit ten opzichte van de huidige situatie voor een verkeersaantrekkende werking zorgt. Deze verkeersaantrekkende werking is bepaald in de verkeersparagraaf. Het effect op de luchtkwaliteit is vervolgens met de NIBM rekentool bepaald.
Figuur 3.1 NIBM-tool De uitkomst van de NIBM-tool laat zien dat de ontwikkeling binnen het plangebied niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. De effecten van het plan op de omgeving met betrekking tot luchtkwaliteit zijn nihil. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de monitoringstool die bij het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIML) hoort. De dichtstbijzijnde voor luchtkwaliteit relevante weg is de Halderbergselaan (zie figuur 4.6). Hieruit blijkt dat zowel in 2021 als in 2030 voldaan wordt aan de voor dit jaar geldende normen uit de Wet Milieubeheer zoals weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1. Toetsing aan grenswaarden maatgevende Wmb stof grenswaarde
stikstofdioxide (NO2)) fijn stof (PM10) Fijn stof (PM2,5)
maximale maximale waarden in jaar waarden in jaar 2021 2030 40 µg/m³ 17,1 µg/m³ 12,3 µg/m³ 40 µg/m³ 16,6 µg/m³ 14,1 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m³6 6 25 µg/m³ 9,3 µg/m³ 7,2 µg/m³
3.6 Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Externe veiligheid Overeenkomstig de risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, bevindt het plangebied zich niet in het invloedsgebied van een risicovolle inrichting. Ook vindt er in de omgeving geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg of het water met een externe werking.
17/22
Vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Ten zuiden bevindt zich de hogedrukaardgasleiding Z-520-37 in beheer van de Gasunie. De grootte van de buisleiding is 6 inch en de maximale werkdruk 40 bar. Het bijbehorende invloedsgebied bedraagt 70 meter. De afstand van het plangebied tot de buisleiding bedraagt minimaal 1.700 meter. Hiermee bevindt het plangebied zich niet in het invloedsgebied. Een berekening of verantwoording van het groepsrisico is niet noodzakelijk. Vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor Het spoortraject Roosendaal Oost - Breda bevindt zich ten zuiden van het plangebied op een afstand van circa 1.730 meter. Het invloedsgebied wordt bepaald door stofcategorie D4 en bedraagt 4 kilometer. Omdat de afstand groter is dan 200 meter hoeven volgens het Bevt geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik, wel dient in een beknopte verantwoording te worden ingegaan op de bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg Ten zuiden bevindt zich de A58 op een afstand van circa 2.338 meter. Het invloedsgebied van deze weg wordt bepaald door stofcategorie GT4 en bedraagt 4 kilometer. Ook hiervoor geldt dat de afstand groter is dan 200 meter, waardoor kan worden volstaan met een beknopte verantwoording.
Beknopte verantwoording Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via de Sint Janstraat. Deze weg sluit aan op het verdere wegennetwerk van Hoeven. Het wegennetwerk biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zullen woningen gerealiseerd worden. De aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Als gevolg van een incident met toxische stoffen over de weg en het spoor geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar.
Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Hiermee worden de aanwezigen beschermd tegen de blootstelling aan toxische gassen. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media. Met de beoogde ontwikkeling worden geen risicovolle bronnen mogelijk gemaakt. Hiermee worden geen negatieve effecten verwacht vanuit het aspect externe veiligheid.
18/22
Risico’s op rampen door klimaatverandering Met de beoogde ontwikkeling vindt er toename van verharding plaats, hiervoor zal compensatie plaatsvinden. Ten gevolge van de beoogde ontwikkelingen nemen risico’s op rampen door klimaatadaptatie hiermee niet toe. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, bodem, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Een significant effect op de risico’s voor de menselijke gezondheid is daarmee uitgesloten.
3.7 Cultuurhistorie en archeologie Cultuurhistorie In de CHW is de Sint Jan de Doper kerk aangeduid (met de rode stip) als Rijksmonument. Ter plaatse van de pastorie is de kerkelijke dienstwoning (met de blauwe stip onder de kerk) aangeduid als overige bouwkunst. De kerk en het bijgebouw van de kerk (blauwe stip ter hoogte van de kerk) zijn ook aangeduid als overige bouwkunst. Tot slot is langs de Sint Janstraat (met de groene stip) een monumentale boom aangeduid. Het betreft hier een Tilia europaeu 'Pallida'. In figuur 3.2 is een uitsnede van de CHW weergegeven, hierin is het plangebied rood omlijnd. Cultuurhistorische waarden worden door onderhavig plan derhalve niet geschaad. Hiermee kunnen negatieve effecten uitgesloten worden.
Figuur 3.2 De cultuurhistoriekaart van de gemeente Halderberge (gemeente Halderberge, 2011) De cultuurhistoriekaart voor de gemeente Halderberge biedt een actueel overzicht van het bovengronds cultuurhistorisch erfgoed in de gemeente. De kaart omvat een inventarisatie van historisch-geografische en historisch-(steden)bouwkundige objecten en structuren en de landschappelijke (en stedenbouwkundige) gebieden met cultuurhistorische waarde. Aangegeven zijn relicten die daadwerkelijk nog in het landschap herkenbaar zijn en de ligging van de meest prominente verdwenen objecten en structuren (bijvoorbeeld kerken, kloosters, molens, vestingwerken). In figuur 3.3 is de cultuurhistoriekaart van de gemeente Halderberge weergegeven. Hieruit blijkt dat naast het plangebied een begraafplaats is gelegen. Verder bevinden zich geen cultuurhistorisch waardevolle elementen in of rondom het plangebied.
19/22
Figuur 3.3 De cultuurhistoriekaart van de gemeente Halderberge (gemeente Halderberge, 2011) De beoogde ontwikkeling voorziet in ontwikkelingen rondom cultuurhistorisch waardevolle elementen. In de planvorming is dan ook rekening gehouden met met name de situering van de kerk ten opzichte van de nieuwbouw. Er is geen sprake van aantasting van de cultuurhistorische elementen. Mochten er tijdens graaf- en inrichtingswerkzaamheden archeologische sporen en vondsten aan het licht komen, dan moeten deze worden gemeld aan het bevoegd gezag. De pastorie, ofwel kerkelijke dienstwoning, wordt wel verbouwd tot horeca gelegenheid en woongebouw. De uitwerking van de bouwplannen zal in nauw overleg plaatsvinden met de Monumentencommissie om te zorgen dat de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast. worden niet aangetast waardoor de cultuurhistorische waarde behouden blijft. De pastorie, ofwel kerkelijke dienstwoning wordt wel verbouwd tot horeca gelegenheid en woongebouw, waarbij aan de buitenzijde geen wijzigingen plaatsvinden behalve aan uitbouw aan de achterzijde. Ook de cultuurhistorische waarde van de pastorie blijft hierdoor behouden. Archeologie In de archeologische advieskaart is de archeologische verwachtingswaarde opgenomen. In figuur 3.34 is een uitsnede opgenomen uit de archeologische advieskaart.
Hieruit blijkt dat het plangebied is gelegen in stedelijk gebied en daarmee een lage archeologische verwachtingswaarde heeft. Het plangebied bevat daarentegen wel historische bebouwing. Dit betreft de Sint Jan de Doper kerk die zowel tot rijksmonument als gemeentelijk monument is benoemd. Door de ligging in stedelijk gebied en de lage verwachtingswaarde is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Door de lage archeologische verwachtingswaarde, zijn de archeologische waarde niet beschermt in het plangebied. Hierdoor is de aanwezigheid van archeologische waarden niet aannemelijk in het plangebied.
20/22
Figuur 3.4 Archeologische advieskaart (Gemeente Halderberge, 2011)
3.8 Aanlegwerkzaamheden Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.
3.9 Mitigerende maatregelen Bij de pastorie aan de Sint Janstraat 38 is een baltsterritorium van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. In dezelfde gevel is tevens een paarverblijfplaats van een ruige dwergvleermuis vastgesteld. Voor de genoemde soorten wordt voorafgaand aan de omgevingsvergunning voor bouwen ontheffing aangevraagd en er worden mitigerende maatregelen getroffen.
21/22
4. CONCLUSIE Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het project niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk.
22/22
30/225
Bijlage 2
31/225
Onderzoek wegverkeerslawaai
- MEMO Memo
DATUM KENMERK VAN
16 november 2023 20211405_0055PD Petra Dijkgraaf
PROJECT OPDRACHTGEVER
Kerkcluster Hoeven Aannemersbedrijf Van Agtmaal B.V.
ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI KERKCLUSTER HOEVEN
1. AANLEIDING De initiatiefnemer is voornemens om een woongebied realiseren bestaande uit maximaal 33 woningen rondom de kerk aan de Sint Janstraat in Hoeven. De gemeente Halderberge wil aan deze ontwikkeling meewerken. Het beoogde plan is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor deze locatie noodzakelijk. In het kader van de bestemmingsplanprocedure dient een toetsing aan de Wet geluidhinder plaats te vinden. Omdat de ontwikkeling ligt binnen de geluidzone van de N640 is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege deze weg. Ook is in het kader van een goede ruimtelijke ordening de geluidbelasting vanwege de Sint Janstraat en de Akkerlingen (30 km/uur) beschouwd.
Figuur 1 Plangebied met omliggende wegen
2. PLANBESCHRIJVING Het plangebied ligt rondom de St. Jan de Doperkerk aan de Sint Janstraat in Hoeven. Het stedenbouwkundigplan bestaat uit maximaal 33 woningen en is opgebouwd uit: - 8 levensloopbestendige patiowoningen aan de westzijde; - een appartementencomplex met 22 appartementen achter de kerk - een transformatie van de huidige pastorie waarbij de begane grond wordt ingericht en bestemd voor horeca en de verdieping voor 2 of 3 woningen. Het appartementencomplex bestaat uit 4 bouwlagen met eventueel een verdiepte parkeerplaats eronder en de levensloopbestendige woningen bestaan uit twee bouwlagen (begane grond met kapverdieping). De woningen in de pastorie kunnen op de 2e en 3e bouwlaag komen. Het nieuwe woongebied wordt voorzien van een aantrekkelijke buitenruimte met veel groen en behoud van zoveel mogelijk bestaande bomen. Het plangebied wordt volledig ontsloten op de Sint Janstraat. In figuur 2 is de beoogde inrichting opgenomen. Bij het appartementencomplex wordt hier uitgegaan van een galerij ontsluiting aan de binnenzijde en balkons aan de buitenzijde.
Figuur 2 Inrichtingstekening (Aannemingsbedrijf Van Agtmaal, 2022) De verbeelding van het bestemmingsplan met bouwvlakken is in figuur 3 opgenomen.
2/18
Figuur 3 Verbeelding (Bron: Rho adviseurs)
3/18
3. TOETSINGSKADER WET GELUIDHINDER 3.1
Normstelling wegverkeer
Wettelijke zones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de stedelijke- of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 1 weergegeven. De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg. Tabel 1 Schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh Aantal rijstroken
Breedte van de geluidzone (in meters) Buitenstedelijk gebied
Stedelijk gebied
5 of meer
600
350
3 of 4 1 of 2
400 250
350 200
In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: -
stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;
-
buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.
Dosismaat Lden De berekende geluidsniveaus worden beoordeeld op basis van de Europese dosismaat Lden (Lday-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB. Nieuwe situaties (wegen met geluidzone) Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.
Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen
4/18
(stedelijk of buitenstedelijk). Bestemmingen met een stedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Voor het plangebied geldt dat dit binnen de wettelijke zones ligt van de N640 en dat er sprake is van een stedelijke situatie. De maximale ontheffingswaarde bedraagt Lden = 63 dB. 30 km/uur wegen (wegen zonder geluidzone) Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou wettelijk gezien achterwege kunnen blijven. Op basis van jurisprudentie dient echter de geluidbelasting van elke relevante geluidbron in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt en te worden beoordeeld. Ter beoordeling van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt, bij gebrek aan wettelijke grenswaarden, aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde. Het gaat hier om de Sint Janstraat en de Akkerlingen.
3.2
Cumulatie
Alvorens het bevoegd gezag overgaat tot het vaststellen van een hogere waarde, moet zij beoordelen of de gecumuleerde geluidbelasting aanvaardbaar is. De cumulatie moet wettelijk in beeld worden gebracht als er sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van meer dan één geluidbron. De Wgh kent geen toetsingskader voor de beoordeling van de gecumuleerde geluidbelasting. In tabel 2 is een algemeen geaccepteerde kwaliteitsindicatie van een bepaalde geluidbelasting opgenomen. Tabel 2 Kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: RIVM) Lden [dB]
Geluidkwaliteit
<45 46-50
zeer goed goed
51-55 56-60
redelijk matig
61-65 >65
slecht zeer slecht
3.3
Gemeentelijk geluidbeleid
De gemeente Halderberge beschikt over ‘Ontheffingenbeleid Wet geluidhinder, interim-beleid voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai’ waar aan dient te worden getoetst indien het laten vaststellen van hogere waarden nodig is. Dit beleid geeft naast het wettelijke (Wgh) maatregelenonderzoek ook subcriteria waaraan een aanvraag moet worden getoetst. De subcriteria zijn: 1. Dorps-en stadsvernieuwing 2. Doelmatige afscherming 3. Grond- en/of bedrijfsgebondenheid 4. Opvullen open plaats 5. Vervanging bestaande bebouwing
5/18
6. Noodzakelijke verkeers-en vervoersfunctie 7. Verkeersverzamelfunctie Verder geldt voor alle woningen waarop de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden dat er naar gestreefd wordt dat er tenminste één geluidluwe zijde aanwezig is; dat wil zeggen een zijde waarop de voorkeursgrenswaarde (48 dB voor wegverkeer) niet wordt overschreden (per lawaaisoort bekeken). Dit geluidniveau is passend bij een aanvaardbaar won- en leefklimaat. De aanwezigheid van een geluidluwe gevel is verplicht voor woningen met een gevelbelasting van meer dan 5 dB boven de voorkeursgrenswaarde. Uit een oogpunt van volksgezondheid is een geluidluwe buitengevel voor alle nog te projecteren woningen gewenst. Bij ontheffingswaarden meer dan 5 dB boven de voorkeursgrenswaarden voor te projecteren woningen dient de indeling van de woningen kritisch te worden bezien. Er kan dan slechts een hogere waarde worden vastgesteld, indien voldoende verzekerd is, dat de verblijfsruimten, alsmede de tot de woning behorende buitenruimten niet aan de uitwendige scheidingsconstructie worden gesitueerd waar de hoogste geluidbelasting optreedt. Dit betekent dus dat er een geluidluwe buitengevel dient te zijn en dat tenminste één verblijfsruimte aan deze gevel gesitueerd dient te worden.
Van deze eis kan alleen in uitzonderlijke gevallen worden afgeweken, bijvoorbeeld wanneer sprake is van seniorenwoningen die zijn gekoppeld aan een steunpunt.
6/18
4. UITGANGSPUNTEN EN MODELLERING Verkeersintensiteiten De verkeersintensiteit is het aantal motorvoertuigen dat per uur (mvt/uur) passeert. Bij de bepaling van het aantal motorvoertuigen per uur is uitgegaan van de gemiddelde weekdagintensiteiten in motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal) op de wegen. Voertuigcategorieën De motorvoertuigen worden verdeeld in drie categorieën: 1. lichte voertuigen (voornamelijk personenauto's); 2. middelzware voertuigen (middelzware vrachtauto's en bussen); 3. zware voertuigen (zware vrachtauto's). Snelheid en verharding De verkeerssnelheid is de representatief te achten gemiddelde snelheid van een categorie voertuigen. Dit is in het algemeen de wettelijk toegestane rijsnelheid. De verkeersgegevens zijn als milieu-uitvoer in een shape-bestand aangeleverd door de Provincie Noord-Brabant. Het gaat om de verrijkte verkeersdata. De gegevens komen uit het BBMAv2022 voor het planjaar 2030 en zijn verrijkt van werkdag naar weekdag. Weekdaggemiddelde intensiteiten zijn van belang voor geluidberekeningen. Voor het onderzoek is het planjaar 2034 van belang. De verkeersgegevens zijn met een autonoom groeipercentage van 1% per jaar verhoogd naar het jaar 2034. Ook de etmaal- en voertuigverdeling is gebaseerd op deze aangeleverde gegevens. De beoogde ontwikkeling zal leiden tot een verkeerstoename van 287 mvt/etmaal gedurende de gemiddelde weekdag.
Dit verkeer zal zich evenredig verdelen over de Sint Janstraat. De oriëntatie op de N640 ter hoogte van het plangebied is verwaarloosbaar.(Bron: Verkeer en Parkeren behorende bij het bestemmingsplan). Tabel 3 Verkeersprognoses ter hoogte van plangebied en overige uitgangspunten Weg(vak) N640
ten westen rotonde ten oosten rotonde
Sint Janstraat - ten westen Akkerlingen - ten oosten Akkerlingen Akkerlingen
Intensiteit [mvt/etmaal], gemiddelde weekdag 2030 2034 2034 + plan
Snelheid Type wegdek [km/uur]
11.315 9.103 – 9.338
47 -
11.869 9.472 – 9.717
50 50
SMA NL8 G+ SMA NL8 G+
2.902 – 3.429 1.608 1.495
144 144
3.307 – 3.855 1.960
30 30 30
Klinkers klinkers klinkers
De wegdekverharding voor de N640 is als volgt, de deklaag bestaat uit het mengsel SMA 8G+. Dit is geluidreducerend asfalt. Op de rotonde ligt de deklaag AC surf. De wegdekverharding AC-surf is in het rekenmodel ingevoerd als ‘W0 – Referentiewegdek’ en de klinkerverharding als ‘W9a – Elementenverharding in keperverband’. De geluidreducerende deklaag is ingevoerd als ’26 – SMA-NL8 G+). In bijlage 1 zijn de invoergegevens opgenomen.
7/18
Modellering Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd volgens de Standaard Rekenmethode II (SRM II) van het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012. De berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het programma Geomilieu versie 2023.1 revisie 2 van DGMR. De geluidbelasting als gevolg van het wegverkeer hangt af van verschillende factoren. Voor een deel hebben deze factoren betrekking op geluidemissie en voor een ander deel op de geluidsoverdracht. Hieronder volgt een korte omschrijving van de belangrijkste factoren. Gebouwen en bodemvlakken in de omgeving van het plan zijn overgenomen uit de BGT via PDOK.nl. Gebouwhoogtes zijn overgenomen van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Er is gerekend met een plat bodemmodel omdat er geen fluctuaties in het maaiveld zijn. Het geluidmodel is ingesteld met een standaard reflecterende bodem, bodemfactor 0,0. Absorberende bodemvlakken, zoals gras en struiken zijn ingevoerd met bodemvlakken met een bodemfactor 1,0. Ter plaatse van de bouwvlakken zijn rekenpunten ingevoerd. Uitgaande van een verdiepingshoogte van 3 meter hebben de toetspunten een beoordelingshoogte van +1,5 meter en +4,5 meter boven NAP voor de levensloopbestendige woningen. Voor het appartementengebouw wordt worst-case gerekend met 5 bouwlagen op+1,5 meter tot en met +13,5 meter op het bouwvlak van de appartementen, steeds 1,5 meter boven de verdiepingsvloer.
Voor de woningen in de pastorie (Gemengde Doeleinden) liggen de toetshoogten op de verdiepingen (+4,5 meter en +7,5 meter).
Figuur 4 Uitsnede modellering akoestisch rekenmodel
8/18
5. BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING In bijlage 2 zijn de resultaten opgenomen.
5.1
Resultaten per weg
N640 (gezoneerd) Uit figuur 5 blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB voor de geluidbelasting vanwege de N640 wordt overschreden. De hoogst berekende geluidbelasting is Lden = 51 dB op het bouwvlak voor het appartementencomplex en Lden = 49 dB op het bouwvlak voor de levensloopbestendige woningen. De maximale ontheffingswaarde van Lden = 63 dB wordt niet overschreden. Het wegdek van de N640 is reeds voorzien van geluidreducerend asfalt, dit is dan ook geen mogelijke bronmaatregel om de geluidbelasting vanwege deze weg te reduceren. Ook het verlagen van de wettelijke snelheid is om verkeerskundige redenen geen optie gezien de belangrijke ontsluitende en verbindende functie van deze weg. Verder is een afschermende voorziening langs deze weg in stedelijk gebied om landschappelijke en stedenbouwkundige redenen ongewenst. Bovendien zal deze maatregel niet effectief zijn voor de hogere bouwlagen van het appartementencomplex. Maatregelen aan de bronen/of in het overdrachtsgebied om de geluidbelasting te reduceren, zijn derhalve niet mogelijk. Het laten vaststellen van een hogere waarde is nodig. Toetsing aan het geluidbeleid is nodig om aan te beoordelen of de woningen mogelijk worden gemaakt in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
9/18
Figuur 5 Berekende geluidbelasting Lden in dB vanwege de N640, inclusief 5 dB aftrek ex artikel 110g Wgh Sint Janstraat (30 km weg) Uit figuur 6 blijkt dat de richtwaarde van 48 dB wordt overschreden op de nieuwe woningen in de pastorie. De hoogst berekende geluidbelasting is 53 dB. De maximaal aanvaardbare waarde wordt niet overschreden.
10/18
Figuur 6 Berekende geluidbelasting Lden in dB vanwege de Sint Janstraat, inclusief 5 dB aftrek ex artikel 110g Wgh Akkerlingen De geluidbelasting vanwege de Akkerlingen is ten hoogste 38 dB. Hiermee wordt voldaan aan de richtwaarde van 48 dB.
5.2
Cumulatie
Omdat de voorkeursgrenswaarde door niet meer dan één geluidbron wordt overschreden is het wettelijk (Wgh) niet nodig de gecumuleerde geluidbelasting te bepalen. Wel is in het kader van een goede ruimtelijke ordening de gecumuleerde geluidbelasting van alle wegen samen exclusief aftrek artikel 110g Wgh berekend. In bijlage 3 en in figuur 7 zijn de resultaten opgenomen. Het blijkt dat er geen relevante samenloop van geluid is. De geluidbronnen N640 en Sint Janstraat zijn aan weerzijden de ontwikkeling gelegen. Uitgaande van tabel 2wordt de geluidkwaliteit op de noordgrenzen van de noordelijk gelegen bouwvlakken als matig tot redelijk beoordeeld en aan de kant van de Sint Janstraat als matig. Naarmate de woningen verder liggen van de geluidbron wordt de geluidkwaliteit als redelijk tot zeer goed beoordeeld.
11/18
Figuur 7 Gecumuleerde geluidbelasting van alle wegen samen exclusief aftrek artikel 110g Wgh
12/18
5.3
Toets aan gemeentelijk geluidbeleid
Omdat hogere waarden vanwege de N640 nodig zijn, is getoetst aan het gemeentelijk geluidbeleid. Subcriterium ‘opvullen open plaats’. De nieuwe woningen worden gerealiseerd aansluiten aan de kerk en tussen de bestaande woonbebouwing aan de De Halderberg en het Hofpark. Hiermee wordt voldaan aan het subcriterium dat er sprake is van het opvullen van een open plaats tussen aanwezige bebouwing. Toets geluidluwe gevel en geluidluwe buitenruimte Hiervoor is het schetsontwerp getoetst. In figuur 8 is een impressie opgenomen. Alleen de woningen waarvoor een hogere waarde nodig is, zijn betrokken.
Figuur 8 Impressie beoogde invulling In figuur 9 is de gecumuleerde geluidbelasting van alle wegen samen opgenomen inclusief aftrek artikel 110g Wgh. Uit de toetsing blijkt dat de grondgebonden woning (levensloopbestendig) aan de voor- en achterzijde een geluidluwe gevel heeft en tevens aan de achterzijde een geluidluwe buitenruimte. In het ontwerp wordt uitgegaan van tweezijdig georiënteerde appartementen. Deze hebben aan beide zijden een geluidluwe gevel (<48 dB) en aan de balkonzijde ook een geluidluwe buitenruimte. Hiermee is aangetoond dat kan worden voldaan aan het geluidbeleid voor beide aspecten. Gezien de hoogte van de geluidbelasting zijn er geen aanvullende voorwaarden nodig aan de indeling van de woningen.
13/18
Figuur 9 Gecumuleerde geluidbelasting Lden in dB, inclusief aftrek artikel 110g Wgh
5.4
Benodigde hogere waarden
De geluidbelasting ten gevolge van de N640 op het plan is hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Omdat er geen doelmatige maatregelen zijn om de geluidbelasting te verminderen is het laten vaststellen van hogere waarden nodig. Om de invulling van het bouwvlak voor de appartementen zo flexibel mogelijk te houden, wordt voorgesteld om voor de appartementen één generieke hogere waarde vast te stellen zoals opgenomen in tabel 5. Tabel 4 Benodigde hogere waarden vanwege de N640 Woning Levensloopbestendige woning Appartementencomplex
14/18
Aantal woningen
Hogere waarde [in dB]
1 22
49 51
6. CONCLUSIE Het aspect geluid van wegverkeer vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Het laten vaststellen van hogere waarden vanwege de N640 is nodig. Omdat voldaan kan worden aan het geluidbeleid is er sprake van een akoestisch (wegverkeer) aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aanvullende eisen vanuit het Bouwbesluit ten aanzien van de gevelgeluidwering zijn aan de orde voor de woningen met een hogere waarde. Het gaat om een karakteristieke geluidwering van tenminste GA;k = 56 – 33 = 23 dB(A), gebaseerd op de geluidbelasting exclusief aftrek o.b.v. art. 110g Wgh en het Bouwbesluit 2012.
15/18
BIJLAGEN
Bijlage 1 Invoergegevens
16/18
Bron
http://www.brabant.nl
Jaargemiddelde voor
WEEKDAGEN in 2019
Wegnummer
N640
Wegvak
Gors - Hoeven (km. 8,97 tot 10,1)
Telpuntcode
640GORS
Soort Telpunt
PERIODIEK
Verdeling gebaseerd op
2019
Kies dagtype WEEKDAGEN WERKDAGEN ZATERDAGEN ZONDAGEN
Gors - Hoeven (Richting 1) Licht Uur
Middel
Hoeven - Gors (Richting 2)
Zwaar gb/gv
Licht
mo + pa
ov
ob subtotaal
lvt subtotaal
0-1 uur
27
1
0
1
0
0
0
1-2 uur
15
0
0
0
0
0
0
2-3 uur
6
1
0
1
1
0
3-4 uur
6
0
0
0
0
0
4-5 uur
15
1
0
1
1
Middel
Zwaar
totaal mo + pa
ov
ob subtotaal
gb/gv
lvt subtotaal
totaal
28
31
1
0
1
1
0
1
33
15
17
1
0
1
0
0
0
18
1
8
12
1
0
1
0
0
0
13
0
6
7
1
0
1
0
0
0
8
0
1
17
8
1
0
1
1
0
1
10
5-6 uur
68
3
0
3
4
0
4
75
52
5
0
5
3
0
3
60
6-7 uur
137
13
0
13
4
0
4
154
135
13
0
13
4
0
4
152
7-8 uur
288
24
1
25
8
1
9
322
278
20
1
21
7
0
7
306
8-9 uur
328
23
1
24
11
0
11
363
282
22
1
23
9
0
9
314
9-10 uur
248
22
0
22
10
1
11
281
209
28
1
29
9
1
10
248
10-11 uur
265
24
1
25
7
0
7
297
227
28
0
28
8
0
8
263
11-12 uur
279
25
0
25
8
0
8
312
262
23
1
24
8
0
8
294
12-13 uur
307
21
0
21
7
0
7
335
283
24
1
25
7
1
8
316
13-14 uur
344
25
0
25
8
0
8
377
306
23
1
24
7
0
7
337
14-15 uur
343
26
1
27
8
0
8
378
326
23
1
24
8
0
8
358
15-16 uur
317
28
1
29
10
0
10
356
332
28
0
28
8
0
8
368
16-17 uur
402
30
1
31
10
0
10
443
419
27
0
27
7
0
7
453
17-18 uur
423
18
0
18
8
0
8
449
447
18
0
18
8
0
8
473
18-19 uur
267
11
0
11
3
0
3
281
284
10
0
10
5
0
5
299
19-20 uur