toelichting bestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij van belang. Bij nieuwe bouwwerken, zoals in het plangebied ontwikkeld gaat worden, is sprake van steeds betere isolatie, welke zorgt voor een goede bescherming tegen het binnendringen van het toxische gas. Nieuwe gebouwen die voorzien zijn van een luchtbehandelingsinstallatie - waardoor het toxisch gas naar binnen kan worden gezogen - dienen voorzien te zijn van mogelijkheden om dit systeem met één druk op de knop uit te schakelen. Van belang is dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden. Het plangebied ligt binnen het dekkingsgebied van een waarschuwings- en alarmeringsinstallatie. Daarnaast is NL Alert operationeel voor vele mobiele telefoons. Dit kan worden gebruikt om de bevolking in geval van een calamiteit te waarschuwen.
4.8 M.e.r.-beoordeling
Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen, gevallen, activiteiten en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Sinds 7 juli 2017 zijn gemeenten verplicht om een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (MER). Het besluit behoeft niet separaat te worden gepubliceerd, maar moet wel worden opgenomen in het besluitvormingsproces van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning. Het besluit moet worden gebaseerd op een door de initiatiefnemer op te stellen aanmeldingsnotitie. De aanmeldingsnotitie is opgesteld en aangeboden aan het bevoegd gezag. Mede op basis van de bevindingen in hoofdstuk 4 van deze toelichting is geconcludeerd dat er geen passende beoordeling en geen MER behoeft te worden opgesteld.
H5. Juridische vormgeving 5.1 Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP)
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vormen het wettelijk kader voor het bestemmingsplan. Sinds 1 januari 2010 moeten alle nieuwe ruimtelijke plannen digitaal, uitwisselbaar en vergelijkbaar zijn. Deze plannen moeten digitaal beschikbaar gesteld worden voor burgers, bedrijven en medeoverheden. In het Bro is verankerd dat een ruimtelijk plan is opgebouwd volgens de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012). Daarnaast is in het Bro een aantal bepalingen opgenomen waaraan de regels van het ruimtelijk plan moeten voldoen. Het gaat hierbij om een aantal begrippen, wijze van meten, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti-dubbeltelbepaling. Het voorliggende bestemmingsplan is opgebouwd en vormgegeven conform de bindende afspraken van SVBP 2012. De verbeelding geeft direct inzicht in de belangrijkste regels. De grens van het bestemmingsplangebied wordt bepaald door de grens van de bestemming Maatschappelijk in het bestemmingsplan Kom Oudenbosch. Het gehele bestemmingsplangebied krijgt de bestemming Wonen in de methodiek van het vigerend bestemmingsplan Kom Oudenbosch. Met een bouwvlak is aangegeven waar bebouwing gesitueerd mag worden en per onderdeel van het gebouw is de maximale hoogte opgenomen.
5.2 Opzet bestemmingsregeling
Overeenkomstig SVBP2012 kent de indeling in hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen de volgende vaste volgorde: • In hoofdstuk 1 (inleidende regels) worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd, en wordt de wijze van meten bepaald. • In hoofdstuk 2 (bestemmingsregels) worden alfabetisch de regels gegeven waarmee de bestemmingen die op de verbeelding voorkomen nader worden omschreven. • Hoofdstuk 3 (algemene regels) bevat een aantal regels die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelregel, een procedureregel, dan wel regels die voor de nodige flexibiliteit kunnen zorgen, zoals algemene afwijkingsregel of wijzigingsbevoegdheden. • Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels) ten slotte geeft overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2, Bestemmingsregels) wordt als volgt opgebouwd: • bestemmingsomschrijving; • bouwregels (onderverdeeld in toelaatbaarheid van bouwwerken en bouwhoogte, oppervlakte en inhoud); • afwijken van de bouwregels; • specifieke gebruiksregels; • afwijken van de gebruiksregels; • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; • wijzigingsbevoegdheden. Een bestemmingsartikel behoeft niet alle elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming.
Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels.
5.3 Bestemmingen
De regels zijn uit oogpunt van uniformiteit van bestemmingsplannen zoveel mogelijk afgestemd op de regels van het bestemmingsplan Kom Oudenbosch, met dien verstande dat rekening is gehouden met wetswijzigingen en actuele inzichten. Inleidende regels (hoofdstuk 1, artikel 1 en 2) Hoofdstuk 1 bestaat uit begripsbepalingen en de wijze van meten. Voor de begripsbepalingen is waar mogelijk gebruik gemaakt van de standaardbepalingen uit de SVBP2012. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd die van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. In de wijze van meten is aangegeven hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht moeten worden genomen, dienen te worden gemeten. Hoofdbestemming Wonen (hoofdstuk 2, artikel 3) De bestemming Wonen is gebruikt voor het plangebied. De bouw- en gebruiksregels sluiten zoveel mogelijk aan op het vigerende bestemmingsplan. In aanvulling daarop zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen voor het bouwen ten einde eventueel voorkomende vleermuizen te beschermen en voor het gebruik teneinde de waterhuishouding tijdig adequaat te hebben geregeld.
Verder is in afwijking van de standaard alleen onder voorwaarden ruimte geboden aan nietpublieksgerichte activiteiten. Publieksgerichte activiteiten worden niet toegestaan, ook niet met afwijking omdat dat afbreuk doet aan het ingetogen gebouwconcept. Algemene regels (hoofdstuk 3) In dit hoofdstuk zijn algemene regels opgenomen. Artikel 4 bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Deze bepaling is conform artikel 3.2.4 van het Bro in het bestemmingsplan opgenomen. In artikel 5 is een afwijkingenregeling, een regeling voor ondergeschikte bouwdelen en een regeling voor ondergronds bouwen opgenomen. Artikel 6 bevat een regeling voor de obstakelvrije zone middels de aanduidingen ‘Luchtvaartverkeerzone 11’. In artikel 7 zijn enkele algemene afwijkingsregels opgenomen, zoals een afwijking van de maatvoering van 10 %. In artikel 8 is de koppeling met het parkeerbeleid gelegd. Overgangs- en slotbepalingen (hoofdstuk 4) In dit hoofdstuk is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het bestemmingsplan geregeld. In lid 1 van artikel 9 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen.
In lid 2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. Van de mogelijkheid die artikel 3.2.3 Bro biedt om hieraan een persoonsgebonden overgangsrecht te koppelen, is geen gebruik gemaakt. Artikel 10 geeft ten slotte aan dat dit bestemmingsplan kan worden aangehaald als “Bestemmingsplan Jasmijnlaan 1 Oudenbosch”.
H6. Uitvoerbaarheid en handhaving 6.1 Economische uitvoerbaarheid Wanneer met een juridisch-planologisch plan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Voordat het ontwerpbestemmingsplan ter visie wordt gelegd, wordt een anterieure overeenkomst getekend. Daarin worden de verplicht verhaalbare kosten ingevolge de Wro, zoals de risico’s voor planschade, en kosten voor bovenwijkse voorzieningen op de initiatiefnemer verhaald. Verder worden afspraken gemaakt over de sanering van de bodemverontreiniging en wordt verankerd dat mitigerende maatregelen zijn getroffen voor eventueel aanwezige vleermuizen. Het kostenverhaal is voor de gemeente daarmee anderszins verzekerd. Er hoeft derhalve geen exploitatieplan opgesteld te worden. Het plangebied is in eigendom van de initiatiefnemer.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op basis van artikel 3.1.1 Bro is het voorontwerp bestemmingsplan in vooroverleg gezonden naar de provincie Noord-Brabant, het Waterschap Brabantse Delta, de leidingbeheerders en Rijkswaterstaat. Deze instanties hebben geen opmerkingen, zoals blijkt uit bijlage 7. Tijdens het vooroverleg is inspraak met de omgeving gefaciliteerd in de vorm van een digitale inloopavond op , waarin én het bestemmingsplan én de relevante stukken voor de omgevingsvergunning worden getoond. Er zijn geen vragen gesteld over het bestemmingsplan of de procedure. Het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp omgevingsvergunning worden gedurende zes weken ter visie gelegd. In die periode kan een ieder een zienswijze indienen.