Regels NL.IMRO.1655.BP6021-C001 2022-07-12.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan regels 191830 | 12-07-2022
Pagina 21 van 36
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Artikel 4 4.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en/of ontwikkeling van groen; b. onverharde paden; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. aanleg, beheer en instandhouding van landschappelijke inpassing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' en als opgenomen in bijlage 1. 4.2
Bouwregels
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, behoudens: a. erf- en terreinafscheidingen, met dien verstande dat de hoogte niet meer mag bedragen dan 1 m; b. eenvoudige voorzieningen in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor extensief recreatief medegebruik, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken, waarbij de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m. 4.3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
4.3.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ontginnen, afgraven, verlagen, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem; c. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; d. het verlagen van de waterstand anders dan door sloten/greppels of drainage met uitzondering van grondwateronttrekkingen; e. het vellen of rooien van bos en/of het verwijderen van houtopstanden; f. het verwijderen van natuur- en landschapselementen; g. het verwijderen van perceelsindelingen, paden en onverharde wegen. 4.3.2 Uitzonderingen Het in lid 4.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
4.3.3 Toelaatbaarheid De in lid 4.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden en het doel van de landschappelijke inpassing.
Bestemmingsplan regels 191830 | 12-07-2022
Pagina 22 van 36
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. voormalige agrarische bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – VAB'; c. aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven; d. (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; e. water, waterhuishoudkundige en nutsvoorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natuurwaarden, ecologische waarden en/of landschappelijke waarden. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Algemeen a. per bestemmingsvlak mag het aantal woningen niet meer bedragen dan één; b. de afstand van gebouwen tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd mag niet minder bedragen dan 15 m, indien de bestaande afstand reeds minder bedraagt, geldt deze afstand als minimale afstand tot de as van de weg; c. de afstand van gebouwen tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 2 m. 5.2.2 Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 7,5 m; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m; c. de inhoud mag niet meer bedragen dan 750 m3. 5.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m; c. in afwijking van het bepaalde onder 5.2.3 onder a en b bedraagt de maximale goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – VAB' niet meer dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte, maximum bouwhoogte'; d. de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – VAB' niet meer dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)'.
Bij vervangende nieuwbouw mag het bouwwerk uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande funderingen; e. vrijstaande bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 2 m achter de voorgevelrooilijn van de woning te worden gebouwd; f. de afstand van vrijstaande bijbehorende bouwwerken tot de woning mag niet meer bedragen dan 25 m. 5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 m.
Bestemmingsplan regels 191830 | 12-07-2022
Pagina 23 van 36
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
5.3
Nadere eisen a.
burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ter voorkoming van onevenredige ruime situering van bebouwing binnen het bestemmingsvlak; b. de onder a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld indien zulks noodzakelijk is voor het behoud van en ter voorkoming van de aantasting van landschappelijke, cultuurhistorische, natuuren/of ecologische waarden als gevolg van het niet concentreren van bebouwing. 5.4
Afwijken van de bouwregels
5.4.1 Afwijken algemene bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. lid 5.2.1 onder b voor het bouwen van gebouwen op een afstand van minder dan 15 m tot de as van de weg mits hierdoor het stedenbouwkundig beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; b. lid 5.2.1 onder c voor het bouwen van gebouwen op een afstand van minder dan 2 m van de zijdelingse en/of achterste perceelgrens mits hierdoor het stedenbouwkundig beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast. 5.4.2 Afwijken bouwregels woningen en bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. lid 5.2.3 onder e voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk op een afstand van minder dan 2 m achter de voorgevelrooilijn van de woning indien dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel; b. lid 5.2.3 onder f voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk op een afstand van meer dan 25 m tot de woning indien dit ingegeven is door de specifieke vorm van het bestemmingsvlak. 5.4.3 Afwijken bouwregels bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. lid 5.2.4 onder a voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen met een hogere bouwhoogte tot maximaal 2,5 m; b.
lid 5.2.4 onder a voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen met een hogere bouwhoogte tot maximaal 2 m, voor de voorgevelrooilijn, mits hierdoor het stedenbouwkundig beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; c. lid 5.2.4 onder b voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een hogere bouwhoogte tot 6 m; 5.5
Specifieke gebruiksregels
5.5.1 Aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven Binnen deze bestemming is de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woning, waarbij moet worden voldaan aan de volgende regels: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing van de woning en/of bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 100 m2; b. er vindt geen detailhandel plaats, uitgezonderd detailhandel in beperkte, ondergeschikte mate, in direct verband met de uitoefening van aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; c. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; d. de activiteit mag geen onevenredige verkeersaantrekkende werking hebben en parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; e. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. 5.5.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing d. Binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van onderhavig bestemmingsplan dient de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan Bijlage 1 bij deze planregels, gerealiseerd te zijn. e. De thans aanwezige landschappelijke inpassing dient duurzaam te worden onderhouden.
Bestemmingsplan regels 191830 | 12-07-2022
Pagina 24 van 36
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
f.
Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van de voor 'Wonen' aangewezen gronden is alleen toegestaan wanneer de landschappelijke inpassing zoals opgesteld in Bijlage 1 duurzaam wordt beheerd en in stand wordt gehouden.
5.5.3 Voorwaardelijke verplichting sloop Binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van onderhavig bestemmingsplan dient de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken teruggebracht te zijn naar de ter plaatse van de aanduiding ‘maximum oppervlakte (m²)’ geldende oppervlakte. Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van de voor 'Wonen' aangewezen gronden is alleen toegestaan wanneer de in lid a beschreven werkzaamheden zijn uitgevoerd. 5.6
Afwijken gebruiksregels
5.6.1 Afwijken kleinschalig logeren Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 5.1 voor kleinschalig logeren, zoals bed&breakfast, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden in de woning of daarbij behorend bijbehorend bouwwerk; b. het aantal eenheden mag niet meer bedragen dan 5; c. de totale omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 100 m2; d. de woonfunctie op het perceel dient als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar te blijven; e. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; f. het kleinschalig logeren mag geen onevenredige verkeersaantrekkende werking hebben en parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; g. het logeren mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. 5.6.2
Afwijken voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub 5.5.2 ten behoeve van treffen van andere landschapsmaatregelen dan zoals bepaald in het bijgevoegde Landschappelijk inpassingsplan in bijlage 1 bij deze regels, met dien verstande dat deze landschapsmaatregelen: d. minimaal gelijk zijn aan de in het landschappelijk inpassingsplan opgenomen landschaps-maatregelen; e. voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden waarvoor de in het landschappelijk inpassingsplan genoemde landschapsmaatregelen zijn bepaald; f. zijn afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken. 5.7
Wijzigingsbevoegdheid
5.7.1 Kleinschalig kampeerterrein Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen door het toevoegen van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - kleinschalig kampeerterrein' voor het realiseren van een kleinschalig kampeerterrein met maximaal 15 kampeerplaatsen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de exploitatie van het kampeerterrein wordt uitgeoefend door de bewoner; b. de woonfunctie op het perceel dient als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar te blijven; c. de totale omvang voor kleinschalig kamperen per bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan 15 kampeermiddelen op maximaal 0,2 ha, op of aansluitend aan het bestemmingsvlak 'Wonen', uitsluitend in de bestemmingen 'Agrarisch', 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' en/of 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden'; d. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; e. de kampeerplaatsen mogen geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrek-kende werking tot gevolg hebben; f. de kampeerplaatsen mogen geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; g. er is sprake van ruimtelijke kwaliteitsverbetering die tevens is veiliggesteld en vastgelegd overeenkomstig het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap West-Brabant zoals deze
Bestemmingsplan regels 191830 | 12-07-2022
Pagina 25 van 36
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. Indien gekozen wordt voor landschappelijke inpassing bij wijze van kwaliteitsverbetering dan dient de landschappelijke inpassing in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door het opnemen van de bestemming 'Groen' met de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing'. 5.7.2 Vormverandering bestemmingsvlak Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van de wijziging van de vorm van het bestemmingsvlak, met inachtneming van de volgende regels: a. de vormverandering is noodzakelijk voor een doelmatige inrichting van de bestemming; b. gelijktijdig met de vormverandering vindt wijziging plaats van de overige gronden naar de overeenkomstig aangrenzende bestemming Agrarisch', 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' en/of 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden'; c. er is sprake van ruimtelijke kwaliteitsverbetering die tevens is veiliggesteld en vastgelegd overeenkomstig het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap West-Brabant zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag.
Indien gekozen wordt voor landschappelijke inpassing bij wijze van kwaliteitsverbetering dan dient de landschappelijke inpassing in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door het opnemen van de bestemming 'Groen' met de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing'; d. de wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen; e. er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen; f. de aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; g. het aantal woningen moet gelijk blijven; h. alle bijbehorende bouwwerken moeten binnen het nieuwe bestemmingsvlak blijven.
Bestemmingsplan regels 191830 | 12-07-2022
Pagina 26 van 36
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Artikel 6 6.1
Leiding
Bestemmingsomschrijving
De op de verbeelding als zodanig aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringenstroken. 6.1.1
Voortgangsbepaling
De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 6.2
Bouwregels
In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt dat op of in de in 6.1. bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) mogen worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid. 6.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten. 6.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b.v. van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding. b. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten. 6.5
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
6.5.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding – Gas zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 6.5.2 Uitzonderingen Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
Bestemmingsplan regels 191830 | 12-07-2022
Pagina 27 van 36
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
6.5.3 a.
Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden. b. Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 6.5.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.
Bestemmingsplan regels 191830 | 12-07-2022
Pagina 28 van 36
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 8 8.1
Algemene bouwregels
Bestaande afwijkende maatvoering
Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; c. in geval van herbouw is het bepaalde onder a. en b. slechts van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. 8.2
Ondergronds bouwen
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. op plaatsen waar hoofd- en bijbehorende bouwwerken, sleufsilo's en mestbassins zijn of gelijktijdig worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden, direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd; b. de verticale diepte mag bij ondergronds bouwen niet meer bedragen dan 3,5 m. 8.3
Afwijken regels ondergronds bouwen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 8.2 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder het hoofdgebouw, bijbehorende bouwwerken, sleufsilo's of mestbassins, mits hierdoor de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden aangetast. Ondergrondse bouwwerken, waaronder kadaverkoelingen mogen niet hoger dan 1 m boven maaiveld uitsteken. 8.4
Vervangende nieuwbouw van (bedrijfs)woningen
Bij vervangende nieuwbouw mogen de (bedrijfs)woningen uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande funderingen en, in geval van uitbreiding, daar direct op aansluitend. 8.5
Afwijken herbouw (bedrijfs)woning op andere locatie
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 8.4 en toestaan dat een (bedrijfs)woning wordt herbouwd op een andere locatie, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de herbouw dient plaats te vinden binnen het bestemmingsvlak of agrarisch bouwvlak; b. de herbouw dient op of maximaal 15 m buiten de bestaande fundering plaats te vinden; c. de herbouw dient op de nieuwe locatie stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar te zijn; d. de herbouw mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/ bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; e. de herbouw dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woonen leefklimaat.
Bestemmingsplan regels 191830 | 12-07-2022
Pagina 29 van 36
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Artikel 9 9.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie; b. het gebruik en laten gebruiken van bijbehorende bouwwerken bij een (bedrijfs)woning als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte, tenzij dit tijdelijk vanuit het oogpunt van mantelzorg noodzakelijk is; c. het permanent bewonen of laten bewonen van recreatieve nachtverblijven; d. het gebruik ten behoeve van detailhandel, tenzij dit expliciet is toegestaan in de betreffende bestemming.
Artikel 10 10.1
Algemene aanduidingsregels
Luchtvaartverkeerzone
Al dan niet in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone (met nummer)' dat ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten de bouwhoogte van een bouwwerk niet meer mag bedragen dan de bouwhoogte die wordt verkregen door lineaire interpolatie van: a. ter plaatse van de aanduiding Luchtvaartverkeerzone - 5' van 49.14 m en 54.14 m boven NAP; b. ter plaatse van de aanduiding 'Luchtvaartverkeerzone - 6' van 54.14 m en 64.14 m boven NAP; in verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen. 10.2
Milieuzone - reserveringsgebied waterberging
10.2.1 Omschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - reserveringsgebied waterberging' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor het behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. 10.2.2 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding 'Milieuzone - reserveringsgebied waterberging' te wijzigen naar de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' ten behoeve van een waterbergingsgebied, met dien verstande dat dit gebied door het daartoe bevoegd gezag wordt aangewezen als waterbergingsgebied.
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. Deze afwijking is niet van toepassing op de inhoud van woningen, bedrijfswoningen en recreatiewoningen; b. de bestemmingsregels en toestaan dat bestemmingsgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsregels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte per gebouwtje niet meer dan 20 m2 zal bedragen; 2. de (bouw)hoogte niet meer dan 3,5 m zal bedragen; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot: 1. ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 20 m; 2. ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 10 m;
Bestemmingsplan regels 191830 | 12-07-2022
Pagina 30 van 36
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
e.
f.
de onder a. tot en met d. genoemde afwijkingen kunnen uitsluitend verleend worden, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de milieusituatie; 5. en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. de onder a. tot en met d. genoemde afwijkingen kunnen uitsluitend verleend worden, wanneer er sprake is van ruimtelijke kwaliteitsverbetering, welke moet zijn veiliggesteld en vastgelegd overeenkomstig het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap West-Brabant zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag.
Artikel 12
Overige regels
12.1 Overige wettelijke regelingen Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan. 12.2
Parkeren
12.2.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden of bouwwerken waarbij niet op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering zoals deze hiervoor is opgenomen in de kadernota parkeren. 12.2.2 Voorwaardelijke verplichting Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering zoals deze hiervoor is opgenomen in de kadernota parkeren, geldend op het moment van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. 12.2.3 Afwijken Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in de leden 12.2.1 en 12.2.2 en toestaan dat: a. parkeergelegenheid niet op eigen terrein bij de ontwikkeling wordt gerealiseerd, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse en wordt voldaan aan de in de kadernota parkeren daarvoor gestelde voorwaarden; b. met maximaal 10% wordt afgeweken van de toe te passen parkeernorm in gevallen waarin de toepassing van de parkeernormering conform de kadernota parkeren naar hun oordeel in individuele gevallen tot niet bedoelde en onaanvaardbare normen leidt.
12.2.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat bij herziening van de kadernota parkeren de verwijzing in artikel 1 en lid 12.2.1, 12.2.2 en 12.2.3 naar de normering in de kadernota parkeren wordt gewijzigd naar de normering in de vastgestelde herziene kadernota parkeren. 12.3
Nadere eisen a.
burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde indien dit noodzakelijk is ten behoeve van het behoud van en ter voorkoming van de aantasting van de bodemkwaliteit, waterhuishouding, cultuurhistorische, ecologische, aardkundige en/of landschappelijke waarden. b. burgemeester en wethouders kunnen aanvullend aan algemene en specifieke bouw- en gebruiksregels nadere eisen en mitigerende maatregelen stellen ten behoeve van het behoud van de landschappelijke waarden als open, halfopen en besloten, van een gebied, zoals dit volgt uit het Landschapsplan en de daarin opgenomen landschapstypen. c. de onder a en b genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld indien zulks noodzakelijk is ten behoeve van zorgvuldig ruimtegebruik en/of ruimtelijke kwaliteit.
Bestemmingsplan regels 191830 | 12-07-2022
Pagina 31 van 36
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken a.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10 %. c. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2
Overgangsrecht gebruik a.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.
Artikel 14
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Nattestraat 10-12, Oudenbosch’.
Bestemmingsplan regels 191830 | 12-07-2022
Pagina 32 van 36
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Bijlagen Bestemmingsplan regels 191830 | 12-07-2022
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
1. Landschappelijke inpassing Nattestraat 10-12 te Oudenbosch
Bestemmingsplan regels 191830 | 12-07-2022
Landschappelijke inpassing Nattestraat 10 en 12 - Oudenbosch
Nieuwmoerseweg 3a 4885 KJ ACHTMAAL info@plangroen.nl
www.plangroen.nl
Inhoud Inleiding
4
Beleidskader kwaliteitsverbetering van het landschap
5
Bestaande situatie
6
Landschappelijke inpassing
7-9
Beheer landschappelijke inpassing
10
Referentiebeelden
11
Verantwoording kwaliteitsverbetering van het landschap 12 Bijlagen -3-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - NATTESTRAAT 10 EN 12 - OUDENBOSCH
Inleiding Het voornemen is om op de locatie Nattestraat 10 de woning de aanduiding ‘Plattelandswoning’ te geven en op Nattestraat 12 de agrarische bestemming om te zetten naar een woonbestemming. In het voorliggend plan is de landschappelijke inpassing voor de ontwikkeling opgenomen en daarnaast onderbouwd hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot de regeling kwaliteitsverbetering van het landschap van de provincie Noord-Brabant. Het landschapsplan is als volgt opgebouwd: • • • • •
Beleidskader Kwaliteitsverbetering van het landschap Bestaande situatie Landschappelijke inpassing Beheer landschappelijke aanpassing Verantwoording kwaliteitsverbetering van het landschap
Nattestraat 10 Nattestraat 12
-4-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - NATTESTRAAT 10 EN 12 - OUDENBOSCH
Beleidskader Kwaliteitsverbetering van het landschap Om de kwaliteit van het landschap te versterken heeft de provincie Noord- Brabant in haar ‘Structuurvisie ruimtelijke ordening’ en de ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant’ het principe van kwaliteitsverbetering van het landschap geïntroduceerd. Voor ruimtelijke plannen buiten bestaand stedelijk gebied is in de ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant’ bepaald dat de ontwikkeling gepaard dient te gaan met zorgvuldig ruimte gebruik (artikel 3.8) en kwaliteitsverbetering van het landschap (artikel 3.9). Om invulling te geven aan de kwaliteitsverbetering van het landschap heeft de provincie Noord-Brabant de handreiking ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap: de rood-met-groen koppeling’ opgesteld. Deze handreiking geeft een aanzet, hoe invulling kan worden gegeven aan de omvang van de basisinspanning, die vanuit het ruimtelijk kwaliteitsbeleid gevraagd wordt. Voor de regio West-Brabant zijn nadere afspraken gemaakt in de notitie ‘Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’. In deze notitie zijn drietal categorieën opgesteld om te bepalen onder welke methodiek de omvang bepaald wordt van de investering die gedaan moet worden ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van het landschap.
De categorieën zijn als volgt onderverdeeld: Categorie 1 Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist. Categorie 2 Ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze categorie is niet limitatief. Categorie 3 Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. Het initiatief bestaat onder andere uit het omzetten van de agrarische bestemming aan de Nattestraat 12 in een (burger)woonbestemming. Het bestaande agrarische bouwvlak aan Nattestraat 10 wordt hierdoor afgesplitst van Nattestraat 12 en verkleind tot enkel een vlak voor het agrarisch bedrijf ter plaatse van Nattestraat 10. De woning aan Nattestraat 12 krijgt de bestemming ‘Wonen’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – VAB’. De woning aan Nattestraat 10 krijgt de aanduiding ‘plattelandswoning’, om zo burgerbewoning op de locatie mogelijk te maken.
In het afsprakenkader ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’ is een onderverdeling gemaakt in drie categorieën. Binnen de categorie 1 en 2 zijn specifieke ruimtelijke ontwikkelingen benoemd, die onder die categorie vallen. Alle overige ruimtelijke ontwikkelingen die niet specifiek benoemd zijn, vallen onder categorie 3. Het omzetten van de voormalige bedrijfswoning aan Nattestraat 10 naar een ‘plattelandswoning’ valt onder een categorie 1 ontwikkeling. Het afsplitsen van de tweede bedrijfswoning (Nattestraat 12) valt niet onder een specifiek benoemde ontwikkeling in categorie 1 of 2. De ontwikkeling op de planlocatie valt hierdoor in categorie 3.
-5-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - NATTESTRAAT 10 EN 12 - OUDENBOSCH
Huidige analyse Gebiedsbeschrijving De plangebieden ligt in het buitengebied aan de Nattestraat ten zuiden van de kern Oudenbosch. Dit valt onder de strategie ‘Verbreden’. Kenmerkend voor het kleinschalige halfopen zandlandschap in het zuidelijk deel van Halderberge is de lintbebouwing. De waarde van deze lintbebouwing is gelegen in de afwisseling van bebouwing en open doorzichten. Langs de lintbebouwing is ruimte voor verbreding van het gebruik van de bebouwing onder de voorwaarde dat de bestaande open doorzichten gehandhaafd blijven. Locatie beschrijving De planlocatie ligt in een gebied waar de cultuurgronden met vergezichten domineert en bestaat uit agrarische percelen met summiere beplanting. De meeste beplanting is terug te vinden rondom de erven. Vrijstaande woningen en boerderijen wisselen elkaar af, waarbij de erf- en bedrijfsbebouwing vaak geclusterd staat.
-6-
1925
1950
1985
2020
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - NATTESTRAAT 10 EN 12 - OUDENBOSCH
Klein Bosje 1000 m² (Nattestraat 12) Het landschapselement ‘Klein bosje’ valt onder het landschapspakket L5(STIKA). Het is een vrijliggend vlakvorming landschapselement met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken met een bedekking van minimaal 80%. Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer -
Het element is tenminste 1 are en ten hoogste 50 are groot; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden.
-
-
Quercus robur (zomereik): Een bladverliezende boomsoort die verschillend van vorm kan zijn en zich dus uitstekend leent voor klein bosje. Fraxinus excelsior (gewone es): Deze bladverliezende boom leent zich uitstekend voor bossingel. In hetnajaar verliest de es zijn blad, gevolgd in het voor door een fris groen oneven geveerd blad. Zowel in de zomer als in het najaar heeft de es een transparante structuur. Carpinus betulus (Haagbeuk): Een bladverliezende boomsoort die zeer verschillende van vorm kan zijn en dus zich uitstekend leent voor klein bosje. Deze boom verliest zijn blad in het najaar, waarna hij relatief snel in het voorjaar frisgroen krijgt. Amelanchier lamarckii (krentenboompje): Een bladverliezende heester die in het voorjaar witte pluimachtige bloem geeft, gevolgd door een rond frisgroen blad. Het blad verkleurt in het najaar van frisgroen naar rood, ook geeft de vertakking van het krentenboompje een extra sierwaarde. Viburnum opulus (sneeuwbal): Een bladverliezende heester die in het voorjaar een wit bolvormige bloem geeft. In het najaar geeft de Viburnum een zwarte bes waar vogels dol op zijn. Het blad verkleurt van frisgroen naar geel/rood. Corylus avellana (hazelnoot): Een bladverliezende heester die verschillend van vorm kan zijnen dus uitstekend in een bossingel past. De corylus in een ‘naaktbloeier’ de heester bloeit wanneer deze nog geen bladeren heeft.
-8-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - NATTESTRAAT 10 EN 12 - OUDENBOSCH
Soort Latijnse naam
Nederlandse naam
Quercus robur Fraxinus excelsior Carpinus betulus Amelanchier lamarckii Viburnum opulus Corylus avellana
zomereik gewone es haagbeuk krentenboompje sneeuwbal hazelnoot
maat
Aantal
8-10 8-10 8-10 3t 3t 2t
70 70 70 160 160 130
Amfibieënpoel 600 M³ ( Nattestraat 12): Het landschapselement ‘Amfibieënpoel’ valt onder het landschapspakket L11B (STIKA). Een amfibieënpoel is een natuurelement dat niet aansluit op een waterloop/sloot en gevoed wordt door grond- en/of regenwater en waarvan in de winterperiode het natte oppervlakte voor tenminste 80% bestaat uit open water. Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer: -
-
Het element is tenminste 1 are en ten hoogste 50 are groot, waarbij het waterbiotoop (water + taluds) minimaal 70% van de oppervlakte inneemt. Maximaal 30% van de oppervlakte van de poel mag bestaan uit landbiotoop zonder regulier landbouwkundig gebruik (bloemrijk grasland/ ruigte). De waterdiepte is in de diepste delen in de periode van 1 oktober tot 1 april tenminste 0,5 meter; incidenteel mag de poel in de zomerperiode droogvallen; Maximaal 25% van de oppervlakte van de oever is begroeid met houtige gewassen; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan; Geen water onttrekken aan het element anders dan voor het drenken van vee; In het element mag geen vis uitgezet worden en er mogen geen eenden/ganzen in gehouden of gelokt worden; De oever van de poel is begroeid met inheemse plantensoorten met een bedekking van minimaal 75%. Schoningswerkzaamheden verrichten in de periode tussen 1 september en 15 oktober.
Knotbomen (6 stuks): Het landschapselement ‘Amfibieënpoel’ valt onder het landschapspakket L9B (STIKA). Een knotboom is een inheemse loofboom, waarvan de stam periodiek op een hoogte van minimaal 1,5 meter boven maaiveld wordt afgezet (geknot) en als solitair, in een groep of rij voorkomt op of langs landbouwgronden. Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer: De boom wordt periodiek geknot; knotwilgen en knotpopulieren minimaal 1 maal per 5 jaar en andere knotbomen minimaal 1 maal per 8 jaar. Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Schade aan stammen van bomen door vraat wordt voorkomen; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart. Soort Latijnse naam
Nederlandse naam
Salix alba
Schietwilg
-9-
maat
Aantal
16-18
6
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - NATTESTRAAT 10 EN 12 - OUDENBOSCH
Landschappelijke inpassing
nr.10 Loods
Te realiseren Amfibieënpoel
nr.12
Te realiseren Knotbomen
Te realiseren Landschapsbomen 3 stuks Schaal 1:1000
-10-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - NATTESTRAAT 10 EN 12 - OUDENBOSCH
Te realiseren Knip- Scheerheg 98M
Nattestraat
Te realiseren Klein bosje 1000M²
Beheerplan:
Beheerplan Landschappelijke inpassing
Het beheer van de landschappelijke elementen worden volgens de normen van het STIKA (Stimuleringskader) Noord- Brabant uitgevoerd. Hieronder wordt het streefbeeld en beheer per landschapelement toegelicht. Knip- scheerhaag: In de periode 1 juni tot en met 15 maart, wordt de knip-scheerhaag ieder jaar geschoren. Daarbij wordt gelet op de volgende punten: -
Strakke lijnen snoeien op gewenste hoogte en breedte van het element. Toppen om een dichte structuur van de haag te creëren.
Landschapsbomen als solitair of in bomenrij: Na het broedseizoen tussen 1 aug en 15 maart wordt dit element gesnoeid om de gewenste vorm te bereiken. Daarbij wordt gelet op de volgende punten. -
Het verwijderen van waterloten, zuigers, plakoksels en kruisende(schurende) takken. Begeleidingssnoei Kronen tot gewenste stamhoogte.
Amfibieënpoel: In de periode 1 september tot en met 15 maart, wordt de amfibieënpoel ieder jaar opgeschoond. Daarbij wordt gelet op de volgende punten: -
behouden bestaande levende flora/fauna.
Klein bosje: Minimaal één keer per twee jaar in de periode 1 november tot 15 maart wordt dit element onderhouden. Daarbij wordt gelet op de volgende punten: -
Het verwijderen van zaailingen, afleggers, worteluitlopers en ongewenste woekeraars. Begeleidingssnoei van bomen en heesters. Dunnen van het element ter bevordering van de groeiontwikkeling.
Knotboom: Eens in de vijf jaar moet in de periode 1 november tot en met 15 maart, de wilgentenen teruggesnoeid worden op de knot. Daarbij wordt gelet op de volgende punten: - Nette rechte zaagwonden. - Knot blad en zand vrijmaken
-11-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - NATTESTRAAT 10 EN 12 - OUDENBOSCH
Foto’s referentiebeelden
Landschappelijke inpassing
-12-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - NATTESTRAAT 10 EN 12 - OUDENBOSCH
Verantwoording kwaliteitsverbetering van het landschap Elk landschapspakket heeft zijn eigen normbedrag voor het aanleggen en beheersbijdrage voor onderhoud van het landschapspakket. Op de locatie Nattestraat 12 is één landschapspakket aanwezig en vijf landschapspakketten worden gerealiseerd. Daarbij staat wat het normbedrag per eenheid is, dat geeft de totale vergoeding van de aanleg. De beheersbijdrage per eenheid en het aantal, lengte of oppervlakte de totale vergoeding onderhoud. Deze twee bedragen plus de waardevermindering geeft de compensatie vergoeding totaal aan.
Uit de waardenberekening van Nattestraat 10 en 12 blijkt dat er een kwaliteitswinst behaald wordt van € 3935.36. Deze kwaliteitswinst kan gezien worden als extra investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap Zie tabel hieronder: Berekening kwaliteitsberekening van het landschap Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch Waardeverandering
9-mrt-22 aantal
eenheid
m² m² m²
€ €
25,00 5,00
25 5
Totaal
11020 1413 12433
€ € €
275.500,00 7.065,00 282.565,00
m² m² m² m² m² m² m²
€ € € € € €
25,00 5,00 250,00 125,00 50,00 1,00
25 5 250 125 50 1
Totaal
6310 1472 500 500 1852 1799 12433
€ € € € € € €
157.750,00 7.360,00 125.000,00 62.500,00 92.600,00 1.799,00 447.009,00
€
164.444,00
€
32.888,80 =
€
13.625,00
€ € € € € €
1.383,60 3.917,90 360,90 194,00 1.797,32 229,32
Aankoop beplanting
€
13.816,12
Overig Opstellen landschapsplan
€
1.500,00
€
36.824,16 =
Waarde bestaand Argrarisch bouwvlak tot 1,5 ha Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Waarde nieuw Agrarisch bouwvlak tot 1,5 ha Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Wonen 0 - 500 m² Wonen 500 - 1000 m² Wonen > 1000 m² Groen - landschapselement
€/eenheid
basisinspanning
Waardeverandering Minimale basisinspanning
Investering in het landschap
20%
Lengte
Te slopen Te slopen bebouwing Landschapspaketten L5: Klein bosje L11B: Amfibieënpoel L8: Landschapsboom 20-60 L8: landschapsboom 60 >+ bestaand L7: Knip- scheerheg L9: Knotbomen
Aantal m² Aantal m³
Aantal
545
64
98
1000 400
660 600 3 2 392 6
Vergoeding aanleg
Totale vergoeding
€
25,00
€ € €
1,66 € 5,51 € 64,90 €
€ €
1,66 € 11,42 €
Onderhoud
1.095,60 € 3.306,00 € 194,70 € € 650,72 € 68,52 €
2,88 61,19 5,54 9,70 1,17 2,68
per poel per jr. per boom per jr. per boom per jr. per mtr. per jr. per boom per jr.
€ € € € € €
288,00 611,90 166,20 194,00 1.146,60 160,80
inverstering Kwaliteitswinst
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - NATTESTRAAT 10 EN 12 - OUDENBOSCH
32.888,80 +
€
36.824,16 -
€ € €
32.888,80 36.824,16 3.935,36-
Vergoeding onderhoud (10 jr)
Minimale basisinspanning
-13-
€
Bijlagen Offerte beplanting
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
2. Staat van bedrijfsactiviteiten
Bestemmingsplan regels 191830 | 12-07-2022
Staat van Bedrijfsactiviteiten
SBI-1993
SBI-2008
VOLGNR OMSCHRIJVING
01
01
-
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW
014
016
0
Dienstverlening t.b.v. de landbouw:
014
016
1
- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m²
3.1
014
016
2
2
014
016
3
3.1
014
016
4
- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m²
0142
0162
KI-stations
2
05
03
0501.1
0311
Zeevisserijbedrijven
0501.2
0312
Binnenvisserijbedrijven
0502
032
0
Vis- en schaaldierkwekerijen
0502
032
1
- oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven
3.2
0502
032
2
3.1
15
10, 11
-
- visteeltbedrijven VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN
151
101, 102
0
Slachterijen en overige vleesverwerking:
151
101, 102
1
- slachterijen en pluimveeslachterijen
151
101
2
- vetsmelterijen
151
101
3
151
101
4
151
101
5
151
101
6
- bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1.000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1.000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m²
151
101, 102
7
- loonslachterijen
3.1 3.1
-
RISICO
CATEGORIE
2
VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN R
3.2 3.1
R
3.2 5.2
R
4.2
R
3.2 3.1 3.1
151
108
8
- vervaardiging van snacks en vervaardiging van kanten-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m²
152
102
0
Visverwerkingsbedrijven:
152
102
1
- drogen
5.2
152
102
2
- conserveren
4.1
152
102
3
- roken
4.2
152
102
4
- verwerken anderszins: p.o.> 1.000 m²
4.2
152
102
5
- verwerken anderszins: p.o. <= 1.000 m²
3.2
152
102
6
- verwerken anderszins: p.o. <= 300 m²
3.1
1531
1031
0
Aardappelprodukten fabrieken:
1531
1031
1
- vervaardiging van aardappelproducten
R
4.2
1531
1031
2
- vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m²
R
3.1
1532, 1533
1032, 1039
0
Groente- en fruitconservenfabrieken:
1532, 1533
1032, 1039
1
- jam
3.2
Croonen Adviseurs
1
1532, 1533
1032, 1039
2
- groente algemeen
3.2
1532, 1533
1032, 1039
3
- met koolsoorten
3.2
1532, 1533
1032, 1039
4
- met drogerijen
4.2
1532, 1533
1032, 1039
5
4.2
1541
104101
0
- met uienconservering (zoutinleggerij) Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten:
1541
104101
1
- p.c. < 250.000 t/j
R
4.1
1541
104101
2
- p.c. >= 250.000 t/j
R
4.2
1542
104102
0
Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten:
1542
104102
1
- p.c. < 250.000 t/j
R
4.1
1542
104102
2
- p.c. >= 250.000 t/j
R
4.2
1543
1042
0
Margarinefabrieken:
1543
1042
1
- p.c. < 250.000 t/j
R
4.1
1543
1042
2
- p.c. >= 250.000 t/j
R
4.2
1551
1051
0
Zuivelprodukten fabrieken:
1551
1051
1
- gedroogde produkten, p.c. >= 1,5 t/u
R
5.1
1551
1051
2
- geconcentreerde produkten, verdamp. cap. >=20 t/u
R
5.1
1551
1051
3
- melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j
R
3.2
1551
1051
4
- melkprodukten fabrieken v.c. >= 55.000 t/j
R
4.2
1551
1051
5
- overige zuivelprodukten fabrieken
R
4.2
1552
1052
0
Consumptie-ijsfabrieken:
1552
1052
1
- consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m²
R
3.2
1552
1052
2
- consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m²
1561
1061
0
Meelfabrieken:
1561
1061
1
- p.c. >= 500 t/u
R
1561
1061
2
- p.c. < 500 t/u
R
1561
1061
1562
1062
0
Zetmeelfabrieken:
1562
1062
1
- p.c. < 10 t/u
R
4.1
1562
1062
2
- p.c. >= 10 t/u
R
4.2
1571
1091
0
Veevoerfabrieken:
1571
1091
1
- destructiebedrijven
1571
1091
2
1571
1091
3
1571
1091
4
- beender-, veren-, vis-, en vleesmeelfabriek - drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. < 10 t/u water - drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. >= 10 t/u water
1571
1091
5
- mengvoeder, p.c. < 100 t/u
1571
1091
6
- mengvoeder, p.c. >= 100 t/u
1572
1092
1581
1071
0
1581
1071
1
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van chargeovens
2
1581
1071
2
- v.c. >= 7500 kg meel/week
3.2
1582
1072
Banket, biscuit- en koekfabrieken
3.2
1583
1081
0
Suikerfabrieken:
1583
1081
1
- v.c. < 2.500 t/j
R
5.1
1583
1081
2
R
5.3
1584
10821
0
- v.c. >= 2.500 t/j Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
2
Grutterswarenfabrieken
2
4.1 4.1
5.2 R
5.2 4.2 5.2 4.1
R
Vervaardiging van voer voor huisdieren
Croonen Adviseurs
4.2
4.2 4.1
1584 1584
10821 10821
1
- cacao- en chocoladefabrieken: p.o. > 2.000 m²
2
- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m²
R
5.1 3.2
- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m²
2
1584
10821
3
1584
10821
4
1584
10821
5
1584
10821
6
- Suikerwerkfabrieken met suiker branden - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m²
1585
1073
1586
1083
0
Koffiebranderijen en theepakkerijen:
1586
1083
1
- koffiebranderijen
5.1
1586
1083
2
- theepakkerijen
3.2
1587
108401
Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden
4.1
1589
1089
Vervaardiging van overige voedingsmiddelen
1589.1
1089
Bakkerijgrondstoffenfabrieken
1589.2
1089
0
Soep- en soeparomafabrieken:
1589.2
1089
1
- zonder poederdrogen
1589.2
1089
2
- met poederdrogen
R
4.2
R
3.2 2
Deegwarenfabrieken
3.1
4.1 R
4.1 3.2
R
4.2
1589.2
1089
Bakmeel- en puddingpoederfabrieken
4.1
1591
110101
Destilleerderijen en likeurstokerijen
4.2
1592
110102
0
Vervaardiging van ethylalcohol door gisting:
1592
110102
1
- p.c. < 5.000 t/j
R
4.1
1592
110102
2
- p.c. >= 5.000 t/j
R
4.2
1593 t/m 1595
1102 t/m 1104
Vervaardiging van wijn, cider e.d.
1596
1105
Bierbrouwerijen
R
4.2
1597
1106
Mouterijen
1598
1107
Mineraalwater- en frisdrankfabrieken
R
3.2
16
12
160
120
17
13
171
131
172
-
2 4.2
VERWERKING VAN TABAK Tabakverwerkende industrie
4.1
-
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL
132
0
Weven van textiel:
172
132
1
- aantal weefgetouwen < 50
3.2
172
132
2
- aantal weefgetouwen >= 50
4.2
Bewerken en spinnen van textielvezels
3.2
173
133
Textielveredelingsbedrijven
3.1
174, 175
139
Vervaardiging van textielwaren
3.1
1751
1393
4.1
176, 177
139, 143
Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen
18
14
-
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT
181
141
3.1
182
141
183
142, 151
19
15
-
Vervaardiging kleding van leer Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING)
191
151,152
Lederfabrieken
4.2
192
151
Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel)
3.1
193
152
Schoenenfabrieken
3.1
Croonen Adviseurs
3
3.1
2 3.1
-
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.
16102
0
Houtconserveringsbedrijven:
2010.2
16102
1
- met creosootolie
4.1
2010.2
16102
2
- met zoutoplossingen
3.1
202 203, 204, 205
1621
3.2
162
0
Fineer- en plaatmaterialenfabrieken Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout
203, 204, 205
162
1
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m²
205
162902 -
Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN
20
16
2010.1
16101
2010.2
Houtzagerijen
21
17
2111
1711
2112
1712
0
Papier- en kartonfabrieken:
2112
1712
1
2112
1712
2112
1712
Vervaardiging van pulp
R
3.2
3.2 3.1 2
R
4.1
- p.c. < 3 t/u
R
3.1
2
- p.c. 3 - 15 t/u
R
4.1
3
- p.c. >= 15 t/u
R
4.2
Papier- en kartonwarenfabrieken
R
3.2
212
172
2121.2
17212
0
Golfkartonfabrieken:
2121.2
17212
1
- p.c. < 3 t/u
R
3.2
2121.2
17212
2
- p.c. >= 3 t/u
R
4.1
-
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA
22
58
221
581
Uitgeverijen (kantoren)
1
2221
1811
Drukkerijen van dagbladen
3.2
2222
1812
Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen)
3.2
2222.6
18129
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
2
2223
1814
A
Grafische afwerking
1
2223
1814
B
Binderijen
2
2224
1813
Grafische reproduktie en zetten
2
2225
1814
Overige grafische aktiviteiten
2
223
182
Reproduktiebedrijven opgenomen media
1
19
AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN
23
-
231
191
Cokesfabrieken
R
5.3
2320.1
19201
Aardolieraffinaderijen
R
6
2320.2
19202
A
Smeeroliën- en vettenfabrieken
R
3.2
2320.2
19202
B
Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie
R
4.2
2320.2
19202
C
Aardolieproduktenfabrieken n.e.g.
R
4.2
233
201, 212, 244
24
20
-
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN
Splijt- en kweekstoffenbewerkingsbedrijven
2411
2011
0
Vervaardiging van industriële gassen:
2411
2011
1
- luchtscheidingsinstallatie v.c. >= 10 t/d lucht
R
2411
2011
2
- overige gassenfabrieken, niet explosief
R
5.1
2411
2011
3
- overige gassenfabrieken, explosief
R
5.1
2412
2012
Kleur- en verfstoffenfabrieken
R
4.1
2413
2012
0
Anorg. chemische grondstoffenfabrieken:
2413
2012
1
- niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn"
R
4.2
2413
2012
2
- vallend onder "post-Seveso-richtlijn"
R
5.2
Croonen Adviseurs 4
6
5.2
2414.1
20141
A0
Organ. chemische grondstoffenfabrieken:
2414.1
20141
A1
- niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn"
R
4.2
2414.1
20141
A2
- vallend onder "post-Seveso-richtlijn"
R
5.3
2414.1
20141
B0
Methanolfabrieken:
2414.1
20141
B1
- p.c. < 100.000 t/j
R
4.1
2414.1
20141
B2
- p.c. >= 100.000 t/j
R
4.2
2414.2
20149
0
Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synth.):
2414.2
20149
1
- p.c. < 50.000 t/j
R
4.2
2414.2
20149
2
- p.c. >= 50.000 t/j
R
5.1
2415
2015
Kunstmeststoffenfabrieken
R
5.1
2416
2016
Kunstharsenfabrieken e.d.
R
5.2
242
202
0
Landbouwchemicaliënfabrieken:
242
202
1
- fabricage
R
5.3
242
202
2
- formulering en afvullen
R
5.1
Verf, lak en vernisfabrieken
R
4.2
243
203
2441
2110
0
Farmaceutische grondstoffenfabrieken:
2441
2110
1
- p.c. < 1.000 t/j
R
4.2
2441
2110
2
- p.c. >= 1.000 t/j
R
5.1
2442
2120
0
Farmaceutische produktenfabrieken:
2442
2120
1
- formulering en afvullen geneesmiddelen
R
3.1
2442
2120
2
- verbandmiddelenfabrieken
2451
2041
Zeep-, was- en reinigingsmiddelenfabrieken
R
4.2
2452
2042
Parfumerie- en cosmeticafabrieken
R
4.2
2461
2051
Kruit-, vuurwerk-, en springstoffenfabrieken
V
5.3
2462
2052
0
Lijm- en plakmiddelenfabrieken:
2462
2052
1
- zonder dierlijke grondstoffen
2462
2052
2
- met dierlijke grondstoffen
2464
205902
2466
205903
2466
205903
247
2060
25
22
VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF
2511
221101
2512
221102
0
Loopvlakvernieuwingsbedrijven:
2512
221102
1
- vloeropp. < 100 m²
2512
221102
2
- vloeropp. >= 100 m²
R
4.1
2513
2219
Rubber-artikelenfabrieken
R
3.2
252
222
0
Kunststofverwerkende bedrijven:
252
222
1
- zonder fenolharsen
R
4.1
252
222
2
- met fenolharsen
R
4.2
2
3.2 5.1
Fotochemische produktenfabrieken
R
3.2
A
Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken
R
3.1
B
Overige chemische produktenfabrieken n.e.g.
R
4.1
Kunstmatige synthetische garen- en vezelfabrieken
R
4.2
R
4.2
-
Rubberbandenfabrieken
252
222
3
- productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen
26
23
-
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN
261
231
0
Glasfabrieken:
261
231
1
- glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j
261
231
2
- glas en glasprodukten, p.c. >= 5.000 t/j
261
231
3
- glaswol en glasvezels, p.c.< 5.000 t/j
261
231
4
- glaswol en glasvezels, p.c. >= 5.000 t/j
Croonen Adviseurs
5
3.1
3.1
3.2 R
4.2
R
5.1
4.2
2615
231
262, 263
232, 234
0
Aardewerkfabrieken:
Glasbewerkingsbedrijven
3.1
262, 263
232, 234
1
- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW
262, 263
232, 234
2
- vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW
3.2
264
233
A
Baksteen en baksteenelementenfabrieken
4.1
264
233
B
Dakpannenfabrieken
2651
2351
0
Cementfabrieken:
2651
2351
1
2651
2351
2
2652
235201
0
Kalkfabrieken:
2652
235201
1
2652
235201
2
2653
235202
0
Gipsfabrieken:
2653
235202
1
2653
235202
2661.1
23611
2661.1
2
R
4.1
- p.c. < 100.000 t/j
R
5.1
- p.c. >= 100.000 t/j
R
5.3
- p.c. < 100.000 t/j
R
4.1
- p.c. >= 100.000 t/j
R
5.1
- p.c. < 100.000 t/j
R
4.1
2
- p.c. >= 100.000 t/j
R
5.1
0
Betonwarenfabrieken:
23611
1
- zonder persen, triltafels en bekistingtrille
2661.1
23611
2
- met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. < 100 t/d
4.2
2661.1
23611
3
- met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. >= 100 t/d
5.2
4.1
2661.2
23612
0
Kalkzandsteenfabrieken:
2661.2
23612
1
- p.c. < 100.000 t/j
2661.2
23612
2
2662
2362
2663, 2664
2363, 2364
0
Betonmortelcentrales:
2663, 2664
2363, 2364
1
- p.c. < 100 t/u
3.2
2663, 2664
2363, 2364
2
4.2
2665, 2666
2365, 2369
0
- p.c. >= 100 t/u Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en gips:
2665, 2666
2365, 2369
1
- p.c. < 100 t/d
R
3.2
2665, 2666
2365, 2369
2
- p.c. >= 100 t/d
R
4.2
267
237
0
Natuursteenbewerkingsbedrijven:
267
237
1
- zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m²
3.2
267
237
2
- zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m²
3.1
267
237
3
- met breken, zeven of drogen, v.c. < 100.000 t/j
4.2
267
237
4
- met breken, zeven of drogen, v.c. >= 100.000 t/j
5.2
2681
2391
Slijp- en polijstmiddelen fabrieken
3.1
2682
2399
A0
Bitumineuze materialenfabrieken:
2682
2399
A1
- p.c. < 100 t/u
4.2
2682
2399
A2
- p.c. >= 100 t/u
5.1
2682
2399
B0
Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol):
2682
2399
B1
- steenwol, p.c. >= 5.000 t/j
2682
2399
B2
- overige isolatiematerialen
4.1
2682
2399
C
Minerale produktenfabrieken n.e.g.
3.2
2682
2399
2682
2399
D0
- asfaltcentrales: p.c.< 100 ton/uur
4.1
2682
2399
D1
- asfaltcentrales, p.c. >= 100 ton/uur
4.2
27
24
-
VERVAARDIGING VAN METALEN
271
241
0
Ruwijzer- en staalfabrieken:
271
241
1
- p.c. < 1.000 t/j
3.2
- p.c. >= 100.000 t/j
4.2
Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken
3.2
4.2
Asfaltcentrales:
Croonen Adviseurs 6
R
5.2
271
241
2
- p.c. >= 1.000 t/j
272
245
0
IJzeren- en stalenbuizenfabrieken:
272
245
1
- p.o. < 2.000 m²
272
245
2
273
243
0
- p.o. >= 2.000 m² Draadtrekkerijen, koudbandwalserijen en profielzetterijen:
273
243
1
- p.o. < 2.000 m²
273
243
2
- p.o. >= 2.000 m²
274
244
A0
Non-ferro-metaalfabrieken:
274
244
A1
274
244
274
244
274 274
R
6 5.1
R
5.3
4.2 R
5.2
- p.c. < 1.000 t/j
R
4.2
A2
- p.c. >= 1.000 t/j
R
5.2
B0
Non-ferro-metaalwalserijen, -trekkerijen e.d.:
244
B1
- p.o. < 2.000 m²
R
5.1
244
B2
- p.o. >= 2.000 m²
R
5.3
2751, 2752
2451, 2452
0
IJzer- en staalgieterijen/ -smelterijen:
2751, 2752
2451, 2452
1
- p.c. < 4.000 t/j
R
4.2
2751, 2752
2451, 2452
2
- p.c. >= 4.000 t/j
R
5.1
2753, 2754
2453, 2454
0
Non-ferro-metaalgieterijen/ -smelterijen:
2753, 2754
2453, 2454
1
- p.c. < 4.000 t/j
R
4.2
2753, 2754
2453, 2454
2
- p.c. >= 4.000 t/j
R
5.1
28
25, 31
-
VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.)
281
251, 331
0
Constructiewerkplaatsen
281
251, 331
1
- gesloten gebouw, p.o. >= 200 m²
3.2
281
251, 331
1a
- gesloten gebouw, p.o. < 200 m²
3.1
281
251, 331
2
- in open lucht, p.o. < 2.000 m²
4.1
281
251, 331
3
- in open lucht, p.o. >= 2.000 m²
4.2
2821
2529, 3311
0
Tank- en reservoirbouwbedrijven:
2821
2529, 3311
1
- p.o. < 2.000 m²
R
4.2
2821
2
- p.o. >= 2.000 m² Vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels
R
5.1
2822, 2830
2529, 3311 2521, 2530, 3311
284
255, 331
A
284
255, 331
B
284
255, 331