Raadsvoorstel Wijziging Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden.pdf
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Zaaknummer
759956
Contactpersoon
Raadsvergadering d.d. 13 maart 2025
Commissie
Portefeuillehouder
Telefoonnummer
Burgemeester
Saskia Schelvis
0165-390500
Onderwerp Wijziging Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Samenvatting Op 1 januari 2019 is het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling decentrale politieke ambtsdragers in werking getreden. Door een wijziging in de Gemeentewet begin 2023 is zowel het besluit als de regeling inhoudelijk aangepast. Deze aanpassing, samen met twee circulaires die verschenen zijn, maakt een wijziging van de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden nodig. Het college van burgemeester en wethouders stelt voor een nieuwe Verordening rechtspositie raads- en commissieleden vast te stellen. Deze is gebaseerd op het model van de Verenging van Nederlandse Gemeenten en is aangepast aan de situatie van Halderberge.
Inleiding & beeldvorming Op 1 januari 2019 is het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling decentrale politieke ambtsdragers in werking getreden. De Gemeentewet maakt het mogelijk dat de raad een verordening vaststelt, waarin de verstrekking van secundaire voorzieningen aan raadsleden wordt geregeld. Op 24 oktober 2019 heeft uw raad de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Halderberge vastgesteld (bijlage 2). Jaarlijks past het rijk -via circulaires- het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers aan. Met name om de bedragen te indexeren. Begin 2023 zijn, in verband met een wijziging van de Gemeentewet, de bepalingen die zien op dienstreizen buiten de gemeente in het besluit en de regeling inhoudelijk aangepast. Dit heeft tot een aanpassing geleid in de Model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). In de Model Verordening zijn ook enkele technische aanpassingen verwerkt die volgen uit twee ministeriële circulaires. Zie hiervoor ook de ledenbrief van de VNG (bijlage 1). De aanpassingen in de Model Verordening zijn verwerkt in bijgaand voorstel om een gewijzigde Verordening rechtspositie raads- en commissieleden vast te stellen.
1 van 9
Voor de rechtspositie van burgemeester en de wethouders geldt een regeling. De VNG heeft ook wijzigingen in de Model Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders doorgevoerd. In de collegevergadering van 4 februari 2025 stelden wij de nieuwe Regeling Rechtspositie burgemeester en wethouders vast. Doelstelling Met de vaststelling van de nieuwe verordening voldoet de rechtspositie van de raads- en commissieleden van Halderberge aan het Rechtspositiebesluit, de Regeling decentrale ambtsdragers en de circulaires. Overwegingen In dit voorstel wordt de model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden van de VNG toegelicht. Vervolgens doen wij uw raad een voorstel om een nieuwe verordening vast te stellen. In bijlage 3 is een was-wordt-tabel opgenomen. Model verordening Vanaf 1 januari 2019 zijn het Rechtspositiebesluit en de Regeling in werking getreden. Deze bevatten regels over de rechtspositie van, onder andere burgemeester, wethouders, raads- en commissieleden. Het Rechtspositiebesluit is dwingendrechtelijk vastgesteld. Dat betekent dat buiten dit besluit geen andere voorzieningen zijn toegestaan. Om deze reden kan op lokaal niveau een beperkt aantal zaken nader geregeld en/of ingevuld worden. In de modelverordening zijn alleen de bepalingen opgenomen die niet dwingend geregeld zijn in hogere wet- en regelgeving.
Vanuit de VNG is voor deze zaken een modelverordening opgesteld welke gemeenten kunnen gebruiken als basis. Het voordeel van een lokale verordening en regelingen is dat deze zijn opgesteld door ervaren wetgevingsspecialisten. Ons college maakt bij het opstellen van verordeningen zo veel mogelijk gebruik van de VNG modellen. Waarbij getoetst wordt of het model voldoende aansluit bij Halderberge. Met de ledenbrief van 6 februari 2024 biedt de VNG een model Verordening rechtspositie raadsen commissieleden met artikelsgewijze toelichting aan (bijlage 4).Onderstaand wordt per artikel aangegeven of dit artikel in de Model Verordening van de VNG gewijzigd is ten opzichte van de door u vastgestelde Verordening rechtspositie raads- en commissieleden op 24 oktober 2019. Als er sprake is van een wijziging doen wij voor dat artikel een voorstel om dat over te nemen, niet over te nemen of eventueel gewijzigd over te nemen. Gemeente Halderberge kent burgercommissieleden. Voor burgercommissieleden gelden niet volledig dezelfde regels voor de rechtspositie als voor raadsleden. Ons voorstel is om voor burgercommissieleden de artikelen 4, 9, 10, 11 en 12 van toepassing te laten zijn. Artikel 1 Definitiebepalingen Dit artikel is niet gewijzigd. Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden Dit artikel wordt binnen Halderberge niet gebruikt. Artikel 3.
Toelage lid onderzoekscommissie en bijzondere commissie Dit artikel is niet inhoudelijk gewijzigd. Artikel 4. Reis- en verblijfskosten raads- en commissieleden In dit artikel wordt geregeld dat raads- en commissieleden voor reizen, gemaakt voor de uitoefe-
2 van 9
ning van de functie, de reis- en eventuele verblijfskosten vergoed krijgen. Dit geldt voor reizen binnen de gemeente, buiten de gemeente en ook voor eventuele buitenlandse dienstreizen. Waarbij de naar redelijkheid gemaakte reis- en verblijfskosten, die door of vanwege de gemeente zijn georganiseerd, voor vergoeding in aanmerking komen. In de huidige lokale verordening was dit artikel gericht op reizen buiten de gemeente. Wij stellen voor de wijzigingen over te nemen. Voor de wijze van declareren kan gebruik gemaakt worden van het systeem dat de werknemers gebruiken. Artikel 5. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden Dit artikel is niet gewijzigd. Artikel 6. Loopbaanoriëntatie raadsleden Dit artikel is inhoudelijk niet gewijzigd. Artikel 7. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden Dit artikel is niet gewijzigd. Artikel 8. Verhoging vergoeding commissieleden (niet raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen in verband met bijzondere deskundigheid of zware taak. Dit artikel is binnen Halderberge niet van toepassing. Artikel 9. Informatie- en communicatievoorzieningen Dit artikel vormt de uitwerking over het beschikbaar stellen van informatie- en communicatievoorziening zoals deze in het besluit en de regeling is opgenomen.
Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt verstaan een smartphone en/of een computer met daarbij behorende abonnementen. Deze informatie- en communicatievoorzieningen komen ten laste van de gemeente. In een circulaire van 29 maart 2022 is bepaald dat de gemeente de informatie- en communicatievoorzieningen uitsluitend in bruikleen ter beschikking stelt. Dit omdat het noodzakelijke gereedschap is voor het vervullen van de politieke functie. Vanuit het fiscale noodzakelijkheidscriterium wordt vereist dat deze voorzieningen bij aftreden of ontslag weer worden ingeleverd bij de gemeente. De gemeente moet de voorziening, volgens de Baseline Informatievoorziening Overheid (BIO), opschonen om het risico op datalekken zo veel mogelijk te voorkomen. De gemeente bepaald vervolgens of het de desbetreffende voorziening wil hergebruiken of wil afstoten. Bij de inwerkingtreding van het Rechtspositiebesluit in 2019 was de mogelijkheid tot overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na het einde van de ambtsperiode niet mogelijk. In de circulaire van 29 maart 2022 is bepaald dat bij aftreden of ontslag de informatie- en communicatievoorzieningen die ter beschikking waren gesteld overgenomen kunnen worden mits voldaan is aan de volgende drie voorwaarden: 1. De gemeente besluit de desbetreffende voorziening af te stoten. 2.
De voorziening is vanuit de gemeente opgeschoond met speciale software (conform BIO). 3. Betrokkene betaald de resterende waarde in het economisch verkeer van de betreffende voorziening. Op dit moment hebben raads- en burgercommissieleden de beschikking over ICT voorzieningen om digitaal te vergaderen. Dat zijn een IPad of een laptop. Bij aftreden of ontslag wordt voor de IPad vanuit de gemeente bepaald, op basis van de levensduur van de desbetreffende voorziening, of deze afgestoten wordt en/of dat de mogelijkheid geboden kan worden deze over te nemen. Bij overname worden de vereiste voorwaarden vanuit de wetgeving aangehouden. De laptop wordt op dit moment als volledig beheerd -zakelijk- apparaat ter beschikking gesteld, welke na aftreden en/of ontslag wordt ingeleverd bij de gemeente voor opschoning en hergebruik. 3 van 9
Wij stellen voor om de smartphone, na de raadsverkiezingen van 2026, ter beschikking te stellen aan raads- en burgercommissieleden die dit wensen. De smartphone wordt, net als de laptop, als volledig beheerd -zakelijk- toestel ter beschikking gesteld. Waarbij vanuit veiligheidsoverwegingen en goede beheersbaarheid geen keuzemogelijkheden gegeven worden voor het type apparaat. Op basis van de circulaire en de lokale afspraken is dit artikel aangepast in de nieuwe Verordening. Wij stellen voor deze nieuwe bepaling over te nemen. Artikel 10. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel Dit artikel is niet gewijzigd. Artikel 11. Betaling vaste vergoedingen en artikel 14 Inwerkingtreding Dit artikel regelt wanneer commissieleden de in het Rechtspositiebesluit vastgestelde vergoeding ontvangen. Dit betreft de vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen. In de vergadering van 14 maart 2024 heeft uw raad, naar aanleiding van een circulaire van december 2023, besloten burgercommissieleden een maandelijkse vrijwilligersvergoeding te verstrekken, ongeacht het aantal vergaderingen dat wordt bijgewoond. Op 25 september 2024 ontvingen wij van het ministerie een toelichting op de commissievergoedingen. Hieruit blijkt dat enkel een presentievergoeding conform het rechtspositiebesluit gegeven kan worden.
De aangehaalde vrijwilligersvergoeding vormt geen alternatief voor de presentievergoeding, maar is niet meer dan een aanduiding van het bedrag dat jaarlijks onbelast mag worden verstrekt; een fiscaal voordeel. Op 13 november 2024 heeft het Seniorenconvent aangegeven de huidige regeling voort te willen zetten tot aan de verkiezingen 2026. Wij hebben de datum van inwerkingtreding van de nieuwe bepaling daarom bepaald op de dag van het aantreden van de nieuwe raad. Tot die tijd blijft de huidige regeling van kracht. Artikel 12. Betaling en declaratie van onkosten Dit artikel regelt de wijze waarop raads- en commissieleden onkosten kunnen declareren. De betaling van onkosten kan worden voorgeschoten uit eigen middelen en later gedeclareerd worden of de factuur wordt rechtstreeks aan de gemeente verstuurd. In de nieuwe verordening is een verduidelijking opgenomen waaruit volgt dat bewijsstukken van vergoedingen waar sprake is van een forfaitair bedrag niet nodig zijn. Wij stellen voor deze wijziging over te nemen, met uitzondering van het bepaalde in lid 1, sub c, omdat voor raads- en commissieleden geen gemeente creditcard beschikbaar is. Wij hebben de bepalingen uit de VNG modelverordening, met inachtneming van onze opmerkingen, verwerkt in een ontwerpverordening die wij ter vaststelling aanbieden aan uw raad.
In de bijlage treft u een overzicht aan van de verschillen tussen de oude en nieuwe verordening (bijlage 3). Risico's Aan dit besluit zijn geen bijzondere risico’s verbonden. Financiële gevolgen De financiële gevolgen van de wijziging van de verordening rechtspositie raads- en commissieleden betreft de kosten voor aanschaf en gebruik van mobiele telefoons. Voor de aanschaf van de mobiele telefoons wordt het bestaande investeringskrediet voor telefoons op het 4 van 9
investeringsprogramma 2026 met € 18.100 verhoogd. Dit betekent een extra kapitaallast vanaf 2027 van ca. € 6.300 per jaar. Daarnaast stijgen de abonnementskosten met ca. € 6.250 per jaar vanaf 2026. Dit wordt meegenomen in de Zomernota 2025. Duurzaamheid n.v.t. Burger-& overheidsparticipatie Dit voorstel leent zich niet voor burger- of overheidsparticipatie. Communicatie Als uw raad de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden vaststelt, maken wij deze op de gebruikelijke wijze bekend via Overheid.nl. Vervolg De nieuwe verordening wordt opgenomen in de digitale informatiemap raadsleden. Voorstel Wij stellen u voor: 1. de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden, zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 24 oktober 2019, in te trekken; 2. de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Halderberge vast te stellen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge.
Bijlagen: 1. Ledenbrief wijziging verordening rechtspositie raads- en commissieleden en Model Regeling rechtspositie burgemeester en raadsleden 2. Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Halderberge 2019 3. Was wordt-tabel wijziging model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 4. Model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden VNG en artikelsgewijze toelichting
5 van 9
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 04 februari 2025; gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid; 96, eerste en tweede lid; 97; 98 en 99 van de Gemeentewet; gelet op het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; BESLUIT: 1. de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Halderberge, zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 24 oktober 2019, in te trekken; 2. de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Halderberge vast te stellen.
Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Halderberge Artikel 1 Definitiebepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissielid: lid van een commissie als bedoelt in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. b. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. c. raadslid: lid van de gemeenteraad. Artikel 2. (niet gebruikt) Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie 1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van € 153,33 per maand (De toelage is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers). 2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van maximaal € 153,33 per maand.
6 van 9
Artikel 4. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden 1. Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed: a.de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten; 2. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 3. Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld. 4. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed. Artikel 5. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden 1.
Een raadslid wordt eenmaal per jaar een bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand,, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet. Artikel 6. (niet gebruikt) Artikel 7. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. De raad beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken. Artikel 8. (niet gebruikt) Artikel 9. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1.
Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
7 van 9
2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorziening IPad is, na de periodieke raadsverkiezing, na opschoning mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer door een raads- of commissielid. Artikel 10. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964. Artikel 11.
Betaling vaste vergoedingen Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering. Artikel 12. Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur of b. betaling vooruit uit eigen middelen. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 3 maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier. 4.
Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 2 maanden na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt. Artikel 13. Intrekking oude verordening De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden, zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 24 oktober 2019, wordt ingetrokken. Artikel 14. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking ervan met dien verstande dat artikel 11 in werking treedt op de dag waarop de raad na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 voor de eerste maal in nieuwe samenstelling vergadert.
8 van 9
Artikel 15. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Halderberge. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Halderberge op 13 maart 2025,
de griffier,
de voorzitter,
drs. A. Koenen
drs. A. Mulder
9 van 9