CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Verordening maatschappelijke ondersteuning.pdf

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 11: Voorstel Verordeningen en regelingen voor de gemeentelijke heffingen in 20267.196 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL

Zaaknummer

1255850

Contactpersoon

Eefke Hendrickx / Irene Kavelaars

Raadsvergadering d.d. 11 december 2025

Commissie

SM&V

Portefeuillehouder

Telefoonnummer

Patrick Schouw, wethouder

Onderwerp Verordening maatschappelijke ondersteuning Samenvatting Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) is de raad verplicht een Wmo verordening vast te stellen. De huidige verordening is op 15 december 2022 door de raad vastgesteld. Sinds deze laatste vaststelling zijn er een aantal ontwikkelingen geweest die hebben gevraagd om een aanpassing van de verordening. Daarnaast is de verordening op een aantal onderwerpen uitgebreid.

Inleiding & beeldvorming De Wmo 2015 vormt het wettelijke kader voor gemeenten om ondersteuning te bieden aan inwoners die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn of kunnen participeren in de samenleving. Gemeenten zijn verplicht om deze ondersteuning lokaal vorm te geven via een verordening. De huidige Verordening maatschappelijke ondersteuning is bijna drie jaar geleden voor het laatst gewijzigd. Voorgesteld wordt om een aantal wijzigingen aan te brengen zodat de verordening verwijst naar de juiste (wets-) artikelen en geactualiseerd is op recente ontwikkelingen. Wat er voor zorgt dat de uitvoering beter verloopt. Ook zijn er begrippen toegevoegd aan de begrippenlijst. Hieronder worden de grootste wijzigingen geschetst. Voor overige wijzigingen en specificatie verwijzen we naar de was – wordt tabel, die als bijlage is toegevoegd. 1. Hoofdstukken en leesbaarheid In de verordening zijn hoofdstukken toegevoegd. Daarnaast zijn er enkele aanpassingen gedaan in het gebruik van taal om de leesbaarheid en begrijpbaarheid te verbeteren. 2. Begripsbepalingen De begripsbepalingen zijn uitgebreid ter verduidelijking. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de Algemene wet Bestuursrecht.

1 van 17

3. Criteria voor een maatwerkvoorziening In de verordening is het volgende toegevoegd: Wanneer een inwoner op eigen kracht of op basis van gebruikelijke hulp de ondersteuning kan organiseren, is dit voorliggend op de verstrekking van een maatwerkvoorziening. Dit voorkomt inzet van maatwerkvoorzieningen die niet noodzakelijk zijn. 4. Regels voor persoonsgebonden budget (PGB) a. Er wordt voorgesteld om in de verordening te specificeren wat er opgenomen dient te zijn in het PGB plan, om tot een goede bepaling van de hoogte van een PGB te komen. Het specificeren van het PGB plan zorgt voor een duidelijker beeld. b. Er wordt voorgesteld om in de verordening bij lid 4b een toevoeging te doen. Door het hanteren van een offerte als uitgangspunt, wordt een eerlijke en transparantie grondslag geboden voor het PGB. Daarnaast is toegevoegd dat het PGB plan onderdeel is van het bepalen van de hoogte van het PGB. c. Er wordt voorgesteld om in de verordening op te nemen waar het PGB niet aan mag worden besteed. d. Er wordt voorgesteld om in de verordening lid 9 op te nemen, zodat het PGB budget toereikend is zoals bepaald in de Wmo 2015. e. Het wetsvoorstel aanpassing Regeling dienstverlening aan huis is aangeboden aan de Tweede Kamer ter behandeling. Dit wetsvoorstel trekt de regels gelijk voor mensen die minder dan 4 dagen per week werken als zorgverlener via het pgb.

Wanneer dit wetsvoorstel wordt aangenomen, is er een aanvullende bepaling nodig in de verordening. 5. Deeltaxi In het nieuwe vervoerscontract, wat regionaal is afgesloten, is opgenomen dat een sociale begeleider eenmaal hetzelfde tarief betaalt als de cliënt en niet meer tweemaal zoals in het oude contract. 6. Jaarlijkse waardering mantelzorgers De afgelopen jaren is de mantelzorgwaardering verstrekt in de vorm van waardebonnen die alleen in te leveren waren bij lokale ondernemers. Het mantelzorgwaardebonnenboekje, gemaakt door Surplus, vraagt een flinke tijdsinvestering van de mantelzorgcoördinatoren. Omdat steeds minder lokale ondernemers hieraan willen deelnemen, wordt de keuze voor mantelzorgers zeer beperkt en wordt dit niet als prettig ervaren. Daarnaast kost de organisatie van deze manier van waarderen steeds meer tijd van onze mantelzorgcoördinatoren, tijd die beter op de daadwerkelijke ondersteuning van mantelzorgers ingezet kan worden. Er wordt voorgesteld de beschrijving in de verordening aan te passen naar ‘waardebonnen’ in plaats van ‘waardebonnen van lokale ondernemers’. De mantelzorgers ontvangen waardebonnen die vrij te besteden zijn, zodat mantelzorgers dit naar eigen behoefte kunnen inzetten. Mantelzorgers worden hierbij wel aangemoedigd deze lokaal te besteden. 7.

Geen bepalingen Voorgesteld wordt om in de verordening deze bepaling op te nemen, zodat in situaties waarin de verordening niet voorziet, het college een besluit kan nemen. Doelstelling Het bieden van duidelijkheid en kaders aan inwoners over de uitvoering van de Wmo 2015. Overwegingen 1. Hoofdstukken en leesbaarheid Het toevoegen van hoofdstukken zorgt voor een overzichtelijke verordening. Op een aantal plaatsen zijn termen aangepast naar klare taal, ter verbetering van de leesbaarheid.

2 van 17

2. Begripsbepalingen Het begrip algemeen gebruikelijke voorziening is vanwege een uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2019:3535) van de CRvB aangepast. Het begrip ‘eigen kracht’ is toegevoegd. Voor de overige aanvullingen verwijzen we naar de was – wordt tabel te vinden in bijlage 3. 3. Criteria voor een maatwerkvoorziening De term ‘eigen kracht’ wordt vaak gebruikt in de uitvoering van de Wmo 2015, maar zonder heldere definitie kan dit leiden tot interpretatieverschillen. Door het begrip expliciet te benoemen in de verordening, wordt het belang van zelfredzaamheid en het benutten van het sociaal netwerk onderstreept. Een duidelijke definitie helpt bij het maken van een zorgvuldige afweging tussen wat inwoners zelf kunnen en waar ondersteuning nodig is. Dit draagt bij aan een doelmatige inzet van gemeentelijke voorzieningen. Als de ondersteuning door eigen kracht of met gebruikelijke hulp kan worden opgelost, dan gaat dit voor op de verstrekking van een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo 2015. 4. Regels voor PGB a. Een goed onderbouwd PGB plan helpt te waarborgen dat het budget wordt besteed aan doelmatige en passende ondersteuning. Het stelt de gemeente in staat om vooraf te toetsen of de ondersteuning voldoet aan de eisen en of de inzet van het budget verantwoord is. Het PGB plan stimuleert de client om bewust na te denken over zijn/haar ondersteuningsbehoefte.

Dit draagt bij aan eigen regie en maatwerk. b. Door het hanteren van een offerte als uitgangspunt, wordt een eerlijke en transparantie grondslag geboden voor het PGB. c. Zonder duidelijke uitsluitingen is er een risico dat Pgb’s worden gebruikt voor uitgaven die niet bijdragen aan de beoogde ondersteuning. Door expliciet te benoemen waar het PGB niet aan mag worden besteed, wordt het risico verkleind. Dit draagt bij aan een verantwoorde en rechtmatige besteding van het budget. d. In de Wmo 2015 is opgenomen dat het PGB toereikend moet zijn om de ondersteuning te kunnen inkopen die de gemeente noodzakelijk acht. Deze bepaling borgt dat het budget in de praktijk ook echt voldoende is en voorkomt dat cliënten tussen wal en schip vallen. e. Het wetsvoorstel aanpassing Regeling dienstverlening aan huis is aangeboden aan de Tweede Kamer ter behandeling. Dit wetsvoorstel trekt de regels gelijk voor mensen die minder dan 4 dagen per week werken als zorgverlener via het pgb. In de verordening is opgenomen dat zodra de wetswijziging in werking treedt , ook artikel 11, tiendelid, van de verordening in werking treedt om uitwerking te geven aan dit wetsvoorstel. U bent als raad eerder geïnformeerd over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) waarbij is vastgesteld dat de PGB tarieven informele zorg voor Wmo op basis van cao VVT moeten worden opgebouwd.

Het voornemen was om met dit raadsvoorstel de verordening hierop aan te passen. Echter heeft de CRvB recent beoordeeld dat toch het minimumloon gehanteerd mag worden, waardoor er geen aanpassing van de verordening nodig is. 5. Deeltaxi Het is wenselijk dat een Wmo – klant zoveel mogelijk in staat wordt gesteld om te reizen. De kosten naar beneden bij stellen voor de sociaal begeleider draagt hieraan bij. Daarnaast konden de afspraken over de sociaal begeleider en de deeltaxi per gemeente verschillen. In het nieuwe vervoerscontract zijn de afspraken per gemeente zoveel mogelijk gelijkgetrokken om zo uniform mogelijke voorwaarden op te stellen. 6. Jaarlijkse waardering mantelzorgers Omdat steeds minder lokale ondernemers willen deelnemen aan de (door Surplus Sociaal Werk zelf gemaakte) waarderingsbonnen, beperkt dit de keuze voor de mantelzorgers. Daarnaast kost de organisatie van dit proces steeds meer tijd, tijd die wij graag ingezet zien op 3 van 17

de ondersteuning mantelzorgers zelf. De mantelzorger wordt aangemoedigd om de waarderingsbonnen lokaal te besteden. 7. Geen bepalingen De praktijk van maatschappelijke ondersteuning is complex en voortdurende in ontwikkeling. De bepaling biedt het college de ruimte om in onvoorziene of uitzonderlijke gevallen toch een besluit te nemen, als de verordening daar niet expliciet in voorziet. Zonder deze bepaling kan het voorkomen dat er geen wettelijke grondslag is om te handelen in een specifiek geval. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo 2015 en moet in staat zijn maatwerk te leveren. Deze bepaling maakt het mogelijk om clientgericht te handelen in bijzondere situaties. Risico's 1. Het niet instemmen met het voorstel De Verordening maatschappelijke ondersteuning wordt in overeenstemming gebracht met de recente wet- en regelgeving. Deze verordening vormt het juridisch kader tot het verlenen van maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo. Wanneer niet ingestemd wordt met het aanpassen van de verordening, voldoet deze niet aan jurisprudentie. 2. Criteria voor een maatwerkvoorziening. Niet iedereen is in staat om gebruik te maken van eigen kracht, bijvoorbeeld door psychische problemen. Dit wordt meegenomen in de beoordeling van de aanvraag voor een Wmo maatwerkvoorziening. 3.

Geen bepalingen Een restbepaling biedt het college ruimte om naar eigen inzicht te handelen. Als deze ruimte niet goed wordt begrensd of onderbouwd, kan dit leiden tot onvoldoende rechtszekerheid voor inwoners. Financiële gevolgen De financiële impact van het wetsvoorstel aanpassing Regeling dienstverlening aan huis is niet duidelijk, op dit moment zijn er enkele inwoners die werken op basis van een arbeidsovereenkomst via pgb, de verwachting is daarmee dat de financiële impact klein is. Wanneer het wetsvoorstel is aangenomen, worden de tarieven voor deze inwoners aangepast en zal de financiële impact worden meegenomen in de P&C cyclus. In de begroting 2026 is er al rekening gehouden met een bijraming van de PGB kosten vanwege indexaties en dit wetsvoorstel. Duurzaamheid Niet van toepassing Burger-& overheidsparticipatie De adviesraad sociaal domein is gevraagd advies uit te brengen op de verordening maatschappelijke ondersteuning. Het advies is positief en als bijlage op dit raadsvoorstel toegevoegd. Op de aandachtspunten die de adviesraad sociaal domein heeft aangedragen, is een reactie geformuleerd en ook als bijlage op dit raadsvoorstel toegevoegd. De adviesraad sociaal domein heeft niet geadviseerd op het onderdeel wetsvoorstel Regeling dienstverlening aan huis, aangezien deze pas concreter is geworden na het adviestraject.

Dit is uitvoering van wetgeving, de adviesraad sociaal domein is geïnformeerd over de extra aanvulling in de verordening. Communicatie De Verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge wordt op gebruikelijke wijze bekendgemaakt via Overheid.nl 4 van 17

Vervolg Nadat de gemeenteraad de Verordening maatschappelijke ondersteuning heeft vastgesteld, wordt deze via de gebruikelijke weg bekendgemaakt. Na besluitvorming door de gemeenteraad worden de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning vastgesteld door het college. De Verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge treedt inwerking de dag na publicatie. Na besluitvorming door de gemeenteraad zullen de administratieve processen worden aangepast. Voorstel Wij stellen u voor: 1. de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Halderberge (2023), zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 15 december 2022, in te trekken; 2. de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Halderberge vast te stellen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge.

Bijlage: 1. Was – wordt tabel 2. Advies adviesraad sociaal domein 3. Reactie aan de adviesraad sociaal domein

5 van 17

RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 oktober 2025 .

BESLUIT: 1. de Verordening maatschappelijke ondersteuning, zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 15 december 2022, in te trekken; 2. de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Halderberge vast te stellen. Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Halderberge Hoofdstuk 1: Begrippen Artikel 1. Begripsbepalingen 1.

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

-

Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die:

-

Niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking, daadwerkelijk beschikbaar is en een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de client in staat is tot zelfredzaamheid en participatie en financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau

-

Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de wet;

-

Beleidsregels: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Halderberge

-

Bijdrage: bijdrage in de kosten als bedoeld in artikel 2.1.4 en 2.1.4a, eerste lid, van de wet;

-

Eigen kracht: dat wat binnen het vermogen van de client, al dan niet met behulp van zijn sociale netwerk of algemene voorzieningen, ligt om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid en participatie te komen.

-

Gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;

-

Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfsplaats heeft

-

Huishoudelijke ondersteuning: het -al dan niet samen met de cliënt of mensen uit diens netwerk- verrichten van activiteiten op het gebied van verzorging van het huishouden, zoals het schoonhouden van de voor de kwaliteit van leven van de cliënt woon- en verblijfsruimtes.

-

Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; 6 van 17

-

Ingezetene: als ingezetene wordt aangemerkt degene die zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de gemeente Halderberge;

-

Melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;

-

Persoonlijk plan: plan waarin de client de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2 lid 4 Wmo 2015 onderdelen a tot en met g van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen;

-

Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet;

-

Sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt en/ of informele zorgverleners

-

Uitvoeringsbesluit: Uitvoeringsbesluit Wmo 2015

-

Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

2.

Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de Algemene wet Bestuursrecht

Hoofdstuk 2: Melding en onderzoek Artikel 2. Melding hulpvraag 1. 2. 3.

Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college worden gemeld. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk en maakt een afspraak voor een gesprek. In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.

Artikel 3. Cliëntondersteuning 1. 2.

Het college zorgt voor de beschikbaarheid van kosteloze cliëntondersteuning. Het college wijst de cliënt, zijn vertegenwoordiger en/of zijn mantelzorger voor het onderzoek op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning,

Artikel 4. Vooronderzoek; indienen persoonlijk plan 1. 2.

3. 4. 5.

Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. Voor of tijdens het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college hiervoor nodig zijn en waarover de cliënt op dat moment redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen. Als dit nodig is voor het onderzoek, kan het college een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen.

7 van 17

Artikel 5. Gesprek 1. Het college onderzoekt in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel zijn vertegenwoordiger en desgewenst familie , zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: a. de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; b. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; c. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; d. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; e. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; f. de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; g.

de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; h. de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; i. welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd zal zijn; j. de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. 2. Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 4, vierde lid, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. 3. Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure. 4. Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien van een gesprek. Artikel 6. Verslag van het onderzoek 1. 2. 3.

Het college zorgt voor een verslag van de uitkomsten van het onderzoek. Binnen 10 werkdagen na het gesprek verstrekt het college de in het eerste lid bedoelde verslag aan de client Het college voegt opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt toe aan het verslag van de uitkomsten van het onderzoek.

Hoofdstuk 3: aanvraag maatwerkvoorziening Artikel 7. Aanvraag 1. 2.

Een cliënt kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. Het college kan het ondertekend verslag van de uitkomsten van het onderzoek aanmerken als aanvraag.

8 van 17

Artikel 8. Criteria voor een maatwerkvoorziening 1.

Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in zijn zelfredzaamheid of participatie, als de client de beperkingen naar oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen door gebruik te maken van: a. eigen kracht en/of; b. gebruikelijke hulp en/of; c. mantelzorg en/of; d. hulp van andere personen uit het sociaal netwerk en/of; e. algemeen gebruikelijke voorzieningen en/of; f. algemene voorzieningen en/of g. andere voorzieningen: De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, of 3. Een cliënt met psychische of psychosociale problemen en een client die vanwege huiselijk geweld of om een andere reden de thuissituatie heeft verlaten, komt naar oordeel van het college in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving, als de client de problemen niet kan verminderen of wegnemen door gebruik te maken van; a. eigen kracht; b. gebruikelijke hulp; c. mantelzorg; d.

hulp van andere personen uit het sociaal netwerk; e. algemeen gebruikelijke voorzieningen; f. algemene voorzieningen dan wel; g. andere voorzieningen: De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 4.

Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt uitsluitend voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt als de noodzaak tot ondersteuning: a. voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was; b. voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt. c. niet door eigen kracht dan wel gebruikelijke hulp kan worden opgevangen

5.

Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of c. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.

9 van 17

6.

Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening. 7. Onverminderd het bepaalde in lid 5 wijst het college een aanvraag voor een persoonsgebonden budget of een maatwerkvoorziening voor een woningaanpassing af indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij het college daartoe schriftelijk toestemming voor heeft verleend 8. Het college kan nadere regels stellen over de maatwerkvoorzieningen die op grond van lid 2 en lid 3 beschikbaar zijn. Artikel 9. Inhoud beschikking 1. Het college legt het besluit om een maatwerkvoorziening te verstrekken of deze te weigeren vast in een beschikking 2. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening vermeldt het college in ieder geval of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura legt het college in de beschikking in ieder geval vast:: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van toepassing; d. welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. e. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is 4..

Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb legt het college in de beschikking in ieder geval vast: a. voor welk resultaat het pgb wordt aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe deze is bepaald d. de ingangsdatum en de duur van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en e. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. f. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is. Artikel 10. Regels voor pgb 1. 2. 3.

Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6. van de wet. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt. De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld pgb-plan over hoe hij het pgb gaat besteden; In dit plan is in elk geval opgenomen: 1. hoe de cliënt zelf of met hulp van iemand uit het sociale netwerk of zijn vertegenwoordiger de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze gaat uitvoeren; 2. wat de motivatie is om de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb te ontvangen; 3. welke voorziening de cliënt met het pgb wenst in te kopen en bij welke uitvoerder; 4. op welke wijze de kwaliteit van de voorziening is gewaarborgd en de geschiktheid van de voorziening voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt blijkt; 5. de kosten van de voorziening, uitgedrukt in het aantal eenheden en het tarief. b.

wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en

10 van 17

c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura 4. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor: a. een zaak: op basis van de kostprijs van de zaak die de cliënt zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten; b. Het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten. c. huishoudelijke ondersteuning: 1. Sociaal netwerk/ informeel: uitgevoerd door een persoon uit het sociale netwerk of derde niet zijnde een daartoe opgeleid persoon: het wettelijke minimumloon en minimum vakantietoeslag en het door het college goedgekeurde PGB plan. 2. Professioneel: uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon of waarvoor bijzondere deskundigheid is vereist: op basis van het laagste toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder en het door het college goedgekeurde pgb-plan. d. begeleiding: 1.

Sociaal netwerk/ informeel: uitgevoerd door een persoon uit het sociaal netwerk of een niet daartoe opgeleid persoon: op basis van het laagste toepasselijke tarief per uur of resultaat dat voor dergelijke hulp uitgevoerd door informele hulpverleners wordt gehanteerd bij de uitvoering van de Wet Langdurige Zorg. 2. Professioneel: uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon of waarvoor bijzondere deskundigheid is vereist: op basis van het laagste toepasselijke tarief per uur of resultaat dat voor dergelijke hulp zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder en het door het college goedgekeurde pgb-plan. e. vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief voor zorg in natura, uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte dagbestedingslocatie en rekening houdende met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren; f. taxi- en rolstoeltaxivervoer: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van maximaal 1500 kilometers per jaar; g. een autoaanpassing: op basis van het programma van eisen en de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier; h.

verhuiskosten: op basis van de laagste kostprijs van de verhuizing die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente contracteerde verhuizer en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende verhuizer; i. aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel: op basis van de laagste prijs en het laagste tarief die hiervoor zouden worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier; j. het bezoek baar maken van een woning: op basis van het programma van eisen en de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aannemer en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende aannemer. 5. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als: a. deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat niet hoger is dan het op grond van het derde en vierde lid gehanteerde tarief of het bij de uitvoering van de Wet langdurige zorg gangbare tarief voor informele hulpverleners, en b. tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald. 6. Het pgb mag niet worden besteed aan:

11 van 17

a. b. c. d.

kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het voeren van een pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering.

7. Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel. 8. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de cliënt het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten. 9. Als het vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen voorziening te kunnen inkopen, kan het tarief zodanig aangepast worden dat de hulp hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden ingekocht. 10. In geval sprake is van een arbeidsovereenkomst, waarbij werkgeverslasten worden afgedragen verhoogt het college het pgb met deze werkgeverslasten. Hierbij gaat het college uit van het lage tarief, tenzij niet aan de voorwaarden hiervoor wordt voldaan. In dat geval verhoogt het college het pgb met het hoge tarief. Beide tarieven worden (mede) gepubliceerd op de website van de SVB. Mocht het lagere tarief zijn toegepast , en later blijken dat het hogere tarief van toepassing is, dan verhoogt het college ook achteraf nog het budget. Hoofdstuk 4: Bijdrage in de kosten Artikel 12. Regels voor bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen, met uitzondering van de bij verordening aangewezen algemene voorzieningen Op dit moment zijn er geen algemene voorzieningen waar een bijdrage in de kosten van de inwoner wordt gevraagd. Artikel 12a.

Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen 1.

2.

3. 4. 5.

Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of een pgb zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt conform artikel 2.1.4 lid3 en artikel 2.1.4.a lid 4 Wmo 2015 De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste het bedrag als genoemd in artikel 2.1.4a, vierde lid, voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit geen of een lagere eigen bijdrage is verschuldigd. Een cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. Er zijn geen bij verordening aangewezen algemene voorzieningen. In afwijking van het eerste en tweede lid en in afwijking van artikel 2.1.4.a, vierde lid van de wet: a. is de cliënt voor de maatwerkvoorziening collectief vraagafhankelijk vervoer een ritbijdrage verschuldigd op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief. De client betaalt de ritbijdrage aan de vervoerder. De vervoerder neemt de ritbijdrage in ontvangst in naam en voor rekening van de gemeente die het vervoer aanbiedt. b. kan een cliënt zich door ten hoogste één sociale begeleider laten vergezellen.

De begeleider is dezelfde ritbijdrage verschuldigd als de client, zoals vermeld onder a. Als begeleiding van de client naar het oordeel van het college medisch noodzakelijk is, is de begeleider geen ritbijdrage verschuldigd. c. is de cliënt geen eigen bijdrage verschuldigd voor de maatwerkvoorzieningen dagbesteding ontwikkelingsgericht en arbeidsmatige dagbesteding;

12 van 17

6.

7. 8. 9.

De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. De bijdrage voor de (maatschappelijke) opvang wordt geïnd door de aanbieder die de opvang biedt. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening door het CAK vastgesteld en geïnd. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Hoofdstuk 5: Kwaliteit en veiligheid Artikel 13. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1.

2.

3.

Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van de beroepskrachten tenminste voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen

Artikel 14. Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1. 2. 3. 4.

Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening.

Hoofdstuk 6: bestrijding misbruik Artikel 15. Voorkoming en bestrijding van ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen waaronder ook pgb en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015 1.

Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening waaronder ook

13 van 17

2.

3.

4. 5.

6.

een pgb en een financiële tegemoetkoming zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening is aangewezen; c. de maatwerkvoorziening niet meer toereikend is te achten; d. de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening verbonden voorwaarden, of e. de cliënt de maatwerkvoorziening niet of voor een ander doel gebruikt. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. Als het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.

Artikel 15a. Opschorting betaling uit het pgb Het college kan de Sociale Verzekeringsbank verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van een betaling uit het pgb als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen van handelen of nalaten als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a. d. of e. van de wet. Artikel 15b. Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. Hoofdstuk 7: Waardering en tegemoetkoming Artikel 16. Jaarlijkse waardering mantelzorgers 1. Mantelzorgers van cliënten in de gemeente Halderberge komen in aanmerking voor een mantelzorgcompliment in de vorm van een jaarlijkse blijk van waardering. Een verzoek om een mantelzorgcompliment toe te kennen kan door of namens de cliënt worden gemeld bij een door het college aan te wijzen instelling. 2. De jaarlijkse blijk van waardering wordt jaarlijks na overleg met het steunpunt mantelzorg vastgesteld en bestaat uit: a) activiteiten in het kader van de dag van de mantelzorg b) waardebonnen 3. Het college stelt jaarlijks de waarde vast van de waardebonnen als bedoeld in het tweede lid, onder b.

14 van 17

Artikel 17. Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen Het college kan in overeenstemming met het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. Artikel 18. Financiële tegemoetkoming Het college kan op basis van artikel 2.3.5, derde lid van de wet een tegemoetkoming verstrekken voor: a. taxikosten bedraagt jaarlijks: € 1.185,b. rolstoeltaxikosten bedraagt jaarlijks: € 1.780,c. verhuis en herinrichtingskosten bedraagt: € 2.470,d. aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel bedraagt één keer per drie jaar: € 2.800,e. het bezoekbaar maken van een woning bedraagt: € 2.500,Artikel 19. Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden 1.

2.

3.

4.

5.

Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met de derde; of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: I. een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde, en II. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. de kosten van de beroepskracht; b. redelijke overheadkosten; c. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. reis en opleidingskosten; e. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f.

overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een reële prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid hij een overeenkomst aangaat.

15 van 17

Artikel 20. Klachtregeling 1. 2. 3.

Het college stelt een regeling vast voor afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld in deze verordening. Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten in ieder geval ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

Artikel 21. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning 1. 2.

Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn in ieder geval ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

Artikel 22. Betrekken van ingezetenen bij het beleid 1.

2.

3.

Het college stelt ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, vroegtijdig gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie. Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van het eerste en tweede lid.

Hoofdstuk 8: overgangsrecht en slotbepalingen Artikel 23: geen bepalingen In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel 24. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van hetgeen bij deze verordening is bepaald, indien toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 25. Intrekking oude verordening en overgangsrecht De Verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge , zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 15 december 2022 wordt ingetrokken. Artikel 26. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag nadat deze is bekendgemaakt met uitzondering van artikel 11, tiende lid, dat in werking treedt met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge. 16 van 17

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Halderberge op 11 december 2025,

de griffier,

de voorzitter,

Ari Koenen

Anne Mulder

17 van 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/621/documents/74212