Raadsvoorstel Verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge.pdf
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Zaaknummer
168708
Contactpersoon
Robert van Wijk
Raadsvergadering d.d. 22 april 2021
Commissie
8 april 2021
Portefeuillehouder
Telefoonnummer
0165390590
Thomas Melisse, wethouder
Onderwerp Verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge (2021)
Samenvatting Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) is de raad verplicht een Wmo verordening vast te stellen. De huidige verordening is op 19 december 2019 door de raad vastgesteld. Het verzoek is om artikel 16 ‘Jaarlijkse waardering mantelzorgers’ te wijzigen. De laatste jaren is hard gewerkt om de mantelzorgerondersteuning (en waardering) bekender te maken. Daarnaast stijgt het aantal mantelzorgers. Door de vergrijzing en extramuralisering blijven kwetsbare personen namelijk langer thuis wonen. Hierdoor stijgt het aantal aanvragen voor de mantelzorgwaardering en is de verwachting dat deze de komende jaren nog zal toenemen. Het beschikbare budget voor mantelzorgwaardering is niet meer toereikend om de mantelzorgwaardering in de huidige vorm nog uit te kunnen voeren. Het verzoek is om vanaf 2021 het mantelzorgwaarderingsbedrag bij te stellen naar €125 per persoon. Dit bedrag zal verdeeld worden in waardebonnen die in te leveren zijn bij lokale ondernemers. Een breed aanbod van deelnemende ondernemers is hierbij belangrijk. Naast de waardering voor mantelzorgers heeft het college op 22 september 2020 tot de volgende wijzigingen besloten: stoppen met het verstrekken van dienstencheques voor mantelzorgers. Met een dienstencheque kon een mantelzorger voor €7,50 1 uur huishoudelijke ondersteuning (HO) inkopen. Artikel 12 m.b.t.
eigen bijdrage in de kosten van algemene voorziening zal hierdoor aangepast moeten worden. Deze besluiten zijn in de aangeboden verordening verwerkt.
Inleiding & beeldvorming Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is de raad verplicht een Wmo verordening vast te stellen. De huidige verordening is op 19 december 2019 door de raad vastgesteld. Het verzoek is om artikel 12 ‘eigen bijdrage in de kosten van een algemene voorziening’ en artikel 16 ‘Jaarlijkse waardering mantelzorgers’ te wijzigen. De gemeente Halderberge vindt mantelzorgers erg belangrijk. Zij zijn een drijvende kracht in de samenleving. Mantelzorg is vaak een mooie en dankbare taak, maar het kan ook een behoorlijke belasting zijn waar mensen mee geconfronteerd worden.
1 / 14
Mantelzorgers worden gewaardeerd, ze verdienen erkenning, respect en begrip. De jaarlijkse mantelzorgwaardering bestaat op dit moment uit drie onderdelen: de Dag van de Mantelzorgers, het mantelzorgwaarderingsbedrag (€100) en de waardebonnen (5 x €20 – in te leveren bij lokale ondernemers). Je komt in Halderberge in aanmerking voor de mantelzorgwaardering als: • je langdurig, intensief en onbetaald zorg en/of ondersteuning geeft aan een naaste uit je omgeving. • de persoon voor wie je zorgt in de gemeente Halderberge woont. • de zorg die je verleent meer is dan de gebruikelijke hulp. De zorgvrager kan maximaal 1 keer het waarderingsbedrag en de waarderingsbonnen aanvragen. En een mantelzorger kan maximaal 1 keer het waarderingsbedrag en de waarderingsbonnen ontvangen. Er is de laatste jaren hard gewerkt om de mantelzorgerondersteuning (en waardering) bekender te maken. Daarnaast stijgt het aantal mantelzorgers. Door de vergrijzing en extramuralisering blijven kwetsbare personen namelijk langer thuis wonen. Hierdoor stijgt het aantal aanvragen voor de mantelzorgwaardering en is de verwachting dat deze de komende jaren nog zal toenemen. Door de toename van het aantal aanvragen van de mantelzorgwaardering is in 2020 het beschikbare budget overschreven. Dit is de aanleiding geweest om met onderstaand voorstel voor 2021 te komen.
Op deze manier blijven we binnen het budget en kunnen we toch aan alle mantelzorgers de waardering verstrekken. Het college stelt voor het mantelzorgwaarderingsbedrag bij te stellen naar €125 per persoon. Dit bedrag wordt verdeeld in waardebonnen die in te leveren zijn bij lokale ondernemers. Een breed aanbod van deelnemende ondernemers is hierbij belangrijk. In de Verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge gaat artikel 16 over de Jaarlijkse waardering mantelzorgers. De raad zal wordt voorgesteld de tekst als volgt te wijzigen: 1. Mantelzorgers van cliënten in de gemeente Halderberge komen in aanmerking voor een mantelzorgcompliment in de vorm van een jaarlijkse blijk van waardering. Een verzoek om een mantelzorgcompliment toe te kennen kan door of namens de cliënt worden gemeld bij een door het college aan te wijzen instelling. 2. De jaarlijkse blijk van waardering wordt jaarlijks na overleg met het steunpunt mantelzorg vastgesteld en bestaat uit: - het organiseren van de dag van de mantelzorg; - waardebonnen van plaatselijke ondernemers. 3. Het college stelt jaarlijks de waarde vast van de waardebonnen als bedoeld in het tweede lid, onder b. Naast de waardering voor mantelzorgers heeft het college op 22 september 2020 tot de volgende wijzigingen besloten: stoppen met het verstrekken van dienstencheques voor mantelzorgers.
Met een dienstencheque kon een mantelzorger voor €7,50 1 uur huishoudelijke ondersteuning (HO) inkopen. Artikel 12 m.b.t. eigen bijdrage in de kosten van algemene voorziening zal hierdoor aangepast moeten worden. Met dit artikel wordt beoogd de eigen bijdrage van algemene voorzieningen transparant in beeld te brengen. Nu de dienstencheques niet meer verstrekt worden kan dit artikel aangepast worden. Het aanpassen van artikel 12 is een tekstuele aanpassing van het eerder genomen besluit van het college op 22 september. In de raadsinformatiebrief van 6 oktober 2020 bent u over dit besluit geïnformeerd. In deze brief staat vermeld wat de argumenten zijn van dit besluit. De raadsinformatiebrief is bijgevoegd als bijlage.
Doelstelling Binnen het beschikbare budget voor mantelzorgwaardering aan alle mantelzorgers, die er voor in aanmerking komen en dit aanvragen, de waardering te kunnen verstrekken. 2 / 14
De bovenstaande wijzigingen verwerken in de verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge.
Overwegingen 1. Jaarlijks budget voor mantelzorgwaardering blijft gelijk De gemeente Halderberge vindt mantelzorgers erg belangrijk; verlaging van het budget is daarom niet gewenst. Door de huidige financiële positie van de gemeente Halderberge is toename van het budget echter ook niet reëel. Het huidige beschikbare bedrag per jaar van €53.000 voor individuele mantelzorgwaardering willen we handhaven. Dit is het huidige totale beschikbare budget voor het waarderingsbedrag en de waardebonnen). De organisatie van activiteiten rondom de Dag van de mantelzorg is jaarlijks meegenomen in het beschikbare budget voor het steunpunt mantelzorg. 2. Bedrag per mantelzorger wordt verlaagd Het aantal mantelzorgers stijgt, en hiermee ook het aantal aanvragen voor het mantelzorgwaarderingsbedrag en waardebonnen. Om binnen het jaarlijks beschikbare budget te blijven, stellen we voor om het bedrag per mantelzorger te verlagen naar €125. Bij een budget van € 53.000 kunnen dan 424 aanvragers gebruik van maken van het mantelzorgwaarderingsbedrag. In 2020 waren er 392 aanvragers, dus enige stijging van het aantal aanvragen is nog mogelijk. 3. Bedrag per persoon meer in lijn met bedragen in de regio Het huidige bedrag per persoon voor de mantelzorgwaardering in Halderberge is €200. Dat is relatief hoog. In de regio variëren de bedragen tussen €35 en €150.
Er zijn ook gemeenten die geen mantelzorgbijdrage verstrekken. Door het bedrag van €125 te hanteren ligt Halderberge meer in lijn met gemeenten in de regio. Ter informatie hierbij de huidige jaarlijkse bedragen van de De6 Gemeenten. De6 Gemeenten Jaarlijks bedrag per persoon * Gemeente Moerdijk €35 Gemeente Etten-Leur €0 Gemeente Roosendaal Een cadeau Gemeente Rucphen €75 Gemeente Zundert €0 * Dit betreft het mantelzorgwaarderingsbedankje. In alle De6 gemeenten is er daarnaast een aanbod aan activiteiten om mantelzorgers te waarderen.
4. Bedrag is echt blijk van waardering Het bedrag voor mantelzorgers is écht een blijk van waardering. En het is de verwachting dat een verlaging van het bedrag per persoon geen gevolgen heeft voor de inzet van mantelzorgers. Mantelzorgers doen het niet voor het compliment, de inzet staat ook niet in verhouding tot de hoogte van het bedrag. 5. Waardebonnen inleveren bij lokale ondernemers Het waarderingsbedrag per mantelzorger wordt uitgereikt in de vorm van bonnen ter waarde van €125 die kunnen worden besteed bij lokale ondernemers. Het waarderingsbedrag in contanten komt hiermee te vervallen. Wij zien er op toe dat er voldoende aanbod en variatie is voor de inlevermogelijkheden van de waardebonnen. Het steunpunt mantelzorg heeft aangegeven dat het verstrekken van alleen waardebonnen de waardering eenduidiger maakt en hierdoor makkelijker is uit te voeren. 6 Verordening ‘artikel 16 Jaarlijkse waardering mantelzorgers’ aanpassen In de huidige verordening zijn, naast de dag van de mantelzorg, een vast bedrag per mantelzorger en de optie van waardebonnen opgenomen. Het aantal mantelzorgers stijgt en daarom is het lastig een schatting te maken van het aantal aanvragen. Wij stellen daarom voor artikel 16 zo aan te passen dat het college jaarlijks de waarde van de te verstrekken bonnen vast stelt.
Dit verschaft het college de mogelijkheid en de flexibiliteit het bedrag per mantelzorger aan te passen als het aantal aanvragen de 424 dreigt te passeren of als blijkt dat er budget overblijft omdat 3 / 14
waardebonnen niet ingeleverd worden. Voordat wij tot aanpassing over gaan zullen wij dit ter advisering voorleggen aan de raadswerkgroep sociaal domein.
Risico's Budget overschrijding Als zich meer dan 424 mantelzorgers aanmelden voor de waardering zal het budget een overschrijding zal laten zien. Door in de verordening het totaal budget op te nemen in plaats van het bedrag per mantelzorger, kan het college bij stijging van aantal aanvragen besluiten het bedrag per mantelzorger voor het jaar daarop aan te passen. Extra budget nodig bij niet instemmen Als u ervoor kiest om het bedrag per mantelzorger niet aan te passen, dan zal er jaarlijks extra budget voor mantelzorgwaardering nodig zijn van tenminste €27.000. Of niet elke aanvraag voor mantelzorgwaardering kan in behandeling genomen worden. Financiële gevolgen Het jaarlijkse budget mantelzorg is in totaal €150.000. Van dit bedrag is €53.000 beschikbaar voor de waardering. €97.000 is beschikbaar voor het mantelzorgsteunpunt en al haar activiteiten. Door het nemen van dit besluit is het mogelijk om binnen het budget te blijven. Duurzaamheid N.v.t. Burger-& overheidsparticipatie Dit voorstel is afgestemd met het steunpunt mantelzorg Halderberge. En het voorstel is doorgesproken met de adviesraad Sociaal Domein. Het verslag van het gesprek met de adviesraad is bijgevoegd. Communicatie Communicatie richting zorgvragers en mantelzorgers over de mantelzorgwaardering loopt via het steunpunt mantelzorg.
Vervolg De Verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge wordt na besluitvorming op de gebruikelijke weg bekendgemaakt te worden. De gewijzigde verordening treedt in werking één dag na bekendmaking. Voorstel Wij stellen u voor de verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge vast te stellen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge.
Bijlage: raadsinformatiebrief 6 oktober 2020 Verslag overleg adviesraad Sociaal Domein
4 / 14
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2 maart 2021; gelet op artikel 147 Gemeentewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Algemene wet bestuursrecht; BESLUIT: De verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge (2021) vast te stellen. Artikel 1. Begripsbepalingen 1.
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
-
Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, die algemeen verkrijgbaar is en die niet aanzienlijk duurder is dan vergelijkbare producten;
-
Bijdrage: bijdrage in de kosten als bedoeld in artikel 2.1.4 en 2.1.4a, eerste lid, van de wet;
-
Gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
-
Huishoudelijke ondersteuning: het -al dan niet samen met de cliënt of mensen uit diens netwerk- verrichten van activiteiten op het gebied van verzorging van het huishouden, zoals het schoonhouden van de voor de kwaliteit van leven van de cliënt woon- en verblijfsruimtes.
-
Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
-
Ingezetene: als ingezetene wordt aangemerkt degene die zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de gemeente Halderberge; Melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
-
Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet;
-
Sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt en/ of informele zorgverleners
-
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
2.
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet.
Artikel 2. Melding hulpvraag 5 / 14
1. 2. 3.
Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college worden gemeld. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk. In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.
Artikel 3. Cliëntondersteuning 1. 2.
Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op gratis cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is. Het college wijst de cliënt, zijn vertegenwoordiger en/of zijn mantelzorger voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, op de mogelijkheid voor de cliënt gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning.
Artikel 4. Vooronderzoek; indienen persoonlijk plan 1. 2.
3. 4.
Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. Voor of tijdens het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college hiervoor nodig zijn en waarover de cliënt op dat moment redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen.
Artikel 5. Gesprek 1. Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: a. de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; b. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; c. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; d. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; e. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; f. de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; g.
de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de
2. 3. 4.
behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; h. de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; i. welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd zal zijn, en j. de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 4, vierde lid, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure. Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien van een gesprek.
Artikel 6. Verslag van het onderzoek 1. 2. 3.
Het college zorgt voor een verslag van de uitkomsten van het onderzoek. Binnen 10 werkdagen na het gesprek verstrekt het college aan de cliënt de in het eerste lid bedoelde verslag. Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan het verslag van de uitkomsten van het onderzoek toegevoegd.
Artikel 7. Aanvraag 1. 2.
Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kunnen een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. Het college kan het ondertekend verslag van de uitkomsten van het onderzoek aanmerken als aanvraag.
Artikel 8. Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. 2.
Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: a. ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, of b.
ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat
3.
4.
5. 6.
wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt als de noodzaak tot ondersteuning: a. voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was, en b. voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of c. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening.
Onverminderd het bepaalde in lid 5 wijst het college een aanvraag voor een persoonsgebonden budget of een maatwerkvoorziening voor een woningaanpassing af indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college.
Artikel 9. Advisering bij melding of aanvraag Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen als het dit van belang acht voor de beoordeling van de aanvraag om een maatwerkvoorziening. Artikel 10. Inhoud beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van toepassing, en d. welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en e. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. 4. Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd.
Artikel 11. Regels voor pgb 1.
Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6. van de wet.
Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt. 3. De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura 4. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor: a. een zaak: op basis van de kostprijs van de zaak die de cliënt zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten; b. huishoudelijke ondersteuning: 1.
uitgevoerd door een persoon uit het sociale netwerk of derde niet zijnde een daartoe opgeleid persoon: het wettelijke minimumloon en minimum vakantiebijslag en het door het college goedgekeurde PGB-plan. 2. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon of waarvoor bijzondere deskundigheid is vereist: op basis van het laagste toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder. c. begeleiding: 1. uitgevoerd door een persoon uit het sociaal netwerk of een niet daartoe opgeleid persoon: op basis van het laagste toepasselijke tarief per uur of resultaat dat voor dergelijke hulp uitgevoerd door informele hulpverleners wordt gehanteerd bij de uitvoering van de Wet langdurige zorg; 2. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon of waarvoor bijzondere deskundigheid is vereist: op basis van het laagste toepasselijke tarief per uur of resultaat dat voor dergelijke hulp zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; d. vervoer van en naar de dagbesteding: basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief voor zorg in natura, uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte dagbestedingslocatie en rekening houdende met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren; e.
taxi- en rolstoeltaxivervoer: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van maximaal 1500 kilometers per jaar; f. een autoaanpassing: op basis van het programma van eisen en de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier; g. verhuiskosten: op basis van de laagste kostprijs van de verhuizing die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente contracteerde verhuizer en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende verhuizer; h. aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel: op basis van de laagste prijs en het laagste tarief die hiervoor zouden worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier; i. het bezoekbaar maken van een woning: op basis van het programma van eisen en de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aannemer en rekening 2.
houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende aannemer. 5. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als: a. deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat niet hoger is dan het op grond van het derde en vierde lid gehanteerde tarief of het bij de uitvoering van de Wet langdurige zorg gangbare tarief voor informele hulpverleners, en b. tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald. Artikel 12. Regels voor bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen, met uitzondering van de bij verordening aangewezen algemene voorzieningen Op dit moment zijn er geen algemene voorzieningen waar een bijdrage in de kosten van de inwoner wordt gevraagd. Artikel 12a. Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen 1.
2.
3. 4. 5.
6.
7. 8. 9.
Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste het bedrag als genoemd in artikel 2.1.4a 4e lid voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, 5e lid van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo geen of een lagere eigen bijdrage is verschuldigd. Een cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. Er zijn geen bij verordening aangewezen algemene voorzieningen. In afwijking van lid 1. en lid 2 en in afwijking van artikel 2.1.4.a, vierde lid van de wet: a. is de cliënt voor de maatwerkvoorziening collectief vraagafhankelijk vervoer een ritbijdrage verschuldigd op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, waarbij de betaling van deze bijdrage door de aanvrager door de vervoerder in ontvangst wordt genomen, in naam en voor rekening van de gemeente die het vervoer aanbiedt; b. kan een cliënt zich door één sociale begeleider laten vergezellen.
De begeleider is tweemaal het in de regio gangbare toepasselijke tarief verschuldigd, , tenzij de begeleiding naar het oordeel van het college medisch noodzakelijk is. In dat geval is het vervoer van de begeleider gratis. c. is de cliënt geen bijdrage verschuldigd voor de maatwerkvoorziening begeleiding waakvlam; d. personen aan wie voor de inwerkingtreding van deze verordening een maatwerkvoorziening begeleiding is toegekend en die geen eigen bijdrage verschuldigd waren zijn een eigen bijdrage verschuldigd vanaf 1 april 2020. De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. De bijdrage voor de (maatschappelijke) opvang wordt geïnd door de aanbieder die de opvang biedt. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening door het CAK vastgesteld en geïnd. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de
onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. Artikel 13. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1.
2.
3.
Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van de beroepskrachten tenminste voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen
Artikel 14. Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1. 2. 3. 4.
Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening
Artikel 15. Voorkoming en bestrijding van ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen waaronder ook pgb en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015 1.
2.
3.
Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening waaronder ook een pgb en een financiële tegemoetkoming zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening is aangewezen; c. de maatwerkvoorziening niet meer toereikend is te achten;
4. 5.
6.
d. de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening verbonden voorwaarden, of e. de cliënt de maatwerkvoorziening niet of voor een ander doel gebruikt. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. Als het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.
Artikel 15a. Opschorting betaling uit het pgb Het college kan de Sociale Verzekeringsbank verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van een betaling uit het pgb als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen van handelen of nalaten als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a. d. of e. van de wet. Artikel 15b. Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. Artikel 16. Jaarlijkse waardering mantelzorgers 1. Mantelzorgers van cliënten in de gemeente Halderberge komen in aanmerking voor een mantelzorgcompliment in de vorm van een jaarlijkse blijk van waardering. Een verzoek om een mantelzorgcompliment toe te kennen kan door of namens de cliënt worden gemeld bij een door het college aan te wijzen instelling. 2. De jaarlijkse blijk van waardering wordt jaarlijks na overleg met het steunpunt mantelzorg vastgesteld en bestaat uit: a) het organiseren van de dag van de mantelzorg; b) waardebonnen van plaatselijke ondernemers. 3. Het college stelt jaarlijks de waarde vast van de waardebonnen als bedoeld in het tweede lid, onder b. Artikel 17.
Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen Het college kan in overeenstemming met het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. Artikel 18. Financiële tegemoetkoming 1. Het college kan op basis van artikel 2.3.5, derde lid van de wet een tegemoetkoming verstrekken voor: a. taxikosten bedraagt jaarlijks: € 1.185,b. rolstoeltaxikosten bedraagt jaarlijks: € 1.780,c. verhuis en herinrichtingskosten bedraagt: € 2.470,d. aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel bedraagt één keer per drie jaar: € 2.800,-
e. het bezoekbaar maken van een woning bedraagt: € 2.500,Artikel 19. Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden 1.
2.
3.
4.
5.
Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met de derde; of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: 1. een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde, en 2. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. de kosten van de beroepskracht; b. redelijke overheadkosten; c. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. reis en opleidingskosten; e. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f.
overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een reële prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid hij een overeenkomst aangaat.
Artikel 20. Klachtregeling 1. 2. 3.
Het college stelt een regeling vast voor afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld in deze verordening. Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten in ieder geval ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.
Artikel 21. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning 1. 2.
Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn in ieder geval ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.
Artikel 22. Betrekken van ingezetenen bij het beleid 1.
2.
3.
Het college stelt ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, vroegtijdig gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie. Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van het eerste en tweede lid.
Artikel 23. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van hetgeen bij deze verordening is bepaald, indien toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 24. Intrekking oude verordening en overgangsrecht De Verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge 2020, zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 19 december 2019, wordt ingetrokken. Artikel 25. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag nadat deze is bekendgemaakt. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Halderberge op 22 april 2021,
de griffier,
de voorzitter,
drs. A. Koenen
drs. B.J.A. Roks