CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Hemelwaterverordening gemeente Halderberge.pdf

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 9: Hemelwaterverordening gemeente Halderberge5.092 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL

Zaaknummer

618913

Contactpersoon

Albert Verkooijen

Raadsvergadering d.d. 28-09-2023

Commissie

B&O 13-09-2023

Portefeuillehouder

Telefoonnummer

0165-390703

Thomas Melisse, wethouder

Onderwerp Hemelwaterverordening gemeente Halderberge. Samenvatting Een hemelwaterverordening geeft aanvullende regels hoe binnen de gemeente om te gaan met hemel- en grondwater. De Hemelwaterverordening wordt afgeleid van hetgeen vastgelegd in het gemeentelijk waterprogramma (GWP). Om deze reden wordt ervoor gekozen om het GWP en de Hemelwaterverordening navolgend te behandelen in de raad. Hemelwater en grondwater zijn schone waterstromen. In de basis is het onnodig en ook zonde van het geld om deze schone waterstromen via de riolering te transporteren naar de rioolwaterzuivering, waar ze nogmaals gezuiverd worden. Daarnaast is veel riolering ook niet bedoeld voor het ontvangen en transporteren van deze schone waterstromen, zoals drukriolering. Een hemelwaterverordening is de juridische borging voor het beleid uit het GWP. Als de omgevingswet in 2024 van kracht wordt, vervalt daarmee de verplichting tot het hebben van een vastgesteld Gemeentelijk Riolering Plan. Daarmee vervalt ook de grondslag voor het opnemen van waterbergingseisen etc. De hemelwaterverordening is de juridische stok achter de deur. Niet bedoeld om actief te dwingen, maar wel om de zaken op orde te hebben en toe te kunnen blijven werken naar een toekomstbestendige buitenruimte in Halderberge. Door middel van de Hemelwaterverordening wordt invulling gegeven aan de uitvoering van het GWP 2024 - 2027.

Inleiding & beeldvorming Voorheen werd de omgang van hemelwater geborgd in het Gemeentelijk Riolering Plan. Dit was een wettelijk verplicht plan dat periodiek vastgesteld moest worden door de raad. Door de invoering van de omgevingswet in 2024 vervalt deze grondslag. Daardoor is het goed om de wijze van omgang met hemelwater en het beleid hiervoor te borgen in een hemelwaterverordening. Voor de omgang met hemelwater wordt binnen het GWP van de gemeente Halderberge de volgende voorkeursvolgorde voor hemelwater gehanteerd: 1. Hergebruiken van regenwater om zuiniger om te gaan met water en minder drinkwater te

1 van 14

verspillen; 2. Bergen en infiltreren op eigen terrein, voorkomen van afwentelen van privaat naar publiek. Centrale voorzieningen zijn aanwezig om als buffer te fungeren; 3. Tijdelijke opslag in openbaar gebied met uitloop naar groen, bij voorkeur bovengrondse opslag. Uitloop naar groen om schadelijke neveneffecten zoveel mogelijk te beperken; 4. Af te voeren water slim verdelen door waar kan te lozen op bovengrondse afwateringsvoorzieningen als oppervlaktewater, weg met afwateringsfunctie etc.; 5. Afvoeren via ondergrondse hemelwaterafvoer; 6. Via een gemengd rioolstelsel afvoeren naar een RWZI." Met bovenstaande voorkeursvolgorde willen we bereiken dat iedereen zijn/haar steentje bijdraagt om een klimaatbestendige buitenruimte te creëren. Door deze trits te volgen zorgen we voor droge voeten, ontvlechting van (afval)waterstromen en een beter milieu. Hemelwater en grondwater zijn schone waterstromen. Het is niet wenselijk en ook zonde van het geld om deze schone waterstromen via de riolering te transporteren naar de rioolwaterzuivering, waar ze nogmaals gezuiverd worden. Daarnaast is veel riolering ook niet bedoeld voor het ontvangen en transporteren van deze schone waterstromen, zoals drukriolering. Ook hebben we te maken met een veranderend klimaat met hevigere buien, maar ook langere drogere periodes. Door slim om te gaan met water kan hierop ingespeeld worden.

Het schone water zoveel mogelijk houden waar het valt. In de basis is de perceeleigenaar al verantwoordelijk voor het water op zijn perceel. Pas indien dit redelijkerwijs niet van hem kan worden gevraagd heeft de gemeente een taak om het afvloeiend hemelwater verder af te voeren vanaf de grens van het particuliere perceel. De gemeente Halderberge geeft met de Hemelwaterverordening op een praktische en werkbare manier invulling aan hoe er binnen de gemeente omgegaan wordt met schoon hemel- en grondwater. Doelstelling Het doel van de hemelwaterverordening is de juridische borging van het beleid uit het GWP met betrekking tot de schone waterstromen. Met de invoering van de omgevingswet vervalt de wettelijke verplichting tot het hebben van een vastgesteld GRP (Gemeentelijk Riolering Plan). Tot op heden is de verplichting tot bijvoorbeeld waterberging altijd hierin opgenomen. Met het vervallen van de verplichting voor een GRP vervalt ook de grondslag voor het opnemen van waterbergingseisen etc. Dit wordt ondervangen door vóór de invoering van de omgevingswet een hemelwaterverordening op te stellen. Deze gaat dan mee in de zogenaamde bruidsschat en deze wordt opgenomen in het omgevingsplan. De Hemelwaterverordening betreft een lozingsverbod van schoon hemel- en grondwater in riolering die daarvoor niet bedoeld is. Er zijn bergingseisen opgelegd voor nieuwbouw en herstructurering.

Ook biedt het mogelijkheden om woningen verplicht af te koppelen als de gemeente in een straat de riolering gaat vervangen en klimaatbestendig gaat maken. Hierbij is de hemelwaterverordening de juridische stok achter de deur. Door middel van de hemelwaterverordening wordt invulling gegeven aan de uitvoering van het GWP. Tevens moet rekening gehouden worden dat gemeenten klimaatverandering en de daarbij behorende droge perioden en natte perioden niet alleen kunnen aanpakken. Medewerking aan klimaatverandering van perceeleigenaren is hierbij zeer gewenst. De buitenruimte in kernen is 60% tot wel 70% particulier terrein. Overwegingen Door middel van de hemelwaterverordening wordt (juridisch) invulling gegeven aan de uitvoering van het GWP. 2 van 14

De Hemelwaterverordening is de juridische stok achter de deur. Met de verordening kunnen ontwikkelaars verplicht worden (buffer) voorzieningen voor hemelwater te realiseren. Grondwater kan niet meer zonder goede argumentatie geloosd worden op bestaande voorzieningen die het grondwater afvoeren uit een gebied. Eerder vastgesteld beleid is makkelijker te handhaven, volgens het nationale beleid vasthouden, bergen en afvoeren. De doelstelling is om niet actief te gaan verplichten om bergingseisen op te leggen aan bewoners van bestaande bebouwing. Met name bij nieuwbouw en herbouw zal aan de bouwer/ontwikkelaar een bergingseis voor hemelwater worden opgelegd. Daarnaast maakt de verordening het ook mogelijk om woningen mee af te koppelen als in de straat de riolering vervangen wordt en klimaatbestendig wordt gemaakt. Risico's Met de Hemelwaterverordening is er een juridische stok achter de deur om actief af te dwingen om hemelwater en grondwater niet aan te sluiten op gemeentelijke voorzieningen. Het verplicht aanbrengen van een (buffer)voorziening bij nieuwe ontwikkelingen kan resulteren in hogere (bouw)kosten. Dit kan resulteren in langere looptijden, omdat er meer discussie kan ontstaan. Financiële gevolgen De Hemelwaterverordening is niet bedoeld om actief af te dwingen in bestaande situaties.

Eigenaren hebben wel de mogelijkheid om subsidie aan te vragen als zij op eigen initiatief willen afkoppelen. Voor bestaande situaties heeft de Hemelwaterverordening geen consequenties. Bij nieuwe ontwikkelingen kunnen de bouwkosten hoger uitvallen. Dit weegt niet op tegen investeringen die gemaakt moeten worden aan het bestaande systeem als gedacht wordt aan het vergroten van riolering, energieverbruik door transportsystemen, enzovoorts. Duurzaamheid Door de Hemelwaterverordening zullen steeds meer woningen voorzien worden van een eigen hemelwaterberging. Het benodigde water heeft meer kans om binnen een bepaald gebied te blijven en zo mee te helpen aan onder andere het tegengaan van verdroging. In het GWP 2024-2027 zijn maatregelen opgenomen die meehelpen aan klimaatdoelstellingen, met de verordening zijn deze beter uit te voeren. Burger-& overheidsparticipatie Ons college heeft de intentie om perceeleigenaren actief te wijzen op het aanstaande probleem van (grond)water schaarste. Het meedenken in oplossingen samen met burgers speelt hierbij een rol. Initiatieven zijn al aan de orde, denk hierbij aan het NK-tegelwippen en de mogelijkheid van subsidie bij afkoppelen. Communicatie De Hemelwaterverordening wordt bekendgemaakt via Overheid.nl. Ook plaatsen we een bericht in de Halderbergse Bode en op de gemeentelijke website.

Het besluit wordt met de tekst onder samenvatting op de openbare besluitenlijst geplaatst en door de portefeuillehouder kort toegelicht tijdens het wekelijkse persgesprek. Vervolg Met de Hemelwaterverordening kan uitvoering worden gegeven aan het GWP 2024-2027. Voorstel Wij stellen u voor: de Hemelwaterverordening gemeente Halderberge vast te stellen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge. 3 van 14

RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 juli 2023; overwegende, dat de Wet milieubeheer de bevoegdheid biedt bij verordening regels te stellen over het brengen van afvloeiend hemelwater of grondwater op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater en over het beëindigen van het lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater in een voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater; overwegende dat het rioleringsbeleid is neergelegd in het gemeentelijk waterprogramma gemeente Halderberge 2024-2027 (GWP), zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 28 september 2023; overwegende dat het gewenst is gebruik te maken van de mogelijkheid het afvloeiend hemelwater en het grondwater in een bepaald gebied vanaf een vooraf te bepalen datum niet meer toe doen afvloeien in een openbaar vuilwaterriool; overwegende dat het gewenst is met het oog op het beperken van wateroverlast en het bereiken van de doelstellingen zoals opgenomen in het GWP gemeente Halderberge regels te stellen over een verplichte waterberging bij nieuwbouw ; gelet op artikel 10.32 Wet milieubeheer; gelet op artikel 149 Gemeentewet;

BESLUIT:

vast te stellen de: Hemelwaterverordening gemeente Halderberge Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Beheerder van het openbaar riool: het college van burgemeester en wethouders. b. Afkoppelen: het scheiden van hemel- en grondwaterstromen van vuilwaterstromen. Deze hemel- en grondwaterstromen op eigen perceel vasthouden of verwerken, of aansluiten op een door de gemeente aangewezen hemelwatervoorziening. Hiermee wordt ook het beëindigen van het lozen van hemel- en grondwater op het openbaar vuilwaterriool bedoeld. 4 van 14

c. Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. d. Doorgroeielement: tegel met grote perforaties waarin gras kan groeien en waardoor water doorgelaten wordt in de ondergrond. e. Nieuwbouw: nieuwbouw inclusief vervangende nieuwbouw. f. Totale verhard oppervlak: alle toekomstige dakoppervlakken en totale toekomstige verhardingen binnen het werkgebied en/of de perceelgrens. Indien de inrichting van het perceel nog niet bekend is, geldt als totale verhard oppervlak alle toekomstige dakoppervlakken en 50% van het perceel in de nieuwe situatie. g. Openbaar vuilwaterriool: gemeentelijke rioolvoorziening bedoeld voor het inzamelen van huishoudelijk afvalwater. h. Waterberging: een voorziening op waarin overtollig hemelwater, dat niet ter plaatse in de grond infiltreert, opgevangen wordt. i. Gebiedsaanwijzing: er wordt ook een gebiedsaanwijzing vastgesteld. In de gebiedsaanwijzing wordt aangegeven voor welk gebied de hemelwaterverordening geldt. Ook wordt in de gebiedsaanwijzing aangegeven op welke manier het hemel- en grondwater verwerkt of afgevoerd moet worden. De gebiedsaanwijzing is na vaststelling van de Hemelwaterverordening een apart collegebesluit. j.

Verordening: de Hemelwaterverordening gemeente Halderberge. Artikel 2 Lozingsverbod hemel- en grondwater 1. De beheerder van het openbaar riool kan een gebied aanwijzen waarbinnen het verboden is afvloeiend hemelwater en grondwater te lozen in het openbaar vuilwaterriool. 2. De termijn waarbinnen aan het lozingsverbod moet worden voldaan is 6 maanden na de inwerkintreding van de gebiedsaanwijzing. 3. Als er sprake is van calamiteiten is de termijn waarbinnen aan het lozingsverbod moet worden voldaan 3 maanden na de inwerkingtreding van de gebiedsaanwijzing. Artikel 3 Verplichting tot waterberging 1. De beheerder van het openbaar riool kan een gebied aanwijzen waarbinnen vanaf percelen niet geloosd mag worden op een gemeentelijke rioolvoorziening, tenzij een waterberging is aangebracht. 2. De verplichting tot waterberging geldt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (uitbreiding) en ontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied (inbreiding). Hierbij vormt het totale toekomstige verhard oppervlak de basis voor de verplichting tot waterberging. 3. Voor de waterberging gelden de volgende eisen: a. Onderscheid maatregelen Oppervlak Nieuwe ruimtelijke ontwikkeOntwikkelingen in bestaand ling (uitbreiding) bebouwd gebied (inbreiding) <500 m2 60 mm bergen in het werkge- Gescheiden aanleveren en 20 bied. mm bergen op eigen terrein.

>500 m2 60 mm bergen op openbaar 60 mm bergen op openbaar terrein + 20 mm bergen op ei- terrein + 20 mm bergen op eigen terrein. gen terrein. Geen openbaar terrein = 80 Geen openbaar terrein = 80 mm bergen op eigen terrein. mm bergen op eigen terrein. 5 van 14

b. De bergingseisen zijn van toepassing op het werkgebied als geheel (particulier en openbaar terrein). De voorkeur gaat uit naar een centrale voorziening in openbaar terrein; c. De waterberging bevindt zich boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand; d. De waterberging wordt zo ontworpen dat deze binnen 48 uur weer volledig beschikbaar is; e. De waterberging wordt onderhouden en in stand gehouden. 4. De hoeveelheid hemelwater die niet kan worden geborgen in de waterberging kan via bovengrondse afstroming geloosd worden op een nader aan te wijzen openbare rioolvoorziening. 5. De verplichting tot waterberging geldt vanaf de dag na de bekendmaking van de gebiedsaanwijzing. Artikel 4 Gebiedsaanwijzing 1. Het gebied waarvoor het lozingsverbod van artikel 2 en de verplichting tot waterberging op eigen perceel geldt van artikel 3, wordt aangewezen in de gebiedsaanwijzing. 2. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing volgt de beheerder van het openbaar riool het alsdan geldende gemeentelijk waterprogramma of gelijkwaardig beleid. 3. De gebiedsaanwijzing treedt in werking op de dag na de bekendmaking. 4. Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Artikel 5 Ontheffing 1.

De beheerder van het openbaar riool kan ontheffing verlenen van het lozingsverbod als bedoeld in artikel 2 en de verplichting tot een waterberging bedoeld in artikel 3. Ontheffing kan uitsluitend worden verleend als vanaf het bouwwerk, open erf of terrein het hemel- en grondwater redelijkerwijs niet op eigen perceel kan worden geborgen, verwerkt of afgevoerd. 2. De beheerder van het openbaar riool kan in geval van calamiteiten ontheffing verlenen van het lozingsverbod bedoeld artikel 2 en de verplichting tot waterberging bedoeld in artikel 3. Of er sprake is van een calamiteit wordt beoordeeld door de beheerder van het openbaar riool. 3. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Artikel 6 Strafbepaling Overtreding van het krachtens artikel 2 en 3 bepaalde en daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie. Artikel 7 Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens deze verordening gesteld, zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen of groepen van personen. Artikel 8 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.

6 van 14

Artikel 9 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Hemelwaterverordening gemeente Halderberge. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Halderberge op 28 september 2023

de griffier,

de voorzitter,

drs. A. Koenen

drs. B.J.A. Roks

7 van 14

Toelichting op de Hemelwaterverordening gemeente Halderberge Algemeen Op 1 januari 2009 is de Wet Gemeentelijke Watertaken in werking getreden. Daarmee is onder andere de Wet milieubeheer gewijzigd. In artikel 10.32a van de Wet milieubeheer is opgenomen dat gemeenteraden in het belang van milieubescherming regels kunnen stellen aan het lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater. De regels kunnen gelden voor de vuilwaterriolering, maar ook voor hemelwaterriolering en openbare ontwateringsstelsel. Artikel 10.32a biedt ook de mogelijkheid tot het verplichten van een waterberging bij zowel nieuwbouw als bestaande bouw. De hemelwaterverordening is een instrument om de gemeentelijke watertaken (zorgplichten) vorm te geven. Het GWP vormt de basis van de hemelwaterverordening. Door middel van de hemelwaterverordening wordt invulling gegeven aan de uitgangspunten van het GWP. Hemel- en grondwaterlozingen in de riolering zijn geregeld in het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah), het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) en het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit). Over de riolering en de aansluiting van bouwwerken op de openbare riolering staan voorschriften in het Bouwbesluit 2012 (BB). De onderhavige verordening is aanvullend en komt niet in strijd met plichten die elders zijn vastgelegd.

Bij strijd zou de hogere regeling – de “lozingsbesluiten” en het Bouwbesluit – voorgaan. Gemeentelijk Water Programma gemeente Halderberge Het huidige rioleringsbeleid van de gemeente Halderberge is vastgelegd in het GWP gemeente Halderberge. Een van de kernopgaven van het GWP is het in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving. Hierin is een belangrijke taak weggelegd voor het water- en bodemsysteem. Door een veranderend klimaat lopen we namelijk steeds vaker tegen de grenzen van dit water- en bodemsysteem. Er moet meer rekening gehouden worden met extremen, zowel wateroverlast als droogte. Doel is om Nederland weer een spons te maken in plaats van een vergiet. De hemelwaterverordening sluit aan bij dit doel. Alhoewel de verantwoordelijkheid voor hemelwater op het perceel in principe al bij de perceeleigenaar ligt, geeft de hemelwaterverordening hier extra invulling aan. Door slim en spaarzaam om te gaan met schone waterstromen wordt zowel rekening gehouden met perioden van droogte als natte periodes. Door onder andere afkoppelen wordt het accent verlegd naar het benutten van de bovengrondse ruimte. Voor de omgang met hemelwater wordt binnen de gemeente Halderberge de volgende voorkeursvolgorde gehanteerd: 1. Hergebruiken van regenwater om zuiniger om te gaan met water en minder drinkwater te verspillen; 2.

Bergen en infiltreren op eigen terrein, voorkomen van afwentelen van privaat naar publiek. Centrale voorzieningen zijn aanwezig om als buffer te fungeren; 3. Tijdelijke opslag in openbaar gebied met uitloop naar groen, bij voorkeur bovengrondse opslag. Uitloop naar groen om schadelijke neveneffecten zoveel mogelijk te beperken; 4. Af te voeren water slim verdelen door waar kan te lozen op bovengrondse afwateringsvoorzieningen als oppervlaktewater, weg met afwateringsfunctie etc.; 5. Afvoeren via ondergrondse hemelwaterafvoer; 6. Via een gemengd rioolstelsel afvoeren naar een RWZI.

8 van 14

De hemelwaterverordening geeft invulling aan de ambities uit het GWP en volgt hierbij de voorkeursvolgorde. Bij bestaande bouw wordt hemelwater geweerd van de vuilwaterriolering. Bij nieuwbouw wordt het hemelwater gehouden op de plek waar het valt. Door bij de inrichting slimme keuzes te maken kunnen nadelige gevolgen van klimaatverandering zoveel mogelijk voorkomen worden. Daarbij speelt ook de perceeleigenaar een belangrijke rol. Bij nieuwbouw, nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (uitbreiding) en ontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied (inbreiding) is een bergingsvoorziening verplicht. Voor de precieze invulling wordt voor de berekening van de bergingseis onderscheid gemaakt tussen een uitbreiding- en inbreidingsituatie en de grootte van het oppervlak. Situatie I: Bestaande bouw Bestaande bouw is aangesloten op het openbaar vuilwaterriool in een gebied waar een gebiedsaanwijzing geldt (art. 2 van deze verordening). Voor de bestaande bouw geldt op grond van het Bouwbesluit enkel de verplichting dat afvloeiend hemelwater zonder nadelige gevolgen voor de gezondheid kan worden afgevoerd (art. 6.15, eerste lid, BB). Een verbod als bedoeld in deze verordening om het afvloeiend hemelwater te lozen in een openbaar vuilwaterriool is hiermee niet in strijd. Het is namelijk mogelijk aan het doelvoorschrift van art.

6.15, eerste lid, BB te voldoen zonder het afvloeiend hemelwater te lozen in een openbaar vuilwaterriool. De perceeleigenaar kan het afvloeiende hemelwater bijvoorbeeld lozen in een watergang, in de bodem of in een eventueel aanwezig openbaar hemelwaterstelsel. Hieronder valt ook het realiseren en in stand houden van een waterberging. De gewenste situatie wordt per gebied aangegeven in de gebiedsaanwijzing of kan per maatwerkvoorschrift bepaald worden. Situatie II: Nieuwbouw (uitbreiding) en ontwikkelingen in bestaand gebied (inbreiding) Nieuwbouw en ontwikkelingen in een bestaand en toekomstig bebouwd gebied waar een gebiedsaanwijzing geldt (zowel uitbreiding als inbreiding) (art. 3 van deze verordening). Op grond van milieuregelgeving mogen particulieren en bedrijven afvloeiend hemelwater en overtollig grondwater in oppervlaktewater, in de bodem of in een rioolstelsel lozen (zie art. 2, art. 3.2 en 3.4 Blbi en art. 3.2 en 3.3 Activiteitenbesluit). Voor nieuwbouw bestaat op grond van bouwregelgeving niet de plicht – wel een mogelijkheid indien uitdrukkelijk bepaald– om de afvoer van hemelwater aan te sluiten op de openbare riolering (art. 6.18, vijfde lid, onder b BB). Dit artikel bepaalt dat B&W een aansluitvoorschrift stellen voor een hemelwaterleiding als het hemelwater “in dat stelsel of riool mag worden gebracht”.

Zodra op grond van deze verordening een aanwijzingsbesluit geldt met de bepaling dat het verboden is afvloeiend hemelwater te lozen in het openbaar vuilwaterriool, is een dergelijke lozing niet meer toegestaan. De gemeente zal het aansluitvoorschrift dan weigeren. De wijze waarop het hemelwater wordt verwerkt, moet wel voldoen aan het doelvoorschrift van art. 6.15, eerste lid 1, BB: “het water moet zonder nadelige gevolgen voor de gezondheid kunnen worden afgevoerd”. Dit kan bijvoorbeeld door het water in een oppervlaktewater, de bodem of een eventueel openbaar hemelwaterstelsel te lozen. Bij nieuwbouwsituaties, inclusief vervangende nieuwbouw, en ontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied binnen de gemeente Halderberge wordt hemelwater alleen ingezameld door de gemeente indien de perceeleigenaar dit water zelf niet redelijkerwijs kan verwerken op eigen perceel. De verantwoordelijk ligt hierbij in beginsel bij de perceeleigenaar. Zowel in geval van uitbreiding als inbreiding dient een waterbergingsvoorziening te worden aangelegd. Voor de invulling van de bergingseis wordt onderscheid gemaakt in de grootte van het oppervlak en het type ontwikkeling. De bergingseisen zijn verder uitgewerkt in artikel 3 en de toelichting hierbij. 9 van 14

De hoeveelheid hemelwater die niet geborgen kan worden in de waterbergingsvoorziening kan door middel van bovengrondse afstroom worden aangesloten op een waterberging op openbaar terrein. In het buitengebied wordt nieuwbouw aangesloten op mechanische riolering. De lozing van hemelwater op dit type riolering is niet toegestaan. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsbepalingen a. Beheerder openbaar riool: De beheerder van het openbaar riool is het college van burgemeester en wethouders. Het collega kan haar bevoegdheden op grond van deze verordening mandateren aan een uitvoeringsorganisatie. a. Afkoppelen: Het scheiden van hemel- en grondwaterstromen van vuilwaterstromen en deze hemel- en grondwaterstromen ofwel aansluiten op het gemeentelijk hemelwaterriool, ofwel op eigen perceel houden of verwerken. De wijze waarop dit afkoppelen geschiedt kan per situatie verschillen en wordt, waar nodig, nader uitgewerkt in de Gebiedsaanwijzing. b. Bouwwerk: Een definitie van het begrip bouwwerk geeft de Wet milieubeheer niet. Deze verordening sluit aan bij de in de jurisprudentie aanvaarde definitie: “elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren”. c.

Doorgroeielement: Ook wel bekend als grastegel. Een tegel met grote perforaties waarin gras kan groeien. Door de openingen in de tegel kan water in de grond infiltreren. d. Nieuwbouw: Dit omvat alle soorten nieuwbouw inclusief vervangende nieuwbouw. e. Totale verhard oppervlak: Het totale verhard oppervlak is het totaal oppervlak waarmee gerekend wordt voor de bergingseis van de waterberging. Het totale verhard oppervlak betreft alle toekomstige dakoppervlakken en totale toekomstige verhardingen binnen het werkgebied en/of de perceelgrens. Indien de inrichting van het perceel nog niet bekend is, geldt als het totale verhard oppervlak alle toekomstige dakoppervlakken en 50% van het perceel in de nieuwe situatie. f. Openbaar vuilwaterriool: Een gemeentelijke rioolvoorziening die bedoeld is voor het inzamelen van huishoudelijk afvalwater.

10 van 14

g. Waterberging: In de Verordening wordt met een waterberging bedoeld een voorziening op het perceel van de perceeleigenaar, waarin overtollig hemelwater, dat niet ter plaatse in de grond infiltreert, opgevangen wordt. Aan de bergingscapaciteit zijn eisen gesteld. h. Gebiedsaanwijzing: Met gebiedsaanwijzing wordt aangegeven voor welke gebieden de hemel- en grondwaterverordening geldt. Daarnaast wordt in de gebiedsaanwijzing de termijn aangegeven waarbinnen de lozingen van hemel- en grondwater op de openbare riolering opgeheven dienen te zijn en in welke gebieden de verplichting tot waterberging geldt. i. Verordening: Hiermee wordt de Hemelwaterverordening gemeente Halderberge bedoeld. Artikel 2 Lozingsverbod hemel- en grondwater Artikel 2 omvat het verbod om afvloeiend hemelwater en grondwater te lozen in het openbaar vuilwaterriool. Dit verbod geldt dus voor zowel bestaande als nieuwe lozingen. Het lozingsverbod geldt voor alle eigenaren van bouwwerken, open erven en terreinen, voor zover deze binnen de gebiedsaanwijzing liggen en het desbetreffende besluit geen uitzonderingen bevat. De termijn waarbinnen aan het lozingsverbod moet worden voldaan is 6 maanden. De termijn in het geval van calamiteiten wijkt af. Deze termijn waarbinnen aan het lozingsverbod moet worden voldaan is 3 maanden.

Er is gekozen voor een afwijkende termijn bij calamiteiten, omdat dit onwenselijke situaties zijn die zo snel mogelijk gestopt moeten worden. Artikel 3 Verplichting tot waterberging Artikel 3 omvat de verplichting van het aanbrengen van een waterberging bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied. De verplichting houdt in dat er verplicht een waterberging wordt aangebracht op het perceel van de perceeleigenaar. De waterberging moet ook in stand en onderhouden worden, zodat deze zijn werking niet verliest. De verplichting tot een waterberging geldt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (uitbreiding) en ontwikkelingen in bestaand gebied (inbreiding).

11 van 14

Aan de waterberging zijn eisen gesteld. De eisen zijn onderverdeeld in nieuwe ruimtelijke ontwikkeling en ontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied. Ook is er onderscheid tussen een perceeloppervlak tot en vanaf 500 m2. Bovengenoemde eisen zijn opgenomen in onderstaande tabel. Oppervlak <500 m2 >500 m2

Nieuwe ruimtelijke ontwikkeling (uitbreiding) 60 mm bergen in het werkgebied. 60 mm bergen op openbaar terrein + 20 mm bergen op eigen terrein. Geen openbaar terrein = 80 mm bergen op eigen terrein.

Ontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied (inbreiding) Gescheiden aanleveren en 20 mm bergen op eigen terrein. 60 mm bergen op openbaar terrein + 20 mm bergen op eigen terrein. Geen openbaar terrein = 80 mm bergen op eigen terrein.

Ter aanvulling en verduidelijking van de tabel gelden de volgende voorwaarden: - Herbouw na sloop wordt beschouwd als een nieuwe ontwikkeling. Inbreidingen, verbouwingen en herstructureringen worden beschouwd als ontwikkelingen in bestaand gebied. - Om de bergingseis te berekenen wordt gerekend met het totale verhard oppervlak. Het totale verhard oppervlak betreft alle toekomstige dakoppervlakken en totale toekomstige verhardingen binnen het werkgebied en/of de perceelgrens. Indien de inrichting van het perceel nog niet bekend is, geldt als het totale verhard oppervlak alle toekomstige dakoppervlakken en 50% van het perceel in de nieuwe situatie. - Groene daken worden beschouwd als onverhard oppervlak en hoeven niet meegenomen te worden in de berekening. - Kunstgrasvelden en doorgroeielementen worden als 50% verhard oppervlak beschouwd en dienen ook zo meegewogen te worden in de berekening. - Elementenverharding wordt als 100% verharding beschouwd en dient ook zo meegewogen te worden in de berekening. - De bergingseisen zijn van toepassing op het werkgebied als geheel (particulier en openbaar terrein). De voorkeur gaat uit naar een centrale voorziening in openbaar gebied.

- Indien er bij een ontwikkeling bij een oppervlak groter dan 500m2 geen openbaar terrein onderdeel is van deze ontwikkeling, dan dient de waterbergingsopgave in zijn geheel op eigen terrein gerealiseerd te worden. Om de werking van de waterberging te waarborgen is het belangrijk dat deze zich boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand bevindt. Als dit niet zo is, dan vult de waterberging zich met grondwater en kan de waterberging geen bergende functie voor hemelwater meer hebben. Belangrijk is dat de waterberging na vulling weer leegt binnen 48 uur, zodat de waterberging water kan blijven bergen. Het heeft de voorkeur dat de waterberging zich bovengronds bevindt. Als dat niet mogelijk is mag de berging ook ondergronds plaatsvinden door middel van bijvoorbeeld infiltratiekratten of een andere gelijkwaardige oplossing, waarmee hetzelfde resultaat bereikt wordt. In geval van calamiteiten kan het hemelwater dat niet kan worden geborgen in de waterberging middels een noodoverloop het teveel aan hemelwater lozen in een nader aan te wijzen openbare rioolvoorziening. Aan deze bepaling kunnen voorwaarden worden gesteld door de beheerder van het openbaar riool.

12 van 14

Artikel 4 Gebiedsaanwijzing De gebieden waarbinnen het lozingsverbod van artikel 2 en de verplichting tot waterberging van artikel 3 gelden worden aangegeven in de gebiedsaanwijzing. De gebiedsaanwijzing wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Een gebiedsaanwijzing is een besluit van algemene strekking. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing neemt de beheerder van het openbaar riool het GWP gemeente Halderberge in acht. Dit artikel legt ook de relatie met het GWP gemeente Halderberge. Dit vervangt het voorheen verplichte gemeentelijk rioleringsplan. Deze verplichting vervalt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Bij de overgang naar de Omgevingswet wordt deze Hemelwaterverordening en nader vast te stellen gebiedsaanwijzing onderdeel van het Omgevingsplan. De uniforme openbare voorbereidingsprocedure, afdeling 3.4 Awb, is van toepassing verklaard. De voorbereiding van een besluit duurt iets langer. Daar staat tegenover dat de bezwaarschriftenfase na het nemen van het besluit vervalt. Artikel 5 Ontheffing In uitzonderingssituaties kan door middel van dit artikel een ontheffing van het lozingsverbod en de verplichting tot waterberging gegeven worden. De gemeente kan de ontheffing onder beperkingen verlenen. Daarnaast kan de gemeente voorschriften aan een ontheffing verbinden.

Een voorschrift kan betrekking hebben op onder meer het treffen van een alternatieve (tijdelijke) voorziening. Een uitzondering kan betrekking hebben op een perceel in een grondwaterbeschermingsgebied of grondwaterwingebied. Indien er sprake is van een dergelijke situatie zal door de gemeente bepaald worden of en in welke mate er beperkingen of aanvullende eisen gesteld worden. In het geval van calamiteiten kan ook sprake zijn van een uitzonderingssituatie. De beheerder van het openbaar riool kan in het geval van calamiteiten een ontheffing verlenen van het lozingsverbod. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Dit is per situatie te beoordelen door de beheerder van het openbaar riool. Artikel 6 Strafbepaling De Wet milieubeheer kent geen strafbepaling voor overtreding van een verordening als bedoeld in artikel 10.32a. Deze wet bevat een uitgebreid systeem van bestuurlijke boete, maar dit is niet gekoppeld aan art.10.32a. Daarom is in deze verordening een zelfstandige strafbepaling opgenomen, gekoppeld aan de geldboetecategorieën van art. 23 Wetboek van Strafrecht. Gekozen is voor de geldboete van de tweede categorie als bedoeld in art. 23 Wetboek van Strafrecht. Momenteel bedraagt de geldboete van de tweede categorie maximaal € 2.250,- (voor een rechtspersoon € 4.500,-).

Voor het handhaven van gemeentelijke verordeningen geldt altijd de mogelijkheid van dwangsom en bestuursdwang. De dwangsom komt voor dit type overtreding het eerst in aanmerking.

13 van 14

Artikel 7 Toezichthouders Een persoon die aangewezen is als toezichthouder beschikt in beginsel over alle in afdeling 5.2 van de Awb opgenomen bevoegdheden. Op grond van artikel 5:14 van de Awb kunnen deze bevoegdheden bij verordening of bij besluit van het college worden beperkt. Het college wijst in de regel een gemeentelijke afdeling of dienst aan waarvan de ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van de verordening. Voorts kan het college (in termen van de komende Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: bevoegd gezag) ambtenaren aanwijzen van andere afdelingen of diensten. Aanwijzing betekent niet dat zij tevens opsporingsbevoegd zijn. Aangezien buitengewone opsporingsambtenaren hun aanwijzing aan het Wetboek van Strafvordering ontlenen, is een nadere regeling niet nodig. De aanwijzing als toezichthouder is de grondslag voor de aanwijzing als buitengewoon opsporingsambtenaar. De opsporingsbevoegdheid van de buitengewone opsporingsambtenaren beperkt zich tot die zaken waarvoor zij toezichthouder zijn. Artikel 8 Inwerkingtreding Per 29 september 2023. Artikel 9 Citeertitel De tekst van artikel 10.32a Wet milieubeheer geeft de verordening geen naam. De naamgeving staat dus vrij. De naam Hemelwaterverordening gemeente Halderberge geeft het beste aan waarover de verordening gaat.

Overgangsrecht Overgangsrecht is niet nodig, omdat niet eerder en dergelijk lozingsverbod voor afvloeiend hemelwater en grondwater bestond.

14 van 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/561/documents/16359