CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Eindrapportage invoering Omgevingswet .pdf

Gemeenteraad 10 februari 2022, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 8: Rekenkameronderzoek invoering Omgevingswet2.678 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL

Raadsvergadering: 10 februari 2022

Commissie: B&O 26 januari 2022

Portefeuillehouder: Hans Wierikx

Registratienummer:

Contactpersoon:

Telefoonnummer: 140165

Gert Logt

Onderwerp Rekenkameronderzoek invoering Omgevingswet Samenvatting De Rekenkamer West Brabant heeft een onderzoek gedaan naar de invoering van de Omgevingswet in de gemeente Halderberge. Het onderzoek is uitgevoerd tegelijkertijd met de implementatie van de Omgevingswet. Tijdens deze implementatie is een raadsbrede werkgroep actief waarin naast alle fracties ook het college en de organisatie is vertegenwoordigd. De rekenkamer komt tot een aantal conclusies waaronder: 1. Er zou sprake van rolvervaging van de raad zijn als gevolg van het instellen van de werkgroep invoering Omgevingswet, waarin raadsleden zitting hebben. De werkgroep wordt geconsulteerd op inhoud en voortgang. Daardoor zou de gemeenteraad op afstand komen te staan van het uitvoeringsproces en zou de raad zijn rollen niet goed kunnen invullen. 2. De aanpak van de invoering van de Omgevingswet in Halderberge is -van binnen naar buiten- in plaats van -van buiten naar binnen-. 3. De originele planning is niet gehaald en de huidige planning is voor de gemeenteraad onduidelijk. De gemeenteraad heeft geen initiatief genomen om dit te veranderen. De aanbevelingen van de Rekenkamercommissie zijn: a. Aan de raad: zorg dat de raad in stelling komt en laat de werkgroep in de functie van meedenker en adviseur in het uitvoeringsproces. b.

Aan de raad en het college: werk vanaf nu van buiten naar binnen: Ga zo snel mogelijk aan de slag met het participatietraject, zodat bewoners kunnen meedenken. Experimenteer met echte initiatieven van bewoners en bedrijven om zo ook ervaring op te doen met de nieuwe manier van werken. c. Aan het college: stel samen met de gemeenteraad een nieuwe planning vast. De conclusies worden niet onderschreven of zijn onjuist. Er is vanaf het begin van het implementatieproces een raadsbrede werkgroep in het leven geroepen (met vertegenwoordigers vanuit alle fracties, college en organisatie, ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheden) om juist de raad in stelling te brengen. De werkgroep fungeert als

meedenker en adviseur. Het participatietraject is gestart en de planning ligt vast in de raadsagenda. De aanbevelingen worden niet overgenomen danwel bevestigen de huidige werkwijze en de ontwikkeling vanuit de werkgroep en zijn derhalve overbodig.

Inleiding & beeldvorming De Omgevingswet heeft als hoofddoel om de gebiedsgerichte onderdelen van de huidige wetten te integreren in één wet. De wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De invoering van de Omgevingswet is een ingewikkelde opgave. Niet alleen in de gemeentelijke context, de rolkeuze van de raad en de samenwerking met andere overheden, maar ook in de dynamiek van steeds opschuivende invoeringsdata en andere ontwikkelingen veroorzaakt door het Rijk. Bij deze wet gaat het niet alleen om ruimtelijke ordening, het gaat ook om een breder gedragen omgevingsvisie over de in te richten publieke ruimte. De integrale omgevingsvisie is niet alleen een uitwerking van de inrichting van de ruimte, maar ook onder meer natuur, milieu, bouwlocaties, gezondheid, sociaal domein en onderwijs krijgen een plaats. De wetgever stelt de eis van integraliteit in de omgevingsvisie, waarbij burgerparticipatie een belangrijk onderdeel is. Het opstellen van een geheel afgeronde integrale omgevingsvisie is een lastige klus. Veel gemeenten beschouwen het opstellen van een integrale omgevingsvisie als een bouwproces, waarbij de raad eerst een ‘versie 1.0’ vaststelt waarin nog niet alle onderwerpen zijn uitgewerkt. Daarna volgt de uitwerking van de andere onderwerpen in de volgende versies.

Totdat de omgevingsvisie compleet is.” Dit vraagt van de gemeente Halderberge een aanpak die steeds opnieuw wordt afgestemd op de lokale en landelijke ontwikkelingen. Belangrijk hierbij is met name het cultuuraspect. 60 tot 80 % van deze wet heeft het “in zich” dat er anders met initiatieven worden meegegaan. Wat is belangrijk voor het college en de raad? Met de invoering van de Omgevingswet gaan een aantal bevoegdheden voor raad en college veranderen. Het college wordt van rechtswege het bevoegd gezag voor het meewerken aan concrete plannen waarvoor een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit procedure wordt gevolgd. De gemeenteraad kan zelf besluiten om voor een aantal gevallen een (bindend) advies aan het college te willen geven. Deze gevallen worden voor invoering van de wet bepaald en daarover is het belangrijk om goed met elkaar in gesprek te gaan. Hiervoor is een rol weggelegd voor de raadswerkgroep, de raad en het college. Het college heeft alleen gereageerd op de aanbevelingen voor zover deze aan het college zijn gericht (zie bijlage Rekenkameronderzoek, pagina 64). Deze reactie betreft het feit dat het implementatieplan is geactualiseerd en dat de aanpak voor de omgevingsvisie vastligt in de omgevingsagenda. Ten aanzien van de nieuwe planning geeft college aan dat de komende besluiten in de raadsplanning 2021 zijn opgenomen.

Nadat het college een reactie had gegeven is een raadsvoorstel opgemaakt. Het seniorenconvent heeft echter besloten dat het rapport eerst naar de werkgroep “invoering van de Omgevingswet in de gemeente Halderberge” ter advisering diende te gaan. Het college reageerde immers alleen op de aanbevelingen voor zover deze aan het college waren gericht. Het rapport is vervolgens in maart/april 2021 besproken in de werkgroep “invoering van de Omgevingswet in de gemeente Halderberge”. De werkgroep heeft, net zoals het college, een reactie gegeven op de conclusies en aanbevelingen. In april 2021 is de reactie gegeven vanuit de werkgroep aan de Rekenkamer. Bij brief van 4 juni 2021 is een reactie van de Rekenkamer ontvangen. Doelstelling Het betreft een bijzonder rekenkameronderzoek, omdat het wordt uitgevoerd, terwijl de gemeente nog bezig is met de voorbereidingen van de invoering van de wet. De conclusies en aanbevelingen zijn dan ook meer bedoeld om aandachts- en leerpunten mee te geven bij de procesinrichting en -bijsturing. Om er ‘tijdens de rit van te leren’. Pagina 2 van 6

Reactie werkgroep Voor de werkgroep is, zoals tijdens de intake met de Rekenkamer al aangegeven, nooit helder geworden wat de aanleiding was om de Rekenkamer deze opdracht te geven. Toen is ook aangegeven wat de opzet was van de werkgroep. Bij weten van de werkgroep is helder afgesproken dat de bedoeling is complementair aan elkaar te willen zijn om zo lering te trekken. Het was volgens de werkgroep dan ook logisch geweest als de rapportage ook meteen aan de werkgroep was voorgelegd of in ieder geval met de werkgroep besproken was door de Rekenkamer. De werkgroep is ingegaan op de conclusies en aanbevelingen en deze is voorgelegd aan de Rekenkamer. Overwegingen Het Rekenkameronderzoek heeft onderzocht in hoeverre en op welke wijze de Omgevingswet geïmplementeerd was in januari/februari 2020. Het Rekenkameronderzoek splitst zich in 3 delen: A. Bevindingen t.a.v. de procesinrichting en rolverdeling Hier wordt de beoogde en feitelijke procesinrichting en rolverdeling tussen betrokkenen in het door de raad vastgestelde implementatieplan en het implementatieplan 2.0 beschreven. Voor de onderzoeksvragen (p. 15) en bevindingen (p. 30) wordt verwezen naar de eindrapportage. B. Bevindingen van de werkgroep van de raad Dit hoofdstuk beschrijft de bevindingen van de zelfevaluatie uit de werkgroep van de raad.

Alle 9 leden hebben een vragenformulier ingevuld op basis van een drietal onderzoeksvragen. Voor deze onderzoeksvragen (p. 32) en bevindingen (p. 44) wordt verwezen naar de eindrapportage. C. Bevindingen over de rol van de raad In dit deel hebben 19 van de 21 raadsleden vragen beantwoord die ingaan op de kader stellende-, controlerende- vertegenwoordigende- en verbindende rol van de raad. Voor de gestelde vragen (p. 46) en de bevindingen (p. 56) wordt verwezen naar de eindrapportage. De Rekenkamer heeft het conceptrapport aan het college aangeboden voor bestuurlijk hoor en wederhoor. De reactie van het college is integraal in de eindrapportage opgenomen (p. 62). Zoals hiervoor is aangegeven heeft de werkgroep, op verzoek van het seniorenconvent, zich ook gebogen over het rapport en een reactie gegeven op het onderzoek. Op de aanleiding en noodzaak en hoe gekomen is tot dit onderzoek heeft de werkgroep ook vraagtekens gesteld. In de inleiding van dit raadsvoorstel is dit al benoemd. De werkgroep is vervolgens ingegaan op de conclusies en aanbevelingen: 1. Er is sprake van rolvervaging van de raad als gevolg van het instellen van de werkgroep invoering Omgevingswet, waarin raadsleden zitting hebben. De werkgroep wordt geconsulteerd op inhoud en voortgang. Daardoor komt de gemeenteraad op afstand te staan van het uitvoeringsproces en kan de raad zijn rol niet goed invullen.

De werkgroep heeft aangegeven zich niet te kunnen vinden in deze conclusie en herkent zich ook niet. De werkgroep heeft het veelomvattende onderwerp opgepakt, wordt beter geïnformeerd en betrokken bij het onderwerp. Dat betekent dat niet de gehele raad belast wordt naast vele andere onderwerpen, maar wel alle fracties. De raadsfracties worden geïnformeerd over het proces van de werkgroep via de fractieleden en via de terugkoppeling in de commissies. Het is logisch dat niet elk raadslid van elk onderwerp even goed op de hoogte is. Dat geldt ook bij andere onderwerpen. Met 21 raadsleden en nu 7 fracties krijg je fractiespecialisten. Maar elk raadslid is zeker wel in de gelegenheid geweest om zijn of haar rol te pakken. Daarbij is het de bedoeling dat de werkgroep zich met name richt op het proces. Na elke vergadering wordt zowel de commissie Pagina 3 van 6

Beheer&Ontwikkeling alsmede de commissies Samenleving, Middelen en Veiligheid bijgepraat in de aansluitende commissievergaderingen. Dus bewust wording van zowel het fysieke als het sociale domein dat raakvlakken heeft met deze omgevingswet vindt direct plaats, de een nog dezelfde avond en de avond er op. 2. De aanpak van de invoering van de Omgevingswet in Halderberge is -van binnen naar buiten- in plaats van – van buiten naar binnen -. De omgevingswet heeft inderdaad als doel de inwoner aan de voorkant te zetten. Het is daarbij logisch dat dit proces intern is gestart. De implementatie van werkprocessen, aanschaf software en doorgroeien in de nieuwe rol van de overheid zijn interne processen, waar de inwoners niet direct bij betrokken behoeven te worden. Door gebruik te maken van concrete initiatieven van inwoners en ondernemers, waarbij al sinds het vaststellen van de bestuurlijke koers in 2017 aandacht aan wordt geschonken wordt dit van buiten naar binnen gebracht. Daarbij is bij diverse raadsleden bekend dat de huidige werkwijze nog niet altijd strookt met de intentie van de omgevingswet. Door een raadsbrede werkgroep met daarin de organisatie en het college vertegenwoordigd komt dit probleem helder op tafel en kan vroegtijdig ook de inwoner betrokken.

Indien dergelijke zaken in een raadscommissie besproken moet worden, wordt het eerder meer bestuurlijk en politiek en gaat de kracht van het aantal tellen in plaats van deskundigheid en belang van de inwoners en bedrijven. Het participatieproces om te komen tot een omgevingsvisie is gestart. Hierbij is getracht zo min mogelijk richting mee te geven. Juist om inwoners en ondernemers de kans te geven hun kans te laten grijpen om te komen tot initiatieven en ideeën vanuit onderop: de inzet van de omgevingswet. 3. De originele planning is niet gehaald en de huidige planning is voor de gemeenteraad onduidelijk. De gemeenteraad heeft geen initiatief genomen om dit te veranderen. De werkgroep is van mening dat de planning meerdere malen is gedeeld met de gemeenteraad. De werkgroep heeft zelf het initiatief genomen de raadsinformatiebrief vanuit de werkgroep te versturen in plaats van via het college. Ook over de vertraging van de invoering van de Omgevingswet is informatie gedeeld. Het college heeft de raad voorgesteld een dynamische planning te maken, vanuit voortschrijdend inzicht. Gezien de procedure en telkens nieuwe aspecten en onderdelen van de omgevingswet is dit een logische keuze gebleken.

De planning wordt regelmatig besproken in de werkgroep en gecommuniceerd, direct na een werkgroepvergadering met alle raadsleden waarbij men meteen vragen kan stellen aan de leden van de werkgroep danwel later aan hun eigen vertegenwoordiger uit de fractie die zitting heeft in de werkgroep Ook had de werkgroep de nodige aanmerkingen op de aanbevelingen voor de raad van de Rekenkamer. 1. Zorg dat de raad in stelling komt en laat de werkgroep in de functie van meedenker en adviseur in het uitvoeringsproces. Zoals bij de conclusies aangegeven vind de werkgroep niet dat de raad niet in staat is om in stelling te komen. De raad is juist beter in stelling gekomen doordat iedere fractie, vertegenwoordigd in de raadsbrede werkgroep, toeziet op een goed proces en kan de raad dus vroegtijdig informeren. Anders is het maar de vraag wie van de raadsleden zich hiertoe geroepen voelt en dus van een enkeling kan worden waardoor minder draagvlak gecreëerd wordt. Of dat het een politiek/bestuurlijke discussie wordt. Nu is het een gezamenlijk proces geworden. 2. Werk vanaf nu van buiten naar binnen: ga zo snel mogelijk aan de slag met het participatietraject, zodat bewoners meedenken en initiatief tonen. Experimenteer met echte initiatieven van bewoners en bedrijven om zo ook ervaring op te doen met de nieuwe manier van werken.

De werkgroep ziet dat het proces eerst intern is gestart en bij het opstellen van bijvoorbeeld een omgevingsvisie wordt gestart met een participatietraject. De raad moet nog een besluit nemen op welke wijze en op welk niveau bij welk onderdeel van de omgevingswet participatie wordt toegepast. Met de start van het participatietraject wordt er van buiten naar Pagina 4 van 6

binnen gewerkt. Als raad dien je je terughoudend op te stellen, rekening houdende met onderzoeken uit het verleden, en niet te veel richting mee te geven. Uiteindelijk heeft de raad het gemotiveerde eindwoord. Er is regelmatig aandacht voor het werken in de geest van de Omgevingswet bij initiatieven. Zowel de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie hebben hier continu aandacht voor. Maar het blijft nog wel lastig. Juist in de werkgroep is het daardoor makkelijker elkaar daarop te bevragen. Het wordt dan minder politiek. 3. Stel samen met de gemeenteraad een nieuwe planning vast. De werkgroep ziet geen aanleiding om een nieuwe planning vast te stellen. De raadsplanning 2021 geeft voldoende inzicht in de geplande werkzaamheden en beslismomenten voor de raad. Onlangs is de raad geïnformeerd over de besluitvorming in 2022. Regelmatig wordt de voortgang besproken en zo nodig bijgesteld. Dat wordt gedeeld met de raad. Bovendien komen er ook beslismomenten over diverse zaken waarover de raad als geheel haar mening dient te geven. De werkgroep bewaakt het proces in deze. In een reactie van bovenstaande reactie vanuit de werkgroep heeft de Rekenkamer bij brief van 4 juni 2021 aangegeven dat vanuit de reactie van de werkgroep er voor de Rekenkamer geen aanleiding is om zaken bij te stellen.

De Rekenkamer ziet geen nieuwe aanknopingspunten en laat een en ander verder over aan de raad om dit met elkaar te bediscussiëren en een besluit te nemen. Financiële gevolgen Niet van toepassing Duurzaamheid Niet van toepassing. Burger-& overheidsparticipatie Niet van toepassing. Communicatie De rekenkamer wordt bedankt voor het onderzoek. Voorstel Wij stellen u voor kennis te nemen van het Rekenkameronderzoek: Onderzoek naar de invoering van de Omgevingswet en te concluderen dat de conclusies en aanbevelingen geen bijdrage leveren aan een betere implementatie van de Omgevingswet. De Rekenkamer te bedanken voor het onderzoek en in kennis te stellen van het uiteindelijke besluit. De raadswerkgroep Omgevingswet van de gemeente Halderberge.

Bijlagen: - Eindrapportage Onderzoek naar de invoering van de Omgevingswet, - brief werkgroep “invoering van de Omgevingswet in de gemeente Halderberge” - reactie Rekenkamer op brief werkgroep

Pagina 5 van 6

RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van het seniorenconvent van de gemeente Halderberge van 12 januari 2022; BESLUIT:

1. 2.

3.

4. 5.

kennis te nemen van het Rekenkameronderzoek: Onderzoek naar de invoering van de Omgevingswet en te concluderen dat de conclusies en aanbevelingen al als doelstellingen en in de werkwijze van de werkgroep “invoering van de Omgevingswet in de gemeente Halderberge” is opgenomen. de werkgroep de opdracht te geven de nodige kennis vanuit het Rekenkameronderzoek te gebruiken in de verdere uitwerking, ieder voor zover van toepassing (raad, college en organisatie) en hiervan jaarlijks of zoveel vaker als nodig hiervan te rapporteren aan de raad (bijvoorbeeld in de nieuwsbrief); De Rekenkamer te bedanken voor het onderzoek en in kennis te stellen van het uiteindelijke besluit.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Halderberge op 10 februari 2022,

de griffier,

de voorzitter,

drs. A. Koenen

drs. B.J.A. Roks

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/514/documents/15320