Raadsvoorstel.docx; filename*=utf-8''Raadsvoorstel.pdf
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Zaaknummer
1408152
Contactpersoon
Steffie Joosten
Raadsvergadering d.d. 21-05-2026
Commissie
SM&V
Portefeuillehouder
Telefoonnummer
0165-390500
Patrick Schouw, wethouder
Onderwerp Kostenontwikkeling en wijziging Verordening leerlingenvervoer gemeente Halderberge Samenvatting Per 1 augustus 2026 lopen de huidige contracten voor het aangepast leerlingenvervoer af en is een nieuwe aanbesteding gestart om de continuïteit en kwaliteit te waarborgen. Omdat de oorspronkelijk gehanteerde tariefbandbreedte niet uitvoerbaar bleek, is in januari 2026 de bovengrens verhoogd en de puntensystematiek aangepast. Het college van burgemeester en wethouders stelt aan de raad voor om het budget voor leerlingenvervoer te verhogen zodat de definitieve gunning plaats kan vinden. Tegelijk wordt voorgesteld een nieuwe Verordening leerlingenvervoer vast te stellen om normaliseren en zelfstandigheid te bevorderen. Hierbij blijft aangepast vervoer beschikbaar voor leerlingen in het (speciaal) onderwijs en voor structureel gehandicapte leerlingen Overige leerlingen in het regulier onderwijs kunnen gebruik maken van vergoedingen voor fiets, openbaar- of eigen vervoer. Inleiding & beeldvorming Op 1 augustus 2026 lopen de huidige contracten voor aangepast leerlingenvervoer af. Om het leerlingenvervoer ook daarna te kunnen blijven verzorgen is eind vorig jaar een aanbestedingsprocedure gestart.
Al in een vroeg stadium van de aanbestedingsprocedure bleek uit de verschillende reacties op de aanbestedingsstukken van de vervoerders dat de gehanteerde bandbreedte voor de tarieven in de praktijk niet haalbaar is om de opdracht uit te voeren. Om ervoor te zorgen dat het leerlingenvervoer ook vanaf augustus 2026 ononderbroken kan doorgaan en voldoet aan de kwaliteitseisen die wij als gemeente stellen, is in januari 2026 besloten de bovengrens van de bandbreedte te verhogen. Met het verhogen van de bandbreedte is in de aanbestedingsstukken ook de puntensystematiek voor het criterium prijs aangepast. Lagere tarieven werden daarmee relatief sterker beloond, terwijl inschrijvingen richting de bovengrens minder punten opleverden. Op basis van de beoordeling van zowel formele vereisten als kwalitatieve vereisten is op 2 april 2026 de opdracht voorlopig gegund aan ‘De Vier Gewesten’. Aansluitend is een bezwaartermijn van 20 kalenderdagen gestart. Na uw akkoord kan de opdracht definitief gegund worden en komt de continuïteit van het leerlingenvervoer niet in het geding. Verordening De nieuwe contractperiode binnen het leerlingenvervoer kan ook aangegrepen worden als kans om het beleid voor leerlingenvervoer verder te laten aansluiten bij het uitgangspunt van 1 van 15
normaliseren én, waar dit passend en haalbaar is, het bevorderen van zelfstandigheid van leerlingen en hun ouders. Waar dit passend en haalbaar is wordt uitgegaan van gebruikelijk toegankelijke vormen van vervoer. Tegelijkertijd blijft aangepast vervoer beschikbaar voor leerlingen die hier daadwerkelijk op zijn aangewezen. Om deze beweging structureel te verankeren wordt een wijziging van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Halderberge voorgesteld. De wijzigingen veranderen niets aan het recht op een vervoersvoorziening, maar beperken alleen het soort vervoer. Aangepast vervoer wordt, onder reeds geldende voorwaarden, alleen nog verstrekt aan: leerlingen die naar speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs gaan; structureel gehandicapte leerlingen. Leerlingen die regulier basisonderwijs of regulier voortgezet onderwijs volgen, kunnen na de wijziging alleen nog in aanmerking komen voor: een vergoeding voor fietsvervoer (voor leerling en eventueel begeleider); een vergoeding voor openbaar vervoer (voor leerling en eventueel begeleider); een (gedeeltelijke) vergoeding van de reiskosten als ouders zelf vervoeren, tenzij het structureel gehandicapte leerlingen betreft.
Doelstelling Met dit raadsvoorstel wordt beoogd de continuïteit en kwaliteit van het leerlingenvervoer per 1 augustus 2026 te borgen door het definitief gunnen van een nieuwe vervoersopdracht én het beleid voor leerlingenvervoer te actualiseren. Door aanpassing van de Verordening leerlingenvervoer wordt het beleid beter in lijn gebracht met de uitgangspunten van normaliseren en het bevorderen van zelfstandigheid van leerlingen en ouders, terwijl passend en noodzakelijk aangepast vervoer beschikbaar blijft voor leerlingen die hier daadwerkelijk op zijn aangewezen. Overwegingen 1. In veel regio’s zijn er te weinig chauffeurs en voertuigen. Door de doelgroep te verkleinen blijft het vervoer beschikbaar voor leerlingen die het echt nodig hebben, worden langere wachttijden, omrijdroutes en overbelasting van ritten voorkomen en blijft de uitvoerbaarheid van de verordening realistisch en betrouwbaar; 2. De verordening wordt duidelijker en minder discussief en sluit beter aan bij de landelijke wetgeving; 3. We stimuleren dat leerlingen meer gebruikmaken van fiets of openbaar vervoer. Dat helpt bij hun zelfstandigheid en verkeersvaardigheid en is een duurzamere keuze; 4. In de huidige verordening staat al dat aangepast vervoer pas wordt toegekend als andere mogelijkheden echt niet kunnen. Door de doelgroep te beperken blijft aangepast vervoer echt een maatwerkvoorziening; 5.
Leerlingen die een school voor speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs bezoeken of structureel gehandicapte leerlingen hebben vaker langere reistijden en het openbaar vervoer of fietsgebruik is vaak geen realistische optie. Voor hen is aangepast vervoer wél passend; 6. Aangepast vervoer is een dure voorziening voor gemeenten. Door de doelgroep te beperken blijven de kosten beter beheersbaar.
2 van 15
Risico's Ouders van leerlingen in het regulier onderwijs kunnen zich benadeeld voelen door de beperking van aangepast vervoer, wat kan leiden tot meer bezwaarzaken en extra uitvoeringslasten. Financiële gevolgen In onderstaand overzicht zijn de financiële gevolgen van de aanbesteding (op basis van de huidige leerlingenlijst voor leerlingenvervoer) in combinatie met de besparing door de wijziging van verordening van het leerlingenvervoer in beeld gebracht. Daarbij wordt opgemerkt dat de besparing in 2026 en 2027 beperkter is dan de daaropvolgende jaren. Dit komt omdat aanvragen voor leerlingenvervoer die vóór 21 mei 2026 (vaststellingsdatum nieuwe verordening) worden ingediend nog op basis van de huidige verordening moeten worden beoordeeld. Hierdoor treedt de volledige besparing pas vanaf de tweede helft van 2027 op.
Budget leerlingenvervoer Resultaat aanbesteding Nieuwe verordening Kosten leerlingenvervoer
2026 -925.154 25.000 -900.154
2027 -1.089.378 80.089 -1.009.290
2028 -1.122.060 113.483 -1.008.577
2029 -1.155.721 116.887 -1.038.834
Dekking budget leerlingenvervoer Tekort budget leerlingenvervoer
792.659 -107.495
816.438 -192.852
840.932 -167.645
866.160 -172.674
Inzet begrotingssaldo - dekking tekort Saldo
107.495 0
192.852 0
167.645 0
172.674 0
Dekking en gevolgen begroting Voorgesteld wordt om het extra benodigde budget voor het leerlingenvervoer te dekken uit het begrotingssaldo 2026 en de saldo's van de meerjarenraming. Hierbij dient te worden opgemerkt dat in 2028 al sprake is van een negatief begrotingssaldo. Het negatieve saldo voor 2028 neemt als gevolg van dit voorstel toe. In de volgende tabel zijn de gevolgen voor de begroting in beeld gebracht. In de tabel zijn ook de verdere voorstellen meegenomen die geagendeerd staan voor de raadsvergadering van 21 mei 2026 om het begroting saldo zo volledig mogelijk te kunnen tonen.
3 van 15
Duurzaamheid Door, waar dit passend en haalbaar is, gebruik te maken van fietsvervoer, openbaar vervoer en eigen vervoer wordt het aantal vervoersbewegingen met aangepast vervoer beperkt, wat leidt tot minder voertuigkilometers en een lagere uitstoot. Tegelijkertijd blijft aangepast vervoer beschikbaar voor leerlingen die hier daadwerkelijk op zijn aangewezen, waardoor middelen gericht worden ingezet en het vervoer toekomstbestendig en verantwoord georganiseerd blijft. Burger-& overheidsparticipatie Op 13 maart 2026 is een toelichting gegeven over de nieuwe verordening aan de adviesraad sociaal domein. De adviesraad sociaal domein adviseert positief (bijlage 5). Communicatie Nadat de nieuwe verordening is vastgesteld wordt deze gepubliceerd op www.overheid.nl. Daarnaast worden alle gezinnen die gebruikmaken van leerlingenvervoer actief geïnformeerd, via een gerichte brief: een geruststellende brief voor gezinnen voor wie niets verandert en een duidelijke brief voor gezinnen voor wie wel wijzigingen gelden, met toelichting op de gevolgen. Vervolg Met de vaststelling van de nieuwe verordening wordt de huidige verordening ingetrokken. Aanvragen leerlingenvervoer worden met ingang van 22 mei 2026 beoordeeld op basis van de nieuwe verordening en aanvullende beleidsregel. Voorstel Wij stellen u voor: 1.
Het budget voor leerlingenvervoer voor 2026 te verhogen met € 107.495, voor 2028 met € 192.852 en vanaf 2028 structureel te verhogen met € 167.645 plus indexering; 2. De 9e begrotingswijziging 2026 vast te stellen; 3. De Verordening leerlingenvervoer gemeente Halderberge, zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 14 november 2024, in te trekken; 4. De Verordening leerlingenvervoer gemeente Halderberge vast te stellen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge. Bijlagen: 1. Raadsvoorstel -besluit Verordening Leerlingenvervoer gemeente Halderberge (2024) 2. Verordening leerlingenvervoer gemeente Halderberge (2024) 3. Concept verordening leerlingenvervoer gemeente Halderberge 4. Was-wordt lijst verordening leerlingenvervoer gemeente Halderberge 5. Advies ASD
4 van 15
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 april 2026; gelet op: artikel 149 van de Gemeentewet artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs artikel 4 van de Wet op de expertisecentra artikel 8.29 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
BESLUIT: 1. Het budget voor leerlingenvervoer voor 2026 te verhogen met € 107.495, voor 2028 met € 192.852 en vanaf 2028 structureel te verhogen met € 167.645 plus indexering; 2. De 9e begrotingswijziging 2026 vast te stellen. 3. De Verordening leerlingenvervoer gemeente Halderberge, zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 14 november 2024, in te trekken; 4. De Verordening leerlingenvervoer gemeente Halderberge vast te stellen;
5 van 15
Verordening leerlingenvervoer gemeente Halderberge Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: aangepast vervoer: door het college georganiseerd vervoer dat uitsluitend verstrekt wordt onder de in artikel 21 genoemde voorwaarden aan leerlingen die een school voor speciaal basisonderwijs, voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs bezoeken, dan wel structureel gehandicapte leerlingen; afstand: afstand, overeenkomstig artikel 4, zesde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden; buitenschoolse opvang: de buitenschoolse opvang, waar iemand aanwezig is die de verantwoordelijkheid draagt over de leerling, waar de leerling voor of na afloop van de lestijd op school verblijft; deskundige: erkend en onafhankelijk medisch, psychiatrisch, psychologisch, pedagogisch of verkeerskundig deskundige; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge; eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of (elektrische) fiets dat onder eigen verantwoordelijkheid
plaatsvindt; inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs; leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school of voor een proefplaatsing een school bezoekt; openbaar vervoer: personenvervoer dat openbaar toegankelijk is en waarvan iedereen al dan niet tegen betaling gebruik van kan maken; ouders: met gezag over de leerling belaste ouders, pleegouders, voogden of verzorgers van de leerling of, indien van toepassing, de meerderjarige en handelingsbekwame leerling; persoonlijk vervoersontwikkelingsplan: een schriftelijk plan waarin de activiteiten worden beschreven door middel waarvan de leerling de vaardigheden kan aanleren die nodig zijn om zoveel mogelijk zelfstandig en met het openbaar vervoer of de fiets te reizen; reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij
gebruikmaking van aangepast vervoer; samenwerkingsverband: Samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs; school: 1°. Basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 6 van 15
2°. School voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 3°. School voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020; schoolvakantie: vakantie waarvan de datum is opgenomen in de schoolgids; stage: Een verplicht onderdeel van een arbeidsgericht uitstroomprofiel in het Voortgezet speciaal onderwijs waar de leerling de theorie die op school wordt geleerd, in de praktijk (bij een bedrijf of instelling) wordt geoefend; structureel gehandicapte leerling: een leerling, die door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap van ten minste drie maanden, niet of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken; tijdelijke opstapplaats: de opstapplaats bedoeld in artikel 11, eerste lid; toegankelijke school: toegankelijke school als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, waar plaats is en waarbij de op godsdienst of levensbeschouwing van de ouders berustende keuze van een school geëerbiedigd wordt; vervoersvoorziening: 1°. Vergoeding van fietsvervoer voor de leerling en zo nodig van diens begeleider; 2°.
Vergoeding van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig van diens begeleider; 3°. Gehele of gedeeltelijke vergoeding van de vervoerkosten van de leerling en zo nodig van diens begeleider; of 4°. Aanbieding van aangepast vervoer voor de leerling en zo nodig voor diens begeleider; woning: woning waar de leerling feitelijk en structureel verblijft.
Hoofdstuk 2. Aanvraagprocedure van de vervoersvoorziening Artikel 2. Aanvraag 1. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening kan worden ingediend voor een leerling die zijn woning in de gemeente heeft, door indiening bij het college van een volledig ingevuld digitaal formulier. 2. Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken. Artikel 3. Onderzoek 1. Bij de beoordeling van de aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, kan het college onder andere de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin, en de afstand en route tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school onderzoeken. 2. Het college kan in een gesprek met de ouders en desgewenst de leerling, de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening onderzoeken. 3. Bij gewijzigde omstandigheden/indien het college het noodzakelijk acht kan opnieuw een gesprek als bedoeld in het tweede lid plaatsvinden. 4. Wanneer de leerling groep zeven van de basisschool, speciale school voor basisonderwijs of school voor speciaal onderwijs bereikt, kan het college, in overleg met de ouders en desgewenst de leerling, een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen. 7 van 15
Artikel 4. Inzet deskundige 1. Indien het college het noodzakelijk acht betrekt het een deskundige bij het onderzoek en verzoekt deze advies uit te brengen, ter beoordeling van de individuele situatie van de leerling. 2. De ouders en de leerling verlenen medewerking aan het onderzoek van de deskundige. Artikel 5. Beslistermijn 1. Het college besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening. 2. Het college kan de in het vorige lid bedoelde besluitvormingstermijn met ten hoogste vier weken verlengen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. Artikel 6. Ingangsdatum voorziening Als een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze: a. wanneer het een vergoeding betreft, met ingang van de verzochte datum, waarbij de datum maximaal één maand ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; b. wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de verzochte datum. Artikel 7. Besluit 1. Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking, de uitbetaling, en de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening. 2. Het college kan aan de toekenning van een vervoersvoorziening nadere voorwaarden verbinden. Hoofdstuk 3. Beoordelingscriteria Artikel 8. Algemene bepalingen 1.
De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 2. Ten behoeve van het schoolbezoek van een leerling die zijn woning heeft in de gemeente, kent het college aan de ouders op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. 3. De verantwoordelijkheid om als dat nodig is te zorgen voor een begeleider berust bij ouders, tenzij naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat begeleiding van de leerling door de ouders of anderen uit hun netwerk onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden. 4. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepast vervoer berust bij de ouders. 5. Bij de keuze voor de te verstrekken vervoersvoorziening wordt achtereenvolgens beoordeeld of vervoer, al dan niet met begeleiding, mogelijk is: a. per fiets; b. per openbaar vervoer; c. met eigen vervoer; d. met aangepast vervoer1. 1
Deze vervoersvoorziening wordt uitsluitend verstrekt onder de in artikel 21 genoemde voorwaarden aan leerlingen die een school voor speciaal basisonderwijs, voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal 8 van 15
Artikel 9. Afwijzingsgronden 1. Geen vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school kleiner is dan 6 km. Deze grens geldt niet voor structureel gehandicapte leerlingen. 2. Geen vervoersvoorziening wordt toegekend voor het bezoeken van het voortgezet onderwijs, tenzij: a. er sprake is van voortgezet speciaal onderwijs; of b. het een structureel gehandicapte leerling betreft als bedoeld in artikel 1. 3. Geen aanspraak op aangepast vervoer bestaat voor leerlingen die een reguliere basisschool of reguliere school voor voortgezet onderwijs bezoeken, tenzij het een structureel gehandicapte leerling betreft als bedoeld in artikel 1. Artikel 10. Andere oplossing 1. Als de leerling aanspraak kan maken op een passende voorziening of vergoeding voor de reiskosten op basis van een andere regeling, komt de leerling niet in aanmerking voor een vervoersvoorziening op grond van deze verordening. 2. Als de leerling aanspraak kan maken op een gedeeltelijke vergoeding voor de reiskosten op basis van een andere regeling betrekt het college deze vergoeding bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding op grond van deze verordening of brengt hij dit bedrag als eigen bijdrage in rekening. Artikel 11. Aanwijzing tijdelijke opstapplaats 1.
Het college kan in gevallen dat het door omgevingsomstandigheden niet mogelijk is de leerling thuis op te halen een tijdelijke opstapplaats aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van het aangepast vervoer. 2. De tijdelijke opstapplaats bevindt zich op een veilige locatie en op een redelijke loopafstand van de woning van de leerling en biedt voldoende ruimte voor een eventuele begeleider. 3. De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en op de tijdelijke opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is. Artikel 12. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. In overeenstemming met artikel 4, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt een vervoersvoorziening toegekend over de afstand tussen de woning en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders als aanvrager met het vervoer naar die school schriftelijk instemt. 2. Er wordt, overeenkomstig artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder c en d, van de Wet op het primair onderwijs, eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning en: a.
de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, als ouders daar schriftelijk mee instemmen; of b. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder onderwijs bezoeken, dan wel structureel gehandicapte leerlingen. 9 van 15
kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a en ouders daar schriftelijk mee instemmen. 3. Als de ouders vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aan het college is door de ouders naar het oordeel van het college voldoende aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte is van de leerling; en b. aan het college is door de ouders of de meerderjarig leerling naar het oordeel van het college voldoende aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod. Artikel 13. Schooltijden en wachttijden 1. Het aangepast vervoer vindt plaats in aansluiting op de schooldagen en schooltijden, zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. 2.
Als er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kan het college besluiten een wachttijd van één of meerdere uren in te stellen, om het aangepast vervoer zo efficiënt mogelijk in te zetten. 3. Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden wordt niet georganiseerd, tenzij de ouders als aanvrager naar het oordeel van het college toereikend bewijs overlegt waaruit blijkt dat de structurele handicap van een leerling de aansluiting op de standaard schooltijden onmogelijk maakt. Artikel 14. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente 1. Het college kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de leerling blijft zijn eigen school bezoeken; b. in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en c. de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente. 2.
Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van het tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken. 3. Als de vervoersvoorziening bestaat uit aangepast vervoer kan het college, in overleg met de gemeente waarin de leerling tijdelijk verblijft, besluiten dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van het tijdelijk verblijf het vervoer uitvoert. Artikel 15. Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie bij verblijf in pleeggezin of internaat 1. Met inachtneming van de artikelen 8 en 10 kent het college op aanvraag een vervoersvergoeding voor het weekeinde en de schoolvakantie toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft. 10 van 15
2. Het college kent aan de ouders een vervoersvergoeding toe voor het weekeindevervoer van de leerling voor de eenmaal per weekeinde gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekenden niet vallen binnen de in het eerste lid genoemde schoolvakanties. 3. Het college kent aan de ouders een vervoersvergoeding toe voor het vervoer van de leerling tijdens de schoolvakanties. De voorziening betreft de reis van het internaat of het adres van het pleeggezin naar de ouders eenmaal aan het begin van de vakantie en eenmaal aan het einde van de vakantie. 4. Voor de toekenning is een vergoeding van de kosten van openbaar vervoer het uitgangspunt. Het college vergoedt ook de kosten van het openbaar vervoer voor een begeleider, als de leerling wegens zijn structurele handicap of leeftijd niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken. 5. Het college kan toestaan dat de ouders de leerling zelf vervoeren of laten vervoeren. De vergoeding is dan afhankelijk van de vervoersvoorziening waarop de ouders aanspraak zouden maken.
6. Het college kan uitsluitend aangepast vervoer toekennen voor weekeinde en vakantievervoer wanneer: a. openbaar vervoer geheel ontbreekt; of b. het gaat om een leerling van het voortgezet speciaal onderwijs die verblijvend in een internaat of pleeggezin, wegens zijn structurele handicap niet zelfstandig, ook niet met een begeleider gebruik kan maken van het openbaar vervoer. Artikel 16. Vervoersvoorziening naar stageadres 1. Als er aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar school kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. 2. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt, in aanvulling op de voorwaarden die gelden voor een vervoersvoorziening naar school, slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de stage is een verplicht onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; b. bij vervoer per fiets, per openbaar vervoer of met eigen vervoer de afstand van de woning tot het stageadres kleiner is dan 30 km. c. bij aangepast vervoer, de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden volgens de schoolgids; d. bij aangepast vervoer, de stage vindt plaats op één stageadres; Artikel 17. Vervoer tussen de buitenschoolse opvang en de school 1.
Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening van de woning naar een school en terug kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer van één extra structureel adres voor buitenschoolse opvang naar de school of terug. 2. De vervoersvoorziening van de buitenschoolse opvang naar de school of terug wordt alleen verstrekt als: a. bij vervoer per fiets, per openbaar vervoer of met eigen vervoer de kosten voor de gemeente vergelijkbaar zijn met de kosten voor het vervoer van de woning naar de school en terug. b. bij aangepast vervoer, de buitenschoolse opvang op de route van de taxi(bus) ligt. c. bij aangepast vervoer, het vervoer plaatsvindt in aansluiting op de reguliere schooltijden volgens de schoolgids.
11 van 15
Artikel 18. Vervoersvergoeding voor de leerling 1. Het college bepaalt de hoogte van de te verstrekken vervoersvoorziening in de vorm van een vervoersvergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer en houdt daarbij rekening met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden. 2. Als aanspraak bestaat op een vergoeding zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders de vergoeding op basis van de kosten van het vervoer per fiets. 3. De kilometervergoeding voor het afleggen van de afstand per fiets is gelijk aan de algemeen gebruikelijke belastingvrijekilometervergoeding. Artikel 19. Vervoersvergoeding voor de begeleider 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt en daarvoor recht heeft op een vervoersvergoeding op grond van deze verordening, een vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets van een begeleider van de leerling als: a. de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft in een lagere groep dan groep zeven van de basisschool, speciale school voor basisonderwijs of school voor speciaal onderwijs zit. b.
de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft in groep zeven of een hogere groep van de basisschool, speciale school voor basisonderwijs of school voor speciaal onderwijs zit en naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken. 2. Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor vergoeding in aanmerking.
3. Bij de vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer houdt het college rekening met de kortingen die voor de begeleider binnen het systeem kunnen gelden. 4. De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk aan de algemeen gebruikelijke belastingvrijekilometervergoeding. Artikel 20. Vervoersvergoeding op basis van de kosten van door de ouders georganiseerd vervoer 1. Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders vragen of op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2. De vergoeding voor het door ouders zelf georganiseerde vervoer bestaat uit een kilometervergoeding voor de eigen auto op basis van het belastingvrije kilometerbedrag per kilometer, gebaseerd op twee retourreizen per dag. 3. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, vergoedt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto voor de rit en niet per leerling. 4. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die voor het vervoer al een vergoeding van het college ontvangen, wordt door het college geen vergoeding verstrekt. 5.
Als ouders in samenwerking met andere ouders besluiten zelf een vervoersvoorziening te organiseren, kan het college, in afwijking van het tweede lid, een bijzonder kostendekkend tarief hanteren, als dit leidt tot een goedkoper vervoersalternatief.
12 van 15
Artikel 21. Aangepast vervoer Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer uitsluitend aan leerlingen die een school voor speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs bezoeken, dan wel structureel gehandicapte leerlingen als: a. aanspraak bestaat op een vergoeding zoals bedoeld in artikel 19 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, rekening houdend met wachttijden, overstaptijden en de duur van de reis met verschillende vormen van openbaar vervoer, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; b. aanspraak bestaat op een vergoeding zoals bedoeld in artikel 19 en openbaar vervoer ontbreekt; c. aanspraak bestaat op een vergoeding op grond van artikel 20 en naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat begeleiding van de leerling door de ouders of anderen uit hun netwerk onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden; d. de leerling, naar het oordeel van het college, ook niet onder begeleiding in staat is van het openbaar vervoer gebruik te maken. Artikel 22.
Vergoeding andere passende vervoersvoorziening Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college na overleg met de ouders een vergoeding verstrekken voor een andere passende voorziening. Hoofdstuk 4. Bijdrage in de kosten Artikel 23. Drempelbedrag 1. Bij de verstrekking van een vervoersvoorziening betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen samen meer bedraagt dan het in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs genoemde bedrag van € 17.700,-, de op de zone-indeling van het openbaar vervoer gebaseerde kosten over de in artikel 9 bepaalde afstand van 6 kilometer zelf. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de te verstrekken vervoersvergoeding of bij de verstrekking van aangepast vervoer bij de ouders in rekening gebracht. 2. Het in het eerste lid genoemde inkomensbedrag wordt met ingang van 1 januari 1999 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. 3. Dit artikel is niet van toepassing op structureel gehandicapte leerlingen.
13 van 15
Artikel 24. Draagkrachtafhankelijke bijdrage 1. Bij de verstrekking van een vervoersvoorziening betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt die als gevolg van een keuze van de ouders verder is gelegen dan 20 kilometer van de woning, overeenkomstig artikel 4, elfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 2. De hoogte van het bedrag wordt berekend per gezin en is afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders. De bedragen van de eigen bijdrage per gezin per jaar per inkomenscategorie bedragen: Inkomen vanaf 0 € 39.500 € 46.500 € 54.000 € 60.500 € 69.500 € 76.000
Tot € 39.500 € 46.500 € 54.000 € 60.500 € 69.500 € 76.000 Voor elke € 5.000,- erbij
Eigen bijdrage nihil € 185 € 815 € 1.510 € 2.215 € 2.970 € 710
3. De inkomensbedragen, genoemd in het tweede lid, worden jaarlijks met ingang van 1 januari aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,-. 4. De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden jaarlijks met ingang van 1 januari aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-. 5. Het drempelbedrag genoemd in artikel 23 kan tegelijk met de draagkrachtafhankelijke eigen bijdrage genoemd in het eerste lid worden opgelegd aan het gezin. 6. Dit artikel is niet van toepassing op structureel gehandicapte leerlingen. Hoofdstuk 5 Rechtmatigheid Artikel 25 Doorgeven van wijzigingen De aanvrager is verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te delen aan het college. Artikel 26 Beëindiging, opschorting, herziening, intrekking en terugvordering van de vervoersvoorziening 1.
Het college kan een besluit tot toekenning van een vervoersvoorziening beëindigen, opschorten, herzien, of intrekken, als het vaststelt dat: a. niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij deze verordening;
14 van 15
b. beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; c. de verstrekte vervoersvoorziening naar het oordeel van het college niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; d. ouders weigeren het drempelbedrag bedoeld in artikel 22 te betalen of nalatig zijn in het betalen ervan; e. ouders weigeren de draagkrachtafhankelijke eigen bijdrage bedoeld in artikel 24 te betalen of nalatig zijn in het betalen ervan; f. er sprake is van onaanvaardbaar gedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; g. er sprake is van onaanvaardbaar gedrag door de ouders. 2. De kosten van een ten onrechte genoten vervoersvoorziening kunnen van de ouders worden teruggevorderd, of worden verrekend met een verstrekte maar nog niet uitbetaalde vervoersvergoeding. Hoofdstuk 6. Slotbepalingen Artikel 27. Beslissing in gevallen waarin de regeling niet voorziet In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel 28. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs aangaande, ten gunste van de ouders gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze verordening, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen. Artikel 29.
Intrekking oude regeling De Verordening leerlingenvervoer gemeente Halderberge wordt ingetrokken op 21 mei 2026. Artikel 30. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 22 mei 2026. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening leerlingenvervoer gemeente Halderberge. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 mei 2026. De voorzitter,
De griffier,
Anne Mulder
Ari Koenen
15 van 15