Raadsvoorstel Beleidsplan wegen 2022-2026.pdf
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Zaaknummer
219850
Contactpersoon
Jac Borghouts
Raadsvergadering d.d. 03 juni 2021
Commissie
B&O (beheer en ontwikkeling) 19 mei 2021
Portefeuillehouder
Telefoonnummer
0165 390500
Jan Mollen, wethouder
Onderwerp Beleidsplan wegen 2022-2026. Samenvatting De huidige beleidsperiode voor het beheer en onderhoud aan wegen loopt van 2016 tot en met 2020. Tijdens deze periode was met het Collegewerkprogramma gedurende 3 jaar extra budget beschikbaar gesteld. Naar aanleiding van het aflopen van de beleidsperiode is, op basis van de wegeninspectie 2021, een nieuw beleidsplan opgesteld. Hierin is de staat van onderhoud van wegen weergegeven. In het rapport wordt ingegaan op het te behalen minimale onderhoudsniveau (niveau C) en de (financiële) maatregelen die hiervoor nodig zijn. Gelet op het achterstallig onderhoud van wegen, het wegwerken hiervan en het behouden van het onderhoudsniveau voor de wegen op het niveau C, zijn er drie scenario’s denkbaar. Voor het wegwerken van achterstallig onderhoud moet een voorziening worden gevormd. Het college stelt de gemeenteraad voor om te kiezen voor scenario 3, waarbij het groot onderhoud aan elementenverhardingen wordt teruggebracht naar kleinschalig onderhoud én waarbij er geen bijdrage is aan rioleringsprojecten. Inleiding & beeldvorming De huidige beleidsperiode loopt van 2016 tot en met 2020. Eind 2020, begin 2021 is er een nieuwe wegeninspectie uitgevoerd wat inzicht geeft in de staat van onderhoud van de verschillende verhardingen. Als toetsingskader wordt hiervoor standaard de CROW-systematiek gebruik.
Deze systematiek wordt landelijk gezien als de systematiek om wegverhardingen te inspecteren, te onderhouden en te beheren. Naar aanleiding hiervan is een nieuw beleidsplan opgesteld, waarin de staat van onderhoud van wegen is weergegeven. In het rapport wordt ingegaan op het te behalen minimale onderhoudsniveau (niveau C) en de (financiële) maatregelen die hiervoor nodig zijn. Hierbij wordt benadrukt dat voor de staat van onderhoud aan de wegen niveau C ook het laagst landelijk geaccepteerde onderhoudsniveau is. Dit maakt dan ook dat er geen keuze wordt voorgelegd welke is gerelateerd aan het onderhoudsniveau, maar een keuze van hoe dit financieel haalbaar wordt. Gelet op de aanwezigheid van achterstallige onderhoud, het wegwerken hiervan en het behouden van het onderhoudsniveau voor de wegen op het niveau C, zijn er een drietal 1/6
scenario’s denkbaar. Het college stelt de gemeenteraad voor om te kiezen voor scenario 3, waarbij het groot onderhoud aan elementen wordt teruggebracht naar kleinschalig onderhoud én waarbij tevens geen bijdrage is aan rioleringsprojecten. Doelstelling Het huidige beleid voor het beheer en onderhoud aan wegen (2016-2020) herijken naar aanleiding van de uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden in de genoemde periode en de tweejaarlijkse wegeninspectie die begin 2021 is uitgevoerd. Op basis van de resultaten kan de gemeenteraad middelen toewijzen voor het groot onderhoud, de reconstructies (IP) en het klein onderhoud aan wegen. Overwegingen - Nieuw beleidsplan 2022-2026. De huidige beleidsperiode loopt eind 2020 af. De toekomstige middelen voor het beheer en onderhoud van wegen zijn voor de jaren 2022 en verder, nog niet geregeld en/of moeten worden herzien. Voor 2021 wordt uitgegaan van de middelen die in 2018 met het aantreden van het nieuwe college en het uitvoeringsprogramma beschikbaar zijn gesteld. - Het voorleggen van de scenario’s. Zoals uit het nieuwe beleidsplan blijkt, wordt er gestreefd naar het onderhoudsniveau C. Dit wordt ook beschreven door de CROW-systematiek en algemeen gezien als het laagst acceptabele onderhoudsniveau. Er zijn te veel straten en wegen die momenteel onder dit niveau zitten.
Met name het eerder genomen raadsbesluit om in de beleidsperiode 2016-2020 niet extra te investeren maar uit te gaan van de middelen die op dat moment voorradig waren, maakt dat er nu fors geïnvesteerd moet worden. Enerzijds om te komen op het niveau C en anderzijds om er de komende jaren ook te kunnen blijven. Het is dan ook niet de vraag welk niveau als wel hoe we dit minimale niveau C financieel kunnen behalen én behouden in de komende periode 2022-2026. - Kwaliteitsniveau C. Voor het bepalen van de kwaliteit van het verhardingen en het op basis daarvan opstellen van het onderhoudsprogramma, gebruikt wegbeheer van de gemeente Halderberge de landelijk gehanteerde CROW-systematiek, vastgelegd in CROW-publicaties 146 en 147. Bij de verhardingen is de ambitie van de gemeente vastgelegd op beeldniveau C. Dit is het laagste niveau dat gehanteerd kan worden. Alles onder beeldniveau C wordt gezien als achterstallig onderhoud, waarbij er niet meer wordt voldaan aan wet- en regelgeving. Het risico op aansprakelijkheidsstellingen wordt bij een lager niveau dan C groter. In de Wegenwet (artikel 15) en de Wegenverkeerswet (artikel 2) is geregeld dat de gemeente een zorgplicht heeft voor de verhardingen binnen de gemeente. Wettelijk gezien is er dan ook geen andere optie dan niveau C. - De keuze voor scenario 3.
Alle voorgelegde opties streven naar het behalen en behouden van het kwaliteitsniveau C. In de wijze van investeren is er alsnog een financiële keuze die van invloed is op de mogelijkheden met name in relatie tot het werk met werk maken. Bij zowel scenario 1, 2 en 3 wordt er uitgegaan van de planning voor de aanpak van wegen zoals deze uit de wegeninspectie is voortgekomen. De wegenplanning is leidend voor de aanpak van mogelijk andere zaken zoals riolering en NUTS-kabels en -leidingen. Daar waar andere initiatieven komen zal er dus geen bijdragen zijn vanuit wegen. Bij scenario 1 wordt er groot onderhoud uitgevoerd aan asfalt en elementenverhardingen. In scenario 2 wordt het groot onderhoud aan elementen teruggebracht naar kleinschalig onderhoud. Dus alleen de oneffenheden worden aangepakt. In scenario 1 en 2 is er nog wel een klein bedrag uitgetrokken (€ 50.000,-) om een bijdrage bij rioolwerkzaamheden te kunnen leveren. In scenario 3 is dit bedrag, naast het afschalen van het groot onderhoud aan
elementen, ook niet meer aanwezig. Op basis van de financiële haalbaarheid wordt voorgesteld te kiezen voor scenario 3. - Het vormen van een voorziening. Achterstallig onderhoud kan leiden tot hogere herstellasten en ook tot onveilige situaties, waarbij er niet meer wordt voldaan aan de wettelijke normen. Daarom dient achterstallig onderhoud zo snel mogelijk te worden hersteld. Op basis van artikel 44 lid 1a BBV moet daarom een voorziening worden gevormd. Het achterstallig onderhoud wordt dan meteen ten laste van deze voorziening gebracht. In de praktijk betekent dit dat de gemeente de voorziening achterstallig onderhoud in één keer moet vormen (in het begrotingsjaar waarin de omvang van het achterstallig onderhoud is vastgesteld en duidelijk is welke maatregelen moeten worden getroffen). Doorgaans wordt de voorziening gevormd middels een overheveling vanuit de algemene reserves. Dit wordt nu ook aan de raad voorgesteld. In totaal is het achterstallig onderhoud € 1.400.000. Er wordt dan ook voorgesteld om dit bedrag aan de algemene reserve te onttrekken voor de vorming van de voorziening en het in 4 jaar wegwerken van het achterstallig onderhoud. Verder wordt het reguliere budget voor groot onderhoud nu ondergebracht in een voorziening. Hiermee worden de kosten gelijkmatiger verdeeld.
- Wijzigen afschrijvingstermijn Op grond van artikel 64, lid 3 van het Besluit begroting en verantwoording dient op vaste activa met een beperkte gebruiksduur jaarlijks afgeschreven te worden volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. De gebruiksduur is gelijk aan de verwachte economische of technische levensduur en kan door de gemeente zelf worden bepaald. In de huidige financiële verordening, die op 28 mei 2020 door de gemeenteraad 2020 is vastgesteld, is voor wegreconstructies, pleinen en rotondes een levensduur van 25 jaar aangegeven. Tijdens het opstellen van het wegenbeheersplan bleek dat de werkelijke levensduur langer is. In overleg met het adviesbureau dat het wegenbeheersplan heeft opgesteld, is een levensduur van 40 jaar aannemelijk geacht. Wij stellen u dan ook voor de levensduur te verlengen naar 40 jaar. Dit is mogelijk conform de BBV regelgeving. Dit geldt voor alle nieuwe infrastructurele werken. Omdat bij grote wegenbouwkundige werken vaak sprake is van een geheel aan investeringen in wegen, pleinen, rotondes, fietspaden en voetpaden wordt dit onder de nieuwe term Wegenbouwkundige infrastructurele werken in het afschrijvingsbeleid opgenomen. De nieuwe afschrijvingstermijn gaat ook gelden voor investeringen die zijn gedaan na 1 januari 2017 en waarop reeds is afgeschreven.
De levensduur daarvan zal dus worden verlengd met 15 jaar. Hierdoor nemen de jaarlijkse afschrijvingskosten af. De financiële gevolgen daarvan treft u aan onder het kopje Financiën. Voor investeringen die voor 1 januari 2017 zijn gedaan, geldt een aparte regeling. Voor die investeringen blijft de regelgeving gelden die op dat moment van toepassing was. De levensduur van die investeringen was maximaal 10 jaar en wordt niet aangepast. Risico's Het niet beschikbaar stellen van de benodigde middelen. Een wegeninspectie blijft een momentopname, die op het moment van inspecteren zeer zeker een realistisch beeld geeft van de staat van onderhoud van wegen. In de scenario’s die waren opgenomen voor de keuze in 2016 was al aangegeven dat met de keuze voor scenario 3 (investeren met de huidige middelen) de onzekerheid voor het behalen van het beoogde kwaliteitsniveau C groter zou worden. Deze onzekerheid heeft zich nu dan ook omgezet in een dalende lijn van het onderhoudsniveau met een niet toelaatbare hoeveelheid aan wegen wat een mindere kwaliteit heeft dan het noodzakelijke C-niveau. - De keuze voor scenario 1, Inzet van benodigde middelen. Het risico bij dit scenario is met name dat de wegen die nu een hogere kwaliteit hebben verder zakken naar C-niveau.
Dit is kwalitatief toelaatbaar, maar vraagt wel de nodige aandacht voor het uitvoeren van klein onderhoud met name in winkelstraten en centrumgebieden.
- De keuze voor scenario 2, Het groot onderhoud aan elementen terugbrengen tot kleinschalig onderhoud. Ook bij dit scenario is het nagestreefde onderhoudsniveau C. het verschil met optie 1 is dat het groot onderhoud aan wegen bestaande uit elementen (tegels, betonstenen, gebakken klinkers etc.) wordt teruggebracht tot kleinschaliger onderhoud. Het herstraten van complete wegvakken wordt minimaal tot niet gedaan. Dit kan in de praktijd tot vragen leiden van bewoners wat de leefbaarheid en het imago kan beïnvloeden. Ook werk met werk maken wordt lastiger zo niet onmogelijk als de betreffende weg niet op de wegenplanning staat. Er is dan ook een risico op terugval als een weg niet of te laat wordt opgepakt. Dit komt dan ook ten nadelen van de veiligheid. Het uitvoeren van klein onderhoud is dan een groot aandachtspunt. Er is nog wel een bijdrage voor rioleringswerkzaamheden ten behoeve van bijvoorbeeld de aankoop van straatstenen (op kleine schaal). - De keuze voor scenario 3, Scenario 2 met aanvullend geen bijdrage aan rioleringsprojecten. In dit scenario wordt wederom het kwaliteitsniveau C gehaald en behouden. Echter, niet alleen de risico’s genoemd bij scenario 2 doen zicht voor, ook het budget voor een bijdrage bij rioleringswerkzaamheden is nu niet voor handen. Kwalitatief gesproken is de keuze voor scenario 3 de minste keuze en werk met werk maken wordt een stuk lastiger.
Echter, financieel gezien is dit wel de meest passende bij de situatie in Halderberge. Door de juiste inzet van klein onderhoud en de middelen die hier beschikbaar voor zijn, kan het niveau C worden behaald en worden behouden in de jaren 2022-2026. Financiële gevolgen Het vaststellen van het Beleidsplan wegen 2022-2026 heeft aanzienlijke financiële gevolgen. Niet alleen worden de budgetten en de jaarlijkse investeringen verhoogd, maar er wordt ook een voorziening gevormd voor het groot onderhoud en voor het wegwerken van het achterstallig onderhoud dat is geconstateerd. In het beleidsplan worden 3 scenario’s beschreven. Ik elk van deze scenario’s is rekening gehouden met de vorming van de voorziening, waarvan wordt voorgesteld om € 1.400.000 ten laste van de algemene reserve te brengen voor het deel van het achterstallige onderhoud. In onderstaande tabellen zijn de structurele gevolgen van de verschillende scenario’s (dus inclusief budgetten, investeringen, voorziening en 1 fte) aangegeven. : Scenario 1 Inzet van benodigde middelen Begroting Beschikbaar Nodig Nadeel
2021 €0 € 40.000 € -40.000
2022 € 1.147.673 € 1.582.147 € -434.474
2023 € 1.207.421 € 1.670.015 € -462.595
2024 € 1.301.807 € 1.764.531 € -462.724
2025 € 1.315.961 € 1.825.862 € -509.901
2026 € 1.330.339 € 1.900.714 € -570.375
Scenario 2 Deel groot onderhoud aan elementen terugbrengen tot kleinschalig onderhoud. Begroting Beschikbaar Nodig Nadeel
2021 €0 € 40.000 € -40.000
2022 € 1.147.673 € 1.382.147 € -234.474
2023 € 1.207.421 € 1.472.715 € -265.295
2024 € 1.301.807 € 1.569.971 € -268.164
2025 € 1.315.961 € 1.634.084 € -318.123
2026 € 1.330.339 € 1.711.760 € -381.421
Scenario 3 Idem aan scenario 2 met aanvullend geen bijdrage aan rioleringsprojecten. Begroting Beschikbaar Nodig Nadeel
2021 €0 € 40.000 € -40.000
2022 € 1.147.673 € 1.332.147 € -184.474
2023 € 1.207.421 € 1.421.965 € -214.545
2024 € 1.301.807 € 1.518.460 € -216.653
2025 € 1.315.961 € 1.581.800 € -265.839
2026 € 1.330.339 € 1.658.691 € -328.352
Vanuit financieel oogpunt wordt voorgesteld om te kiezen voor scenario 3, met inachtneming van de genoemde risico’s. De financiële gevolgen van scenario 3 worden na besluitvorming verwerkt in de Zomernota 2021. Duurzaamheid Er wordt niet direct geïnvesteerd op duurzaamheid alhoewel er in de voorbereiding wel kansen worden gezocht in het gebruik van duurzame materialen. Werk met werk kan worden gemaakt, zolang de werkzaamheden (van derden) in de betreffende weg zijn, die ook is opgenomen in de meerjarenplanning (2022-2026) voor de aanpak van wegen. Burger-& overheidsparticipatie Niet van toepassing, hierbij moet worden opgemerkt dat naar aanleiding van de keuze van de raad en de beschikbaar gestelde middelen er een vijfjarenplanning wordt opgesteld. Bewoners en perceeleigenaren worden betrokken bij het inplannen van de juiste onderhoudsmaatregelen in de op de planning opgevoerde wegen. Communicatie Het vastgestelde beleid zal met name intern worden gedeeld, vooral binnen het team Realisatie. Alhoewel de kansen beperkt zullen zijn wordt wel gezocht naar afstemming met andere beheerders, zoals leidingbeheerders, om nog steeds werk met werk te kunnen maken. Bewoners worden, bij het voorbereiden van diverse onderhoudswerkzaamheden, van het vastgestelde beleid op de hoogte gebracht.
Vervolg Naar aanleiding van de door de raad gekozen optie wordt de vijfjarenplanning (2022-2026) opgesteld. Deze wordt voorgelegd aan het college. De raad wordt hierover geïnformeerd. De werkzaamheden voor 2021 worden op basis van de reeds beschikbaar gestelde middelen, opgenomen in de begroting 2021 en de uitgevoerde wegeninspectie 2021, verder bepaald. Voorstel 1. 2.
3.
4. 5. 6.
Het beleidsplan voor wegen 2022-2026 vast te stellen; Te kiezen voor scenario 3, waarbij het groot onderhoud aan elementen wordt teruggebracht naar kleinschalig onderhoud en waarbij er tevens geen bijdrage is aan rioleringsprojecten; Conform artikel 44, eerste lid onder a van het BBV een voorziening te vormen voor het wegwerken van achterstallig onderhoud en hiervoor € 1.400.000,- te onttrekken aan de algemene reserve; Conform artikel 44, eerste lid onder c van het BBV een voorziening te vormen voor het groot onderhoud; De afschrijvingstermijn voor wegenbouwkundige infrastructurele werken te wijzigen van 25 jaar naar 40 jaar; De financiële gevolgen te verwerken in de Zomernota 2021.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge.
Bijlage: Beleidsplan Wegen, 2022 – 2026, d.d. 14 april 2021, Royal Haskoning/ DHV;
RAADSBESLUIT
De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 april 2021;
BESLUIT: 1. Het beleidsplan voor wegen 2022-2026 vast te stellen; 2. Te kiezen voor scenario 3, waarbij het groot onderhoud aan elementen wordt teruggebracht naar kleinschalig onderhoud én waarbij tevens geen bijdrage is aan rioleringsprojecten; 3. Conform artikel 44, eerste lid onder a van het BBV een voorziening te vormen voor het wegwerken van achterstallig onderhoud en hiervoor € 1.400.000,- te onttrekken aan de algemene reserve; 4. Conform artikel 44, eerste lid onder c van het BBV een voorziening te vormen voor het groot onderhoud; 5. De afschrijvingstermijn voor wegenbouwkundige infrastructurele werken te wijzigen van 25 jaar naar 40 jaar. 6. De financiële gevolgen te verwerken in de Zomernota 2021.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Halderberge op 03 juni 2021,
de griffier,
de voorzitter,
drs. A. Koenen
drs. B.J.A. Roks