CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel adviesrecht en verplichte participatie bij omgevingsvergunning onder de Omgevingswet.pdf

Gemeenteraad 10 februari 2022, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 11: Adviesrecht en verplichte participatie bij omgevingsvergunning onder de Omgevingswet1.996 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL

Zaaknummer

283296

Contactpersoon

Chantal van den Heuvel

Raadsvergadering d.d. 10 februari 2022

Commissie

B&O (beheer en ontwikkeling)

Portefeuillehouder

Telefoonnummer

140165

Hans Wierikx

Onderwerp Adviesrecht en verplichte participatie bij omgevingsvergunning onder de Omgevingswet Samenvatting De Omgevingswet bepaalt dat de gemeenteraad een omgevingsvisie en een omgevingsplan vaststelt. Het zal regelmatig voorkomen dat een initiatiefnemer een plan heeft dat niet in het omgevingsplan past, maar wel op de een of andere manier bijdraagt aan de waarden van Halderberge. Voor een concreet initiatief kan vergunning worden verleend, waarbij van het omgevingsplan afgeweken wordt met een procedure buitenplanse omgevingsplanactivitieit. De bevoegdheid voor deze besluitvorming is in de Omgevingswet toegewezen aan het college van burgemeester en wethouders. De raad kan gevallen aanwijzen, waarbij hij een bindend advies moeten uitbreiden. De raad kan ook vastleggen in welke gevallen er verplicht participatie moet plaatsvinden. Met dit raadsbesluit worden die gevallen bepaald. Inleiding & beeldvorming De Omgevingswet bepaalt dat de gemeenteraad een omgevingsvisie en een omgevingsplan vaststelt. Terwijl de omgevingsvisie over de langere termijnwaarden en - opgaven gaan, staan in het omgevingsplan regels voor de fysieke leefomgeving. In eerste instantie wordt op datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet een tijdelijk omgevingsplan van rechtswege geldig. Alle huidige bestemmingsplannen en een extra set regels (de bruidsschat) vormen in eerste instantie ons omgevingsplan.

Het is onmogelijk om alle initiatieven en nieuwe plannen te voorzien. Het zal regelmatig voorkomen dat een initiatiefnemer een plan heeft dat niet in het omgevingsplan past, maar wel op de een of andere manier bijdraagt aan de waarden van Halderberge. Soms is het nodig om voor dat plan een stukje van het omgevingsplan te wijzigen. Meestal kan voor een concreet initiatief vergunning worden verleend waarbij van het omgevingsplan afgeweken wordt. Binnen vijf jaar (te rekenen vanaf 2029) moet de gemeente het omgevingsplan aanpassen zodat het in overeenstemming is met de verleende vergunning. In de huidige situatie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) wordt voor (bouw)plannen die in strijd zijn met het bestemmingsplan een nieuw postzegelbestemmingsplan opgesteld. Ook kan onder de huidige wetgeving een vergunning aangevraagd worden om af te wijken van het 1 van 5

bestemmingsplan. Het college kan een omgevingsvergunning verlenen met instemming van de gemeenteraad. Daarover besluit de raad met een zogenoemde “verklaring van geen bedenkingen” (vvgb). Om in een aantal gevallen eenvoudiger en sneller medewerking te kunnen verlenen aan een plan, heeft uw raad 12 november 2019 een lijst vastgesteld met gevallen waarvoor de raad reeds op voorhand een verklaring van geen bedenkingen afgeeft. De Omgevingswet bepaalt dat bij vergunningsaanvragen het college het bevoegd gezag is, ook voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA) zijn activiteiten die niet passen in het Omgevingsplan en waarvoor afgeweken moet worden van het omgevingsplan. De Omgevingswet geeft bij vergunningen voor BOPA de mogelijkheid van een bindend adviesrecht voor de gemeenteraad. Het college mag niet afwijken van het advies van de raad. De gemeenteraad dient gevallen aan te wijzen waarbij het college de raad om een bindend advies moet vragen. Indien de gemeenteraad voor de inwerkingtreding van de wet geen gevallen aanwijst, heeft de raad geen rol bij vergunningsaanvragen die niet in het Omgevingsplan passen. Bij afwijkingen van het omgevingsplan is ook de reguliere procedure van toepassing. Dat wil zeggen een uiterste proceduretermijn van acht weken.

Er zijn enkele gevallen waarbij de termijn kan worden verlengd, onder meer op verzoek van de aanvrager. Dit betekent dat de raad binnen deze termijn een advies moet verstrekken. Hiermee wordt de door de Omgevingswet gewenste processnelheid vormgegeven. De Omgevingswet bepaalt dat bij iedere vergunningsaanvraag aangegeven moet worden of aan participatie is gedaan. Als dit het geval is, meldt hij ook hoe deze partijen zijn betrokken en wat de resultaten zijn. De gemeenteraad kan BOPA aanwijzen waarvoor participatie verplicht is. In dat geval is de aanvrager verplicht om een participatieproces vorm te geven en vervolgens in de vergunningsaanvraag aan te geven wat met de resultaten is gedaan. In de wet is niet opgenomen hoe het participatieproces vormgegeven moet worden. De wetgever heeft dit bewust vormvrij gelaten. Wanneer de aanvrager niet aan participatie heeft gedaan, terwijl participatie wel verplicht is gesteld, kan het college va de vergunningsaanvraag buiten behandeling stellen. Wanneer de aanvrager wel aan participatie heeft gedaan en dat in zijn aanvraag aangeeft, betrekt het bevoegd gezag deze informatie bij de integrale afweging en het besluit over de aanvraag. Uitsluitend onvoldoende draagvlak is geen weigeringsgrond. Uitsluitend heel veel draagvlak is onvoldoende grond om een BOPA-vergunning te verlenen.

De uitkomsten van de participatie mogen wel meegewogen worden in een besluit op een aanvraag. Doelstelling De twee besluiten over lijst adviesrecht en lijst verplichte participatie zijn onderdeel van de minimale vereisten die uitgevoerd moeten zijn voordat de Omgevingswet in werking treedt, naar verwachting 1 juli 2022. De raad wordt om advies gevraagd waarbij het overzicht over proces, informatie van het plan en afwegingen wordt verstrekt. Hierdoor komt de vraag om advies relatief laat in het vergunningsproces van 8 weken. Met dit voorstel wordt beoogd om na de inwerkingtreding van de Omgevingswet vergunningsaanvragen voor ruimtelijke en fysieke ontwikkelingen voortvarend te kunnen beoordelen en op adequate wijze, passend in de geest van de Omgevingswet, tot besluitvorming te komen. Overwegingen 1.1 De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om gevallen van BOPA aan te wijzen waarbij de raad om advies gevraagd moet worden. Dit is geregeld in artikel 16.15a van de Omgevingswet. Hierin is in onder b opgenomen dat het college verplicht advies moet inwinnen bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor in door de gemeenteraad aangewezen gevallen van een BOPA. Artikel 16.15b Omgevingswet bepaalt dat burgemeester en wethouders het advies van uw raad in acht moet nemen.

1.2 Deze lijst adviesrecht is een 1.0 versie en kan op basis van monitoring en evaluatie door de raad bijgesteld worden. 2 van 5

Het advies van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Aan de slag met de Omgevingswet is om te “leren door te doen”. De Omgevingswet gaat uit van de beleidscyclus: na kaderstelling volgt uitvoering en monitoring, gevolgd door evaluatie en het eventueel bijstellen van de kaders. Het is belangrijk om met een lijst van start te gaan en gaandeweg te ervaren of deze lijst de juiste gevallen bevat. Dit kan in theorie op elk gewenst moment. Daarom is het belangrijk om als gemeenteraad een besluit te nemen zodat op 1 juli 2022, bij inwerkingtreding van de wet, ook direct gewerkt kan worden volgens deze lijst en de ambtelijke organisatie deze ook al met nieuwe initiatiefnemers in het voorproces kunnen toelichten. Evaluatie vindt in ieder geval 1 jaar na ingebruikname van de lijst plaats. De raadswerkgroep Omgevingswet zal deze evaluatie uitvoeren. 1.3 De raad bepaald de lijst met gevallen, het college levert een aantal opties aan. In de beeldvormende raadsbijeenkomst Omgevingswet op 16 september 2021 is door een deel van de aanwezige raadsleden uitgesproken dat het voorstelbaar is om de lijst van verklaring van geen bedenkingen (vvgb) om te draaien. Doordat de systematiek van adviesrecht andersom werkt dan de systematiek van de vvgb zouden met name relatief kleine veranderingen (in en op een perceel) aan de raad voorgelegd moeten worden.

Met andersom wordt bedoeld dat op de lijst vvgb gevallen staan die niet aan de raad voorgelegd hoeven te worden en dat op de lijst adviesrecht gevallen staan die wel aan de raad voorgelegd moeten worden. Daarom zijn aan alle opties ook nog een aantal complexere situaties toegevoegd. Tijdens de beeldvormende raadsbijeenkomst is door een deel van de aanwezige raadsleden uitgesproken dat de raad vooral kaders wil stellen, maar dat de bevoegdheid in diverse situaties aan het college kan blijven zoals beoogd in de Omgevingswet. Omdat er geen eenduidig advies is meegegeven, bevat dit raadsvoorstel meerdere opties. Deze kunnen in de commissie B&O besproken worden. De raadswerkgroep Omgevingswet heeft aan het college gevraagd zich uit te spreken over een voorkeursvariant. Het college heeft een voorkeur voor optie 3. Deze geeft voldoende flexibiliteit om in te kunnen spelen op de vraag van onze inwoners en ondernemers. En ook voldoende mogelijkheid om de advisering van de raad te horen over wat grootschaligere ontwikkelingen. 2.1 De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om bij aanvragen voor een BOPA participatie verplicht te stellen. Dit is geregeld in artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet.

“De gemeenteraad kan gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is, kan worden ingediend.”. 2.2 Participatie sluit aan bij de huidige werkwijze omgevingsdialoog Los van de context van de Omgevingswet is een omgevingsdialoog in beginsel niet meer of minder dan een fatsoensnorm. Zo voorkom je dat de buren met een aanvraag worden geconfronteerd via een publicatie bij een vergunningsaanvraag. Op deze manier kunnen aanvragen die geen omgevingsdialoog bevatten buiten behandeling worden gesteld. 2.3 Verplichte participatie vergroot de mogelijkheid tot integrale belangenafweging over de vergunningsaanvraag Wanneer participatie niet verplicht is, kan in een aanvraag worden vermeld dat er niet aan participatie is gedaan en is er dus geen informatie over participatie beschikbaar. Door het verplicht te stellen zal bij vergunningsaanvragen meer informatie over participatie aanwezig zijn. Op die manier is het beter mogelijk voor het college en (in geval de raad adviesrecht heeft) ook de gemeenteraad een integrale belangenafweging te maken.

Risico's Het college vraagt aandacht voor de doorlooptijd van vergunningen (8 weken vanaf indienen aanvraag) en de benodigde bestuurlijke besluitvorming. De beoordeling van de aanvraag, de integrale afwegingen (al dan niet met ketenpartners) en de besluitvorming dienen binnen deze 3 van 5

periode plaats te vinden. Financiële gevolgen Voor dit voorstel zijn geen directe middelen nodig. Mocht er voor de inrichting van de processen middelen nodig zijn, dan worden deze gedekt uit het al beschikbaar gestelde budget voor de implementatie Omgevingswet. Duurzaamheid Duurzaamheid is bij dit procesvoorstel niet van toepassing. Burger-& overheidsparticipatie Burger-&overheidsparticipatie is bij dit procesvoorstel niet van toepassing. Bij de evaluatie wordt wel meegewogen hoe de onze inwoners en ondernemers het proces rondom vergunningverlening ervaren. Communicatie Communicatie over dit onderwerp maakt deel uit van de brede communicatie over de invoering van de Omgevingswet en de impact op initiatiefnemers in het fysiek domein. Vervolg In de raadswerkgroep Omgevingswet wordt de wijze van evalueren en bijstellen besproken. De gemeenteraad kan op elk gewenst moment een wijziging op dit besluit voorbereiden. Voorstel Wij stellen u voor om: 1. De lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, als bedoeld in artikel 16.15a, onder b, Omgevingswet vast te stellen. 2. De lijst met gevallen waarvoor participatie verplicht is voorafgaand aan het indienen van een vergunningsaanvraag, als bedoeld in artikel 16.55, lid 7 Omgevingswet vast te stellen. 3.

Beide lijsten in werking te laten treden op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge.

Bijlage: 1. Lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 16.15a, onder b, Omgevingswet. 2. Lijst met gevallen waarvoor participatie verplicht is voorafgaand aan het indienen van een vergunningsaanvraag, als bedoeld in artikel 16.55, lid 7, Omgevingswet

4 van 5

RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 december 2021; gelet op de artikelen 16.15a, 16.15b en 16.55 van de Omgevingswet;

BESLUIT: 1. De lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, als bedoeld in artikel 16.15a, onder b, Omgevingswet vast te stellen. 2. De lijst met gevallen waarvoor participatie verplicht is voorafgaand aan het indienen van een vergunningsaanvraag, als bedoeld in artikel 16.55, lid 7, Omgevingswet vast te stellen. 3. Beide lijsten in werking te laten treden op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Halderberge op 10 februari 2022,

de griffier,

de voorzitter,

drs. A. Koenen

drs. B.J.A. Roks

5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/514/documents/15316