CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit RvO Raad en presidium 2026

Gemeenteraad 15 oktober 2026, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 6: Voorstel Reglement van orde voor de raad en Reglement van orde voor de raadscommissies5.801 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van het seniorenconvent; gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; B E S L U I T : vast te stellen het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Halderberge. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: 1. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; 2. griffier: degene die de raad en de door de raad ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde staat of diens plaatsvervanger; 3. initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel. 4. interpellatie: het recht van een raadslid om tijdens een vergadering over een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester te vragen; 5. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; 6. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; 7. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger; 8. wet: Gemeentewet. Artikel 2 De voorzitter De voorzitter is belast met: 1. het leiden van de vergadering; 2. het handhaven van de orde; 3. het doen naleven van het Reglement van orde; 4.

hetgeen de wet of dit reglement de voorzitter verder opdraagt. Artikel 3 De griffier 1. De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier. 3. De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties; benoeming van burgercommissieleden Artikel 4 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging. 1. Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. 2 2. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en het proces-verbaal van het (centraal) stembureau. 3. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de wet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.

In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 5 Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Artikel 6 Fracties 1. De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4.

Als één of meer leden van een of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Artikel 7 Benoeming van burgercommissieleden 1. Een fractie kan één of meerdere kandidaat-burgercommissieleden voor benoeming voordragen bij de raad. 2. Het maximaal aantal burgercommissieleden per fractie is afhankelijk van de grootte van de fractie. Hiervoor geldt de volgende verdeling: a. Een fractie met 1 zetel: maximaal 4 burgercommissieleden. b. Een fractie met 2 zetels: maximaal 3 burgercommissieleden. c. Een fractie met 3 of meer zetels: maximaal 2 burgercommissieleden. 3. Op burgercommissieleden zijn de artikelen 10, 12, 13 en 15 van de wet van overeenkomstige toepassing, waarmee de voorwaarden voor hun benoeming en functie worden geregeld. 4. De commissie voor de geloofsbrieven onderzoekt voorafgaand aan de benoeming of een kandidaat-burgercommissielid voldoet aan de benoemingsvereisten en brengt hierover verslag uit aan de raad. 5.

Voordat de burgercommissieleden hun functie kunnen uitoefenen, legt het burgerlid, in handen van de voorzitter, de eed of belofte af op de wijze zoals voorgeschreven in artikel 14 van de wet, waarna de raad overgaat tot benoeming. 3 6. De raad kan nadere regels stellen over de benoeming, zittingsduur en taken van burgercommissieleden. Hoofdstuk 3 Vergaderingen Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen Artikel 8 Vergaderfrequentie 1. De vergaderingen van de raad vinden plaats conform de door de raad vastgestelde werkwijze en volgens het door het presidium jaarlijks vastgesteld schema en worden, in de regel op donderdag, gehouden in het gemeentehuis. 2. De vergaderingen vangen in de regel aan om 19.30 uur en eindigen in beginsel om 22.30 uur, doch uiterlijk om 23.00 uur. Indien alsdan niet alle agendapunten zijn behandeld wordt de vergadering geschorst en voortgezet op de eerstvolgende maandag van 19.30 uur tot uiterlijk 22.30 uur, tenzij de raad anders beslist. 3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met het presidium. Artikel 9 Oproep 1.

De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden. Artikel 10 Agenda 1. Het presidium stelt de voorlopige agenda van de raad op. De raadsagenda wordt gesplitst in A (akkoord) stukken en B (bespreek) stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter, na het verzenden van de schriftelijke oproep, tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt, met de daarbij behorende stukken, aan de leden van raad verzonden en openbaar gemaakt. 3. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 4. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan de raad het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. 5.

Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad besluiten de volgorde van behandeling van de agendapunten te wijzigen. Artikel 11 De wethouder De raadsagenda geldt als uitnodiging aan de wethouders om bij de raadsvergadering aanwezig te zijn. Artikel 12 Openbaar maken van stukken 1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op de website van de gemeente gepubliceerd. 2. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier. 4 Artikel 13 Openbare kennisgeving De vergadering wordt openbaar gemaakt door aankondiging op de website van de gemeente. Paragraaf 2 Orde van de vergadering Artikel 14 Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Artikel 15 Zitplaatsen 1. De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2.

Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. 3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel 16 Opening vergadering; quorum 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de wet. Artikel 17 Primus bij hoofdelijke stemming Als digitale stemming zoals verwoord in artikel 28 van dit reglement, niet mogelijk is, deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een van de aanwezige raadsleden aangewezen; bij dit raadslid begint de hoofdelijke stemming. Artikel 18 Besluitenlijst en videoverslag 1. Van de vergadering wordt een besluitenlijst en een digitale video-opname gemaakt. 2. De presentielijst en besluitenlijst worden opgesteld onder de zorg van de griffier. 3.

De concept-besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt, zo mogelijk, gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep, aan de leden van de raad toegezonden. De concept-besluitenlijst wordt gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep tevens toegezonden aan de overige personen die het woord gevoerd hebben. 4. De digitale video-opname wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering op de gemeentelijke website gepubliceerd. 5. Tijdens de vergadering wordt de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. 6. De voorzitter, de leden, de griffier en de wethouders hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de concept-besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor de aanvang van de vergadering bij de griffier te worden ingediend. 7. De besluitenlijst moet inhouden: a. dag en uur van de vergadering; b. de namen van de voorzitter, de ter vergadering aanwezige leden, de griffier en de wethouders, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben; c. een opsomming van de zaken die aan de orde zijn geweest en de juiste en volledige vermelding van hetgeen is voorgesteld en besloten; 5 d. een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de leden die het woord voerden; e.

een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; f. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties en amendementen; g. de genomen besluiten; h. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 24 van dit reglement door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 8. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. 9. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. Artikel 19 Ingekomen stukken Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt digitaal aan de leden van de raad verstrekt. Artikel 20 Aantal spreektermijnen 1. De beraadslagingen over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. In de eerste termijn wordt staand gesproken. 2.

Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op het raadslid dat een amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 21 Spreektijd Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. Artikel 22 Handhaving orde; schorsing 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog kan afronden. 2. Indien een spreker zich beledigende of onbehoorlijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen.

Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het in bespreking zijnde onderwerp het woord ontzeggen. 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. 6 Artikel 23 Beraadslaging 1. Beraadslaging vindt in principe niet plaats over die voorstellen die door de desbetreffende raadscommissies unaniem akkoord zijn bevonden en uit dien hoofde op de agenda in het onderdeel " A (akkoord) stukken" zijn opgesomd. 2. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde de leden of het college de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. 3. In de eerste termijn is alleen een korte, verhelderende vraag als interruptie toegestaan. Artikel 24 Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. De raad kan bepalen dat anderen dan de voorzitter, de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de griffier of de wethouders of anderen, deelnemen aan de beraadslaging. 2.

Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel 25 Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel, tenzij geen stemming wordt gevraagd. Artikel 26 Voorstellen van orde 1. De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3. Over een voorstel van orde wordt niet beraadslaagd, de raad beslist terstond. Artikel 27 Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn voorgenomen stemgedrag kort toe te lichten. Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen Artikel 28 Algemene bepalingen over stemming 1. De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2.

De voorstellen die door de desbetreffende raadscommissies unaniem akkoord zijn bevonden en uit dien hoofde op de agenda in het onderdeel "A (akkoord stukken)" zijn opgesomd, worden door de voorzitter ter beslissing aan de orde gesteld. Indien er met betrekking tot een afzonderlijk voorstel geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat deze voorstellen zonder hoofdelijke stemming zijn aangenomen. 3. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden tegen te hebben gestemd, of zich op grond van artikel 28 van de wet van stemming te hebben onthouden. 4. Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 5. Stemming geschiedt door middel van digitale stemopneming, waarbij ieder lid dat aan de vergadering deelneemt door middel van een openbare wilsuitdrukking kenbaar maakt of hij voor of tegen het voorstel stemt. De voorzitter maakt de uitslag terstond bekend. 7 6. Als digitale stemming onverhoopt niet mogelijk is wordt de volgende procedure gevolgd: a. De voorzitter of de griffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 17 van dit reglement is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de zitplaats. b.

Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28 van de wet moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. c. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. d. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later dan kan hij, nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. In de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. e. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel 29 Stemming over amendementen en moties 1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Indien twee of meer amendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest ver strekkende amendement het eerst in stemming wordt gebracht. 3.

Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Artikel 30 Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moet onthouden, zijn verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de wet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een blanco ingevuld stembriefje; b. een ondertekend stembriefje. 6.

In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. 7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel 31 Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 8 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, vindt een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel 32 Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Hoofdstuk 4 Rechten van leden Artikel 33 Amendementen 1. Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. 2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 3. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen. 4. Elk amendement en elk voorstel moet, om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 5. Intrekking door de indiener van het amendement is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel 34 Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. 4.

Intrekking door de indiener van de motie is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel 35 Initiatiefvoorstel 1. Een initiatiefvoorstel moet, om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, met inachtneming van het bepaalde in artikel 147a lid 4 van de wet. 2. De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst. 3. De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening. 9 4. Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van een wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad terstond aan de agenda worden toegevoegd. Artikel 36 Raadsvoorstel afkomstig van het college 1. Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2.

Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad, via tussenkomst van het presidium, in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 37 Interpellatie 1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 3. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 38 Schriftelijke vragen 1. Schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. 2.

De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen ter kennis van het college of de burgemeester alsmede de overige leden van de raad worden gebracht. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4. De antwoorden worden door het college dan wel de burgemeester aan de leden van de raad toegezonden. Artikel 39 Vragenhalfuur 1. Aan het begin van de raadsvergadering is er een vragenhalfuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt. 2. Raadsleden die tijdens het vragenhalfuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van het vragenhalfuur bij de voorzitter. De vragen dienen actueel en spoedeisend te zijn.

De voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 3. Naar gelang van het aantal binnengekomen vragen, bepaalt de voorzitter de lengte van het vragenhalfuur. 4. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld. 10 5. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. 6. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 7. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 8. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 9. De overige leden van de raad kunnen maximaal 2 vragen stellen aan de vragensteller of het college. De vragensteller of het college beantwoordt de vragen. 10.

Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. Artikel 40 Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven. 4. De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven. Hoofdstuk 5 Besloten vergadering Artikel 41 Algemeen Op een besloten vergadering is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 42 Besluitenlijst 1. De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt niet verspreid, maar berust bij de griffier. 2. De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de vastgestelde besluitenlijst. 3. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel 43 Geheimhouding 1.

Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig hoofdstuk Va van de wet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. 2. De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder die bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een andere wijze kennis heeft van de stukken. 3. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 44 Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. 11 Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers Artikel 45 Toehoorders en pers De toehoorders geven geen tekenen van goed- of afkeuring en verstoren de orde niet. Artikel 46 Geluid- en beeldregistraties Degene die tijdens een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties wil maken, stelt de voorzitter hiervan op de hoogte voordat de vergadering begint en gedraagt zich naar zijn of haar aanwijzingen. Hoofdstuk 7 Het Presidium Artikel 47 Samenstelling 1. De raad heeft een presidium. Het presidium bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. 2. De griffier of zijn/haar vervanger is in elke vergadering van het presidium aanwezig. 3.

Elke fractievoorzitter kan een lid van de raad aanwijzen, dat hem/haar bij zijn/haar afwezigheid in het presidium vervangt. Artikel 48 De voorzitter van het presidium 1. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering van het presidium; b. het handhaven van de orde; c. het aanwijzen van de zitplaatsen in de raadzaal; d. hetgeen de wet of dit reglement van orde hem verder opdraagt. 2. De voorzitter heeft het recht aan de beraadslagingen van het presidium deel te nemen. Artikel 49 De griffier 1. De griffier is in elke vergadering van het presidium aanwezig. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt hij/zij vervangen door zijn/haar plaatsvervanger. 3. Hij/zij kan als adviseur aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. Artikel 50 Taken 1. Het presidium heeft de volgende taken: a. vaststellen van de voorlopige agenda van de gemeenteraad; b. vaststellen van de voorlopige agenda van de raadscommissies; c. maken van procedurele en huishoudelijke afspraken m.b.t. raads- en commissievergaderingen; d. vaststellen van het vergaderschema; e. vaststellen van de raadsplanning, het overzicht van moties en amendementen en de schriftelijke vragen van raadsleden; f. vaststellen planning van informatiebijeenkomsten; g. overige zaken die door de raad zijn opgedragen. 2. Het presidium treedt als overlegplatform en/of adviesorgaan op voor: a.

spoedeisende kwesties; b. afstemmingsvraagstukken met het college van burgemeester en wethouders c. de zitplaatsverdeling in de raadzaal; d. het vaststellen van de fractievergoedingen; e. de onderwerpkeuze ten aanzien van rekenkameronderzoeken; f. vertrouwelijke onderwerpen die (nog) niet openbaar behandeld kunnen worden; g. de toepassing van de gedragscode politieke ambtsdragers; h. onderwerpen waarbij de privacy van personen in het geding is. 12 Artikel 51 Tijd en plaats van vergaderen van het presidium 1. De vergaderingen vinden plaats op de dag en het tijdstip, zoals in het vergaderschema is bepaald. De vergaderingen worden gehouden in het gemeentehuis te Halderberge. 2. De voorzitter kan in bijzondere gevallen, in afwijking van het vergaderschema, een andere dag en aanvangstijd bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met het presidium. Artikel 52 Oproep De voorzitter zendt tenminste 5 dagen voor een vergadering de leden van het presidium een oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Artikel 53 Agenda 1. Voordat de oproep wordt verzonden, stelt de voorzitter in samenspraak met de griffier de agenda van de vergadering vast. 2. Op voorstel van de voorzitter, een lid van het presidium of de griffier, kan het presidium bij de vaststelling van de agenda afwijken.

Artikel 54 Openbaarheid De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar. Artikel 55 Opening vergadering; quorum 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien tenminste de helft van de leden van het presidium aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, beraadslagen en besluiten de aanwezige leden uitsluitend over procedurele zaken die op de agenda staan vermeld. Zo nodig bepaalt de voorzitter dag en uur van een volgende vergadering. Artikel 56 Verslag 1. De griffier stelt het concept-verslag van de vergadering op en zendt dit gelijktijdig met de oproep van de volgende vergadering aan de leden van het presidium toe. 2. Het presidium stelt het verslag aan het begin van de vergadering vast. 3. De leden, de voorzitter en de griffier kunnen een voorstel tot verandering doen, als het concept onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft wat is besloten. 4. Het verslag bevat in ieder geval: a. de namen van de aanwezigen; b. vermelding van de onderwerpen die aan de orde zijn geweest; c. de genomen besluiten en gedane toezeggingen. Artikel 57 Deelname aan de beraadslagingen door anderen 1. Het presidium kan bepalen dat anderen dan in de vergadering aanwezige leden van het presidium, de voorzitter of de griffier, deelnemen aan de beraadslagingen. 2.

Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een van de leden genomen voor met de beraadslagingen ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt wordt begonnen. Artikel 58 Stemmingen 1. Elk lid heeft één stem in het presidium. 2. De voorzitter heeft geen stem in het presidium. 3. Bij het staken van de stemmen beslist de voorzitter. Artikel 59 Uitleg In de gevallen waarin dit hoofdstuk niet voorziet of bij twijfel over de toepassing beslist het presidium, bij meerderheid van stemmen, op voorstel van de voorzitter. 13 Hoofdstuk 8 Slotbepalingen Artikel 60 Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel 61 Inwerkingtreding 1. Dit reglement treedt in werking op de dag na die van bekendmaking. 2. Op dat tijdstip vervallen het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Halderberge en het Huishoudelijk reglement voor het seniorenconvent 2013, zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 30 mei 2013. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Halderberge d.d. 15 oktober 2026, de griffier, de voorzitter, Ari Koenen Anne Mulder

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/5190/documents/76307