Programmabegroting 2026 DEFINITIEF.pdf
Tekst van het document
Beleidsvoornemens:Voor 2027 is geen specifiek beleid aangegeven.
Borchwerf II B.V. Doel of belang dat wordt behartigd:
Doel van de vennootschap is het oprichten en als beherend vennoot optreden van de commanditaire vennootschap Borchwerf II en het doen realiseren van de ontwikkeling van het bestemmingsplan / bouwplan Borchwerf II.
Beleidsvoornemens:Voor 2027 is geen specifiek beleid aangegeven.
Borchwerf II C.V., gevestigd in Oud Gastel (Gemeente Halderberge) Doel of belang dat wordt behartigd:
Het doel van de vennootschap is het uitoefenen van een onderneming, omvattende de realisatie van de ontwikkeling van het bedrijventerrein Borchwerf 2 en het beheer van en beschikken over registergoederen, het verstrekken en aangaan van geldleningen en het stellen van zekerheden. Als beherend vennoot treedt op Borchwerf II B.V.
Beleidsvoornemens:Zie de bovenstaande toelichting bij het onderdeel beleidsvoornemens bij Borchwerf II B.V.
Richtlijnen 2027
Niet van toepassing
Stichting Beheer Borchwerf II Doel of belang dat wordt behartigd:
De stichting heeft tot doel het parkmanagement van Borchwerf 2 uit te voeren. De gemeente Halderberge draagt hierin bij en heeft zitting in het bestuur.
Beleidsvoornemens:Voor 2027 is geen specifiek beleid aangegeven.
Richtlijnen 2027
34
Niet van toepassing
Brabant Water N.V. Doel of belang dat wordt behartigd:
De levering van drinkwater van hoge kwaliteit, water op maat en water gerelateerde producten en diensten.
Beleidsvoornemens:Voor 2027 is geen specifiek beleid aangegeven.
Richtlijnen 2027
Niet van toepassing
Samenwerkingsverband Reinigingsdiensten N.V. (SAVER) Doel of belang dat wordt behartigd:
Uitvoering van de wettelijke en autonome taken op het gebied van reiniging en afvalverwijdering.
Beleidsvoornemens:Voor 2027 is geen specifiek beleid aangegeven.
Richtlijnen 2027
Niet van toepassing
REWIN NV Doel of belang dat wordt behartigd:
De regionale ontwikkelingsmaatschappij REWIN West-Brabant is actief voor een economisch veerkrachtig West-Brabant. REWIN voert daarbij de Economische Agenda uit; de visie voor de regio zoals vastgesteld door de Economic Board West-Brabant, door overheid, onderwijs en bedrijfsleven samen. Met de inzet van regionale programma’s gericht op het versterken en vernieuwen van de sectoren maintenance, logistiek en agrofood/biobased. En door het bevorderen van startups & innovatief mkb en het aantrekken van nieuwe vestigers die een meerwaarde vormen voor de West-Brabantse economie.
Beleidsvoornemens Voor 2027 is geen specifiek beleid afgegeven.
Richtlijnen 2027
Niet van toepassing
35
1.4.8 Wat mag het kosten? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten van het programma Ruimtelijke en economische ontwikkelingen opgenomen (x € 1.000). Programma Ruimtelijke en economische ontwikkelingen
2025
2026
2027
2028
2029
2.3 Recreatieve havens
845
298
443
443
444
3.1 Economische ontwikkeling
611
750
640
659
678
3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur
238
298
313
329
345
3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
24
29
30
31
32
3.4 Economische promotie
325
348
357
367
376
7.3 Afval
4.261
4.331
4.530
4.676
4.859
7.4 Milieubeheer
1.809
3.937
2.447
1.289
1.330
8.1 Ruimte en leefomgeving
1.785
1.476
1.529
1.628
1.694
8.2 Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen)
11.420
21.247
5.214
3.291
3.263
8.3 Wonen en bouwen
1.585
1.608
1.669
1.722
1.721
Totaal lasten Ruimtelijke en economische ontwikkelingen
22.902
34.321
17.173
14.435
14.742
176
251
372
369
366
Kapitaallasten Investeringsprogramma 2026 - 2029
0
0
0
0
0
Kapitaallasten grondexploitaties
-6
64
-18
28
6
3.774
3.979
4.174
4.321
4.403
2.3 Recreatieve havens
4
4
4
4
4
3.1 Economische ontwikkeling
6
6
6
6
6
3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur
0
0
0
0
0
3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
16
16
17
17
18
3.4 Economische promotie
662
669
675
681
688
5.350
5.442
5.682
5.856
6.081
585
1.643
1.131
7
8
Lasten per taakveld
Waarvan: Kapitaallasten bestaande activa
Direct toe te rekenen salarislasten
Baten per taakveld
7.3 Afval 7.4 Milieubeheer
36
Programma Ruimtelijke en economische ontwikkelingen
2025
2026
2027
2028
2029
8.1 Ruimte en leefomgeving
803
1.401
906
910
915
8.2 Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen)
11.493
21.263
8.092
3.719
3.213
8.3 Wonen en bouwen
1.071
1.209
839
787
727
Totaal baten Ruimtelijke en economische ontwikkelingen
19.990
31.652
17.352
11.988
11.659
Saldo
-2.913
-2.669
178
-2.447
-3.083
37
38
Programma Zorg, jeugd en participatie
1.5.1 Inleiding Het uitgangspunt voor zorg, jeugd en participatie in het bestuursakkoord Samen aan de Slag is dat het huidige beleid wordt voortgezet. De uitgangspunten hierin zijn: de mens centraal, de kracht van samen, de touwtjes zelf in handen hebben en preventie. Veel mensen kunnen goed meedoen in de huidige samenleving. Voor wie dit niet vanzelfsprekend is, bieden we samen met inwoners en regionale en maatschappelijke partners ondersteuning waar dat nodig is. 1.5.2 Wat willen we bereiken (speerpunten)? Inwoners van Halderberge zijn zo gezond mogelijk. De inwoners van Halderberge doen mee naar vermogen en zijn financieel gezond. De inwoners van Halderberge ondersteunen elkaar en zetten zich actief in voor hun omgeving. Halderbergse kinderen kunnen opgroeien tot zelfredzame volwassenen.
1.5.3 Wat doen we al? Huidig beleid (wat voortgezet wordt): • Beleidsplan sociaal domein “de kracht van samen” • Verordeningen Jeugdwet, Wmo en Participatiewet • Regiovisie Jeugdhulp West-Brabant 2022 - 2025 • Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning • Regionale nota ‘Integraal Armoede- en schuldenbeleid’ • Beleidsplan Hulp bij Financiële Zorgen 2025-2028 • Regionaal beleidsplan inburgering ‘Iedereen doet mee’ • Regionaal beleidskader 2022 - 2025 inzake Geweld in afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg • Beleidsplan Mensenhandel 2022-2025 • Visie sociale basis • Leefstijlakkoord • Woonzorgvisie • Lokaal Hitteplan Halderberge • Verordening leerlingenvervoer gemeente Halderberge • Beleidsregel leerlingenvervoer gemeente Halderberge Huidige werkzaamheden: Samen met partners organiseren we passende ondersteuning voor en met inwoners, wanneer zij het zelf niet redden. We werken dichtbij onze inwoners en zetten in op preventie. We luisteren naar de vraag en kijken met een brede blik samen met de inwoner naar wat nodig is. Ook voeren we de regie op uitvoeringsorganisaties en werken we in de regio intensief samen. Hierbij geven we kaders mee voor de uitvoering. De budgetten voor het sociaal domein staan onder druk terwijl we een hogere en complexere zorgvraag zien.
Daarnaast worden we als gemeente geconfronteerd met een fors aantal nieuwe ontwikkelingen in het sociaal domein die een grote impact hebben op de beleidsontwikkeling en de uitvoering.
39
De grootste opgaven zijn de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden. Er wordt ingezet op een gezonde samenleving en de transformatie in de zorg, zoals verwoord in het Integraal Zorg Akkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), het Aanvullend Zorg – en Welzijnsakkoord (AZWA). Ook de ontwikkelingen langer zelfstandig thuis wonen, scheiden wonen en zorg, de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming zijn belangrijke ontwikkelingen. Deze, in combinatie met de andere nieuwe opgaven in het sociaal domein, moeten we verbinden én laten landen in de brede toegang sociaal domein bij team Zorg & Jeugd. Dat is complex. Enerzijds vanwege de omvang van de opgaven, anderzijds doordat alles aan elkaar gerelateerd is (sociale basis ↔ preventie ↔ voorliggend veld ↔ toegang sociaal domein ↔ gespecialiseerd hulpaanbod Wmo, Jeugdwet en Participatiewet). We zetten alle zeilen bij om de gestelde doelen op een efficiënte manier uit te voeren. Jaarlijks bepalen we in het uitvoeringsprogramma sociaal domein ‘De kracht van samen’, waar we dat jaar op inzetten. Deze werkwijze blijven we voortzetten. 1.5.4 Kritische succesfactoren Medewerking van externe partners kunnen we niet afdwingen zoals bijvoorbeeld bij het Bravis/Medisch Centrum Oudenbosch.
1.5.5 Beleidsindicatoren Lokale indicatoren In het beleidsplan van het sociaal domein "de kracht van samen" zijn een aantal doelen gesteld. Het wel of niet behalen van deze doelen wordt met een specifieke set aan indicatoren gemonitord door middel van de monitor sociaal domein. Deze monitor wordt jaarlijks opgesteld en via de reguliere P&C cyclus bij de jaarrekening aan uw raad aangeboden. BBV-indicatoren De onderstaande verplichte indicatoren vallen onder het programma Zorg, jeugd en participatie (bron: www.waarstaatjegemeente.nl; d.d. 22-08-2025). Vergelijkbare gemeenten zijn gemeenten met 25.000 - 50.000 inwoners. Indicator Banen1
Jongeren met een delict voor de rechter2
Kinderen in uitkeringsgezin3
Netto arbeidsparticipatie4
Werkloze jongeren5
Personen met een bijstandsuitkering6
Lopende re-integratievoorzieningen7
40
2022
2023
2024
Halderberge
705,1
711,8
Vergelijkbare gemeenten
725,9
738,4
Halderberge
0,0%
1,0%
Vergelijkbare gemeenten
1,0%
1,0%
Halderberge
6,0%
6,0%
Vergelijkbare gemeenten
4,0%
4,0%
Halderberge
71,8%
72,7%
73,2%
Vergelijkbare gemeenten
72,5%
73,4%
73,5%
Halderberge
2,0%
2,0%
Vergelijkbare gemeenten
1,0%
1,0%
Halderberge
244,3
246,2
241,1
Vergelijkbare gemeenten
239,4
230,3
232,1
Halderberge
152,9
162,6
173,2
2025
Indicator
Jongeren met jeugdhulp8
Jongeren met jeugdbescherming9
Jongeren met jeugdreclassering10
Cliënten met een maatwerkarrangement WMO11
2022
2023
2024
Vergelijkbare gemeenten
192,0
196,1
207,1
Halderberge
14,0%
15,3%
14,9%
Vergelijkbare gemeenten
13,5%
13,9%
13,9%
Halderberge
0,9%
0,8%
1,0%
Vergelijkbare gemeenten
1,2%
1,1%
1,0%
Vergelijkbare gemeenten
0,3%
0,3%
0,3%
Halderberge
780,0
770,0
800,0
Vergelijkbare gemeenten
690,0
685,0
711,0
2025
Halderberge
1 Het aantal banen, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar. 2 Het percentage jongeren (12-21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen. 3 Het percentage kinderen tot 18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. 4 Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking. 5 Het percentage werkeloze jongeren (16-22 jaar). 6 Het aantal personen met een bijstandsuitkering, per 10.000 inwoners. 7 Het aantal re-integratievoorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar. 8 Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzicht van alle jongeren tot 18 jaar. 9 Het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar. 10Het percentage jongeren (12 tot 23 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12 tot 23 jaar). 11 Aantal per 10.000 inwoners in de betreffende bevolkingsgroep. Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Voor de Wmo gegevens geldt dat het referentiegemiddelde gebaseerd is op 327 deelnemende gemeenten.
1.5.6 Wat gaan we daarvoor doen in 2026? Door de gemeenteraad is het beleidsplan sociaal domein “de kracht van samen” vastgesteld. Dit beleidsplan bepaalt de koers en kaders voor de komende jaren. Jaarlijks wordt samen met partners bepaald wat er gedaan wordt om aan de doelen uit het beleidsplan te werken. Dit wordt opgenomen, samen met alle acties uit het collegewerkprogramma, in een jaarlijks uitvoeringsprogramma. Eind 2025 wordt het uitvoeringsprogramma 2025 geëvalueerd en wordt een nieuw uitvoeringsprogramma 2026 opgesteld, wat ter informatie aan de gemeenteraad wordt verzonden. De verantwoording van (de hoofdlijnen van) het uitvoeringsprogramma vindt plaats in de monitor sociaal domein en bij de jaarrekening. Er worden daarom nu geen concrete acties/activiteiten opgenomen. Voor acties/activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen van het beleidsplan en waar extra financiële middelen voor nodig zijn, wordt in eerste instantie de reserve innovaties en knelpunten sociaal domein ingezet. Als deze reserve is uitgeput of als het om een structurele actie/activiteit gaat, zal in de Zomernota 2026 een voorstel worden gedaan voor extra middelen.
41
1.5.7 Verbonden partijen Gemeenschappelijke regeling GGD West-Brabant Doel of belang dat wordt behartigd:
Het behartigen van de belangen van de gemeenten op het gebied van de publieke gezondheid. Het samenwerkingsverband beheert de GGD West-Brabant.
Beleidsvoornemens:Voor de GGD ligt de focus op preventie en het bevorderen van gezondheid en een gezonde en veilige leefomgeving. De GGD blijft zich inzetten binnen het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). In 2026 is er inzet op de ambities Voorkomen als het kan, beschermen als het moet, Iedereen verschillend, allemaal gelijk, Overal om ons heen, binnen en buiten, Zelf, maar niet alleen. GGD West-Brabant en GGD Hart voor Brabant hebben een gezamenlijke visie en werken al veel samen. Vanwege toenemende uitdagingen, waaronder vergrijzing en personeelsschaarste, zijn de GGD-en een onderzoek naar mogelijkheden voor verdergaande samenwerking gestart. In 2026 wordt hierover meer duidelijkheid verwacht.
Richtlijnen 2027
Beleidsmatige richtlijnen: 1. Wij verwachten dat de GGD West-Brabant (samen met de GGD Hart voor Brabant) in samenspraak met de deelnemende gemeenten een vervolg van het meerjarenbeleidsplan 2023-2026 opstelt en presenteert, welke in lijn is met de gezamenlijke toekomstvisie ‘Wij maken samen gezond gewoon’ en de ingezette bestuurlijke bezuinigingsopdracht van 4%. Tevens dient dit plan in het lopende proces van verkenning tot verdergaande samenwerking, Samen Sterker, meegenomen te worden. 2. De GGD geeft in de kadernota en Beleidsbegroting 2027 duidelijk weer met welke concrete plannen invulling gegeven gaat worden aan het nieuwe, nog op te stellen beleidsplan 2026-2030. 3. Gezien de afnemende financiële middelen vanaf 2026 verwachten gemeenten ook in 2027 beleidsmatige keuzes te moeten maken. Om deze keuzes gedegen voor te kunnen bereiden is meer gedetailleerd inzicht nodig in het aanbod en in de geleverde producten en kosten. Wij verwachten van de GGD dat zij deze informatie met voorrang in samenspraak met het ambtenarenoverleg, of een delegatie daarvan, levert en dit benodigde inzicht/transparantie meeneemt in de verdere uitwerking van Samen Sterker. In het traject Samen Sterker dient een vergelijk in het productenaanbod tussen beide GGD’en op een eenduidige en eenvoudige wijze te maken zijn. 4.
Van de GGD verwachten de gemeenten dat met de verdere uitwerking van Samen Sterker naast de bestuurders ook de ambtenaren en gemeenteraden tijdig betrokken worden, op een dusdanig moment zodat zij de mogelijkheid hebben om de uitkomst van het traject wezenlijk kunnen beïnvloeden. Afstemming met het Algemeen Bestuur van de GGD Hart voor Brabant spreekt voor zich. Aan beide besturen dienen dezelfde voorstellen/besluiten te worden voorgelegd. Men dient o.a. oog te hebben voor de gewenste lokale nabijheid van de GGD, de kosten van dit proces en de zeggenschap van de deelnemende gemeenten in de samenwerking. Financiële richtlijnen: Voor de financiële richtlijnen 2027 verwijzen wij u naar de paragraaf Verbonden partijen.
Gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening Brabant, Midden-West-Noord (RAV) Doel of belang dat wordt behartigd:
Regionaal ambulancevervoer.
Beleidsvoornemens:Het ambulancevervoer kent een verbeterde urgentie-indeling met zeven in plaats van drie urgentieniveaus. De RAV verwacht dat de verbeterde urgentie-indeling in 2026 volledig operationeel is. De RAV wil een aantrekkelijke werkgever blijven met functiedifferentiatie, doorgroeimogelijkheden, een eigen opleiding en duobanen. De RAV heeft de ambitie om in 2026, onder normale omstandigheden, bij minimaal 95% van de hulpverleningen met urgentie A0
42
Gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening Brabant, Midden-West-Noord (RAV) binnen 15 minuten na melding ter plaatse te zijn (gemeten op regioniveau). In 2026 verwacht de RAV in de regio midden-west 145.000 ritten te rijden (2025: 108.000).
Richtlijnen 2027
Beleidsmatige richtlijnen: 1. De RAV waarborgt onder de Wet ambulancezorgvoorzieningen de kwaliteit en continuïteit van de ambulancezorg in heel haar werkgebied. De ambulancezorg dient blijvend te worden uitgevoerd zonder gemeentelijke financiële bijdragen. 2. De nieuwe urgentie-indeling ambulancezorg is naar verwachting in 2027 volledig geïmplementeerd. De nieuwe indeling kent zeven in plaats van drie urgentieniveaus. De RAV verwerkt de nieuwe urgentie-indeling in haar begroting waarbij inzage in de responstijden op A0 en A1 (voorheen A1 en A2 ritten) behouden blijft. Uitgangspunt dient te zijn dat in het hele werkgebied de responstijd voor A0 ritten met niet meer dan 5% wordt overschreden (melding-aankomst meer dan 15 minuten). 3. In haar begroting geeft de RAV aan wat het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en de landelijke Beleidsagenda Toekomstbestendige Acute Zorg van VWS betekenen voor de ambulancezorg in haar werkgebied. De beleidsagenda kent drie kernpunten: Kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, Zorgcoördinatie en Samenwerking in de regio. 4. In het werkgebied van de RAV liggen meerdere gemeenten die grenzen aan België. Grensoverschrijdende samenwerking is in de ambulancezorg van belang voor het bieden van snelle en effectieve hulp.
De RAV geeft in haar begroting aan hoe deze samenwerking er uitziet en welke mogelijkheden zij ziet om de grensoverschrijdende samenwerking verder te optimaliseren. Financiële richtlijnen: De RAV wordt via de zorgverzekeraars gefinancieerd. Om die reden zijn de financiële richtlijnen niet van toepassing op de RAV.
Gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap Westelijk Noord-Brabant (WVS) Doel of belang dat wordt behartigd:
WVS behartigt de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de in mandaat gegeven taken op het gebied van de Participatiewet (PW). WVS ondersteunt inwoners binnen de Wsw of de PW, die niet in staat zijn om op eigen kracht passende arbeid te verwerven en/of te behouden, of voor wie de maatschappelijke participatie dient te worden bevorderd. WVS verzorgt voor deze inwoners een traject dat óf leidt naar (gesubsidieerde) arbeid, óf een sociaal isolement voorkomt of doorbreekt. Daarnaast heeft WVS tot doel het organiseren van werk in een beschutte omgeving voor de inwoners die hierop zijn aangewezen.
Beleidsvoornemens:WVS zal ook in 2026 de Wsw en het onderdeel beschut werken binnen de PW uitvoeren. Daarnaast blijft WVS als sociaal werkontwikkelbedrijf inwoners ontwikkelen die de route naar werk niet zelfstandig kunnen maken. Dit doet WVS in samenwerking met het Werkplein Hart van West-Brabant en de ISD Brabantse Wal. Deze intensieve samenwerking binnen de uitvoering van de PW gaat ook in 2026 onverminderd door. De 3 uitvoeringsorganisaties hebben in 2025 intensief samengewerkt aan een verkennend onderzoek naar de toekomst van de uitvoering van de PW in West-Brabant West. Het onderzoek is opgedeeld in 3 delen: 1. over de nut en noodzaak 2. een kosten-batenanalyse 3. een toekomstperspectief voor de gezamenlijke uitvoering. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek hebben de 3 directeuren een eindadvies opgesteld. Dit eindadvies bevat een breed gedragen koers voor een toekomstbestendige uitvoering van de Participatiewet, waarin de inwoner centraal staat. Het eindadvies bevat geen organisatorische wijzigingen en/of adviezen voor een reorganisatie maar bevat concrete
43
Gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap Westelijk Noord-Brabant (WVS) aanbevelingen voor verbetering op drie vlakken: dienstverlening, omgeving en systeem & cultuur. Besloten is om: • gezamenlijke uitgangspunten vast te stellen; • slimmer om te gaan met geld; • meer samen te werken in de backoffice; • starten met een gezamenlijk programma “Wegwijzer”. In het programma “Wegwijzer” zijn alle activiteiten opgenomen die tot verbetering en optimalisatie van de uitvoering van de PW moeten leiden. Als onderdeel van “Wegwijzer” komt er een ontwikkeltraject gericht op cultuur, samenwerking en het versterken van vakmanschap.
Richtlijnen 2027
Beleidsmatige richtlijnen: 1. WVS houdt inzichtelijk welke activiteiten en risico’s verbonden zijn aan de afbouw van het huidige WSW-bestand in combinatie met de opdrachtportefeuille en stelt maatregelen voor om nadelige financiële gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken. 2. WVS besteedt in de begroting 2027 aandacht aan de visie en ambitie rondom de doorontwikkeling van het sociaal ontwikkelbedrijf. 3. De begroting van WVS wordt daarbij opgesteld in lijn met de ambities en doelstellingen van de integrale ketensamenwerking met het Werkplein Hart van West-Brabant en de ISD Brabantse Wal. De ketenpartners dienen hun activiteiten en inspanningen in samenhang te bezien, waarbij het resultaat van de organisaties tezamen optimaal dient te zijn. 4. Ten aanzien van deze ambities en doelstellingen verwachten we dat WVS samen met het Werkplein en ISD komt tot concrete doelstellingen rond de ontwikkelingen van inwoners, zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht. 5.
We verwachten dat een programmatische aanpak ketensamenwerking wordt uitgewerkt en toegepast (met een uniforme klantreis en dienstverleningsconcept), dat kritieke prestatieindicatoren (KPI’s) voor de keten zijn beschreven en worden gebruikt bij planning, monitoring, evaluatie en bijsturing, dat daarbij wordt gewerkt volgens de 7 uitgangspunten van de moderne overheidsorganisatie en de ontwikkelingen in het kader van de aanpassing van de Participatiewet en dat voor alle cliënten maatwerk wordt geleverd in afstemming met ketenpartners en daarbij wel sprake is en blijft van een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering en bedrijfsmatig werken. 6. In de begroting 2027 wordt de inzet van WVS ten behoeve van de ketensamenwerking in een afzonderlijke paragraaf uitgewerkt. Financiële richtlijnen: Voor de financiële richtlijnen 2027 verwijzen wij u naar de paragraaf Verbonden partijen.
Gemeenschappelijke regeling Werkplein Hart van West-Brabant (HvWB) Doel of belang dat wordt behartigd:
Het Werkplein Hart van West-Brabant (hierna: het Werkplein) ondersteunt inwoners waarvan het (tijdelijk) niet lukt om deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Zo ondersteunt het Werkplein inwoners bij het vinden van een plek op de arbeidsmarkt. Wanneer dit niet direct mogelijk is helpt het Werkplein inwoners middels begeleiding, bemiddeling en scholing (kort, vakgericht) bij de groei en ontwikkeling naar de arbeidsmarkt. Dit met als doel om inwoners weer financieel zelfredzaam te laten zijn. Inwoners die niet economisch zelfredzaam zijn, biedt het Werkplein een financieel vangnet in de vorm van een uitkering. Wie echt niet kan werken, wordt ondersteund bij de groei en ontwikkeling zodat zij naar vermogen mee kunnen doen aan de samenleving. Daarnaast voert het Werkplein regie op de uitvoering van de nieuwe Wet Inburgering met het doel om inburgeraars zich tot het hoogst mogelijke niveau te laten ontwikkelen, zodat zij maximaal kunnen deelnemen aan de samenleving.
44
Gemeenschappelijke regeling Werkplein Hart van West-Brabant (HvWB) Beleidsvoornemens:Voor 2026 heeft het Werkplein de volgende strategische doelstellingen geformuleerd: 1. Meer inwoners zijn zelfredzaam; 2. Meer inwoners krijgen passende ondersteuning; 3. Minder inwoners leven in armoede; 4. We werken meer samen in het sociaal domein; 5. Werkgevers benutten beter de talenten en kwaliteiten van inwoners; 6. Meer inburgeraars doen mee naar vermogen. De komende periode richt Werkplein zich op vier belangrijke ontwikkelingen om de ondersteuning aan inwoners te verbeteren. Ten eerste wordt data-ondersteunend werken verder uitgebreid door het dashboard te verrijken met informatie uit brede intakes, en medewerkers worden getraind om deze data optimaal te benutten voor betere keuzes in ondersteuningstrajecten. Ten tweede staat "Wij van het Werkplein" centraal, waarbij medewerkers in 2025 en 2026 getraind worden in leidende principes en een specifieke communicatiemethode om de samenwerking te versterken. Daarnaast wordt het concept van "Samenorganisatie" verder uitgediept, waarbij medewerkers gezamenlijk eigenaarschap en verantwoordelijkheden vormgeven binnen de geboden vrijheid.
Tot slot zet Werkplein in op "Lokaal werken" door de samenwerking in de zes gemeentehuizen te intensiveren met collega's van schuldhulpverlening, Wmo en jeugd, en door flexibel in te spelen op de gebieds- en wijkgerichte aanpak van gemeenten. Om de steeds breder wordende hulpvragen van inwoners te beantwoorden zal in 2026 samenwerking met collega’s in het sociaal domein de norm worden. Het Werkplein werkt met WVS en de ISD Brabantse Wal samen aan de uitvoering van de PW. Uitvoering van een gezamenlijk programma “Wegwijzer” staat voor 2026 centraal. Zie hiervoor ook de beleidsvoornemens bij GR WVS.
Richtlijnen 2027
Beleidsmatige richtlijen: 1. Het Werkplein HvWB stelt een begroting voor het jaar 2027 op waarin de ambities van de deelnemende gemeenten tot uitdrukking komen met betrekking tot duurzame uitstroom van uitkeringsgerechtigden, het beperken van uitkeringslasten, het bieden van inkomensondersteuning en armoedebestrijding en het integraal samenwerken binnen het Sociaal Domein. 2. De begroting 2027 dient een duidelijke onderbouwing te bevatten van de manier waarop het Werkplein HvWB de hiervoor genoemde ambities gaat realiseren, alsmede de lasten die daarmee gepaard gaan. 3. De onderbouwing bevat concrete maatregelen die afdoende zijn om aanspraak te kunnen maken op een uitkering in het kader van de vangnetregeling mocht er voor 2027 uiteindelijk onverhoopt toch sprake zijn van een overschrijding van de BUIG-budgetten. 4. De begroting 2027 van het Werkplein HvWB is opgesteld in lijn met de ambities en doelstellingen van de integrale ketensamenwerking met WVS en de ISD Brabantse Wal. De ketenpartners dienen hun activiteiten en inspanningen in samenhang te bezien, waarbij het resultaat van de organisaties tezamen optimaal dient te zijn. 5. Ten aanzien van deze ambities en doelstellingen verwachten we dat WVS samen met het Werkplein en ISD komt tot concrete doelstellingen rond de ontwikkelingen van inwoners, zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht. 6.
Daarbij verwachten we dat een programmatische aanpak ketensamenwerking wordt uitgewerkt en toegepast (met een uniforme klantreis en dienstverleningsconcept), dat KPI’s voor de keten zijn beschreven en worden gebruikt bij planning, monitoring, evaluatie en bijsturing. Waarbij wordt gewerkt volgens de 7 uitgangspunten van de moderne overheidsorganisatie en de ontwikkelingen in het kader van de aanpassing van de Participatiewet, met maatwerk voor alle cliënten in afstemming met ketenpartners. Daarbij dient wel sprake te zijn en blijven van een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering en bedrijfsmatig werken. 7. In de begroting 2027 wordt de inzet van het Werkplein ten behoeve van de ketensamenwerking in een afzonderlijke paragraaf uitgewerkt.
45
Gemeenschappelijke regeling Werkplein Hart van West-Brabant (HvWB) Financiële richtlijnen: Voor de financiële richtlijnen 2027 verwijzen wij u naar de paragraaf Verbonden partijen. Gemeenschappelijke regeling inzake Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg WestBrabant (Veilig Thuis) Doel of belang dat wordt behartigd:
Met Veilig Thuis is er één advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling voor de regio West-Brabant. De missie van Veilig Thuis is om huiselijk geweld en kindermishandeling te stoppen, terug te dringen en de schade ervan te beperken en zo de cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie te doorbreken. Ook heeft Veilig Thuis de taak sinds 2019 om te zorgen voor één Meldpunt Crisiszorg in de regio West-Brabant.
Beleidsvoornemens In de regio West-Brabant werken de 14 gemeenten samen aan het voorkomen ene het stoppen van Geweld in afhankelijkheidsrelatie en Meldpunt Crisiszorg West- Brabant. Het huidig regionaal beleidskader Geweld in Afhankelijkheidsrelatie eindigt eind 2025. Deze wordt herzien en aangepast. Dit beleidskader moet bijdragen aan de ambitie het voorkomen, stoppen en blijvend oplossen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Om dit te bereiken wordt er gewerkt aan doelen die gesteld zijn in het beleidskader. Safegroup speelt een cruciale rol in het ondersteunen van gezinnen in de regio West-Brabant die te maken hebben met huiselijk geweld. Van 2024 tot en met 2026 vindt er een renovatie van één van de locaties plaats zodat de woonunits, kantoorruimte, centrale ruimtes en kind voorzieningen weer geschikt zijn voor de opvang van deze gezinnen. In 2024 is het regionaal programmaplan Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming vastgesteld. Met dit programma bereiden we ons als regio West- Brabant voor op de komende ontwikkelingen vanuit het landelijke programma (de aangekondigde stelselwijzing). Deze wijziging heeft betrekking op het complete landelijke stelsel dat kinderen en volwassen in onveilige situaties beschermt. Binnen het programmaplan wordt er gewerkt met 3 actielijnen: 1. Verrijkend vakmanschap 2. Lokale teams die werken aan Veiligheid 3.
Regionaal Veiligheidsteam en Regionaal netwerk van expertise Binnen de actielijnen wordt er gewerkt aan laagdrempelige hulp en ondersteuning aan gezinnen (0-100) gericht op veiligheid. Ook moeten de samenwerkende 14 gemeenten zorgdragen voor een stevige lokale toegang waar deze hulp en ondersteuning geboden kan worden. Benodigde acties worden regionaal en/of lokaal uitgevoerd. Per 1 juli 2025 wordt er met de praktijkgerichte ontwikkelfase van het integraal meldpunt crisiszorg met crisisinterventieteam West-Brabant gestart. Deze fase draait om het doen; door gezamenlijk crisissituaties aan te pakken en direct te reflecteren en verbeteren van werkwijzen en samenwerking. De nieuwe aanpak omvat een 24/7 bereikbaar meldpunt en directe inzet van het Crisis Interventie Team bij acute meldingen. De formele start is gepland op 1 oktober 2025.
Richtlijnen 2027
46
Niet van toepassing.
Centrumregeling beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en aanverwante taken gemeenten Bergen op Zoom, Halderberge, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen en Woensdrecht. Doel of belang dat wordt behartigd:
In de Centrumregeling zijn de afspraken vastgelegd tussen de gemeenten over de uitvoering van de taken rondom beschermd wonen, maatschappelijke opvang, OGGZ en aanverwante taken. De samenwerking is gericht op het zorgdragen voor een kwalitatief goede ondersteuningsstructuur voor deze doelgroep.
Beleidsvoornemens In 2026 richt de centrumregeling zich, naast de vertrouwde taken o.a. op het opstellen van nieuwe samenwerkingsafspraken in (T)huis voorop. Waarin nieuwe afspraken worden gemaakt op basis van het convenant vanuit 2021: ‘Duurzame huisvesting en begeleiding voor kwetsbare doelgroepen’. Daarnaast wordt er uitvoering gegeven aan de regionale woonzorgvisie die wordt vastgesteld in 2025.
Richtlijnen 2027
Niet van toepassing.
47
1.5.8 Wat mag het kosten? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten van het programma Zorg, jeugd en participatie opgenomen (x € 1.000). Programma Zorg, jeugd en participatie
2025
2026
2027
2028
2029
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
6.343
5.743
5.834
5.988
6.118
6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen
3.703
0
0
0
0
6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo
0
313
322
321
330
6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd
0
2.022
1.964
1.901
1.958
6.23 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Integraal
0
31
32
33
34
6.3 Inkomensregelingen
13.457
14.589
14.670
14.908
15.153
6.4 WSW en beschut werk
5.853
6.031
5.786
5.815
5.608
883
994
985
1.005
1.025
1.608
0
0
0
0
0
1.633
1.635
1.687
1.715
6.71a Huishoudelijke hulp (WMO)
3.516
0
0
0
0
6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo)
0
3.707
3.811
3.924
4.040
6.71b Begeleiding (WMO)
2.567
0
0
0
0
6.712 Begeleiding (Wmo)
0
2.499
2.574
2.651
2.730
6.71c Dagbesteding (WMO)
91
0
0
0
0
6.713 Dagbesteding (Wmo)
0
68
70
73
75
6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)
0
22
23
24
24
6.72a Jeugdhulp begeleiding
74
0
0
0
0
6.72b Jeugdhulp behandeling
1.566
0
0
0
0
6.72c Jeugdhulp dagbesteding
957
0
0
0
0
6.72d Jeugdhulp zonder verblijf overig
655
0
0
0
0
6.73a Pleegzorg
601
0
0
0
0
6.73b Gezinsgericht
2.207
0
0
0
0
6.73c Jeugdhulp met verblijf overig
1.446
0
0
0
0
6.74a Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf
70
0
0
0
0
Lasten per taakveld
6.5 Arbeidsparticipatie 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) 6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)
48
Programma Zorg, jeugd en participatie
2025
2026
2027
2028
2029
6.74b Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf
562
0
0
0
0
6.74c Gesloten plaatsing
200
0
0
0
0
6.751 Jeugdhulp ambulant lokaal
0
1.595
1.641
1.690
1.741
6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal
0
5.952
6.039
5.981
5.860
6.753 Jeugdhulp ambulant landelijk
0
972
1.000
1.030
1.061
6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal
0
2.305
2.370
2.437
2.505
6.791 PGB Wmo
0
324
334
344
354
6.792 PGB Jeugd
0
82
85
87
90
6.81a Beschermd wonen (WMO)
130
0
0
0
0
6.811 Beschermd wonen (Wmo)
0
30
30
30
30
6.81b Maatschappelijkeen vrouwenopvang
151
0
0
0
0
6.812 Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo)
0
158
158
159
159
6.82a Jeugdbescherming
540
0
0
0
0
6.821 Jeugdbescherming
0
673
693
714
735
6.82b Jeugdreclassering
41
0
0
0
0
6.822 Jeugdreclassering
0
40
41
42
43
6.91 Coördinatie en beleid Wmo
0
1.523
1.542
1.611
1.667
6.92 Coördinatie en beleid Jeugd
0
1.001
1.089
1.214
1.255
7.1 Volksgezondheid
1.546
1.878
1.691
1.747
1.804
Totaal lasten Zorg, jeugd en participatie
48.766
54.184
54.417
55.415
56.115
552
892
1.019
1.164
1.150
0
0
15
15
14
3.081
3.307
3.478
3.728
3.857
2.309
1.926
1.791
1.809
1.828
Waarvan: Kapitaallasten bestaande activa Kapitaallasten Investeringsprogramma 2026 - 2029 Direct toe te rekenen salarislasten
Baten per taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
49
Programma Zorg, jeugd en participatie
2025
2026
2027
2028
2029
6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen
0
0
0
0
0
6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo
0
0
0
0
0
6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd
0
0
0
0
0
6.23 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Integraal
0
0
0
0
0
9.346
10.309
10.717
10.993
11.274
6.4 WSW en beschut werk
0
0
0
0
0
6.5 Arbeidsparticipatie
0
0
0
0
0
6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
289
0
0
0
0
6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)
0
288
292
297
297
6.71a Huishoudelijke hulp (WMO)
0
0
0
0
0
6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo)
0
0
0
0
0
6.71b Begeleiding (WMO)
0
0
0
0
0
6.712 Begeleiding (Wmo)
0
0
0
0
0
6.71c Dagbesteding (WMO)
0
0
0
0
0
6.713 Dagbesteding (Wmo)
0
0
0
0
0
6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)
0
0
0
0
0
6.72a Jeugdhulp begeleiding
0
0
0
0
0
6.72b Jeugdhulp behandeling
0
0
0
0
0
6.72c Jeugdhulp dagbesteding
0
0
0
0
0
6.72d Jeugdhulp zonder verblijf overig
0
0
0
0
0
6.73a Pleegzorg
0
0
0
0
0
6.73b Gezinsgericht
0
0
0
0
0
6.73c Jeugdhulp met verblijf overig
0
0
0
0
0
6.74a Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf
0
0
0
0
0
6.74b Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf
0
0
0
0
0
6.74c Gesloten plaatsing
0
0
0
0
0
6.751 Jeugdhulp ambulant lokaal
0
0
0
0
0
6.3 Inkomensregelingen
50
Programma Zorg, jeugd en participatie
2025
2026
2027
2028
2029
6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal
0
0
0
0
0
6.753 Jeugdhulp ambulant landelijk
0
0
0
0
0
6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal
0
0
0
0
0
6.791 PGB Wmo
0
0
0
0
0
6.792 PGB Jeugd
0
0
0
0
0
6.81a Beschermd wonen (WMO)
0
0
0
0
0
6.811 Beschermd wonen (Wmo)
0
0
0
0
0
6.81b Maatschappelijkeen vrouwenopvang
0
0
0
0
0
6.812 Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo)
0
0
0
0
0
6.82a Jeugdbescherming
0
0
0
0
0
6.821 Jeugdbescherming
0
0
0
0
0
6.82b Jeugdreclassering
0
0
0
0
0
6.822 Jeugdreclassering
0
0
0
0
0
6.91 Coördinatie en beleid Wmo
0
0
0
0
0
6.92 Coördinatie en beleid Jeugd
0
0
0
0
0
7.1 Volksgezondheid
8
134
8
8
8
Totaal baten Zorg, jeugd en participatie
11.951
12.657
12.808
13.106
13.406
Saldo
-36.815
-41.527
-41.610
-42.309
-42.708
51
52
Programma Onderwijs, sport en cultuur
1.6.1 Inleiding Het programma Onderwijs, sport en cultuur is gericht op het bieden van goed onderwijs in aantrekkelijke schoolgebouwen. Vanuit dit programma worden activiteiten op het gebied van sport en bewegen mogelijk gemaakt. Ook wordt de beleving van kunst, cultuur en cultuurhistorie aangemoedigd. 1.6.2 Wat willen we bereiken (speerpunten)? We voeren de plannen uit, zoals die zijn vastgelegd in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Opvang en onderwijshuisvesting. In dit plan nemen we ook onderwijs & spelen en de vergroening van schoolpleinen mee. Verdere ontwikkeling van de integrale kindcentra; hierin werken kinderopvang en (basis)onderwijs zoveel mogelijk samen. Sportverenigingen kunnen gebruik maken van goede voorzieningen. Er zijn betaalbare sportvoorzieningen binnen de hele gemeente. Inwoners kunnen sporten en bewegen bij sportvoorzieningen en ook in de openbare ruimte. De belevingswaarde vergroten van wat we hebben aan kunst, cultuur en cultuurhistorie. We willen samen met de inwoners zorgen dat er meer kunst in de openbare ruimte komt.
1.6.3 Wat doen we al? Huidig beleid (wat voortgezet wordt): • Beleidsplan sociaal domein "De kracht van Samen" • Integraal huisvestingsplan onderwijs (2021) • Visiedocument Kindcentra in de gemeente Halderberge (2019) • Beleidsnota Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (2024) • Verordening Onderwijshuisvesting (2022) • Verordening leerlingenvervoer • Algemene subsidieverordening Halderberge • Lokale meld en Coördinatiefunctie (LMC) • Sportnota Halderberge in beweging (2010) • Kadernotitie buitensportaccommodaties (2017) • Kaders beheer en onderhoud buitensportaccommodaties (2019) • Beleidskader verlichting buitensportaccommodaties (2023) • Beleidsplan beheer en ontwikkeling Halderbergse binnensportaccommodaties (2024) • Beleidsnota archeologie "Ons ongeschreven verleden" (2011) • Beleidsnota Cultureel erfgoed "Inspirerend verleden" (2011) • Visie op cultuur (2024 – 2034) • Leefstijlakkoord
53
Huidige werkzaamheden: We voeren uit: Leerlingenvervoer, leerplicht, onderwijshuisvesting, coördinatie integrale kindcentra, beheer, onderhoud van sportvelden en huisvesting sportgebouwen (kleedlokalen en technische ruimtes), buurt- en schoolsportsportcoaches activiteiten, archeologie- en monumenten(subsidies), Lokale educatieve agenda, culturele activiteiten (bijvoorbeeld Cultuurmaand en Open Monumentendag), uitvoeringsregeling muziekeducatie en beeldende vorming, ONS WestBrabant, de Marktplaats Halderberge, welzijnssubsidies, heemkundekringen en musea, onderhoud aan kunst in de openbare ruimte. We voeren onderwijsachterstanden beleid uit. Dit doen we in afstemming met kinderopvang, basisonderwijs en voortgezet onderwijs het. Het gaat onder andere om voor- en vroegschoolse educatie (VVE). 1.6.4 Kritische succesfactoren De bereidheid van partners om samen te werken met de gemeente, de groei of krimp van het aantal leerlingen, en wisselende bouwkosten zijn bepalend voor het uitvoeren van de speerpunten. 1.6.5 Uitvoering subsidiebeleid 2026 Subsidiebudget 2026 In maart 2020 heeft de raad de Algemene Subsidieverordening en de bijbehorende subsidieregelingen vastgesteld. Zo sluiten de subsidies beter aan op de doelen van de gemeente in het sociaal domein. Daarnaast is het subsidieproces vereenvoudigd.
Er is een onderscheid gemaakt tussen de budgetsubsidies (maatwerkafspraken voor organisaties die belangrijke taken uitvoeren, waarbij we sturen op gemeentelijke doelen) en de basissubsidies (een vast bedrag en weinig administratieve lasten, ter waardering van vrijwilligersorganisaties). Het overzicht beleidsregels welzijnssubsidie is het uitvoeringsinstrument van het college. Na vaststelling van de Programmabegroting 2026 zal het college de subsidiebeschikkingen afgeven aan de afzonderlijke instellingen. Het totaalvolume van het subsidiebudget voor 2026 is ten opzichte van het subsidiebudget 2025 met € 422.503 gestegen en bedraagt € 3.386.694. De volgende toelichting kan hierbij worden gegeven: Subsidies 2025 Mutaties en indexering budget- en basissubsidies
68.463
Cultuur Erfgoed locatie St. Anna
19.000
Fidei et Arti
99.956
Stichting Podium van Hoeven
8.936
Vervallen subsidie Stichting Het Kompas
-38.625
Stichting Bibliotheek West–Brabant West
142.865
Dienstenorganisate Graag gedaan
-3.000
Surplus Welzijn
53.232
Surplus, Automaatje
19.759
Surplus, Plusbus
-13.390
Welzijn op recept
49.112
Radar tegen discriminatie
18.535
Dementieondersteuning
-7.340
Stichting Leergeld
5.000
Subsidies 2026
54
2.964.191
€
3.386.694
Begrotingssubsidies 2026 Onderstaand een overzicht van de voorgenomen begrotingssubsidies met daarbij de naam van ontvanger en het maximaal vast te stellen subsidiebedrag. Organisatie
Bedrag
Stichting Dorpshuis de Steiger
21.699
Stichting CC Fidei et Arti
195.300
Cultuurcluster Sint Anna
119.245
Stichting Podium van Hoeven
17.367
Stichting Dorpshuis Bosschenhoofd
90.000
Stichting Zwembad Blankershove
61.800
Stichting Bibliotheek West-Brabant West
892.930
Kringloper
70.951
Surplus Welzijn - AMW
255.806
Surplus Welzijn - Geld & Recht
44.927
Surplus - Automaatje
19.759
Surplus - Mantelzorgondersteuning
131.447
Surplus - Vrijwilligerscentrale
58.950
Stichting Nederlands Zouavenmuseum
6.200
Natuurhistorisch en Volkenkundig museum
9.500
Stichting Arboretum
21.000
Vliegend Museum Seppe
4.000
Slachtofferhulp M+W Brabant
12.473
Radar tegen discriminatie
33.859
Stichting Streekomroep voor West-Brabant
22.945
55
1.6.6 Beleidsindicatoren Lokale indicatoren Voor programma 6 zijn geen cijfers beschikbaar, welke één op één aansluiten bij de speerpunten van het collegewerkprogramma. Indien deze alsnog beschikbaar komen, dan zullen deze worden toegevoegd aan de basisset met beleidsindicatoren. BBV-indicatoren De onderstaande verplichte indicatoren vallen onder het programma Onderwijs, sport en cultuur (bron: www.waarstaatjegemeente.nl; d.d. 22-08-2025). Vergelijkbare gemeenten zijn gemeenten met 25.000 - 50.000 inwoners. Indicator Absoluut verzuim1
Relatief verzuim2
Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie3
Niet-sporters4
2022
2023
2024
Halderberge
4,9
5,7
9,9
Vergelijkbare gemeenten
4,2
6,0
5,6
Halderberge
9,0
16,0
14,0
Vergelijkbare gemeenten
21,0
23,0
25,0
Halderberge
2,2%
1,9%
2,0%
Vergelijkbare gemeenten
2,1%
2,0%
2,0%
Halderberge
51,1%
48,3%
Vergelijkbare gemeenten
47,9%
44,7%
2025
1 Het aantal leer- of kwalificatieplichtigen jongeren dat absoluut verzuimer is (geweest) gedurende het schooljaar: de jongeren is niet ingeschreven bij een onderwijsinstelling en beshcikt niet over een vrijstellingl; per 1.000 leerlingen. 2 Het relatieve aantal leer- of kwalificatieplichtige jongeren zonder vrijstelling dat langer dan 4 opeenvolgende weken niet ingeschreven was op school; per 1.000 leerlingen. 3 Vsv'ers zijn jongeren van 12 tot 23 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten (havo, vwo of minimaal mbo-2 diplome). Het vsv-percentage staat voor het aantal vsvérs asl percentage van het aantal onderwijsdeelnemers die aan het begin van het schooljaar ingeschreven staan; per 1,000 leerlingen. 4 Het percentage niet-wekelijks sporters t.o.v. bevolking van 19 jaar en ouder. Bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet.
1.6.7 Wat gaan we daarvoor doen in 2026?
56
Doel
Wat gaan we daarvoor doen
Participatie
Wanneer
Onderwijshuisvesting
Knelpunten in de huisvesting bij de basisscholen (de Klinkert; De Regenboog; de Bukehof; Uniek; ’t Bossche Hart; Futura) en het voortgezet onderwijs (Markland College) worden opgelost. Hierbij wordt ook gezorgd voor de benodigde tijdelijke huisvesting.
Faciliteren
2022-2026
Het duurzamer maken van schoolpleinen en ze klimaatadaptief maken. Schoolpleinen aanpassen op de risico’s van een klimaat dat verandert. Denk aan: betere opvang van regenwater bij zware regenbuien.
Co-Creatie
2023-2026
Doel
Wat gaan we daarvoor doen
Participatie
Wanneer
Verdere ontwikkeling van de integrale kindcentra
Vanaf 2024 kunnen de kindcentra aanspraak maken op een vergoeding als zijnde stimuleringsbijdrage om te komen tot een kindcentra.
Faciliteren
Doorlopend
Jongerenwerkers en buurtsportcoaches werken samen met scholen aan voorlichtingsactiviteiten over gezondheid en welzijn. De jongerenwerkers gaan ook meer de wijken in.
Co-creatie (met onderwijs)
Doorlopend
Voor de kinderen uit het basisonderwijs wordt met ingang van 2022 het educatieve doe-programma ‘Democracity’ ingezet. Hierin leren kinderen om actief deel te nemen aan de maatschappij (burgerschap). Ook doen we het voortgezet onderwijs het aanbod voor gastlessen over dit thema.
Faciliteren
2022-2026
Het behouden van het huidige basisaanbod van sportvoorzieningen. Waar mogelijk willen we dit verbeteren en verduurzamen. Hierbij is aandacht voor monitoring van de kwaliteit van de accommodaties en bijvoorbeeld het gebruik van LED verlichting.
Faciliteren
Doorlopend
Door het bundelen van activiteiten, geld en mensen willen we zoveel mogelijk mensen de kans geven om mee te doen aan sportactiviteiten bij een reguliere sportvereniging. Of aan speciaal opgezette sport- en beweegactiviteiten. Ook als zij te maken hebben met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking of als zij chronisch ziek zijn. We zorgen dat tenminste één speelplek per kern inclusief is.
Co-creatie
Doorlopend
Bij de inrichtingsplannen voor openbare ruimte spelen we in op bijzondere cultuurhistorische waarde (zoals de waterput Oud Gastel).
Faciliteren
2022-2026
We stimuleren acties om de belevingswaarde te vergroten op het gebied van cultureel erfgoed door onder andere het uitschrijven van een prijsvraag.
Raadplegen
2026
Er wordt uitvoering gegeven aan het opgestelde actieplan ‘Kunst in de Openbare Ruimte’ opgesteld. Hierbij is aandacht voor o.a. kunst op rotondes, langs routes, en teksten op gevels, en bestickeren van stroomhuisjes e.d. Hierbij betrekken we inwoners (waaronder jongeren) en ondernemers zoveel mogelijk met onder andere prijsvragen.
Co creatie
2024 e.v.
Sport
De belevingswaarde vergroten van wat we hebben aan kunst, cultuur en cultuurhistorie
Kunst in de openbare ruimte
57
1.6.8 Verbonden partijen Gemeenschappelijke regeling Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten (RBL) Doel of belang dat wordt behartigd:
De gemeenschappelijke regeling is aangegaan met als doel het behartigen van de belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de Leerplichtwet 1969 en de Regionale Meld en Coördinatiefunctie.
Beleidsvoornemens:Binnen de regio West-Brabant werken veertien gemeenten samen op het gebied van leerrecht, het voorkomen van schooluitval en het begeleiden van uitgevallen jongeren terug naar een opleiding, of naar passende ondersteuning bij het vinden van werk of zorg. Alle veertien gemeenten werken samen op administratief niveau, waarbij alle jongeren in de leeftijd van 5 tot 23 jaar in beeld zijn in één regionale leerlingenadministratie. Dit is een beleidsarme samenwerking. Richtlijnen 2027
Beleidsmatige richtlijnen: Omdat de RBL het een beleidsarme samenwerking betreft worden er geen beleidsmatige richtlijnen aan RBL meegegeven. Financiële richtlijnen: Voor de financiële richtlijnen 2027 verwijzen wij u naar de paragraaf Verbonden partijen.
1.6.9 Wat mag het kosten? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten van het programma Onderwijs, sport en cultuur opgenomen (x € 1.000).
58
Programma Onderwijs, sport en cultuur
2025
2026
2027
2028
2029
4.2 Onderwijshuisvesting
1.927
1.972
2.094
2.288
2.291
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
2.638
2.723
2.804
2.891
2.977
529
436
428
424
442
1.225
1.309
1.303
1.310
1.333
5.3 Cultuurpresentatie, -productie en -participatie
323
325
328
331
333
5.4 Musea
163
159
163
168
172
5.5 Cultureel erfgoed
81
82
84
86
88
5.6 Media
1.043
919
946
973
1.002
Totaal lasten Onderwijs, sport en cultuur
7.929
7.924
8.150
8.472
8.638
1.742
1.821
1.896
2.083
2.062
0
0
46
45
45
907
918
984
1.023
1.053
215
72
228
234
241
1.088
1.120
1.154
1.189
1.224
0
176
172
172
172
5.2 Sportaccommodaties
120
123
126
129
133
5.3 Cultuurpresentatie, -productie en -participatie
19
19
19
19
19
5.4 Musea
0
0
0
795
0
5.5 Cultureel erfgoed
0
0
0
0
0
220
1
1
1
1
Totaal baten Onderwijs, sport en cultuur
1.662
1.512
1.700
2.540
1.791
Saldo
-6.267
-6.412
-6.449
-5.932
-6.847
Lasten per taakveld
5.1 Sportbeleid en activering 5.2 Sportaccommodaties
Waarvan: Kapitaallasten bestaande activa Kapitaallasten Investeringsprogramma 2026 - 2029 Direct toe te rekenen salarislasten
Baten per taakveld 4.2 Onderwijshuisvesting 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 5.1 Sportbeleid en activering
5.6 Media
59
60
Algemene dekkingsmiddelen
1.7.1 Inleiding Ambities en financiële mogelijkheden moeten met elkaar in evenwicht zijn. Met het financiële beleid van de gemeente Halderberge bewaken we dit evenwicht en zorgen we voor de juiste verantwoording van de uitgaven en inkomsten van de gemeente. Om de ambities op het terrein van woningbouw, (ruimtelijke) projecten en verkeersveiligheid uit te voeren, zorgt het college voor voldoende capaciteit en flexibiliteit in de organisatie. We streven ernaar om één van de goedkopere gemeenten in de regio te zijn door een lage lastendruk voor inwoners en ondernemers. 1.7.2 Wat willen we bereiken (speerpunten)? De begroting is reëel en structureel sluitend. We streven naar een solvabiliteit van minimaal 20%. Dit doen we door het eigen vermogen te vergroten en de groei van de schulden zo beperkt mogelijk te houden. We streven naar een weerstandsvermogen dat minimaal ‘voldoende’ is. Dit doen we door het eigen vermogen te vergroten en de risico’s goed in beeld te houden. We zorgen voor meer flexibiliteit in de organisatie om projecten op het gebied van woningbouw en openbare ruimte goed uit te kunnen voeren. Hierbij zorgen we voor capaciteit die meebeweegt met het aantal en de omvang van de projecten. Een gezonde bedrijfsvoering staat hierbij voorop. We streven ernaar om één van de goedkopere gemeenten in de regio te zijn door een lage lastendruk voor inwoners en ondernemers.
1.7.3 Wat doen we al? Huidig beleid (wat voortgezet wordt): De begroting van de gemeente Halderberge is reëel en structureel sluitend. Dat willen we zo houden. Ook het weerstandsvermogen, de verhouding tussen de risico’s die de gemeente loopt en de financiële middelen die beschikbaar zijn om die op te vangen, willen we op peil houden. We gaan door met het verbeteren van de solvabiliteit: de verhouding tussen het eigen en het totale vermogen. Reguliere werkzaamheden: • Vastleggen van alle financiële handelingen in de financiële administratie; • Adviseren over en toetsen van voorstellen aan het college en de raad op financiële haalbaarheid; • Adviseren over de juiste inzet van de beschikbare middelen. • Via de bestuursrapportages melden we geplande activiteiten en projecten, voortgang, behaalde doelen en inzet van beschikbare middelen. 1.7.4 Beleidsindicatoren Lokale beleidsindicatoren Conform de regelgeving BBV worden de verplichte indicatoren in diverse paragrafen van de P&C documenten opgenomen. BBV-indicatoren Voor het programma Algemene dekkingsmiddelen zijn in het BBV geen verplichte beleidsindicatoren opgenomen.
61
1.7.5 Wat gaan we daarvoor doen in 2026? Doel
Wat gaan we daarvoor doen
Wanneer
De begroting is reëel en structureel sluitend
Streven naar behoud van het repressief toezicht door de toezichthouder (de provincie Noord-Brabant).
Jaarlijks
Structurele lasten dekken met structurele baten.
Jaarlijks
Eigen vermogen vergroten door positieve rekeningresultaten, begrotingsoverschotten en positieve resultaten van grondexploitaties toe te voegen aan de algemene reserves.
Doorlopend
Beperking van de schulden door terughoudend te zijn met nieuwe investeringen.
Doorlopend
Het budget voor flexibele vervanging bij ziekte verhogen naar € 200.000 per jaar.
Doorlopend
De ambtelijke kosten die aan projecten worden toegerekend zoveel mogelijk inzetten voor de vorming van de jaarlijkse flexibele schil.
Doorlopend
Bij nieuwe taken gevolgen meenemen voor ambtelijke capaciteit.
Doorlopend
Benchmark over de lastendruk bij het opstellen van de begroting.
Jaarlijks
De afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn 100% kostendekkend.
Jaarlijks
Door middel van het tarief voor de onroerendezaakbelasting sturing geven aan de positie in regio.
Jaarlijks
We streven naar een solvabiliteit van minimaal 20%
Realiseren van meer flexibiliteit in de organisatie
De gemeente Halderberge is voor wat betreft de lastendruk voor burgers en bedrijven in de regio één van de goedkopere gemeenten
1.7.6 Algemene dekkingsmiddelen De gemeente heeft een aantal algemene dekkingsmiddelen die de gemeente naar eigen inzicht mag aanwenden. Deze inkomsten zijn voor een belangrijk deel niet beïnvloedbaar. Daarbij kan worden gedacht aan de uitkeringen uit het Gemeentefonds. Voor een deel kan de gemeente de omvang zelf bepalen. Dit gedeelte wordt afgebakend door het eigen belastinggebied. De gemeentelijke belastingen kennen in tegenstelling tot de retributies, zoals het rioolrecht en de afvalstoffenheffing, geen vooraf bepaald bestedingsdoel. In de Gemeentewet is vastgelegd welke belastingen een gemeente mag heffen. Hieronder zijn in een overzicht de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente Halderberge opgenomen (x € 1.000). Algemene dekkingsmiddelen
Begroting 2026
1. Onroerende zaakbelastingen
9.855
2. Uitkeringen gemeentefonds
69.387
3. Treasury/dividend
172
4. Post onvoorzien
-200
Totaal
79.214
Hieronder worden de verschillende onderdelen verder toegelicht.
62
Onroerende zaakbelastingen De geraamde opbrengst van de onroerende zaakbelastingen bedraag voor 2026 € 9.855.105. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen. Uitkeringen Gemeentefonds Algemeen In de Zomernota 2025 is als uitgangspunt voor de Begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 - 2029 onder meer opgenomen dat de uitkomsten van de septembercirculaire 2025 meegenomen worden voor zover dat mogelijk is. Traditiegetrouw verschijnt de septembercirculaire Gemeentefonds op of direct na Prinsjesdag. De septembercirculaire geeft een actueel beeld van de (meerjaren)raming van de uitkeringen uit het gemeentefonds, waarvan de algemene uitkering qua omvang de belangrijkste is. De rijksbegroting 2026 (Miljoenennota 2026) vormt de basis van de meerjarenraming van de algemene uitkering in de septembercirculaire 2025. De Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau (hierna: CPB), die een actueel overzicht geeft van de economische verwachtingen van de Nederlandse economie, staat op zijn beurt weer aan de basis van de rijksbegroting. Normeringssystematiek De (jaarlijkse) mutatie van de omvang van de algemene uitkering, ook wel accres genoemd, is sinds enkele jaren gekoppeld aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (hierna: BBP). Daarbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen het volume deel en het nominale deel.
Het nominale deel wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de verwachte prijsontwikkeling die door het Centraal Planbureau (hierna: CPB) geraamd wordt. Het nominale deel wordt vastgesteld op basis van de raming van het CPB in het voorjaar van het betreffende jaar (Centraal Economisch Plan). Het volume deel is gekoppeld aan de historische ontwikkeling van het BBP (een achtjarig gemiddelde, t-9 t/m t-2). Een mutatie van de omvang van de algemene uitkering uit het gemeentefonds resulteert in een mutatie van de uitkeringsfactor (ook wel de vermenigvuldigingsfactor genoemd) en werkt structureel door naar de volgende jaren (cumulatief effect). Algemene mutaties septembercirculaire In de septembercirculaire 2025 is de accresraming voor het jaar 2026 en verder geactualiseerd. Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen een (meerjarige) bijstelling van het nominale deel en een (meerjarige) bijstelling van het volume deel. Voor alle jaren (2026-2029) is de raming voor het nominale deel neerwaarts bijgesteld. Voor de jaren 2027 tot en met 2029 is de raming van het volume deel ook neerwaarts bijgesteld. Er is voor alle jaren sprake van een daling van de accressen (van -/- € 78 miljoen in 2026 tot -/- € 184 miljoen in 2019).
Een daling van het acres - een neerwaartse bijstelling van de omvang – resulteert in een neerwaartse bijstelling van de uitkeringsfactor en dus tot een lagere algemene uitkering voor de gemeente(n). Het nominale deel van het accres voor het jaar 2026 wordt (definitief) vastgesteld in de meicirculaire 2026. Taakmutaties septembercirculaire Het aantal taakmutaties in de septembercirculaire 2025 is qua aantal vrij beperkt gebleven. De qua omvang belangrijkste twee taakmutaties die beiden alleen betrekking hebben op het jaar 2025 zijn: 1. de eenmalige toevoeging van middelen voor de jeugdzorg ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg voor de jaren 2023 en 2024 (voor de gemeente Halderberge gaat om € 1,16 miljoen afgerond); 2. de eenmalige toevoeging van middelen ter compensatie van de (vervroegde) verkiezingen van de Tweede Kamer na het demissionair worden van het kabinet Schoof in 2025 (voor de gemeente Halderberge gaat om een bedrag van ongeveer € 105.000). Tegenover de extra rijksmiddelen voor de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen staan echter ook extra lasten voor de gemeente(n), zodat deze extra middelen niet automatisch resulteren in extra vrije begrotingsruimte voor de gemeente(n). Dit is anders voor de extra middelen ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg in de jaren 2023 en 2024. Immers deze jaren zijn reeds verstreken.
Dus deze extra middelen vergroten de vrije bestedingsruimte voor 2025. Overige mutaties algemene uitkering Naast bovenstaande gevolgen van de septembercirculaire 2025 (mutaties van de bedragen per eenheid van de diverse verdeelmaatstaven en mutaties van de uitkeringsfactor) zijn ook de aantallen eenheden van de diverse verdeelmaatstaven geactualiseerd. Qua financiële impact zijn vooral de mutaties van de aantallen eenheden van de inkomstenmaatstaven relevant. Op basis van de meest actuele informatie van de Belastingsamenwerking West-Brabant (voorlopige WOZ-waarden 2025) zijn de WOZ-waarden van de woningen en niet-woningen (fors) opwaarts bijgesteld. Het opwaarts bijstellen van de WOZ-waarden heeft enerzijds een positief effect op de verwachte belastingopbrengsten, maar anderzijds een negatief effect op de raming van de algemene uitkering. De inkomstenmaatstaven zijn immers negatief. Het negatieve effect op de algemene uitkering bedraagt gemiddeld zo’n -/- € 650.000. Het positieve effect op de OZB-opbrengsten was voor een deel al meegenomen in de Zomernota 2025.
63
BTW-compensatiefonds: algemene mutatie voor het jaar 2025 De fondsbeheerders maken in de septembercirculaire de verwachte onderuitputting op het BTW-compensatiefonds bekend. De verwachte onderuitputting voor het jaar 2025 bedraagt naar verwachting zo'n € 428 miljoen. In de meicirculaire 2026 volgt de definitieve afrekening. De gemeente Halderberge houdt vanaf de begroting 2025 in de meerjarenraming van de algemene uitkering (gedeeltelijk) rekening met een onderuitputting op het BTWcompensatiefonds (hierna: BCF). In de begroting 2025 is de helft (50%) van de verwachte onderuitputting voor het jaar 2024, zoals gemeld in de septembercirculaire 2024, meegenomen (structureel een bedrag van € 400.000, zie blz. 59 begroting 2025). In de meicirculaire 2025 is de definitieve onderuitputting over 2024 bekend gemaakt. Naar aanleiding daarvan is de verwachte onderuitputting structureel (vanaf 2025) neerwaarts bijgesteld met zo’n -/€ 170.000 (zie blz. 25 zomernota 2025), zodat het bedrag aan (verwachte) onderuitputting vanaf het jaar 2025 is gedaald naar € 230.000. De verwachte onderuitputting voor het jaar 2025 is in de septembercirculaire 2025 volledig verwerkt door de uitkeringsfactor met 14 punten te verhogen.
Naar aanleiding van de septembercirculaire 2025 is het bedrag aan verwachte onderuitputting voor het jaar 2026 en volgende jaren verhoogd naar € 330.000, een stijging van € 100.000 ten opzichte van de begroting 2025 (meerjarenraming 2026 – 2028), waarbij als uitgangspunt geldt dat 50% van de verwachte onderuitputting wordt meegenomen. De hogere algemene uitkering voor het jaar 2025 zal worden meegenomen in de Slotwijziging 2025. Mocht het (definitieve) bedrag van de onderuitputting op het BTW-compensatiefonds in de meicirculaire 2026 lager uitvallen, dan wordt dat verrekend met de algemene uitkering over 2026. Overige uitkeringen In de septembercirculaire 2025 zijn drie nieuwe decentralisatie-uitkeringen opgenomen, die resulteren in extra middelen voor met name het jaar 2025. Twee van deze decentralisatie-uitkeringen (versterking omgevingsveiligheidsdiensten, overheidsbrede dienstverlening) hebben een structureel effect vanaf het jaar 2025 respectievelijk vanaf het jaar 2026 (totaalbedrag ca. € 35.000 voor de jaren 2026 - 2028). Qua omvang is de (vooralsnog eenmalige toevoeging van de) decentralisatie-uitkering capaciteit decentrale overheden klimaat-en energiebeleid de belangrijkste (voor de gemeente Halderberge gaat het om een bedrag van ongeveer € 1 miljoen jaar in 2026).
Hoewel het een nieuwe decentralisatie-uitkering betreft, gaat het in feite om een overheveling van rijksmiddelen die eerder als specifieke uitkering(en) aan de gemeente(n) werden verstrekt (SPUK CDOKE). In beginsel zijn deze middelen ook beschikbaar voor de periode 2027 tot en met 2030, maar de uitkeringsvorm na 2026 is nog niet bepaald. Deze middelen worden dan ook vooralsnog als eenmalige middelen uit het gemeentefonds aangemerkt. Daarnaast worden er middelen toegevoegd aan bestaande integratie en decentralisatie-uitkeringen, zoals de decentralisatie uitkering Spreidingswet en de integratie-uitkering Participatiewet. Tegenover de (verhogingen van de) decentralisatie-uitkeringen en de integratie-uitkeringen staan doorgaans extra lasten voor de gemeente(n) van nagenoeg gelijke omvang, zodat deze extra rijksmiddelen over het algemeen niet resulteren in extra vrije begrotingsruimte.