CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Havendijk Kom Noord, deelgebieden 2 en 6, Oudenbosch vastgesteld 1 Bijlagen bij toelichting.pdf

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 7: Vaststellen bestemmingsplan Havendijk Kom Noord, deelgebieden 2 en 6 Oudenbosch23.854 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN HAVENDIJK KOM NOORD, DEELGEBIEDEN 2 EN 6, OUDENBOSCH GEMEENTE HALDERBERGE

Bijlagen bij toelichting

Opdrachtgever Willigen Partners Vastgoedontwikkelaars B.V. Auteur Bureau Dhondt Projectnummer 22013 IMRO-identificatie NL.IMRO.1655.BP1028-C001 Status vastgesteld Datum 22 februari 2024

Bijlagen bij toelichting

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Kaart gebiedsvisie Havendijk Kom Noord Oudenbosch

5

Bijlage 2

Verkavelingsplan Havendijk 20 woningen

7

Bijlage 3

Milieutechnisch onderzoek

9

Bijlage 4

Aanvullend bodemonderzoek

180

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek gevelbelasting wegverkeer

223

Bijlage 6

Waterparagraaf

318

Bijlage 7

Ecologische quickscan (concept)

336

Bijlage 8

Stikstofdepositieonderzoek

364

Bijlage 9 Oudenbosch

Verkeersanalyse ontwikkeling Havendijk-Strijmondlaan

Bijlage 10

Geuronderzoek rioolgemaal Havendijk Oudenbosch

528

Bijlage 11

Standaard verantwoording groepsrisico

551

Bijlage 12

Standaard advies externe veiligheid

561

Bijlage 13

Aanmeldnotitie mer

567

Bijlage 14

Informatiebijeenkomsten vragen en antwoorden

578

Bijlage 15

Vooroverlegreacties

583

Bijlage 16

Nota van zienswijzen

594

503

Bijlage 1 Kaart gebiedsvisie Havendijk Kom Noord Oudenbosch

5

Plangebied

1

Deelgebied Te transformeren gebied naar woningbouw, sfeer woonwijk Te transformeren gebied naar woningbouw, sfeer bebouwingslint

4

Te transformeren gebied naar algemene voorzieningen begraafplaats

5

Behoud Islamitische begraafplaats

3

Mogelijke auto-ontsluitingen Recreatieve verbinding door gebied Behoud groenstructuur Behoud watergangen

6

Groene inpassing bedrijfsgebouwen Groenstructuur behouden-versterken Orientatie op omgeving

2

Accent bebouwing, zichtlijn Havendijk Aanhouden rooilijn A

B 1

In te passen parkeerplaatsen woonwijk In te passen parkeerplaatsen begraafplaats voorzieningen voor waterberging Rekening houden met milieuzonering bedrijven

Gebiedsvisie Kom Noord Oudenbosch

34

50m

Bijlage 2 Verkavelingsplan Havendijk 20 woningen

7

16

15

18

17

20

19

14

raam openingen in de gevel

13

wadi

40

3

42 wadi 2

12

44

46

48

ve Ha

4A

50

i1 ad

w

nd 11

nd

ve

ijk

Ha

52

10000

54

ijk

1 9

2

4

Koningsweg 83 3582 GC Utrecht tel. 030 - 2334213 info@bijlarchitecten.nl www.bijlarchitecten.nl projekt

Havendijk 20 woningen

10

onderdeel

Situatie

8

3

b i j l a r c h i t e c t e n Drimmelaarstraat

Sportschool

P

opdrachtgever

Willigen Partners ism aan. bedrijf van Agtmaal

4

7

fase

Situatie

10000

formaat

5

A3 schaal

2D

6

2C

1:500

2B

2A

2

getekend

TVB datum

12.05.2022 wijziging

0

5

10

20

Schuitevaarstraat

30.03.2023 11.05.2023 15.05.2023 15.08.2023 07.10.2023 Aan deze tekening kunnen geen rechten worden ontleend. blad

01

projektnr.

860

Bijlage 3 M ilieutechnisch onderzoek

9

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Milieutechnisch onderzoek Havendijk deelgebied 2 en 6 te Oudenbosch (2203/208/NL-01, versie 0)

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Milieutechnisch onderzoek

in opdracht van Willigen Partners Vastgoedontwikkelaars B.V. de heer M. van Es Herculeslaan 24 3584 AB Utrecht

betreffende locatie Havendijk deelgebied 2 en 6 te Oudenbosch documentkenmerk 2203/208/NL-01 versie 0 vestiging Breda datum 27 juli 2022

opgesteld door:

gecontroleerd door:

N. (Nicole) Lammers

J. (Joost) van den Heuvel en

Projectleider bodem

T.J.J. (Tom) Buijs Projectleider bodem

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies. Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/bodem-disclaimer/

Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Breda >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Samenvatting In opdracht van Willigen Partners Vastgoedontwikkelaars B.V. heeft Tritium Advies een milieutechnisch onderzoek uitgevoerd op de locatie Havendijk deelgebied 2 en 6 te Oudenbosch. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aankoop en de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen (na sloop van de huidige bedrijfsgebouwen) voor een deel van de onderzoekslocatie. Tevens is de aanleiding de voorgenomen bestemmingswijziging voor de gehele onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of op de locatie sprake is van bodemverontreiniging die een belemmering kan vormen voor de aankoop en de voorgenomen ontwikkelingen. Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende deellocaties onderscheiden: 

deellocatie A :

gehele onderzoekslocatie incl. opslag verontreinigde grond; verdacht;

deellocatie B :

gedempte watergangen (3x); verdacht.

zintuiglijke waarnemingen Zintuiglijk zijn sporen baksteen, sporen tot uiterst puin, sporen kolengruis, zwak tot sterk plastic, en stortmateriaal in de bodem waargenomen. Tevens is een puinfundering en een halfverharding (puin) waargenomen. verkennend onderzoek Uit de analyseresultaten blijkt dat in een mengmonster van de bovengrond een matige verontreiniging met koper aanwezig is. Daarnaast is in een mengmonster van de ondergrond een matige verontreiniging met cadmium aangetoond. Na uitsplitsing van deze mengmonsters blijkt de grond niet tot hooguit licht verontreinigd te zijn met deze stoffen. Verder zijn in de bovengrond lichte verontreinigingen met kwik, lood, zink, minerale olie, PAK, PCB en OCB aangetoond. De ondergrond is licht verontreinigd met koper, kwik, lood, zink, minerale olie en PCB. Het grondwater op de locatie is hooguit licht verontreinigd met barium. PFAS grond Landelijk gezien kan het gehalte PFAS in de grond tot 1,0 m-mv geclassificeerd worden onder de norm ‘landbouw/ natuur’. De resultaten zijn tevens getoetst aan de normen uit de ‘Handreiking toepassing PFAS houdende grond en baggerspecie Noord-Brabant’ van 2 december 2019. Hieruit blijkt dat zowel de boven- als ondergrond in aanmerking komen voor hergebruik binnen de deelnemende gemeenten. PFAS grondwater In beide peilbuizen zijn gehalten boven de detectiegrens zijn aangetoond.

De aangetoonde gehalten aan PFOS in peilbuis 27 zijn dermate hoog dat niet kan worden uitgesloten dat op de locatie sprake is van een overschrijding van de humane risicogrens (zoals vastgesteld door het RIVM in 2021). Tevens is het gehalte aan L_PFHxS sterk verhoogd aangetoond. Middels nader onderzoek zal moeten worden vastgesteld of in de ondergrond of het grondwater op de locatie sprake is van een overschrijding van de humane risicogrenzen aan PFOS.

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Bekend is dat aan Havendijk 10a in het verleden een zeilen,-tenten,- en dekkledenfabriek aanwezig is geweest. De exacte periode is onbekend. Mogelijk is de verontreiniging met PFAS veroorzaakt door deze voormalige bedrijfsactiviteiten. verkennend- en nader asbestonderzoek Uit het verkennend asbestonderzoek blijkt dat in de grond ter plaatse van asbestgat 28 368 mg/kg d.s. aan asbest is aangetoond. Dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde. Daar de interventiewaarde 100 mg/kg d.s. is, is ter plaatse van asbestgat 28 een nader asbestonderzoek uitgevoerd. Hierbij bleek geen sprake te zijn van bodem maar werd de laag beoordeeld als een puinlaag (geen bodem). Tijdens dit nader asbestonderzoek is een maximaal gewogen asbestgehalte van 22 mg/kg d.s. aangetoond in de puinlaag ter plaatse van sleuf SL01. Voor verontreinigingen met asbest geldt geen volumecriterium. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien het gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde. Omdat de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) niet wordt overschreden kan worden afgeleid dat er geen sprake is van een verontreiniging met asbest. Tevens is geen sprake van een overtreding in het kader van het Besluit asbestwegen milieubeheer. onderzoek puinlaag (hergebruik) Het volume van het onderzochte puin wordt geraamd op 250 m3.

De laag kan geclassificeerd worden als N-bouwstof en komt volledig in aanmerking voor hergebruik. conclusie Geadviseerd wordt een nader onderzoek uit te voeren om vast te stellen of in de ondergrond of het grondwater op de locatie sprake is van een overschrijding van de humane risicogrenzen aan PFOS. De overige onderzoeksresultaten leveren geen beperkingen op ten aanzien van het huidige en voorgenomen gebruik van de locatie en vormen naar mening van Tritium Advies geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging en de afgifte van een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit.

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Inhoudsopgave pagina Samenvatting 1.

Inleiding

1

2.

Vooronderzoek

2

2.1

Locatiegegevens

2

2.2

Eerder uitgevoerd onderzoek

4

2.3

Terreinverkenning

7

2.4

Bodemopbouw

7

2.5

Conclusies vooronderzoek

8

3.

Onderzoeksstrategie

9

4.

Uitvoering

11

4.1

Kwalibo

11

4.2

Plaatsen boringen, inspectiegaten en peilbuizen

12

4.3

Bemonstering grondwater

14

4.4

Analyses

14

5.

Analyseresultaten

16

5.1

Toetsingskader(s)

16

5.2

Parameters grond (NEN5740)

16

5.3

Asbest in grond (NEN 5707)

17

5.4

PFAS in grond

18

5.5

Grondwater

18

6.

Nader asbestonderzoek

20

6.1

Werkzaamheden

20

6.2

Uitvoering

20

6.2.1 Kwalibo

20

6.2.2 Veldwerk

21

6.2.3 Analyses

21

6.3

22

Analyseresultaten

6.3.1 Toetsingskader

22

6.3.2 Analyseresultaten

22

6.4

Verontreinigingssituatie

24

7.

Onderzoek fundering / halfverharding

25

7.1

Onderzoeksstrategie

25

7.2

Uitvoering

25

7.2.1 Maaiveldinspectie

26

7.2.2 Inspectiegaten en boorwerk

26

7.2.3 Analyses

26

7.3

26

Analyseresultaten

7.3.1 Toetsingskader

26

7.3.2 Resultaten – asbest

27

7.3.3 Resultaten – indicatief uitloogonderzoek

27

7.4

Bespreking resultaten

27

8.

Conclusie en aanbevelingen

28

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Bijlagen Bijlage 1:

Kadastrale kaart

Bijlage 2:

Situatietekeningen

Bijlage 3:

Profielbeschrijvingen

Bijlage 4:

Analyseresultaten grond

Bijlage 5:

Analyseresultaten grondwater

Bijlage 6:

Analyseresultaten asbest

Bijlage 7:

Toelichting toetsingskader

Bijlage 8:

Toetsingstabellen grond

Bijlage 9:

Toetsingstabellen grondwater

Bijlage 10:

Omrekeningstabellen

Bijlage 11:

Analyseresultaten fundering/halfverharding

Bijlage 12:

Toetsingstabellen uitloogonderzoek

Bijlage 13:

Foto’s onderzoekslocatie

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

1. Inleiding In opdracht van Willigen Partners Vastgoedontwikkelaars B.V. heeft Tritium Advies een milieutechnisch onderzoek uitgevoerd op de locatie Havendijk 10a, 10d en 10e te Oudenbosch. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aankoop en de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen (na sloop van de huidige bedrijfsgebouwen) voor een deel van de onderzoekslocatie. Tevens is de aanleiding de voorgenomen bestemmingswijziging voor de gehele onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of op de locatie sprake is van bodemverontreiniging die een belemmering kan vormen voor de aankoop en de voorgenomen ontwikkelingen. Tritium Advies heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Kwalibo Op een deel van de werkzaamheden die in het voorliggende rapport worden beschreven is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor deze kwaliteitsborging zijn onderdelen van het onderzoek onder Kwalibo uitgevoerd. Indien dit het geval is, dan is dit bij het betreffende onderdeel expliciet vermeld. Onderdelen zonder vermelding van Kwalibo, zijn niet onder Kwalibo uitgevoerd.

pagina 1 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

2. Vooronderzoek Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (oktober 2017). De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2.1: overzicht geraadpleegde bronnen tijdens vooronderzoek vooronderzoek type

“aanleiding A” opstellen hypothese milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van bodemonderzoek

categorie

bron

geraadpleegd datum

contactpersoon

internet kadastrale gegevens

kadastralekaart.com

actuele terreinsituatie

BAG Viewer - Kadaster

24-03-2022

n.v.t.

Google Maps Slagboom Peeters historische gegevens bodeminformatie

Topotijdreis Omgevingsrapportage Noord-Brabant Wko tool

25-04-2022

grondwatertools dinoloket overig informatie

opdrachtgever

21-03-2022

mevrouw L. Michielsen

onderzoekslocatie

2.1 Locatiegegevens Op basis van de geraadpleegde bronnen, is een overzicht opgesteld van de locatiegegevens. Het overzicht is weergegeven in de volgende tabel. De ligging van de locatie is weergegeven in figuur 2.1. Tabel 2.2: overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens adres straat

Havendijk

huisnummers

10a, 10d en 10e

plaats

Oudenbosch

kadastraal gemeente

Oudenbosch

sectie

A

nummers

2127, 2057, 2041, 2120, 2126

locatie oppervlak onderzoekslocatie huidig gebruik

totaal 8.870 m2

bebouwd circa 3.500 m2

bedrijfsterrein met 2 bedrijfsgebouwen (op 10a is een winkel met meubels en accessoires gevestigd en op 10d een bedrijf dat kant- en klaarmaaltijden vervaardigd) en een bedrijfswoning (nummer 10e). Tevens is op de locatie een kleine overkapping aanwezig waaronder materialen opgeslagen liggen.

pagina 2 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Tabel 2.2 (vervolg): overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens locatie geplande werkzaamheden

men is voornemens de bedrijfsgebouwen te slopen en nieuwe woningen te realiseren. De bestaande bedrijfswoning dient omgezet te worden naar een burgerwoning.

voormalig gebruik

de locatie is in het verleden in gebruik geweest als weiland. Rond 1900 is aan de noordzijde van de locatie een boomgaard aanwezig geweest. Eind jaren ’90 is de locatie bebouwd. Het bedrijfsgebouw op nummer 10a is in 1980 gebouwd. Het bedrijfsgebouw op nummer 10d is in 1995 gebouwd. De bedrijfswoning op 10e dateert uit 2001.

toekomstig gebruik

wonen met tuin

dempingen, ophogingen,

voormalige (gedempte) watergangen (3x), mogelijke stortplaats rioolslib

bijmengingen met puin bodembedreigende activiteiten

zie tabel 2.3

en calamiteiten PFAS

in december 2021 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ van toepassing verklaard. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten worden poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) inmiddels in Nederland (en breder in de wereld), niet alleen bij puntbronnen, maar ook als diffuse verontreinigingen in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetoond. Derhalve zijn de bovengrond (tot 1,0 m-mv) en geroerde bodems verdacht op PFAS.

niet gesprongen explosieven

er is sprake van een locatie waarvan de bodem na de oorlog veelvuldig geroerd is.

(NGE)/ conventionele

Derhalve wordt ervan uitgegaan dat geen aanvullende maatregelen voor de

explosieven (CE)

boorwerkzaamheden noodzakelijk zijn.

asbestaspecten jaartallen

opstallen

bouwjaar bedrijfsgebouw 10a: 1980, bedrijfsgebouw 10d: 1995, bedrijfswoning 10e: 2001.

terrein toepassing

aanleg jaren ‘90

voor zover bekend zijn op de locatie geen asbesthoudende materialen toegepast.

terreinsituatie bebouwing

bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen met kantoor

maaiveld

deels tuin en deels verhard

verhardingen

installaties

bebouwing:

beton

overig:

asfalt, tegels, klinkers, stelconplaten

geen bekend

omgeving gebruik belendende percelen

wonen met tuin, bedrijven, openbare weg

bodembedreigende activiteiten

zie tabel 2.3

en calamiteiten

De kadastrale gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in bijlage 1. Een situatietekening is weergegeven in bijlage 2. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn toegevoegd in bijlage 13. De ligging van de locatie is weergegeven in de volgende figuur.

pagina 3 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Figuur 2.1: luchtfoto onderzoekslocatie

Tabel 2.3: bedrijfsactiviteiten locatie

activiteit

beginjaar

eindjaar

bron

onderzoekslocatie Havendijk 10a en 10c

chemische industrie

onbekend

onbekend

Omgevingsrapportage

rioolwaterzuiveringsinrichting

1955

1981

Noord- Brabant

rubber- en kunststofverwerkende industrie

1977

onbekend

stortplaats rioolslib op land

1955

1981

zeilen,- tenten,- en dekkledenfabriek

onbekend

onbekend

directe omgeving Strijmondtlaan 74

jachthaven

onbekend

onbekend

Omgevingsrapportage

textielblekerij

2000

onbekend

Noord- Brabant

jutebewerking- en spinnerij

onbekend

onbekend

overige reparatiebedrijven

1999

onbekend

zakkenstempelinrichting

onbekend

onbekend

houtmeubelfabriek

1989

onbekend

voedings- en genotmiddelenindustrie

1997

onbekend

Havendijk 10a

zeilen-, tenten- en dekkledenfabriek

onbekend

onbekend

Havendijk 10b

houtwarenfabriek

1994

onbekend

Havendijk

binnenvaartbedrijf

onbekend

onbekend

Strijmondtlaan 70-72

Havendijk 10

2.2 Eerder uitgevoerd onderzoek Op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving zijn eerder de in de volgende tabel vermelde bodemonderzoeken uitgevoerd. Voor zover relevant voor dit onderzoek zijn de gegevens weergegeven in onderstaande tabel.

pagina 4 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Tabel 2.4: eerder uitgevoerd onderzoek en overige documenten nr.

titel

locatie

opgesteld door

kenmerk

datum

Havendijk 10a en 10C

Gemeente Roosendaal

-

01-02-1984 01-07-1985

onderzoekslocatie 1.

oriënterend onderzoek

2.

oriënterend onderzoek

Heidemij

-

3.

nader onderzoek

Heidemij

632-31488-1

4.

bespreking

Hoogheemraadschap West- Brabant

01-07-1986 02-09-1986

bodemverontreiniging 5.

nader onderzoek*

Heidemij

-

01-11-1986

directe omgeving 6.

verkennend onderzoek

Schuitevaarstraat 2

Wematech

-

13-11-2015

7.

indicatief onderzoek

Strijmondlaan 74

Regionale milieudienst West-

-

26-07-2000

8.

verkennend onderzoek

Strijmondlaan 70-72

-

13-08-1999

9.

nader onderzoek

-

20-10-1999

10.

saneringsevaluatie

-

29-12-1999

11.

briefrapport*

-

02-01-2000

Brabant Ascor

*Het onderzoek of een samenvatting daarvan was niet beschikbaar bij Omgevingsdienst West- Brabant.

Uit de documenten in de voornoemde tabel blijkt het volgende. Ad 1 t/m 3 De locatie was deels op de huidige onderzoekslocatie gelegen. Op de locatie was een rioolwaterzuiveringsinstallatie aanwezig geweest. Uit het onderzoek [2 en 3] bleek dat de grond ter plaatse van de voormalige rioolwaterzuiveringsinstallatie ter plaatse van één boring matig verontreinigd was met koper, lood en zink. In de rapportage wordt vermeld dat alle monsters waren samengesteld in het traject tot 1,0 m-mv. Het grondwater was sterk verontreinigd met zink. Uit een elektromagnetisch onderzoek [3] bleek dat de grondwaterverontreiniging zich beperkte tot de omgeving van de slibdroogbedden en de directe nabijheid van de zandvang met voorbezinktank. In de toplaag werden lichte tot matige verontreinigingen met voornamelijk lood en zink aangetoond en in mindere mate koper en cadmium. Uit het nader onderzoek kon geconstateerd worden dat de verontreiniging met zware metalen sterk gebonden was aan de aangetroffen sliblaag en/ of de laag zand vermengd met slibdeeltjes. Uit het onderzoek bleek tevens uit enkele boringen dat de grond onder de sliblaag geen matige of sterke verontreinigingen met zware metalen meer bevatte. Betreft de grondwaterverontreiniging met zink was niet bekend of er sprake was van toename van de verontreiniging bij toenemende diepte.

Wel kon gesteld worden dat de horizontale verspreiding zich leek te beperken tot het terrein van de droogbedden, slibputten en slibopslag. De hoeveelheid verontreinigde grond bedroeg 4.000 m3. Aan de hand van de oude tekeningen leken de slibdroogbedden zich niet op de huidige onderzoekslocatie te bevinden, maar circa 30 meter ten noordwesten daarvan. Derhalve is één van de peilbuizen ten behoeve van het huidige onderzoek aan de noordwestzijde van de locatie geplaatst. Ad 4 en 5 Het concept-rapport van een nader onderzoek door Heidemij van juli 1986 (kenmerk 632-31640) werd besproken [4]. In het rapport werd geconcludeerd dat sanering van een deel van het terrein noodzakelijk was, onder andere om verspreiding van de verontreiniging via het grondwater te voorkomen. Er zou 1 ha moeten worden afgegraven. Grotendeels zal dit tot circa 0,5 of 1,0 m-mv zijn. Op enkele plaatsen zou dieper gegraven moeten worden. Aanvulling met schone grond zou vermoedelijk nodig zijn.

pagina 5 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Het alternatief om de vervuiling niet te verwijderen en hydrologisch te isoleren werd door de inspectie en provincie als minder gewenst aangemerkt. Het onderzoek met hetzelfde kenmerk dat besproken werd (632-31640) is beschikbaar bij Tritium Advies, maar enkel met de datum november 1986 [5]. Uit het onderzoek bleek dat de grond onder de sliblaag hooguit lichte verontreinigingen met zware metalen bevat. De matige zinkverontreiniging in het grondwater leek zich te beperken tot het terrein met de slibdroogbedden, slibputten, slibopslag en de directe omgeving. De hoeveelheid verontreinigde grond werd geraamd op circa 4.000 m3. De omvang van de grondwaterverontreiniging was onbekend. Gezien de concentraties leek sanering van het grondwater niet aannemelijk. Aanbevolen werd om in overleg met Provinciale Waterstraat Noord- Brabant en de regionale inspectie voor volksgezondheid vast te stellen in hoeverre nader onderzoek naar de grondwaterverontreiniging noodzakelijk is. Onbekend is of de sanering uiteindelijk heeft plaatsgevonden. Ad 6 De locatie was circa 25 meter ten oosten van de huidige onderzoekslocatie gelegen. Zintuiglijk werden sporen baksteen in de grond waargenomen. Uit de analyseresultaten bleek dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd was met lood en PAK.

De ondergrond was licht verontreinigd met lood en het grondwater bleek niet verontreinigd te zijn met de onderzochte stoffen. De resultaten vormden geen belemmeringen voor de voorgenomen bouwplannen op de locatie. Ad 7 De locatie was circa 25 meter ten noordoosten van de huidige onderzoekslocatie gelegen. De rapportage was niet digitaal beschikbaar. Uit de samenvatting van Omgevingsdienst midden- en west- Brabant bleek dat op het terrein een ophooglaag van 0,5 - 1,2 meter aanwezig was. De afdekgrond was plaatselijk licht verontreinigd met PAK en EOC en de onderliggende ophooglaag was licht tot sterk verontreinigd met minerale en PAK. Nader onderzoek werd noodzakelijk geacht. Ad 8 De locatie was circa 30 meter ten noorden van de huidige onderzoekslocatie gelegen. De rapportage was niet digitaal beschikbaar. Uit de samenvatting van Omgevingsdienst West- Brabant [8] bleek dat de bovengrond licht verontreinigd was met cadmium, koper, kwik, lood, PAK en minerale olie. Er was tevens een matige verontreiniging met zink aangetroffen. In de ondergrond werden lichte verontreinigingen aangetoond met cadmium, koper, kwik, lood en minerale olie. Er was tevens een matige verontreiniging met zink aangetroffen. In het grondwater werden lichte verontreinigingen aangetroffen met arseen, chroom, benzeen en tolueen.

Op basis van de analyseresultaten bestond er aanleiding tot vervolgonderzoek naar de concentraties zware metalen, PAK en minerale olie in zowel de boven- als de ondergrond en naar de concentraties benzeen en tolueen in het grondwater. Ook het vervolg-bodemonderzoek [9] was niet digitaal beschikbaar. De doelstelling was tweeledig: 1. bepalen van de mate en omvang van de eerder aangetroffen verontreinigingen. 2. vaststellen van eventuele restverontreinigingen in de put. Deze put is ontstaan doordat de opdrachtgever de verontreinigde grond (in eigen beheer) heeft afgegraven. In de bovengrond werden van 0 tot 50 cm-mv lichte tot sterke verontreinigingen aangetroffen met zware metalen, PAK en minerale olie.

pagina 6 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

In de ondergrond van 50 tot 200 cm-mv werden lichte tot ernstige verontreinigingen aangetroffen met zware metalen, PAK en minerale olie. Bij één boring werd op een diepte van 140 tot 180 cmmv een matige verontreiniging aangetroffen met PAK totaal en een sterke verontreiniging met zink en minerale olie. Het grondwater was licht verontreinigd met benzeen. Na ontgraving bleek dat in de putbodem lichte tot ernstige verontreinigingen werden aangetroffen met zware metalen. Het bleek dat bij slechts één bemonsteringpunt zink boven de tussenwaarde werd aangetoond [10]. De overige componenten zijn niet of slechts licht verhoogd. Doordat de restverontreiniging minimaal was en de interventiewaarde niet werd overschreden, contact niet mogelijk was en de ondergrond veen- en leemachtig was, was de sanering in eigen beheer doelmatig uitgevoerd.

2.3 Terreinverkenning Uit de terreinverkenning blijkt dat aan de oostenzijde van Havendijk 10a een halfverharding (volledig puin) aanwezig is. Derhalve is in overleg met de opdrachtgever een onderzoek naar de halfverharding uitgevoerd.

2.4 Bodemopbouw In de volgende tabel is een overzicht opgenomen van de regionale bodemopbouw en de geohydrologische situatie. Tabel 2.5: bodemopbouw en geohydrologie bodemopbouw maaiveldhoogte

1,0 m+NAP

deklaag

dikte

7m

samenstelling

hoofdzakelijk midden, fijn en grof zand

doorlatendheid

matig

1e watervoerende pakket

dikte

12 m

samenstelling

hoofdzakelijk zandige klei, klei en midden zand

doorlatendheid

matig

geohydrologie freatisch grondwater 1e watervoerende pakket

stijghoogte

0,5 m-NAP

stromingsrichting

westelijk

stijghoogte

onbekend

stromingsrichting

noordoostelijk

waterhuishouding oppervlaktewater

rivier de Mark aanwezig op circa 15 meter ten westen van de onderzoekslocatie.

grondwaterbeschermingsbied /

de locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied of een boringsvrije zone.

boringsvrije zone grondwateronttrekking

op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving vindt zover bekend geen grondwateronttrekking plaats.

pagina 7 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

2.5 Conclusies vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek worden de in de volgende tabel vermelde deellocaties onderscheiden. Tabel 2.6: deellocaties deel-

omschrijving

oppervlakte

locatie A

hypothese

motivatie

2

gehele

8.870 m

verdachte stoffen 1)

/aantal verdacht

mogelijke aanwezigheid zeilen,-

onderzoekslocatie en

tenten,- en dekkledenfabriek in het

opslag verontreinigde

verleden, mogelijke stortplaats rioolslib,

grond

voormalig gebruik als boomgaard,

NEN-parameters, PFAS, OCB

opslag verontreinigde grond en huidig gebruik als bedrijfsterrein B

voormalige (gedempte)

3x

verdacht

watergangen

mogelijk verontreinigd

zware metalen,

dempingsmateriaal

PAK en asbest (bij puin)

Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring verdachte stoffen: NEN- parameters

:

pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie) en NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie);

PAK

:

OCB

:

polycyclische aromatische koolwaterstoffen; organochloorbestrijdingsmiddelen;

PFAS

:

poly- en perfluoralkylstoffen.

Asbest Het is vooralsnog onbekend of op en nabij de locatie handelingen met asbest zijn uitgevoerd in een mate dat hierdoor een bodemverontreiniging met asbest kan zijn ontstaan. Indien tijdens uitvoering van het veldwerk asbestverdachte materialen of bijmengingen met puin worden aangetroffen, wordt met de opdrachtgever overlegd over de eventuele uitvoering van een asbestonderzoek. PFAS Onderzoek naar PFAS is in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen niet verplicht. Voor hergebruik van grond zijn in het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie’ (d.d. december 2021) regels opgesteld waardoor voorafgaand aan hergebruik van grond wel onderzoek naar PFAS nodig is. Derhalve wordt onderzoek naar PFAS in de bodem verricht.

pagina 8 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

3. Onderzoeksstrategie Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1 (april 2016). De te volgen strategie is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 3.1: strategie verkennend bodemonderzoek strategie 1)

boorwerk (diepte in m-mv) boringen

analyses2)

asfalt- of betonboringen

peilbuizen

(diameter)

grond

grondwater

2

deellocatie A: gehele onderzoekslocatie en opslag verontreinigde grond (8.870 m ) VED-HE-NL

17 x (0,5)

2

9 x (ø 12 cm)

4 x (2,0)

6 x NEN-g 3),

2 x NEN-gw,

4 x OCB, 2 x PFAS

OCB, PFAS

(30), L+H deellocatie B: voormalige (gedempte) watergangen (3x) 9 x (2,0) 5)

MW

-

-

- 4)

-

Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring strategie: VED-HE-NL

:

onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig;

MW

:

het onderzoek naar de gedempte watergangen wordt uitgevoerd op basis van een maatwerkstrategie, waarbij een raai van 3 boringen haaks op een gedempte watergang geplaatst wordt.

2)

verklaring analyses: NEN-g

:

pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie);

NEN-gw

:

pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie);

OCB

:

PFAS (30)

:

organochloorbestrijdingsmiddelen; uitgebreid analysepakket met 30 perfluorverbindingen volgens de advieslijst d.d. 12 juli 2019;

L+H 3)

:

lutum en organische stof.

conform de strategie VED-HE-NL dienen vier analyses te worden verricht op de meest verdachte laag. Om ook een uitspraak te kunnen doen over de milieuhygiënische kwaliteit van de (onverdachte) ondergrond zijn twee extra analyses opgenomen.

4)

Indien tijdens de veldwerkzaamheden zintuiglijk bijmengingen in de grond worden aangetroffen die duiden op deze gedempte watergangen, worden in overleg aanvullende analyses uitgevoerd.

5)

De boringen ten behoeve van de gedempte watergangen worden uitgevoerd in combinatie met de boringen tot 2,0 m-mv ten behoeve van deellocatie A. In totaal worden dus 9 boringen tot 2,0 m-mv geplaatst.

De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd. De grond- en grondwatermonsters worden conform AS3000 voorbewerkt.

pagina 9 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Daar tijdens het verkennend bodemonderzoek op de gehele locatie bijmengingen met puin in de bodem zijn waargenomen, is direct een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Het verkennend bodemonderzoek asbest is uitgevoerd conform de NEN 5707+C2 (december 2017). De te volgen strategie is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 3.2: strategie verkennend bodemonderzoek asbest (8.870 m2) strategie 1)

VED-HE

analyses 2)

veldwerkzaamheden maaiveld-

inspectiegaten

inspectiegaten tot

asfalt- of

inspectie

(0,3 x 0,3 m,

onderzijde

betonboringen

0,5 m-mv)

verdachte laag 3)

(diameter)

17

4

9 x (ø 35 cm)

2 richtingen,

4 x asb-g

stroken 1,5 m Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring strategie: VED-HE

:

onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming.

2)

verklaring analyses: asb-g

3)

:

asbest in grond NEN 5898.

de gaten worden uitgevoerd tot aan de onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 2 meter. Indien blijkt dat vanaf een bepaalde diepte het graven van gaten niet meer mogelijk is, worden boringen uitgevoerd met een diameter van tenminste 12 cm.

De grondmonsters worden door een geaccrediteerd laboratorium geanalyseerd.

pagina 10 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

4. Uitvoering 4.1 Kwalibo Op de veldwerkzaamheden is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor dit onderzoek zijn de werkzaamheden uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) conform protocollen 2001 (versie 6.0, 1 februari 2018), 2002 (versie 6.0, 1 februari 2018) en 2018 (versie 6.0, 1 februari 2018) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Opgemerkt wordt dat wanneer meer dan 50% bodemvreemde materialen worden aangetroffen, het protocol 2018 niet van toepassing is. Dit heeft geen invloed op de onderzoeksstrategie en de resultaten van het onderzoek. In de volgende tabel zijn de namen van de erkende veldwerkers weergegeven, die voor onderhavig onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd. Tabel 4.1: erkende veldwerkers Tritium Advies veldwerker

datum uitvoering

nummers

16-05-2022

maaiveld

Bryan Hofman, Youri Janssen

16-05-2022

02, 03, 06, 07, 10, 14, 15, 17 t/m 21, 27 t/m 31, 33

Bryan Hofman, Youri Janssen

17-05-2022

01, 04, 05, 08, 09, 11 t/m 13, 16, 22 t/m 26, 32, 34

25-05-2022

01, 27

maaiveldinspectie Bryan Hofman en Youri Janssen (in opleiding) boorwerkzaamheden (protocol 2001)

monstername grondwater (protocol 2002) Bryan Hofman inspectiegaten (protocol 2018) Bryan Hofman en Youri Janssen (in opleiding)

16-05-2022 en 17-05-2022

02, 05, 09 t/m 12, 14 t/m 16, 18, 20, 21, 25, 26, 28 t/m 34

Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.

pagina 11 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

4.2 Plaatsen boringen, inspectiegaten en peilbuizen De locaties van de boringen en inspectiegaten zijn weergegeven in bijlage 2. Tijdens het plaatsen van de boringen en peilbuizen deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. Ter plaatse van de vermoedelijke ligging van de voormalige watergangen op de onderzoekslocatie (deellocatie B) zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op een voormalige slootbodem of dempingsmateriaal. Tevens is de bodemopbouw niet afwijkend van de bodemopbouw op de rest van de onderzoekslocatie. Derhalve is de grond gecombineerd onderzocht met overige terrein (deellocatie A). De bij de boringen en gaten vrijkomende grond is in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij zijn de in de volgende tabel weergegeven waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. Tabel 4.2: waarnemingen en bijzonderheden boring

01

traject

asbestverdacht

(m-mv)

materiaal 1)

overige waarnemingen en bijzonderheden

einddiepte (m-mv)

0,30 - 0,50

-

sporen puin

0,50 - 0,80

-

sporen puin, sporen kolengruis

0,80 - 1,05

-

sporen puin

1,05 - 1,50

-

zwak puinhoudend

1,50 - 2,00

-

2,50

zwak puinhoudend, sterk plastichoudend, stortmateriaal

2,00 - 2,50

-

sporen puin, zwak plastichoudend, stortmateriaal, hierna boring gestaakt: boorgat zakt in.

02

0,00 - 0,40

-

volledig puin

0,40 - 0,70

-

sporen baksteen

03

0,00 - 0,70

-

zwak puinhoudend

1,20

04

0,15 - 0,30

-

zwak puinhoudend

2,00

05

0,20 - 0,50

-

sterk puinhoudend

2,00

0,80 - 1,50

-

sporen puin

06

08

0,20 - 0,40

-

sterk puinhoudend

0,40 - 1,00

-

sporen puin

1,20

2,00

0,15 - 0,50

-

uiterst puinhoudend

0,50 - 0,70

-

zwak puinhoudend

09

0,15 - 0,30

-

uiterst puinhoudend

0,80

10

0,08 - 0,20

-

sporen puin

1,80

0,20 - 0,50

-

uiterst puinhoudend

0,50 - 1,30

-

sporen puin, sporen kolengruis

11

0,25 - 0,65

-

uiterst puinhoudend

0,65

12

0,08 - 0,20

-

sporen puin

0,80

0,20 - 0,50

-

uiterst puinhoudend

0,40 - 0,50

-

sporen puin

0,50 - 0,80

-

sporen puin

1,00 - 1,30

-

sporen puin

0,30 - 0,50

-

sporen puin

0,50 - 0,80

-

sporen puin

14

15

1,20

1,80

1,30

pagina 12 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Tabel 4.2 (vervolg): waarnemingen en bijzonderheden boring

traject

asbestverdacht

(m-mv)

materiaal 1)

17

0,20 - 0,70

-

sporen puin

1,20

18

0,00 - 0,20

-

volledig puin

0,80

0,20 - 0,50

-

sporen puin

0,00 - 0,40

-

volledig puin

0,40 - 2,00

-

sporen puin

0,00 - 0,40

-

volledig puin

0,50 - 1,50

-

sporen puin

1,50 - 2,00

-

sporen puin

0,00 - 0,40

-

volledig puin

0,40 - 0,80

-

sporen puin, hierna gestaakt i.v.m.

0,20 - 0,50

-

sterk puinhoudend

0,50 - 0,80

-

sterk puinhoudend

19

20

21

overige waarnemingen en bijzonderheden

einddiepte (m-mv)

2,00

2,00

0,80

ondoordringbare laag 22

23

2,00

0,20 - 0,50

-

uiterst puinhoudend

0,50 - 0,70

-

sterk puinhoudend, hierna gestaakt i.v.m.

0,70

0,20 - 0,30

-

sterk puinhoudend

0,30 - 1,50

-

matig puinhoudend

0,08 - 0,30

-

zwak puinhoudend

0,30 - 0,60

-

uiterst puinhoudend

0,70 - 1,20

-

sterk puinhoudend, gestaakt wegens puin

0,20 - 0,50

-

uiterst puinhoudend

0,50 - 0,60

-

sterk puinhoudend, gestaakt op puin

0,00 - 0,30

-

volledig puin

0,30 - 0,60

-

sporen puin

46 gram

uiterst puinhoudend

0,70

0,55

ondoordringbare laag 24

25

26

27

28

0,35 - 0,70

2,00

1,20

0,60

3,50

asbestverdacht materiaal, 1 stukje 29

30

31

0,00 - 0,25

-

volledig puin

0,25 - 0,55

-

sporen puin

0,00 - 0,25

-

volledig puin

0,25 - 0,55

-

sporen puin

0,55

0,00 - 0,25

-

volledig puin

0,25 - 0,55

-

sporen puin

32

0,40 - 0,50

-

sporen puin

0,50

33

0,00 - 0,40

-

volledig puin

0,60

0,40 - 0,60

-

sporen puin

34

0,15 - 0,50

-

sporen puin

0,50 - 1,10

-

zwak puinhoudend

1,10 - 1,50

-

matig puinhoudend

0,55

2,00

Opmerkingen bij de tabel: 1)

Dit betreft het gewicht van de aangetroffen materialen zoals gemeten in het veld. De gewogen materialen zijn niet gedroogd, waardoor de vermelde gewichten kunnen afwijken van de analysecertificaten.

pagina 13 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

4.3 Bemonstering grondwater Tijdens de grondwatermonstername zijn in het veld de zuurgraad (pH), de troebelheid en de elektrische geleidbaarheid (Ec) van het grondwater bepaald. De peilbuisspecificaties en meetresultaten zijn weergegeven in de volgende tabel. De plaats van de peilbuizen is weergegeven in bijlage 2. Tabel 4.3: peilbuisspecificaties peilbuis

datum

filtertraject

grondwaterstand

pH

Ec

troebelheid

bemonstering

(m-mv)

(m-mv)

(-)

(µS/cm)

(ntu)

belucht

01

25-5-2022

1,50 - 2,50

1,28

6,6

629

19

nee

27

25-5-2022

2,50 - 3,50

1,75

6,1

1.031

17

nee

Tijdens de bemonstering van het grondwater bleek dat de troebelheid van het grondwater in beide peilbuizen groter is dan 10 ntu. Hierdoor kunnen concentraties van organische parameters hoger uitvallen. Bij de interpretatie van de analyseresultaten van het grondwater wordt hier rekening mee gehouden. De betrouwbaarheid van de analyseresultaten wordt in hoofdstuk 5 besproken.

4.4 Analyses De grond- en grondwatermonsters zijn volgens de volgende tabellen geanalyseerd. Tabel 4.4: geanalyseerde monsters (grond) monster-

traject

code

(m-mv)

boring(en)

analyses 1)

toelichting

mm01

0,20 - 0,70

02, 15, 17, 27

NEN-g, OCB

sporen baksteen- en sporen puinhoudende bovengrond

MM02a

0,00 - 0,50

01, 03, 34

NEN-g, OCB

sporen tot zwak puinhoudende bovengrond

MM3a

0,15 - 0,65

05, 08, 11, 26

NEN-g, OCB

sterk tot uiterst puinhoudende bovengrond

MM4a

0,20 - 0,70

23, 26, 28

NEN-g, OCB

uiterst puinhoudende bovengrond

23-1

0,20 - 0,50

23

koper

uitsplitsing MM4a

26-1

0,20 - 0,50

26

koper

uitsplitsing MM4a

28-1

0,35 - 0,70

28

koper

uitsplitsing MM4a

MM5a

0,50 - 1,00

01, 10

NEN-g

sporen puin en sporen kolengruishoudende ondergrond

MM6a

1,50 - 2,50

01

NEN-g

opslag verontreinigde grond, sporen tot zwak puin en plastichoudende ondergrond

01-6

1,50 - 2,00

01

cadmium

uitsplitsing MM6a

01-7

2,00 - 2,50

01

cadmium

uitsplitsing MM6a

MM7a

1,30 - 2,00

06, 14, 22, 24

NEN-g

zintuiglijk schone ondergrond

Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring analyses: NEN-g

:

pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie);

OCB

:

organochloorbestrijdingsmiddelen.

pagina 14 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Tabel 4.5: geanalyseerde monsters asbest (NEN 5707) vindplaats of

monster-

analyses 2)

traject (m-mv)

toelichting

1)

inspectiegat

code

28

28-3

0,35 - 0,70

asb-g

uiterst puinhoudend

28

28-plaatmateriaal

0,35 - 0,70

asb-m

golfplaat, 1 stukje, 46 gram

14, 15, 32

asbmm06-1

0,40 - 0,50

asb-g

sporen puin

01, 06, 10, 11, 22 t/m 26, 34

asbmm08-1

0,50 - 2,00

asb-g

sporen tot uiterst puinhoudend

23, 25, 26

asbmm09-1

0,00 - 0,60

asb-g

uiterst puinhoudend

05, 09, 10, 12

asbmm11-1

0,08 - 0,50

asb-g

sterk tot uiterst puinhoudend

Opmerkingen bij de tabel: 1)

in geval er sprake is van een monster dat samengesteld is uit deelmonsters, betreft het aangegeven traject de minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster.

2)

verklaring analyses: asb-m

:

asbest in materiaal (verzamelmonster);

asb-g

:

asbest in grond NEN 5898.

Opgemerkt wordt dat, doordat puin in de ondergrond is aangetroffen, een aanvullende analyse voor asbest in de ondergrond ingezet is (asbmm08-1). Het gehalte aan asbest in dit monster is bepaald op basis van een indicatief onderzoek (edelmanboor ø12cm) met minder dan de voorgeschreven hoeveelheid monstermateriaal. Derhalve wordt alleen een uitspraak gedaan over de verdachtheid van de bodem op het voorkomen van asbest. Tevens is in gat 28 asbestverdacht plaatmateriaal gevonden. Dit plaatmateriaal is geanalyseerd op asbest. Tabel 4.6: geanalyseerde monsters (grondwater) analyses 1)

monster-

peilbuis-

filtertraject

code

nummer

(m-mv)

motivatie

01-1-1

01

1,50 - 2,50

NEN-gw, OCB, PFAS (30)

onderzoek grondwater

27-1-1

27

2,50 - 3,50

NEN-gw, OCB, PFAS (30)

onderzoek grondwater

Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring analyses: NEN-gw

:

pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie);

OCB

:

organochloorbestrijdingsmiddelen;

PFAS (30)

:

uitgebreid analysepakket met 30 perfluorverbindingen volgens de advieslijst d.d. 12 juli 2019.

pagina 15 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

5. Analyseresultaten 5.1 Toetsingskader(s) De analyseresultaten van de grond en/of grondwatermonsters zijn vergeleken met de momenteel geldende toetsingskader(s). De analyseresultaten voor PFAS wordt tevens getoetst aan het landelijk en mits van toepassing het regionaal of lokaal beleid. Voor een nadere toelichting op de gehanteerde toetsingskaders wordt verwezen naar bijlage 7. In de volgende tabel(len) is weergegeven op welke wijze de mate van verontreiniging na toetsing van de analyseresultaten aan de normen uit de Wet bodembescherming (Wbb) en Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in het rapport wordt weergegeven. Tabel 5.1: aanduiding mate van verontreiniging volgens Wbb aanduiding in rapport

betekenis voor grond

betekenis voor grondwater

-

=

niet verontreinigd

De toetsingswaarden worden niet overschreden.

>AW of >S

=

licht verontreinigd

Het aangetoonde gehalte ligt tussen de

Het aangetoonde gehalte ligt tussen de

achtergrond- en tussenwaarde.

streef- en tussenwaarde.

>T

=

matig verontreinigd

Het aangetoonde gehalte ligt tussen de tussen- en interventiewaarde.

>I

=

sterk verontreinigd

Het aangetoonde gehalte ligt boven de interventiewaarde.

Tabel 5.2: aanduiding bodemkwaliteitsklasse volgens Bbk aanduiding in rapport

betekenis

achtergrondwaarde (AW)

Grond kan vrij worden toegepast bij elke bodemfunctie en elke bodemkwaliteit.

wonen (Wo)

Grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader worden toegepast bij de bodemfuncties en bodemkwaliteiten "wonen" of "industrie".

industrie (Ind)

Grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader enkel worden toegepast bij de bodemfunctie en bodemkwaliteit "industrie".

niet-toepasbaar (NT)

Grond kan elders niet worden toegepast. Indien deze grond vrijkomt moet deze worden afgevoerd naar een erkende verwerker.

5.2 Parameters grond (NEN5740) De analyseresultaten van de grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 4. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 8. Een samenvatting is weergegeven in de volgende tabel(len).

pagina 16 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Tabel 5.3: samenvatting toetsingsresultaten grond monster-

traject

code

(m-mv)

mm01

0,20 - 0,70

boringen

motivatie

02, 15, 17, 27

opslag verontreinigde

toetsingsresultaten Wbb 1)

Bbk 2)

> AW

>T

>I

lood

-

-

AW

-

-

Wo

-

-

Ind

koper

-

Ind

-

grond, sporen baksteen- en sporen puinhoudende bovengrond MM02a

MM3a

0,00 - 0,50

0,15 - 0,65

01, 03, 34

05, 08, 11, 26

sporen tot zwak

kwik, lood, zink, PAK,

puinhoudende bovengrond

PCB

sterk tot uiterst

lood, zink, diverse

puinhoudende bovengrond

OCB 3), PAK, PCB,

uiterst puinhoudende

lood, zink, m.o.

bovengrond

diverse OCB 3), PAK,

m.o. MM4a

0,20 – 0,70

23, 26, 28

PCB 23-1

0,20 – 0,50

23

uitsplitsing MM4a

-

-

-

26-1

0,20 – 0,50

26

uitsplitsing MM4a

koper

-

-

-

28-1

0,35 – 0,70

28

uitsplitsing MM4a

-

-

-

-

MM5a

0,50 – 1,00

01, 10

sporen puin en sporen

kwik, lood

-

-

AW

koper, kwik, lood,

cadmium

-

NT

-

kolengruishoudende ondergrond MM6a

1,50 – 2,50

01

sporen tot zwak puin en

plastichoudende ondergrond zink, m.o., PCB

01-6

1,50 – 2,00

01

uitsplitsing MM6a

cadmium

-

-

01-7

2,00 – 2,50

01

uitsplitsing MM6a

cadmium

-

-

-

MM7a

1,30 – 2,00

06, 14, 22, 24

zintuiglijk schone

-

-

-

AW

ondergrond Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring afkortingen: m.o.

:

minerale olie;

PAK

:

polycyclische aromatische koolwaterstoffen;

PCB

:

polychloorbifenylen.

OCB

:

organochloorbestrijdingsmiddelen.

2)

de toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit betreft een indicatie van de hergebruiksmogelijkheden.

3)

Bij enkele OCB is er een overschrijding in verband met een verhoogde rapportagegrens voor de betreffende stoffen. De rapportage grens is verhoogd omdat door matrixeffecten, resp. co-elutie kwantificering bemoeilijkt werd. Hierdoor dient de concentratie formeel als overschrijding van de achtergrondwaarde te worden gerapporteerd.

5.3 Asbest in grond (NEN 5707) De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 6. De omrekening van de analyseresultaten van het asbesthoudende materiaal naar een gehalte in de bodem is weergegeven in bijlage 10. De berekening van de totale gewogen gehalte asbest is weergegeven in de volgende tabel.

pagina 17 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Tabel 5.4: berekening gewogen gehalte vindplaats of

traject

monster-

inspectiegat

(m-mv)

code

28

0,35 - 0,70

omschrijving

28-3

gehalte asbest (mg/kg d.s.) fractie

fractie

totaal

< 20 mm

> 20 mm 1)

gewogen 2+3)

<2

368

368

uiterst puinhoudend met asbestverdacht materiaal

14, 15, 32

0,40 - 0,50

asbmm06-1

sporen puin

<2

n.a.

<2

01, 06, 10, 11,

0,50 - 2,00

asbmm08-1

sporen tot uiterst puin

<2

n.a.

<2 4)

22 t/m 26, 34 23, 25, 26

0,00 - 0,60

asbmm09-1

uiterst puin

22

n.a.

22

05, 09, 10, 12

0,08 - 0,50

asbmm11-1

sterk tot uiterst puin

21

n.a.

21

Opmerkingen bij de tabel: 1)

gehaltes asbest berekend uit het gehalte in het materiaal en het bemonsterde bodemvolume.

2)

dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde.

3)

de vet weergegeven gehaltes betreffen een overschrijding van de helft van de interventiewaarde.

4)

Dit gehalte is bepaald op basis van een indicatief onderzoek (edelmanboor ø12cm) met minder dan de voorgeschreven hoeveelheid monstermateriaal. Derhalve wordt alleen een uitspraak gedaan over de verdachtheid van de bodem op het voorkomen van asbest.

n.a.:

niet aangetroffen.

5.4 PFAS in grond De analyseresultaten van de grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 4. Een samenvatting van de toetsing aan de gebruikte toetsingskaders van PFAS zijn weergegeven in de volgende tabellen. Tabel 5.5: samenvatting toetsingsresultaten PFAS (landelijk) mengmonster

traject

analyseresultaten PFAS

(m-mv)

gestandaardiseerd gehalte (μg/kg d.s.)

classificatie

PFOS (som)

PFOA (som)

overige PFAS

PFAS1

0,00 - 0,65

0,32

< 0,1

< 0,1

landbouw/ natuur

PFAS2

0,20 - 0,80

0,18

< 0,1

< 0,1

landbouw/ natuur

Toetsing ‘handreiking toepassing PFAS houdende grond en baggerspecie Noord-Brabant’ De resultaten zijn tevens getoetst aan de normen uit de ‘Handreiking toepassing PFAS houdende grond en baggerspecie Noord-Brabant’ van 2 december 2019. Hieruit blijkt dat zowel de boven- als ondergrond in aanmerking komen voor hergebruik binnen de deelnemende gemeenten. Toetsing risico’s PFOA en PFOS Na vergelijking van de analyseresultaten met de risicogrenswaarden van het RIVM blijkt dat in géén van de onderzochte grondmonsters de humane risicogrenzen voor PFOA of PFOS in grond worden overschreden.

5.5 Grondwater De analyseresultaten van de grondwatermonsters zijn weergegeven in bijlage 5. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 9. Een samenvatting is weergegeven in de volgende tabel.

pagina 18 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Tabel 5.6: samenvatting toetsingsresultaten grondwater peilbuis- monster-

filtertraject

toetsingsresultaten Wbb 1)

motivatie

nummer

code

(m-mv)

>S

>T

>I

01

01-1-1

1,50 - 2,50

onderzoek grondwater

barium

-

-

27

27-1-1

2,50 - 3,50

onderzoek grondwater

barium

-

-

Vanwege de verhoogde troebelheid van het grondwater in beide peilbuizen is aan de hand van de verwachtingen volgens het vooronderzoek, de overige waarnemingen tijdens de uitvoering van het veldwerk en de overige analyseresultaten beoordeeld of de resultaten voor organische parameters in het totale beeld van het onderzoek passen. Dit is wel het geval, omdat er geen verhoogde gehalten aan organische parameters aangetoond zijn. Derhalve zijn de resultaten als betrouwbaar beoordeeld. Tabel 5.7: samenvatting analyseresultaten PFAS grondwater peilbuis-

monster-

filtertraject

nummer

code

(m-mv)

analyseresultaten PFAS concentratie (μg/l) PFOS (som)

PFOA (som)

overige PFAS

01

01-1-1

1,50 - 2,50

0,019

0,020

< 10

27

27-1-1

2,50 - 3,50

2,1

0,4

0,16 (L_PFHxS)

Toetsing risico’s PFOA en PFOS Na vergelijking van de analyseresultaten met de risicogrenswaarden van het RIVM blijkt dat in géén van de onderzochte grondwatermonsters de humane risicogrenzen voor PFOA of PFOS in grondwater (exclusief consumptie) worden overschreden. Opgemerkt wordt dat in het grondwater in beide peilbuizen gehalten boven de detectiegrens zijn aangetoond. De aangetoonde gehalten aan PFOS in peilbuis 27 zijn dermate hoog dat niet kan worden uitgesloten dat op de locatie sprake is van een overschrijding van de humane risicogrens (zoals vastgesteld door het RIVM in 2021). Tevens is het gehalte aan L_PFHxS sterk verhoogd aangetoond. Middels nader onderzoek zal moeten worden vastgesteld of in de ondergrond of het grondwater op de locatie sprake is van een overschrijding van de humane risicogrenzen aan PFOS. Bekend is dat aan Havendijk 10a in het verleden een zeilen,-tenten,- en dekkledenfabriek aanwezig is geweest. De exacte periode is onbekend. Mogelijk is de verontreiniging met PFAS veroorzaakt door deze voormalige bedrijfsactiviteiten.

pagina 19 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

6. Nader asbestonderzoek Het nader asbestonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5707+C2 (december 2017).

6.1 Werkzaamheden Voor de uitvoering van de veldwerkzaamheden wordt gebruikt gemaakt van een graafmachine en schudzeef. Een overzicht van de te verrichten werkzaamheden is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 6.1: strategie nader asbestonderzoek strategie 1)

aantal

traject

maaiveldinspectie

sleuven per RE of vak

(m-mv) per vak

4 vakken

analyses

(l x b x d)

0,35 – 0,70

1 x (2,0 x 0,4 x 0,7) 2)

2 richtingen, stroken 1,5 m

2 x asbest in materiaal 4 x asbest in grond

Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring strategie: per vak

2)

:

vaststellen van het gehalte van de verontreiniging per homogeen vak van 50 m2 tot 200 m2.

De sleuven zullen in ieder geval doorgezet worden tot aan de onverdachte laag.

De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd. De monsters worden voor zover mogelijk conform AS3000 voorbewerkt.

6.2 Uitvoering 6.2.1

Kwalibo

Op de veldwerkzaamheden is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor dit onderzoek zijn de werkzaamheden uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) conform protocol 2018 (versie 6.0, 1 februari 2018) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Opgemerkt wordt dat wanneer meer dan 50% bodemvreemde materialen worden aangetroffen, het protocol 2018 niet van toepassing is. Dit heeft geen invloed op de onderzoeksstrategie en de resultaten van het onderzoek. In de volgende tabel zijn de namen weergegeven van de erkende veldwerkers, die voor onderhavig onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd. Tabel 6.2: erkende veldwerkers Tritium Advies veldwerker

datum uitvoering

nummers

06-07-2022

maaiveld

06-07-2022

SL01 t/m SL06

maaiveldinspectie Bryan Hofman, Joris Mathijssen sleuven (protocol 2018) Bryan Hofman, Joris Mathijssen

pagina 20 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.

6.2.2

Veldwerk

De locaties van de sleuven zijn weergegeven in bijlage 2. Tijdens de uitvoering van het veldwerk bleek dat SL03 nog asbestverdachte materialen bevatte. Derhalve zijn direct twee afperkende sleuven bijgeplaatst. Verder deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. Plaatselijk bleek sprake te zijn van een puinlaag (geen bodem). De bij de werkzaamheden vrijkomende grond en puin zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij zijn de in de volgende tabel weergegeven waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke (bodem) verontreiniging met asbest. Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. Tabel 6.3: waarnemingen en bijzonderheden sleuf

traject

asbestverdacht materiaal

(m-mv) SL01

0,35 - 0,85

overige waarnemingen en bijzonderheden

10 stukjes asbestverdacht

einddiepte (m-mv)

volledig puin, zwak glashoudend

1,35

materiaal, 208 gram 0,85 - 1,35

-

SL02

0,25 - 0,75

-

volledig puin uiterst puinhoudend

0,75

SL03

0,35 - 0,80

2 stukjes asbestverdacht materiaal,

volledig puin

0,80

14 gram SL04

0,25 - 0,75

-

volledig puin, zwak plastichoudend

0,75

SL05

0,25 - 0,75

8 stukjes asbestverdacht materiaal,

volledig puin, zwak glashoudend

1,25

119 gram 0,75 - 1,25

-

volledig beton, sterk puinhoudend, matig glashoudend

SL06

0,30 - 0,80

6 stukjes asbestverdacht materiaal,

volledig puin, brokken beton

1,30

127 gram 0,80 - 1,30

6.2.3

-

sporen puin

Analyses

De monsters zijn volgens de volgende tabel geanalyseerd. Hierbij zijn de meest verdachte lagen geanalyseerd. In de puinlaag van SL03 werd dermate weinig asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen dat wordt aangenomen dat de gewogen concentratie aan asbest in deze laag lager ligt dan de concentratie aan asbest in de puinlaag van SL01, SL05 en SL06.

pagina 21 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Tabel 6.4: geanalyseerde monsters vindplaats of

monster-

traject

analyses 2)

toelichting

volledig puin

1)

sleuf

code

(m-mv)

SL01

SL01

0,35 - 0,85

asb-p

SL01

SL01-5

0,35 - 0,85

asb-m

8 stukjes golfplaat, 132,2 gram en 1 stukje vlakke plaat, 4,4 gram

SL02

SL02-1

0,25 - 0,75

asb-g

uiterst puinhoudende grond

SL05

SL05

0,25 - 0,75

asb-p

volledig puin

SL05

SL05-5

0,25 - 0,75

asb-m

4 stukjes golfplaat, 82,2 gram en 1 stukje vlakke plaat, 10,4 gram

SL06

SL06

0,30 - 0,80

asb-p

SL06

SL06-1

0,30 - 0,80

asb-m

volledig puin 4 stukjes golfplaat, 82,2 gram en 1 stukje vlakke plaat, 10,4 gram

Opmerkingen bij de tabel: 1)

in geval er sprake is van een monster dat samengesteld is uit deelmonsters, betreft het aangegeven traject de minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster.

2)

verklaring analyses: asb-m

:

asbest in materiaal (verzamelmonster);

asb-g

:

asbest in grond NEN 5898;

asb-p

:

asbest in puin NEN 5898.

6.3 Analyseresultaten 6.3.1

Toetsingskader

De analyseresultaten van de grond worden vergeleken met de toetsingstabel 'Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater' uit de circulaire bodemsanering (Nederlandse Staatscourant, nr. 16675, 27 juni 2013). De interventiewaarde voor asbest is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. gewogen asbest. Analyseresultaten van puinmonsters (indien van toepassing) worden vergeleken met bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit (Nederlandse Staatscourant, nr. 247, 20 december 2007 en de daaropvolgende wijzigingen). De maximale waarde voor hergebruik van puin met asbest is eveneens vastgesteld op 100 mg/kg d.s. gewogen asbest. Een toelichting op het toetsingskader is weergegeven in bijlage 7.

6.3.2

Analyseresultaten

De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 6. De omrekening van de analyseresultaten van het asbesthoudende materiaal naar een gehalte in de bodem is weergegeven in bijlage 10. In de volgende tabel zijn alleen de analyseresultaten weergegeven van de monsters waarin daadwerkelijk asbest is aangetoond.

pagina 22 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

Tabel 6.5: analyseresultaten vindplaats of

monster-

sleuf

code

(m-mv) 1)

traject

monster- omschrijving type 2)

SL01

SL01-5

0,35 - 0,85

m

percen-

soort

hecht-

tage

asbest 3)

gebonden?

(%) golfplaat, 7 stukjes, 124,3

10-15

(ja/nee) chrysotiel

ja

ja

gram m

m

golfplaat, 1 stukje, 7,9

10-15

chrysotiel

gram

2-5

crocidoliet

ja

vlakke plaat, 1 stukje, 4,4

2-5

chrysotiel

ja

gram SL01 SL05

SL05-5

0,25 - 0,75

p

asbestcement

m

golfplaat, 1 stukje, 23,6

-4)

chrysotiel

ja

10-15

chrysotiel

ja

10-15

chrysotiel

ja

0,5-2

chrysotiel

ja

-4)

chrysotiel

ja

10-15

chrysotiel

ja

gram m

vlakke plaat, 6 stukjes, 69,2 gram

m

vlakke plaat, 1 stukje, 3,7 gram

SL05 SL06

SL06-1

0,30 - 0,80

p

asbestcement

m

golfplaat, 4 stukjes, 82,2 gram

m

vlakke plaat, 1 stukje,

10-15

chrysotiel

ja

m

10,4 gram

0,5-2

crocidoliet

ja

Opmerkingen bij de tabel: 1)

in geval er sprake is van een monster dat samengesteld is uit deelmonsters, betreft het aangegeven traject de minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster.

2)

3)

verklaring monstertype: m

:

materiaal (fractie > 20 mm);

p

:

puin (fractie < 20 mm).

soorten asbest: 

chrysotiel (wit asbest);

:

serpentijnasbest;

amosiet (bruin asbest), crocidoliet (blauw asbest), tremoliet (grijs

:

amfiboolasbest.

asbest), actinoliet (groen asbest) of anthofyliet (geel asbest) 4)

Het percentage is niet berekend in de fijne fractie.

De berekening van de totale gewogen gehalte asbest is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 6.6: berekening gewogen gehalte sleuf

SL01

traject

monster-

(m-mv)

code

0,35 - 0,85

SL01

omschrijving

gehalte asbest (mg/kg d.s.) fractie

fractie

totaal

< 20 mm 1)

> 20 mm 2)

gewogen

<2

22

22

uiterst puinhoudende grond

<2

n.a.

<2

volledig puin met asbestverdacht

7

13

20

<2

15

15

volledig puin met asbestverdacht materiaal (golfplaat en vlakke plaat)

SL02

0,25 - 0,75

SL02

SL05

0,25 - 0,75

SL05

materiaal (golfplaat en vlakke plaat) SL06

0,30 - 0,80

SL06

volledig puin met asbestverdacht materiaal (golfplaat en vlakke plaat)

Opmerkingen bij de tabel: 1)

gehalte op analysecertificaat.

2)

gehaltes asbest berekend uit het gehalte in het materiaal en het bemonsterde (bodem)volume.

n.a.:

niet aangetroffen

pagina 23 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

6.4 Verontreinigingssituatie Bij het nader asbestonderzoek is een maximaal gewogen asbestgehalte van 22 mg/kg d.s. aangetoond in de puinlaag ter plaatse van sleuf SL01. Voor verontreinigingen met asbest geldt geen volumecriterium. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien het gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde. Omdat de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) niet wordt overschreden kan worden afgeleid dat er geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging met asbest.

pagina 24 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

7. Onderzoek fundering / halfverharding 7.1 Onderzoeksstrategie Aan de achterzijde van Havendijk 10a ligt een halfverharding bestaande uit puin. Omdat de herkomst en kwaliteit van de halfverharding niet bekend is, worden de kwaliteit en hergebruiksmogelijkheden bepaald middels een indicatief uitloogonderzoek. Tevens geldt dat de (puin)fundaties verdacht zijn op het voorkomen van asbest. Het verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5897+C2 (december 2017). Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Indien asbestverdachte materialen worden aangetroffen, worden deze bemonsterd en ter verificatie aangeboden aan het laboratorium. Een overzicht van de te verrichten werkzaamheden is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 7.1: strategie onderzoek halfverharding (circa 1.000 m2) strategie 1)

HALF

maaiveld-

inspectiegaten (m-mv)

asfaltboringen

inspectie

(0,3 x 0,3 m)

(diameter)

2 richtingen,

8 x onderzijde verdachte laag

-

stroken 1,5 m

analyses 2)

2 x org. parameters + uitloog 2 x asb-p

Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring strategie: HALF

2)

:

onderzoeksstrategie volgens NEN 5897+C2 voor halfverhardingslagen.

verklaring analyses: org. parameters

:

de organische parameters PAK, PCB en minerale olie;

uitloog

:

schudproef met een eluaatanalyse op 15 metalen en 4 anionen;

asb-p

:

asbest in puin NEN 5898.

De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd.

7.2 Uitvoering In de volgende tabel zijn de namen van de veldwerkers weergegeven, die voor onderhavig onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd. Tabel 7.2: veldwerkers Tritium Advies veldwerker

datum uitvoering

nummers

16-05-2022 en

maaiveld

maaiveldinspectie Bryan Hofman, Youri Janssen (in opleiding)

17-05-2022 inspectiegaten en boringen Bryan Hofman, Youri Janssen (in opleiding)

16-05-2022 en

02, 18, 20, 21, 29, 30, 31, 33

17-05-2022

pagina 25 van 29

documentkenmerk: 2203/208/NL-01, versie 0

7.2.1

Maaiveldinspectie

Het maaiveld van de locatie was tijdens de maaiveldinspectie bedekt met de halfverhardingslaag en vegetatie (lang gras, onkruid). Vanwege de toestand van het maaiveld wordt de efficiëntie van de maaiveldinspectie geschat op 70 - 90 %. Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld.

7.2.2

Inspectiegaten en boorwerk

De locaties van de inspectiegaten zijn weergegeven op de tekening in bijlage 2. Tijdens de uitvoering van het veldwerk deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. Het bij de werkzaamheden vrijkomende puin is in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij zijn waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke verontreiniging. De waarnemingen ter plaatse van de desbetreffende gaten (gat 02, 18, 20, 21, 29, 30, 31 en 33) zijn gecombineerd met de waarnemingen van de overige onderzoeken op de onderzoekslocatie weergegeven in tabel 4.2. Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/577/documents/16853