CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

breda international airport vastgesteld bijlagen bij de toelichting.pdf

Gemeenteraad 13 juli 2023, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 8: Bestemmingsplan Breda International Airport22.391 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Breda International Airport

Bestemmingsplan Breda International Airport

Projectnummer 0468805.100 Revisie 05 Datum 08 december 2022

Auteur(s) Mike Fransen Maaike Winkel-Bootsma

Opdrachtgever Gemeente Halderberge Parklaan 15 4731GJ Oudenbosch

datum vrijgave beschrijving revisie 08 december 2022 ontwerp

goedkeuring Mike Fransen

vrijgave Paul Kennes

Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

ontwerp bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Plan van Aanpak Breda International Airport

5

Bijlage 2

Actualisatie EV onderzoek Seppe

81

Bijlage 3

Verantwoording groepsrisico fase 3 en 4

105

Bijlage 4

Memo externe veiligheid

115

Bijlage 5

Onderzoek stikstofdepositie

123

Bijlage 6

Kwalitatieve marktscan

137

Bijlage 7

Marktverkenning verruiming kantooroppervlak BIA

165

Bijlage 8

Verslag omgevingsdialoog 8 juli 2020

171

Bijlagen bij de toelichting

blad 3 van 173

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100

blad 4 van 173

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100

Bijlage 1

blad 5 van 173

Plan van Aanpak Breda International Airport

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Beneluxweg 125 4904 SJ Oosterhout Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT T (0162) 48 70 00 F (0162) 45 11 41 info@anteagroup.nl www.anteagroup.nl

Gemeente Halderberge t.a.v. College van burgemeester en wethouders Parklaan 15 4731 GJ OUDENBOSCH

datum projectnummer onderwerp

3 juni 2021 0468805.100 Plan van aanpak Breda International Airport

Geacht College, In vervolg op het principebesluit van uw Raad van 11 februari 2021 met betrekking tot het (gedeeltelijk) verruimen van de vestigingsmogelijkheden voor Breda Airparc, sturen wij u hierbij het Plan van Aanpak gericht op de uitwerking van de toekomstvisie voor Breda International Airport. Alle beoogde ontwikkelingen uit de toekomstvisie voor de korte en (middel)lange termijn zijn onderdeel van dit Plan van Aanpak. Het verruimen van de vestigingsmogelijkheden is echter van het allergrootste belang. Ter inleiding dient het navolgende. Inleiding Sinds 2010 maakt Breda International Airport een aanzienlijke ontwikkeling door. Ook voor de komende jaren is een verdere ontwikkeling van het vliegveld voorzien, waarbij een verduurzaming, economische stabiliteit en het vergroten van de (ruimtelijke) kwaliteit belangrijke pijlers zijn. In de eerste ontwikkelingsfase zorgt met name Breda Airparc voor een kwaliteitsimpuls en economische stabiliteit met fysiek nieuwe vestigingsmogelijkheden voor luchtvaartgebonden bedrijvigheid. Het toevoegen van bedrijvigheid aan het vliegveld was één van de voorwaarden voor de overname van het vliegveld door de huidige eigenaar. Breda Airparc is vanwege die vestigingsmogelijkheden in de regio aangemerkt als ‘special’, waarbij als voorwaarde is gesteld dat de bedrijvigheid luchtvaartgebonden moet zijn.

Deze luchtvaartgebonden bedrijfsactiviteiten zijn echter niet exclusief voor Breda Airparc ‘gereserveerd’. Ook op bedrijventerreinen in de omgeving zijn luchtvaartgebonden bedrijfsactiviteiten toegestaan. Breda Airparc heeft in die zin dus geen unieke status en ondervindt zelfs hinder van oneigenlijke concurrentie van deze regionale bedrijventerreinen. Gebleken is dat deze oneigenlijke concurrentie, samen met de verplichte focus op de luchtvaartgebonden bedrijfsactiviteiten, Breda International Airport kwetsbaar maakt. Een optimalisatie van de vestigingsmogelijkheden op Breda Airparc is daarom urgent. Fysiek is de ruimte voor de verbreding van de vestigingsmogelijkheden ook aanwezig zonder dat het karakter van Breda Airparc dan wel Breda International Airport hierdoor wordt aangetast. De behoefte aan kantoorruimte bij een hangar blijkt namelijk veel geringer te zijn dan in het oorspronkelijke plan als uitgangspunt is gehanteerd. Met de vereiste om slechts luchtvaartgebonden bedrijfsactiviteiten toe te staan lukt het nu niet om de beschikbare ruimte volledig te vullen. Er resteert binnen de huidige bebouwing nog voldoende oppervlak voor kantoorvestigingen die niet aan de luchtvaart zijn gebonden. De wens is dan ook om de vestigingsmogelijkheden voor Breda Airparc te verruimen binnen de huidige bedrijfsvloeroppervlakte van de bebouwing.

Met het toestaan van niet-luchtvaartgebonden bedrijfsactiviteiten, in de vorm van kantoren, ontstaat een beperkte verbreding van de doelgroep, waarbij een economisch stabiele en duurzame bedrijfsvoering voor de toekomst zeker gesteld wordt. Deze verruiming van de gebruiks- en contactpersoon: e-mail: bijlage(n):

R. Dekker roel.dekker@anteagroup.nl zoals genoemd

Antea Nederland B.V. - statutaire zetel Heerenveen - handelsregister 29021830 - BTW nr. NL003662317B01 vestigingen in Heerenveen, Schoonebeek, Deventer, Almere, Capelle aan den IJssel, Goes, Oosterhout en Maastricht

T (613) 77 47 48 gecontroleerd:

0468805.100 blad 2 van 17

daarmee de vestigingsmogelijkheden maakt deel uit van een bijstelling van de doelen uit het Masterplan van 2010, waarin afspraken zijn weergegeven over de ontwikkeling en realisatie van het vliegveld. De verruiming van de vestigingsmogelijkheden is meermaals besproken met het college en is vervolgens in de regio voorgelegd aan de West-Brabantse gemeenten alsmede aan de provincie Noord-Brabant. De reacties zijn overwegend positief. Later in dit Plan van Aanpak wordt dit proces verder toegelicht. Op 11 februari 2021 heeft de gemeenteraad van Halderberge besloten het college te verzoeken een aanpassing van het bestemmingsplan Airparc Seppe aan de raad voor te leggen ten behoeve van het verruimen van de vestigingsmogelijkheden voor kantoorfuncties op Breda Airparc. Dit raadsbesluit wordt later in het Plan van Aanpak nader beschreven. Vanuit de regiogemeenten is onder andere het verzoek gekomen om een volledige visie op de ontwikkelingen van het vliegveld inzichtelijk te maken in relatie tot de juridisch-planologische aanpassingen. Bredere blik Het verruimen van de vestigingsmogelijkheden op Breda Airparc is de belangrijkste ontwikkeling voor het Breda International Airport. Daarnaast zijn echter nog enkele andere ontwikkelingen gewenst om een economisch stabiele en duurzame bedrijfsvoering te kunnen bereiken.

Dit voorliggende Plan van Aanpak geeft invulling aan het verzoek uit de regio en beschrijft hoe de verruiming van de vestigingsmogelijkheden samenhangt met de toekomstvisie voor de korte en (middel)lange termijn wanneer ook aan de andere ontwikkelingswensen invulling wordt gegeven. De samenhang is belangrijk en geeft een totaalbeeld van het vliegveld voor de komende jaren. Onderstaand wordt onder andere de toekomstvisie beschreven, de samenhang met het vigerende juridisch-planologisch kader en de uitvoerbaarheid van het voornemen om het vliegveld verder te ontwikkelen.

Aanleiding ontwikkelingen; Terugblikken en vooruitkijken In 2008 is besloten tot het privatiseren van het vliegveld met als doel dat de exploitatie leidt tot een economisch zelfstandig vliegveld. Hiervoor is destijds een aantal uitgangspunten geformuleerd:  geen tekorten op de balansen van de gemeenten als gevolg van de exploitatie van het vliegveld;  zorgen voor toegevoegde waarde voor de omgeving en regio;  kwaliteitsimpuls van het vliegveld met een positieve uitstraling op de omgeving;  geen verruiming van de maximum geluidsnormering;  het aantrekken van de zakelijke markt, zodat de activiteiten zich niet enkel strekken tot het recreatief vliegverkeer;  het aantrekken van bedrijven en het creëren van arbeidsplaatsen;  duurzaam ondernemen waar mogelijk;  geen verruiming van het aantal vliegbewegingen (liever een inkrimping). Met deze uitgangspunten heeft sinds 2010 de eerste fase van de (her)ontwikkeling van het vliegveld plaatsgevonden. Er is, anno 2021, al heel wat bereikt. Na een periode van ruim tien jaar is het tijd voor evaluatie en heroverweging.

Wat ging er goed? Wat kan er beter en hoe gaan we dat bereiken? Geconstateerd kan worden dat:  de vernieuwing en kwaliteitsverbetering op gang is gekomen, mede door de realisatie van Breda Airparc;  de verhouding tussen leisure, training en zakelijke vluchten meer in evenwicht is;  het aantal vliegbewegingen ruim binnen de kaders blijft; er is dus geen sprake van verruiming;  er ruimte is voor het organiseren van diverse evenementen;  het vliegveld economisch op eigen benen staat;  er innovatieve activiteiten en cross-sectorale samenwerkingen plaatsvinden;  Breda Airparc (fase 1 en fase 2) momenteel voor 175 arbeidsplaatsen staat.

0468805.100 blad 3 van 17

Maar daar staat tegenover dat:  de ontwikkeling trager verloopt dan gewenst;  het huidig vestigingsbeleid er voor zorgt dat Breda International Airport economisch zeer kwetsbaar is (geen stabiele financiële basis). Met deze resultaten is er ook ruimte én noodzaak om vooruit te kijken en nieuwe en aanvullende doelen te stellen voor de periode 2020-2030, waarbij nadrukkelijk de doelen uit 2008 niet uit het oog worden verloren. Een aanscherping van de doelen is wel nodig. Het hoofddoel blijft het behoud van een zelfstandig (recreatief) vliegveld, met als belangrijke voorwaarde dat er niet meer vliegbewegingen zijn dan in 2008 volgens de normen was toegestaan. Met dit uitgangspunt is de exploitatie nu al enkele jaren kostenneutraal. Voor een gezonde bedrijfsvoering is kostenneutraal echter niet voldoende. Richting 2030 wil Breda International Airport verder om de economisch stabiele en duurzame bedrijfsvoering te bereiken. Hiervoor zijn aanvullend de volgende doelen gesteld:  Vernieuwing en vervanging van alle oudere gebouwen op het terrein. Breda International Airport stuurt nog meer op vernieuwing en/of vervanging van de oudere gebouwen op het terrein ten behoeve van de uitstraling van het terrein naar de omgeving. De gebouwen moeten op termijn aansprekender zijn en duurzaam. Aandachtspunt is de eigendomssituatie.

Waar de gebouwen niet in eigendom zijn, kan slechts stimulerend worden geadviseerd.  Kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte van het vliegveld. Naast de gebouwen dient ook de openbare ruimte kwaliteit uit te stralen. Dit stimuleert ook anderen om te investeren. Deze kwaliteitsimpuls geldt met name voor de openbare ruimte aan de noordzijde van het vliegveld. De openbare ruimte rondom Breda Airparc is bij de ontwikkeling van het gebied zorgvuldig ingericht. Ook bij het realiseren van fasen 3 en 4 wordt deze inrichting van de openbare ruimte doorgetrokken met als doel een herkenbare inrichting en gelijke kwaliteit voor het gehele vliegveld.  In 2025 is 50% van de gebouwen van Breda Airparc energieneutraal. Breda International Airport streeft naar meer duurzaamheid. Zeker voor die activiteiten waarvoor dit (nu) opportuun is. Alle gebouwen van Breda Airparc moeten energieneutraal worden, met als eerste (tussen-)doel 50% energieneutraliteit in 2025.  Verduurzaming van het vliegverkeer. Vliegen met verbrandingsmotoren is per definitie een milieubelastende activiteit vanwege het gebruik van verbrandingsmotoren. In de aankomende jaren wordt bekeken hoe verduurzaming van het vliegverkeer gestimuleerd kan worden. Breda International Airport wil, in aansluiting op de beschikbare technieken, ruimte en gelegenheid bieden voor bijvoorbeeld elektrisch vliegen.

Verkend wordt of dit reëel is.  Afname helikoptergeluidsruimte van 25%. Ten opzichte van de toegekende geluidruimte in het op 4 september 2013 vastgestelde ‘Verordening luchthavenbesluit 2013 luchthaven Seppe NoordBrabant’ (artikel 6 in combinatie met bijlage 3) is de voorwaardelijke bereidheid uitgesproken om de geluidsruimte voor helikopters te beperken met 25%. Op 17 maart 2021 heeft Breda Airport Holding b.v. (met dochterondernemingen) met de ondertekening van een verklaring deze bereidheid onderschreven. Het aantal helikopterbewegingen van 900 blijft ongewijzigd. De verklaring is als bijlage 1 bijgevoegd bij dit Plan van Aanpak. De beperking van de geluidruimte zal in het luchthavenbesluit worden geborgd.  Verbreding vestigingsmogelijkheden. De nog beschikbare kantoorruimte in fase 1 en fase 2 van Breda Airparc moet optimaler benut kunnen worden om een stabiele financiële drager te kunnen zijn voor het vliegveld. Hetzelfde geldt voor de resterende fasen 3 en 4. Daarvoor is een verruiming nodig van de vestigingsmogelijkheden. Deze verruiming is ook als voorwaarde verbonden aan de afname van het helikoptergeluid, zoals genoemd onder het vorige punt. Het verminderen van de belastende activiteiten is immers alleen mogelijk bij meer stabiele inkomsten vanuit Breda Airparc.  Actualisatie milieuvergunning(en). De huidige milieuvergunningen zijn gedateerd.

Bekeken moet worden of de vergunningen nog actueel zijn of dat een aanpassing of geheel nieuwe vergunning noodzakelijk is. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de vergunning voor het vliegveld en eventuele vergunningen en meldingen voor de andere op het terrein aanwezige bedrijfsactiviteiten.

0468805.100 blad 4 van 17

Afronden van Breda Airparc fasen 3 en 4. De ontwikkeling van deze planfases staan gepland voor de komende jaren. De ruimtelijke procedure voor de uitwerkingsverplichting wordt reeds doorlopen.

Het aanscherpen van de doelen richt zich dus met name op de financiële exploitatie, duurzaamheid en economische stabiliteit van Breda International Airport.

Toekomstige situatie Toekomstvisie Om de doelen voor de toekomst te behalen is een aantal ontwikkelingen op Breda International Airport voorzien. Het ontwikkelplan geeft initiatieven weer voor de kwaliteitsverbetering en het optimaliseren van de benuttingsmogelijkheden van het vliegveld. Op onderstaande ontwikkelkaart is weergegeven op welke locatie wijzigingen zijn voorzien. Daaronder is een beschrijving van de wijzigingen opgenomen. De nummers op de ontwikkelkaart corresponderen met de nummers in de beschrijving.

10

Afbeelding: Ontwikkelkaart 1.

2. 3. 4. 5.

Bouwmogelijkheden in overeenstemming brengen met feitelijke situatie + 5% uitbreidingsruimte. Er is een verschil tussen de vergunde situatie en de in het bestemmingsplan opgenomen bouwmogelijkheden. Het verzoek van de gemeente is om deze met elkaar in overeenstemming te brengen en de bouwmogelijkheden in het bestemmingsplan aan te passen aan de feitelijke situatie. Behoud bouwmogelijkheden. De bebouwing op deze gronden is inmiddels gesloopt. Breda International Airport wil de bouwmogelijkheden voor de toekomst echter wel behouden om ook uiteindelijk de noordzijde kwalitatief hoogwaardig in te kunnen vullen. Verruimen vestigingsmogelijkheden kantoren op Breda Airparc. Dit concentreert zich op de gronden van Breda Airparc en richt zich op het optimaliseren van de gebruiksmogelijkheden naar niet luchtvaartgebonden activiteiten in de vorm van kantoren. Toepassen van duurzame energieopwekking. In eerste instantie door het realiseren van zonnecollectoren. Sunrock is hiervan de initiatiefnemer. Voor het realiseren van zonne-collectoren wordt een afzonderlijke procedure doorlopen (Wabo-afwijking strijdig gebruik). Realiseren nieuwe tankinstallatie en tankopslag. Er is al een tankinstallatie aanwezig. De vraag naar de brandstof Mogas neemt toe. De wens is om een permanente tankinstallatie voor Mogas naast of onder de huidige tankinstallatie te kunnen aanleggen.

Dit betreft een verduurzaming van de bedrijfsvoering van het vliegveld. Immers, minder transportbewegingen door een grotere opslagcapaciteit.

0468805.100 blad 5 van 17

6.

Zoekgebied elektrisch laden vliegtuigen. Elektrisch vliegen is nu nog niet aan de orde. Breda International Airport wil anticiperen op de naderende vraag. Het bestemmingsplan moet deze mogelijkheid in ieder geval bevatten. 7. Afronden taxibaan. De taxibaan wordt uitgebreid, waarbij tevens de ontsluiting van Breda Airparc fasen 3 en 4 wordt meegenomen. 8. Uitbreiden oppervlak horeca-activiteiten in Breda Airparc. Het betreft hier het functioneler kunnen benutten van de hangar ten tijde van een bijeenkomst, waarbij maximaal 1.000 m2 bvo kan worden benut voor horeca. Momenteel wordt voor dergelijke bijeenkomsten een vergunningen aangevraagd die het gebruik van de hangar voor horeca mogelijk maakt. 9. Actualisatie diverse (overkoepelende) milieuvergunningen. 10. Verhogen maximale bouwhoogte verkeerstoren. Het zou kunnen dat in de toekomst de wettelijke normen ten aanzien van de verkeerstoren vereisen dat de verkeerstoren wordt opgehoogd. Om in de toekomst te kunnen blijven voldoen aan de dan geldende regelgeving is het wenselijk de maximaal toelaatbare bouwhoogte te verhogen. Op dit moment is daar nog geen sprake van. Niet al deze bovengenoemde ontwikkelingen vergen een aanpassing van het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Een aantal initiatieven zijn op grond van de huidige ruimtelijke kaders reeds mogelijk of vallen buiten de reikwijdte van een bestemmingsplan.

Van de tien beschreven ontwikkelingen is er bij vijf ontwikkelingen sprake van een strijdigheid met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het betreft (nummers corresponderen ook hier met de nummers op de ontwikkelkaart): 1. Bouwmogelijkheden in overeenstemming brengen met feitelijke situatie. 3. Verruimen vestigingsmogelijkheden kantoren op Breda Airparc. 4. Toepassen van duurzame energieopwekking. 8. Uitbreiden oppervlak horeca-activiteiten. 10. Verhogen maximale bouwhoogte verkeerstoren. Het verruimen van de vestigingsmogelijkheden (3), de uitbreiding van de oppervlakte voor bestaande horecaactiviteiten (8) en de duurzame energieopwekking (4) zijn van groot belang voor de exploitatie van het vliegveld en het behalen van de doelen op de korte termijn. Op het belang en de voorwaarden van de verruiming van de vestigingsmogelijkheden van de kantoren voor niet-luchtvaartgebonden bedrijvigheid wordt hierna afzonderlijk uitvoerig ingegaan. De wens om het gebruiksoppervlak voor de horeca-activiteiten uit te breiden op Breda Airparc is met name ingegeven vanuit het optimaliseren van processen. Het gebruik van gronden voor horeca-activiteiten is in het vigerende bestemmingsplan uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’ met een beperking van 500 m2 brutovloeroppervlak.

De aanduiding is gelegen op de kop van het gebouw waarin het restaurant Bargo is gevestigd en een deel van het aangrenzende bouwwerk (hangar). Ten tijde van een bijeenkomst is het gebruiksoppervlak groter dan de toelaatbaar gestelde 500 m2 bvo (circa 1.000 m2). In de huidige situatie wordt voor de bijeenkomsten steeds een vergunning aangevraagd (en verleend) voor het tijdelijk afwijken van de gebruiksmogelijkheden uit het bestemmingsplan. Wanneer de horeca op grond van het bestemmingsplan is toegestaan in de hangar tot een oppervlakte van maximaal 1.000 m2 bvo, is een vergunning voor het tijdelijk afwijken van de gebruiksmogelijkheden niet meer nodig wanneer tijdens een bijeenkomst de horecafunctie ook in de hangar wordt uitgeoefend. De functie is dan immers niet in strijd met het bestemmingsplan. Dat heeft ook positief effect op de ambtelijke werklast. Daarnaast zal de horeca-activiteit ter plaatse van het restaurant Bargo niet langer als ‘ondergeschikte’ functie worden aangemerkt in het bestemmingsplan. Bargo is feitelijk een zelfstandig horecabedrijf. Het gebruik van de hangar blijft wel ondergeschikt aan de activiteiten op het vliegveld. Voor het faciliteren van de duurzame energieopwekking (4) wordt een afwijkingsprocedure onder de Wabo doorlopen. Op 7 april 2021 heeft Sunrock de aanvraag voor een omgevingsvergunning met bijbehorende ruimtelijke onderbouwing ingediend.

Het gaat om grondgebonden zonnepanelen, zonnepanelen op daken en solar-carports. Voor deze ontwikkeling is besluitvorming uiterlijk deze zomer (2021) noodzakelijk om aanspraak te kunnen maken op de subsidieregeling.

0468805.100 blad 6 van 17

Het aanpassen van de bouwmogelijkheden aan de noordzijde van het vliegveld (1) is wenselijk maar er zijn geen concrete plannen voor dit gebied op korte termijn. De bestaande bedrijven kunnen hun activiteiten voortzetten binnen de bestaande bebouwing. Het verhogen van de verkeerstoren (10) is op dit moment ook niet aan de orde. De kans bestaat dat in de toekomst de vereisten ten aanzien van de verkeerstoren zullen worden aangescherpt en dat een verhoging dan nodig is omwille van de veiligheid. Momenteel is daar nog geen directe aanleiding voor. Voorlopig blijft de verkeerstoren in zijn huidige verschijningsvorm behouden. Om deze ontwikkelingen te kunnen faciliteren is het noodzakelijk een ruimtelijke procedure te doorlopen. Het Plan van Aanpak richt zich op de onderbouwing van deze ontwikkelingen waarbij de nadruk ligt op de verruiming van de vestigingsmogelijkheden aangezien dat de grootste (regionale) impact heeft. Het Plan van Aanpak zal vervolgens worden verwerkt tot een bestemmingsplan voor het gehele vliegveld waarin de ontwikkelingen zijn mogelijk gemaakt.

Voorstel verruiming vestigingsmogelijkheden Vanaf de start ondervindt Breda Airparc sterke concurrentie uit de regio. Het vliegveld is zelf gebonden aan een zeer beperkte doelgroep van luchtvaartgebonden bedrijven (op grond van het bestemmingsplan), die overigens passend is bij het karakter van het vliegveld. Dit geeft een duidelijke focus. Echter, ook op andere bedrijventerreinen in de regio mogen luchtvaartgerelateerde of luchtvaartgebonden bedrijven zich vestigen. Dat gebeurt ook. De sterke focus met de beperking in vestigingsmogelijkheden zet Breda Airparc dus op achterstand. In de praktijk blijkt het lastig te zijn om voor alle de kantoorruimten op Breda Airparc een geschikte invulling te vinden binnen de gestelde voorwaarden in het bestemmingsplan. De hangars worden, conform het Masterplan Airparc Seppe, in samenhang met de kantoorruimten verhuurd, echter blijken niet alle kantoormeters te worden gevuld met dit vestigingsuitgangspunt (hangars verhuren met kantoorruimte). Er is fysiek nog ruimte voor de vestiging van activiteiten die niet verbonden zijn met de hangars. Er blijft in die zin ‘ruimte over’ om andere kantoren te huisvesten, die geen directe binding hebben met de bedrijfsactiviteiten in de hangars of anderszins verbonden zijn aan de luchtvaart.

Op verzoek van Breda International Airport hebben wij daarom een voorstel aan het college gedaan om de gebruiksmogelijkheden te optimaliseren (bijlage 2). Het voorstel is om met name kleine, creatieve en innovatieve kantoren, waaronder startups, een vestigingsplaats te bieden binnen de afspraken die in de regio West-Brabantse gemeenten en de provincie Noord-Brabant zijn besproken. Hierbij kunnen interessante meekoppelkansen, waaronder cross-sectorale samenwerkingen, ontstaan tussen bedrijven (de nieuwe kantoren én ook de andere luchtvaartgebonden bedrijven) op het Airparc als wel met bedrijven elders in de regio. Daarnaast is juist de invulling van de nog beschikbare kantoorruimten belangrijk voor (het behoud van) de kwalitatief hoogwaardige uitstraling van Breda Airparc. Waarbij de nieuwe kantoren het vestigingsklimaat voor andere bedrijven (wel luchtvaartgebonden) verbetert, met een positief effect op de exploitatie van fase 3 en fase 4 van Breda Airparc. Breda International Airport kent daarbij momenteel veel belangstelling van nieuwe kantoren die passend worden geacht, maar deze kantoren passen niet allemaal in het voorgeschreven profiel van ‘special’. De kantoren hebben evenwel veel meerwaarde voor het vliegveld als wel voor de regio West-Brabant. De aard van de bebouwing en de samenhang tussen de verschillende gebouwen is een grote kwaliteit van Breda Airparc.

Het is dan ook niet wenselijk de ruimtelijke uitstraling of bebouwingsmogelijkheden te wijzigen, laat staan te vergroten. Breda International Airport streeft slechts naar een betere bezetting van de (nog te realiseren) gebouwen, met als doel toe te werken naar afronding van de realisatie van deze kostendrager in combinatie met het verkleinen van het economisch risicoprofiel/conjunctuurgevoeligheid.

0468805.100 blad 7 van 17

Benadrukt wordt dus dat de beeldkwaliteit van Breda Airparc, zoals vastgesteld in het masterplan 2010, niet verandert met de verruiming van de vestigingsmogelijkheden. De uiterlijke verschijningsvorm van de bebouwing blijft ongewijzigd. Inpandig worden de bedrijfsruimten voor kantoren op maat ingedeeld. Concreet betekent het voorstel voor Breda Airparc: Voor het grootste gedeelte (80%) blijven de mogelijkheden zoals ze nu zijn:  het karakter van ‘planologische special’ blijft in stand;  de stedenbouwkundige opzet en aantal bvo’s/bouwvolume blijven gelijk;  de ruimtelijke uitstraling verandert niet;  voor 80% van het aantal bvo’s blijft het uitgangspunt dat sprake moet zijn van een relatie met de luchtvaart, waarbij in de hangars altijd luchtvaartgebonden activiteiten uitgeoefend worden. Voor een beperkt deel (20%) wordt een verruiming van de mogelijkheden voorgesteld:  voor maximaal 50% van het aantal bvo’s kantoorruimte wordt een regeling voorgesteld waarbij de kantoorruimten (ook) mogen worden ingevuld met kantoren die geen relatie hebben met de luchtvaart;  binnen die 20% mag elk kantoor maximaal 600 m2 bvo groot zijn;  maximaal 50% van de niet-luchtvaartgebonden kantoren mag afkomstig zijn uit een straal van 10 km rondom Breda Airparc. Dit concrete voorstel is gepresenteerd aan uw college, de regio West-Brabant, de provincie Noord-Brabant.

Onder het kopje ‘maatschappelijk draagvlak’, later in dit Plan van Aanpak, wordt op deze afstemming nader ingegaan. Op 11 februari 2021 is het voorstel in de gemeenteraad behandeld. Dit heeft geleid tot het besluit van de raad om het college te verzoeken een voorstel voor aanpassen van het bestemmingsplan Airparc Seppe op te stellen.

Raadsbesluit Het voorstel voor de verruiming van de vestigingsmogelijkheden, zoals hiervoor beschreven in dit Plan van Aanpak is op 11 februari 2021 behandeld in de gemeenteraad van Halderberge. Het besluit van de gemeenteraad luidt als volgt: 1. “Het college te verzoeken, met inachtneming van de uitgangspunten onder punt 2, aan de raad een voorstel tot aanpassing van het bestemmingplan Seppe Airparc ten behoeve van kantoorfuncties voor te leggen; 2. Het college te verzoeken in het aangepaste ontwerp-bestemmingplan in ieder geval de volgende uitgangspunten op te nemen: a. de stedenbouwkundige opzet, ruimtelijke uitstraling en het bruto vloeroppervlak (bvo)/bouwvolume blijven gelijk; b. voor maximaal 50% van het totale oppervlakte aan kantoren wordt een koppeling met luchtvaartgebonden losgelaten. 3. Bij de totstandkoming van het bestemmingsplan duidelijke voorwaarden stellen richting de initiatiefnemers, in ieder geval over de duurzaamheid, de afname van het helikoptergeluid, het aantal vliegbewegingen en het betrekken van alle lopende en gewenste initiatieven.” De genoemde uitgangspunten onder punt 2 zijn een verwerking van het eerder beschreven voorstel, waarbij ‘bedrijven die geen relatie hebben met de luchtvaart’ is vervangen door ‘luchtvaartgebonden’. Daarnaast is de maximale omvang van de kantoren (600 m2 bvo) niet nadrukkelijk in het besluit genoemd.

Dit blijft echter wel een uitgangspunt in dit PvA én in de ruimtelijke procedure.

0468805.100 blad 8 van 17

De raad heeft het besluit genomen het college te verzoeken een voorstel te doen om het bestemmingsplan Airparc Seppe aan de passen. Binnen het plangebied van dit bestemmingsplan vallen uitsluitend onderstaande initiatieven (de nummers corresponderen wederom met de ontwikkelkaart eerder in dit Plan van Aanpak): 3. Verruimen vestigingsmogelijkheden kantoren op Breda Airparc. 4. Toepassen van duurzame energieopwekking. 8. Uitbreiden bestaande horeca-activiteiten. Om alle ontwikkelingen mogelijk te maken (inclusief 1 en 10) is een aanpassing van het bestemmingsplan voor het gehele vliegveld noodzakelijk. Er wordt daarom een geheel nieuw bestemmingsplan voor het vliegveld Breda International Airport voorbereid waarin de huidige bouw- en gebruiksregels uit de geldende bestemmingsplan ongewijzigd blijven met uitzondering van de beschreven ontwikkelingen.

Toets aan het juridisch-planologisch kader (bestemmingsplan) Ter plaatse van Breda International Airport gelden twee bestemmingsplannen:  Bestemmingsplan ‘Airparc Seppe’, zoals vastgesteld op 25 april 2013 en herzien op 20 april 2017.  Bestemmingsplan ‘Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge’, zoals vastgesteld op 14 december 2017.

Afbeelding: vigerende bestemmingsplannen vliegveld Het bestemmingsplan Airparc Seppe bevat uitsluitend de gronden van Breda Airparc (fasen 1 en 2 zijn planologisch direct mogelijk en fasen 3 en 4 indirect met een uitwerkingsplicht). De overige gronden, bebouwing aan de noordzijde en de start- en landingsbanen, vallen binnen het bestemmingsplan ‘Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge’. Verruimen vestigingsmogelijkheden kantoren op Breda Airparc (3) Het bestemmingsplan ‘Airparc Seppe’ biedt de mogelijkheid om bedrijfsactiviteiten te vestigen die luchtvaartgebonden zijn, waarbij een duidelijke koppeling bestaat tussen de gebruikers van de hangars en de achterliggende kantoorruimte. De voorgestelde verruiming van de vestigingsmogelijkheden op Breda Airparc past niet binnen het vigerend plan. Daarvoor is een aanpassing van het ruimtelijk kader benodigd, waarbij de voorwaarden die gesteld zijn aan de verruiming zo veel mogelijk worden geborgd in het ruimtelijk besluit (bestemmingsplan). De voorwaarde ten aanzien van de herkomst van kantoren kan, vanwege de reikwijdte van een bestemmingsplan, echter niet in het ruimtelijk plan worden geregeld. Dit aspect zal in een overeenkomst met Breda International Airport moeten worden meegenomen. Uiteraard zullen in de toelichting van het bestemmingsplan wel de voorwaarden worden beschreven als onderdeel van het totale plan.

De overeenkomst zal voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan moeten zijn gesloten. Ten tijde van het afronden van dit Plan van Aanpak is de overeenkomst nog niet beschikbaar.

0468805.100 blad 9 van 17

Toepassen duurzame energieopwekking (4) Het opwekken van duurzame energie past in geen van beide bestemmingsplannen. Om de huidige concrete plannen van Sunrock te kunnen uitvoeren wordt, zover nu bekend, een afzonderlijke Wabo-procedure doorlopen. Het uitgangspunt voor dit Plan van Aanpak is dat de vergunning is verleend voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan voor Breda International Airport. Het opstellen van dit bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om de omgevingsvergunning ook meteen in het juridisch ruimtelijk kader te verwerken. Wanneer gedurende de procedure blijkt dat de Wabo-procedure niet doelmatig is, zal de mogelijkheid voor het realiseren van de zonnepanelen als ontwikkeling in het bestemmingsplan worden meegenomen. Uitbreiding horecamogelijkheden Breda Airparc (8) Het gebruik van gronden voor horeca-activiteiten is in het bestemmingsplan ‘Airparc Seppe’ beperkt tot 500 m2 bvo. Dat is bij een bijeenkomst te beperkt. Een groter gebruiksoppervlak is in strijd met het huidige bestemmingsplan. Om dit mogelijk te maken is een aanpassing van het ruimtelijk kader noodzakelijk. In het bestemmingsplan voor Breda International Airport zal de gebruiksruimte voor horeca dan ook worden verruimd naar 1.000 m2 bvo.

De voorwaarde dat horeca ondergeschikt is en verbonden is dan wel een directe relatie heeft met het aangrenzende vliegveld én onderdeel zijn van de luchthaventerminal, blijft voor de hangar van toepassing. Voor het bestaande restaurant vervalt deze vereiste. Bouwmogelijkheden noordelijke bouwzone (1 en 10) De bouwmogelijkheden aan de noordzijde van het vliegveld zijn nu opgenomen in het bestemmingsplan ‘Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge’. Het bestemmingsplan bevat echter een aantal omissies waarbij de bouwmogelijkheden niet in overeenstemming zijn met de feitelijke situatie. Het bestemmingsplan biedt wel een algemene bepaling die stelt dat feitelijke maten (zolang die hoger of groter zijn dan de maximaal gestelde maten) als maximaal toelaatbaar worden aangemerkt. Echter is het wenselijk dat deze omissies worden verholpen. Daarnaast bevat het vigerende bestemmingsplan nu geen mogelijkheid om de verkeerstoren eventueel te verhogen. Ook niet als dat vanwege hogere regelgeving wel noodzakelijk zou zijn. In het bestemmingsplan voor Breda International Airport wordt de toegestane bouwhoogte voor de verkeerstoren verruimd, zodat het mogelijk is een verdieping toe te voegen aan de verkeerstoren. Op deze manier kan binnen het dan geldende kader voldaan worden aan een eventuele aanpassing van de regelgeving ten aanzien van de verkeertoren.

Duurzaamheid Een van de doelen voor de komende tien jaar is Breda International Airport te verduurzamen. Er wordt voor de toekomst daarom ingezet op een aantal deelprojecten:  Het verduurzamen van de gebouwen van Breda Airparc en waar mogelijk te stimuleren dat ook de gebouwen aan de noordzijde verduurzaamd worden. Het streven is uiteindelijk alle gebouwen energieneutraal te maken, met als eerste (tussen)doel 50% energieneutraliteit in 2025.  Het verduurzamen van de luchtvaart door faciliteren van elektrisch vliegen.  Realiseren van een extra tankopslag voor Mogas waardoor minder transportbewegingen benodigd zijn voor het aanleveren van de brandstof.  Het realiseren van zonnevelden, zonnedaken en carports met zonnepanelen. Hiervoor is door Sunrock inmiddels een verzoek ingediend voor een Omgevingsvergunning in strijd met het bestemmingsplan. Met de zonnepanelen wordt meer energie opgewekt dan de huidige energiebehoefte van het vliegveld (gebouwen en de reclamemast). De investering is daarom ruim voldoende om de doelstelling te behalen om de gebouwen energieneutraal te maken. Het verduurzamen is een ontwikkeling die al gaande is op het terrein en ook voortgezet wordt. De verduurzaming van de gebouwen en de realisatie van de duurzame energieopwekking via zonnepanelen staat daarbij hoog op de agenda en wordt op korte termijn ingezet.

De verduurzaming van de luchtvaart heeft een langere doorlooptijd.

0468805.100 blad 10 van 17

Uitvoerbaarheid omgevingsaspecten Om het gewenste eindbeeld te realiseren dient de haalbaarheid van de initiatieven te worden onderzocht. Om de uitvoerbaarheid aan te tonen, wordt in de toelichting bij het bestemmingsplan onder andere ingegaan op het beleid en omgevings- en milieuaspecten. Daarbij wordt, zoals wettelijk bepaald, nadrukkelijk gekeken naar de uitvoerbaarheid als gevolg van de ontwikkelingen die in het bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt. Daarnaast worden enkel de gebiedsonderzoeken in de uitvoerbaarheidstoets betrokken die algemeen worden vereist, zoals de watertoets. De overige aspecten worden kwalitatief beoordeeld in de toelichting van het bestemmingsplan. Onderstaand gaan we alvast kort in op enkele relevante uitvoerbaarheidsaspecten die voor de afstemming in de regio en met de provincie van belang zijn. Ten aanzien van de andere haalbaarheidsaspecten kan volstaan worden met een verwijzing naar de toelichting bij het bestemmingsplan. Daarin is voor alle ontwikkelingen het effect op de omgeving beoordeeld per aspect. De overige aspecten worden kwalitatief beoordeeld in de toelichting van het bestemmingsplan.

Water Brabant Water is een belangrijke partij bij ontwikkelingen op het vliegveld vanwege de ligging ten opzichte van het waterwingebied. De ontwikkeling van het verruimen van de vestigingsmogelijkheden heeft echter geen effect voor Brabant Water. Immers, er vinden geen nieuwe of andere dan reeds voorziene bouwactiviteiten plaats en ook geen andere activiteiten die van invloed zijn op het drinkwaterwingebied. Ook de nieuwe bedrijfsactiviteiten, in de vorm van kantoren, hebben geen invloed gezien de aard en omvang van de functies. Brabant Water wordt wel betrokken bij het vooroverleg van het bestemmingsplan. De waterbeheerder wordt ook in het planproces betrokken waarbij een standaard watertoets wordt uitgevoerd. Gezien het feit dat alleen een verruiming van de gebruiksruimte wordt mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan is er geen direct gevolg voor de kwalitatieve en kwantitatieve waterhuishoudkundige situatie. Externe veiligheid Voor het opstellen van het bestemmingsplan Airparc Seppe voor Breda Airparc heeft een onderzoek naar externe veiligheid plaatsgevonden vanwege de vestiging van kantoorruimten en horeca nabij de A58. Daarbij zijn alle mogelijke bronnen bij de beoordeling betrokken. Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico zijn daarbij beoordeeld waarbij een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk bleek.

Deze verantwoording heeft plaatsgevonden voorafgaand aan het vaststellen van het bestemmingsplan. Het verruimen van de vestigingsmogelijkheden op Breda Airparc past binnen de verantwoording van het groepsrisico. Immers het aantal personen neemt niet toe. In de gebouwen zijn nu kantoorruimten bij de hangars toegestaan. De omvang van de kantoorruimte blijft ongewijzigd. Alleen mogen er ook kantoren gevestigd worden die niet gebonden zijn aan de activiteiten in de hangars. Het vergroten van het oppervlak dat mag worden gebruikt voor horeca behoeft echter wel een nieuw beoordeling. In het kader van het bestemmingsplan is hier onderzoek naar uitgevoerd op basis waarvan de verantwoording kan plaatsvinden. Het onderzoek richt zich met name op externe veiligheid vanwege de ligging ten opzichte van de A58. Ten aanzien van de gasleiding is onderzoek niet nodig. De afstand van de gronden, die voor horeca bedoeld zijn, liggen op een afstand van circa 500 meter. Op deze afstand hebben ontwikkelingen nauwelijks invloed op het groepsrisico en is een verantwoording niet nodig. In de toelichting op het bestemmingsplan wordt hier uitvoerig op ingegaan.

Milieuvergunningen Benadrukt wordt dat de in het bestemmingsplan voor Breda International Airport mee te nemen ontwikkelingen, naar verwachting, geen invloed hebben op de milieuvergunningen die nu zijn verstrekt aan het vliegveld en op Breda Airparc gevestigde andere bedrijven. De milieuvergunning voor het vliegveld is echter wel verouderd. De OMWB heeft aangegeven dat er een revisie nodig is waarbij ook afstemming moet plaatsvinden met de provincie over de provinciale milieuverordening. De bestaande milieuvergunningen worden gescreend en beoordeeld of nieuwe vergunningen of een aanpassing van de bestaande vergunningen noodzakelijk is.

0468805.100 blad 11 van 17

Effecten verruiming van vestigingsmogelijkheden op de omgeving/regionale afweging en samenhang Voor het verruimen van de vestigingsmogelijkheden is in oktober 2020 een kwalitatieve marktscan uitgevoerd door ArcusPlus (bijlage 3). Deze is kwantitatief aangevuld met een marktverkenning door Antea Group (bijlage 4). De scan en de verkenning onderbouwen in hoeverre een verruiming haalbaar en realistisch is. Uit het onderzoek volgen de volgende conclusies: 1. Binnen een straal van 10 kilometer rondom Breda Airparc is er reeds voldoende kwantitatieve marktvraag om een verruiming van de vestigingsmogelijkheden te verantwoorden. 2. Er is voldoende marktruimte voor de toevoeging van kantoorruimte tot circa 600 m2 bvo binnen een straal van 10 kilometer rondom Breda Airparc. De beoogde verruiming van het profiel voor kantoorruimte voor Breda Airparc past binnen deze ontwikkeling. 3. Er is marktruimte voor de toevoeging van kantoorruimte op ‘planologische specials’, zoals Breda Airparc, binnen de regio West-Brabant. Dit volgt uit de actualisatie van de kwalitatieve vraag-aanbod confrontatie uit de provinciale behoefteraming (2018). Hieruit wordt geconcludeerd dat ook kwalitatief de verruiming van Breda Airparc past in het marktbeeld op korte en middellange termijn (t/m 2030). 4.

De bestaande ‘leads’ van geïnteresseerde partijen voor Breda Airparc bevestigen het beeld dat er, zowel vanuit luchtvaartgebonden bedrijvigheid als vanuit meer reguliere kantoorgebruikers, vraag is naar vestiging op Breda Airparc. Daarbij komen eindgebruikers niet alleen uit de regio, maar vanuit heel Nederland, zo volgt uit analyse van verhuisbewegingen. 5. In de regio West-Brabant, maar ook binnen een straal van 10 km rondom Breda Airparc, is maar zeer beperkt concurrentie van kantoorlocaties. Het profiel van Breda Airparc als ‘planologische special’ met ontwikkelruimte voor kleinschalige kantoorruimte tot 500 m2 vvo (600 m2 bvo) is niet of nauwelijks vergelijkbaar met formele kantoorlocaties in de regio en omliggende gemeenten. Daarmee zorgt verruiming van de vestigingsmogelijkheden voor Breda Airparc eerder voor een aanvulling en versterking van het regionaal (kantoren)profiel dan voor concurrentie. 6. Verruiming van de vestigingsmogelijkheden voor Breda Airparc zorgt niet voor onaanvaardbare ruimtelijke effecten elders (en daarmee bovengemiddelde, ongewenste leegstand). Minder efficiënt benutte gebouwen kunnen door kleinere kantoren van buiten de luchtvaartsector worden benut om de leegstand van met name de kantoorgedeelten op te vullen, zonder dat dit negatief doorwerkt in de regio.

Dit blijkt ook zonder meer uit de conclusies van het onderzoek van ArcusPlus en Antea Group “In de regio West-Brabant, maar ook binnen een straal van 10 km rondom Breda Airparc, is maar zeer beperkt concurrentie van 6 kantoorlocaties. Het profiel van Breda Airparc als ‘special’ met ontwikkelruimte voor kleinschalige kantoorruimte tot 500 m2 vvo (600 m2 bvo) is niet of nauwelijks vergelijkbaar met formele kantoorlocaties in de regio en omliggende gemeenten. Daarmee zorgt verruiming van het bestemmingsplan voor Breda Airparc eerder voor een aanvulling en versterking van het regionaal (kantoren)profiel dan voor concurrentie” (bron: ArcusPlus; Antea Group, oktober 2020). Ook REWIN heeft over de verruiming van de vestigingsmogelijkheden advies gegeven. Zij zijn eveneens van mening dat de gevraagde, beperkte verruiming geen afbreuk doet aan de speciale status die Breda International Airport heeft. Bovendien geeft REWIN aan nauwelijks zoekvragen te zien voor kantoorruimte met een oppervlakte groter dan 600 m2. De beperkte verruiming van de vestigingsmogelijkheden voorziet daarmee in een aantrekkelijk aanbod op een aansprekende locatie. De brief waarin REWIN dit heeft geadviseerd is als bijlage 5 opgenomen bij dit Plan van Aanpak.

Geconcludeerd wordt, op basis van uitgevoerde onderzoeken en het advies van REWIN, dat de voorgestelde oppervlakte van maximaal 6.000 m2 én de verbijzonderingen ten aanzien van de omvang van een kantoorvestiging (maximaal 600 m2) alsmede de beperking van de vestigingsmogelijkheden vanuit de regio past binnen de mogelijkheden die de regio biedt, zonder nadelige effecten op de bestaande bedrijven op Breda International Airport en bedrijventerreinen elders in de regio.

0468805.100 blad 12 van 17

Meerwaarde en meekoppelkansen regio als gevolg van de verruiming van de vestigingsmogelijkheden Vanwege de ligging en uitstraling van Breda Airparc worden wezenlijk andere soorten bedrijfsactiviteiten aangetrokken dan op de bestaande bedrijventerreinen in de regio. Het aanbod is additioneel ten opzichte van de bestaande bedrijfsruimtevoorraad. Op Breda Airparc vestigen uitsluitend kleine creatieve en innovatieve bedrijven, in de vorm van kantoren. Deze bedrijven hebben in de regio nu geen of nauwelijks vestigingsmogelijkheden omdat het bedrijfsvloeroppervlak per vestiging beperkt is (75 m2 bvo – 600 m2 bvo). Deze kantoren, veelal startups, dreigen de regio nu de rug toe te keren terwijl ze juist een belangrijke meerwaarde hebben, ook voor de regio, vanwege de werkgelegenheid, imago en innovatie. Deze vorm van bedrijvigheid biedt met name ook arbeidsplaatsen voor hoger opgeleiden (HBO/universiteit), wat een economische impuls kan geven voor de regio. Daarnaast levert het bundelen van creatieve en innovatieve kantoren, waaronder startups, unieke samenwerkingen met bijzondere en soms baanbrekende resultaten die de regio op de kaart kunnen zetten (cross-sectorale samenwerking). Dit werkt stimulerend en kan een spin-off betekenen voor andere bedrijven, die wel luchtvaartgebonden zijn, om zich te vestigen op Breda International Airport, waaronder Breda Airparc.

Voor de gemeente Halderberge is een economisch stabiele en duurzame bedrijfsvoering van het vliegveld van belang. Door te kiezen voor een kwalitatieve invulling, met een verbreding van de vestigingsmogelijkheden, wordt het vliegveld de kans geboden een gezonde financiële exploitatie te bewerkstelligen en stabiliteit te garanderen. Immers de bedrijfsruimten kunnen optimaal worden gevuld met gedeeltelijk kantoorfuncties die niet luchtvaartgebonden zijn, wat een positief effect heeft op de exploitatie. Die stabiliteit heeft naar verwachting ook een positief effect op de omliggende gemeenten, onder ander voor wat betreft vestigingsklimaat en werkgelegenheid.

Maatschappelijk draagvlak Een goede communicatie met de omgeving over de ontwikkelingen op het vliegveld is noodzakelijk. Onderdeel van het proces is dat afstemming met de omgeving plaatsvindt en dat de regio wordt meegenomen in de ontwikkelingen. Vooralsnog heeft deze afstemming met name plaatsgevonden over de uitbreiding van de vestigingsmogelijkheden op Breda Airparc. Met de gemeente Halderberge, de provincie Noord-Brabant, Rewin, gemeenten in de regio en omwonenden is de afgelopen periode meermaals gesproken over deze verruiming. Het voorstel ten aanzien van de verruiming van de vestigingsmogelijkheden, alsmede het besluit van de gemeenteraad, die beiden in dit Plan van Aanpak zijn beschreven zijn daar het resultaat van. Hierbij is nadrukkelijk rekening gehouden met de voorwaarden die vanuit deze afstemming naar voren zijn gekomen. De andere ontwikkelingen worden in het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan met de omgeving afgestemd.

Regionale afstemming Het planvoornemen voor het verruimen van de vestigingsmogelijkheden is met de West-Brabantse gemeenten besproken, waarbij op 26 augustus 2020 de gemeenten zijn geïnformeerd over het voornemen en gevraagd zijn om een advies. Op 30 september en 2 december 2020 is het voornemen besproken in de commissie van advies. Tijdens de bijeenkomst op 2 december 2020 is geconstateerd dat met het voorstel wordt afgeweken van de afspraken over ‘specials’. In de regionale afspraken is het karakter van Breda International Airport omschreven als “luchtvaartgebonden met daarbij ondergeschikte functies”. Met het Toekomstbeeld bedrijventerreinen West-Brabant 2030 heeft de commissie van advies opnieuw afgesproken dat de regio vasthoudt aan de afbakening van de ‘specials’. Het voorstel voldoet hier niet aan. Desondanks is het voorstel, met advies van de commissie, doorgeleid naar de West-Brabantse Ontwikkeldag. Op 18 december 2020 is het voornemen vervolgens besproken op de West-Brabant Ontwikkeldag, waar is geconstateerd dat het proces van regionale afstemming heeft plaatsgevonden en dat kan worden ingestemd met de verruiming van de vestigingsmogelijkheden onder voorwaarde van een goede onderbouwing van het plan met de toegevoegde waarde voor de regio, zoals bedoeld in artikel 5.12 Interim Omgevingsverordening.

0468805.100 blad 13 van 17

Wel is een aantal voorwaarden gesteld om concurrentie met het huidige bedrijfsaanbod in de regio zoveel mogelijk uit te sluiten. De voorwaarden zullen met de verdere planuitwerking in acht worden genomen. Zoals eerder gesteld, kunnen deze voorwaarden niet in het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan worden geborgd. Deze worden in een overeenkomst tussen de gemeente en Breda International Airport vastgelegd. De regio heeft aangegeven op de hoogte gehouden te willen worden van de vorderingen. Wanneer er aanleiding voor is zal de regio worden geïnformeerd. Breda International Airport heeft aangegeven de voorwaarden die door de regio zijn gesteld, uiteraard voluit te respecteren. De gemeente heeft voorgesteld dit Plan van Aanpak in de regio te verspreiden om te laten zien dat de afspraken worden nageleefd en verwerkt worden in het ruimtelijk besluit. Dit om het draagvlak te behouden. Verder zal de regio worden betrokken bij het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1 Bro) op basis van het conceptontwerp van de herziening en hebben de leden van de regio de mogelijkheid een zienswijze in te dienen tegen het ontwerp van het bestemmingsplan voor het gehele vliegveld.

Omwonenden Op 8 juli 2020 heeft vooralsnog het laatste omgevingsdialoog plaatsgevonden over de verruiming van de vestigingsmogelijkheden voor Breda Airparc. De presentatie vond plaats aan de hand van een aantal panelen (bijlage 6) waarop teruggekeken is naar de afgelopen tien jaar, de doelen opnieuw onder de aandacht zijn gebracht en de noodzaak voor de verruiming van de vestigingsmogelijkheden is onderbouwd, even zoals dat in dit Plan van Aanpak is opgenomen. De omwonenden hebben overwegend positief gereageerd op de plannen van het vliegveld. Enkele omwonenden zijn wel kritisch ten aanzien van het vliegveld en de gevolgen van het vliegen op de omgeving. Het verslag van deze bijeenkomst is als bijlage 7) bij dit Plan van Aanpak gevoegd. Wanneer het bestemmingsplan voor het vliegveld in concept gereed is, wordt nog een vervolg gegeven aan deze informatiebijeenkomst. Daarbij volgen wij de protocollen van de gemeente ten aanzien van inspraak en de omgevingsdialoog. Er zal dan in ieder geval nog een bijeenkomst met de omgeving worden georganiseerd om te informeren over de strekking van het bestemmingsplan en alle vernieuwingen die in het plan zijn meegenomen. Daarnaast heeft de omgeving de mogelijkheid zienswijzen in te dienen tegen het ontwerpbestemmingsplan. Overigens hebben de ontwikkelingen maar in beperkte mate een ruimtelijk effect op de omgeving.

De verruiming van de vestigingsmogelijkheden vindt uitsluitend inpandig plaats, zonder nieuwe of andere bouwactiviteiten dan eerder bij het bestemmingsplan ‘Seppe Airparc’ is voorzien. Van de andere ontwikkelingen hebben de zonnepanelen en de mogelijkheid tot het verhogen van de verkeerstoren een ruimtelijk effect. Voor het mogelijk maken van de duurzame energiewinning wordt momenteel separaat al een ruimtelijke procedure doorlopen. In het kader van die procedure zal de omgeving worden geïnformeerd en heeft de omgeving de mogelijkheid te reageren op de plannen. Het uitgangspunt vooralsnog is dat de duurzame energiewinning als juridisch ‘bestaande situatie’ in het bestemmingsplan voor het vliegveld wordt opgenomen. De verkeerstoren is gelegen op een afstand van nagenoeg 100 meter ten opzichte van de dichtstbijzijnde woning. Het perceel is aan de zijde van de verkeerstoren afgeschermd met hoge opgaande beplanting en bovendien heeft de verkeerstoren aan de zijde van de woning blinde gevels (zonder ramen) waardoor van ‘inkijk’ geen sprake is. De afstand is ook groot genoeg om geen schaduweffect te hebben op de bestaande woning. Momenteel is er echter geen voornemen tot een nieuwe of het vernieuwen van de huidige verkeerstoren.

De bebouwing aan de noordzijde kan ook in de huidige situatie worden vervangen door nieuwe gebouwen tot aan de bestaande hoogte en met het bestaande bebouwingsoppervlak. Het doel is de kwaliteit van de bebouwing en de openbare ruimte te verbeteren. Dat heeft een gunstig effect op de directe omgeving.

Omgevingswet en de gevolgen voor het ruimtelijk besluit Zoals nu bekent, zal de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking treden, zo blijkt uit de berichtgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 27 mei 2021 over het uitstel van de inwerkingtreding. Besluiten die vóór inwerkingtreding als ontwerp in procedure zijn gebracht, kunnen op grond van het overgangsrecht worden afgehandeld onder de huidige wet- en regelgeving (voor het ruimtelijk spoor is

0468805.100 blad 14 van 17

dat de Wet ruimtelijk ordening (Wro)). Lukt dat onverhoopt niet, dan moet hiervoor een procedure onder de Omgevingswet worden doorlopen. Dat kan zijn een omgevingsplan of een afwijking als bedoeld met de omgevingsplanactiviteit (OPA). Het omgevingsplan is de ‘opvolger’ van het bestemmingsplan, maar heeft echter een veel grotere reikwijdte. Niet alleen de ruimtelijk componenten maar ook milieutechnische aspecten en bijvoorbeeld verordenende bepalingen met betrekking tot de fysieke leefomgeving moeten een plek krijgen in het omgevingsplan. Iedere gemeente beschikt straks over één grondgebied dekkend omgevingsplan. Het eerste omgevingsplan dat de gemeente vaststelt is daarbij de basis voor het gemeentebrede omgevingsplan dat er uiteindelijk in 2029 moet liggen. De ‘lappendeken’ die nu over veel gemeenten ligt wordt dus vervangen door één integraal plan. Dat betekent niet alleen een verbreding van de scope maar ook een geheel andere systematiek, voorafgegaan door legio keuzes, die effect hebben op de gehele gemeente. Er wordt door de wetgever geen format gegeven waar het omgevingsplan aan moet voldoen. Het staat iedere gemeente vrij zijn eigen vorm en opbouw te kiezen. De gemeente Halderberge is momenteel nog niet zo ver dat er een dummy beschikbaar is van het omgevingsplan voor de gemeente.

Het kan zijn dat als de ontwikkelingen van Breda International Airport in het omgevingsplan moeten worden geregeld, dat dat plan het eerste deel wordt van het omgevingsplan van Halderberge. Daarin schuilen een aantal risico’s. 1. Het begrijpelijke gevolg daarvan is dat het proces van het ruimtelijk besluit voor Breda International Airport wordt ‘gegijzeld’ door de zoektocht van de gemeente naar de structuur en strekking van het gemeentebrede omgevingsplan. 2. Breda International Airport is een complex terrein met complexe regelgeving. Het opstellen van een omgevingsplan voor dit terrein is geen sinecure. Er wordt momenteel landelijk wel geëxperimenteerd met omgevingsplannen maar het is niet voor niets dat dat vaak betrekking heeft op bijvoorbeeld bestaande woonwijken. Het opstellen van een omgevingsplan voor dergelijke gebieden is al zo complex dat het momenteel nog niet geresulteerd heeft in een geschikt plan. De complexiteit van het vliegveld maakt het opstellen van een omgevingsplan nog bewerkelijker. 3. Een omgevingsplan maken is ingewikkeld. De kans op omissies is aanzienlijk omdat de samenhang van de verschillende specialisaties nog niet goed overzien wordt. Simpelweg; het duurt nog even voor we in dit nieuwe instrument ‘wonen’ en er helemaal vertrouwd mee zijn. Voor een terrein als het vliegveld is dat een onverstandig uitgangspunt.

Er spelen grote belangen en fouten kan Breda International Airport als wel de gemeente zich niet permitteren. 4. Gezien alle bovenbeschreven risico’s zal een omgevingsplan aanzienlijk meer tijd en energie vergen dan een bestemmingsplan en dat geldt zeker voor de eerste jaren als de Omgevingswet net in werking getreden is. Tijd die Breda International Airport niet heeft om de gebruiksmogelijkheden van Breda Airparc te optimaliseren. Het is, gezien deze risico’s van het allergrootste belang dat de ontwikkelingen juridisch-planologisch worden geborgd onder de huidige wetgeving. Daarvoor is het van belang om het ontwerpbestemmingsplan vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet in procedure te brengen (vooralsnog 1 juli 2022). De raad heeft in haar besluit ook benoemd dat het bestemmingsplan moet worden aangepast en niet een omgevingsplan zal moeten worden opgesteld om de ontwikkeling te faciliteren. Met het uitstel van de invoering van de Omgevingswet is het aannemelijker geworden dat een ruimtelijke procedure onder de huidige wet (Wro) kan worden doorlopen. Wanneer dat alsnog niet lukt, heeft dat grote nadelige consequenties voor Breda International Airport. De verruiming van de vestigingsmogelijkheden is van groot belang voor een economisch gezonde bedrijfsvoering. Hoe eerder die mogelijkheden kunnen worden benut hoe gunstiger dat is.

0468805.100 blad 15 van 17

Uitgangspunten bestemmingsplan en planning Het heeft dus de sterke voorkeur om de procedure voor het wijzigen van het juridisch-planologisch kader van het bestemmingsplan Airparc Seppe nog onder de huidige wet (Wro) te kunnen voeren. Een bestemmingsplanprocedure is immers bekend terrein voor zowel Antea Group (namens Breda International Airport) als wel voor uw gemeente, waardoor de doorlooptijden van het voorbereiden van het plan, alsmede de procedure tot aan de besluitvorming vlotter en meer efficiënt zal verlopen. Voor het gehele vliegveld wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Daarbij moet worden benadrukt dat de regelingen uit de vigerende bestemmingsplannen overeenkomstig worden overgenomen, uitgezonderd de ontwikkelingen die in dit Plan van Aanpak zijn beschreven. Een geheel nieuw bestemmingsplan voor het vliegveld kan de indruk wekken dat het plan meer mogelijk maakt. Het is belangrijk dat scenario te voorkomen om zo onnodige misverstanden en reacties gedurende de procedure te voorkomen. De inwerkingtreding van de Omgevingswet bepaalt deels de planning. Het ontwerp van het bestemmingsplan moet immers voorafgaand aan de inwerkingtreding ter visie worden gelegd. Echter met het verschuiven van de inwerkingtreding van 1 januari 2022 naar 1 juli 2022 is de Omgevingswet minder bepalend.

Breda International Airport streeft er naar op zo kort mogelijke termijn met name de verruiming van de vestigingsmogelijkheden benutten. Een zo kort mogelijke planning is daarom noodzakelijk, waarbij een zorgvuldig proces om te komen tot een deugdelijk onderbouwd bestemmingsplan wordt doorlopen. In samenspraak met de gemeente is een planning opgesteld voor het te doorlopen proces om te komen tot een vastgesteld bestemmingsplan (bijlage 8). De planning gaat er van uit dat het ontwerpbestemmingsplan eind 2021 gepubliceerd wordt. Waar mogelijk wordt ingezet op meer efficiency zodat tijdwinst kan worden bereikt om het bestemmingsplan zo snel mogelijk vast te stellen. Uiteraard zullen wettelijke termijnen worden gehandhaafd. De gemeente is daarnaast mede afhankelijk van externe partijen. Volgens afspraak zullen alle partijen zich inzetten om zo snel mogelijk tot een vastgesteld bestemmingsplan te komen. Wel heeft de gemeenteraadsverkiezingen op 16 maart 2022 invloed op de planning. Het is, om velerlei redenen wenselijk voor de verkiezingen het bestemmingsplan te laten vaststellen voor de gemeenteraadraadsverkiezingen. De planning, zoals opgenomen om bijlage 8, lijkt dat nu niet mogelijk te maken. Met elkaar wordt naar optimalisatie van het proces gekeken.

Omdat reeds uitvoerig afstemming met de provincie en in de regio heeft plaatsgevonden en de OMWB voor in het traject reeds is betrokken, veronderstellen wij dat het mogelijk is het vooroverleg te verkorten waardoor het ontwerpbestemmingsplan eerder tervisie kan worden gelegd. Daarnaast is het van belang tijdens iedere projectgroep te bepalen welke stappen in de volgende periode nodig zijn en hoe een efficiënt verloop van die stappen mogelijk is.

Samenvatting en conclusie Ondanks de conjunctuurgevoeligheid van Breda International Airport gaat het goed. De ervaringen en resultaten van ruim tien jaar privatisering zijn positief, maar vragen wel om een beperkte aanpassing van de doelen. De verruiming van de vestigingsmogelijkheden op Breda Airparc helpen om de exploitatie van Breda International Airport economisch gezond en stabiel te maken en te houden. De vestiging van creatieve en innovatie kantoren, waaronder startups, op het terrein stimuleert de vestiging van luchtvaartgebonden bedrijven. Mede met het oog op de realisatie van Breda Airparc fase 3 en fase 4 is dat essentieel. De andere ontwikkelingen zorgen voor het bereiken van een duurzame bedrijfsvoering en bieden kansen voor een kwaliteitsimpuls van met name het noordelijk deel van het vliegveld.

0468805.100 blad 16 van 17

In samenspraak met de omgeving en de regio is een voorstel opgesteld voor de verruiming van de vestigingsmogelijkheden op Breda Airparc, waarin de voorwaarden vanuit de regio zijn verwerkt. Het voorstel is om voor het overgrote deel van Breda Airparc de vestigingsmogelijkheden te handhaven zoals ze nu zijn vastgelegd in het bestemmingsplan Airparc Seppe (80%), waarbij de volgende uitgangspunten in stand blijven:  Het karakter van ‘planologische special’ blijft in stand.  De stedenbouwkundige opzet en het bvo/bouwvolume blijft gelijk.  De ruimtelijke uitstraling verandert niet.  Relatie met de luchtvaart blijft voor in ieder geval alle hangars én 50% van de kantoorruimte. Voor een beperkt deel van Breda Airparc (20%) is een verruiming van de vestigingsmogelijkheden wenselijk, waarbij de volgende voorwaarden gelden:  Voor maximaal 50% van het aantal m2 bvo kantoorruimte wordt een regeling voorgesteld waarbij kantoorruimten (ook) mogen worden ingevuld met kantoren die geen relatie hebben met de luchtvaart. Dit komt neer op maximaal 6.000 m2 bvo kantoorruimte waarvoor de koppeling met luchtvaartgebonden mag worden losgelaten.  Binnen die 20% mag ieder kantoor een omvang hebben van maximaal 600 m2 bvo.  Maximaal 50% van de niet-luchtvaartgebonden kantoren mag afkomstig zijn uit een straal van 10 km rondom Breda Airparc Dat ziet er schematisch als volgt uit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/558/documents/16295