Bijlage Raadsbesluit Verordening Kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handh(raad 14-12-2017).pdf
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Raadsvergadering d.d.
14 december 2017
Agendanummer:
J. Vonk - Vedder/J.C.M. Wierikx
Registratienummer:
Collegevergadering d.d. Portefeuillehouder:
S^JL/Z
Voorstel Vast te stellen de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht. . Samenvatting Op 14 april 2016 is de Wet Verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht,, in werking getreden. Deze is gekoppeld aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht De wet schrijft voor dat gemeenten een Verordening kwaliteit VTH omgevingsrecht dienen vast te stellen. Het vaststellen van deze verordening is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Vanuit De6 is deze verordening voorbereid. Voorgesteld wordt om de Verordening kwaliteit VTH omgevingsrecht vast te stellen en op 1 januari 2018 in werking te laten treden.
Inleiding Samen met het kabinet werken gemeenten en provincies aan het verbeteren van de uitvoering van het omgevingsrecht. De verbeterpunten zijn terug te brengen tot drie hoofdpunten: 1. de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken; 2. het verbeteren van de afstemming strafrecht-bestuursrecht; 3. de bevoegdheidsverdeling overheden, interbestuurlijk toezicht en bestuurlijke drukte. Het IPO (Interprovinciaal Overleg) en de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) hebben afspraken gemaakt met het kabinet over hoe zij gezamenlijk met de departementen werken aan het verbeteren van deze punten. Deze afspraken zijn in 2009 vastgelegd in een Package Deal. Hierbij is een gezamenlijk programma opgezet, dat inmiddels is afgerond. Zo is er nu onder meer een landelijk stelsel van omgevingsdiensten, zijn er kwaliteitscriteria 2.1 voor de uitvoering van de Wabotaken (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) opgesteld en is er een landelijke handhavingsstrategie voor bestuurs- en strafrecht. Een deel van de afspraken uit 2009 is in 2016 verankerd in de Wabo. Bij het verankeren van de afspraken in de wet zijn door de VNG en IPO nieuwe afspraken gemaakt met het kabinet. Dit leidde tot een stelsel dat gebaseerd is op vertrouwen en decentralisatie.
De aanvankelijk voorgenomen verplichting dat voor alle Wabotaken voldaan dient te worden aan het zware eisenpakket van de kwaliteitscriteria 2.1 werd losgelaten en geldt nu slechts voor de wettelijk vastgelegde basistaken. Voor de overige taken (thuistaken genoemd) blijft de volledige autonomie bij de lagere overheden liggen (zoals de activiteiten bouwen, gebruik van gebouwen en gronden en dergelijke). Hiervoor gelden niet langer de kwaliteitscriteria 2.1. In Pagina 1 van 6
plaats daarvan kwam wel de verplichting dat die lagere overheden hiervoor zelf een kwaliteitsregeling moeten opstellen en deze neer dienen te leggen in een verordening. Daarmee werd geregeld dat een belangrijk deel van de besluitvorming over de kwaliteit van de uitvoering en handhaving decentraal plaatsvindt door het desbetreffende bevoegde gezag. Leidend hierin is dus de afspraak met het kabinet dat er een landelijk kwaliteitsniveau moet worden gerealiseerd en behouden. Dit kwaliteitsniveau dient geborgd te worden in een verordening. De VNG heeft hiervoor, in samenwerking met het IPO, een modelverordening opgesteld. De6 samenwerking Op het gebied van de VTH taken heeft Halderberge de samenwerking gezocht met de gemeenten Etten-Leur, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert (De6 gemeenten). In eerste instantie is deze samenwerking gezocht om gezamenlijk te kunnen voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.1, zoals deze wettelijk zouden worden verankerd. Op basis van de hantering van de landelijke zelfevaluatietool bleek namelijk dat geen van de individuele gemeenten zelfstandig kon voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.1 voor het onderdeel kritieke massa. Toen duidelijk werd dat de kwaliteitscriteria 2.1 niet wettelijk verankerd werden, hebben de verschillende colleges toch besloten om de samenwerking op het gebied van de VTH taken te continueren.
In het najaar 2015 is het concept samenwerkingsplan voorgelegd aan de verschillende colleges. Alle colleges hebben met dit concept ingestemd. Daarnaast hebben decolleges de opdracht gegeven om de implementatie van de samenwerking voor te bereiden. Hiervan maakt de Verordening kwaliteit VTH deel uit. De verordening De Verordening kwaliteit VTH omgevingsrecht regelt de gemeentelijke zorg voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving, voor zover die gestalte krijgt in de kwaliteit van uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de wettelijk vastgelegde basistaken en andere Wabotaken. Basistaken zijn taken waarvan de uitvoering via de wet is opgedragen aan omgevingsdiensten (voor Halderberge en de andere De6 gemeenten is dat de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB). Hiervoor gelden verplicht de kwaliteitscriteria 2.1. De overige taken zijn taken die de gemeente zelf kan afhandelen (thuistaken genoemd) of, indien gewenst toch kan onderbrengen bij de OMWB (plustaken genoemd). Op deze thuistaken en plustaken hoeven de kwaliteitscriteria 2.1. niet van toepassing te worden verklaard, maar kan op een andere wijze invulling gegeven worden aan het regelen van de benodigde kwaliteit.
In deze, door De6 voorbereide, verordening is er voor gekozen om, naast de verplichting van de kwaliteitscriteria 2.1 voor de basistaken, deze kwaliteitscriteria 2.1 ook van toepassing te verklaren op eventueel door de OMWB uit te voeren plustaken. Voor de thuistaken gelden echter de kwaliteitsvoorwaarden die zijn neergelegd in een afzonderlijke bijlage 1. Deze kwaliteitsvoorwaarden zijn in De6 verband tot stand gekomen. Door implementatie van de verordening geeft de gemeente uitvoering aan de Wabo. De verordening is dus een uitvloeisel van de afspraak om de kwaliteit van de VTH decentraal te borgen. Uw raad ziet toe op hoofdlijnen van het beleid voor de kwaliteit van de uitvoering de VTH taken. Ons college voert uit en beoordeelt de kwaliteit. Jaarlijkse doet ons college een mededeling aan uw raad over de uitvoering van de verordening. Effecten Met het vaststellen van deze verordening wordt voldaan aan een wettelijk vereiste. De Wet verbetering VTH verplicht tot het hebben van een verordening als deze.
Pagina 2 van 6
Overwegingen 1.1 Wettelijke plicht Zoals reeds aangegeven moet er een landelijk kwaliteitsniveau worden gerealiseerd en behouden. Dit is geregeld in de Wet VTH die op 14 april 2016 in werking is getreden. Deze wet verplicht dat gemeenten en provincies een verordening kwaliteit VTH moeten vaststellen voor het minimale takenpakket (basistakenpakket), die door een omgevingsdienst uitgevoerd moet worden. Voor de kwaliteit van VTH-taken die niet onder dit basistakenpakket vallen, is in de Wet VTH een zorgplicht opgenomen. Voor deze taken mogen bij verordening kwaliteitscriteria worden vastgesteld. Deze zorgplicht kan echter ook op een andere wijze geborgd worden. 1.2 Afwijken modelverordening VNG in verband met maatwerk Uitgangspunt is de modelverordening van de VNG geweest. Dit model verklaart echter de kwaliteitscriteria 2.1 van toepassing op alle Wabo taken van een gemeente. Daarmee gaat de modelverordening verder dan de wettelijke plicht. In de wet is voor de basistaken een plicht opgenomen om in de vorm van een verordening kwaliteitseisen aan de VTHtaakuitvoering te stellen. Daarnaast geldt voor de thuistaken een zorgplicht om kwaliteit te borgen. De inhoud en wijze van borging staan vrij. In De6 verband is ervoor gekozen om de vastgestelde kwaliteitscriteria 2.1 niet van toepassing te verklaren op de uitvoering en handhaving van de thuistaken.
De kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de thuistaken wordt op een andere wijze gewaarborgd en heeft, conform bijlage 1, in ieder geval betrekking op: 1. de dienstverlening; 2. de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten; 3. de financiën en; 4. de waardering. Op de uitvoering en handhaving van de basistaken en plustaken zijn echter, zoals geregeld in de modelverordening, de kwaliteitscriteria 2.1. wel van toepassing. Dit laatste is overigens wettelijk bepaald voor de basistaken die krachtens de wet in opdracht van het college van burgemeester en wethouders door omgevingsdiensten worden verricht. 1.3 Hoorplicht Provincie Noord-Brabant Voordat de gemeenteraad de Verordening kwaliteit VTH vaststelt, moet het college van Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant worden gehoord. GS heeft bij brief van 27 juni 2017 aangegeven te kunnen instemmen met de voorliggende Verordening kwaliteit VTH. 1.4 Alternatief: De modelverordening van de VNG te volgen Als de modelverordening van de VNG geheel zouden worden overgenomen zijn de kwaliteitscriteria 2.1 ook van toepassing op dethuistaken. Van rijkswege is langere tijd aangestuurd op het wettelijk vastleggen van de kwaliteitscriteria 2.1.
De kwaliteitscriteria 2.1 zijn bedoeld om de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (de VTHtaken) door gemeenten en provincies in het omgevingsrecht te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. De criteria gaan onder andere over het proces, deskundigheid, onderlinge vervangbaarheid, inhoud en kritieke massa. Dit stuitte op breed verzet van de gemeenten als meest betrokken bevoegde gezagen. Het bottom-up proces van vorming omgevingsdiensten zou hiermee worden doorkruist met een topdown voorgeschreven kwaliteit, die bovendien sterk zou ingrijpen in nog bij gemeenten achterblijvende taken. Zoals aangegeven bij de inleiding van dit voorstel zijn bij het verankeren van de afspraken in de wet door de VNG en het IPO daarom nieuwe afspraken gemaakt met het kabinet. De wet VTH is geschreven vanuit een stelsel dat gebaseerd is op vertrouwen en decentralisatie. Dit betekent dat een belangrijk deel van de besluitvorming over de kwaliteit van de uitvoering decentraal plaatsvindt door de desbetreffende bevoegde gezagen. Het is daarom niet logisch
Pagina 3 van 6
om alsnog de kwaliteitscriteria 2.1 van toepassing te verklaren op de thuistaken via een verordening. 1.5 Alternatief: Geen verordening kwaliteit VTH vast te stellen Het niet vaststellen van de verordening betekent dat niet aan een wettelijke verplichting wordt voldaan. Provinciale interventie wegens taakverwaarlozing is dan een reële mogelijkheid. Risico's GS heeft reeds ingestemd met het concept van deze verordening. Daardoor wordt het risico geminimaliseerd dat er van hogerhand wordt ingegrepen wegens taakverwaarlozing. Als er geen verordening wordt vastgesteld of een verordening met een andere tekst waarmee GS nog niet heeft ingestemd, is het risico reëel dat van hogerhand wordt ingegrepen. Middelen Financiële middelen Er zijn voor de vaststelling van deze verordening geen extra middelen nodig. Overige middelen Er zijn voor vaststelling van deze verordening geen extra middelen nodig. Administratieve druk Het betreft hier een wettelijk verplichte verordening. Om de administratieve druk zo beperkt mogelijk te houden is juist in De6 verband opgetrokken. Vooralsnog is niet te verwachten dat deze verordening extra administratieve druk met zich meebrengt. Uitvoering / verdere procedure Voorgesteld wordt de Verordening kwaliteit VTH omgevingsecht in te laten gaan per 1 januari 2018. Dit conform de afspraak die in De6-verband is gemaakt.
Overleg gevoerd met De verordening is met alle deelnemers van de De6 samenwerking afgestemd. Tevens is, zoals wettelijk is vastgelegd, GS gehoord. GS heeft ingestemd met de aangeboden verordening. Burgerparticipatie Burgerparticipatie is bij deze verordening niet aan de orde. Het betreft immers een wettelijke verplichting. Communicatie De verordening wordt bekend gemaakt op de website www.officielebekendmakingen.nl. Voorstel Wij stellen voor om de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht vast te stellen. Burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge.
Bijlage:
1. Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht; 2. Brief GS d.d. 27 juni 2017.
Ter inzage:
Pagina 4 van 6
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 31 oktober 2017; gelet op de wettelijke verplichting ingevolge de Wet Verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht; gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de: Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: • wet: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); • betrokken wetten: de wet en de wetten, bedoeld in artikel 5.1 van de wet, voor zover bij of krachtens de genoemde wetten is bepaald dat hoofdstuk 5 van de wet van toepassing is; • kwaliteitscriteria: de in de landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen ontwikkelde en beschikbaar gestelde vigerende kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving inzake de beschikbaarheid en deskundigheid van organisaties die met de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten zijn belast; • basistaken en plustaken: taken waarvan de uitvoering bij wet of in opdracht van het college van burgemeester en wethouders is opgedragen aan de OMWB; • thuistaken: taken die worden uitgevoerd door het college van burgemeester en wethouders; • kwaliteitsvoorwaarden: de in lokaal verband te hanteren voorwaarden, zoals opgenomen in bijlage 1 van deze verordening, die van toepassing zijn op de uitvoering en handhaving van de thuistaken. Artikel 2 Reikwijdte Deze verordening is van toepassing op de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten door of in opdracht van het college van burgemeester en wethouders. Hoofdstuk 2
Kwaliteit
Artikel 3 Betrokkenheid van de raad De gemeenteraad ziet toe op de hoofdlijnen van het beleid voor de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten in het licht van de door de gemeente vastgestelde beleidskaders voor de fysieke leefomgeving.
Pagina 5 van 6
Artikel 4 Kwaliteitsdoelen 1. Burgemeester en wethouders beoordelen de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten in het licht van daarvoor door hen krachtens artikel 7.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht gestelde doelen. 2. De doelen, waar deze gestalte krijgen in de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten, bedoeld in lid 1, hebben in ieder geval betrekking op: a. de dienstverlening; b. de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten; c. de financiën; d. waardering Artikel 5 Kwaliteitsborging 1. Op de uitvoering en handhaving van de basistaken en plustaken zijn de kwaliteitscriteria van toepassing. 2. Op de uitvoering en handhaving van de thuistaken zijn de kwaliteitsvoorwaarden van toepassing. 3. Het college van burgemeester en wethouders stelt nadere criteria vast op basis van de kwaliteitsvoorwaarden. 4. Over de naleving van de kwaliteitscriteria en kwaliteitsvoorwaarden doet het college van burgemeester en wethouders jaarlijks mededeling aan de gemeenteraad. 5. Voor zover de kwaliteitscriteria en/of kwaliteitsvoorwaarden niet zijn of konden worden nageleefd, doet het college van burgemeester en wethouders daarvan gemotiveerd mededeling aan de gemeenteraad. Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2018. 2.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Halderberge d.d. 14 december 2017,
Pagina 6 van 6
TOELICHTING ALGEMEEN De verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) regelt de gemeentelijke zorg voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving voor zover die gestalte krijgt in de kwaliteit van uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. Door implementatie van de verordening geeft de gemeente uitvoering aan de Wabo. De verordening is een uitvloeisel van de afspraak om de kwaliteit van VTH decentraal te borgen. De hierbij door de gemeenteraad vast te stellen verordening volgt deels de modelverordening van de VNG. Op één onderdeel wijkt de verordening echter af van de modelverordening. In De6 verband (samenwerkingsverband tussen de gemeenten Roosendaal, Etten-Leur, Halderberge, Rucphen, Moerdijk en Zundert) is ervoor gekozen om de vastgestelde kwaliteitscriteria niet van toepassing te verklaren op de uitvoering en handhaving van de thuistaken. De kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de thuistaken wordt op een andere wijze gewaarborgd en heeft in ieder geval betrekking op de dienstverlening, de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten en de financiën. Op de uitvoering en handhaving van de basistaken en plustaken zijn echter, zoals geregeld in de modelverordening, de kwaliteitscriteria wel van toepassing.
Dit laatste is overigens wettelijk bepaald voor de basistaken die krachtens de wet in opdracht van het college van burgemeester en wethouders door omgevingsdiensten worden verricht. ARTIKELSGEWIJS Artikel 1 In dit artikel zijn slechts begrippen opgenomen die niet al met een begripsbepaling zijn gedefinieerd in de Wabo. Als betrokken wetten worden aangemerkt de Wabo zelf, en de wetten bedoeld in artikel 5.1 van de Wabo, voor zover bij of krachtens die wetten is bepaald dat Hoofdstuk 5 van de Wabo van toepassing is. Op de uitvoenng of handhaving van een geheel andere wet, zoals bijvoorbeeld de Drank- en Horecawet, is deze verordening niet van toepassing (wat onverlet laat dat over overlappende onderwerpen elders wordt gerapporteerd, zie het algemeen deel van de toelichting). De wetten waarom het krachtens artikel 5.1 Wabo om kan gaan zijn: de Flora- en faunawet, de Kernenergiewet, de Monumentenwet 1998, de Natuurbeschermingswet 1998, de Ontgrondingenwet, de Wet bescherming Antarctica, de Wet bodembescherming, de Wet geluidhinder, de Wet inzake de luchtverontreiniging, de Wet milieubeheer, de Wet ruimtelijke ordening, de Waterwet en de Woningwet. Een belangrijk begrip in deze verordening is kwaliteitscriteria.
De kwaliteitscriteria waar het hier om gaat zijn - thans - de bekende Kwaliteitscriteria 2.1 voor VTH, die in brede samenwerking door de bevoegde gezagen zijn ontwikkeld en beschikbaar gesteld voor de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving, op het gebied van de beschikbaarheid en de deskundigheid van de daarmee belaste organisaties. Deze liggen aan de basis van het VTH-stetsel. Het ligt in de rede dat van deze kwaliteitscriteria in de loop van de jaren verbeterde en geactualiseerde versies beschikbaar zullen worden gemaakt om de versie 2.1 op te volgen. Vanwege deze verdere ontwikkeling van de kwaliteitscriteria is in de begripsbepaling een dynamische verwijzing opgenomen, zodat bij de ontwikkeling en beschikbaarstelling van een volgende versie van de kwaliteitscriteria niet tot aanpassing van de verordening hoeft te worden overgegaan. De kwaliteitsvoorwaarden zijn de voorwaarden zoals opgenomen in bijlage 1 van deze verordening. Met deze begripsbepalingen en de verankering in artikel 5 van de verordening liggen de Kwaliteitscriteria 2.1 en de kwaliteitsvoorwaarden aan de basis van deze verordening.
Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht
Voor het begrip omgevingsdienst is aangesloten bij de omgevingsdiensten waarvan melding wordt gemaakt in artikel 5.3 van de Wabo, dat onderdeel was van de Wet verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving, zo die op 14 april 2016 in werking is getreden. Artikel 2 De reikwijdte van de verordening heeft een inhoudelijke afbakening en een afbakening naar bevoegd gezag. Ten eerste moet het gaan om de uitvoering of handhaving van de betrokken wetten. De terminologie "uitvoering en handhaving" is overgenomen uit de Wet verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving en wordt ook gehanteerd in het op 1 juli 2017 gewijzigde Besluit omgevingsrecht. "Uitvoering en handhaving" betekent dan vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dat wil zeggen alle taken tot uitvoering of handhaving van de Wabo en van de wetten, bedoeld in artikel 5.1 van de Wabo. Zie daarover de toelichting bij artikel 1. Ten tweede moet het gaan om de uitvoering of handhaving door of in opdracht van het college van burgemeester en wethouders. De verordening is dus van toepassing als het gaat om de uitvoering van de betrokken wetten door het college van burgemeester en wethouders zelf of, in opdracht van het college van burgemeester en wethouders door een omgevingsdienst of een private partij (maar vanwege het college).
Uitvoering van wetten die genoemd zijn in artikel 5.1 van de Wabo of van de Wabo zelf door andere bevoegde gezagen, zoals de gemeentebesturen of andere provinciebesturen die hun verordeningen op basis van hetzelfde model vaststellen, het waterschapsbestuur of de Minister van Infrastructuur en Milieu of de Minister van Economische Zaken, valt buiten het bereik van deze verordening. De uitvoering en handhaving van de Wet bescherming Antarctica of de Kernenergiewet wordt bijvoorbeeld niet door de besturen van gemeenten of provincies uitgeoefend en valt dus buiten deze verordening. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de Waterwet voor zover die door het Rijk of door waterschappen wordt uitgevoerd. Waar hier wordt gesproken over de uitvoering of handhaving van taken door of in opdracht van het bevoegd gezag wordt gedoeld op de uitvoering door gemeentelijke diensten en regionale uitvoeringsdiensten. Artikel 3 Dit artikel is van belang in verband met de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. Ingevolge de systematiek van het Besluit omgevingsrecht, is de jaarlijkse beoordeling van en rapportage over kwaliteit een taak voor het bevoegd gezag, dat wil zeggen: het college van burgemeester en wethouders. Bezien vanuit de Gemeentewet, is kaderstelling juist de taak van de gemeenteraad.
De kaderstellende rol krijgt allereerst gestalte door de vaststelling van deze verordening als geheel. Daarnaast is het echter, gelet op de samenhang met het Besluit omgevingsrecht, van belang uitdrukking te geven aan het feit dat de gemeenteraad vooral vanuit de hoofdlijnen betrokken is bij het beleid en zal toezien op de continuïteit van de kwaliteit over meerdere jaren. Het horizontale toezicht door de gemeenteraad op het (regionale) uitvoerings- en handhavingsbeleid door het college van burgemeester en wethouders, zal daarom plaatsvinden in het licht van het strategische beleid dat op hoofdlijnen wordt gevoerd voor de fysieke leefomgeving, zoals omgevingsvisies, milieubeleidsplannen en structuurvisies. Artikel 3 richt zich tot de gemeenteraad. Indirect is het eveneens van belang voor het college van burgemeester en wethouders, en de omgevingsdiensten die in hun opdracht werken, omdat de rol van de gemeenteraad zich juist bij de meerjarenprogrammering en hoofdlijnen laat gelden. Voor het waarmaken van deze rol, beschikt de gemeenteraad reeds over de mogelijkheden die de organieke wetgeving hen biedt en de kaders die zijn op strategisch niveau voor de fysieke leefomgeving in plannen en visies hebben vastgelegd.
Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht
Om deze rol waar te kunnen maken is het vanzelfsprekend van belang dat het college van burgemeester en wethouders de raad daartoe door tijdige informatieverstrekking in staat stelt. Dat daarvoor eveneens informatie van de omgevingsdienst van belang kan zijn, spreekt voor zich en is op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de opdrachten aan de omgevingsdiensten voldoende gewaarborgd. Artikel 4 Artikel 7.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht verplicht het bevoegd gezag (lees: het college van burgemeester en wethouders) om beleid te formuleren voor de kwaliteit van de uitvoering van de VTHtaken. De grondslag van deze bepaling (art. 5.3 Wabo) zag voorheen op een doelmatige en programmatische handhaving, maar dient op grond van de gewijzigde Wabo en het gewijzigde Bor, ook gaan gelden voor uitvoering (vergunningverlening). Er is dan sprake van een uitvoeringsbeleid en handhavingsbeleid, waarover onderlinge afstemming plaats dient te vinden tussen de bevoegde gezagen op het niveau van de omgevingsdienst. Welk beleid moet worden geformuleerd laat het Bor inhoudelijk open. Dit artikel strekt ertoe een inhoudelijke ambitie te geven aan de procesverplichting om kwaliteitsbeleid te vormen.
Ten eerste door voor te schrijven dat het college van burgemeester en wethouders naar de kwaliteit van de uitvoering en handhaving kijken in het licht van het geformuleerde (regionale) beleid, waarbij de doelen van dat beleid betrekking moeten hebben op een aantal voorgeschreven inhoudelijke thema's. Het gaat er daarbij telkens om die doelen te zien, niet vanuit elke mogelijke factor die daaraan kan bijdragen, maar vanuit het perspectief van de prestaties en kwaliteit van de uitvoering van de eigen organisaties. Het gaat dan in ieder geval om dienstverlening, uitvoeringskwaliteit van producten en diensten, financien en waardering. In paragraaf 4 van deze toelichting is de herkomst van de in dit artikel gehanteerde begrippen toegelicht. Er is voor gekozen in deze verordening geen voorschriften te geven over de te gebruiken indicatoren. Dat is in de eerste plaats een taak voor de bevoegde gezagen, die daarmee in de praktijk al ruime ervaring hebben. Artikel 5 Dit artikel borgt de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de basistaken, plustaken en thuistaken. Dit artikel geeft onder andere een verankering aan de kwaliteitscriteria 2.1 en de opvolgers daarvan (zie ook de toelichting bij artikel 1, waarin een begripsbepaling voor kwaliteitscriteria is opgenomen).
Het strekt ertoe te regelen dat van die kwaliteitscriteria voor de uitvoering van VTH-taken in de praktijk gebruik gemaakt wordt waar het gaat over de uitvoering en handhaving van de basistaken en plustaken. De verankering van de kwaliteit voor de uitvoering en handhaving van de thuistaken wordt geborgd doordat voldaan moet worden aan de kwaliteitsvoorwaarden zoals opgenomen in bijlage 1 van deze verordening. Van belang is dat de kwaliteitscriteria en de kwaliteitsvoorwaarden relevante input leveren voor de kwaliteit. Dat geeft vanzelfsprekend geen garantie dat de doelen die door het college van burgemeester en wethouders zijn gesteld op grond van artikel 4 ook zonder meer in alle gevallen worden gehaald. Het bereiken van deze doelen zal immers niet alleen afhankelijk zijn van de goede verrichtingen van de uitvoerende organisaties. Van de naleving van de kwaliteitscriteria en de kwaliteitsvoorwaarden zal daarom jaarlijks mededeling gedaan moeten worden aan de gemeenteraad. Het gaat hier om een belangrijke inhoudelijke mededelingsplicht die kan worden meegenomen in bestaande jaarlijkse rapportages, in de op grond van het Besluit omgevingsrecht op te stellen documenten.
Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht
8
Omgekeerd wil het evenmin zeggen dat, als de criteria en/of voorwaarden (nog) niet in alle relevante taken worden toegepast, dat de kwaliteit per definitie te wensen zal overlaten. In dit geval zal echter wel gemotiveerd moeten worden waarom de criteria en/of voorwaarden niet toegepast zijn of konden worden en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd. De kwaliteitscriteria 2.1 en de kwaliteitsvoorwaarden zijn derhalve een cruciaal richtsnoer waarvoor geldt: pas toe of leg uit, "comply or explain". Artikel 6 Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening. Het is, gelet op de aard van de gestelde regels, niet nodig om deze verordening in overgangsrecht te voorzien.
Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht
-9-
Bijiage 1 1.
Kwaliteitsvoorwaarden
Dienstverlening; o beleid en strategie: • er moet een bestuurlijk vastgesteld VTH beleid zijn; •
het VTH beleid is vertaald in een uitvoeringsprogramma.
2. Uitvoeringskwaliteit van diensten en producten; o processen:
o
- actueel houden van procesbeschrijvingen, protocollen en werkinstructies voor elke VTH Wabo taak.; • beschikbaar hebben van checklisten ter ondersteuning van de uitvoering en handhaving; • beschikbaar zijn van modelbrieven, modelverslagen en andere sjablonen, medewerkers: •
o
volgens de indeling van deskundigheidsgebieden van de kwaliteitscriteria inzicht geven in opleiding, ervaring, kennis en specialismen van medewerkers die een bijdrage leveren aan VTH Wabo producten. informatievoorziening: • informatiebeleid als basis voor informatisering; •
digitale zaak- en klantdossiers;
•
gebruik van authentieke gegevens uit de basisregistraties;
•
registreren en archiveren van documenten met gegevens van objecten;
•
uitwisseling gegevens met opdrachtgevers en ketenpartners.
•
strategie, beleid en externe en interne ontwikkelingen van de VTH Wabo-taken zijn vertaald in de meerjarenbegroting.
3. Financiën;
4.
Waardering o tevredenheidsonderzoek • vaststellen van en uitvoering geven aan een methodiek voor het periodiek meten van de tevredenheid van medewerkers, burgers, bedrijven en samenwerkingspartners binnen het vakgebied VTH Wabo.
Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht