Bijlage 9 - Notitie Verloop deelnemersbijdragen 2020-2022.pdf
Tekst van het document
DEELNEMERSBIJDRAGEN VERLOOP 2020 - 2022
1. Aanleiding
Op basis van de gepresenteerde jaarrekening 2020 en de begroting 2022 is door de deelnemers om het verloop van de deelnemersbijdrage over deze periode inzichtelijk te maken. Temeer daar deze bijdragen in de opvolgende documenten (inclusief de Bestuur-rapportages) forse schommelingen te zien geven. De deelnemersbijdragen voor de periode 2020 tot en met 2022 geven in tijdsvolgorde het onderstaande resultaat: a. Begroting 2020
€ 13.653.000
b. 1e Bestuur-rapportage 2020
€ 14.350.000
stijging van € 697.000 t.o.v. sub a
c. 2 Bestuur-rapportage 2020
€ 14.950.000
stijging van € 600.000 t.o.v. sub b
d. Jaarrekening 2020
€ 14.390.000
daling van € 560.000 t.o.v. sub c
e. Begroting 2021
€ 16.390.000
stijging van € 2.000.000 t.o.v. sub d
f.
€ 16.976.000
stijging van € 586.000 t.o.v. sub e
e
Begroting 2022
In deze notitie zal een totaal-analyse van de stijging tussen de begroting 2020 en de begroting 2022 worden weergegeven.
DEELNEMERSBIJDRAGEN VERLOOP 2020-2022
PAG 2
2. Analyse verloop deelnemersbijdragen 2020-2022 Deelnemersbijdragen begroting 2020
13.653.000
Deelnemersbijdragen begroting 2022
16.975.000
Hogere deelnemersbijdragen
3.323.000
Toelichting De stijging van de deelnemers met € 3.323.000 is als volgt te verklaren: a. Wegvallende opbrengst vervolgingskosten e.d.
2.175.000
b. Hogere proces en griffiekosten
275.000
c. Hogere loonkosten o.g.v. productiestijgingen
430.000
d. Hogere loonkosten o.g.v. looncompensatie
630.000
e. Hogere overige lasten o.g.v. prijscompensatie
83.000
f.
Ombuigingen o.g.v. taakstelling 2022
-/- 270.000
Sub a Wegvallende opbrengsten vervolgingskosten Per 1 januari 2021 is de nieuwe kostenverdeel-systematiek in werking getreden. Vanaf dat moment maken de opbrengsten wegens vervolgingskosten boetekosten en invorderingsrente geen onderdeel meer uit van de deelnemersbijdragen. Deze opbrengsten worden evenals de ontvangen belastingopbrengsten rechtstreeks aan de deelnemers uitbetaald. Tegenover een hogere deelnemersbijdrage staat dus jaarlijks ook een extra opbrengst voor de individuele deelnemers. Sub b Hogere proces en griffiekosten Door de “inzet” van de NCNP-bureaus in de afgelopen jaren is het aantal objecten onder waardebezwaren fors toegenomen. Dit leidt ook tot hogere bijdragen aan proces en griffiekosten. Op basis van de rekening cijfers over 2020 dient jaarlijks rekening te worden gehouden met een bedrag van ruim € 500.000 (geraamd in de begroting 2020 € 225.000). Sub c
Loonkosten o.g.v. productiestijgingen
West-Brabant kent een trendmatige groei van het aantal huishoudens, woningen en bedrijven variërend tussen 0,7 à 0,8% per jaar. Daarnaast is het de verwachting dat het aantal heffings- en objecten onder waardebezwaren zal blijven stijgen met 8% en 22% per jaar. Dit laatste wordt grotendeels veroorzaakt door de tussenkomst van no-cure-no-pay bureaus. Op basis van deze verwachte ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met toename van de formatie met ongeveer 9 fte (2 fte voor de algemene productiestijgingen en 7 fte voor de heffings- en objecten onder waardebezwaren). Hiertegenover staat echter een productieafname van de parkeerbezwaren (door stopzetting van dit product door de gemeente Breda). Dit zorgt voor een afname van de formatie met ongeveer 3 fte. Per saldo zorgen de mutaties in de
DEELNEMERSBIJDRAGEN VERLOOP 2020-2022
PAG 3
productieontwikkelingen voor een toename van de formatie met 6 fte. Hierdoor stijgen de personeelslasten per saldo met een bedrag van € 430.000. Sub d
Loonkosten o.g.v. looncompensatie
De BWB dient jaarlijks rekening te houden met een nominale loonontwikkeling o.g.v. de wettelijke cao-afspraken. Op basis van deze loonafspraken zijn de loonkosten over de periode 2020 t/m 2022 gestegen met een bedrag van € 630.000, te specificeren in: •
Loonontwikkeling 2020 (extra)
240.000
•
Loonontwikkeling 2021
250.000
•
Loonontwikkeling 2022
140.000
Sub e
Overige lasten o.g.v. prijscompensatie
Jaarlijks wordt in de begroting rekening gehouden met een reguliere prijscompensatie voor die producten waarbij een prijsstijging onontkoombaar is. Gedurende de jaren 2020 t/m 2022 heeft dit een totale lastenstijging tot gevolg van € 83.000. Sub f
Ombuigingen (taakstelling 2022)
In de kader nota 2022 is door het AB besloten dat in de begroting 2022 een taakstellende ombuiging gerealiseerd diende te worden van € 240.000. In de begroting is een en ander verwerkt tot een totaalbedrag van € 270.000, bestaande uit: •
Structureel wegvallende formatie
230.000
•
Beëindiging contract Inkoopbureau
40.000
3. Conclusie Rekening houdend met een de verschuiving van de opbrengsten vervolgingskosten naar de deelnemers, kan gesteld worden dat de feitelijke toename van de deelnemersbijdragen over de periode 2020 tot en met 2022 is gestegen met bijna 1,15 miljoen euro. En deze stijging is een direct gevolg van enerzijds onontkoombare kostenstijgingen (loon en prijscompensaties) en anderzijds hogere productiekwantiteiten t.b.v. de deelnemers.
DEELNEMERSBIJDRAGEN VERLOOP 2020-2022
PAG 4