Bijlage 8d Begroting BWB 2027.pdf
Tekst van het document
Begroting 2027
38
Medewerkers blijven gefaciliteerd met thuiswerkvoorzieningen, zodat gezond en veilig thuiswerken ook op langere termijn geborgd blijft. Daarbij is aandacht voor ergonomie, digitale toegankelijkheid en een goede balans tussen thuis en kantoor. Wet DBA en risicobeheersing De handhaving van de Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) krijgt in 2027 verder aandacht, mede door aangescherpte maatschappelijke en politieke focus op schijnzelfstandigheid. Dit vraagt om blijvende alertheid bij de inzet van externen. De organisatie blijft werken met goedgekeurde modelovereenkomsten en zorgt ervoor dat de feitelijke uitvoering van werkzaamheden aansluit bij de contractuele afspraken. Periodieke evaluaties van werkrelaties met opdrachtnemers blijven onderdeel van het beheersproces, zodat risico’s op naheffingen en claims worden beperkt en tijdig kan worden bijgestuurd. CAO SGO en loonontwikkeling In 2027 wordt de begroting opgesteld binnen de kaders van de cao SGO. De structurele loonontwikkeling per 1 januari 2027 is verwerkt in de begroting. Eventuele nieuwe onderhandelingen en aanvullende afspraken worden gevolgd en waar nodig vertaald naar financiële consequenties. Lean, AI en verdere digitalisering De basis in Lean-werken is organisatiebreed gelegd. In 2027 verschuift de aandacht van leren naar verdiepen en toepassen.
Medewerkers worden gestimuleerd om actief bij te dragen aan continue verbetering, waarbij data-analyse en procesinzichten steeds vaker leidend zijn. De inzet van AI en verdere digitalisering neemt toe. AI-toepassingen worden in toenemende mate ingezet ter ondersteuning van analyse, besluitvorming en uitvoerende processen. Dit leidt tot efficiëntere werkprocessen en vermindering van routinematige werkzaamheden. Tegelijkertijd speelt AI een belangrijke rol bij strategische keuzes rondom personeelsinzet, met name bij het herinrichten van processen als gevolg van uitstroom door pensionering.
Innovatie en AI In 2027 zet de BWB de investeringen van voorgaande jaren op innovatie om in de verdere overgang van experiment naar structurele borging. De inzet van de Lean-methodiek en Robotic Process Automation (RPA) wordt niet langer beschouwd als innovatieproject, maar maakt integraal onderdeel uit van de reguliere bedrijfsvoering. Door repeterende administratieve taken, zoals het verwerken van documenten en mutaties, standaard door robots te laten uitvoeren en processen continu te ontdoen van verspilling, realiseren wij een structurele verhoging van de arbeidsproductiviteit. Deze efficiencyslag stelt ons in staat om de autonome trendmatige groei van het aantal objecten en huishoudens op te vangen zonder evenredige uitbreiding van de formatie, waarmee wij direct bijdragen aan de financiële taakstelling en kostenbeheersing voor onze deelnemers.
Begroting 2027
39
De innovatie-inspanningen verschuiven in dit begrotingsjaar naar het versterken van datagedreven sturing en slimme ondersteuning via Data Science en Artificiële Intelligentie (AI). Wij zetten geavanceerde data-analyse in om trends in bijvoorbeeld bezwaarschriften vroegtijdig te herkennen en werklasten nauwkeuriger te voorspellen, waardoor wij van reactief handelen bewegen naar proactieve capaciteitssturing. Daarnaast wordt AI ingezet als ‘slimme assistent’ voor documentanalyse en klantcontact, waarbij de technologie het voorbereidende werk doet zodat medewerkers zich kunnen richten op complexe beoordelingen. Hierbij blijft het principe leidend dat technologie de mens ondersteunt en niet vervangt; de medewerker behoudt te allen tijde de eindverantwoordelijkheid over besluiten die inwoners raken. Randvoorwaardelijk voor deze digitale versnelling is een strikte borging van veiligheid, ethiek en wetgeving. De inzet van algoritmen en AI vindt plaats binnen een robuust governance-kader dat voldoet aan de Europese AI-verordening en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO2). Een multidisciplinair team, waaronder de Functionaris Gegevensbescherming, Privacy Officer en de CISO, toetst toepassingen vooraf op privacy risico’s en wenselijkheid en adviseren het MT dat verantwoordelijk is voor de besluitvorming.
Door risico’s en de werking van AI transparant vast te leggen en periodiek te auditen, garanderen wij het bestuur dat innovatie nooit ten koste gaat van de betrouwbaarheid en rechtmatigheid van de overheid.
Informatiebeveiliging In opzet en bestaan wordt bij de BWB de informatiebeveiliging doorlopend op orde gebracht conform de laatste richtlijnen (NIS2 en BIO2). Er is een vastgesteld informatiebeveiligingsbeleid. Hand in hand hiermee gaat de borging van het gebruik binnen de organisatie van dit beleid en deze procedures (werking). Hiervoor is inmiddels een Information Security Management Systeem (ISMS) ingericht wat het mogelijk maakt om met behulp van de PDCA-cirkel de processen continu te controleren en te verbeteren. Het ISMS maakt het voor de directeur en het managementteam ook mogelijk om sturing te geven aan dit proces.
Daarnaast wordt sturing gegeven langs de overlegstructuren zoals deze zijn vastgesteld in het informatiebeveiligingsplan. De basis hiervoor vormt het tweewekelijkse informatieoverleg waar de Functionaris Gegevensbescherming, de Chief Information Security Officer, de Privacy Officer, de informatiebeheerder, de senior medewerker documentaire Informatievoorziening en de manager Ondersteuning deel van uitmaken. Er zijn ook overlegstructuren ingericht met de afdeling ICTS van de gemeente Breda, die de ITsystemen van de BWB in beheer heeft. De ontwikkelingen op het gebied van digitalisering en informatiebeveiliging worden daarnaast gevolgd in het bredere kader van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Deze strategie richt zich op een
Begroting 2027
40
veilige, betrouwbare en toekomstbestendige digitale overheid. Voor de BWB betekent dit dat ontwikkelingen rondom digitalisering, datagedreven werken en informatiebeveiliging actief worden gemonitord. De eerste signalen wijzen erop dat de gevolgen van deze ontwikkelingen met name betrekking zullen hebben op de leveranciers van de belangrijkste belasting- en informatievoorzieningssystemen. Ontwikkelingen worden daarom gevolgd in overleg met deze leveranciers en binnen landelijke samenwerkingsverbanden. Zodra hierover meer duidelijkheid bestaat, wordt het bestuur hierover geïnformeerd.
Control & Rechtmatigheid Vanaf boekjaar 2023 is het wettelijk verplicht dat het Dagelijks Bestuur verantwoording aflegt over de rechtmatigheid. Rechtmatigheid gaat over handelen in overeenstemming met de geldende regels en besluiten. We make gebruik van het drie-lijnenmodel. Daarbij worden fouten zoveel mogelijk voorkomen in de eerste lijn, collega's of toetsers kijken mee voordat een besluit wordt genomen. De tweede lijn controleert dossiers achteraf via een steekproef en de derde lijn kijkt of dit systeem goed is ingericht. Hiermee onderzoekt en verbetert de organisatie continu de rechtmatigheid van het eigen handelen. Met de bevindingen uit de organisatie stelt het Dagelijks Bestuur de verantwoording op.
Begroting 2027
41
Paragraaf 4: Openbaarheidsparagraaf (Woo) De Wet Open Overheid (Woo), ingangsdatum 1 mei 2022, legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in de begroting en het verantwoordingsverslag in de jaarstukken aan te geven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om zeventien benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting zal niet voor alle categorieën tegelijk gelden. Over de ingangsdatum van het onderdeel Actieve Openbaarheid is nog geen zekerheid, dit volgt de BWB blijvend. Zodra op dit punt wetswijzigingen ontstaan zal de BWB dit doorvoeren in haar beleid. In 2027 zal de BWB voldoen aan de Woo door de op dat moment verplichte informatiecategorieën te publiceren.
Begroting 2027
42
Paragraaf 5: Niet van toepassing zijnde paragrafen Binnen de BWB zijn de onderstaande, in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) vermelde paragrafen, niet van toepassing: -
Paragraaf lokale heffingen
-
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
-
Paragraaf verbonden partijen
-
Paragraaf grondbeleid
De BWB voert belastingtaken uit voor haar deelnemers (waterschap en gemeenten), maar het heffingenbeleid en de lastendruk vallen onder de verantwoordelijkheid van de deelnemers en niet onder deze paragraaf. De BWB heeft zeer beperkt kapitaalgoederen in eigendom. Het kantoorpand wordt gehuurd op basis van een meerjarig contract, zoals toegelicht onder "Niet in de balans opgenomen verplichtingen". Daarnaast heeft de BWB geen verbonden partijen en is grondontwikkeling geen onderdeel van haar taken.
Begroting 2027
43
II FINANCIËLE BEGROTING 2027
Begroting 2027
44
1. ALGEMEEN Inleiding De financiële begroting geeft inzicht in algemene uitgangspunten waarop de geraamde baten en lasten van de verschillende programma’s tot stand zijn gekomen. Verder zijn, volgens de voorschriften van de BBV, deze geraamde baten en lasten voor het jaar 2027 en voor het meerjarenperspectief 2028 - 2030 inzichtelijk gemaakt. In de toelichting op de baten en lasten zijn niet alleen de verschillen ten opzichte van de begrotingscijfers aangegeven, maar zijn ook de incidentele baten en lasten in een overzicht aangegeven. Tenslotte is op hoofdlijnen de financiële positie van de BWB uiteengezet.
Financiële uitgangspunten In de (besluitvorming omtrent) de kadernota 2027 - 2030 zijn algemene kaders en uitgangspunten geformuleerd, die gehanteerd worden bij het samenstellen van de programmabegroting voor het jaar 2027 en voor het meerjarenperspectief 2028 - 2030. Algemene financiële kaders De volgende algemene en financiële kaders worden gehanteerd:
De begroting en het meerjarenperspectief dienen meerjarig structureel en reëel in evenwicht te zijn.
Een positief resultaat vloeit terug naar de deelnemers, tenzij het AB hierin afwijkend besluit.
De begroting dient te voldoen aan het BBV, waarbij onder andere aandacht is voor: -
Overzicht van incidentele baten en lasten;
-
Een specificatie van baten en lasten per programma;
-
Opnemen van (prestatie) indicatoren in de begroting;
-
Verwachte stand begin en eind begrotingsjaar van eigen en vreemd vermogen;
-
De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Financiële uitgangspunten Bij het opstellen van het financiële gedeelte van de begroting en het financieel meerjarenperspectief zijn de uitgangspunten gehanteerd zoals opgenomen in de kadernota 2027 - 2030.
Begroting 2027
45
2. BATEN EN LASTEN BEGROTING 2027 – 2030 Overzicht van baten en lasten 2027 Naam Programma (× € 1.000)
Lasten 2027
Saldo per programma
Baten 2027
Mutaties reserves
Saldo na bestemming
Waarderen
5.044
-
5.044
N
-
5.044
N
Heffen
2.722
-
2.722
N
-
2.722
N
Invordering
2.356
-
2.356
N
-
2.356
N
Subtotaal programma’s
10.122
-
10.122
N
-
10.122
N
Overhead
9.442
135
9.307
N
-
9.307
N
Treasury
2
230
228
V
-
228
V
Bijdrage deelnemers
-
19.281
19.281
V
-
19.281
V
Vennootschapsbelasting
-
-
-
-
-
80
-
80
N
-
80
N
Subtotaal overhead/ dekkingsbijdrage
9.524
19.646
10.122
V
-
10.122
V
Totaal exploitatie
19.646
19.646
-
-
-
-
-
-
-
-
19.646
19.646
-
-
-
Post onvoorzien
Begrotingsresultaat 2027 Totaal exploitatie
Begroting 2027
46
Overzicht meerjarenperspectief baten en lasten 2027 – 2030 Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Waarderen
5.143
5.247
5.044
5.291
5.562
5.843
Heffen
2.561
2.769
2.722
2.876
3.045
3.221
Invordering
2.316
2.425
2.356
2.496
2.649
2.808
Subtotaal programma’s
10.020
10.441
10.122
10.663
11.256
11.872
Kosten overhead
10.236
10.693
9.442
9.746
10.081
10.429
Treasury
5
3
2
2
2
2
Vennootschapsbelasting
-
-
-
-
-
-
Post onvoorzien
-
80
80
83
87
91
Subtotaal overhead/ dekkingsbijdrage
10.241
10.776
9.524
9.831
10.170
10.522
Totaal lasten exploitatie
20.261
21.217
19.646
20.494
21.426
22.394
Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Naam Programma (× € 1.000) LASTEN
Naam Programma (× € 1.000) BATEN Waarderen
-
-
-
-
-
-
Heffen
-
-
-
-
-
-
Invordering
-
-
-
-
-
-
Subtotaal programma’s
-
-
-
-
-
-
Opbrengst overhead
243
140
135
140
146
152
Treasury
277
350
230
235
240
246
20.354
20.727
19.281
20.119
21.040
21.996
Vennootschapsbelasting
-
-
-
-
-
-
Post onvoorzien
-
-
-
-
-
-
Subtotaal overhead/ dekkingsbijdrage
20.874
21.217
19.646
20.494
21.426
22.394
Totaal baten exploitatie
20.874
21.217
19.646
20.494
21.426
22.394
613
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
613
-
-
-
-
-
Bijdrage deelnemers
Resultaat voor bestemming Mutaties in reserves Resultaat na bestemming
Begroting 2027
47
3. TOELICHTING OP DE BATEN EN LASTEN 2027 Algemeen Voordat wordt ingegaan op de confrontatie tussen de begroting 2026 en 2027 voor de diverse programma’s wordt eerst inzicht gegeven in de uiteindelijke verwerking ten opzichte van de kadernota 2027. Er worden enkele componenten beschreven die in de verdere cijfers zijn verwerkt.
Kadernota 2027
Omschrijving (× € 1.000) Deelnemersbijdrage primaire begroting 2026
Begroot 2027
Verschil
20.727
20.727
-
-524
-684
160
Correctie prijscompensatie 2026
13
199
-186
Correctie overige baten 2026
110
95
15
20.326
20.337
-11
789
164
625
-
30
-30
Bruto deelnemersbijdrage 2027
21.115
20.531
584
Compensabele BTW
-1.250
-1.250
-
Netto deelnemersbijdrage 2027
19.865
19.281
584
Correctie looncompensatie 2025 & 2026
Deelnemersbijdrage 2026 o.b.v. geactualiseerde kaders* Loon-, prijs- en productiecompensatie 2027** Overige baten 2027
*) Zal naar verwachting de basis vormen voor de bestuursrapportage 2026. **) Dit is inclusief het effect van Lean en innovatie van € 204.000.
Op basis van de actuele inzichten blijft de deelnemersbijdrage ruimschoots binnen de kaders van de kadernota 2027–2030. Waar in de kadernota werd uitgegaan van een netto deelnemersbijdrage van € 19.865.000, bedraagt de vastgestelde bijdrage voor 2027 € 19.281.000. Dit resulteert in een voordeel van € 584.000 ten opzichte van de vastgestelde kaders. Per saldo daalt de totale bruto deelnemersbijdrage met € 196.000, exclusief het effect van de compensabele btw ten opzichte van de vastgestelde deelnemersbijdrage in 2026. Loon- en prijsindexatie Voor de jaren 2026 en 2027 is in de kadernota rekening gehouden met de volgende percentages vanwege loon- en prijsstijgingen:
Voor prijsindexatie geldt een gecorrigeerd percentage van 2,3% in 2026 en een verhoging van 2,2% in 2027;
Voor loonindexatie geldt een gecorrigeerd percentage van 1,9% in 2026 en een verhoging van 5,1% in 2027.
Begroting 2027
48
Begroting 2026 – actualisatie kaders Voor de loonkosten was op basis van de definitieve cao-afspraken een daling voorzien van € 524.000. Bij de vaststelling van de formatie is echter een aanvullende besparing gerealiseerd, waardoor de totale correctie op de loonkosten uitkomt op € 684.000. Hiermee wordt een extra besparing gerealiseerd van € 160.000. Ten aanzien van de materiële budgetten werd in de kadernota uitgegaan van een beperkte stijging van € 13.000. Na een herijking van alle budgetten blijkt per saldo € 199.000 extra benodigd, hetgeen neerkomt op € 186.000 meer aan prijscompensatie dan eerder geraamd. De overige baten vallen € 15.000 hoger uit dan oorspronkelijk voorzien, doordat aanvullende opbrengsten zijn geïdentificeerd. Per saldo leidt dit tot een beperkte verhoging van de uitvraag van € 11.000 ten opzichte van de kadernota. Besparingen 2027 In de kadernota was voor 2027 een totale mutatie van € 789.000 opgenomen, gebaseerd op loon-, prijsen productiecompensatie en de verwachte besparingen uit innovatie en Lean werken. Door een verdere afname van de formatie en aanvullende voordelen in de uitvoering blijft de feitelijke stijging beperkt tot € 194.000. Daarmee wordt, boven op de reeds ingeboekte besparing van € 204.000, een extra voordeel gerealiseerd van € 595.000.
Bruto versus netto Conform de kadernota is een presentatieaanpassing doorgevoerd waarbij de compensabele btw geen onderdeel meer vormt van de deelnemersbijdrage. In eerdere begrotingen werd de betaalde btw als uitvoeringskosten geraamd, terwijl deze – met uitzondering van het Waterschap – volledig wordt doorbelast aan de deelnemers en daarmee geen structurele last vormt voor de BWB. Binnen vergelijkbare belastingsamenwerkingen en gemeenschappelijke regelingen wordt deze btw veelal buiten de deelnemersbijdrage gehouden en administratief afzonderlijk verwerkt. Om die reden wordt de door te belasten btw niet langer als kosten van de BWB geraamd, maar rechtstreeks via separate facturatie verrekend. Dit betreft nadrukkelijk geen bezuinigingsmaatregel, maar een wijziging in presentatie (bruto-netto benadering). Voor de deelnemers heeft deze wijziging geen financiële consequenties. De btw wordt voortaan transparant verrekend via afzonderlijke facturen en, waar van toepassing, via het btw-compensatiefonds. Voor het Waterschap geldt dat de btw niet kan worden verhaald via het btw-compensatiefonds, maar ook hier verandert de financiële positie niet. Toelichting per onderdeel In de volgende pagina’s worden de wijzigingen in de individuele budgetten verder toegelicht.
Begroting 2027
49
Verschillen begroting 2027 ten opzichte van begroting 2026 In de verdere toelichting is inzicht gegeven op de belangrijkste verschillen tussen de primaire begroting 2026 en 2027 per programma. Ook is de kolom realisatie 2025 te zien. In de toelichting omtrent de volgende programma’s wordt alleen ingegaan op wijzigingen van meer dan € 100.000. Kleinere wijzigingen worden weergegeven onder ‘overige kleine verschillen’.
Programma Waarderen
€ 203.000 V
Het programma Waarderen is te specificeren in de volgende onderdelen: Omschrijving (× € 1.000)
Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Verschil
Lasten
5.143
5.247
5.044
203 V
Loonkosten huidig personeel
3.675
4.682
4.469
213 V
Inhuur personeel
865
-
-
-
Beheer WOZ-administratie
320
335
330
5 V
Taxeren en herwaarderen
187
200
215
15 N
Griffie- en proceskosten waarderen
96
30
30
-
-
-
-
-
5.143
5.247
5.044
Baten
Saldo Waarderen
203 V
Verschillen (> € 100.000) De personele lasten binnen het programma Waarden zijn verlaagd met een bedrag van € 213.000. Het loon- en inhuurbudget wordt echter als geheel gestuurd. Een uitgebreidere toelichting op de totale personele lasten wordt dan ook vermeld onder de paragraaf Personeelslasten. Overige kleine verschillen De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 10.000 nadelig.
Begroting 2027
50
Programma Heffen
€ 47.000 V
Het programma Heffen is te specificeren in de volgende onderdelen: Omschrijving (× € 1.000)
Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Verschil
Lasten
2.561
2.769
2.722
47 V
Loonkosten huidig personeel
2.223
2.576
2.479
97 V
Inhuur personeel
67
-
-
-
Kosten BAG
11
15
15
-
(Controle)kosten gegevensbeheer
246
178
228
50 N
Griffie- en proceskosten heffen
14
-
-
-
Baten
-
-
-
-
Saldo
2.561
2.769
2.722
47 V
Verschillen (> € 100.000) De personele lasten binnen het programma Heffen zijn verlaagd met een bedrag van € 97.000. Het loonen inhuurbudget wordt echter als geheel gestuurd. Een uitgebreidere toelichting op de totale personele lasten wordt dan ook vermeld onder de paragraaf Personeelslasten. Overige kleine verschillen De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 50.000 nadelig. Deze afwijking wordt veroorzaakt door een wijziging in de afspraken met Brabant Water. Waar voorheen onbeperkt gegevens konden worden opgevraagd, is door een aangepaste kostenstructuur nu per bevraging een tarief verschuldigd. In de raming is uitgegaan van twee gegevensuitvragen per maand. Het is echter nog onzeker of dit toereikend is voor een adequate uitvoering van de werkzaamheden. Indien een hogere frequentie noodzakelijk blijkt, zullen de kosten overeenkomstig toenemen. Dit risico is dan ook opgenomen in de risicoparagraaf.
Begroting 2027
51
Programma Invordering
€ 69.000 V
Het programma Invordering is te specificeren in de volgende onderdelen: Omschrijving (× € 1.000)
Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Verschil
Lasten
2.316
2.425
2.356
69 V
Loonkosten huidig personeel
2.121
2.215
2.150
65 V
-
-
-
-
Financiële invordering
121
126
122
4 V
Dwanginvordering
74
84
84
-
Baten
-
-
-
-
Niet te restitueren bedragen
-
-
-
-
2.316
2.425
2.356
Inhuur personeel
Saldo Invordering
69 V
Verschillen (> € 100.000) Het programma Invordering bevat geen verschillen groter dan € 100.000. Overige kleine verschillen De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 69.000 voordelig en bestaan voornamelijk uit loonkosten. De personele lasten binnen het programma Invordering zijn verlaagd met een bedrag van € 65.000. Het loon- en inhuurbudget wordt echter als geheel gestuurd. Een uitgebreidere toelichting op de totale personele lasten wordt dan ook vermeld onder de paragraaf Personeelslasten.
Begroting 2027
52
Overhead
€ 1.246.000 V
Het programma Overhead is te specificeren in de volgende onderdelen: Omschrijving (× € 1.000)
Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Verschil
Lasten
10.236
10.693
9.442
1.251 V
Personeel
3.547
4.272
4.288
16 N
233
630
550
80 V
1.402
514
524
10 N
Bedrijfsvoering
369
449
473
24 N
Kantoorkosten
668
661
693
32 N
2.048
2.029
2.007
22 V
809
888
907
19 N
1.160
1.250
-
1.250 V
Baten
243
140
135
5 N
Bijdragen loonkosten
97
-
-
-
Bijdrage garantiesalarissen
108
95
100
5 V
Bijdrage print en portokosten
8
-
-
-
Bijdrage overige goederen en diensten
30
45
35
10 N
9.993
10.553
9.307
1.246 V
Inhuur derden Overige personele kosten
Informatisering/automatisering Huisvesting Door te schuiven BTW
Saldo Overhead
Verschillen (> € 100.000) Binnen Overhead wordt vanaf de begroting 2027 geen rekening gehouden met de door te schuiven btw. Deze kosten worden niet meer geraamd en via aparte facturering in rekening gebracht bij de deelnemers. Door het verdwijnen van deze post, dalen de kosten met € 1.250.000. Overige kleine verschillen De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 5.000 nadelig en bestaan onder ander uit personele- en inhuurlasten. De personele lasten binnen Overhead zijn verhoogd met een bedrag van € 16.000. Daarnaast zijn de inhuurlasten met € 80.000 verlaagd. Het loon- en inhuurbudget wordt echter als geheel gestuurd. Een uitgebreidere toelichting op de totale personele lasten wordt dan ook vermeld onder de paragraaf Personeelslasten.
Begroting 2027
53
Personeelslasten De salarislasten worden direct toegewezen aan de verschillende programma's waarop ze betrekking hebben. De kosten voor ingehuurde medewerkers worden volledig toegewezen aan het overheadprogramma en niet meer aan andere programma's. Wanneer er sprake is van inhuur binnen de programma’s Waarderen, Heffen of Invordering, wordt beoordeeld of het totale inhuurbudget hiervoor toereikend is. Bij het opstellen van de jaarstukken worden de werkelijke kosten voor inhuur geboekt ten laste van de betreffende programma's.
Personeelslasten (× € 1.000)
Begroot 2026
Begroot 2027
Verschil
Loonkosten programma Waarderen
4.682
4.469
213
Loonkosten programma Heffen
2.576
2.479
97
Loonkosten programma Invordering
2.215
2.150
65
Loonkosten Overhead
3.907
3.908
-1
Subtotaal salariskosten
13.380
13.006
374
Garantiesalarissen Overhead
95
100
-5
Woon-werkverkeer Overhead
185
195
-10
Gratificaties Overhead
85
85
-
Inhuur derden
630
550
80
Subtotaal overige loonkosten
995
930
65
14.375
13.936
439
Totaal personeelslasten
In de bovenstaande tabel wordt een totaalbeeld geschetst van de totale personeelslasten in 2027. De daling van de salarislasten met € 374.000 ten opzichte van 2026 wordt veroorzaakt door: 1. Formatiewijziging (€ 250.000 V) Zoals in de beleidsindicatoren al vermeld wordt er per 2027 een formatie gehanteerd van 136,3 fte. De formatiedaling van 3,1 fte ten opzichte van de begroting 2026 resulteert in een daling van € 250.000. Deze daling vindt voornamelijk plaats binnen het programma Waarderen en Heffen. 2. Uitgangspunten salarisraming (€ 215.000 V) In de begroting 2027 zijn de uitgangspunten voor de raming van de personele lasten geactualiseerd. Deze aanpassing zorgt voor een betere aansluiting bij de feitelijke samenstelling en ontwikkeling van het personeelsbestand. Als gevolg hiervan ontstaat een structureel voordeel van € 215.000. 3. Salarisindexatie 2026 en 2027 (€ 91.000 N) In de primaire begroting 2026 is rekening gehouden met een indexatie van 5,8%. Op basis van de werkelijke cao tot en met 31 maart 2027 is inzichtelijk dat de loonkosten € 556.000 lager uitvallen. Daarnaast is voor 2027 rekening gehouden met een indexatie van 5,%, wat resulteert in een stijging van € 647.000.
Begroting 2027
54
De overige loonkosten dalen met € 65.000. Een grote wijzigingen betreft onder andere een verlaging van het inhuurbudget met € 80.000. Deze verlaging is mogelijk doordat de bezetting beter op orde is, waardoor de behoefte aan inhuur verder afneemt.
Treasury
€ 119.000 N
De post treasury is als volgt te specificeren: Omschrijving (× € 1.000)
Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Verschil
Lasten
5
3
2
1 V
Rentelasten
5
3
2
1 V
Baten
277
350
230
120 N
Rentebaten
277
350
230
120 N
Saldo Treasury
-272
-347
-228
119 N
Overige kleine verschillen De renteopbrengsten zijn de verwachte opbrengsten in 2027 van de bankrekening bij de rekening-courantverhouding van het Rijk. Er is een inschatting gemaakt dat het rentepercentage gemiddeld 1,92% bedraagt. De renteopbrengsten nemen hierdoor af naar € 230.000. Het eventuele extra renterisico is opgenomen in de risicoparagraaf.
Onvoorzien
€0
De post onvoorzien is als volgt te specificeren: Omschrijving (× € 1.000)
Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Verschil
Lasten
-
80
80
-
Onvoorzien
-
80
80
-
Saldo Onvoorzien
-
80
80
-
Toelichting De post onvoorzien is gehandhaafd op € 80.000. Het verlagen van budgetten doordat over de gehele linie scherper is geraamd zorgt daarentegen wel voor een stijging in het risico op begrotingsoverschrijdingen. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de toelichting van het weerstandsvermogen.
Begroting 2027
55
Bijdragen deelnemers
€ 1.446.000 V
De post bijdrage deelnemers ontwikkelt zich als volgt: Realisatie 2025
Omschrijving (× € 1.000)
Begroting 2026
Begroting 2027
Verschil
Baten
20.354
20.727
19.281
1.446 N
Bijdragen deelnemers
20.354
20.727
19.281
1.446 N
Saldo Bijdrage deelnemers
20.354
20.727
19.281
1.446 N
Toelichting De kosten van de BWB worden volledig doorbelast aan de deelnemers. Per saldo dalen de deelnemersbijdragen met € 1.446.000. Deze daling wordt mede verklaard door de doorgevoerde bruto-netto wijziging. Indien dit effect buiten beschouwing wordt gelaten, bedraagt de daling € 196.000. Een nadere toelichting op deze ontwikkeling is hieronder opgenomen. Specificatie deelnemersbijdrage 2027 Het verloop van de deelnemersbijdrage over de periode 2026 en 2027 geeft het onderstaande structurele beeld voor alle deelnemers.
Netto deelnemersbijdrage (× € 1.000) Deelnemers
Verschil 2026 - 2027
Realisatie 2025*
Begroting 2026*
Begroting 2027
Bergen op Zoom
1.600
1.658
1.640
18 V
1,1%
Breda
3.787
3.946
3.925
21 V
0,5%
Dongen
575
559
587
28 N
-5,0%
Etten-Leur
968
991
997
6N
-0,6%
Halderberge
682
695
700
5N
-0,7%
Loon op Zand
647
701
665
36 V
5,1%
Moerdijk
983
1.054
1.035
19 V
1,8%
Oosterhout
1.331
1.403
1.373
30 V
2,1%
Roosendaal
1.874
1.940
1.922
18 V
0,9%
Rucphen
496
493
511
18 N
-3,7%
Woensdrecht
532
549
533
16 V
2,9%
Zundert
566
678
582
96 V
14,2%
Brabantse Delta
4.540
4.810
4.811
1N
-0,0%
Totaal deelnemers
18.581
19.477
19.281
196 V
1,0%
Bedrag
%
*De bijdragen werden voorheen bruto in beeld gebracht inclusief de compensabele btw, maar wordt vanaf 2027 netto geraamd. Om een eerlijke vergelijking per deelnemer op te stellen worden beide bedragen netto weergegeven.
Begroting 2027
56
Analyse procentuele verschillen per deelnemer Als gevolg van de actualisatie van budgetten en productiecijfers ontstaan per deelnemer verschillende effecten. Vijf deelnemers gaan per saldo een hogere bijdrage betalen, ondanks dat de totale deelnemersbijdrage licht daalt. Voor acht deelnemers resulteert dit juist in een lagere bijdrage. Deze verschillen worden verklaard door aangepaste productieraming per deelnemer. De ontwikkeling van de producttarieven zijn beschreven in de desbetreffende programma’s. Met name de stijgingen bij de Gemeenten Dongen valt procentueel op, evenals de dalingen bij de Gemeenten Loon op Zand en Zundert. De nadere toelichting richt zich daarom vooral op deze uitschieters. De onderstaande tabel geeft inzicht in de effecten per gemeente als gevolg van de aangepaste productieraming voor waardebezwaren. Zoals eerder binnen dit programma is toegelicht, is de totale raming voor dit proces naar beneden bijgesteld. De verschillen tussen gemeenten worden verklaard door de gehanteerde verdeelsleutel, die is gebaseerd op de gerealiseerde verdeling in 2025. In de onderstaande tabel is het verschil weergegeven tussen de verwachte productie 2026 en 2027. Gemeenten
Realisatie 2025
Productie 2026
Productie 2027
Verschil
Verschil %
Dongen
500
460
530
70
15%
Loon op Zand
703
980
740
-240
-24%
Zundert
560
1.080
590
-490
-45%
11.368
14.410
12.000
-2.410
-17%
Alle deelnemers
Voor de Gemeenten Dongen is, ondanks de neerwaartse bijstelling van de totale productie, sprake van een stijging. Dit komt doordat het aandeel waardebezwaren voor deze gemeenten in de realisatie van 2025 hoger lag dan het aandeel dat was opgenomen in de productie 2026. Voor de Gemeenten Loon op Zand en Zundert doet zich het tegenovergestelde effect voor. Bij deze deelnemers daalt de productie sterker dan de gemiddelde daling binnen het gehele proces. Ook hier is de verdeling gebaseerd op de realisatie in 2025, waarbij het aandeel waardebezwaren voor deze gemeenten lager lag dan in de productie 2026 was geraamd. Kortom, het proces waardebezwaren wordt als geheel goedkoper en het tarief blijft stabiel. Doordat het productieaandeel per gemeente is gewijzigd ten opzichte van de begroting 2026, verschuift de verdeling van de kosten tussen de vier gemeenten. Afhankelijk van hun aandeel in de verwachte productie werken de kosten voor deze gemeenten in versterkte of juist afgezwakte mate door.
Begroting 2027
57
Meerjarenperspectief deelnemersbijdrage 2027 – 2030 Op basis van de algemene financiële uitgangspunten, zijn de deelnemersbijdragen in beeld gebracht voor de jaren 2027 tot en met 2030. Deze zijn afgezet tegen de meerjarenraming per jaarschijf zoals opgenomen in de begroting 2026. In deze begroting is geen raming opgenomen voor jaarschijf 2030, waardoor deze niet wordt gepresenteerd.
Netto deelnemersbijdrage 2027 – 2030 (× € 1.000) Deelnemer
Begroot 2027
Begroot 2028
Begroot 2029
Begroot 2030
Bergen op Zoom
1.640
1.711
1.790
1.871
Breda
3.925
4.096
4.283
4.478
Dongen
587
613
641
670
Etten-Leur
997
1.040
1.088
1.137
Halderberge
700
730
764
799
Loon op Zand
665
694
726
759
Moerdijk
1.035
1.080
1.129
1.181
Oosterhout
1.373
1.433
1.498
1.566
Roosendaal
1.922
2.006
2.097
2.193
Rucphen
511
533
558
583
Woensdrecht
533
556
582
608
Zundert
582
607
635
664
Brabantse Delta
4.811
5.020
5.249
5.487
Totaal deelnemers
19.281
20.119
21.040
21.996
Begroting 2026
21.693
22.578
23.495
-
Verschil
-2.412
-2.459
-2.455
-
Begroting 2027
58
Door te schuiven BTW De door te schuiven btw wordt niet langer in de begroting opgenomen. Als gevolg hiervan wordt de deelnemersbijdrage netto geraamd. De btw die normaliter wordt doorgeschoven, wordt afzonderlijk en buiten de deelnemersbijdrage om aan alle deelnemers in rekening gebracht. Voor gemeenten geldt dat deze btw kan worden teruggevraagd via het btw-compensatiefonds. Voor het waterschap vormt deze btw een kostenpost. De exacte wijze van verrekening wordt nog nader afgestemd. In het onderstaande overzicht wordt voor de deelnemers inzichtelijk gemaakt welk bedrag naar verwachting via deze separate verrekening in rekening zal worden gebracht. Hierbij is uitgegaan van de realisatie over 2025 ter waarde van € 1.160.000, inclusief verwachte kostenstijgingen.
Bijdrage door te schuiven BTW (× € 1.000) Deelnemer
Netto bijdrage
Aandeel
BTW
Bergen op Zoom
1.640
8,5%
102
Breda
3.925
20,4%
244
Dongen
587
3,0%
37
Etten-Leur
997
5,2%
62
Halderberge
700
3,6%
44
Loon op Zand
665
3,4%
41
Moerdijk
1.035
5,4%
64
Oosterhout
1.373
7,1%
85
Roosendaal
1.922
10,0%
120
Rucphen
511
2,7%
32
Woensdrecht
533
2,8%
33
Zundert
582
3,0%
36
Brabantse Delta
4.811
25,0%
300
Verschil
19.281
100%
1.200
Incidentele baten en lasten Binnen de begroting 2027 zijn er geen incidentele baten en lasten.
Mutaties reserves Er vinden in de begroting 2027 geen mutaties in reserves plaats.
Begroting 2027
59
4. UITEENZETTING FINANCIËLE POSITIE Algemeen In dit hoofdstuk wordt op hoofdlijnen een uiteenzetting gegeven van de financiële positie van de BWB. In de paragraaf financiering is de financieringsfunctie van de BWB beschreven. Daar is met name aandacht besteed aan treasury, renterisico’s en de kasgeldlimiet.
Geprognosticeerde balans In deze geprognosticeerde balans is uitgegaan van bestaand beleid. Er is rekening gehouden met verwachte investeringen en aflossingen.
Balans 01-01-‘26
Balans 01-01-‘27
Balans 01-01-‘28
Balans 01-01-‘29
Balans 01-01-‘30
Balans 01-01-‘31
917
839
622
479
403
327
Uitzettingen korte dan 1 jr.
4.751
8.420
8.487
8.480
8.556
8.632
Liquide middelen
3.741
-
-
-
-
-
Overlopende activa
258
258
258
258
258
258
Totaal activa
9.667
9.517
9.367
9.217
9.217
9.217
Omschrijving (× € 1.000)
Balans 01-01-‘26
Balans 01-01-‘27
Balans 01-01-‘28
Balans 01-01-‘29
Balans 01-01-‘30
Balans 01-01-‘31
Bestemmingsreserves
200
200
200
200
200
200
Voorzieningen
806
806
806
806
806
806
Vaste schulden langer 1 jr.
450
300
150
-
-
-
Schulden korter dan 1 jr.
4.312
4.312
4.312
4.312
4.312
4.312
Overlopende passiva
3.899
3.899
3.899
3.899
3.899
3.899
Totaal passiva
9.667
9.517
9.367
9.217
9.217
9.217
Omschrijving (× € 1.000) ACTIVA Vaste activa Materiele vaste activa Vlottende activa
PASSIVA Vaste passiva
Vlottende passiva
Begroting 2027
60
5. EMU-SALDO In het BBV wordt middels artikel 23, lid d, voorgeschreven dat de ontwikkeling van het EMU-saldo moet worden opgenomen in de begroting en de jaarstukken. Het EMU-saldo is het saldo van inkomsten en uitgaven van de overheid op transactiebasis (moment van levering) in een bepaalde periode. Om de overheidsfinanciën in de Eurozone robuust te houden, zijn in Europees verband afspraken gemaakt over het toegestane maximale tekort van het EMU-saldo op nationaal niveau. Omdat het EMU-saldo van alle decentrale overheden onderdeel uitmaakt van het EMU-saldo op nationaal niveau is het daarmee ook relevant voor de decentrale overheden om het eigen EMU-saldo te volgen. Hieronder is een berekening van het EMU-saldo weergegeven.
Jaartal (× € 1.000) Financiële vaste activa Activa Vlottende activa
T-1
T
T+1
T+2
T+3
2026
2027
2028
2029
2030
Kapitaalverstrekkingen en leningen
-
-
-
-
-
Uitzettingen
-
-
-
-
-
Uitzettingen
3.669
67
-7
76
76
Liquide middelen
-3.741
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-150
-150
-150
-
-
Vlottende schuld
-
-
-
-
-
Overlopende passiva
-
-
-
-
-
-
-
-
143
76
76
Overlopende activa Vaste Passiva Vaste schuld Passiva
Vlottende passiva
Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (i)materiële vaste activa
EMU-SALDO
Begroting 2027
78
61
217
6. OVERZICHT BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Op grond van artikel 7, lid 3 van de BBV-provincies en gemeenten dient in de begroting een overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld te worden opgenomen.
Nr.
Begroting 2027
Naam taakveld (× € 1.000)
Lasten 0.10
Mutaties reserves
-
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
0.4
Overhead
9.442
0.5
Treasury
2
0.64
Belastingen overig
0.8
Overige baten en lasten
10.122 80
Totale lasten
19.646
Baten 0.10
Mutaties reserves
-
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
0.4
Overhead
135
0.5
Treasury
230
0.64
Belastingen overig
0.8
Overige baten en lasten
19.281 -
Totale baten
19.646
Saldo 0.10
Mutaties reserves
-
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
0.4
Overhead
-9.307
0.5
Treasury
228
0.64
Belastingen overig
0.8
Overige baten en lasten
9.159 -80
Totaal saldo
-
Voor de diverse belastingsoorten zijn in de BBV-voorschriften verschillende taakvelden toegekend. Voor de BWB is het in praktische zin niet mogelijk om de baten en lasten over deze diverse taakvelden toe te rekenen. In dat kader is ervoor gekozen om de baten en lasten die direct zijn toe te rekenen aan belastingen integraal te verantwoorden onder het taakveld 0.64 Belastingen Overig.
Begroting 2027
62
BIJLAGEN Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2026 en volgende jaren De risico’s worden steeds opnieuw beoordeeld bij het opstellen van een P&C-product. Ten opzichte van het laatst vastgestelde P&C-product (tweede bestuursrapportage 2025) zijn drie nieuwe risico’s geïdentificeerd, één risico is bijgesteld en één risico is komen te vervallen. Bedragen zijn afgerond op € 5.000.
Actuele risico’s Toelichting
I(ncidenteel) S(tructureel)
In de loop van 2026 wordt de accountantscontrole Europees aanbesteed. In de begroting is rekening gehouden met een correctie voor de indexatie die binnen het huidige contract niet was toegestaan. Het totale financiële effect hiervan is op voorhand niet vast te stellen.
Financiële omvang
Kans
Berekend risico
S
€ 50.000
50%
€ 25.000
Er wordt rekening gehouden met renteopbrengsten. Bij een daling van de Daling renteopbrengsten rente op de kapitaalmarkt dalen deze (aangepast) opbrengsten. Renteverwachtingen schetsen een stabilisatie in 2026 waarmee de kans als laag wordt ingeschat..
S
€ 350.000
10%
€ 35.000
Kosten gegevensuitwisseling waterverbruik (nieuw)
Tot september 2025 werden gegevens omtrent het waterverbruik kosteloos ter beschikking gesteld. Waterleidingmaatschappijen hebben hun standpunt hieromtrent gewijzigd. Vooralsnog worden de kosten hiervan ingeschat op € 50.000 per jaar mogelijk is dit niet toereikend.
S
€ 50.000
25%
€ 15.000
Uitvoeringskosten en proceskostenvergoedingen als gevolg van inspanningen NCNP’s. (nieuw)
Er is een trend waarneembaar dat NCNP-bureaus zich in toenemende mate concentreren op beroepszaken. Dit kan leiden meer proceskostenvergoedingen voor de deelnemers en hogere uitvoeringslasten voor de BWB. Voor de BWB beperkt het risico zich tot hogere uitvoeringslasten.
S
€ 200.000
25%
€ 50.000
De uitvoering van de AVG is voor een Aansprakelijkheid in verdata gestuurde organisatie als de BWB band met de Algemene extra risicogevoelig. Ondanks getroffen Verordening Gegevensmaatregelen blijft het risico van bijvoorbescherming (AVG) beeld een datalek aanwezig.
S
€ 750.000
7,5%
€ 55.000
Risico
Aanbestedingsrisico (nieuw)
Begroting 2027
Schijnzelfstandigheid/ handhaving wet DBA
Een zzp’er kan achteraf door de Belastingdienst worden aangemerkt als werknemer. Handhaving speelt vanaf 2026. Dit kan leiden tot nabetaling van loonheffingen, boetes en rente en arbeidsrechtelijke gevolgen. De BWB werkt in 2025 aan maatregelen om de risico’s zoveel als mogelijk te beheersen. De functie van taxateur vormt hierin een knelpunt (deze zijn nodig voor de uitvoering van primaire processen maar vacatures worden niet geheel ingevuld). In 2025 is de inhuur van ZZP’ers verder afgebouwd. Eind 2025 is de verwachting dat er nog maar beperkt gebruik gemaakt gaat worden van ZZP’ers. Daarnaast worden er nieuwe overeenkomsten gesloten waarbij een duidelijk resultaat wordt afgesproken. Bij nieuwe inhuuropdrachten wordt expliciet gekeken of deze wel of niet kan worden opgesteld voor ZZP’ers.
I
€ 270.000
15%
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
€ 40.000
€ 220.000
Vervallen risico’s Risico
Toelichting
I(ncidenteel) S(tructureel)
Financiële omvang
Kans
Berekend risico
Voorziening voormalig personeel
Voor voormalig personeel is een voorziening getroffen ter hoogte van 100% van de maximale resterende verplichting. Daarmee is het risico dat de voorziening ontoereikend is en moet worden aangevuld afgedekt.
I
€ 545.000
50%
€ 275.000
Totaal vervallen risico’s
Begroting 2027
€ 275.000
Bijlage 2: Richtlijnen deelnemers Door de deelnemers zijn de onderstaande (aanvullende) financiële richtlijnen vastgesteld. Per richtlijn is aangegeven op welke wijze hier bij de uitwerking in de begroting mee is omgegaan. 1. We verwachten van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarin vier jaar vooruit wordt gekeken, aanbiedt aan de deelnemers. De Gemeenschappelijke Regeling vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting voor het komende jaar neemt de Gemeenschappelijke Regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. Uitwerking Een structureel sluitende meerjarenbegroting is het uitgangspunt uit de kadernota en verwerkt in de begroting 2027 zie hiervoor onder andere hoofdstuk 2 het Overzicht meerjarenperspectief baten en lasten 2027 – 2030 , een meerjarenperspectief van deelnemersbijdrage is opgenomen in de Specificatie van de deelnemersbijdrage op pagina 53. 2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten.
Uitwerking De begroting komt tot stand tot stand op basis van de ramingen zoals deze zijn opgenomen in de laatst vastgestelde meerjarenbegroting (2026-2029) waarop een nacalculatie wordt uitgevoerd. Tot bestaand beleid behoort de uitvoering van het takenpakket zoals opgenomen in de beleidsbegroting hierin zijn geen wijzigingen doorgevoerd. Wel heeft het AB via de Kadernota 2027 besloten de BTW op een andere wijze te verwerken zie hiervoor onder andere de toelichting op overhead in hoofdstuk 2. 3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de Gemeenschappelijke Regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de Gemeenschappelijke Regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. Uitwerking Zie opmerking onder richtlijn 4.
Begroting 2027
4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende Cao-indexering, overige Cao-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de Gemeenschappelijke Regeling de dan meest recente circulaire voor zowel de loon- als de prijsindex. Hiervoor gebruiken we de meest recente ramingen zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Plan Bureau. Voor de loonontwikkeling wordt hierbij ‘de index van de loonvoet sector overheid’ gevolgd en voor de prijsontwikkeling ‘de index van de netto materiele consumptie’. De verbonden partij geeft bij de kaderbrief en de begroting een specificatie weer van de verhouding lonen/prijzen in haar exploitatiebegroting. Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke Cao-indexering, overige Cao-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen.
Uitwerking Voor loonontwikkeling is uitgegaan van de loonvoetsector overheid (+5,1% in 2027, +4.2% 2028, +4,5% 2029 en +4,5% 2030). Voor prijzen is gerekend met de index “prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)” overheid (+2,2% in 2027, +2,2% 2028, +2,3% 2029 en +2,3% 2030). Bij de jaarrekening 2023 is een reserve gevormd van € 200.000 ten behoeve van het opvangen van verschillen in de geraamde en werkelijke loon- en prijsontwikkeling. Voorgesteld wordt deze in stand te houden. Bij het opstellen van de begroting is rekening gehouden met de meest recente productieontwikkeling. 5. Een besluit van het Algemeen Bestuur van een verbonden partij tot instelling van een algemene reserve is goed gemotiveerd, onderbouwd en voorzien van bijbehorende spelregels. Op dit besluit van het Algemeen Bestuur wordt een zienswijzemogelijkheid geboden aan de deelnemende gemeenten bij de conceptbegroting(swijziging). De algemene reserve wordt aangevuld tot de maximale hoogte zoals vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Voor het bepalen van de omvang van de (beperkte) algemene reserve kan het Algemeen Bestuur een advies vragen aan de accountant, maar de algemene reserve bedraagt niet meer dan 8% van de totale lasten in de begroting (uitgangspunt is en blijft dat de weerstandscapaciteit bij de deelnemers wordt aangehouden).
Uitwerking Dit maakt onderdeel uit van de besluitvorming bij de jaarrekening 2025. Een reserve is gevormd van € 200.000 ten behoeve van het opvangen van verschillen in de geraamde en werkelijke loonen prijsontwikkeling. Voorgesteld wordt deze in stand te houden.
Begroting 2027
6. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De Gemeenschappelijke Regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur, welke daar ook een besluit over neemt. Uitwerking Dit is het uitgangspunt, het AB ontvangt bij de jaarrekening een voorstel tot resultaatbestemming. 7. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de Gemeenschappelijke Regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de Gemeenschappelijke Regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit. Uitwerking Zie de uitwerking in de verplichte paragrafen, paragraaf 1: Weerstandsvermogen & risicobeheersing. Aanvullende financiële richtlijnen De gemeenteraden van Breda en Roosendaal hebben een aanvullende richtlijn meegegeven. De gemeenteraad van Breda verzoekt iedere GR om in de kadernota en de begroting 2027 aan te geven wat de beleidsinhoudelijke keuzes zijn en wat de effecten daarvan zijn. Daarbij houdt de GR rekening met een gelijkblijvende bijdrage vanuit de deelnemers, maar ook met een dalende bijdrage van 5%, 10% en 15% ten opzichte van 2026. De gemeenteraad van Roosendaal verzoekt de BWB in navolging van de richtlijnen van vorig jaar welke keuzes gemaakt kunnen worden om besparingen te realiseren.
Gelet op huidige financiële situatie beschrijft de Gemeenschappelijke Regeling in de kadernota en begroting 2027 wederom in hoeverre zij hieraan kan bijdragen, bijvoorbeeld door de bijdrage van de deelnemers voor 2027 te laten dalen of gelijk te houden aan de bijdrage voor 2026 of een stijging te beperken. Uitwerking In de kadernota 2027 is voor 2027 een totale mutatie van € 789.000 opgenomen, gebaseerd op loon-, prijs- en productiecompensatie en de verwachte besparingen uit innovatie en Lean werken (€ 194.000). In de uitwerking van de ontwerpbegroting blijkt een verdere afname van de formatie en aanvullende voordelen in de uitvoering. Waardoor de feitelijke stijging beperkt blijft tot € 194.000. Daarmee wordt, boven op de reeds ingeboekte besparing van € 204.000, een extra voordeel gerealiseerd van € 595.000.
Begroting 2027
Bijlage 3: Besluitvorming algemene reserve Besluitvorming algemene reserve Type
Algemene reserve
Doel
Bufferfunctie: om afwijkingen tussen de geraamde en werkelijke loon- en prijsontwikkeling op te kunnen vangen.
Verloop
Stand per 01-01-2026
Geraamde onttrekking 2026
Geraamde toevoeging 2026
Verwachtte stand 31-12-2026
€ 200.000
Geen
Geen
€ 200.000
Minimale omvang: Er wordt geen minimale omvang vastgesteld. Minimale- en maximale omvang
Maximale omvang: Er wordt geen maximale omvang vastgesteld. De omvang van de reserve wordt afgestemd op het doel. Om de beperkte negatieve afwijkingen van de afgelopen vijf jaar op te kunnen vangen is de hoogte bij de jaarrekening 2023 vastgesteld op € 200.000.
Dotatie
Stortingen in de algemene reserve vinden enkel plaats uit een positief jaarrekeningresultaat op basis van een besluit van het Algemeen Bestuur, indien dit voor géén van de deelnemers leidt tot een verhoging van de deelnemersbijdrage. Het aandeel van de individuele deelnemer in de reserve blijft behouden. Het percentage van de nacalculatorische deelnemersbijdrage vormt de basis voor de dotatie.
Onttrekking
Onttrekkingen aan de reserve vinden plaats op basis van een besluit van het Algemeen Bestuur. Dit zal via een begrotingswijziging plaatsvinden (vastgesteld vóór 31 december van het lopende boekjaar). Het verloop van de algemene reserve en het aandeel van de individuele deelnemer in de reserve blijft behouden.
Looptijd
Begroting 2027
Er is geen looptijd vastgesteld.