Bijlage 8d Begroting BWB 2027.pdf
Tekst van het document
Begroting 2027 Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant
Inhoudsopgave BESTUURLIJKE SAMENVATTING .......................................................................................................... 5 Financiële beschouwingen................................................................................................................... 6 I
BELEIDSBEGROTING 2027 .............................................................................................................. 9 Algemeen ........................................................................................................................................... 10 Programmaplan ................................................................................................................................. 14 Paragrafen ......................................................................................................................................... 31
II
FINANCIËLE BEGROTING 2027 ..................................................................................................... 44 1.
Algemeen .................................................................................................................................... 45
2.
Baten en lasten begroting 2027 – 2030...................................................................................... 46
3.
Toelichting op de baten en lasten 2027...................................................................................... 48
4.
Uiteenzetting financiële positie ................................................................................................... 60
5.
EMU-saldo .................................................................................................................................. 61
6.
Overzicht baten en lasten per taakveld ...................................................................................... 62
Bijlagen
Begroting 2027
2
VOORWOORD Voor u ligt de Begroting 2027 van de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). Deze begroting is opgesteld binnen de kaders zoals vastgesteld in de Kadernota 2027–2030 en vertaalt deze kaders naar concrete financiële en organisatorische keuzes. In de kadernota is uitgegaan van een netto deelnemersbijdrage van € 19.865.000 voor 2027. In de voorliggende begroting bedraagt de netto deelnemersbijdrage € 19.281.000. Daarmee blijft de bijdrage € 584.000 onder de eerder vastgestelde kaders. Ook wanneer het effect van de gewijzigde btw-presentatie buiten beschouwing wordt gelaten, is sprake van een structurele daling van € 196.000 ten opzichte van 2026. Deze daling is geen gevolg van taakreductie of kwaliteitsverlaging, maar het resultaat van gerichte sturing op doelmatigheid en efficiency. In de afgelopen jaren is structureel geïnvesteerd in Lean-werken, digitalisering, robotisering en datagedreven sturing. Deze investeringen vertalen zich in 2027 concreet in een lagere formatie, een verdere daling van externe inhuur en een scherpere inrichting van processen. De organisatie slaagt erin de autonome loon- en prijsontwikkelingen en de trendmatige volumegroei grotendeels op te vangen binnen de bestaande middelen. Daarmee wordt niet alleen invulling gegeven aan de regionale financiële richtlijnen, maar wordt tevens aantoonbaar efficiencywinst gerealiseerd.
De verlaging van de formatie vindt plaats zonder gedwongen ontslagen en zonder concessies te doen aan de kwaliteit van waarderen, heffen en invorderen. De begroting 2027 is structureel en reëel in evenwicht. Tegelijkertijd blijft ruimte bestaan om te investeren in innovatie, informatiebeveiliging (BIO2/NIS2) en verdere professionalisering van de organisatie. Juist deze investeringen maken het mogelijk om ook op langere termijn de dienstverlening op hoog niveau te houden en de financiële positie van de deelnemers te ontzien. Met deze begroting laat de BWB zien dat kostenbeheersing, kwaliteit en toekomstbestendigheid hand in hand kunnen gaan. Marco van Leeuwen, Plaatsvervangend directeur
Begroting 2027
3
Leeswijzer De programmabegroting begint met de bestuurlijke samenvatting. In de bestuurlijke samenvatting wordt op hoofdlijnen een algemene en financiële beschouwing gegeven van de begroting 2027. Onderdeel 1 van de begroting, de beleidsbegroting, bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel is het Programmaplan. In dit plan zijn per programma de voorgenomen beleidsvoornemens toegelicht en de daarbij noodzakelijke kosten geraamd. In het tweede deel zijn de wettelijk verplichte paragrafen opgenomen en toegelicht. Er heeft een uitbreiding plaatsgevonden. In het programmaplan zijn per programma de bijbehorende producten opgenomen, inclusief de geraamde productieomvang. Hierdoor kunnen ontwikkelingen die van invloed zijn op de producttarieven beter worden gevolgd. Deze systematiek wordt tevens gehanteerd in de bestuursrapportage en de jaarrekening. Onderdeel 2 van de begroting omvat de financiële begroting. Hierin is een totaaloverzicht van de baten en lasten voor 2027 en het meerjarenperspectief 2028-2030 gegeven. De belangrijkste verschillen tussen de begrotingscijfers 2026 en 2027 zijn daarin afzonderlijk toegelicht. Tevens bevat dit hoofdstuk een uiteenzetting van de financiële positie van de BWB. In dit document worden de cijfers met betrekking tot de realisatie 2025 en de begroting 2026 gepresenteerd inclusief de compensabele btw, tenzij anders vermeld.
Voor de begroting 2027 wordt deze component niet langer meegenomen. Indien deze gewijzigde presentatie tot een vertekend beeld leidt, wordt dit in de toelichting expliciet benoemd.
Begroting 2027
4
BESTUURLIJKE SAMENVATTING
Begroting 2027
5
FINANCIËLE BESCHOUWINGEN De begroting 2027 is opgesteld op basis van reële en actuele uitgangspunten en is structureel in evenwicht. Op basis van de actuele inzichten laat de begroting een gunstiger beeld zien dan in de kadernota werd voorzien. Ten opzichte van de vastgestelde kaders uit de kadernota is de deelnemersbijdrage voor 2027 verder verlaagd. Daarmee wordt een concreet financieel voordeel voor de deelnemers gerealiseerd, terwijl tegelijkertijd ruimte blijft bestaan om te investeren in verdere verbetering van de efficiency en in het opvangen van toekomstige ontwikkelingen, zoals de vergrijzing van de beroepsbevolking. In de kadernota werd uitgegaan van een netto deelnemersbijdrage van € 19.865.000, terwijl in de ontwerpbegroting voor 2027 een bijdrage van € 19.281.000 is geraamd. Dit betekent een daling van € 584.000 ten opzichte van de kadernota. Ook ten opzichte van de meerjarenraming uit de primaire begroting 2026 (jaarschijf 2027) laat de begroting een gunstiger beeld zien. In de begroting 2026 werd voor 2027 uitgegaan van een bruto deelnemersbijdrage van € 21.693.000, terwijl in de voorliggende begroting een bijdrage van € 20.531.000 is geraamd. Dit betekent een verlaging van € 1.162.000. Deze positieve ontwikkeling is het resultaat van gerichte sturing op kostenbeheersing, een scherpere raming van budgetten en een efficiëntere inzet van personeel.
Door procesverbeteringen, digitalisering en innovatie kan de organisatie haar werkzaamheden uitvoeren met minder formatie, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de dienstverlening. De resultaten van het ingezette beleid worden hiermee steeds beter zichtbaar. Ook is beoordeeld welke risico’s de BWB loopt, deze zijn opgenomen in de risico-paragraaf. Het vermogen om deze risico’s op te vangen is beperkt, deze wordt gevormd door de post onvoorzien (€ 80.000) en de algemene reserve (€ 200.000).
Begroting 2027
6
Kadernota 2027
Omschrijving (× € 1.000) Deelnemersbijdrage primaire begroting 2026
Begroot 2027
Verschil
20.727
20.727
-
-524
-684
160
Correctie prijscompensatie 2026
13
199
-186
Correctie overige baten 2026
110
95
15
20.326
20.337
-11
789
164
625
-
30
-30
Bruto deelnemersbijdrage 2027
21.115
20.531
584
Compensabele BTW
-1.250
-1.250
-
Netto deelnemersbijdrage 2027
19.865
19.281
584
Correctie looncompensatie 2025 & 2026
Deelnemersbijdrage 2026 o.b.v. geactualiseerde kaders* Loon-, prijs- en productiecompensatie 2027** Overige baten 2027
*Zal naar verwachting de basis vormen voor de bestuursrapportage 2026. **Dit is inclusief het effect van Lean en innovatie van € 204.000.
De daling overtreft de kaders zoals vastgesteld in de kadernota. Op welke wijze verder invulling is gegeven aan de (financiële) richtlijnen van de deelnemers is opgenomen in bijlage 2.
Begroting 2027
7
Begrotingsresultaat 2027 De ontwikkeling van de deelnemersbijdrage ten opzichte van de begroting 2026 is als volgt te specificeren: Omschrijving (× € 1.000)
Resultaat
Personele kosten
374 V
Inhuurkosten
80 V
Overige personele kosten
25 N
Materiele kosten
108 N
BTW-compensatie
1.250 V
Onvoorzien
-
Overige bijdrage
125 N
Totaal deelnemersbijdrage
1.446 V
Vanaf begrotingsjaar 2027 wordt de compensabele btw niet langer als kostenpost in de begroting opgenomen. De btw wordt afzonderlijk gefactureerd aan de deelnemers. Dit leidt administratief tot lagere lasten en daarmee tot een lagere deelnemersbijdrage in de begroting. Deze wijziging heeft geen financieel effect voor de deelnemers. Het betreft uitsluitend een presentatieaanpassing, die de transparantie vergroot en de vergelijkbaarheid met andere samenwerkingsverbanden verbetert. Indien het effect van de btw buiten beschouwing wordt gelaten, bedraagt de structurele daling van de deelnemersbijdrage € 196.000 ten opzichte van 2026. Voor een uitgebreidere analyse en toelichting van deze verschillen wordt verwezen naar de financiële begroting van dit boekwerk.
Begroting 2027
8
I
Begroting 2027
BELEIDSBEGROTING 2027
9
ALGEMEEN Deelnemers De Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) is een Gemeenschappelijke Regeling op vrijwillige basis. De BWB voert de belastingtaken uit voor het Waterschap Brabantse Delta en twaalf deelnemende gemeenten, te weten Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Etten-Leur, Halderberge, Loon op Zand, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Woensdrecht en Zundert. Onderstaande afbeelding geeft een beeld van het huidige werkgebied van de BWB:
Begroting 2027
10
Afbakening huidige taken BWB De BWB is belast met de heffing en inning van lokale heffingen en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet WOZ. Daarnaast voert de BWB een aantal specifieke taken uit voor enkele deelnemers, zoals onder meer de uitvoering van de BAG. Hieronder zijn de taken zoals vastgesteld voor 2026 (peildatum 31 december 2025) opgenomen per deelnemer.
Bergen op Zoom
Dongen
Etten-Leur
Halderberge
Loon op Zand
Moerdijk
Oosterhout
Roosendaal
Rucphen
Woensdrecht
Zundert
√
Breda
Onroerende zaakbel. Rioolheffing Afvalstoffenheffing Reinigingsrecht Hondenbelasting Toeristenbelasting Watertoeristenbelasting Forensenbelasting Precariobelasting Reclamebelasting BIZ-heffing Leges Retributies Marktgelden Lijkbezorgingsrechten Havengelden Parkeerbelasting Rioolaansluitrecht Verontreinigingsheffing Zuiveringsheffing Watersysteemheffing
Brabantse Delta
Belastingsoort
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√ √ √
√
√
√ √
√
√ √
√
√
√
√
√
√ √
√
√
√ √
√ √
√ √
√
√ √ √
√
√
√
√ √ √
Belastingsoort uitgevoerd door de BWB Belastingsoort die is vastgesteld in de verordening Deelnemer voert de heffing niet uit
Begroting 2027
√
11
√
√
Geprognosticeerde belastingopbrengsten Voor 2027 wordt € 594.458.000 aan belastingopbrengsten verwacht. Bij de berekening van de belastingopbrengsten is uitgegaan van de volgende basisuitgangspunten:
Het gerealiseerde bedrag (excl. prognoses) in boekjaar 2025 (zie jaarrekening 2025);
Een jaarlijkse gemiddelde tariefstijging van 2,3% voor 2026 en 2,2% voor 2027.
De doelstelling van het onderstaande overzicht is om een indicatie te geven van wat de BWB verwacht te gaan heffen voor de deelnemers in het begrotingsjaar 2027. De werkelijkheid kan hier uiteindelijk van afwijken, als individuele per deelnemer afwijkende tarieven worden vastgesteld, taken wegvallen of taken worden toegevoegd.
Prognose belastingopbrengsten biljetbedrag (× € 1.000)
Realisatie 2025
Begroting 2027
93.254
97.498
BIZ (Bedrijven Investering Zone)
845
883
Forensenbelasting
88
92
Hondenbelasting
623
651
2.868
2.999
Lijkbezorgingsrechten
290
303
Marktgelden
115
120
175.359
183.339
Precariobelasting
1.717
1.795
Reclamebelasting
1.350
1.412
Reinigingsrecht
121
127
Rioolheffing
84.049
87.874
(Water)toeristenbelasting
9.533
9.967
Zuiveringsheffing
98.968
103.472
688
719
Watersysteemheffing
98.715
103.207
Totaal belastingopbrengsten biljetbedrag
568.583
594.458
Afvalstoffenheffing
Leges
Onroerendezaakbelastingen
Verontreinigingsheffing oppervlaktewater
Begroting 2027
12
Voor 2027 wordt € 2.962.000 aan overige opbrengsten verwacht. Daarnaast is door het Bestuur besloten om per 2026 de proceskostenvergoeding voor zowel Waarderen als Heffen via de belastingadministratie te laten lopen. Deze post vormt dan geen onderdeel meer van de bedrijfsvoering en wordt opgenomen in de belastingverantwoording. Deze wijziging treedt pas in werking per 2026, waardoor er nog geen realisatiecijfers zijn opgenomen. Om deze reden is de onderstaande post toegevoegd als PM-post.
Prognose overige opbrengsten en kosten (× € 1.000)
Realisatie 2025
Begroting 2027
Vervolgingskosten
2.583
2.701
Invorderingsrente
250
261
-
PM
2.833
2.962
Proceskostenvergoeding Totaal overige opbrengsten
Begroting 2027
13
PROGRAMMAPLAN Programma 1 – Waarderen 1.
Inhoud programma
De BWB voert voor haar deelnemers onder meer de Wet Waardering Onroerende Zaken (de WOZ) uit. Binnen het programma Waarderen vindt de permanente marktanalyse plaats en worden objecten gewaardeerd. Daarnaast omvat dit programma alle activiteiten met betrekking tot het tijdig (juridisch) behandelen en afdoen van waarde gerelateerde bezwaar- en beroepsschriften. In incidentele gevallen wordt in overleg met de deelnemer hoger beroep of beroep in cassatie aangetekend tegen uitspraken van de rechtbank of het gerechtshof. De uitvoering van de activiteiten moet voldoen aan het toetsingskader en de richtlijnen van de Waarderingskamer, de landelijke toezichthouder op de uitvoering van de Wet WOZ. Het programma omvat de volgende producten: WOZ-administratie, taxeren & herwaarderen en waardebezwaren. Beleidskaders/richtlijnen Omschrijving
Datum
Wet Waardering Onroerende Zaken
01-1995
Uitvoeringsbesluit Wet Waardering Onroerende Zaken
07-2007
Besluit onderbouwing en uitvoering waardebepaling Wet WOZ
01-2010
Vraagbaak Waardebepaling Wet WOZ
10-2023
Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM
01-2024
2.
Wat willen we bereiken?
De BWB wil in 2027 tenminste de waardering “goed” (5 sterren in de beoordelingssystematiek van de Waarderingskamer) behouden. Deze kwalificatie betekent immers dat de wettelijk toezichthouder op basis van diverse audits constateert dat de processen en werkwijzen binnen de BWB kwalitatief meerjarig op orde zijn. Kritische prestatie indicatoren (KPI's) Voor het programma waarderen zijn de volgende KPI’s relevant.
Omschrijving
Doelstelling
Oordeel waarderingskamer
Algemeen oordeel GOED van Waarderingskamer.
Tijdige waardebepaling woningen en niet woningen ten behoeve van jaarlijkse herwaardering conform norm WAKA
WOZ-waardebepaling per 1 december 90% gereed uiterlijk 1 februari 98% gecontroleerd en gereed
Begroting 2027
14
Omschrijving
Doelstelling 1. Het aantal WOZ-objecten waarbij de waarde met >10% wordt aangepast t.o.v. de initiële vastgestelde WOZ-waarde. Wordt door Waka als fout aangemerkt. Woningen >10%
Niet woningen >10%
2. De mate waarin (bedrag) de WOZ-waarde wordt aangepast t.o.v. de initiële vastgestelde WOZ-waarde.
Juiste WOZ-waardebepaling
Woningen ≥ 4%
Niet woningen ≥ 4%
3. Het aantal WOZ-objecten waarbij de waarde wordt verlaagd t.o.v. het totale aantal WOZ objecten. Woningen 1%
Niet woningen 2%
Op 1 december van ieder jaar is 95% van de waarde bezwaren afgehandeld, voor zover deze bezwaren betrekking hebben op dat jaar en in dat jaar zijn ingediend.
Afhandeling WOZ bezwaren
In 2026 wordt een evaluatie uitgevoerd van de vastgestelde KPI’s. Indien daartoe aanleiding bestaat, wordt een voorstel tot wijziging ter besluitvorming aan het bestuur voorgelegd.
3.
Wat gaan we daarvoor doen in 2027?
WOZ-administratie Binnen het programma Waarderen worden drie hoofdprocessen uitgevoerd, waaronder de uitvoering van de WOZ-administratie voor elf gemeentelijke deelnemers (met uitzondering van de Gemeente Breda). Het aantal verwachte objecten, de verdeelsleutel ten aanzien van dit proces, neemt licht toe. Deze raming is gebaseerd op het gerealiseerde aantal objecten in 2025, vermeerderd met een verwachte jaarlijkse woninggroei van 0,75% per jaar.
239.100
€ 1.946.300
€ 8,14
WOZ-objecten
WOZ-administratie
Tarief WOZ-administratie
Prim. begroting 2026
237.100
Prim. begroting 2026
€ 1.973.800
Prim. begroting 2026
€ 8,33
Realisatie 2025
235.699
Realisatie 2025
€ 2.125.300
Realisatie 2025
€ 9,02
Ondanks deze productietoename laten de totale kosten en het bijbehorende tarief een daling zien. Dit wordt veroorzaakt door de verwerking van de wijziging in de compensabele btw. Indien deze wijziging buiten beschouwing wordt gelaten, zouden zowel de kosten als het tarief met circa 3% zijn gestegen, conform de reguliere indexatie. Taxeren en herwaarderen Daarnaast worden binnen dit programma werkzaamheden uitgevoerd op het gebied van taxeren en herwaarderen voor alle twaalf gemeentelijke deelnemers. Het aantal verwachte objecten, de verdeelsleutel ten aanzien van dit proces, neemt ook hier licht toe. Deze aangepaste raming is gebaseerd op het gerealiseerde aantal objecten in 2025, vermeerderd met de verwachte woninggroei.
Begroting 2027
15
346.100
€ 4.806.700
WOZ-objecten
€ 13,89
Tax- en herwaarderen
Tarief tax- en herwaarderen
Prim. begroting 2026
342.800
Prim. begroting 2026
€ 4.903.500
Prim. begroting 2026
€ 14,30
Realisatie 2025
341.141
Realisatie 2025
€ 4.964.000
Realisatie 2025
€ 14,55
Ondanks deze productietoename laten de totale kosten en het bijbehorende tarief een daling zien. Ook dit is het gevolg van de verwerking van de wijziging in de compensabele btw. Indien deze wijziging buiten beschouwing wordt gelaten, zouden zowel de kosten als het tarief met circa 3% zijn gestegen, conform de reguliere indexatie. Waardebezwaren Tot slot worden voor alle twaalf gemeenten werkzaamheden uitgevoerd op het gebied van bezwaar- en beroepsafhandeling naar aanleiding van de waardering. Het verwachte aantal bezwaren, dat tevens als verdeelsleutel voor dit proces dient, is naar beneden bijgesteld. Dit vormt een afwijking ten opzichte van het uitgangspunt in de kadernota. Op basis van een hernieuwde analyse van de trends in de afgelopen jaren is geconcludeerd dat, met uitzondering van één uitzonderlijk jaar, een raming van circa 15.000 waardebezwaren niet realistisch is. Tegelijkertijd blijft de inschatting van deze productie onzeker, aangezien de aantallen afhankelijk zijn van meerdere, moeilijk voorspelbare factoren.
12.000
€ 2.788.800
€ 232,40
Waardebezwaren
Waardebezwaren
Tarief waardebezwaar
Prim. begroting 2026
14.410
Prim. begroting 2026
€ 3.407.900
Prim. begroting 2026
€ 236,49
Realisatie 2025
11.368
Realisatie 2025
€ 2.874.300
Realisatie 2025
€ 252,85
De kosten van het proces en het bijbehorende tarief bewegen mee met de aangepaste productieraming. Daarnaast zijn in de afgelopen jaren binnen dit proces diverse efficiëntieverbeteringen doorgevoerd, waardoor minder personele inzet noodzakelijk is. Indien het effect van de compensabele btw buiten beschouwing wordt gelaten, zouden de kosten en het tarief zijn gestegen met circa 5%, overeenkomstig de reguliere indexatie.
Begroting 2027
16
4.
Wat mag het kosten? Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
4.540
4.682
4.469
4.703
4.960
5.227
603
565
575
588
602
616
5.143
5.247
5.044
5.291
5.562
5.843
Directe opbrengsten derden
-
-
-
-
-
-
Totale baten
-
-
-
-
-
-
5.143
5.247
5.044
5.291
5.562
5.843
-
-
-
-
-
-
5.143
5.247
5.044
5.291
5.562
5.843
Totale baten en lasten (× € 1.000) Personele lasten Directe materiele lasten Totaal lasten
Saldo voor bestemming Mutaties reserves Saldo na bestemming
De binnen het programma opgenomen lasten betreffen de direct binnen het programma begrote kosten. De totale kosten per product betreffen de integrale kostprijs. Deze bestaat naast de directe kosten uit een opslag voor kosten die niet direct binnen het programma kunnen worden begroot en uit overhead. Een en ander conform de vastgestelde kostenverdeelsystematiek. Voor een toelichting op de verschillen tussen de ramingen over 2026 en 2027 wordt kortheidshalve verwezen naar de financiële begroting (onderdeel toelichting op baten en lasten), op pagina 48 van dit document.
Begroting 2027
17
Programma 2 – Heffen 1. Inhoud programma Algemeen Binnen het programma Heffen vindt voornamelijk dataverzameling, databewerking en dataverwerking plaats. Er wordt een zo optimaal mogelijke geautomatiseerde koppeling onderhouden met alle verplichte basisregistraties (onder andere BRP / Kamer van Koophandel (Nederlands Handelsregister) / Kadaster) en andere gegevensbronnen van deelnemende gemeenten, waterschap en niet-deelnemende gemeenten binnen het waterschapsgebied. De gegevens vormen de grondslag voor de verschillende belastingsoorten, zoals reclamebelasting, zuiveringsheffing bedrijven, enzovoort. Door het adequaat eenmalig registreren van deze gegevens wordt vervolgens een efficiënte en effectieve aanslagoplegging voor onze deelnemers bereikt. De BWB voert ook de Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) uit. Dit omvat het beheer van gegevens van gebouwen, verblijfsobjecten, openbare ruimten en woonplaatsen. Deze gegevens worden via de Landelijke Voorziening BAG aan externe afnemers geleverd. Daarnaast omvat dit programma alle activiteiten met betrekking tot het tijdig (juridisch) behandelen en afdoen van plicht gerelateerde bezwaar- en beroepsschriften. In incidentele gevallen wordt in overleg met de deelnemer hoger beroep of beroep in cassatie aangetekend tegen uitspraken van de rechtbank of het gerechtshof.
Het programma omvat de volgende producten: Gegevensbeheerder basis, opleggen aanslagen, heffingsbezwaren en diverse exoten. Beleidskaders/richtlijnen Omschrijving
Datum
Verordeningen deelnemende gemeenten
Jaarlijks
Verordeningen waterschap
Jaarlijks
Wet BAG
01-2008
Besluit BAG
03-2009
Regeling BAG
06-2009
Wijzigingswet BAG (BAG 2.0)
02-2017
Beleidsregels BWB
Diversen
Besluit aanwijzing heffingsambtenaar BWB 2023
02-12-2022
Mandaatbesluit heffingsambtenaar BWB 2023
02-12-2022
2.
Wat willen we bereiken?
De BWB beschikt over juiste, actuele en volledige gegevens en voert haar werkzaamheden rondom het opleggen van de diverse aanslagen conform de vastgestelde jaarplanning uit. Voor zover de BWB de bronhouder is voor de BAG is tevens de doelstelling om een goede kwaliteit van de BAG te realiseren en te behouden.
Begroting 2027
18
Kritische prestatie indicatoren (KPI's) Voor het programma heffen zijn de volgende KPI’s relevant. Omschrijving
Doelstelling
Tijdige aanslagoplegging
95% van de aanslagen (inclusief waardebeschikking) is uiterlijk in februari door middel van een gecombineerde aanslag, opgelegd voor het huidige belastingjaar. 97% van de opgelegde aanslagen is binnen 12 maanden na datum aanslag afgehandeld. Afgehandeld = saldo € 0,00.
Tijdige afhandeling
(Opgelegd -/- Betaald -/- Verminderd -/- Vernietigd -/Kwijtschelding -/- Oninbaar) % tijdige afhandeling bezwaren. 1. 95% bezwaren ingediend in belastingjaar voor half november zijn afgewerkt op 31 december. 2. 75% bezwaren ingediend in de periode 15 november – 31 december zijn binnen 6 weken afgewerkt.
Afhandeling heffingsbezwaren
In 2026 wordt een evaluatie uitgevoerd van de vastgestelde KPI’s. Ten aanzien van bovenstaande indicatoren is sprake van beperkte beschikbaarheid van volledige stuurinformatie per jaareinde. Indien daartoe aanleiding bestaat, wordt een voorstel tot wijziging ter besluitvorming aan het bestuur voorgelegd.
3.
Wat gaan we daarvoor doen in 2027?
Gegevensbeheer basis Binnen het programma Heffen worden drie hoofdprocessen uitgevoerd, waaronder het proces gegevensbeheer basis voor alle deelnemers. Het aantal verwachte aanslagregels, dat als verdeelsleutel voor dit proces dient, neemt toe. Deze raming is gebaseerd op het verwachte aantal aanslagen en het gemiddeld aantal aanslagregels per aanslag.
2.607.000
€ 2.453.800
Aanslagregels
€ 0,94
Gegevensbeheer basis
Tarief gegevensbeh. basis
Prim. begroting 2026
2.551.500
Prim. begroting 2026
€ 2.498.600
Prim. begroting 2026
€ 0,98
Realisatie 2025
2.567.879
Realisatie 2025
€ 2.368.600
Realisatie 2025
€ 0,92
Ondanks deze productietoename laten de totale kosten en het bijbehorende tarief een daling zien. Ook binnen het programma Heffen wordt dit veroorzaakt door de verwerking van de wijziging in de compensabele btw. Indien deze wijziging buiten beschouwing wordt gelaten, zouden zowel de kosten als het tarief met circa 2% zijn gestegen, conform de reguliere indexatie. Opleggen aanslagen Daarnaast houdt de afdeling zich bezig met het opleggen van aanslagen voor alle deelnemers. Het aantal verwachte aanslagen, dat als verdeelsleutel voor dit proces dient, is gecorrigeerd. Deze aangepaste raming is gebaseerd op het gerealiseerde aantal aanslagen in 2025, vermeerderd met de verwachte objectengroei van 0,75% per jaar. Het aantal aanslagen in 2026 is te hoog geraamd en geeft daarmee een vertekend beeld.
Begroting 2027
19
815.200
€ 728.700
Aanslagen
€ 0,89
Opleggen aanslagen
Tarief opleggen aanslag
Prim. begroting 2026
821.800
Prim. begroting 2026
€ 762.700
Prim. begroting 2026
€ 0,93
Realisatie 2025
803.024
Realisatie 2025
€ 682.400
Realisatie 2025
€ 0,85
De totale kosten en het bijbehorende tarief voor het opleggen van aanslagen laten een daling zien. Ook hier is dit het gevolg van de verwerking van de wijziging in de compensabele btw. Indien deze wijziging buiten beschouwing wordt gelaten, zouden zowel de kosten als het tarief met circa 3% zijn gestegen, conform de reguliere indexatie. Heffingsbezwaren Tot slot, als laatste hoofdproces binnen dit programma, worden voor alle dertien deelnemers werkzaamheden uitgevoerd op het gebied van bezwaar- en beroepsafhandeling naar aanleiding van de heffing. Het verwachte aantal bezwaren, dat tevens als verdeelsleutel voor dit proces dient, is naar beneden bijgesteld. Deze bijstelling sluit aan bij de gerealiseerde productie in de afgelopen jaren.
7.000
€ 879.900
€ 125,72
Heffingsbezwaren
Heffingsbezwaren
Tarief heffingsbezwaar
Prim. begroting 2026
7.500
Prim. begroting 2026
Realisatie 2025
7.016
Realisatie 2025
€ 1.071.500 € 887.500
Prim. begroting 2026
€ 142,86
Realisatie 2025
€ 126,49
De kosten van het proces en het bijbehorende tarief sluiten aan bij deze aangepaste productieraming. Ook wanneer het effect van de compensabele btw buiten beschouwing wordt gelaten, laten de kosten en het tarief een daling zien van circa 6%. Deze ontwikkeling is het resultaat van een efficiëntere inzet van capaciteit, waarbij de geraamde personele inzet is afgestemd op de realisatie in 2025. Exoten Binnen het proces Heffen worden, naast de drie hoofdprocessen, ook zeven zogenoemde exoten onderscheiden. Gezien de beperkte financiële omvang van deze processen wordt hieronder tekstueel ingaan op twee relevante afwijkingen.
Reclamebelasting Het tarief laat een sterke daling zien (-45% ten opzichte van 2026). Deze ontwikkeling is het directe gevolg van de inzet van een andere externe controleur en een efficiëntere inzet van het eigen personeel, waardoor de benodigde interne personele inzet aanzienlijk is verminderd.
Precariobelasting Het tarief daalt met circa 23% ten opzichte van 2026. Deze ontwikkeling is, net als bij de reclamebelasting, het gevolg van de overstap naar een andere externe controleur en een efficiëntere inzet van het eigen personeel, waardoor de benodigde interne inzet aanzienlijk is verminderd.
Begroting 2027
20
4.
Wat mag het kosten? Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
2.290
2.576
2.479
2.628
2.791
2.961
271
193
243
248
254
260
2.561
2.769
2.722
2.876
3.045
3.221
Directe opbrengsten derden
-
-
-
-
-
-
Totale baten
-
-
-
-
-
-
2.561
2.769
2.722
2.876
3.045
3.221
-
-
-
-
-
-
2.561
2.769
2.722
2.876
3.045
3.221
Totale baten en lasten (× € 1.000) Personele lasten Directe materiele lasten Totaal lasten
Saldo voor bestemming Mutaties reserves Saldo na bestemming
De binnen het programma opgenomen lasten betreffen de direct binnen het programma begrote kosten. De totale kosten per product betreffen de integrale kostprijs. Deze bestaat naast de directe kosten uit een opslag voor kosten die niet direct binnen het programma kunnen worden begroot en uit overhead. Een en ander conform de vastgestelde kostenverdeelsystematiek. Voor een toelichting op de verschillen tussen de ramingen over 2026 en 2027 wordt kortheidshalve verwezen naar de financiële begroting (onderdeel toelichting op baten en lasten), op pagina 48 van dit document.
Begroting 2027
21
Programma 3 – Invordering 1.
Inhoud programma
Algemeen Het invorderingsproces wordt uitgevoerd conform de geldende wet- en regelgeving, met als prioriteit het tijdig verwerken van betalingen en automatische incasso’s. We continueren de werkwijze van subjectgericht invorderen, waarbij één medewerker de regie voert over het totale dossier van een belastingschuldige. Wanneer betalingsregelingen worden overeengekomen, wordt actief toezicht gehouden op de naleving. Ook de afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken en ingediende beroepen met betrekking tot kwijtschelding gebeurt binnen de wettelijke termijnen. Om de administratieve last voor burgers en de organisatie te minimaliseren, worden kwijtscheldingsverzoeken in eerste instantie digitaal getoetst bij Stichting Inlichtingenbureau (ILB) en wordt robotisering (RPA) ingezet voor de verwerking. Voor aanslagen die niet binnen de gestelde betaaltermijnen zijn voldaan, start het invorderingstraject. De dwanginvordering is informatiegestuurd en richt zich op proportionaliteit. Op basis van beschikbare gegevens uit interne en externe bronnen wordt bepaald welke vervolgstappen effectief zijn. Bij de inzet van dwangmiddelen wordt een volgorde gehanteerd, waarbij lichtere middelen (zoals loonvordering) voorrang krijgen op zwaardere middelen (zoals beslag op roerende of onroerende zaken) Gedurende het gehele invorderingsproces blijft de focus liggen op sociaal incasseren.
We maken onderscheid tussen inwoners die niet kunnen betalen en zij die niet willen. De voorkeur ligt bij vroegtijdig contact, telefonisch of digitaal, om inzicht te krijgen in de omstandigheden en eventuele knelpunten. Dit helpt om vroeg in het proces oplossingsrichtingen te verkennen, zoals betalingsregelingen of verwijzing naar schuldhulpverlening. Ter ondersteuning van de dienstverlening worden hulpmiddelen zoals de ‘Kwijtscheldingscheck’ en een chatbot ingezet om vragen van inwoners laagdrempelig en snel te beantwoorden. Het programma omvat de volgende producten: Financiële invordering en dwanginvordering. Beleidskaders/richtlijnen Omschrijving
Datum
Leidraad invordering BWB (2025)
16-04-2025
Incassoreglement BWB (2025)
01-01-2025
Besluit aanwijzing invorderingsambtenaar
01-01-2026
Mandaatbesluit invorderingsambtenaar 2023
01-01-2023
Verordeningen deelnemende gemeenten en waterschap
Begroting 2027
22
Jaarlijks
2.
Wat willen we bereiken?
Het primaire doel is het realiseren van een efficiënt en maatschappelijk verantwoord invorderingsproces. We streven naar een optimaal financieel resultaat, waarbij de menselijke maat centraal staat. Door de inzet van informatiegestuurd werken en data-analyse zijn we in staat om effectief onderscheid te maken tussen inwoners die niet kunnen betalen en zij die niet willen. Dit stelt ons in staat om per situatie de meest passende en effectieve benadering te kiezen. Om dit te bereiken zetten we in op continue optimalisatie van onze processen. We benutten de mogelijkheden van digitalisering en innovatie, zoals de inzet van AI en robotisering (RPA), om de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen en de administratieve werkdruk te beheersen. Daarnaast borgen we een wendbare organisatie die flexibel inspeelt op veranderende wet- en regelgeving. We anticiperen tijdig op toekomstige ontwikkelingen, zoals de modernisering van de rechtsbescherming bij invordering, zodat onze werkwijze juridisch robuust en toekomstbestendig blijft. Kritische prestatie indicatoren (KPI's) Voor het programma innen zijn de volgende KPI’s relevant. Omschrijving
Doelstelling
Oninbaar
5 jaar na datum aanslag bedraagt het % oninbaar, t.o.v. het bedrag aan opgelegde aanslagen, maximaal 0,8% % openstaand 2 jaar na datum aanslag ≤ 0,5%
Tijdige betaling aanslag
Berekening % = openstaand bedrag x-jaar t.o.v. bruto opgelegd x-jaar (o.b.v. datum aanslag). 80% van de kwijtscheldingsverzoeken is < 16 weken afgehandeld.
Afhandeling kwijtscheldingsverzoeken
In 2026 wordt een evaluatie uitgevoerd van de vastgestelde KPI’s. Indien daartoe aanleiding bestaat, wordt een voorstel tot wijziging ter besluitvorming aan het bestuur voorgelegd.
3.
Wat gaan we daarvoor doen in 2027?
Financiële invordering Binnen het programma Invordering worden twee hoofdprocessen uitgevoerd, waaronder de financiële invordering voor alle dertien deelnemers. Het aantal verwachte aanslagen, dat als verdeelsleutel voor dit proces dient, neemt af. Deze aangepaste raming is gebaseerd op het gerealiseerde aantal aanslagen in 2025, vermeerderd met de verwachte objectengroei van 0,75% per jaar.
815.200
€ 1.820.500
Aanslagen
€ 2,23
Financiële invordering
Tarief fin. invordering
Prim. begroting 2026
821.800
Prim. begroting 2026
€ 2.250.900
Prim. begroting 2026
€ 2,74
Realisatie 2025
803.024
Realisatie 2025
€ 1.789.000
Realisatie 2025
€ 2,23
Begroting 2027
23
De totale kosten en het bijbehorende tarief laten een daling zien. Deze ontwikkeling wordt mede verklaard door de verwerking van de wijziging in de compensabele btw. Wanneer dit effect buiten beschouwing wordt gelaten, zouden zowel de kosten als het tarief met circa 13% zijn gedaald. Deze daling hangt samen met een afname van de personele inzet, waarbij capaciteit is verschoven naar een ander dwanginvordering. Dwanginvordering Ook dwanginvordering maakt onderdeel uit van het programma. Het aantal verwachte dwangbevelen, dat als verdeelsleutel voor dit proces dient, blijft ongewijzigd. Deze raming is gebaseerd op het gerealiseerde aantal dwangbevelen in 2025.
18.000
€ 2.512.200
€ 139,57
Dwangbevelen
Dwanginvordering
Tarief dwanginvordering
Prim. begroting 2026
18.000
Prim. begroting 2026
€ 2.342.700
Prim. begroting 2026
€ 130,16
Realisatie 2025
17.885
Realisatie 2025
€ 2.715.700
Realisatie 2025
€ 151,85
Het tarief en de totale kosten van dit proces laten echter een stijging zien. Dit effect wordt versterkt wanneer de wijziging in de compensabele btw buiten beschouwing wordt gelaten; in dat geval zou het tarief met circa 14% zijn gestegen. Deze ontwikkeling sluit aan bij de eerder beschreven daling binnen het proces financiële invordering, aangezien de geraamde personele inzet binnen dwanginvordering is verhoogd. Toekomstbestendige en mensgerichte invordering In 2027 zetten we in op het verder borgen van een toekomstbestendig invorderingsproces waarin de balans tussen financieel rendement en maatschappelijke verantwoordelijkheid centraal staat. De uitvoering van onze taken vindt plaats binnen de kaders van de wet, maar de wijze waarop we dit doen verschuift steeds meer naar een data gedreven en mensgerichte aanpak. Inzet van data, technologie en AI Een belangrijk speerpunt is de verdere integratie van technologische innovatie en Artificial Intelligence (AI) in onze bedrijfsvoering. We benutten deze technieken om administratieve processen te stroomlijnen en repeterende taken, zoals de verwerking van betalingen en eenvoudige klantvragen, verregaand te automatiseren. Dit verhoogt niet alleen de efficiëntie, maar creëert ook de noodzakelijke ruimte voor onze medewerkers om zich te richten op complexe dossiers die om maatwerk en persoonlijk inzicht vragen.
Sociaal incasseren en vroegsignalering Onze strategie van sociaal incasseren wordt ondersteund door slimme data-analyse. Door informatiegestuurd te werken, kunnen we in een vroeg stadium het onderscheid maken tussen betalingsonmacht en betalingsonwil. Dit stelt ons in staat om preventief te handelen en passende oplossingen aan te bieden, zoals betalingsregelingen of een warme doorverwijzing naar kwijtschelding of schuldhulpverlening, voordat schulden onnodig oplopen.
Begroting 2027
24
Proportionele inzet van dwangmiddelen Bij de inzet van dwangmiddelen blijven we kritisch sturen op proportionaliteit. We wegen zorgvuldig af of de inzet van zware middelen in verhouding staat tot het openstaande bedrag en de situatie van de inwoner. Om onnodige kostenstapeling te voorkomen, zijn processen ingericht waarbij we terughoudend zijn met kostbare vervolgstappen bij geringe vorderingen. Hiermee realiseren we een invorderingsproces dat niet alleen doelmatig is, maar ook rechtvaardig en begrijpelijk voor de inwoner.
Verbeterde rechtsbescherming Per 1 januari 2027 worden beslissingen van de ontvanger van de Belastingdienst over uitstel van betaling en kwijtschelding van rijksbelastingschulden genomen bij voor bezwaar vatbare beschikking; daarmee ontstaat een formele bezwaar- en beroepsmogelijkheid bij de fiscale rechter in plaats van de huidige administratieve beroepsprocedure. Deze verbeterde rechtsbescherming geldt in eerste instantie alleen voor de rijksbelastingen; voor de lokale heffingen is voorzien dat een vergelijkbare aanpassing later en gefaseerd zal worden ingevoerd, maar het exacte tijdstip en de precieze uitwerking voor decentrale overheden zijn op dit moment nog niet vastgesteld. Deze wijziging introduceert een nieuwe formele bezwaar- en beroepsmogelijkheid, wat een toename van bezwaren kan betekenen en daardoor mogelijk extra kosten met zich meebrengt voor de uitvoering. Mogelijke wijziging dwangbevelkosten De Belastingdienst voert een lopende herijking van haar invorderingsstrategie uit, gericht op onder meer het voorkomen van probleemschulden en proportionele invorderingskosten. Hieruit volgt een idee om de dwangbevelkosten aan te passen (huidige Kostenwet-staffel). De ministeries van BZK, Financiën en I&W bereiden een artikel 2-onderzoek (WOR) en UDO voor, met toetsing op kostendekkendheid.
Mocht de wijze van berekening formeel wijzigen, bijvoorbeeld naar een percentage van de hoofdsom, dan zal dit de opbrengsten uit vervolgingskosten voor deelnemers beïnvloeden. Ontwikkelingen worden gemonitord en zodra meer bekend is, gecommuniceerd.
Begroting 2027
25
4.
Wat mag het kosten? Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
2.121
2.215
2.150
2.285
2.433
2.587
195
210
206
211
216
221
2.316
2.425
2.356
2.496
2.649
2.808
Directe opbrengsten derden
-
-
-
-
-
-
Totale baten
-
-
-
-
-
-
2.316
2.425
2.356
2.496
2.649
2.808
-
-
-
-
-
-
2.316
2.425
2.356
2.496
2.649
2.808
Totale baten en lasten (× € 1.000) Personele lasten Directe materiele lasten Totaal lasten
Saldo voor bestemming Mutaties reserves Saldo na bestemming
De binnen het programma opgenomen lasten betreffen de direct binnen het programma begrote kosten. De totale kosten per product betreffen de integrale kostprijs. Deze bestaat naast de directe kosten uit een opslag voor kosten die niet direct binnen het programma kunnen worden begroot en uit overhead. Een en ander conform de vastgestelde kostenverdeelsystematiek. Voor een toelichting op de verschillen tussen de ramingen over 2026 en 2027 wordt kortheidshalve verwezen naar de financiële begroting (onderdeel toelichting op baten en lasten), op pagina 48 van dit document.
Begroting 2027
26
Overhead – Directie en bedrijfsvoering 1.
Inhoud programma
Algemeen De directie, de staffuncties en alle overige ondersteunende activiteiten ten behoeve van het primaire proces zijn binnen dit onderdeel ondergebracht. Hieronder vallen de taken met betrekking tot ICT, facilitair, interne controle, beleid, inkoop, financiën, communicatie en de HRM werkzaamheden. De werkzaamheden, met uitzondering van de HRM-werkzaamheden en de controller die direct onder de directie vallen, worden uitgevoerd binnen team Ondersteuning. Binnen directie en ondersteuning zijn tevens de baten en lasten van de interne financiering en de algemene dekkingsmiddelen (bijdrage deelnemers) verantwoord. Beleidskaders/richtlijnen Omschrijving
Datum
Gemeenschappelijke regeling BWB
23-04-2024
Mandaat en volmacht-regeling BWB 2025
24-10-2025
Besluit Begroting en Verantwoording
01-02-2003
Treasurystatuut GR Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB)
05-07-2024
Nota reserves en voorzieningen 2024
26-01-2024
Inkoop en aanbestedingsbeleid BWB
24-03-2023
Financiële Verordening Belastingsamenwerking West-Brabant 2024
01-11-2024
Controleverordening Belastingsamenwerking West-Brabant 2023
27-10-2023
Verordening 2021 onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid Belastingsamenwerking West-Brabant
22-01-2021
Nota waarderen en afschrijving activa 2021
21-10-2022
Regeling budgethouders Belastingsamenwerking West-Brabant 2024
18-10-2024
Archiefverordening
23-07-2017
Informatiebeveiligingsbeleid
02-12-2022
2.
Wat willen we bereiken?
De betrokken medewerkers en organisatieonderdelen die onder team Ondersteuning vallen, staan ten dienste van de teams die de primaire processen uitvoeren. Zij ondersteunen de organisatie, faciliteren deze en helpen mee verbeteringen aan te brengen waar nodig.
3.
Wat gaan we daarvoor doen in 2027?
Administratieve organisatie/Interne controle (AO/IB) Jaarlijks wordt een controleplan vastgesteld waarin twee doelstellingen centraal staan: het afleggen van een rechtmatigheidsverantwoording door het Dagelijks Bestuur over het gevoerde beleid en daarnaast het versterken van de administratieve organisatie en interne beheersing over alle processen van de BWB. In 2027 wordt uitvoering gegeven aan het (nog vast te stellen) Controleplan 2027. De insteek is dat jaarlijks een verbeteringsslag plaatsvindt.
Begroting 2027
27
Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) Om te voldoen aan de BIO1 heeft de BWB de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt op de implementatie van de uitgangspunten: In 2022 en 2023 is het beleidsmatige kader geactualiseerd, in 2023 en 2024 zijn daarnaast op basis van het informatie-beveiligingsplan de gap’s opgelost. In 2025 en 2026 heeft een doorontwikkeling plaatsgevonden naar BIO2. Het verschil tussen BIO1 en BIO2 is dat BIO2 een vertaling is van Europese richtlijn NIS2 en inhoudelijk is er meer sprake van bundeling van meerdere uitgangspunten, waar in totaliteit aan moet worden voldaan. Zie tevens de paragraaf bedrijfsvoering onderdeel Informatiebeveiliging.
4.
Wat mag het kosten? Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Personele lasten
3.780
4.902
4.838
5.041
5.268
5.505
Organisatiekosten
6.456
5.791
4.604
4.705
4.813
4.924
Totale lasten
10.236
10.693
9.442
9.746
10.081
10.429
Vergoeding loonkosten
205
95
100
104
109
114
Opbrengsten derden
38
45
35
36
37
38
Totaal baten
243
140
135
140
146
152
9.993
10.553
9.307
9.606
9.935
10.277
Totale lasten
-
-
-
-
-
-
Totale baten
-
-
-
-
-
-
Saldo VPB
-
-
-
-
-
-
9.993
10.553
9.307
9.606
9.935
10.277
-
-
-
-
-
-
9.993
10.553
9.307
9.606
9.935
10.277
Totale baten en lasten (× € 1.000) Overhead
Saldo Overhead Vennootschapsbelasting
Saldo voor bestemming Mutaties reserves Saldo na bestemming
Voor een toelichting op de verschillen tussen de ramingen over 2026 en 2027 wordt kortheidshalve verwezen naar de financiële begroting (onderdeel toelichting op baten en lasten), op pagina 48 van dit document.
Begroting 2027
28
5.
Beleidsindicatoren Indicator
Realisatie 2025
Eenheid
Begroting 2026
Begroting 2027
Formatie*
Fte
142,1 fte
139,4 fte
136,3 fte
Bezetting*
Fte**
131,5 fte
**134,2 fte
**129,1 fte
Apparaatskosten*
Totale lasten (× € 1.000)
20.261
21.217
19.646
Externe inhuur
Lasten als % van totale loonsom + externe inhuur***
9,4%
4,5%
4,1%
Overhead
% van totale lasten****
50,5%
50,4%
48,1%
*
De beleidsindicatoren formatie, bezetting en apparaatskosten zijn niet aangegeven per 1.000 inwoners, zoals voorgeschreven door de BBV. Een berekening per 1.000 inwoners zou betekenen dat dit aantal nog gedeeld zou moeten worden door de inwoners van alle deelnemende gemeenten, dit zou een vertekend beeld geven. In plaats daarvan zijn deze indicatoren daarom in absolute waarden (fte/kosten) weergegeven.
**
Conform BBV is de beleidsindicator bezetting voor het begrotingsjaar aangeduid als de werkelijke bezetting op 1 januari van het vorig jaar.
***
Het gepresenteerde percentage houd alleen rekening met inhuur op basis van het centrale inhuurbudget binnen overhead. Er wordt geen rekening gehouden met inhuur op basis van de beschikbare personele ruimte.
****
Het gepresenteerde percentage valt relatief hoog uit. Dit komt doordat kosten die niet rechtstreeks aan één specifiek programma kunnen worden toegerekend, als overhead worden aangemerkt. Daardoor worden bijvoorbeeld kosten voor de belastingapplicatie onder overhead verantwoord.
Begroting 2027
29
Dekkingsmiddelen – Directie en bedrijfsvoering 1. Inhoud programma De dekkingsmiddelen vormen de basis om de uitgaven in het kader van de verschillende programmaonderdelen te dekken. In voorgaande paragrafen is per programma toegelicht, wat we in 2025 hebben bereikt. De dekkingsmiddelen bestaan uit de volgende onderdelen: bijdrage deelnemers, treasury en onvoorzien. De bijdrage van de deelnemers wordt met een vastgestelde berekeningswijze aan de deelnemers toegerekend.
2. Wat mag het kosten? Totale baten en lasten (× € 1.000)
Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
5
3
2
2
2
2
Treasury Totale lasten Totale baten
277
350
230
235
240
246
Saldo Treasury
-272
-347
-228
-233
-238
-244
Totale lasten
-
80
80
83
87
91
Totale baten
-
-
-
-
-
-
Saldo onvoorzien
-
80
80
83
87
91
Bijdrage deelnemers
20.354
20.727
19.281
20.119
21.040
21.996
Saldo bijdrage deelnemers
-20.354
-20.727
-19.281
-20.119
-21.040
-21.996
Saldo voor bestemming
-20.626
-20.994
-19.429
-20.269
-21.191
-22.149
Onvoorzien
Bijdrage deelnemers
Mutaties reserves Saldo na bestemming
-
-
-
-
-
-
-20.626
-20.994
-19.429
-20.269
-21.191
-22.149
Voor een toelichting op de verschillen tussen de ramingen over 2026 en 2027 wordt kortheidshalve verwezen naar de financiële begroting (onderdeel toelichting op baten en lasten), op pagina 48 van dit document.
Begroting 2027
30
PARAGRAFEN Paragraaf 1: Weerstandsvermogen & risicobeheersing Algemeen In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt inzicht gegeven in de weerstandscapaciteit van de BWB. De weerstandscapaciteit is de mate waarin onvoorziene, financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen zonder dat verandering van beleid noodzakelijk is. Om dit te kunnen beoordelen, dient er inzicht te zijn in de omvang en achtergronden van de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s die voor de BWB aanwezig zijn.
Inventarisatie weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit wordt verstaan de middelen en mogelijkheden die de organisatie heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Voorbeelden van deze middelen zijn het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve en de post onvoorzien die in de begroting is opgenomen. Het weerstandsvermogen bestaat – bij het opstellen van deze begroting – uit de post onvoorzien, welke in de begroting 2026 is gehandhaafd op € 80.000 en de algemene reserve van € 200.000.
Verloop reserve Bij de jaarrekening 2023 is een reserve gevormd van € 200.000 ten behoeve van het opvangen van verschillen in de geraamde en werkelijke loon- en prijsontwikkeling. Er zijn geen toevoegingen of onttrekkingen in de begroting opgenomen. De besluitvorming van het AB ten aanzien van deze reserve is opgenomen in bijlage 3 van deze begroting.
Risicobeheersing Om een juist beeld van de financiële positie van de BWB te krijgen, is het noodzakelijk dat helder is met welke risico’s de samenwerking kan worden geconfronteerd. Onder risico wordt in dit verband verstaan ‘een niet door de BWB te beïnvloeden gebeurtenis, onvoorspelbaar en onafwendbaar als deze zich voordoet, met veelal financiële of materiële gevolgen die niet specifiek af te dekken zijn’. De BWB streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te ondervangen door zorgvuldigheid in de uitvoering van procedures, het treffen van beheersmaatregelen en de benodigde verzekeringen af te sluiten. Op grond van artikel 31, lid 4 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BWB te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al haar verplichtingen naar derden te kunnen voldoen. Concreet betekent dit dat de risico’s voor rekening van de deelnemers komen.
Begroting 2027
31
Risicoanalyse Het is van belang periodiek een analyse van de risico’s te maken die de financiële zelfstandigheid en het functioneren van de samenwerking in gevaar kunnen brengen, dan wel bij manifestatie gevolgen hebben voor de deelnemers. De risico’s zoals bekend bij het opstellen van de begroting 2026 zijn toegelicht in bijlage 1. Bepalen risicoprofiel Het totale financiële risico afgezet tegen de kans dat een dergelijk risico zich voordoet, geeft een beeld over het risicoprofiel van de BWB (Risico = Kans x Gevolg). In bijlage 1 zijn de risico’s financieel vertaald. Concreet levert dit een risicoprofiel op van € 220.000. Genoemd risicoprofiel kan/dient normaliter te worden afgedekt door de aanwezige weerstandscapaciteit van de organisatie. De weerstandscapaciteit waarover de BWB beschikt, is de in de begroting opgenomen post onvoorzien en de algemene reserve van € 200.000. Indien zich in de praktijk een risico aandient wat het weerstandsvermogen te boven gaat zal dit door de deelnemers zelf moeten worden afgedekt. In dat kader is het belangrijk dat het bestuur zich bewust is van de mogelijke risico’s die horen bij de uitvoering van het beheer en het beleid van de BWB.
Financiële kengetallen Op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dienen de op de BWB van toepassing zijnde genoemde financiële kengetallen in deze paragraaf te worden opgenomen. Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Netto schuldquote
-3,4%
2,7%
-19,9%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-3,4%
2,7%
-19,9%
Solvabiliteitsratio
12,4%
1,9%
3,5%
Structurele exploitatieruimte
5,5%
0,0%
0,0%
Kengetallen
Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de BWB ten opzichte van de eigen middelen en geeft daarmee een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossing op de exploitatie. Een percentage onder 90% wordt gezien als minst risicovol. De BWB zit hier ruim onder.
Begroting 2027
32
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de BWB in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het eigen vermogen wordt hierbij afgezet tegen het vreemd vermogen. Doordat de BWB bij het opstellen van deze begroting een beperkte reserve van € 200.000 aanwezig is, is dit kengetal op begrotingsbasis 3,4%. Een solvabiliteitspercentage van 3,4% is laag afgezet tegen het gemiddelde voor Gemeenschappelijke Regelingen (20%-30%). Dit vormt geen risico gezien de afspraken in de Gemeenschappelijke Regeling (art. 31 lid 4). De deelnemers dragen er zorg voor dat de BWB te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte de BWB heeft om de eigen lasten te kunnen dragen. Hiervoor worden de structurele baten en lasten afgezet tegen het totale saldo van de baten. Doordat de structurele lasten en baten voor het begrotingsjaar aan elkaar gelijk zijn, is dit kengetal 0%. De kanttekening wordt gemaakt dat de kengetallen geen of nauwelijks strategische dan wel beleidsmatige informatiewaarde voor de BWB geven.
Begroting 2027
33
Paragraaf 2: Financiering Algemeen Op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening verplicht. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is vastgelegd dat de paragraaf financiering in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille bevat. Daarnaast dient de paragraaf inzicht te geven in de rentelast, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.
Treasurybeheer en -beleid De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn: -
Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
-
Het tegengaan van ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s en valutarisico’s;
-
Het minimaliseren van externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
-
Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.
Het treasurybeleid is erop gericht binnen de financiële mogelijkheden van de BWB een zo optimaal mogelijk rendement te verkrijgen dan wel de lasten zo veel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico’s zo goed mogelijk worden beheerst.
Renterisico De financieringsfunctie van de BWB is alleen gericht op ondersteuning van haar publieke taak. Het beheer heeft uitsluitend een voorzichtig, risicomijdend karakter. Gezien de aard en activiteiten van de BWB is het risicoprofiel beperkt. Kredietrisico (oninbaarheid van geldleningen verstrekt aan derden), koersrisico en valutarisico zijn niet aan de orde. Het risico van oninbaarheid van debiteuren (met betrekking tot de bedrijfsvoering) is slechts beperkt aanwezig. Het liquiditeitsrisico is zeer beperkt: de huidige en toekomstige geldstromen van de BWB zijn inzichtelijk. Dagelijks wordt het banksaldo vanaf € 0 afgeroomd in het kader van schatkistbankieren. De BWB loopt wel risico als gevolg van een stijging of daling van de rente op de kapitaalmarkt, zie hieronder de uitwerking.
Begroting 2027
34
Omschrijving (× € 1.000)
2027
2028
A Renterisico
2029
2030
-
-
-
-
Renteherziening
-
-
-
-
Aflossing
-
-
-
-
B Rente risiconorm
3.929
4.099
4.285
4.479
Begrotingstotaal
19.646
20.494
21.426
22.394
20%
20%
20%
20%
3.929
4.099
4.285
4.479
Percentage voor berekening norm C Ruimte onder risiconorm
De wettelijk vastgestelde renterisiconorm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Uit de hiervoor opgestelde berekening blijkt dat de BWB de komende jaren geen renterisico zal lopen.
Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,2% te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de BWB bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van deze limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. Op de volgende pagina is deze staat volgens de laatst bekende gegevens ingevuld.
Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (× € 1.000)
Vlottende schuld
Vlottende middelen
Netto vlottende schuld of overschot
A. Gemiddeld vlottend overschot
-
2.872
2.872
Ultimo kwartaal 1
-
2.872
2.872
Ultimo kwartaal 2
-
2.872
2.872
Ultimo kwartaal 3
-
2.872
2.872
Ultimo kwartaal 4
-
2.872
2.872
B. Berekening kasgeldlimiet
1.611
Begrotingstotaal
19.646
Percentage regeling
8,2%
C. Ruimte onder kasgeldlimiet
4.483
Gemiddeld vlottend overschot (A)
2.872
Kasgeldlimiet (B)
1.611
Voor de BWB bedraagt de kasgeldlimiet over het jaar 2026 € 1.611.000. Gelet op het verwachtte netto vlottende tekort aan financieringsmiddelen resteert voor het begrotingsjaar een financiële ruimte onder de kasgeldlimiet € 4.483.000.
Begroting 2027
35
Renteresultaat Treasury In deze paragraaf wordt ook inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen. Ter verkrijging van dit inzicht is onderstaand overzicht opgesteld.
Omschrijving (× € 1.000)
2027
A Externe rentelasten over korte en lange financiering
-2
B Externe rentebaten
230
Saldo externe rentebaten
228
C Interne eigen rente
-
D Toerekening rente via renteomslag
-
Renteresultaat op taakveld treasury
228
Begroting 2027
36
Paragraaf 3: Bedrijfsvoering Ontwikkeling productie De BWB heeft de ontwikkeling van de productiekwantiteiten tot en met 2027 in kaart gebracht. De regio West-Brabant kent een trendmatige groei van het aantal huishoudens, woningen en bedrijven van 0,7% à 0,8% per jaar. Er wordt in de begroting dan ook rekening gehouden met de trendmatige groei in het aantal huishoudens van 0,75% per jaar.
Personeel Strategische Personeelsplanning In 2027 blijft strategische personeelsplanning (SPP) een essentieel instrument om tijdig in te spelen op ontwikkelingen binnen de organisatie en op de arbeidsmarkt. De focus verschuift daarbij nadrukkelijker van uitsluitend kwantitatieve bezetting naar kwalitatieve en toekomstbestendige inzetbaarheid. Naast verwachte uitstroom door mobiliteit en pensionering wordt structureel gekeken naar de competenties die nodig zijn in een verder digitaliserende en datagedreven organisatie. De uitstroom van medewerkers die de komende jaren de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken, is meerjarig in beeld gebracht. In 2027 en de daaropvolgende jaren wordt deze uitstroom tijdig en kritisch beoordeeld. Per functie en per proces wordt afgewogen of vervanging noodzakelijk is, dan wel of werkzaamheden anders kunnen worden ingericht. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de mogelijkheden van digitalisering, AI-toepassingen, procesoptimalisatie en taakherverdeling. Hiermee wordt voorkomen dat functies automatisch één-op-één worden ingevuld en wordt gestuurd op een doelmatige, wendbare en toekomstgerichte personeelsinzet. Kritische functies en sleutelposities blijven daarbij expliciet in beeld.
Waar continuïteit, kwaliteit van dienstverlening of specialistische kennis in het geding is, worden gerichte maatregelen getroffen om kennis te borgen, onder meer via overdrachtstrajecten, functieroulatie en mentoring. Indien interne invulling niet mogelijk blijkt, wordt externe inhuur zorgvuldig en beheerst ingezet, met aandacht voor kennisoverdracht en risicobeheersing. De krapte op de arbeidsmarkt houdt ook in 2027 aan. De ingezette arbeidsmarktcommunicatiestrategie wordt verder doorontwikkeld. Duurzame Inzetbaarheid Duurzame inzetbaarheid blijft een speerpunt binnen de bedrijfsvoering. De combinatie van een vergrijzend personeelsbestand, aanhoudende werkdruk en toenemende complexiteit van het werk vraagt om blijvende aandacht voor vitaliteit, gezondheid en een goede balans tussen werk en privé. In 2027 ligt de nadruk op preventie, het versterken van de eigen regie van medewerkers en maatwerk in verschillende levensfasen.
Begroting 2027
37
In 2026 wordt een organisatiebreed medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) uitgevoerd. Ook in 2027 worden de uitkomsten van dit onderzoek actief benut om gericht vervolg te geven aan de gesignaleerde aandachtspunten en ontwikkelkansen. Samen met leidinggevenden, medewerkers en de ondernemingsraad worden de resultaten vertaald naar concrete verbeteracties op organisatie-, team- en individueel niveau. Daarmee wordt het MTO niet alleen ingezet als meetinstrument, maar ook als structureel hulpmiddel voor continue verbetering en versterking van goed werkgeverschap. De afspraken uit de cao, de uitkomsten van het MTO, de risico-inventarisatie & evaluatie (RI&E) en signalen uit werkgesprekken vormen gezamenlijk de basis voor het beleid. Werkgesprekken blijven een belangrijk instrument om tijdig knelpunten te signaleren en passende afspraken te maken over ontwikkeling, belastbaarheid en inzet. Het Arbobeleid blijft nauw verbonden met duurzame inzetbaarheid. In 2027 wordt verder ingezet op het terugdringen van fysieke en mentale belasting, onder andere door aandacht voor ergonomie, werkdrukmonitoring en het bespreekbaar maken van mentale gezondheid. Hiermee wordt beoogd verzuim te beperken en medewerkers langdurig gezond en gemotiveerd inzetbaar te houden. In 2027 wordt daarom verder geïnvesteerd in digitale vaardigheden, datageletterdheid en het verandervermogen van medewerkers.
Daarnaast wordt gewerkt aan het versterken van een innovatiecultuur, waarin experimenteren, leren en verbeteren worden gestimuleerd en medewerkers actief betrokken zijn bij de doorontwikkeling van processen en dienstverlening. Digitalisering van personeelsprocessen Na de ingebruikname van het personeels- en salarissysteem Youforce per 1 januari 2026 ligt in 2027 de focus op optimalisatie en doorontwikkeling. Processen worden verder gestroomlijnd en het gebruik van selfservice door medewerkers en leidinggevenden wordt vergroot. Dit draagt bij aan vermindering van administratieve lasten, meer transparantie en betere managementinformatie. Daarnaast wordt onderzocht hoe personeelsdata beter benut kunnen worden voor sturing, strategische personeelsplanning en duurzame inzetbaarheid, met inachtneming van privacywetgeving en informatiebeveiliging. Huisvesting en thuiswerkfaciliteiten Hybride werken is structureel onderdeel van de bedrijfsvoering. In 2027 wordt voortgebouwd op de aanpassingen aan het bedrijfspand en de uitkomsten van de RI&E. De huisvesting blijft gericht op flexibiliteit, ontmoeting en samenwerking, passend bij een hybride werkomgeving.