Bijlage 8c GR Belastingsamenwerking West-Brabant jaarstukken 2025.pdf
Tekst van het document
39
De BWB heeft afwijkingen gemeld in de tweede bestuursrapportage. Inkoop/aanbesteding (incl. inhuur) Om tot een oordeel te komen over de rechtmatigheid van de aanbestedingen is een volledige spendanalyse uitgevoerd over de inkoop 2022-2025. Alle inkoopdossiers boven de Europese aanbestedingsgrens zijn gecontroleerd. Op basis van deze controle zijn geen aanbestedingsfouten geconstateerd. Salarissen en declaraties Voor de controle op de rechtmatigheid van de salarislasten zijn de mutaties in het personeelsbestand gecontroleerd. Hierbij is een steekproef op de in- en uitdiensttreding (incl. doorstroming binnen de organisatie) van personeel gecontroleerd. Op basis van deze controle zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd. Ook in de controle op declaraties (reiskosten, werkplek-vergoeding, studiekosten, etc.) zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd.
Memoriaalboekingen en investeringen Door middel van memoriaalboekingen kunnen beheersmaatregelen worden doorbroken. De memoriaalboekingen zijn steekproefsgewijs gecontroleerd. Hierbij zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd. Investeringen worden geactiveerd op de balans. Ook deze zijn gecontroleerd waarbij eveneens geen rechtmatigheidsfouten zijn geconstateerd. Proceskostenvergoedingen waardebezwaren Voor de controle op de rechtmatigheid proceskostenvergoedingen is een steekproef op uitgekeerde proceskostenvergoedingen gecontroleerd. Op basis van deze controle zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd.
Misbruik en oneigenlijk gebruik Van misbruik en oneigenlijk gebruik kan sprake zijn als mensen of organisaties bewust of onbewust gebruik maken van de voorzieningen van de BWB, terwijl ze er geen recht op hadden of het proces van belastingheffing of -inning beïnvloeden om voordeel te verkrijgen. De BWB heeft een risicoanalyse opgesteld voor de belastingprocessen en ondersteunende processen waarin de frauderisico’s zijn opgenomen. Jaarlijks worden deze geactualiseerd. Voor de BWB zijn de voornaamste risicogebieden (vanuit de optiek van de jaarrekening): inkoop en aanbesteding, betalingen, salarissen en declaraties. Op deze processen heeft de BWB beheersingsmaatregelen getroffen, met name op het gebied van functie-scheiding en het vier-ogenprincipe. Deze beheersingsmaatregelen worden jaarlijks beoordeeld en – indien nodig – aangescherpt.
Jaarstukken 2025
40
Om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen heeft de BWB de volgende preventieve componenten opgenomen in het integriteitsbeleid: -
De gedragscode integriteit Het hoofddoel van deze gedragscode is om medewerkers een richtlijn te bieden bij het hanteren van de normen en waarden van de BWB. De code verduidelijkt welke normen en waarden de BWB belangrijk vindt en wat wel en niet acceptabel is voor medewerkers.
-
Screening Bij de beoordeling van nieuwe medewerkers besteden de leidinggevende en de HR-adviseur standaard aandacht aan integriteit door het verifiëren van het curriculum vitae, referenties, diploma’s en cijferlijsten van de sollicitant. Bij gevoelige functies (gebaseerd op een risicoanalyse van de functie) kan een diepere screening plaatsvinden.
-
Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) Voor alle indiensttredingen is een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) vereist. Ook externe medewerkers en stagiaires zijn verplicht om bij aanvang van hun werkzaamheden een VOG te leveren voordat ze kunnen beginnen. Hierbij wordt de inhoud van de verklaring afgestemd op de functie.
-
Artikel 4 Eed en Belofte Bij aanvang van het dienstverband moet een ambtenaar een eed of belofte afleggen. In deze Eed of Belofte verklaart men ook dat men kennis heeft genomen van de Gedragscode Integriteit. Externe medewerkers en stagiaires zijn verplicht om bij aanvang van hun werkzaamheden de integriteitsen geheimhoudingsverklaring te ondertekenen. Hierin wordt verklaard dat zij zich aan de integriteitsregels zullen houden.
-
Melden van nevenwerkzaamheden Een medewerker is verplicht om alle nevenwerkzaamheden te melden die de belangen van de organisatie kunnen beïnvloeden en die in verband staan met zijn of haar functie.
-
Melding van financiële belangen Medewerkers zijn verplicht om financiële belangen aan te geven. Het betreft financiële belangen die de belangen van de organisatie kunnen beïnvloeden, voor zover deze relevant zijn voor de uitvoering van de functie van de betrokken medewerkers. Het hoofddoel hiervan is om het risico van financiële belangenverstrengeling te minimaliseren.
Naast preventieve elementen in de voorkoming van fraude heeft de BWB repressieve elementen zoals controle achteraf en sanctionering. De BWB heeft de voor fraude risicovolle processen in de verbijzonderde interne controle betrokken. Bij de uitvoering van deze controles zijn geen onregelmatigheden geconstateerd. Fraude Uit de interne beheersing en controles zijn er geen bevindingen ten aanzien van fraude. Voor 2025 heeft het Dagelijks Bestuur geen bevindingen ontvangen die duiden op fraude.
Jaarstukken 2025
41
Paragraaf 4: Openbaarheid De BWB heeft in 2025 vier Woo-verzoeken ontvangen en deze zijn binnen de wettelijke termijnen afgehandeld. De onderwerpen die opgevraagd werden lagen op het gebied van het opvragen van fiscale gegevens, het proces rondom taxaties in het kader van de wet WOZ en de hoorplicht in het bezwarenproces.
Jaarstukken 2025
42
Paragraaf 5: Niet van toepassing zijnde paragrafen Binnen de BWB zijn de onderstaande, in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) vermelde paragrafen, niet van toepassing: -
Paragraaf lokale heffingen
-
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
-
Paragraaf verbonden partijen
-
Paragraaf grondbeleid
De BWB voert belastingtaken uit voor haar deelnemers (waterschap en gemeenten), maar het heffingenbeleid en de lastendruk vallen onder de verantwoordelijkheid van de deelnemers en niet onder deze paragraaf. De BWB heeft zeer beperkt kapitaalgoederen in eigendom. Het kantoorpand wordt gehuurd op basis van een meerjarig contract, zoals toegelicht onder "Niet in de balans opgenomen verplichtingen". Daarnaast heeft de BWB geen verbonden partijen en is grondontwikkeling geen onderdeel van haar taken.
Jaarstukken 2025
43
II JAARREKENING 2025
Jaarstukken 2025
44
1. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Programma (× € 1.000)
Begroting 2025 primair Baten
Lasten
Begroting 2025 na wijziging Saldo
Baten
Lasten
Realisatie 2025
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Waarderen
-
5.412
-5.412
-
5.232
-5.232
-
5.143
-5.143
Heffen
-
2.647
-2.647
-
2.567
-2.567
-
2.561
-2.561
Invordering
-
2.501
-2.501
-
2.369
-2.369
-
2.316
-2.316
Subtotaal programma's
-
10.560
-10.560
-
10.168
-10.168
-
10.020
-10.020
165
10.723
-10.558
165
10.566
-10.401
243
10.236
-9.993
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Subtotaal overhead
165
10.723
-10.558
165
10.566
-10.401
243
10.236
-9.993
Bijdrage deelnemers
20.773
-
20.773
20.354
-
20.354
20.354
-
20.354
430
5
425
300
5
295
277
5
272
-
80
-80
-
80
-80
-
-
-
Subtotaal dekkingsmiddelen
21.203
85
21.118
20.654
85
20.569
20.631
5
20.626
Saldo baten en lasten voor bestemming
21.368
21.368
-
20.819
20.819
-
20.874
20.261
613
-
-
-
-
-
-
-
-
-
21.368
21.368
-
20.819
20.819
-
20.874
20.261
613
-
-
-
-
-
-
1
531
-530
21.368
21.368
-
20.819
20.819
-
20.873
19.730
1.143
Overhead Vennootschapsbelasting
Treasury Post onvoorzien
Mutaties reserves Saldo baten en lasten na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten Structureel jaarrekeningsaldo
45
2. TOELICHTING OVERZICHT BATEN EN LASTEN Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn de baten en lasten die betrekking hebben op begrotingsjaar verdeeld per programma en is er een afzonderlijke post ‘overhead’ inzichtelijk gemaakt. In dit hoofdstuk worden de gepresenteerde baten en lasten per programma en de afzonderlijke post overhead inzichtelijk gemaakt en verder uitgediept. Per programma wordt ingegaan op de afwijkingen ten opzichte van de begroting. Afwijkingen van € 100.000 worden individueel toegelicht. Kleinere wijzigingen worden samengevat onder ‘overige kleine verschillen’.
Programma Waarderen
€ 89.000 V
Het programma Waarderen is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2024
Begroting 2025 primair
Begroting 2025 na wijziging
Jaarrekening 2025
Loonkosten personeel
3.486
4.557
4.357
3.675
682
Inhuur personeel
1.074
-
-
865
-865
Beheer WOZ-administratie
318
340
330
320
10
Taxeren en herwaarderen
187
200
200
187
13
Griffie- en proceskosten Waarderen
682
315
345
96
249
5.747
5.412
5.232
5.143
89
Bijdrage waarderen
-
-
-
-
-
Subtotaal baten
-
-
-
-
-
5.747
5.412
5.232
5.143
89
Omschrijving (× € 1.000)
Subtotaal lasten
Resultaat Waarderen
Verschil
Verschillen (> € 100.000) Het onderdeel loonkosten en inhuur personeel laat binnen het programma Waarderen een nadeel zien van € 183.000. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds worden aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken als totaal toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten. Ten aanzien van proceskosten is er een voordeel zichtbaar van € 249.000. Dit komt onder andere door het vrijvallen van de voorziening ter waarde van € 121.000 zoals beschreven bij de toelichting op de balans. Kortheidshalve wordt er verwezen naar de betreffende toelichting. Overige kleine verschillen (< € 100.000) De overige kleine afwijkingen zijn gezamenlijk € 23.000 voordelig en bevat geen opvallende afwijkingen.
Jaarstukken 2025
46
Programma Heffen
€ 6.000 V
Het programma Heffen is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2024
Begroting 2025 primair
Begroting 2025 na wijziging
Jaarrekening 2025
2.209
2.426
2.276
2.223
53
Inhuur personeel
76
-
-
67
-67
Kosten BAG
41
45
15
11
4
(Controle)kosten gegevensbeheer
158
159
266
246
20
Griffie- en proceskosten Heffen
10
17
10
14
-4
2.494
2.647
2.567
2.561
6
Bijdrage heffen
-
-
-
-
-
Subtotaal baten
-
-
-
-
-
Resultaat Heffen
2.494
2.647
2.567
2.561
6
Omschrijving (× € 1.000) Loonkosten huidig personeel
Subtotaal lasten
Verschil
Verschillen (> € 100.000) Het programma Heffen bevat geen verschillen groter dan € 100.000. Overige kleine verschillen (< € 100.000) De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 6.000 voordelig. Het onderdeel loonkosten en inhuur personeel laat binnen programma Heffen een nadeel zien van € 14.000. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds worden aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken totaal toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten.
Jaarstukken 2025
47
Programma Invordering
€ 53.000 V
Het programma Invordering is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2024
Begroting 2025 primair
Begroting 2025 na wijziging
Jaarrekening 2025
2.080
2.311
2.161
2.121
40
-
-
-
-
-
Financiële invordering
114
131
121
121
-
Dwanginvordering
62
59
87
74
13
Subtotaal lasten
2.256
2.501
2.369
2.316
53
Bijdrage invordering
-
-
-
-
-
Subtotaal baten
-
-
-
-
-
2.256
2.501
2.369
2.316
53
Omschrijving (× € 1.000) Loonkosten huidig personeel Inhuur personeel
Resultaat Invordering
Verschil
Verschillen (> € 100.000) Het programma Invordering bevat geen verschillen groter dan € 100.000. Overige kleine verschillen (< € 100.000) De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 53.000 voordelig. Het onderdeel loonkosten en inhuur personeel laat binnen programma Invordering een voordeel zien van € 40.000. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds worden aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken totaal toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten.
Jaarstukken 2025
48
Overhead
€ 408.000 V
Het programma Overhead is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2024
Begroting 2025 primair
Begroting 2025 na wijziging
Jaarrekening 2025
3.530
4.059
3.734
3.547
187
Inhuur derden
228
710
510
233
277
Overige personele kosten
444
640
1.068
1.402
-334
Bedrijfsvoering
325
387
416
369
47
Kantoorkosten
618
706
668
668
-
1.924
2.053
2.097
2.048
49
797
818
823
809
14
Door te schuiven BTW
1.126
1.350
1.250
1.160
90
Subtotaal lasten
8.992
10.723
10.566
10.236
330
Bijdrage loonkosten
63
-
-
97
97
Bijdrage garantiesalarissen
112
110
110
108
-2
Bijdrage print en portokosten
8
-
-
8
8
Bijdrage overige goederen en diensten
112
55
55
30
-25
Subtotaal baten
295
165
165
243
78
8.697
10.558
10.401
9.993
408
Omschrijving (× € 1.000) Personeel
Informatisering/automatisering Huisvesting
Resultaat Overhead
Verschil
Verschillen (> € 100.000) Het onderdeel loonkosten en inhuur personeel laat binnen het programma Overhead een nadeel zien van € 464.000. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds worden aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken totaal toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten. Overige personele kosten (€ 334.000 N) De overige personeelskosten leveren een nadeel op van € 334.000. Dit nadeel is volledig het gevolg van een overschrijding binnen de uitstroomkosten personeel. Deze hoge kosten houden verband met de vorming van twee voorzieningen, namelijk de voorziening voor de RVU en de voorziening voor voormalig personeel. Hierbij wordt de voorziening ten aanzien van RVU gevormd op basis van bestaand beleid, waarbij aanvragen die tot 31 december 2025 zijn goedgekeurd, worden opgenomen als voorziening. De voorziening voormalig personeel is aangepast op basis van een geactualiseerde onderliggende verplichting. Voor de toelichting wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 6. Toelichting op de balans.
Jaarstukken 2025
49
Overige kleine verschillen (< € 100.000) De overige kleine afwijkingen zijn gezamenlijk € 278.000 voordelig. De grootste afwijkingen ontstaan als gevolg van de door te schuiven btw en bijdrage loonkosten. Beide voordelen worden dan ook nog kort toegelicht. Bijdrage loonkosten (€ 97.000 V) De post bijdrage loonkosten betreft ontvangen vergoedingen van het UWV in verband met onder meer ziektewetuitkeringen, ouderschapsverlof en beëindigingsvergoedingen bij uitdiensttreding wegens arbeidsongeschiktheid. Deze baten worden vooraf niet geraamd, aangezien zij afhankelijk zijn van individuele personele situaties. Indien van toepassing kunnen deze middelen worden ingezet ter (gedeeltelijke) dekking van vervangingskosten. In 2025 zijn meerdere vergoedingen ontvangen. Door te schuiven BTW (€ 90.000 V) De post ‘Door te schuiven btw’ is geraamd op basis van de verwachte inkoop. Doordat de daadwerkelijke inkoop lager is uitgevallen, is ook het daarmee samenhangende bedrag aan btw lager dan vooraf geraamd. Dit resulteert in een voordeel in de jaarrekening van de BWB. Dit leidt echter niet tot een financieel effect voor de gemeentelijke deelnemers, aangezien deze kosten niet voor compensatie via het btw-compensatiefonds (BCF) in aanmerking komen.
Jaarstukken 2025
50
Personeelslasten De salariskosten en de inhuurkosten personeel zijn in de jaarrekening rechtstreeks verantwoord binnen de diverse programma’s waar ze betrekking op hebben. Voor een totaaloverzicht van de gerealiseerde personeelslasten (loonkosten inclusief inhuur) wordt hieronder een totaalbeeld gegeven, waarbij onderscheid is gemaakt tussen personeelslasten binnen de programma’s en als gevolg van overhead. Salariskosten van het personeel en inhuurkosten worden als geheel beoordeeld. In onderstaande tabel en in de toelichting worden ze daarom ook in samenhang gepresenteerd.
Personeelslasten (× € 1.000)
Loonkosten
Woon-werkverkeer
Garantiesalarissen
Gratificaties & uitkeringen
Waarderen
3.675
70
75
24
865
4.709
Heffen
2.223
42
-
23
67
2.355
Invordering
2.121
32
9
7
-
2.169
Overhead
3.170
50
24
21
233
3.498
Totale lasten
11.189
194
108
75
1.165
12.731
Begroot na wijziging 2025
12.153
190
110
75
510
13.038
964
-4
2
-
-655
307
Resultaat personeelslasten
Inhuur
Totaal
In de reguliere exploitatie resteert een voordeel van € 307.000 op de totale personeelslasten. Dit wordt deels veroorzaakt door een overschrijding van € 2.000 op woon-werkverkeer, thuiswerkvergoedingen, garantiesalarissen en gratificaties. Deze onderschrijding ten aanzien van het overige deel van € 309.000 heeft meerdere oorzaken, welke hieronder worden toegelicht. 1. Diverse personele effecten (€ 236.000 V) Er zijn diverse effecten binnen het personele budget die resulteren in een voordeel van € 236.000. Zo zijn sommige medewerkers uitgestroomd, zonder dat hun formatieplekken zijn ingevuld. Dit werk is intern opgevangen door procesverbeteringen het structurele effect hiervan is verwerkt in de formatie voor 2026. Ook valt de daadwerkelijke personeelslast iets lager uit dan de geraamde persoonslast door verschil in treden en niet opgevulde restformatie. 2. Niet benutte inhuurruimte (€ 47.000 V) De kosten voor inhuur van externe expertise zijn lager uitgevallen dan geraamd. Dit hangt samen met een verminderde behoefte aan externe ondersteuning, mede als gevolg van doorgevoerde procesverbeteringen. Daarnaast zijn door ingehuurde krachten minder uren gerealiseerd dan bij aanvang van de opdrachten was voorzien. Per saldo resulteert dit in een voordeel van € 47.000.
Jaarstukken 2025
51
3. Mutaties voorzieningen (€ 26.000 V) Volgens bestaand beleid zijn in 2025 de voorzieningen voor spaar- en bovenwettelijk verlof opnieuw aangepast op basis van de actuele stand van de verlofsaldi. Deze mutatie die heeft plaatsgevonden resulteert per saldo in een voordeel van € 26.000. Voor de toelichting wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 6. Toelichting op de balans.
Jaarstukken 2025
52
Treasury
€ 23.000 N
De post treasury is te specificeren in de volgende onderdelen: Jaarrekening 2024
Begroting 2025 primair
Begroting 2025 na wijziging
Jaarrekening 2025
Rentelasten
6
5
5
5
-
Subtotaal lasten
6
5
5
5
-
Renteopbrengsten
471
430
300
277
-23
Subtotaal baten
471
430
300
277
-23
Resultaat Treasury
-465
-425
-295
-272
-23
Omschrijving (× € 1.000)
Verschil
De rentelasten bestaat voornamelijk uit de rente die betaald wordt volgend uit de afgesloten langlopende geldlening. De renteopbrengsten komen voort uit het bankrekeningsaldo van de rekeningcourant-verhouding van het Rijk.
Onvoorzien
€ 80.000 V
De post onvoorzien is te specificeren in de volgende onderdelen: Jaarrekening 2024
Begroting 2025 primair
Begroting 2025 na wijziging
Jaarrekening 2025
Onvoorzien
-
80
80
-
80
Resultaat Onvoorzien
-
80
80
-
80
Omschrijving (× € 1.000)
De post onvoorzien is in 2025 niet ingezet als dekkingsmiddel.
Jaarstukken 2025
53
Verschil
Bijdrage deelnemers
€0
De post bijdrage deelnemers is te specificeren in de volgende onderdelen: Jaarrekening 2024
Begroting 2025 primair
Begroting 2025 na wijziging
Jaarrekening 2025
Bijdrage deelnemers
19.850
20.773
20.354
20.354
-
Resultaat Deelnemersbijdrage
19.850
20.773
20.354
20.354
-
Omschrijving (× € 1.000)
Verschil
Conform de Gemeenschappelijke Regeling (GR) BWB artikel 33, lid 1 wordt het rekeningresultaat per deelnemer opgenomen in de jaarrekening op grond van de vastgestelde berekeningswijze. Deze berekeningswijze is per 2021 in overeenstemming met de deelnemers herzien. Na vaststelling van de jaarstukken 2025 door het Algemeen Bestuur zal conform artikel 33, lid 2 van de GR een verrekening plaats vinden op basis van de vastgestelde bestemming van het resultaat. Hierbij kan worden gedacht aan een verrekening met de deelnemers of aan een reserve volgens de vastgestelde nota reserves en voorzieningen.
In de volgende tabel is de berekening van de bijdrage op basis van nacalculatie weergegeven. In kolom 1 staat de werkelijke bijdrage van de jaarrekening 2024. In kolom 2 is de begrote bijdrage volgens de tweede bestuursrapportage van 2025 weergegeven. De bijdrage van 2025 op nacalculatorische basis is weergegeven in kolom 3 van de tabel. In kolom 4 wordt vervolgens de werkelijk ontvangen bijdrage weergegeven. In de laatste kolom wordt weergegeven welke bedrag moet worden bestemd.
Bijdrage inclusief compensabele BTW (× € 1.000) Jaarrekening nacalc. 2024
Begroot na wijziging 2025
Bergen op Zoom
1.603
1.724
1.700
1.730
-30
Breda
3.903
4.253
4.023
4.190
-167
Dongen
537
627
611
632
-21
Etten-Leur
943
1.058
1.028
1.053
-25
Halderberge
668
728
725
731
-6
Loon op Zand
700
732
687
727
-40
Moerdijk
1.060
1.079
1.044
1.084
-40
Oosterhout
1.356
1.466
1.414
1.470
-56
Roosendaal
1.865
2.011
1.991
2.003
-12
Rucphen
475
535
527
539
-12
Woensdrecht
528
581
565
584
-19
Omschrijving
Zundert
Bijdrage nacalc. 2025
Ontvangen 2025*
Te bestemmen 2025
684
628
601
629
-28
Brabantse Delta
4.407
4.932
4.825
4.982
-157
Totaal deelnemers
18.729
20.354
19.741
20.354
-613
*Dit bedrag komt overeen met de bijdrage zoals gesteld in de eerste bestuursrapportage 2025.
Jaarstukken 2025
54
In onderstaande tabel wordt naast de bruto deelnemersbijdrage, de compensabele btw-component afzonderlijk in beeld gebracht.
Bijdrage compensabele BTW (× € 1.000) Omschrijving
Begroot na wijziging 2025 Bijdrage
Bijdrage nacalculatie 2025
Comp. BTW
Bijdrage
Comp. BTW
Bergen op Zoom
1.724
106
1.700
100
Breda
4.253
261
4.023
236
Dongen
627
39
611
36
Etten-Leur
1.058
65
1.028
60
Halderberge
728
45
725
43
Loon op Zand
732
45
687
40
Moerdijk
1.079
66
1.044
61
Oosterhout
1.466
90
1.414
83
Roosendaal
2.011
124
1.991
117
Rucphen
535
33
527
31
Woensdrecht
581
36
565
33
Zundert
628
39
601
35
Brabantse Delta
4.932
-
4.825
-
Totaal deelnemers
20.354
949
19.741
875
Toelichting afwijking Hieronder is weergegeven wat de wijziging is ten opzichte van de tweede bestuursrapportage 2025 in percentages. Het gemiddelde over alle deelnemers bedraagt 3,0%. Bergen op Zoom
1,4%
Oosterhout
3,5%
Breda
5,4%
Roosendaal
1,0%
Dongen
2,6%
Rucphen
1,5%
Etten-Leur
2,8%
Woensdrecht
2,8%
Halderberge
0,4%
Zundert
4,3%
Loon op Zand
6,1%
Brabantse Delta
2,2%
Moerdijk
3,2%
Hiermee heeft Gemeente Halderberge het laagste aandeel met 0,4% en Gemeente Loon op Zand het hoogste aandeel met 6,1%. De verschillen tussen de deelnemers zijn daarmee beperkt. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de specificatie in de totale kostenverdeelstaat. Wel kan worden geconcludeerd dat alle deelnemers voordeel hebben door de daling van de procesprijzen, met name bij de waardebezwaren.
Jaarstukken 2025
55
Resultaatbestemming Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt onderscheid gemaakt tussen het resultaat vóór bestemming en het resultaat ná bestemming. Het resultaat vóór bestemming betreft het saldo van baten en lasten en bedraagt € 613.000. Vervolgens worden hierop de mutaties in reserves verwerkt, in de vorm van toevoegingen en onttrekkingen. Het saldo dat resteert, betreft het resultaat ná bestemming. Bij de resultaatbestemming wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds de reeds in de begroting opgenomen mutaties in reserves en anderzijds de daadwerkelijke bestemming van het gerealiseerde resultaat waarover nog besluitvorming moet plaatsvinden. Dit laatste wordt aangeduid als het voorstel tot resultaatbesteding. Bij het opstellen van de jaarrekening beschikt de BWB over een algemene reserve van € 200.000. Voorgesteld wordt om het volledige gerealiseerde resultaat van € 613.000 te verrekenen met de deelnemers op basis van de eerder gepresenteerde tabel en geen toevoeging te doen aan de algemene reserve.
Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten (× € 1.000)
Begroot 2025
Realisatie 2025
Verschil
Overhead
-
553
553
Dotatie voorziening voormalig personeel
-
549
549
Desinvestering automatisering
-
5
5
Verkoop vervoersmiddelen
-
-1
-1
Waarderen
-
-23
-23
Vrijval opheffen voorziening griffie- en proceskosten
-
-23
-23
Totalen incidentele baten en lasten
-
530
530
In voorgaande jaren zijn onder deze post de opbrengsten opgenomen zoals verantwoord in de ‘Verantwoording gederfde inkomsten en uitvoeringskosten Kinderopvangtoeslagaffaire’. Deze baten en lasten worden niet langer als incidenteel gepresenteerd, aangezien zij inmiddels gedurende meerdere jaren in de jaarstukken terugkeren en geen formele einddatum kennen. In het verslagjaar zijn de volgende posten als incidentele baten en lasten aangemerkt: de dotatie aan de voorziening voor voormalig personeel, de desinvestering van automatiseringsmiddelen, de verkoop van vervoersmiddelen en de vrijval als gevolg van het opheffen van de voorziening voor griffie- en proceskosten. Deze posten hebben een incidenteel karakter, omdat zij niet voortvloeien uit de reguliere bedrijfsvoering maar samenhangen met specifieke, niet-structurele gebeurtenissen.
Jaarstukken 2025
56
3. WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT) Beloningen van bestuurders en overige topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector dienen wettelijk genormeerd, respectievelijk gemaximeerd te worden. Dit heeft geresulteerd in de wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De WNT voorziet in een democratisch gelegitimeerd instrument waarmee normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd voor de bezoldiging van bestuurders en andere topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector. In 2025 hebben geen bezoldigingen boven de maximale norm plaatsgevonden. In onderstaand overzicht zijn de topfunctionarissen op naam van persoon opgenomen.
1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling Tabel 1. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling Boekjaar Leidinggevende topfunctionaris
2025
2024
Dhr. M. v. Leeuwen
Dhr. P. Stoffelen
Dhr. P. Stoffelen
Functiegegevens
Plv. directeur
Directeur
Directeur
Aanvang en einde functievervulling boekjaar
19 feb – 31 dec
01 jan – 31 mrt
01 jan – 31 dec
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
1,0
1,0
Dienstbetrekking
Ja
Ja
Ja
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
101.667
39.096
121.649
Beloningen betaalbaar op termijn
14.387
5.126
20.462
Subtotaal beloning
116.054
44.222
142.111
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
212.975
60.658
233.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Bezoldiging
116.054
44.222
142.111
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t. / N.v.t.
N.v.t. / N.v.t.
N.v.t. / N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Bezoldiging
Jaarstukken 2025
57
Tabel 2. Uitkeringen wegen beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen Boekjaar
2025
Leidinggevende topfunctionaris
Dhr. P. Stoffelen
Functiegegevens
Directeur
Functie(s) bij beëindiging dienstverband
Directeur
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Jaar waarin dienstverband is beëindigd
2025
Uitkering wegens beëindiging van het dienstverband Overeengekomen uitkeringen wegens beëindiging dienstverband
54.267
Individueel toepasselijk maximum
75.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
Totaal uitkeringen wegens beëindiging dienstverband
54.267
Waarvan betaald in 2025
54.267
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t. / N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder Gegevens 2025 Naam topfunctionaris
Functie
Deelnemer
Vz. DB - AB
Waterschap
Mevr. C.E.A.H. Kranenborg – van Eerd
DB – AB
Breda
Dhr. I.C.H. Jansen
DB – AB
Dongen
Mevr. E.G.A. van der Star – Deijkers
DB - AB
Roosendaal
Dhr. J.A.A. Pals
AB
Bergen op Zoom
Dhr. G.J.A.M. de Weert
AB
Etten-Leur
Dhr. P.C.H.A. Schouw
AB
Halderberge
Dhr. A.J.L. Meulensteen
AB
Loon op Zand
Dhr. E. Schoneveld
AB
Moerdijk
Dhr. D.F.J. Melsen
AB
Oosterhout
Dhr. M.J.A.J. Lazeroms
AB
Rucphen
Dhr. J.M.A. van Agtmaal
AB
Woensdrecht
Geëindigd per 04-07-2025
Dhr. M.J.A. van der Poel
AB
Woensdrecht
Nieuw per 04-07-2025
Dhr. R.C.A.L. Bogers
AB
Zundert
Mevr. K. van den Berg
Jaarstukken 2025
58
Mutatie
2. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hiervoor vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2025 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden. Sinds 2018 is de zogenaamde anticumulatiebepaling in werking getreden. Dit houdt in dat, indien een leidinggevende topfunctionaris bij meerdere WNT-instellingen een leidinggevende topfunctie vervult, de instelling in de WNT-verantwoording vermeldt welke topfunctionaris en welke WNT-instellingen het betreft. Voor de BWB is geen sprake van een leidinggevende topfunctionaris die bij meerdere WNT-instellingen een leidinggevende topfunctie vervult.
Jaarstukken 2025
59
4. BALANS PER 31 DECEMBER 2025 VOOR BESTEMMING ACTIVA (× € 1.000)
Balans per 31-12-2025
Balans per 31-12-2024
VASTE ACTIVA 6.1 Materiële vaste activa
917
Investeringen met een economisch nut
917
Totaal vaste activa
971 971
917
971
5.364
7.124
VLOTTENDE ACTIVA 6.2 Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courantverhouding met het Rijk
41
71
5.323
7.053
6.3 Liquide middelen
3.741
3.476
Kassaldi
1
1
Banksaldi
3.740
3.475
6.4 Overlopende activa
258
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
258
256 256
Totaal vlottende activa
9.363
10.856
TOTAAL ACTIVA
10.280
11.827
-
-
Recht op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Jaarstukken 2025
60
PASSIVA (× € 1.000)
Balans per 31-12-2025
Balans per 31-12-2024
VASTE PASSIVA 6.5 Eigen vermogen
813
1.321
Gerealiseerde resultaat
613
1.121
Algemene reserve
200
200
6.6 Voorzieningen
806
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
806
6.7 Vaste schulden looptijd langer dan één jaar
295 295
450
Onderhandse leningen van binnenlandse banken
450
Totaal vaste passiva
600 600
2.069
2.216
4.312
5.985
VLOTTENDE PASSIVA 6.8 Netto-vlottende schulden korter dan één jaar Overige schulden Banksaldi
571
2.509
3.741
3.476
6.9 Overlopende passiva
3.899
Overige nog te betalen en de vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen
3.899
3.626 3.626
Totaal vlottende passiva
8.211
9.611
TOTAAL PASSIVA
10.280
11.827
Jaarstukken 2025
61
5. WAARDERINGSGRONDSLAGEN JAARREKENING De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de Gemeenschappelijke Regeling. Programmarekening De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Balans De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen.
De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend volgens de lineaire afschrijvingsmethode. De afschrijving start in het jaar volgend op het jaar waarop de investering voor minimaal 50% is afgerond. Afschrijvingen vinden plaats conform het gestelde in de ‘Nota Waarderen en Afschrijven’ zoals deze door het Algemeen Bestuur is vastgesteld in de vergadering van 21 oktober 2022. De waardering van de overige activa en passiva geschiedt in het algemeen tegen nominale waarden. Wanneer hiervan wordt afgeweken, is dit in de toelichting bij de desbetreffende post vermeld. Er is geen voorziening opgenomen voor oninbaarheid van vorderingen.
Jaarstukken 2025
62
De volgende voorzieningen zijn opgenomen op de balans, waarbij de opbouw van de voorzieningen is toegelicht in paragraaf 6.6: -
Voorziening materiële kosten (griffie en proceskosten waarderen) Vanaf de jaarrekening 2022 is een voorziening gevormd voor de proceskosten die voortvloeien uit de afhandeling van openstaande bezwaren en beroepen per balansdatum (31 december) van het betreffende boekjaar. Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) dient een voorziening te worden getroffen voor verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar redelijkerwijs kan worden geschat. De voorziening materiële kosten is gebaseerd op een inschatting van de nog te verwachten proceskostenvergoedingen inzake openstaande dossiers. Als gevolg van het besluit van het Algemeen Bestuur om de proceskostenvergoedingen met ingang van 2026 te verrekenen met de belastingopbrengsten van de deelnemers, vervalt de verplichting voor de BWB per 31 december 2026. Dit betekent dat: •
de resterende voorzieningen uit voorgaande jaren in de jaarrekening 2025 vrijvallen ten gunste van het resultaat;
•
voor de in 2025 ontvangen en per balansdatum nog openstaande bezwaren en beroepen géén nieuwe voorziening meer wordt gevormd.
Het verloop van de voorziening is nader toegelicht in paragraaf 6.6 van de jaarrekening, waarbij onderscheid is gemaakt naar de gevormde voorzieningen in 2022, 2023 en 2024. -
Voorziening verlof (bovenwettelijk- en spaarverlof) Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moet een voorziening worden opgenomen met betrekking tot bovenwettelijk- en spaarverlof. De voorziening voor bovenwettelijk verlof omvat het bovengemiddelde aantal uren bovenwettelijk verlof, berekend op basis van het 5-jarige gemiddelde inclusief de gekochte verlofuren uit het individuele keuzenbudget (IKB). Daarnaast wordt de voorziening gevormd voor het saldo aan verlofsparen per balansdatum (31 december). Beide voorzieningen worden gewaardeerd tegen een geïndexeerd gemiddeld uurloon inclusief werkgeverslasten.
-
Voorziening Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) De Regeling Vervroegde Uittreding zoals opgenomen in de cao leidt ertoe dat ambtenaren het recht hebben maximaal twee jaar eerder te stoppen met werken. Overeenkomstig de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moet een voorziening worden gevormd voor de medewerkers die gebruik (gaan) maken van de regeling. Hierbij wordt de bruto uitkering over de looptijd van deze regeling als uitgangspunt genomen.
Jaarstukken 2025
63
Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals vastgesteld in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2025. Dat betekent dat: -
De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties.
-
De financiële rechtmatigheid, waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik (M&O) criterium omvat: •
voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals deze op 23 januari 2026 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld;
•
het DB betrekt de overschrijdingen van de lasten en investeringen ten opzichte van de begroting na wijziging bij de fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording.
•
voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijding van lasten en onderschrijding van investeringskredieten geldt dat ze rechtmatig zijn indien zij tijdig gemeld zijn . Een en ander is in de financiële verordening nader uitgewerkt.
-
Ten aanzien van het M&O criterium is het M&O-beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Geconstateerd misbruik waarbij het M&O-beleid juist is uitgevoerd en op een getrouwe wijze is verwerkt in de jaarrekening, wordt niet betrokken bij het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording. Wel wordt via de paragraaf bedrijfsvoering inzicht te worden gegeven in de aard en de (financiële) impact van het bij de gemeente geconstateerde misbruik.
-
De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: •
een verantwoordingsgrens van 2% (zijnde € 405.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen;
•
een rapporteringstolerantie van € 50.000 wordt gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
Jaarstukken 2025
64
6. TOELICHTING OP DE BALANS PER 31 DECEMBER 2025 ACTIVA 6.1 Materiële vaste activa
€ 917.000
In onderstaande tabel wordt het verloop van de materiële vaste activa over 2025 weergegeven. De Belastingsamenwerking West-Brabant heeft geen investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut als bedoeld in artikel 35 BBV. Om die reden is deze categorie niet afzonderlijk opgenomen in de balans.
Boekwaarde 01-01-2025
Investering
Bedrijfsgebouwen
152
252
Overige materiële vaste activa
819
Totaal materiële vaste activa
971
Omschrijving (× € 1.000)
Desinvestering
Afschrijvingen
Boekwaarde 31-12-2025
-
30
374
26
5
297
543
278
5
327
917
Bijdragen van derden die rechtstreeks in verband staan met een actief hebben zich in het verslagjaar niet voorgedaan. Om die reden zijn in het bovenstaande verloopoverzicht geen dergelijke bijdragen opgenomen. De post bedrijfsgebouwen heeft betrekking op investeringen in aanpassingen aan het bedrijfsgebouw. Het betreft de kosten van het project herinrichting bedrijfsgebouw en de vervanging van de bestaande verlichting door duurzame ledverlichting. Op deze investeringen wordt lineair afgeschreven over een periode van tien jaar. De post overige materiële vaste activa omvat investeringen in inventaris en automatisering. In het verslagjaar is uitsluitend geïnvesteerd in nieuwe mobiele telefoons ten behoeve van de automatisering. De afschrijving vindt lineair plaats, met een afschrijvingstermijn variërend van vijf tot tien jaar.
6.2 Uitzettingen korter dan één jaar
€ 5.364.000
De in de balans opgenomen post uitzettingen korter dan een jaar per eind 2025 heeft betrekking op: •
Vorderingen op openbare lichamen
•
Rekening-courantverhouding met het Rijk
41.000 5.323.000
De afwikkeling van de vorderingen op openbare lichamen naar de toestand per 1 maart 2026 geeft het volgende beeld: Vorderingen 01-01-2025
Vorderingen 31-12-2025
Ontvangsten in 2026
Vorderingen 01-03-2026
Vorderingen op openbare lichamen
71
41
41
-
Totaal uitzettingen korter dan één jaar
71
41
41
-
Omschrijving (× € 1.000)
Jaarstukken 2025
65
De in de balans opgenomen vorderingen op openbare lichamen is als volgt te specificeren: •
41.000
Renteopbrengsten Ministerie van Financiën
Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van het bedrag van € 41.000 aan openstaande vordering per 31 december 2025. Schatkistbankieren •
5.323.000
Saldo rekening-courantverhouding met het Rijk
Vanuit de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden zijn regels vastgesteld voor de uitvoering van het verplicht schatkistbankieren voor de decentrale overheden. Het bedrag boven de drempel van 2,00% van het jaarlijkse begrotingstotaal of alles boven € 1.000.000 dient gestort te worden bij het Rijk als zijnde een rekeningcourant verhouding. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Met betrekking tot alle liquide middelen dient alles boven het drempelbedrag gestort te worden in de schatkist. In 2025 hebben geen overschrijdingen van het drempelbedrag plaats gevonden.
Berekening benutting drempelbedrag schatkist bankieren, verslagjaar 2025 (x € 1.000) Berekening drempelbedrag a. Begrotingstotaal verslagjaar
21.368
b. Deel van begrotingstotaal onder € 500 miljoen
21.368
c. Drempel is 2,00% van begrotingstotaal onder sub b
-
1. Drempelbedrag (Minimaal: € 1.000.000)
1.000
Berekening kwartaalcijfers buiten ‘s Rijksschatkist
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
1.285
1.384
555
404
e. Dagen in het kwartaal
90
91
92
92
2. Kwartaalcijfers op dag basis buiten schatkist
14
15
6
4
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
1.000
1.000
1.000
1.000
2. Kwartaalcijfers op dag basis buiten ‘s Rijk schatkist
14
15
6
4
3. Ruimte onder het drempelbedrag
986
985
994
996
-
-
-
-
d. Som van de per dag buiten ’s Rijksschatkist aangehouden middelen (negatief tellen nihil)
Berekening benutting drempelbedrag schatkist bankieren 1. Drempelbedrag voor BWB
4. Overschrijding van het drempelbedrag
Jaarstukken 2025
66
6.3 Liquide middelen
€ 3.740.000
De in de balans opgenomen post liquide middelen per eind 2025 is als volgt te specificeren: •
Kassaldo bedrijfsvoering
•
Saldo bankrekening BNG (belastingen)
•
Saldo bankrekening ING
1.000 3.735.000 4.000
Het kassaldo bedrijfsvoering en het banksaldo ING staan vrij ter beschikking. Voor het beheer van de ingevorderde belastingen houdt de BWB conform artikel 34 van de Gemeenschappelijke Regeling een uitsluitend daartoe bestemde rekening aan. Deze middelen staan daarmee niet vrij ter beschikking van de bedrijfsvoering van de BWB. Aan de passivazijde van de balans is dit saldo verwerkt als overlopend passief.
6.4 Overlopende activa
€ 259.000
De in de balans opgenomen post overlopende activa per eind 2025 is als volgt te specificeren: •
Nog te ontvangen bedragen
28.000
•
Vooruitbetaalde bedragen
231.000
Nog te ontvangen bedragen De post nog te ontvangen bedragen per eind 2025 is als volgt te specificeren: •
Uitvoeringsbijdrage KOTA 2025
18.000
•
Overige bijdrage
10.000
Vooruitbetaalde bedragen De post vooruitbetaalde bedragen per eind 2025 is als volgt te specificeren: •
Huisvesting
121.000
•
Bedrijfsvoering
36.000
•
Programma Waarderen
34.000
•
Automatisering
28.000
•
Overige overheadkosten
12.000
Jaarstukken 2025
67
PASSIVA 6.5 Eigen vermogen
€ 813.000
De in de balans opgenomen post eigen vermogen per eind 2025 is als volgt te specificeren: •
Gerealiseerd rekeningresultaat
613.000
•
Algemene reserve
200.000
Rekeningresultaat 2025 Artikel 42 van het Besluit Begroting en Verantwoording bepaalt dat het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Het Algemeen Bestuur beslist over de afhandeling van dit resultaat. De jaarrekening 2025 sluit met een positief resultaat van € 613.000. In de toelichting baten en lasten 2025 wordt weergegeven hoe dit positieve resultaat tot stand is gekomen. Algemene reserve Boekwaarde 01-01-2025
Bestemming resultaat 2024
Onttrekking
Toevoeging
Boekwaarde 31-12-2025
Algemene reserve
200
-
-
-
200
Totaal algemene reserve
200
-
-
-
200
Omschrijving (× € 1.000)
De algemene reserve is ingesteld bij de besluitvorming rond de jaarrekening 2023. Als onderdeel van de resultaatbesteding is € 200.000 gestort in de algemene reserve. De algemene reserve heeft een bufferfunctie (om beperkte afwijkingen tussen de geraamde en werkelijke loon- en prijsontwikkeling op te kunnen vangen). Er is geen minimale of maximale omvang vastgesteld. Stortingen en onttrekkingen vinden plaats op basis van een besluit van het Algemeen Bestuur.
Jaarstukken 2025
68
6.6 Voorzieningen
€ 806.000
De in de balans opgenomen post voorzieningen per eind 2025 is als volgt te specificeren: •
Voorziening personeel
806.000
•
Voorziening materieel
Vervalt
Voorziening personeel Het verloop van de voorzieningen personeel in 2025 geeft het volgende beeld: Voorziening personeel (× € 1.000)
Voorziening bovenwettelijk verlofsaldo
Voorziening spaarverlof
Voorziening RVU
Voorziening voormalig personeel
Totaal voorziening personeel
Boekwaarde 01-01-2025
73
33
-
-
106
Toevoegingen
-
29
177
549
755
Aanwending
53
2
-
-
55
-
-
-
-
-
20
60
177
549
806
Ten gunste baten en lasten vrijgevallen Boekwaarde 31-12-2025
Voorziening verlof (bovenwettelijk- en spaarverlof) Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is de Belastingsamenwerking wettelijk verplicht twee voorzieningen op te nemen met betrekking tot verlof. De voorziening voor bovenwettelijk verlof omvat het bovengemiddelde aantal uren bovenwettelijk verlof, berekend op basis van het 5-jarige gemiddelde. Hieronder vallen ook de gekochte verlofuren uit het individuele keuzebudget (IKB). Op 31 december 2025 bedraagt dit bovengemiddelde aantal 413 uur. Dit deel wordt aangemerkt als verlof met geen gelijke omvang.
Daarnaast wordt de voorziening voor spaarverlof gevormd voor volledig opgenomen verlofuren. Op 31 december 2025 bedraagt het aantal spaarverlof 1.247 uur. Beide voorzieningen worden gewaardeerd tegen een tarief van € 47,90, resulterend in bedragen van respectievelijk € 20.000 voor bovenwettelijk verlof en € 60.000 voor spaarverlof. Voorziening Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) Overeenkomstig de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient de Belastingsamenwerking wettelijk een voorziening te treffen voor de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU). Deze regeling stelt enkele medewerkers in staat eerder uit dienst te treden en daarbij alsnog een uitkering van de werkgever te ontvangen. Medewerkers konden tot en met 31 december 2025 gebruik maken van deze regeling. In het laatste kwartaal van 2025 hebben drie medewerkers gebruikt gemaakt van deze regeling, waarvoor de betreffende voorziening is opgenomen.
Jaarstukken 2025
69
Voorziening Voormalig personeel Dit betreft een nieuwe voorziening met ingang van 2025. De voorziening voormalig personeel ziet op de uitkeringsverplichtingen voortvloeiend uit WW-uitkeringen en aanvullende, reparatie- en nawettelijke uitkeringen conform geldende wet- en regelgeving. Daarnaast is hierin de verplichting opgenomen uit hoofde van de in 2025 gesloten vaststellingsovereenkomst met een voormalig medewerker. De BWB is eigenrisicodrager voor de WW en draagt daarmee het financiële risico van deze uitkeringen. De voorziening is gebaseerd op de resterende verplichting op balansdatum, vastgesteld op basis van de berekende uitkeringsduur en -hoogte. De voorziening wordt jaarlijks beoordeeld op toereikendheid. Voorziening materieel Het verloop van de voorzieningen materieel in 2025 geeft het volgende beeld: Voorziening griffie- en proceskosten waarderen 2022
Voorziening griffie- en proceskosten waarderen 2023
Voorziening griffie- en proceskosten waarderen 2024
10
24
155
189
Toevoegingen
-
-
-
-
Aanwending
4
6
58
68
Ten gunste baten en lasten vrijgevallen
6
18
97
121
Boekwaarde 31-12-2025
-
-
-
-
Voorziening materieel (× € 1.000)
Boekwaarde 01-01-2025
Totale voorziening materieel
Voorziening griffie en proceskosten waarderen Sinds 2022 zijn voorzieningen opgenomen voor griffie- en proceskosten. In het afgelopen jaar is hiervan € 68.000 aangewend voor de vergoeding van bezwaren en beroepen. In een regulier jaar zou daarnaast nog € 23.000 aan voorziening nodig zijn voor lopende zaken. In dat geval zou per saldo € 98.000 zijn vrijgevallen. Daarnaast zou voor belastingjaar 2025 een nieuwe voorziening van € 48.000 zijn gevormd. Dit is echter niet gebeurd. Vanaf 2026 verlopen de vergoedingen via de belastingadministratie en de bijbehorende afdracht. Hierdoor maakt deze voorziening geen deel meer uit van de bedrijfsvoering en valt de volledige voorziening van € 121.000 vrij (bestaande uit € 98.000 vrijval en € 23.000 resterende voorziening). Het bedrag van € 71.000 (€ 23.000 resterende voorziening en € 48.000 nieuwe voorziening), dat normaal gesproken als voorziening zou worden opgenomen, wordt nu via de kostenverdeelsystematiek verdeeld over de deelnemende gemeenten. Dit bedrag kan niet worden aangemerkt als een positief resultaat, omdat het risico verschuift van de belastingsamenwerking naar de gemeenten.
Jaarstukken 2025
70
6.7 Vaste schulden langer dan één jaar
€ 450.000
In onderstaande tabel wordt het verloop van de geldleningen over 2025 weergegeven. Omschrijving (× € 1.000)
Boekwaarde 01-01-2025
Toevoegingen Onttrekkingen
Boekwaarde 31-12-2025
Geldlening 2018
600
-
150
450
Totaal onderhandse leningen
600
-
150
450
Met betrekking tot de geldleningen is in 2025 een bedrag van € 5.000 aan rente betaald, welke ten laste van de exploitatie 2025 is gebracht.
6.8 Netto vlottende schulden korter dan één jaar
€ 4.312.000
De in de balans opgenomen post uitzettingen korter dan een jaar per eind 2025 heeft betrekking op: •
Overige schulden
•
Saldo bankrekening BNG (bedrijfsvoering)
571.000 3.741.000
De afwikkeling van de overige schulden naar de toestand per 1 maart 2026 geeft het volgende beeld: Schulden 01-01-2025
Schulden 31-12-2025
Overige schulden
2.509
571
571
-
Totaal netto vlottende schulden
2.509
571
571
-
Omschrijving (× € 1.000)
Betaald in 2026
Schulden 01-03-2026
De in de balans opgenomen netto vlottende schulden korter dan een jaar zijn uit te splitsen in: •
Proceskostenvergoeding (Waarderen & Heffen)
289.000
•
Overige crediteuren
280.000
•
Schulden op openbare lichamen
2.000
Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van het bedrag van € 640.000 aan openstaande schulden per 31 december 2025. Daarnaast is er nog een openstaand banksaldo aanwezig op de BNG-bank. Dit saldo moet gezien worden in combinatie met de rekening-courant van het Rijk en liquide middelen aan de activakant van de balans. •
3.741.000
Saldo bankrekening BNG (bedrijfsvoering)
Jaarstukken 2025
71
6.9 Overlopende passiva
€ 3.899.000
De in de balans opgenomen post overlopende passiva per eind 2025 is als volgt te specificeren: •
Nog te betalen bedragen
•
Vooruitontvangen bedragen
3.896.000 3.000
Nog te betalen bedragen De post nog te betalen bedragen per eind 2025 is als volgt te specificeren: •
Belastingrekening
•
Inhuur derden
63.000
•
Bedrijfsvoering
30.000
•
Overige personeelskosten
24.000
•
Overige overheadkosten
22.000
•
Salarissen
20.000
•
Overige primaire kosten
1.000
•
Omzetbelasting aangifte
1.000
3.735.000
De post nog af te dragen ontvangsten bestaat uit het saldo op de belastingrekening. Conform artikel 34 lid 2 van de Gemeenschappelijke Regeling West-Brabant De BWB houdt de administratie van de opgelegde aanslagen en de ingevorderde belastingen gescheiden van de administratie voor de bedrijfsvoering van de BWB. Vooruitontvangen bedragen De post vooruitontvangen bedragen per eind 2025 is als volgt te specificeren: •
3.000
Verhuur parkeerplaatsen
6.10 Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum.
Jaarstukken 2025
72
7. NIET IN DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN Artikel 53 van het Besluit Begroting en Verantwoording verplicht gemeenten om in de toelichting op de balans inzicht te geven in de financiële verplichtingen waaraan de BWB is verbonden, voor zover die verplichtingen financiële consequenties hebben voor toekomstige jaren en deze verplichtingen niet zijn opgenomen in een balanspost. Voorbeelden daarvan zijn langlopende huurcontracten en leasecontracten. Het gaat alleen om verplichtingen die financieel gezien van belang zijn. De Commissie BBV doet de stellige uitspraak om meerjarige inkoopcontracten, die zouden moeten voldoen aan Europese regels, in de toelichting op de jaarrekening bij de ‘niet in de balans opgenomen verplichtingen’ op te nemen voor het volle bedrag waarover het contract is afgesloten. In onderstaand overzicht zijn opgenomen de meerjarige contracten boven de EU-aanbestedingsgrens. Deze is voor diensten met ingang van 2026 vastgesteld € 216.000, uitgaande van een looptijd van vier jaar komt dit neer op € 54.000 per jaar voor de gehele looptijd exclusief niet afgeroepen verlengingsmogelijkheden. Er wordt hierbij rekening gehouden met de indexering voor toekomstige uitgaven op basis van de, in de kadernota 2027, opgenomen indexatie.
Meerjarige contracten boven de EU-aanbestedingsgrens (× € 1.000) Leverancier
Betreft
Einddata
Jetmail B.V.
Kantoorkosten
01-01-2027
609
Slagboom en Peeters Luchtfotografie B.V.
Beeldmateriaal
31-12-2026
103
Cyclomedia Technology B.V.
Beeldmateriaal
31-12-2028
507
Xxllnc B.V.
Automatisering
01-01-2027
165
Flynth Audit B.V. (Astrium)
Bedrijfsvoering
30-11-2026
105
Gemeente Breda
Automatisering
31-12-2028
2.030
Gouw Informatie Technologie B.V.
Automatisering
01-01-2027
902
TMC Vastgoedbeheer B.V.
Huisvesting
31-08-2030
2.262
BNG Bank N.V.
Invordering
31-12-2026
254
SoftwareOne
Automatisering
31-12-2029
92
WVS Schoonmaak
Huisvesting
31-12-2027
184
Jaarstukken 2025
73
Bedrag
8. BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Nr.
Begroting 2025 na wijziging
Naam taakveld (× € 1.000)
Realisatie 2025
Lasten 0.10
Mutaties reserves
-
-
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
-
0.4
Overhead
10.566
10.236
0.5
Treasury
5
5
0.64
Belastingen overig
10.248
10.020
0.8
Overige baten en lasten
-
-
20.819
20.261
Totale lasten
Baten 0.10
Mutaties reserves
-
-
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
-613
0.4
Overhead
165
243
0.5
Treasury
300
277
0.64
Belastingen overig
20.354
20.354
0.8
Overige baten en lasten
-
-
20.819
20.261
Totale baten
Saldo 0.10
Mutaties reserves
-
-
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
-613
0.4
Overhead
-10.401
-9.993
0.5
Treasury
295
272
0.64
Belastingen overig
10.106
10.334
0.8
Overige baten en lasten
-
-
-
-
Totaal saldo
Jaarstukken 2025
74
9. VERANTWOORDING GEDERFDE INKOMSTEN EN UITVOERINGSKOSTEN KINDEROPVANGTOESLAG 1. Algemeen Het Rijk heeft toegezegd dat de gemeenten en waterschappen de verschuldigde belastingen van gedupeerde ouders en hun toeslagpartner die zij kwijtschelden volledig vergoed krijgen. Daarnaast wordt er ook compensatie verleend voor de uitvoeringskosten die in het kader van de operatie door gemeenten en waterschap worden gemaakt. In 2025 zal de BWB namens de deelnemers hiervan gebruik maken. De uitvoering van de regeling is voor gemeenten vastgelegd in het VNG-rapport¹ en voor het Waterschap is een aparte regeling opgesteld door de Unie van Waterschappen². Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voorziet in de bekostiging met twee componenten: •
De kwijtgescholden bedragen van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen (gederfde inkomsten);
•
Een eenmalige vergoeding voor de kosten die samenhangen met het proces van kwijtschelding (uitvoeringskosten).
Onderstaand worden de componenten toegelicht en een specificatie van de kosten weergegeven.
2. Kwijtgescholden bedragen (gederfde inkomsten) De hoogte van de kwijtgescholden bedragen van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen betreft de hoogte van het kwijtgescholden bedrag, inclusief de ophogingskosten en de bedragen van restitutie. Deze bedragen zijn onderdeel van de eindverantwoording belastingopbrengsten 2025. In onderstaand overzicht worden de kwijtgescholden bedragen en de ophogingskosten voor 2025 per deelnemer weergegeven. Gemeentelijke belastingen / waterschapslasten
Ophogings-kosten
Bergen op Zoom Breda Dongen Etten-Leur Halderberge Loon op Zand Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Woensdrecht Zundert Brabantse Delta
4.700 4.800 1.000 700 1.600 2.700 5.200 200 500 300 8.400
500 700 200 900 100 100 1.100
5.200 5.600 1.000 700 1.800 2.700 6.100 200 600 300 9.500
Totaal deelnemers
30.100
3.600
33.700
Omschrijving
Totaal
¹SPUK en financiële verantwoording kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen voor gedupeerden. ²Afspraken Rijk- Hersteloperatie kinderopvangtoeslag voor Waterschappen.
Jaarstukken 2025
75
3. Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten is een eenmalige vergoeding voor de kosten die samenhangen met het proces van kwijtschelding. Voor gedupeerde per gemeente en voor de gedupeerde waarvoor een Belastingsamenwerking gecombineerde aanslagen oplegt kan een bedrag van € 150 in rekening worden gebracht. Voor een gedupeerde per waterschap kan € 100 per gedupeerde in rekening worden gebracht, indien aan gedupeerde zelfstandige aanslagen waterschapsbelasting worden opgelegd. Om de uitvoeringskosten te kunnen bepalen voorziet de Belastingdienst elke gemeente van een lijst met het aantal gedupeerden op jaarbasis. In onderstaand overzicht worden het voorlopige aantal dossiers en de uitvoeringskosten van 2025 per deelnemer als volgt weergegeven: Omschrijving
Aantal dossiers
Bedrag
Bergen op Zoom
9
1.350
Breda
22
3.300
Dongen
4
600
Etten-Leur
8
1.200
Halderberge
5
750
Loon op Zand
4
600
Moerdijk
6
900
Oosterhout
11
1.650
Roosendaal
21
3.150
Rucphen
1
150
Woensdrecht
3
450
Zundert
2
300
Brabantse Delta
37
3.700
Totaal deelnemers
133
18.100
Jaarstukken 2025
76
10. RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 23 januari 2026 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 405.000.
De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025. Bevinding Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen bedrag € 0 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 405.000. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het Dagelijks Bestuur overigens een bedrag van € 0 acceptabel op basis van door het Algemeen Bestuur vastgestelde afspraken. In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het Dagelijks Bestuur ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
Jaarstukken 2025
77
11. OVERIGE GEGEVENS (ruimte voor controleverklaring van de accountant).
Jaarstukken 2025
Papendorpseweg 75-79 3528 BJ UTRECHT telefoon (088) 236 7777 e-mail Audit@flynth.nl
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2025 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2025 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant te Etten-Leur gecontroleerd. Naar ons oordeel geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van de baten en lasten over 2025 en van het vermogen van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant op 31 december 2025 alsmede een getrouw beeld van de financiële rechtmatigheid over 2025 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De jaarrekening bestaat uit: 1.
de staat van baten en lasten over 2025;
2.
de balans per 31 december 2025;
3.
de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen;
4.
de rechtmatigheidsverantwoording 2025;
5.
het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld (IV3 taakvelden).
De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 23 januari 2026 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2025 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie 'Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening'. Wij zijn onafhankelijk van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking WestBrabant zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Informatie ter ondersteuning van ons oordeel Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.