Bijlage 8c GR Belastingsamenwerking West-Brabant jaarstukken 2025.pdf
Tekst van het document
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant
Flynth Audit B.V. geheel document digitaal gewaarmerkt voor identificatiedoeleinden J.S.
10-04-2026
Inhoudsopgave BESTUURLIJKE SAMENVATTING ....................................................................................................... 4 Financiële beschouwingen ................................................................................................................. 5 I
JAARVERSLAG 2025 ..................................................................................................................... 8 Algemeen ........................................................................................................................................... 9 Programmaverantwoording .............................................................................................................. 11 Paragrafen ....................................................................................................................................... 30
II
JAARREKENING 2025.................................................................................................................. 44 1. Overzicht van baten en lasten ..................................................................................................... 45 2. Toelichting overzicht baten en lasten .......................................................................................... 46 3. Wet Normering Topinkomens (WNT) .......................................................................................... 57 4. Balans per 31 december 2025 voor bestemming ........................................................................ 60 5. Waarderingsgrondslagen jaarrekening ........................................................................................ 62 6. Toelichting op de balans per 31 december 2025 ........................................................................ 65 7. Niet in de balans opgenomen verplichtingen ............................................................................... 73 8. Baten en lasten per taakveld ....................................................................................................... 74 9. Verantwoording gederfde inkomsten en uitvoeringskosten kinderopvangtoeslag ...................... 75 10.
Rechtmatigheidsverantwoording ............................................................................................... 77 11. Overige gegevens Bijlagen
Jaarstukken 2025
2
VOORWOORD Algemeen Hierbij bieden we u de jaarstukken 2025 aan. Deze jaarstukken zijn opgesteld in overeenstemming met de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In de jaarstukken wordt verantwoording afgezet tegen de uitvoering van het in de begroting 2025 opgenomen beleid. De jaarstukken bestaan uit twee delen, het jaarverslag en de jaarrekening. In het jaarverslag wordt op programmaniveau teruggekeken naar de doelstellingen en hoe hier uitvoering aan is gegeven. In de jaarrekening worden de baten en lasten gepresenteerd en wordt een toelichting gegeven op verschillen ten opzichte van de tweede bestuursrapportage.
Leeswijzer De bestuurlijke samenvatting bestaat uit de financiële beschouwingen en de bestemming van het resultaat. In onderdeel 1, het jaarverslag, wordt teruggekeken op de in de begroting genoemde doelstellingen en beleidsvoornemens en of deze al dan niet zijn gerealiseerd. Ook de verplichte paragrafen conform de BBV komen in dit hoofdstuk terug, voor zover van toepassing voor de BWB. In onderdeel 2 wordt de jaarrekening opgenomen. Hierin worden de baten en lasten over 2025 en de balans gepresenteerd en toegelicht. Tevens bevat dit onderdeel de verantwoording inzake de Wet normering topinkomens (WNT), een overzicht van baten en lasten per taakveld, de verantwoording met betrekking tot de kinderopvangtoeslag, de rechtmatigheidsverantwoording en de controleverklaring.
Jaarstukken 2025
3
BESTUURLIJKE SAMENVATTING
Jaarstukken 2025
4
FINANCIËLE BESCHOUWINGEN De jaarrekening 2025 sluit af met een positief financieel beeld. Op programmaniveau zijn de afwijkingen ten opzichte van de begroting beperkt en beheersbaar. Het totale resultaat wordt in belangrijke mate beïnvloed door personele effecten en enkele technische afwijkingen binnen de overhead. Programma’s De uitvoeringsprogramma’s Waarderen (€ 89.000 V), Heffen (€ 6.000 V) en Invordering (€ 53.000 V) laten gezamenlijk een beperkt voordelig resultaat zien. Binnen deze programma’s doen zich geen materiële afwijkingen groter dan € 100.000 voor, met uitzondering van de proceskostenvergoedingen binnen Waarderen. Binnen het programma Waarderen ontstaat een voordeel van € 249.000 op de proceskostenvergoedingen. Dit voordeel wordt veroorzaakt door de vrijval van de bij de BWB gevormde voorzieningen voor griffie- en proceskostenvergoedingen uit voorgaande jaren. Deze vrijval is het gevolg van het besluit van het Algemeen Bestuur om de proceskostenvergoedingen met ingang van 1 januari 2026 over te hevelen naar de belastingadministratie. Hierdoor rusten deze verplichtingen niet langer bij de BWB en valt het niet-benodigde deel vrij ten gunste van het resultaat. De resterende verplichting is ten behoeve van de deelnemers in kaart gebracht. De reguliere proceskostenvergoedingen 2025 blijven binnen het beschikbare budget.
De personele lasten binnen de programma’s laten op onderdelen afwijkingen zien. Omdat het loonbudget integraal wordt gestuurd en niet tussentijds per programma wordt bijgesteld, worden deze verschillen in samenhang beoordeeld onder het onderdeel personele lasten. Overhead Binnen het programma Overhead ontstaat per saldo een voordeel van € 408.000. Dit saldo bestaat uit meerdere afwijkingen, waarvan de belangrijkste samenhangen met personele lasten en technische posten. Naast de personele lasten (welke hieronder apart worden toegelicht) zijn de volgende zaken relevant. Er is sprake van een administratief voordeel op de post ‘door te schuiven btw’ (€ 90.000). Dit voordeel wordt veroorzaakt door lagere gerealiseerde inkoop dan geraamd. Dit heeft geen financieel effect voor de gemeentelijke deelnemers, aangezien deze btw niet voor compensatie via het btw-compensatiefonds (BCF) in aanmerking komt. Het treasuryresultaat valt € 23.000 nadelig uit als gevolg van lagere renteopbrengsten op de rekeningcourantverhouding met het Rijk. De post onvoorzien (€ 80.000) is in 2025 niet ingezet en valt volledig vrij.
Jaarstukken 2025
5
Personele lasten De totale personele lasten vallen € 307.000 lager uit dan begroot. Dit voordeel is het resultaat van een combinatie van factoren. Bij uitstroom zijn formatieplaatsen niet in alle gevallen direct ingevuld. Tegelijkertijd hebben doorgevoerde procesverbeteringen, onder andere vanuit Lean en innovatie, geleid tot een efficiëntere inrichting van het werk. Hierdoor kon de uitvoering met minder personele inzet (vast en extern) plaatsvinden, zonder dat dit ten koste ging van kwaliteit of voortgang. Een deel van deze effecten is structureel verwerkt in de formatie 2026. Los van het voordeel op de reguliere personele lasten is sprake van hogere uitstroomkosten, die via de voorzieningen tot uitdrukking komen binnen de overige personele kosten. Overige personele kosten De overige personele kosten laten een nadeel zien van € 334.000. Deze overschrijding wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het bijstellen van de voorzieningen voor RVU en een incidentele vorming van een voorziening voormalig personeel. De voorziening voor RVU (Regeling Vervroegde Uittreding) wordt conform bestaand beleid bij de jaarrekening geactualiseerd op basis van de actuele aanvragen en verplichtingen. Deze systematiek is eerder gemeld bij de tweede bestuursrapportage.
Op basis van drie aanvragen die in het laatste kwartaal van 2025 zijn ontvangen is een bedrag van € 177.000 toegevoegd aan de voorziening. Bij de herbeoordeling van de voorziening voormalig personeel is uitgegaan van de resterende verplichting. Er worden inspanningen geleverd om het personeel naar werk te begeleiden. De herbeoordeling resulteert in een aanvullende dotatie van € 275.000 ten opzichte van de tussentijdse beoordeling bij de tweede bestuursrapportage. De post bijdrage loonkosten laat een voordeel zien van € 97.000. Deze middelen worden, indien noodzakelijk, ingezet ter gedeeltelijke dekking van vervangingskosten. Conclusie Het financiële resultaat over 2025 laat zien dat de organisatie financieel beheerst opereert. De reguliere exploitatie is stabiel en afwijkingen zijn verklaarbaar en beheersbaar. De belangrijkste effecten in 2025 hangen samen met: •
de vrijval en actualisatie van personele voorzieningen;
•
personele ontwikkelingen en uitstroom;
•
technische verschillen, zoals de door te schuiven btw.
Er zijn geen signalen van structurele financiële knelpunten. Tegelijkertijd worden de effecten van Lean en innovatie zichtbaar in een efficiëntere uitvoering en een lagere structurele personele inzet. Structurele effecten zijn verwerkt in de begroting 2026.
Jaarstukken 2025
6
Te bestemmen resultaat Het positieve jaarrekeningresultaat bedraagt € 613.000. De verrekening van de definitieve deelnemersbijdrage op grond van artikel 33 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking WestBrabant, is in de tabel hieronder per deelnemer te zien op basis van nacalculatie.
Bijdrage inclusief compensabele BTW (× € 1.000) Omschrijving
Begroot na wijziging 2025
Bijdrage nacalculatie 2025
Bijdrage
Bijdrage
Comp. BTW
Te bestemmen resultaat*
Comp. BTW
Bergen op Zoom
1.724
106
1.700
100
-30
Breda
4.253
261
4.023
236
-167
Dongen
627
39
611
36
-21
Etten-Leur
1.058
65
1.028
60
-25
Halderberge
728
45
725
43
-6
Loon op Zand
732
45
687
40
-40
Moerdijk
1.079
66
1.044
61
-40
Oosterhout
1.466
90
1.414
83
-56
Roosendaal
2.011
124
1.991
117
-12
Rucphen
535
33
527
31
-12
Woensdrecht
581
36
565
33
-19
Zundert
628
39
601
35
-28
Brabantse Delta
4.932
-
4.825
-
-157
Totaal deelnemers
20.354
949
19.741
875
-613
*Het te bestemmen bedrag komt niet overeen met het verschil tussen de bijdrage inclusief btw. De wijziging vanuit de tweede bestuursrapportage is niet in rekening gebracht. De totstandkoming van het te verrekenen bedrag is te vinden in hoofdstuk 2 van de jaarrekening.
Resultaatbesteding Voorgesteld wordt om het jaarrekeningresultaat na bestemming van € 613.000 in te zetten voor verrekening met de deelnemers. De verdeling van € 613.000 vindt plaats volgens de vastgestelde kostenverdeelsystematiek.
Jaarstukken 2025
7
I
Jaarstukken 2025
JAARVERSLAG 2025
8
ALGEMEEN Deelnemers In 2025 zijn belastingtaken uitgevoerd voor het Waterschap Brabantse Delta en twaalf deelnemende gemeenten, te weten Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Etten-Leur, Halderberge, Loon op Zand, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Woensdrecht en Zundert.
Jaarstukken 2025
9
Omzet per belastingsoort De opgenomen cijfers zijn gebaseerd op de afzonderlijk gewaarmerkte eindverantwoordingen die aan de deelnemers zijn verstrekt. Het betreft de daadwerkelijk gerealiseerde belastingopbrengsten, ongeacht het heffingsjaar waarop deze betrekking hebben. In de gepresenteerde cijfers zijn geen prognoses verwerkt.
Belastingopbrengsten biljetbedrag (× € 1.000)
Rekening 2024
Afvalstoffenheffing
Rekening 2025
88.094
93.254
BIZ (Bedrijven Investering Zone)
906
845
Forensenbelasting
87
88
Hondenbelasting
649
623
2.691
2.868
Lijkbezorgingsrechten
269
290
Marktgelden
122
115
161.545
175.359
Precariobelasting
1.190
1.717
Reclamebelasting
1.471
1.350
Reinigingsrecht
173
121
Rioolheffing
79.757
84.049
(Water)toeristenbelasting
9.090
9.533
Zuiveringsheffing
92.767
98.968
564
688
Watersysteemheffing
91.121
98.715
Totale belastingopbrengsten biljetbedrag
530.496
568.583
Leges
Onroerendezaakbelastingen
Verontreinigingsheffing oppervlaktewater
Overige opbrengsten (× € 1.000)
Rekening 2024
Rekening 2025
Vervolgingskosten
2.155
2.583
Invorderingsrente
297
250
2.452
2.833
Totale overige opbrengsten
Jaarstukken 2025
10
PROGRAMMAVERANTWOORDING Programma 1 – Waarderen 1.
Algemeen
De BWB voert voor haar gemeentelijke deelnemers onder meer de Wet Waardering Onroerende Zaken (de Wet WOZ) uit. Binnen het programma Waarderen vindt onder andere de permanente marktanalyse plaats, worden objecten gewaardeerd en worden bezwaren en beroepszaken met betrekking tot de WOZ behandeld. De uitvoering van de activiteiten moet voldoen aan de Wet WOZ en aan het toetsingskader en de richtlijnen van de Waarderingskamer, de landelijke toezichthouder op de uitvoering van de Wet WOZ.
2.
Cijfers in beeld
WOZ-objecten
Aantal WOZ-objecten 350.000
300.000
250.000
200.000 337.678
340.100
340.100
341.141
Realisatie 2024
Begroot 2025
Begroot na wijziging 2025
Realisatie 2025
150.000
100.000
50.000
-
De realisatie van het aantal WOZ-objecten laat een kleine stijging zien ten opzichte van de raming na wijziging van de begroting. De lichte afwijking kan worden toegerekend aan afwijkingen in de autonome groei (oplevering en ingebruikname nieuwbouw).
Jaarstukken 2025
11
Waardebezwaren
Waardebezwaren 15.000 13.500 12.000 10.500 9.000 7.500
14.200
6.000 4.500
11.300
11.368
Begroot na wijziging 2025
Realisatie 2025
9.998
3.000 1.500 Realisatie 2024
Begroot 2025
Deze stijging hangt mede samen met het ingezette beleid om burgers te stimuleren zelf bezwaar in te dienen, waardoor proceskostenvergoedingen worden beperkt. Dit komt tot uitdrukking in een daling van het aandeel bezwaren ingediend door no-cure-no-pay-organisaties (NCNP). De bezwaaraantallen worden structureel gemonitord. Op basis van de realisatie 2026 wordt beoordeeld of nadere analyse noodzakelijk is. Eind december waren de bezwaren nagenoeg volledig afgewikkeld (restant 44). Het volledige restant is vóór half februari 2026 afgehandeld. Daarmee is binnen het bezwaarproces weer sprake van genormaliseerde werkvoorraden.
Jaarstukken 2025
12
Realisatie 2025
Realisatie 2024
Realisatie 2023
Realisatie 2022
WOZ-objecten
341.141
337.678
334.965
321.033
Objecten onder bezwaar
11.368
9.998
19.909
8.246
% aandeel bezwaren t.o.v. WOZ-objecten
3,3%
3,0%
5,9%
2,6%
% mutatie bezwaren t.o.v. voorgaand jaar
14%
-/- 50%
141%
-/- 25%
I - % gegrond verklaard
20%
28%
25%
28%
II - % gegrond waarbij Vermindering WOZ-waarde met >10%
8%
10%
8%
16%
II als % van I
32%
35%
31%
59%
Objecten onder bezwaar ingediend door NCNP
7.507
6.287
10.728
4.646
% NCNP t.o.v. alle objecten onder bezwaar
66%
63%
54%
56%
€ 88.000
€ 677.000
€ 937.000
€ 1.011.200
266
150
660
173
Specificatie waarderen
Proceskostenvergoeding boekjaar Beroepszaken over hetzelfde heffingsjaar
In het verdienmodel van de NCNP’s is in 2024 een kentering opgetreden. Als gevolg daarvan richten zij zich meer op beroepszaken iets wat terug te zien is in het toegenomen aantal beroepszaken over 2025, waar de wettelijke vergoedingen ruimer zijn. Helaas vragen beroepsprocedures per dossier wel een forse tijdsbesteding, op grond van meting ongeveer 20 uur per beroepsprocedure (inclusief de mondelinge behandeling bij de rechtbank). Vooralsnog kan dit worden opgevangen binnen de formatie maar mocht de trend zich voortzetten dan heeft dit gevolgen. Dit is als risico opgenomen in de risico’s (bijlagen). Ultimo 2025 waren voor circa 98 objecten beroepsprocedures aanhangig (belastingjaar 2024), hoofdzakelijk door NCNP’s. In totaal staan nog 390 dossiers open waarin proceshandelingen moeten worden verricht of uitspraken worden verwacht. De rechtbank werkt aan een inhaalslag, maar ook oudere zaken moeten nog op zitting komen.
3.
Wat hebben we bereikt?
De Waarderingskamer heeft in 2025 de hoogste beoordeling (‘zeer goed’, 5 sterren) gehandhaafd. Daarmee is bevestigd dat de BWB het WOZ-proces structureel op hoog kwaliteitsniveau uitvoert. In december 2025 is het onderzoek naar de kwaliteit van de WOZ-taxaties met waardepeildatum 1 januari 2025 positief afgerond. Voor alle gemeenten is toestemming verleend om de beschikkingen 2026 te verzenden.
Jaarstukken 2025
13
In de begroting 2025 zijn de volgende KPI’s opgenomen voor dit programma: Prestatie-indicator
Doelstelling
Resultaat
Oordeel waarderingskamer
Algemeen oordeel ‘GOED’ van de Waarderingskamer
Zeer goed
Tijdige waardebepaling woningen en niet woningen ten behoeve van jaarlijkse herwaardering conform norm WAKA
WOZ-waardebepaling - per 1 december 90% gereed - uiterlijk 1 februari 98% gecontroleerd en gereed
Ja Ja
Juiste WOZ-waardebepaling
1. het aantal WOZ-objecten waarbij de waarde met >10% wordt aangepast t.o.v. de initiële vastgestelde WOZ-waarde. Wordt door Waka als fout aangemerkt. Woningen Niet woningen >10% >10% 2. het aantal WOZ-objecten waarbij de waarde wordt verlaagd t.o.v. het totale aantal WOZ-objecten Woningen Niet woningen 1% 2%
Afhandeling WOZ-bezwaren
Op 1 december van ieder jaar is 95% van de waarde bezwaren afgehandeld, voor zover deze bezwaren betrekking hebben op dat jaar en in dat jaar zijn ingediend.
1. Woningen 864 Niet-woningen 340 2. Woningen 0% Niet-woningen 1%
Voldaan
Elke waardebepaling waarbij de waarde met meer dan 10% wordt aangepast is naar het oordeel van de Waarderingskamer fout. Ten opzichte van het totale aantal objecten is de relatieve afwijking beperkt (woningen 864 = 0,34% en voor niet woningen 340 = 1,2%).
4.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
De uitvoering vindt plaats conform de Waarderingsinstructie van de Waarderingskamer, met nadruk op interne beheersing en kwaliteitszorg. Op basis van sturingsinformatie worden conclusies getrokken over de kwaliteit van waarden, gegevens en systemen, en waar nodig bijgestuurd. De Waarderingskamer richt zich in toenemende mate op de relatie tussen gemeentelijke basisregistraties en de LV-WOZ. Dit vraagt om blijvende en intensieve afstemming met de deelnemers. In 2025 is daarnaast gewerkt aan verdere procesverbetering, waaronder verdere automatisering van de gegevensuitwisseling met de rechtbank.
Jaarstukken 2025
14
5.
Wat heeft het gekost?
Omschrijving (× € 1.000)
Begroting 2025 Begroting 2025 primair na wijziging
Realisatie 2025
Lasten
5.412
5.232
5.143
Loonkosten huidig personeel
4.557
4.357
3.675
-
-
865
Beheer WOZ-administratie
340
330
320
Taxeren en herwaarderen
200
200
187
Griffie en proceskosten waarderen
315
345
96
-
-
-
5.412
5.232
5.143
Inhuur personeel
Baten
Saldo Waarderen
Verschil 89 V
-
89 V
Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 45. Voor de personeelskosten wordt verwezen naar pagina 50.
Jaarstukken 2025
15
Programma 2 – Heffen 1.
Algemeen
Doelstelling van het programma Heffen is om ervoor te zorgen dat er een optimale koppeling wordt onderhouden met alle noodzakelijke basisregistraties (onder andere BRP / NHR / Kadaster) en andere gegevensbronnen, van gemeenten en Waterschap (bijvoorbeeld de waterbank). Met het adequaat eenmalig registeren van deze gegevens wordt er vervolgens een efficiënte en effectieve aanslagoplegging voor onze deelnemers bereikt.
2.
Cijfers in beeld
Aanslag(regels)
Aantal aanslagregels 3.200.000
Totaal: 2.898.570
2.800.000
352.212
Totaal: 3.032.100
Totaal: 2.919.000
Totaal: 2.922.656
455.000
355.000
354.777
2.546.358
2.577.100
2.564.000
2.567.879
Realisatie 2024
Begroot 2025
Begroot na wijziging 2025
Realisatie 2025
2.400.000 2.000.000 1.600.000 1.200.000 800.000 400.000 -
Aanslagregels (excl. beschikkingen)
Beschikkingen
Aantal aanslagen 900.000 750.000 600.000 450.000 809.553
805.400
815.600
803.024
Realisatie 2024
Begroot 2025
Begroot na wijziging 2025
Realisatie 2025
300.000 150.000 -
Jaarstukken 2025
16
Aanslagen waterschapsbelasting 323.505 Waterschapbelasting 2024
128.770
321.630
Waterschapbelasting 2025 128.771 -
50.000
100.000
150.000
Gecombineerd
200.000
250.000
300.000
350.000
Niet gecombineerd
Door een structurele optimalisatie van het proces worden er eerder aanslagen gecombineerd verstuurd. Er is nauwelijks verschil met het vorige jaar ten aanzien van de niet gecombineerde aanslagen. Exoten
30.996
30.900
35.000
30.300
30.888
Exoten Gemeenten 30.000
14.276
1.228
1.170
930
1.088
2.667
2.735
2.850
5.000
2.984
5.177
5.110
5.000
10.000
5.112
15.000
14.200
20.000
14.660
14.413
25.000
Regels precariobelasting
Regels reclamebelasting Realisatie 2024
Begroot 2025
Aanslagen (water)toeristen
Regels hondenbelasting
Begroot na wijziging 2025
Panden BAG
Realisatie 2025
Ten aanzien van de belastingsoorten vallend onder de exoten kan worden opgemerkt dat de realisatie niet of nauwelijks afwijkt van de begrote aantallen 2025.
Jaarstukken 2025
17
Exoten Waterschap (zuiveringsheffing) 27.000 24.000 21.000 18.000 15.000 12.000
24.854
22.000
9.000
25.000
25.240
Begroot na wijziging 2025
Realisatie 2025
6.000 3.000 Realisatie 2024
Begroot 2025
Er is nauwelijks verschil tussen de realisatie van dit jaar met het vorige jaar. Ook ten opzichte van de gewijzigde begroting is er een summier verschil in het aantal aanslagen. Heffingsbezwaren
Bezwaren heffen gecategoriseerd 9.000 8.000
8.140 7.500
7.341
7.016
7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000
165
180
180
175
Heffingsbezwaren Realisatie 2024
Begroot 2025
Legesbezwaren Begroot na wijziging 2025
Realisatie 2025
Er zijn minder heffingsbezwaren binnen gekomen ten opzichte van een voorgaand jaar. Door een wijziging van het inboekproces sinds 2023 worden potentiële bezwaren aan de voorkant gelijk getackeld en worden deze uiteindelijk niet als bezwaar ingeboekt maar snel administratief afgehandeld. Daarnaast wordt de kwaliteit van onze data steeds beter waardoor er minder bezwaar wordt gemaakt.
Jaarstukken 2025
18
3.
Wat hebben we bereikt?
We hebben door het meervoudig gebruik van onze gegevens zoveel mogelijk geprobeerd de aanslagregels te combineren voor zover dit op grond van de diverse verordeningen van onze deelnemers mogelijk was. Daarnaast zijn bij de totstandkoming van de aanslagoplegging de mogelijkheden bekeken om processen te vereenvoudigen, en waar mogelijk efficiency behaald kon worden. Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) In 2025 zijn de volgende KPI’s vastgesteld voor dit programma: Prestatie-indicator
Doelstelling
Resultaat
Tijdige aanslagoplegging
95% van de aanslagen (inclusief waardebeschikking) is uiterlijk in februari door middel van een gecombineerde aanslag, opgelegd voor het huidige belastingjaar.
98%
Tijdige afhandeling
97% van de gecombineerde opgelegde aanslagen is binnen 12 maanden na datum aanslag afgehandeld. Afgehandeld = saldo € 0,00. (Opgelegd -/- Betaald -/- Verminderd -/- Vernietigd -/- Kwijtschelding -/- Oninbaar)
98%
1. 95% bezwaren ingediend in belastingjaar voor half november zijn afgewerkt op 31 december.
93%
2. 75% bezwaren ingediend in de periode 15 november – 31 december zijn binnen 6 weken afgewerkt.
68%
Afhandeling heffingsbezwaren % tijdige afhandeling bezwaren
4.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Het afgelopen jaar hebben we getracht om alle gegevens te verwerken en actueel te houden. Op sommige onderdelen hebben we kunnen optimaliseren waardoor we eerder hebben kunnen aanslaan en actueler zijn qua data.
5. Wat heeft het gekost? Omschrijving (× € 1.000)
Begroting 2025 Begroting 2025 primair na wijziging
Realisatie 2025
Lasten
2.647
2.567
2.561
Loonkosten huidig personeel
2.426
2.276
2.223
-
-
67
Inhuur personeel Kosten BAG
45
15
11
(Controle)kosten gegevensbeheer
159
266
246
Griffie- en proceskosten heffen
17
10
14
-
-
-
2.647
2.567
2.561
Baten
Saldo Heffen
Verschil 6 V
-
6 V
Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 45. Voor de personeelskosten wordt verwezen naar pagina 50.
Jaarstukken 2025
19
Programma 3 – Invordering 1.
Algemeen
De BWB draagt zorg voor het volledige proces van Invordering. Dit varieert van het faciliteren en verwerken van betalingen en automatische incasso’s tot aan dwanginvordering en waar nodig via beslaglegging en executie. Naast het innen van de belastingaanslagen omvat het programma de behandeling van kwijtscheldingsverzoeken, invorderingsgerelateerde bezwaar- en beroepsprocedures en de afwikkeling van insolventietrajecten (zoals schuldhulpverlening en faillissementen).
2.
Cijfers in beeld
Invorderingsproces 39.989
41.000
40.000
45.000
42.696
Invorderingsproces
40.000 35.000
6.427
7.500 1.500
5.000
5.830
8.658
8.500
10.000
7.500
8.527
15.000
17.885
20.000
18.000
17.797
25.000
14.000
30.000
Aanmaningen Realisatie 2024
Dwangbevelen Begroot 2025
Hernieuwde bevelen
Begroot na wijziging 2025
Beslag*
Realisatie 2025
*In de begroting 2025 zijn de zogeheten vereenvoudigde derdenbeslagen niet meegenomen in de telling bij ‘beslag’. In dit overzicht zijn deze aantallen wél opgenomen, zowel bij de realisatie van 2024 als bij begroting na wijziging voor 2025. Hierdoor wijken de gepresenteerde cijfers af van de begrotingsaantallen.
Conform de planning zijn wekelijks aanmaningen en tweewekelijks postdwangbevelen aangemaakt en verstuurd, met enkele uitzonderingen rondom de grote kohieren in februari en mei. Het overzicht toont de aantallen die in 2025 zijn gegenereerd en hebben betrekking op meerdere belastingjaren.
Jaarstukken 2025
20
Het jaar 2025 kenmerkt zich als een stabiel en volledig operationeel jaar. De invorderingsprocessen zijn conform planning uitgevoerd, waarbij eerdere achterstanden volledig zijn ingelopen en het beleid rondom sociaal incasseren en informatie gestuurd werken structureel is toegepast. De gerealiseerde aantallen van de aanmaningen, dwangbevelen en hernieuwde bevelen wijken nauwelijks af van de begroting na wijziging en bevestigen de voorspelbaarheid en bestendigheid van de gehanteerde uitgangspunten voor de komende jaren.
3.
Wat hebben we bereikt?
In 2025 hebben we de stijgende lijn van professionalisering en stabiliteit vastgehouden. Waar voorgaande jaren in het teken stonden van het inlopen van achterstanden, kenmerkt 2025 zich als een volledig operationeel jaar waarin de reguliere processen conform planning zijn verlopen. De focus lag hierbij op informatie gestuurd werken, door slim gebruik te maken van data van bronhouders (zoals UWV en RDW) bepaalden we effectief de juiste vervolgstappen in het invorderingsproces. De efficiëntie is verder vergroot door het aanscherpen van onze processen. Zo hanteerden we in 2025 een vaste volgorde in dwangacties, waarbij lichtere middelen zoals loonvordering voorrang kregen op zwaardere middelen zoals beslaglegging. Daarnaast hebben we kritisch gekeken naar de kosten-batenverhoudingen voor het uitvoeren van dwanginvorderingsacties om onnodige kostenstapeling te voorkomen. Onze inzet op sociaal incasseren bleef onverminderd van kracht. Centraal stond het onderscheid tussen inwoners die niet kunnen betalen en zij die niet willen. We hebben ingezet op persoonlijk contact (bellen of mailen) vóórdat een deurwaarder werd ingeschakeld. Hiermee behielden we de menselijke maat en konden we in een vroeg stadium passende oplossingen, zoals betalingsregelingen, aanbieden. Tot slot stond 2025 in het teken van innovatie.
Om de dienstverlening te verbeteren en de werkdruk te beheersen, hebben we stappen gezet met de inzet van robotisering (RPA) bij de toetsing van kwijtscheldingsverzoeken en de introductie van een chatbot. Hiermee bouwen we verder aan een toekomstbestendige en klantgerichte organisatie. In de begroting 2025 zijn de volgende KPI’s opgenomen voor dit programma: Prestatie-indicator
Doelstelling
Resultaat
Oninbaar
5 jaar na datum aanslag bedraagt het % oninbaar, t.o.v. het bedrag aan opgelegde aanslagen, maximaal 0,80%
0,25% (2021)
% openstaand 2 jaar na datum aanslag ≤ 0,50% Tijdige betaling aanslag
Afhandeling kwijtscheldingsverzoeken
Jaarstukken 2025
Berekening % = openstaand bedrag x-jaar t.o.v. bruto opgelegd x-jaar. O.b.v. datum aanslag en niet belastingjaar. 80,0% van de kwijtscheldingsverzoeken is < 16 weken afgehandeld.
21
0,35% (2023)
77,8%
Met een realisatie van 77,8% is de afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken zichtbaar verbeterd ten opzichte van voorgaand jaar. Hoewel de doelstelling van 80% binnen 16 weken net niet volledig is behaald, zien we de positieve effecten van de ingezette procesoptimalisaties, zoals de inzet van robotisering (RPA) bij de toetsing van de betalingscapaciteit . De doorlooptijd staat onder druk tijdens de twee vaste piekmomenten: na de aanslagoplegging eind februari (combi-aanslagen) en eind mei (waterschapsaanslagen), wat tijdelijk zorgt voor een hoge werkvoorraad. Bij de verzoeken die niet geautomatiseerd kunnen worden afgedaan, blijven we bovendien afhankelijk van de tijdige aanlevering van bewijsstukken door de belastingplichtige.
4.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Om de resultaten in 2025 te realiseren en onze dienstverlening toekomstbestendig te maken, hebben we ingezet op een integrale aanpak van procesoptimalisatie, digitalisering en organisatieontwikkeling. Verdieping Subjectgericht Invorderen (SGI) De methodiek van subjectgericht invorderen vormt de basis van onze werkwijze en hebben we in 2025 verder geoptimaliseerd. De focus lag op de finetuning van de werkvoorraden, waarbij medewerkers regie blijven voeren over het totale dossier van een inwoner in plaats van over losse acties. Om de kwaliteit bij juridisch complexe trajecten te borgen, is binnen het subjectgericht werken een verbeterslag gemaakt door specialistische taken te centraliseren. Deze doorontwikkeling versterkt het eigenaarschap, geeft een completer beeld van de situatie van de belastingschuldige en heeft geleid tot een snellere doorlooptijd en minder fouten. Innovatie en Digitalisering De inzet van technologie is cruciaal gebleken om de werkdruk te beheersen en de kwaliteit te verhogen. •
Robotisering (RPA): In 2025 is de inzet van robotisering uitgebreid naar het proces van kwijtschelding. De robot ondersteunt nu bij het berekenen van de betalingscapaciteit en het klaarzetten van beschikkingen. Dit vermindert de administratieve last aanzienlijk, waardoor medewerkers meer tijd hebben voor maatwerkbeoordelingen.
•
Dienstverlening: Om de drempel voor inwoners te verlagen, is de ‘Kwijtscheldingscheck’ op de website gelanceerd. Hiermee kunnen inwoners vooraf eenvoudig toetsen of een aanvraag kans van slagen heeft, wat het aantal niet kansrijke aanvragen en daarmee de administratieve druk vermindert. Ook is gestart met de implementatie van een chatbot om klantvragen sneller en 24/7 te kunnen beantwoorden.
Jaarstukken 2025
22
Invorderingsstrategie verder verfijnd De focus lag op het optimaliseren van de balans tussen het maatschappelijk belang, de uitvoeringskosten en het financiële resultaat, •
Finetuning van proportionaliteit: Het bestaande principe van proportionaliteit is verder aangescherpt. We wegen kritisch af of de inzet van zware dwangmiddelen in verhouding staat tot de openstaande schuld en de situatie van de belastingschuldige. Concreet betekent dit dat we bij geringe vorderingen terughoudend zijn met kostenverhogende maatregelen en processen hebben ingericht om onnodige kostenstapeling te voorkomen.
•
Subjectgerichte inzet dwangmiddelen: De inzet van dwangmiddelen is volledig gekoppeld aan onze subjectgerichte werkwijze. Dit betekent dat we niet standaard één vast traject volgen, maar per dossier kijken welke maatregel aansluit bij de specifieke situatie van de inwoner. Is er sprake van onwil of onmacht? Op basis van beschikbare data en klantcontact bepalen we de meest passende en effectieve vervolgstap, waarbij lichtere middelen waar mogelijk voorrang krijgen op zwaardere middelen.
5.
Wat heeft het gekost?
Omschrijving (× € 1.000)
Begroting 2025 Begroting 2025 primair na wijziging
Realisatie 2025
Lasten
2.501
2.369
2.316
Loonkosten huidig personeel
2.311
2.161
2.121
Inhuur personeel
-
-
-
Financiële invordering
131
121
121
Dwanginvordering
59
87
74
-
-
-
2.501
2.369
2.316
Baten
Saldo Invordering
Verschil 53 V
-
53 V
Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 45. Voor de personeelskosten wordt verwezen naar pagina 50.
Jaarstukken 2025
23
Overhead – Directie en bedrijfsvoering 1.
Algemeen
Binnen dit onderdeel zijn de directie en de afdeling ondersteuning, en daarmee alle overige ondersteunende activiteiten ten behoeve van het primaire proces, ondergebracht. Hieronder vallen onder meer de taken met betrekking tot ICT, facilitair, interne controle, beleid, inkoop, financiën, communicatie en de HR werkzaamheden. Het cluster HR wordt rechtstreeks door de directeur aangestuurd.
2.
Cijfers in beeld
Verzending
2025 2024 44,1% 43,7%
2024 2025 56,3% 55,9%
Digitaal
Analoog
Het aandeel in de digitale verzending neemt toe ten opzichte van het analoge aandeel. Dat komt omdat naar verhouding steeds meer inwoners gebruik maken van MijnOverheid en dat heeft ook effect op de BWB. Voor de BWB is deze ontwikkeling prettig, want de kosten zijn dusdanig opgebouwd dat BWB wel de kosten draagt voor de analoge verzending, maar niet voor de digitale verzending. Dit heeft ook effect op de te betalen print- en portokosten binnen de kantoorkosten. In 2025 is de BWB begonnen met inwoners te wijzen op de mogelijkheden binnen MijnOverheid. Dat zal ook in de komende jaren gebeuren en in het gunstigste geval zal de groei van verzending via MijnOverheid versnellen.
3.
Wat hebben we bereikt?
Herinrichting gebouw Na aanvang in 2024 is in 2025 is het grootste deel van de werkzaamheden uitgevoerd in de herinrichting van het gebouw van de BWB. In de herinrichting werden een aantal zaken verbeterd, maar ook een aantal zaken toegevoegd om de werknemers en bezoekers van de BWB een professionele werkomgeving te bieden.
Jaarstukken 2025
24
Een kleine opsomming: •
Licht- en geluidsoverlast worden verminderd;
•
De kantoortuinen worden aangepast aan ‘het nieuwe werken’ waarin meer mogelijkheden zijn om teams-vergaderingen bij te wonen of persoonlijke gesprekken te voeren;
•
De entree voor bezoekers is ingericht op de eisen van de huidige tijd;
•
Er is meer groen binnen het pand aangebracht;
•
Verschillende vergaderruimtes zijn geoptimaliseerd.
Artificial Intelligence en Robotisering In 2025 heeft de BWB belangrijke stappen gezet om de organisatie toekomstbestendig te maken. De focus lag hierbij op het verantwoord en veilig integreren van nieuwe technologieën in de dagelijkse praktijk, waarbij de transitie is gemaakt van verkennen naar gecontroleerd toepassen. 1. Generatieve AI en Klantinteractie De organisatie heeft in 2025 concrete ervaring opgedaan met de inzet van AI-assistenten om medewerkers te ondersteunen bij taken zoals tekstproductie en analyse. Daarnaast is de implementatie van de AI-chatbot voor de website in gang gezet om de dienstverlening aan inwoners laagdrempeliger en 24/7 toegankelijk te maken. 2. Robotic Process Automation (RPA): Van project naar proces Op het gebied van robotisering is in 2025 de stap gemaakt van incidentele innovatie naar regulier beheer. RPA wordt niet langer gezien als experimenteel, maar is ingebed in het applicatielandschap. De inzet van robots heeft direct bijgedragen aan het verlagen van de administratieve werkdruk. Concrete resultaten in 2025 waren de robotisering van de verwerking van kwijtscheldingsadviezen tot besluiten en het automatisch koppelen van rechtbankdocumenten aan de juiste dossiers. Hiermee zijn foutgevoelige, repetitieve taken succesvol geautomatiseerd. 3.
Geo-informatie (GIS): Fundament voor datagedreven werken Voor Geo-informatie (GIS) stond 2025 in het teken van fundamenteel onderzoek en voorbereiding. De eerste fase, bestaande uit een grondige inventarisatie van het huidige datalandschap, softwaregebruik en de informatiebehoefte per belastingsoort, is succesvol afgerond. Hiermee zijn de noodzakelijke randvoorwaarden gecreëerd om in de komende jaren toe te werken naar één eenduidig en actueel kaartbeeld per proces (‘één waarheid’), wat essentieel is voor kwaliteitsbewaking en datagedreven besluitvorming.
Jaarstukken 2025
25
4. Randvoorwaarden: Veiligheid, Ethiek en Governance In 2025 lag de nadruk op de verankering, waarbij formeel AI-beleid en een robuuste governancestructuur garanderen dat technologische vernieuwing altijd binnen de strikte kaders van privacy (AVG) en informatiebeveiliging (BIO) plaatsvindt. Dit kreeg concreet vorm via de operationalisering van een multidisciplinaire Werkgroep AI (met onder andere de FG en CISO), die elk nieuw initiatief vooraf toetst op risico’s en veiligheid, inclusief de verplichte inzet van Data Protection Impact Assessments (DPIA’s) bij de verwerking van persoonsgegevens. Hiermee sorteert de BWB tevens voor op de Europese AI-verordening door toepassingen te classificeren op risiconiveau en vast te leggen in een intern algoritmeregister, waarbij het ethische uitgangspunt onwrikbaar blijft dat AI uitsluitend ondersteunend werkt en menselijke tussenkomst (human-in-the-loop) bij besluitvorming te allen tijde gegarandeerd is. Werken volgens de Leanprincipes Binnen de organisatie zijn in navolging van het jaar 2023 en 2024 ook in 2025 een aantal medewerkers verder en dieper opgeleid binnen de Leanprincipes. In het jaar 2023 en 2024 was het doel hiervan om alle medewerkers van de BWB bewust te maken van de mogelijkheid om processen te verbeteren en de methodes die je hiervoor kunt gebruiken.
In 2025 is er (onder andere door middel van eerder genoemde verdiepingsopleidingen) met de medewerkers, die al wat langer opgeleid zijn in de leanprincipes, een structuur ontwikkeld waarin er samen met het managementteam gebouwd wordt aan een cultuur van continue verbetering.
Jaarstukken 2025
26
4.
Wat heeft het gekost?
Omschrijving (× € 1.000)
Begroting 2025 Begroting 2025 Realisatie 2025 primair na wijziging
Verschil
Overhead Lasten
10.723
10.566
10.236
Personeel
4.059
3.734
3.547
330 V
Inhuur derden
710
510
233
Overige personele kosten
640
1.068
1.402
Bedrijfsvoering
387
416
369
Kantoorkosten
706
668
668
2.053
2.097
2.048
818
823
809
1.350
1.250
1.160
165
165
243
-
-
97
Bijdrage garantiesalarissen
110
110
108
Bijdrage print en portokosten
-
-
8
Bijdrage overige goederen en diensten
55
55
30
10.558
10.401
9.993
Lasten
-
-
-
-
Baten
-
-
-
-
Saldo vennootschapsbelasting
-
-
-
-
10.558
10.401
9.993
Informatisering/automatisering Huisvesting Door te schuiven BTW Baten Bijdragen loonkosten
Saldo overhead
78 V
408 V
Vennootschapsbelasting
Saldo Overhead
408 V
Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 45. Voor de personeelskosten wordt verwezen naar pagina 50.
Jaarstukken 2025
27
5.
Beleidsindicatoren Indicator
Eenheid
Begroting 2025 primair
Jaarrekening 2025
Formatie*
Fte
142,3 fte
142,1 fte
Bezetting*
Fte
**132,5 fte
131,5 fte
Apparaatskosten*
Totale kosten (× € 1.000)
21.368
20.261
Externe inhuur
Kosten als % van totale loonsom + externe inhuur***
5,2%
9,4%
Overhead
% van totale lasten****
50,2%
50,5%
*
De beleidsindicatoren formatie, bezetting en apparaatskosten zijn niet aangegeven per 1.000 inwoners, zoals voorgeschreven door de BBV. Een berekening per 1.000 inwoners zou betekenen dat dit aantal nog gedeeld zou moeten worden door de inwoners van alle deelnemende gemeenten, dit zou een vertekend beeld geven. In plaats daarvan zijn deze indicatoren daarom in absolute waarden (fte/kosten) weergegeven.
**
Conform BBV is de beleidsindicator bezetting voor het begrotingsjaar aangeduid als de werkelijke bezetting op 1 januari van het vorig jaar.
***
Het gepresenteerde percentage in de jaarrekening 2025 lijkt hoger uit te vallen. Dit komt doordat in de raming alleen rekening is gehouden met het centrale inhuurbudget binnen overhead. Er is geen rekening gehouden met formatief werk dat wordt ingevuld door inhuurkrachten. In vergelijking met het percentage uit de jaarrekening 2024 (11,2%) is echter wel sprake van een daling.
****
Het gepresenteerde percentage valt relatief hoog uit. Dit komt doordat kosten die niet rechtstreeks aan één specifiek programma kunnen worden toegerekend, als overhead worden aangemerkt. Daardoor worden bijvoorbeeld kosten voor de belastingapplicatie onder overhead verantwoord.
Jaarstukken 2025
28
Dekkingsmiddelen – Directie en bedrijfsvoering 1.
Algemeen
De dekkingsmiddelen vormen de basis om de uitgaven in het kader van de verschillende programmaonderdelen te dekken. In voorgaande paragrafen is per programma toegelicht, wat we in 2025 hebben bereikt. De dekkingsmiddelen bestaan uit de volgende onderdelen: bijdrage deelnemers, treasury en onvoorzien. De bijdrage van de deelnemers wordt met een vastgestelde berekeningswijze aan de deelnemers toegerekend.
2.
Wat heeft het gekost?
Omschrijving (× € 1.000)
Begroting 2025 Begroting 2025 primair na wijziging
Realisatie 2025
Verschil
Treasury Lasten
5
5
5
-
Rentelasten
5
5
5
Baten
430
300
277
Renteopbrengsten
430
300
277
Saldo treasury
-425
-295
-272
23 N
Lasten
80
80
-
80 V
Onvoorzien
80
80
-
-
-
-
-
80
80
-
80 V
Lasten
-
-
-
-
Baten
20.773
20.354
20.354
-
Bijdrage deelnemers
20.773
20.354
20.354
Saldo bijdrage deelnemers
-20.773
-20.354
-20.354
-
Saldo Dekkingsmiddelen
-21.118
-20.569
-20.626
57 V
23 N
Onvoorzien
Baten Saldo onvoorzien Bijdrage deelnemers
Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 45.
Jaarstukken 2025
29
PARAGRAFEN Paragraaf 1: Weerstandsvermogen & risicobeheersing Algemeen In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt inzicht gegeven in de weerstandscapaciteit van de BWB. De weerstandscapaciteit is de mate waarin onvoorziene financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen zonder dat verandering van beleid noodzakelijk is. Om dit te kunnen beoordelen is inzicht nodig in de omvang en achtergrond van de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s die voor de BWB aanwezig zijn.
Inventarisatie weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit wordt verstaan; de middelen en mogelijkheden die de organisatie heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Voorbeelden van deze middelen zijn het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien die in de begroting is opgenomen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de post onvoorzien voor € 80.000, daarnaast is bij de jaarrekening 2023 een reserve gevormd van € 200.000 ten behoeve van het opvangen van verschillen in de geraamde en werkelijke loon- en prijsontwikkeling.
Risicobeheersing Om een juist beeld van de financiële positie van de BWB te krijgen, is het noodzakelijk dat helder is met welke risico’s de samenwerking kan worden geconfronteerd. Onder risico wordt in dit verband verstaan ‘een niet door de BWB te beïnvloeden gebeurtenis, onvoorspelbaar en onafwendbaar als deze zich voordoet, met veelal financiële of materiële gevolgen die niet specifiek af te dekken zijn’. De BWB streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te ondervangen door zorgvuldigheid in de uitvoering van procedures, het treffen van beheersmaatregelen en de benodigde verzekeringen af te sluiten. Op grond van artikel 31, lid 4 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BWB te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al haar verplichtingen naar derden te kunnen voldoen. Concreet betekent dit dat de risico’s (voor zover zij het weerstandsvermogen overschrijden) voor rekening van de deelnemers komen.
Risicoanalyse Het is van belang periodiek een analyse van de risico’s te maken, welke de financiële zelfstandigheid van functioneren van de samenwerking in gevaar kunnen brengen c.q. wanneer zij zich manifesteren gevolgen hebben voor de deelnemers. De risico’s zoals bekend bij het opstellen van deze jaarrekening zijn toegelicht in bijlage 1.
Jaarstukken 2025
30
Het totale financiële risico afgezet tegen de kans dat een dergelijk risico zich voordoet, geeft een beeld over het risicoprofiel van de BWB (Risico = Kans x Gevolg). In bijlage 1 zijn de risico’s financieel vertaald. Concreet levert dit een risicoprofiel op van € 220.000. Genoemd risicoprofiel dient normaliter te worden afgedekt door de aanwezige weerstandscapaciteit van de organisatie. De weerstandscapaciteit waarover de BWB beschikt, is de in de begroting opgenomen post onvoorzien en de algemene reserve van € 200.000. Indien zich in de praktijk een risico aandient wat het weerstandsvermogen te boven gaat zal dit door de deelnemers zelf moeten worden afgedekt. In dat kader is het belangrijk dat het bestuur zich bewust is van de mogelijke risico’s die horen bij de uitvoering van het beheer en het beleid van de BWB.
Financiële kengetallen Op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dienen de op de BWB van toepassing zijnde genoemde financiële kengetallen in deze paragraaf te worden opgenomen. Realisatie 2024
Begroting primair 2025
Realisatie 2025
Netto schuldquote
-3,1%
1,1%
-3,4%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-3,1%
1,1%
-3,4%
Solvabiliteitsratio
15,8%
0,0%
12,4%
Structurele exploitatieruimte
5,1%
0,0%
5,5%
Kengetallen
Voor het beheer van de ingevorderde belastingen houdt de BWB conform artikel 34 van de Gemeenschappelijke Regeling een uitsluitend daartoe bestemde rekening aan. Ten aanzien van de kengetallen wordt dan ook geen rekening gehouden met de betreffende bankrekening. Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van schuldenlast van de BWB ten opzichte van de eigen middelen en geeft daarmee een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossing op de exploitatie. Een percentage onder 90% wordt gezien als minst risicovol. De BWB zit hier ruim onder. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de BWB in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het eigen vermogen wordt hiervoor afgezet tegen het vreemd vermogen. Voor de BWB betekent dit dat dit kengetal enorm kan schommelen. Voor de BWB bestaat voor bestemming het eigen vermogen in 2025 enkel uit het positieve rekeningresultaat en de algemene reserve. Bij het opstellen van de primaire begroting werd hier geen rekening mee gehouden.
Jaarstukken 2025
31
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte de BWB heeft om de eigen lasten te kunnen dragen. Hiervoor worden de structurele baten en lasten afgezet tegen het totale saldo van de baten. Ook dit kengetal wordt sterk beïnvloed door het rekeningresultaat. De kanttekening wordt gemaakt dat de kengetallen geen of nauwelijks strategische dan wel beleidsmatige informatiewaarde voor de BWB geven.
Jaarstukken 2025
32
Paragraaf 2: Financiering Algemeen Op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening verplicht. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is vastgelegd dat de paragraaf financiering in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Daarnaast dient de paragraaf inzicht te geven in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.
Treasurybeheer en -beleid De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn: -
Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
-
Het tegengaan van ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s en valutarisico’s;
-
Het minimaliseren van externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
-
Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.
Het treasurybeleid is erop gericht binnen de financiële mogelijkheden van de BWB een zo optimaal mogelijk rendement te verkrijgen dan wel de lasten zo veel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico’s zo goed mogelijk worden beheerst.
Risicoprofiel De financieringsfunctie van de BWB is alleen gericht op ondersteuning van haar publieke taak. Het beheer heeft uitsluitend een voorzichtig, risicomijdend karakter. Gezien de aard en activiteiten van de BWB is het risicoprofiel beperkt. Kredietrisico (oninbaarheid van geldleningen verstrekt aan derden), koersrisico en valutarisico zijn niet aan de orde. Het risico van oninbaarheid van debiteuren (met betrekking tot de bedrijfsvoering) is slechts beperkt aanwezig. Het liquiditeitsrisico is zeer beperkt: de huidige en toekomstige geldstromen van de BWB zijn inzichtelijk. Dagelijks wordt het banksaldo vanaf € 0 afgeroomd in het kader van schatkistbankieren. De BWB loopt wel risico als gevolg van een stijging of daling van de rente op de kapitaalmarkt, zie hieronder de uitwerking.
Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van rentelasten en rentebaten verandert als gevolg van wijzigingen in rentepercentages op leningen en uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Jaarstukken 2025
33
Aan de lastenzijde is het renterisico zeer beperkt. De lening portefeuille van de BWB bestaat uit één langlopende lening waarvan het rentepercentage gedurende de resterende looptijd vaststaat. Herfinanciering of renteherziening doet zich derhalve niet voor. Kortlopende financiering wordt structureel niet aangetrokken. Het renterisico manifesteert zich uitsluitend aan de batenzijde. Overtollige liquide middelen worden op grond van wettelijke verplichtingen aangehouden via schatkistbankieren. De rentevergoeding op deze middelen is afhankelijk van de geldende marktrente en van beleidskeuzes van het Rijk ten aanzien van schatkistbankieren. Op basis van het huidige volume aan liquide middelen en rekening houdend met aangekondigde beleidsvoornemens van de minister van Financiën is het risico op een daling van de geraamde renteopbrengsten ingeschat op € 35.000 (zie bijlage 1).
Begroot 2025 primair
Omschrijving (× € 1.000) A Renterisico
Realisatie 2025
150
150
-
-
150
150
B Rente risiconorm
4.274
4.052
Begrotingstotaal
21.368
20.261
Percentage voor berekening norm
20%
20%
C Ruimte onder risiconorm (B-A)
4.124
3.902
Renteherziening Aflossing
De wettelijk vastgestelde renterisiconorm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Uit de hiervoor opgestelde berekening blijkt dat de BWB in 2025 geen renterisico heeft gelopen.
Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,2% te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de BWB bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van dit limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. Hieronder is deze staat volgens de laatst bekende gegevens ingevuld.
Jaarstukken 2025
34
Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (× € 1.000)
Vlottende schuld
Vlottende middelen
Netto vlottende schuld of overschot
A. Gemiddeld vlottend overschot
-
2.872
2.872
Ultimo kwartaal 1
-
3.152
3.152
Ultimo kwartaal 2
-
3.110
3.110
Ultimo kwartaal 3
-
3.640
3.640
Ultimo kwartaal 4
-
1.587
1.587
B. Berekening kasgeldlimiet
1.752
Begrotingstotaal (primair)
21.368
Percentage regeling
8,2%
C. Ruimte onder kasgeldlimiet
4.624
Gemiddeld vlottend overschot (A)
2.872
Kasgeldlimiet (B)
1.752
Voor de BWB bedraagt de kasgeldlimiet over het jaar 2025 € 1.752.000. Gelet op het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen bedraagt de ruimte onder de kasgeldlimiet voor dit jaar ruim € 4.624.000.
Voor het beheer van de ingevorderde belastingen houdt de BWB conform artikel 34 van de Gemeenschappelijke Regeling een uitsluitend daartoe bestemde rekening aan. In het kasgeldlimiet wordt dan ook geen rekening gehouden met de betreffende bankrekening.
Renteresultaat Treasury In deze paragraaf wordt ook inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen. Ter verkrijging van dit inzicht is onderstaand overzicht opgesteld.
Omschrijving (× € 1.000)
2025
A Externe rentelasten over korte en lange financiering
-5
B Externe rentebaten
277
Saldo externe rentebaten
272
C Interne eigen rente
-
D Toerekening rente via renteomslag
-
Renteresultaat op taakveld treasury
272
Het bedrag boven de drempel van 2,00% van het jaarlijkse begrotingstotaal of alles boven € 1.000.000 dient gestort te worden bij het Rijk als zijnde een rekeningcourant verhouding. Als gevolg van de rentestijging die wordt vergoed over het schatkistbankieren (deze is gekoppeld aan de Euro Short Term Rate) ontvangen we nu meer rentebaten waar in de begroting geen rekening mee is gehouden.
Jaarstukken 2025
35
Paragraaf 3: Bedrijfsvoering Personeel Organisatie Op basis van de strategische personeelsplanning heeft de BWB inzichtelijk gemaakt wat de komende jaren de uitstroom van haar medewerkers zal zijn. Elk jaar kijken we of er aanpassingen nodig zijn. De kritische functies zijn in beeld gebracht en waar nodig wordt tijdig actie ondernomen. Dit om te zorgen dat kennis behouden blijft en vacatures tijdig worden ingevuld. De krapte op de arbeidsmarkt blijft een uitdaging. Ook in 2025 hebben wij hiervan de gevolgen ondervonden. Desondanks slaagt onze organisatie erin om de opengestelde vacatures zoveel mogelijk in te vullen. In sommige gevallen hebben de aangetrokken nieuwe medewerkers echter weinig tot geen ervaring in het vakgebied. Wij blijven daarom investeren in het zelf opleiden en begeleiden van nieuwe medewerkers. In 2025 zijn vijf nieuwe collega’s in dienst getreden en hebben negen collega’s de organisatie verlaten. Wanneer extra ondersteuning nodig is, kiest de BWB voor gerichte inhuur van medewerkers. Dit betekent dat inhuur in sommige situaties nog steeds noodzakelijk is gebleken. Het personeelshandboek is in 2025 verder geactualiseerd. Toelichting Wet DBA en risicobeheersing De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) vervangt sinds 2016 de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) en heeft als doel schijnzelfstandigheid tegen te gaan.
Onder de Wet DBA kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers niet langer volstaan met een VAR-verklaring om aan te tonen dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. In plaats daarvan geldt dat beide partijen de aard van hun samenwerking en de daarbij behorende contracten zorgvuldig moeten toetsen aan de geldende wet- en regelgeving. Voor de Belastingsamenwerking betekent dit dat wij de arbeidsrelaties met ingehuurde zelfstandigen zorgvuldig in kaart brengen en continu monitoren. De belangrijkste risico’s betreffen mogelijke naheffingen van loonbelasting en premies sociale verzekeringen, indien achteraf wordt vastgesteld dat feitelijk sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. In 2025 zijn duidelijke kaders gesteld voor het inzetten van ZZP’ers. Deze ontwikkeling is toegevoegd aan de risico’s zoals opgenomen in bijlage 1 van deze jaarrekening. Tevens is het aantal ingehuurde ZZP’ers afgebouwd. Inhuur / Loondienst Er wordt gestreefd naar een optimale beheersing van het personeelsbestand door een goede verhouding tussen vaste formatie en flexibele schil. Ook in 2025 is gebruikgemaakt van de flexibele schil, deels voor de invulling van vaste formatie, deels voor extra capaciteit en vervanging bij ziekteverzuim. In totaal zijn in 2025 17 externe medewerkers ingehuurd.
Jaarstukken 2025
36
Ziekteverzuim Het gemiddelde verzuimpercentage in 2025 bedraagt 5,8%. Ten opzichte van 2024 is er een lichte stijging te zien, vorig jaar was het namelijk 4,6%.
Verzuimpercentage 9,0% 8,6% 8,0%
7,9%
7,0% 6,7%
6,7% 6,1%
6,0% 5,5% 5,0%
5,7%
5,7%
5,8%
5,8%
5,4% 4,9%
4,9% 4,6%
4,6% 4,3%
4,0%
4,8%
4,8%
4,7% 4,4%
4,4%
4,0%
3,9% 3,5%
3,3% 3,0% jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
Verzuimpercentage 2025
Gemideld verzuimpercentage 2025
Verzuimpercentage 2024
Gemideld verzuimpercentage 2024
Verzuimduur in percentage 5,0%
4,0%
3,0% 4,3%
2,0%
3,2% 1,0% 0,9%
0,7%
0,8%
0,6%
0,0%
Kort (< 11 dagen)
Middellang (11 t/m 42 dagen) Verzuimduur 2024
Jaarstukken 2025
37
Verzuimduur 2025
Lang (> 42 dagen)
dec
4,6%
Informatisering In 2025 is er verder ingezet op optimalisatie van enkele primaire processen door robotiseringsoplossingen (RPA) in te zetten. In het bijzonder is robotisering ingezet om de processen waardebezwaren en kwijtschelding op sommige onderdelen efficiënter en sneller uit te voeren.
Informatiebeveiligingsincidenten en datalekken In 2025 hebben er achttien datalekken plaatsgevonden. Er zijn geen datalekken gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens in 2025. Daarnaast zijn er in 2025 in totaal tien informatiebeveiligingsincidenten geregistreerd, welke onder meer betrekking hadden op phishing-mails en verdachte oproepen via WhatsApp. Ook vond er een incident plaats in het belastingsysteem door het uitvoeren van een foutief script. Deze zijn allen tijdig gemeld aan de CISO, zodat er geen nadelige gevolgen voor de BWB hebben plaatsgevonden. In een aantal gevallen zijn aanvullende en/of mitigerende maatregelen genomen. Bewustwording Er is het afgelopen jaar wederom aandacht besteed aan de E-learning informatiebeveiliging en privacy. Iedere medewerker is verplicht om de opfriscursus af te ronden. Het doel hiervan is om de kennis te vergroten en het bewustzijn te verhogen. Hierdoor raken medewerkers bekend met veilig gedrag en kunnen ze risico’s rondom informatiebeveiliging en privacy beter herkennen. DigiD-audit De Belastingsamenwerking West-Brabant heeft een DigiD-aansluiting voor de zelfservice balie op de website. Jaarlijks vindt een audit plaats of de beveiliging van deze aansluiting op orde is. De auditor heeft geen tekortkomingen geconstateerd.
Governance Om informatiebeveiliging en privacy in alle lagen van de organisatie te implementeren en borgen zijn er overlegstructuren opgezet. Tijdens deze gesprekken met onder andere de directeur wordt stilgestaan bij interne en landelijke ontwikkelingen en wat dit betekent voor de Belastingsamenwerking West-Brabant.
Jaarstukken 2025
38
Rechtmatigheid Met ingang van het boekjaar 2023 is het wettelijk verplicht dat het Dagelijks Bestuur verantwoording aflegt over de rechtmatigheid. Het begrip rechtmatigheid in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording heeft een relatie met het financiële beheer. Er moet worden verantwoord dat baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Het gaat om de financiële beheershandelingen. Om onrechtmatigheden te beheersen en controleren maken we gebruik van het drie-lijnenmodel. Daarbij worden fouten zoveel mogelijk voorkomen in de eerste lijn, collega's of toetsers kijken mee voordat een besluit wordt genomen. De tweede lijn voert kwaliteitscontroles uit en de derde lijn controleert onafhankelijk en steekproefsgewijs op de uitkomsten en in voorkomende gevallen op ingestelde beheersingsmaatregelen. Hiermee onderzoekt en verbetert de organisatie continu de rechtmatigheid van het eigen handelen. Met de bevindingen uit de organisatie stelt het Dagelijks Bestuur de verantwoording op. Hieronder volgen de bevindingen die boven de rapportagegrens (€ 50.000) komen. We gebruiken daarbij de drie criteria voor rechtmatigheid (voorwaarden, misbruik en oneigenlijk gebruik en begroting).
Bevindingen Het Dagelijks Bestuur komt tot het oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen aangezien de daarvoor gestelde grens van 2% (afgerond € 405.000) niet wordt overschreden. Deze norm is formeel door het Algemeen Bestuur bepaald. Hieronder schetsen we per criteria voor rechtmatigheid de bevindingen. Toelichting Begrotingsrechtmatigheid Het Algemeen Bestuur van de BWB heeft op 26 januari 2026 de financiële verordening aangepast om duidelijke kaders te scheppen ten aanzien van begrotingsrechtmatigheid. In artikel 12 is vastgelegd dat dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding van de lasten waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding van de lasten op een open-einde regeling. c.
De overschrijding van de lasten is gedurende het boekjaar gemeld aan het Algemeen Bestuur door middel van een tussentijdse rapportage maar kon niet meer tijdig worden opgenomen in een begrotingswijziging, deze wordt als gevolg hiervan in de jaarrekening gemeld.
d. Er is sprake van een onderschrijding op de lasten die niet in een tussentijdse rapportage kon worden gemeld aan het Algemeen Bestuur, deze wordt als gevolg hiervan in de jaarrekening gemeld. e. Er is sprake van een onderschrijding of overschrijding op de baten die niet in een tussentijdse rapportage kon worden gemeld aan het Algemeen Bestuur, deze wordt als gevolg hiervan in de jaarrekening gemeld.
Jaarstukken 2025