CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Quickscan flora fauna.pdf

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 9: Vaststelling bestemmingsplan Ruimte voor ruimte Bornhemweg ong. naast nr 129a, Oudenbosch. ZIE TOELICHTING5.210 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORT Quickscan Doorgaande Route Standdaarbuiten, Oudenbosch Quick scan DRS Klant:

Gemeente Halderberge

Referentie: BF6378-100-100/R001F0.1 Status:

Definitief/P01.01

Datum:

10 december 2019

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Amerikalaan 110 6199 AE MAASTRICHT AIRPORT Water Trade register number: 56515154 +31 88 348 78 48 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Quickscan Doorgaande Route Standdaarbuiten, Oudenbosch Ondertitel: Quickscan flora & fauna DRS Referentie: BF6378-100-100/R001F0.1 Status: P01.01/Definitief Datum: 10 december 2019 Projectnaam: Doorgaande route Standdaarbuiten Projectnummer: BF6378-100-100 Auteur(s): Linda Wortel

Opgesteld door: Linda Wortel Gecontroleerd door: Geoffrey de Rooij Datum/paraaf: 10 december 2019 Goedgekeurd door: ing. M.P.C. Timmermans Datum/paraaf: 10 december 2019

Classificatie Projectgerelateerd

Disclaimer No part of these specifications/printed matter may be reproduced and/or published by print, photocopy, microfilm or by any other means, without the prior written permission of HaskoningDHV Nederland B.V.; nor may they be used, without such permission, for any purposes other than that for which they were produced. HaskoningDHV Nederland B.V. accepts no responsibility or liability for these specifications/printed matter to any party other than the persons by whom it was commissioned and as concluded under that Appointment. The integrated QHSE management system of HaskoningDHV Nederland B.V. has been certified in accordance with ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 and ISO 45001:2018. 10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

i

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

Doel van dit rapport

1

1.3

Leeswijzer

1

2

Beknopt kader natuurwet en regelgeving

2

3

Beschrijving van het plangebied en het voornemen

4

3.1

Algemene beschrijving van het plangebied

4

3.2

Beschrijving van het voornemen

8

4

Wet natuurbescherming – Gebiedsbescherming

9

4.1

Natura 2000-gebieden

9

4.2

Effectbeschrijving gebiedsbescherming

10

5

Wet natuurbescherming – Soortenbescherming

11

5.1

Planten

11

5.2

Zoogdieren

11

5.3

Amfibieën en reptielen

12

5.4

Vissen

12

5.5

Broedvogels

13

5.6

Overige soorten

13

5.7

Conclusie effectbeoordeling beschermde soorten

14

6

Natuurnetwerk Nederland

15

6.1

Natuurnetwerk Brabant

15

6.2

Effecten op wezenlijke waarden en kenmerken NNB

15

7

Eindconclusies en aanbevelingen flora, fauna en natuur

16

Geraadpleegde bronnen

17

Bijlagen Bijlage 1: Kaart plangebied Bijlage 2: Storingsfactoren Natura 2000-gebieden

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

ii

Projectgerelateerd

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

De gemeente Halderberge heeft aan Royal HaskoningDHV opdracht gegeven om te ondersteunen bij het ontwerp-, voorbereidings- en aanbestedingsproces dat moet leiden tot een rioolvervanging en herinrichting van de openbare ruimte langs de Doorgaande Route Standdaarbuiten te Oudenbosch. Het doel van het project is enerzijds het realiseren van een openbare ruimte die voor wat betreft beeld en inrichting aansluit op de vigerende eisen en functies. Anderzijds heeft het project tot doel dat het functioneren van de gemeentelijke riolering wordt verbeterd. Dit betekent dat water-op-straat en/of wateroverlast tijdens hevige neerslag zoveel mogelijk wordt voorkomen en dat de gevolgen van een overbelast rioleringssysteem bij zeer hevige neerslag in de openbare ruimte kunnen worden gemitigeerd. Daarnaast heeft het project tot doel een robuuste waterpartij en/of robuust groengebied te realiseren dat geschikt is voor waterbergingscompensatie, die een koele plaats biedt tijdens hitte en tevens een uitnodigende noordelijke entree van Oudenbosch vormt.

1.2

Doel van dit rapport

Dit rapport geeft een algemene indruk van het plangebied en de daar mogelijk voorkomende juridisch dan wel beleidsmatig beschermde natuurwaarden. Hierbij wordt gekeken naar de onderdelen Soortenbescherming (flora & fauna), Gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden), Houtopstanden van de Wet natuurbescherming (Wnb) en naar Natuurnetwerk Nederland (NNN), in Brabant Natuurnetwerk Brabant (NNB) genoemd. Voor wat betreft Soortenbescherming wordt aan de hand van gegevens beschikbaar in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en een veldbezoek beoordeeld wat de geschiktheid van de aanwezige habitats is voor beschermde soorten en in hoeverre beschermde soorten daadwerkelijk te verwachten zijn. Voor wat betreft Gebiedsbescherming wordt aan de hand van de zogenoemde Effectenindicator nagegaan of en in hoeverre enige relatie te verwachten is tussen de voorgenomen maatregelen en de onder de Wet natuurbescherming geformuleerde instandhoudingsdoelen; een zogenoemde Voortoets. Verder wordt gekeken of er effecten zijn op Natuurnetwerk Nederland en of er bomen worden gekapt die relevant zijn in het kader van onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het kader van de hier relevante natuurwet- en regelgeving gegeven. Hoofdstuk 3 geeft een algemene indruk van het plangebied en beschrijft de voorgenomen ontwikkelingen. In het vierde hoofdstuk worden de storingsfactoren getoetst die relevant zijn voor de voorgenomen ingreep en aanwezige beschermde gebieden. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 de aanwezigheid van beschermde soorten en de effecten van de voorgenomen ingreep op deze soorten beoordeeld. Hoofdstuk 6 behandelt de gevolgen op het Natuurnetwerk Nederland. Tot slot worden in hoofdstuk 7 de conclusies samengevat en aanbevelingen gedaan.

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

1

Projectgerelateerd

2

Beknopt kader natuurwet en regelgeving

De juridische kaders die volgen uit de Wet natuurbescherming en het beleid rond Natuurnetwerk Nederland vormen het toetsingskader. Wat betreft de Wet natuurbescherming zijn de onderdelen Gebiedsbescherming (hoofdstuk 2 van de wet), Soortenbescherming (hoofdstuk 3 van de wet) en Houtopstanden (hoofdstuk 4 van de wet) van belang in het licht van de voorgenomen activiteit. Gebiedsbescherming Het onderdeel Gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de Nederlandse Natura 2000-gebieden. Voor elk van de aangewezen gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd, nader uitgewerkt in een beheerplan, die gelden als toetsingskader. Uitgaande van de instandhoudingsdoelstellingen dient nagegaan te worden of sprake is van conflicten met het duurzaam behalen van geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen en zo ja, of de wezenlijke kenmerken en waarden van een Natura 2000-gebied in het geding zijn. Hierbij is ook zogenoemde externe werking van belang. Dat wil zeggen dat ook beschouwd moet worden in hoeverre effecten buiten Natura 2000-gebieden negatieve effecten hebben op in deze gebieden geldende instandhoudingsdoelstellingen. Soortenbescherming Het onderdeel Soortenbescherming van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van flora en fauna.

Op hoofdlijnen is sprake van een drietal beschermingsregimes: voor soorten van de Habitatrichtlijn, voor soorten van de Vogelrichtlijn en voor nationaal beschermde soorten. In de wet zijn ten aanzien van deze soorten verbodsbepalingen opgenomen als ook gronden waarop ontheffing kan worden verleend. Deze kunnen per regime verschillen, waarbij de beide eerstgenoemden de meest strikte bescherming genieten. Bepaald dient te worden of sprake kan zijn van overtreding van geformuleerde verbodsbepalingen, of alternatieven voorhanden zijn, of sprake is van een wettelijke grondslag dan wel een wettelijk doel en in hoeverre sprake is van negatieve effecten op de staat van instandhouding van betrokken soorten. Voor alle planten en dieren (dus ook voor soorten die niet zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming) geldt verder een algemene zorgplicht conform artikel 1.11. Deze plicht houdt in dat een ieder ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen voor alle in het wild levende planten en dieren en hun leefomgeving. Veelal komt de zorgplicht erop neer dat tijdens werkzaamheden negatieve effecten op planten en dieren zoveel mogelijk moet worden voorkomen en dat bij de inrichting aandacht moet worden besteed aan de realisatie van geschikt habitat voor plant en dier. Houtopstanden Ook houtopstanden zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 4 van de wet).

Wanneer meer dan 10 are opgaande begroeiing, dan wel laanbeplanting van ten minste 20 bomen moet verdwijnen buiten bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom, dient hiervan melding te worden gemaakt bij Bevoegd Gezag. Uitgezonderd zijn onder meer (maar niet uitsluitend) naaldbomen bedoeld voor kerstbomenteelt of uit populieren of wilgen bestaande wegbeplanting. De verloren gegane bomen dienen binnen drie jaar, op bosbouwkundig verantwoorde wijze elders te worden teruggebracht (herplantplicht). Het plan voorziet niet in de kap van meer dan 20 bomen in een rij of meer dan 10 are buiten de bebouwde kom. Dit onderdeel van de Wnb is daarom niet van toepassing op dit project en wordt daarom verder niet behandeld in deze rapportage.

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

2

Projectgerelateerd

Natuurnetwerk Brabant Natuurnetwerk Brabant biedt planologische bescherming aan gebieden die in dit netwerk zijn opgenomen. Het provinciaal beleid met betrekking tot het Natuurnetwerk Brabant is onder meer in een structuurvisie, de Verordening ruimte (provincie Noord-Brabant 2019a) en het Natuurbeheerplan (provincie Noord-Brabant 2019b) zijn opgenomen en uitgewerkt. Hierbij wordt een “nee, tenzij” principe gehanteerd. Dat wil zeggen dat voornemens alleen dan mogelijk zijn, wanneer deze niet leiden tot negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken waarden van het netwerk, tenzij hiervoor een dwingende reden van openbaar belang geldt. De wezenlijke kenmerken en waarden volgen uit de beheertypen die binnen Natuurnetwerk Brabant aanwezig zijn, dan wel worden nagestreefd. In Noord-Brabant moet ook in geval van Natuurnetwerk Brabant ook rekening gehouden worden met externe werking (zie daarvoor de paragraaf over Gebiedsbescherming in dit hoofdstuk).

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

3

Projectgerelateerd

3

Beschrijving van het plangebied en het voornemen

3.1

Algemene beschrijving van het plangebied

Het plangebied (zie Figuur 3-1 en bijlage 1 voor een overzichtstekening) wordt begrensd door de akker aan de Bornhemweg aan de noordzijde en bevat de Strijmondlaan, Drimmelaarstraat, Hemiksemstraat, Mgr. Dr. Poelsplein, Beatrixlaan en Rooseveltstraat. Het plangebied bestaat voornamelijk uit verharde wegen en trottoirs met enkele groenelementen/ gazons en lanen binnen de bebouwde kom en een zeer intensief gebruikte en bemeste maisakker. Tijdens het veldbezoek was de akker kaal, met stoppels van mais en stond er water in de verslempte tractorsporen. Langs de noord- en oostkant van de akker ligt een smalle ondiepe afwateringsloot die aan de grazige vegetatie tot op de bodem te zien, vaker droog valt. Aan de west- en zuidkant van de akker liggen wat bredere afwateringssloten die bij de strijmondlaan gevoed wordt door water uit de waterberging nabij Wolfsstraat. In de bebouwde kom komt weinig groen voor. Het groen bestaat uit enkele gazons met enkele bomen en een middenstrook met bomen en cotoneaster (dwergmispel). In de bebouwde kom ligt geen water in het plangebied.

Figuur 3-1: Indicatie locatie plangebied in Oudenbosch

Navolgend zijn foto’s opgenomen (figuur 3-2 t/m 3-7) die een indruk van het plangebied geven.

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

4

Projectgerelateerd

Figuur 3-2: De Beatrixlaan met middenstrook met beuken en cotoneaster.

Figuur 3-3: De hoek Timberwolfstraat - Hemiksenstraat met twee boompjes (knotacacia’s) die gekapt worden.

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

5

Projectgerelateerd

Figuur 3-4: Noordrand van het plangebied: de Bornhemstraat met linde die gekapt wordt.

Figuur 3-5: Maisakker waar de buffer wordt aangelegd, met smalle afvoersloot.

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

6

Projectgerelateerd

Figuur 3-6: Afvoersloot die gevoed wordt door water van de waterberging nabij de Wolfsstraat. Dit deel wordt overkluisd.

Figuur 3-7: Akker waar de waterberging wordt aangelegd, met een brede en intensief beheerde afvoersloot.

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

7

Projectgerelateerd

3.2

Beschrijving van het voornemen

Aanlegfase In het project zal de riolering onder verschillende straten worden verbeterd. Daarvoor zal de straat worden opengebroken en het straatbeeld na verbetering worden heringericht. Hierbij zullen een viertal bomen gekapt moeten worden (3 knotacacia’s en een jonge linde) en zal een zeer smalle strook van de groenvoorziening met cotoneaster op de Beatrixlaan verdwijnen ten behoeve van de nieuwe inrichting van de straat. Daarnaast zal ten noorden van de bebouwde kom een waterbergingsvoorziening worden aangelegd in een perceel dat tot voor kort als agrarische akker in gebruik was. Daarbij zullen verschillende waterbekkens worden gegraven en wordt het gebied ecologisch ingericht. Gebruiksfase In de gebruiksfase is de riolering verbeterd en zijn de straten heringericht. De maisakker heeft een waterbergende functie en een ecologische inrichting gekregen. Zie bijlage 1 voor de kaart met het plangebied en de voorgenomen ecologische inrichting van de waterbergingsvoorziening.

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

8

Projectgerelateerd

4

Wet natuurbescherming – Gebiedsbescherming

4.1

Natura 2000-gebieden

Op een afstand van circa 9 kilometer ten noorden van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Hollands Diep en op circa 12 kilometer ligt het Natura 2000-gebied Krammer-Volkerak (zie Error! Reference source not found.). De Effectenindicator zoals aangereikt door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit 2019) (zie bijlage 2) geeft een negentiental mogelijke effecten, de zogenoemde storingsfactoren, waarmee in ieder geval rekening moet worden gehouden ten aanzien van in Natura 2000-gebieden beschermde waarden. Op basis van deze storingsfactoren worden de effecten op de Natura 2000-gebieden in de omgeving beoordeeld. De afstand van de Natura 2000-gebieden en hun waarden tot het plangebied is dusdanig groot dat voor de meeste storingsfactoren op voorhand kan worden uitgesloten dat deze zullen optreden als gevolg van de voorgenomen activiteit. Dit als gevolg van het gegeven dat emissies van bijvoorbeeld geluid, licht en trillingen, als gevolg van tussenliggend landgebruik als snelwegen en woonkernen, in combinatie met de afstand ter plaatse van geen enkele Natura 2000-gebied nog waarneembaar zijn. Bovendien grijpt de voorgenomen activiteit niet in op het regionale grondwater of watersystemen waar enig Natura 2000-gebied onderdeel van is.

Effecten ten gevolge van vrijwel alle in de Effectenindicator opgenomen storingsfactoren is dan ook op voorhand uitgesloten. De enige storingsfactoren waarvan op voorhand niet duidelijk is of deze relevant is, is: • Verzuring en vermesting door N-depositie uit de lucht. De andere storingsfactoren zullen daarom niet behandeld worden in de effectbeoordeling.

Figuur 4-1: Ligging Natura 2000-gebieden ten opzichte van het plangebied (blauw balkje). (Provincie Noord-Brabant, 2019c)

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

9

Projectgerelateerd

4.2

Effectbeschrijving gebiedsbescherming

Aanlegfase Gelet op de aard en de grote afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebieden, worden er geen effecten verwacht als gevolg van licht, geluid en emissie en depositie van stikstof tijdens de aanlegfase. Desalniettemin is het nodig om een berekening van de stikstofdepositie in AERIUS Calculator uit te voeren voor de aanlegfase, omdat niet op voorhand uitgesloten kan worden dat er meer dan 0,00 Mol stikstof per hectare per jaar plaatselijk wordt overschreden in een of meer Natura 2000-gebieden. Bij een toename van de depositie vanaf 0,01 mol/ha/jaar is een vergunning voor de Wet natuurbeheer noodzakelijk. Gebruiksfase De gebruiksfase leidt niet tot externe effecten in de vorm van verontreiniging of emissie en depositie van stikstof of verdroging, zodat een vergunningplicht voor de gebruiksfase niet aan de orde is ten aanzien van beschermde gebieden.

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

10

Projectgerelateerd

5

Wet natuurbescherming – Soortenbescherming

Op basis van een terreinbezoek en controle van verspreidingsgegevens van de NDFF-database (range van 1 januari 2014 t/m 11 november 2019) is bepaald welke beschermde flora en fauna (mogelijk) in het plangebied voorkomt. Het oriënterend veldbezoek is uitgevoerd op 14 november 2019 door L.H. Wortel ecoloog in dienst bij Royal HaskoningDHV. Tijdens het veldbezoek is gericht gekeken naar de aanwezigheid van natuurwaarden (lees: habitats die geschikt zijn voor beschermde soorten). Tijdens het veldbezoek was het bewolkt met af en toe lichte regen. Het was rond de 7 graden Celsius.

5.1

Planten

Voorkomen beschermde planten In de verspreidingsgegevens van de NDFF komen geen waarnemingen van beschermde plantensoorten naar boven. Tijdens het veldbezoek van 14 november 2019 is het plangebied onderzocht, maar zijn ook geen beschermde planten aangetroffen. De meeste beschermde soorten komen namelijk voor op meer basische groeiplaatsen op minerale grond die typerend is voor akkeronkruiden en pioniervegetaties van overwegend kalkhoudende gronden. Anderzijds zijn er nog een beperkt aantal soorten van zeer schrale, zwak zure omstandigheden opgenomen in de lijst van beschermde planten. Het plangebied bestaat voornamelijk uit stedelijk gebied met weinig groen en stedelijke habitats die ongeschikt zijn voor beschermde plantensoorten. De akker aan de noordzijde is tot voor kort in zeer intensief agrarisch beheer geweest. De maisakker is gezien het bestendig gebruik als zodanig jarenlang zwaar bemest. Zowel binnen als buiten de bebouwde kom zijn geen geschikte groeiplaatsen voor beschermde planten aangetroffen. Het plangebied en de directe omgeving daarvan voorziet op grond van de geraadpleegde verspreidingsgegevens en de aanwezige habitats niet in groeiplaatsen van krachtens de Wnb beschermde vaatplanten.

5.2

Zoogdieren

Voorkomen beschermde zoogdieren In de verspreidingsgegevens van de NDFF komen geen waarnemingen voor van zoogdieren in het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen zoogdieren of sporen van zoogdieren waargenomen. In de bebouwde kom is het aanwezige groen zo versnipperd en kwalitatief zo slecht dat deze stukjes geen geschikte (danwel essentiële) habitats voor zoogdieren vormen. Daarnaast zijn binnen en buiten het plangebied geen waarnemingen bekend van vleermuizen. Het plangebied is vanwege het schaars aanwezige groen en de enkele aanwezige bomen over het algemeen weinig geschikt als leefgebied voor vleermuissoorten. Er is wel vrij veel verstoring aanwezig van licht en geluid in de vorm van verkeer en straatlantaarns. Indicaties voor vaste paar- en verblijfplaatsen van vleermuizen zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen in de te kappen bomen of andere bomen binnen het plangebied. Het ontbreekt in aanwezige bomen aan geschikte holtes en schorsspleten die als paarplaats kunnen dienen. De huizen aan de rand van het plangebied bieden wel (potentiële) vaste paar- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. De gebouwen in kwestie vallen niet binnen het plangebied. Binnen het plangebied is geen essentieel leefgebied voor zoogdieren aanwezig. Er zijn geen waarnemingen bekend van beschermde zoogdieren binnen het plangebied.

In de directe omgeving kunnen vaste paar- en verblijfplaatsen en overige (niet essentiële) leefgebiedsfuncties van gebouwbewonende vleermuizen voorkomen.

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

11

Projectgerelateerd

Effectbeoordeling beschermde zoogdieren Het voorkomen van vleermuizen binnen het plangebied valt niet geheel uit te sluiten, in de vorm van niet essentiële foerageergebieden en vliegroutes. De voorgenomen activiteit heeft echter een zeer beperkte impact op de omgeving. Slechts enkele bomen zullen gekapt moeten worden. Deze bomen hebben geen geschikte holten voor vleermuizen. De kap is beperkt en veroorzaakt geen negatief effect op eventuele migratieroutes. De werkzaamheden zullen voornamelijk bij daglicht uitgevoerd worden of op plekken waar al kunstmatige verlichting aanwezig is, waardoor ook geen verstoring door licht op treedt. Met de aanleg van de waterbergingsvoorziening wordt juist een goede foerageerplek gecreëerd voor vleermuizen maar ook andere kleine zoogdieren profiteren van de ontwikkeling van de akker tot waterbergingsgebied. Er is daarom geen sprake van overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb voor zoogdieren.

5.3

Amfibieën en reptielen

Voorkomen amfibieën en reptielen Geraadpleegde verspreidingsgegevens wijzen niet op het voorkomen van beschermde reptielen en amfibieën in het plangebied. De bredere sloot rond de akker kan in theorie als voortplantingswater gebruikt worden door algemeen voorkomende amfibieën, zoals de bruine kikker, de groene kikker en de gewone pad. Voor deze algemene soorten geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen bij ruimtelijk ontwikkelingen. De algemene zorgplicht is wel van toepassing voor deze soorten. Het plangebied – stedelijk gebied zonder oppervlaktewater en een intensief beheerde en bemeste maisakker- is vrijwel ongeschikt als landhabitat voor de meeste amfibieën. De rugstreeppad, een pionierssoort is niet in de akker of in de wijde omgeving waargenomen, het plangebied valt buiten het bekende verspreidingsgebied van deze soort. Het voorkomen van deze soort kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Voor wat betreft reptielen geldt dat er ter hoogte van het plangebied geen geschikt leefgebied aanwezig is. Reptielen hebben voldoende oppervlakte nodig met afwisseling in structuur en aanwezigheid van kale, zanderige plekken en anderzijds voldoende dekking in de winter. De bebouwde kom en de voedselrijke akker voorzien niet in geschikt leefgebied voor reptielen. Leefgebieden van beschermde amfibieën- en reptielensoorten zijn afwezig in het plangebied.

Wel kunnen de sloten rond om de akker mogelijk algemene amfibiesoorten herbergen waar een vrijstelling voor geldt bij ruimtelijke ingrepen. Effectbeoordeling amfibieën Hoewel er geen beschermde amfibieën in het plangebied voorkomen is het in het kader van de zorgplicht verplicht om rekening te houden met de waarschijnlijk aanwezige algemene amfibieën in de sloten. Een deel van een sloot zal worden gedempt, andere delen worden geherprofileerd. De kans dat dieren bij deze werkzaamheden worden gedood is aanwezig. Om dit te voorkomen dienen de werkzaamheden gefaseerd, in één richting en buiten de voortplantingsperiode van amfibieën uit te voeren (maartseptember). Zo krijgen amfibieën de kans om de omliggende - niet verstoorde - gebieden te bereiken.

5.4

Vissen

Voorkomen beschermde vissen Geraadpleegde verspreidingsgegevens wijzen niet op het voorkomen van beschermde vissoorten in het plangebied. De ondiepere agrarische afwateringssloten aan de noord- en oostkant van de akker zijn te ondiep en vallen periodiek droog waardoor ze ongeschikt zijn voor vissen. de andere twee sloten aan de west- en zuidkant zijn wel permanent watervoerend. Deze sloten worden goed onderhouden om de doorstroming te behouden. Toch zijn ook deze sloten ongeschikt voor beschermde vissen; het water is te voedselrijk en kan daardoor niet voorzien in geschikt leefgebied voor beschermde vissoorten.

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

12

Projectgerelateerd

Beschermde vissoorten zijn afwezig in het plangebied. Wel kunnen algemene vissoorten aanwezig zijn in de bredere sloten. Effectbeoordeling vissen Hoewel er geen beschermde vissen in het plangebied voorkomen is het in het kader van de zorgplicht verplicht om rekening te houden met de waarschijnlijk aanwezige algemene vissen in de sloten. Een deel van een sloot zal worden gedempt, andere delen worden geherprofileerd. De kans dat dieren bij deze werkzaamheden worden gedood is aanwezig. Om dit te voorkomen dienen de werkzaamheden gefaseerd, in één richting uitgevoerd te worden. Zo krijgen vissen de kans om de omliggende niet verstoorde sloten te bereiken.

5.5

Broedvogels

Voorkomen broedvogels Het plangebied is slecht onderzocht op broedvogels; geraadpleegde verspreidingsgegevens van de NDFF wijzen op enkele losse waarnemingen van broedvogels in en rond het plangebied, zoals huismus, huiszwaluw, merel en holenduif. De huismus heeft jaarrond beschermde nesten in daarvoor geschikte schuren en woonhuizen met (oude) pannendaken. In het plangebied is een zekere variatie aan broedbiotopen en leefgebieden van vogels aanwezig. Het gaat om bomen, uitgestrekte landbouwgebieden met enkele singels en openbaar groen in de bebouwde kom. Elk biotoop heeft zo zijn eigen kenmerkende soorten, waarbij vermeld moet worden dat er over de gehele linie geen hoge broedvogeldichtheden te verwachten zijn in de directe omgeving van het rioleringstracé. Verstoring door geluid en licht in de bebouwde kom maakt dat er veel gunstigere broedplaatsen zijn voor de meeste vogelsoorten. Tijdens het veldbezoek zijn met name de bomen die gekapt worden gecontroleerd op holten of nesten. Het betreft drie jonge knotacacia’s en een jonge linde. Tijdens deze controle zijn geen geschikte holen of spleten waargenomen en ook geen jaarrond beschermde nesten of roekenkolonie. De meeste bomen binnen het plangebied zijn te jong om geschikte holtes of jaarrond beschermde nesten te bevatten. Wel zijn resten van een mosnestje in een knotacacia aangetroffen, mogelijk van een winterkoninkje.

In de bomen binnen het plangebied die niet worden gekapt zijn eveneens geen holen of gaten of jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Er komen algemeen voorkomende broedvogels zonder jaarrond beschermd nest voor binnen het plangebied. Er komen geen jaarrond beschermde nesten binnen het plangebied voor. Effectbeoordeling broedvogels Binnen het plangebied komen verschillende soorten broedvogels voor. Jaarrond beschermde nesten zijn niet aangetroffen in het plangebied. De voorgenomen activiteit heeft echter een zeer beperkte impact op de omgeving. Slechts enkele bomen zullen gekapt moeten worden. Wanneer deze bomen binnen het broedseizoen worden gekapt is het niet uitgesloten dat er broedvogels verstoord worden. Daarom is het van belang dat ten minste de kap van de bomen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, maar het is ook aan te bevelen dat de andere werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd. Eventueel kan wel voor het broedseizoen worden begonnen en in het broedseizoen worden doorgewerkt. Hierdoor zullen broedvogels tijdig een andere broedplek zoeken en niet verstoord worden tijdens hun broedperiode. Een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb kan zo worden voorkomen.

5.6

Overige soorten

Voorkomen beschermde overige soorten

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

13

Projectgerelateerd

De tijd van het jaar waarin het gebiedsdekkend veldbezoek is uitgevoerd is weinig geschikt voor het vaststellen van aanwezigheid van dagvlinders, libellen en overige insecten. Uit de geraadpleegde verspreidingsgegevens (NDFF, 2019) komen geen waarnemingen van beschermde ongewervelden naar voren. Omdat het plangebied vooral uit bermen en bomen bestaat en gedeeltelijk onder invloed staat van intensieve landbouw, is het redelijkerwijs uitgesloten dat er andere strenger beschermde ongewervelden voorkomen in het plangebied. Geschikte waardplanten ontbreken. Vlinders en libellen zijn namelijk vaak afhankelijk van zeer specifieke omstandigheden, zoals bloemrijke graslanden of permanent stromende beken met goed ontwikkelde oevervegetaties. Het voorkomen van beschermde ongewervelden binnen het plangebied kan dan ook worden uitgesloten. Er komen geen beschermde ongewervelden of habitats van beschermde ongewervelden binnen het plangebied voor.

5.7

Conclusie effectbeoordeling beschermde soorten

Wanneer buiten het broedseizoen wordt gewerkt zijn negatieve effecten op beschermde soorten op voorhand uitgesloten. Dit betekent dat de voorgenomen activiteit buiten de periode van 15 maart tot augustus uitgevoerd zal moeten worden of dat de werkzaamheden voor het broedseizoen gestart dienen te worden, waardoor broedvogels een andere broedplek zoeken en er geen verstoring optreedt. Alleen dan is een overtreding van de verbodsbepalingen in het kader de Wnb te voorkomen en is aanvraag van een ontheffing in het kader van de Wnb niet noodzakelijk. In het kader van de zorgplicht en de mogelijke aanwezigheid van amfibieën en vissen in de bredere sloten, wordt geadviseerd de werkzaamheden gefaseerd, in één richting en buiten de voortplantingsperiode van deze soortgroepen uit te voeren (half maart-eind augustus). Zo wordt zo goed mogelijk rekening gehouden met amfibieën en vissen, die zo de kans krijgen om de omliggende niet verstoorde gebieden te bereiken. Dit geldt ook voor het herprofileren van de overige sloten. Alleen dan is een overtreding van de verbodsbepalingen in het kader de Wnb te voorkomen en is aanvraag van een ontheffing in het kader van de Wnb niet noodzakelijk.

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

14

Projectgerelateerd

6

Natuurnetwerk Nederland

6.1

Natuurnetwerk Brabant

Her plangebied ligt bijna geheel buiten het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde deel ligt op circa 500 meter van het plangebied en betreft een bos ten westen van Oudenbosch met als beheertype N16.04 vochtig bos met productie, een bostype met in de regel weinig bijzondere natuurwaarden. (provincie Noord-Brabant, 2019c).

Figuur 6-1: Ligging NNB ten opzichte van het plangebied. (Provincie Noord-Brabant, 2019c)

6.2

Effecten op wezenlijke waarden en kenmerken NNB

Het plangebied ligt dermate ver van de NNB-gebieden verwijderd en wordt hierbij bovendien ruimtelijk afgeschermd door de noordwestelijke woonwijken van Oudenbosch. Hierdoor worden eventuele externe effecten van licht en geluid feitelijk geblokkeerd. De voorgenomen activiteiten hebben zodoende geheel geen negatieve effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van de aanwezige NNB-gebieden.

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

15

Projectgerelateerd

7

Eindconclusies en aanbevelingen flora, fauna en natuur

Beschermde soorten Wnb Ten aanzien van beschermde soorten in het kader van de Wnb zijn er geen overtredingen van verbodsbepalingen te verwachten mits:

• •

Buiten het broedseizoen wordt gewerkt (periode van 15 maart tot eind augustus) of voor het broedseizoen wordt begonnen, zodat broedvogels tijdig een andere broedlocatie kunnen kiezen en zo niet verstoord worden. De werkzaamheden aan de sloten gefaseerd, in één richting en buiten de voortplantingsperiode van amfibieën uit gevoerd worden (half maart-eind augustus). Zo wordt zo goed mogelijk rekening gehouden met amfibieën en vissen, die zo de kans krijgt om de omliggende niet verstoorde gebieden te bereiken.

Een aanvraag voor een ontheffing in het kader van de Wnb is dan niet noodzakelijk. De voorgenomen activiteit zal door de aanleg van een waterbergingsvoorziening met natuurvriendelijke oevers in de eindsituatie een verbetering van het biotoop voor amfibieën betekenen, maar ook andere soortgroepen als rietvogels, insecten of kleine zoogdieren profiteren van de natuurlijke inrichting van de waterberging. Beschermde gebieden Natura 2000 en NNB Als gevolg van stikstofdepositie zijn negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van onder meer Natura-2000 gebied Krammer- Volkerak (en eventueel andere Natura 2000-gebieden) niet uit te sluiten. Een AERIUS-berekening is noodzakelijk om effecten te kunnen duiden. Overige storingsfactoren leiden niet tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden rond het plangebied. De wezenlijke kenmerken en waarden van de NNB zullen niet negatief beïnvloed worden. Het plangebied ligt tenminste 500 meter van het dichtstbijzijnde NNB-gebied. Advies ten aanzien van inrichting waterbergingsvoorziening Om de aan te leggen waterbergingsvoorziening optimaal geschikt te maken voor amfibieën is het aan te bevelen om de oevers van de buffers af te werken met een zeer flauw talud: 1:6 tot 1:9. Dit geldt met name voor de noordoever. Warmteminnende soorten tref je alleen aan in ondiepe poelen met een flauw talud.

De noordelijke oever wordt door de zon beschenen en is daarom het belangrijkst. Ook is het belangrijk om geschikt landbiotoop aan te leggen waar soorten voedsel en schuilplek kunnen vinden. Denk aan ruigtes, houtwallen, bosranden en dergelijke. Ook het beheer van de waterbuffers kan op de amfibieën aangepast worden, bijvoorbeeld het behouden van ruigtes door het gefaseerd maaien van kruidenrijke graslanden, het kaal houden van de noordoever voor de warmteminnende amfibiesoorten en het baggeren of maaien van de buffers buiten de kwetsbare periode van amfibieën. Er dient te allen tijde voorkomen te worden dat vissen in de buffers worden uitgezet. Aanbevolen wordt om voor het Tiny Forest inheemse bomen en struiken te gebruiken die ook in de buurt voorkomen. Soorten die in de omgeving voorkomen zijn: zomereik, gewone es, winterlinde, beuk, wilg, steeliep, zwarte els, kornoelje, boswilg en schietwilg. Bij voorkeur wordt gekozen voor die zowel voor vogels als voor insecten van groot belang zijn, zoals wilgen, lijsterbes, sporkehout en winterlinde. Toepassen van plantmateriaal van autochtone origine heeft de voorkeur, omdat het groei- en bloeiseizoen van autochtone bomen en struiken in de regel beter aansluit bij het jaarlijkse bioritme van voorkomende diersoorten, in het bijzonder broedvogels, dagvlinders en (overige) insecten.

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

16

Projectgerelateerd

Geraadpleegde bronnen • • • • •

•

NDFF. Nationale Databank Flora en Fauna. reeks van 1 januari 2009 t/m 11 november 2019, geraadpleegd op 11 november 2019; Verschillende verspreidingsatlassen soorten (amfibieën zoogdieren) (https://www.verspreidingsatlas.nl/) Laatst geraadpleegd op 18 november 2019; Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, 2019. Effectenindicator. website:www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ Provincie Noord-Brabant, 2019a. Verordening ruimte Noord-Brabant (geconsolideerd januari 2019); Provincie Noord-Brabant, 2019b. Natuurbeheerplan 2019. Natuurgebieden in Noord-Brabant. Beschrijving van de ecologische waarden en kenmerken per gebied. Bijlage bij het Natuurbeheerplan Noord-Brabant; Provincie Noord-Brabant, 2019c. Begrenzing Nationaal Natuurnetwerk. Interactieve atlas (https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan).

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

17

Projectgerelateerd

Bijlage 1: Kaart plangebied

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

18

Projectgerelateerd

Kaart: Inrichting Wateropvangvoorziening.

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

19

Projectgerelateerd

Bijlage 2: Storingsfactoren Natura 2000-gebieden Hollands diep (111) (bron: www.synbiosys.alterra.nl/natura2000)

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

20

Projectgerelateerd

Krammer-Volkerak. (114) (bron: www.synbiosys.alterra.nl/natura2000)

10 december 2019

QUICKSCAN FLORA & FAUNA DRS

BF6378-100-100/R001F0.1

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/507/documents/15187