Bijlage 7b OMWB Voorlopige Jaarstukken 2023.pdf
Tekst van het document
Geluid door activiteiten (denk aan evenementen, windmolens) Geluid door verkeer en industrie Trillingen Geur Externe veiligheid (denk aan brand en explosies) Bodem Bouwen
Deze handreiking bestaat uit een analyse van de rijks- en provinciale regels en van de bruidsschat. Op basis daarvan geeft deze handreiking aandachtspunten voor regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Geluidsanering In 2023 zijn nieuwe projecten ingediend bij het Bureau Sanering Verkeerslawaai van het ministerie van I&W door zeven deelnemers. Voor alle deelnemers is de aangevraagde voorbereidingssubsidie toegekend. Het gaat in totaal om ongeveer 1340 woningen waarvan de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai te hoog is en waarvoor een saneringsprogramma zal worden opgesteld. De bijbehorende werkzaamheden voor de uitvoering van de programma's zullen in meer of mindere mate worden uitgevoerd door de OMWB. Deze werkzaamheden omvatten onder andere het kijken naar bron- en overdrachtmaatregelen om de geluidbelasting op de woningen te verminderen. Als de geluidbelasting nog steeds te hoog is, kunnen er maatregelen aan de woningen zelf worden getroffen, mits de bewoners/eigenaren hieraan willen meewerken.
Lucht Schone Lucht Akkoord (SLA) De ondertekening van het Schone Lucht Akkoord (SLA) door provincie en diverse deelnemende gemeenten speelde een belangrijke rol bij de keuzes en prioritering die we vanuit vakgroep lucht hebben gemaakt. Het terugdringen van overlast als gevolg van industriële geurhinder vraagt om een goede definitie van aanvaardbare geurhinder in de leefomgeving. In 2022 is daar vanuit TMO op ingezet in de vorm van overleg en advisering bij diverse lokale bevoegde gezagen. De definitie van aanvaardbaarheid ontbreekt in veel gevallen. Daarnaast is de huidige ‘gereedschapskist’ (referentienorm voor geurmetingen) niet toereikend om adequaat aan de wensen van de beleidmakers te voldoen. De OMWB heeft (samen met de ODRA, de drie geurlaboratoria in Nederland en een statisticus van de WUR) een plan opgezet en uitgevoerd om bij een tiental type industriële geurveroorzakers een onderzoek te doen om de onzekerheid bij geuranalyses te verbeteren en daarmee de standaardmethoden te verbeteren. Bij de uitwerking in 2023 is gebleken dat de methode voor hedonische beoordelingen (NVN2818) sterk te kort schiet, en dat er geen aanvaardbare prestatiekenmerken kunnen worden vastgesteld waaruit een acceptabele spreiding/ onzekerheid zou kunnen worden berekend. De NVN 2818 is derhalve eind 2023 ingetrokken als 25
accrediteerbare standaard-methode! In veel provinciaal geurbeleid is de Hedonische weging van geur echter een belangrijke stap om de juiste aanvaardbaarheid te definiëren (in diverse provinciale geurbeleidsregelingen binnen landelijk en lokaal/gemeentelijk geurbeleid). De definitie van aanvaardbare geurniveaus in omgevingsplannen wordt hierdoor erg lastig. Voor overlast van horecageur blijft het, naast de controles van deugdelijke ontgeuringsinstallaties bij keukenafzuigingen, vrijwel onmogelijk om met geurmetingen en modelberekeningen (van de gereinigde afgezogen lucht) de geurhinder in de directe leefomgeving te kwantificeren. Het model is simpelweg niet geschikt voor korte afstanden in een ‘volle’ omgeving, met bebouwingen en obstakels. Om toch uitspraak te kunnen doen of een afblaas op de juiste manier is gesitueerd (vooral bij appartementen boven horeca) heeft TMO een rookmachine aangeschaft om de pluimverspreiding zichtbaar te maken van de afgezogen kookluchten en pragmatisch oplossingsgericht te zoeken naar het terugdringen van overlast via verandering van de uitlaat. In veel gevallen kan daarmee direct worden aangetoond hoe een geurpluim zich verspreidt en daarmee pragmatisch aanpassingen worden voorgesteld om de overlast te verkleinen.
Er wordt intensiever toezicht gehouden bij inrichtingen die een eigen meetsysteem hebben om de emissies te controleren (een zogenaamde AMS). In samenwerking met toezicht zijn diverse provinciale inrichtingen vanuit het ‘meetbeleid lucht TMO’ (mede op basis van de Electronische Milieu Jaarverslagen) onderworpen aan een kritische controle (door een luchtspecialist) van de kwaliteitsborging van het meetsysteem. In 2023 zijn tevens audits op locatie uitgevoerd over technische controles en beheer van het AMS en borging conform de NEN-EN 14181. Dit leverde veel afwijkingen op die het bedrijf op moet lossen. In 2024 zal deze intensivering zeker doorgaan en risicogericht worden ingepast in het huidige (volle) werkprogramma bij de vakgroep lucht. In 2023 is het aantal bijwoningen (audit op locatie) en controles van meetrapportages van periodieke metingen door de vakgroep lucht enorm gestegen. Dit is onder andere een gevolg van de ambitie vanuit het SLA om toezicht te intensiveren bij industriële emissies. Afdeling toezicht en afdeling vergunningverlening sturen vanaf 2022 de technische rapportages van emissiemetingen (door derden) meer gestructureerd door naar vakgroep lucht ter controle op juistheid. Daarnaast is de wens om vaker een bijwoning uit te voeren als het bedrijf een emissiemeting laat doen door hun eigen adviseur of meetbureau.
In veel gevallen is gebleken dat er afwijkingen worden geconstateerd tijdens zo'n bijwoning door een luchtspecialist. Op basis van de constateringen in voorgaande jaren is ons advies om dit zeker door te zetten in 2024, waarbij extra focus komt te liggen bij de monitoringsplannen. Voor het terugdringen van ZZS is in 2023 een beroep gedaan op de expertise van luchtspecialisten. OMWB (vakgroep lucht) neemt deel in de landelijke werkgroep ZZS (onder de NEN-commissie Emissiemetingen) om de beschikbare (referentie)meetmethoden te inventariseren op basis van de groeiende stoffenlijst ZZS. In 2023 zijn vele vermijdings- en reductieplannen ZZS (ingediend door de bedrijven) beoordeeld. Er is een grote vraag ontstaan naar onder andere benzeen, PAK en dioxinen/ furanen metingen (bij onder meer asfalt-menginstallaties). Vanuit kwaliteits-coördinatie TMO is daarom een scope-uitbreiding aangevraagd en in 2023 verwezenlijkt bij de Raad voor Accreditatie om verrichtingen naar dioxinen en PAK’s in de toekomst uit te kunnen voeren binnen de kwaliteitsborging van onze accreditatie als inspectie-instelling. Controle tankstations met behulp van OGI-camera TMO beschikt over een OGI-camera (Optical Gas Imaging). Met deze camera kunnen (diffuse)emissies van vluchtige organische stoffen op een snelle manier worden aangetoond. De OGI-techniek brengt de gaswolken visueel in beeld.
De camera wordt onder andere ingezet bij de petrochemische industrie en vergistingsinstallaties. In 26
voorgaande jaren zijn met grote regelmaat lekkages vastgesteld en visueel gemaakt waarvan in oorsprong verwacht werd dat daar weinig tot geen emissies van organische dampen zouden (kunnen) optreden. Geurklachten kunnen een trigger zijn om vervolgens een aanvullend onderzoek uit te voeren middels de OGI-camera. Hieruit is herhaaldelijk bevestigd dat onvoorziene emissies vrijkwamen bij diverse milieubelastende activiteiten, waar het bedrijf geen weet van had. Naast het reduceren van veiligheidsrisico's brengt dit ook een extra (en relatief makkelijk) te voorkomen belasting op het milieu en de leefomgeving met zich mee. Niet alleen TMO leert van iedere constatering, maar ook de bedrijven waar we de metingen uitvoeren. Het gaat immers naast de milieubelasting ook over de blootstelling van dampen aan eigen personeel en andere bijkomende risico's (bijvoorbeeld explosiegevaar). We zagen het afgelopen jaar de interesse voor de OGI-techniek dan ook enorm toenemen. Bedrijven huren steeds vaker een externe partij in om zelf OGIonderzoeken uit te voeren. Dit resulteert in minder milieubelasting in combinatie met minder geurklachten. Inzet van OGI is een zeer efficiënt middel gebleken om blijvende geschiktheid van emissie reducerende technieken en overige apparatuur (flensen en pakkingen) te controleren.
Daarnaast geeft het invulling aan de controle van monitoringsplannen (tussen de periodieke metingen door) ter bevestiging van een juiste werking van reducerende technieken. De controle bij tankstations loopt in 2024 door bij diverse gemeenten. De omzet op programmadeel 2 bedroeg over 2023 € 10.376.000 (begroot € 11.713.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.
Programmadeel 3: Collectieve taken Jaarlijks voert de OMWB het programma Collectieve taken uit. Het programma van 2023 heeft een omvang van € 1,8 miljoen. Het is een bestuurlijk vastgesteld programma dat een efficiënte, effectieve en kwalitatief hoogwaardige uitvoering van de taken van de OMWB ondersteunt. Een programma dat nadrukkelijk aansluit op de andere twee programma’s - de basis- en de verzoektaken. Op deze manier speelt de OMWB in op toekomstige ontwikkelingen op het gebied van VTH, zoals bijvoorbeeld de Omgevingswet en risicogericht werken. Het programma is tot stand gekomen in goed overleg met een ambtelijke werkgroep van de deelnemers en vervolgens via het Ambtelijk Overleg (AO), het Dagelijks Bestuur (DB) en uiteindelijk het Algemeen Bestuur (AB) vastgesteld. In 2018 is de OMWB gestart met een projectmatige programma-aanpak. Projecten worden niet alleen binnen het gestelde budget uitgevoerd, ook is er een duidelijke verbetering zichtbaar van de geboekte resultaten. Hoewel we zeker nog verder kunnen verbeteren, heeft de professionalisering van projectmanagement positief bijgedragen aan de uitvoering van het programma. Een verantwoording van het programma wordt afzonderlijk aangeboden in het tweede kwartaal van 2024. De omzet op programmadeel 3 bedroeg over 2023 € 1.824.000 (begroot € 1.824.000).
De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.
27
Programmadeel 4: Overige exploitatielasten en -baten In programma 4 zijn de werkzaamheden ondergebracht die buiten voornoemde programma’s basis-, advies en collectieve taken vallen. Het gaat hierbij om de levering van producten en diensten aan zowel deelnemers als niet-deelnemers. Dit zijn onder andere de kosten voor luchtkwaliteitsmetingen, laboratoriumkosten en kosten van eNoses (‘elektronische neuzen’). De omzet op programmadeel 4 bedroeg over 2023 € 3.937.000 (begroot € 2.340.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.
Bonaire Van mei tot en met december 2023 is met een team van vijf medewerkers van de OMWB voor circa 1.100 uur ondersteuning gegeven aan de Directie Toezicht en Handhaving (DTH) van Openbaar Lichaam Bonaire (OLB). De ondersteuning was op het gebied van versterking van het uitvoeringsprogramma van DTH en realisatie van een verbeterplan op het gebied van milieu. Voorgaande werd ingezet naar aanleiding van een onderzoeksrapport van ILT over vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op Bonaire, waaruit bleek dat dit flink tekort schiet. Tevens wordt er per 1 april 2024 een Inrichtingen- en Activiteitenbesluit Bonaire (IAB) van kracht waarvoor inventarisaties bij bedrijven nodig waren en inbreng op de Eilandsverordening die aan het IAB gekoppeld wordt. De opdracht werd samen met de gemeente Breda als partner van ons binnen een al lang lopende 'Twinning' met Bonaire opgepakt, zij deden bijvoorbeeld werkzaamheden aan bouw- en natuurvergunningen.
De werkzaamheden van de medewerkers van de OMWB hadden ten aanzien van het uitvoeringsprogramma de volgende prioriteiten: • illegale diabaas winning, waaronder conceptbeleid aanpassen tot definitief beleid in een proces met stakeholders dat tot beleid met draagvlak leidt; • illegale afvalstofdumpingen, waaronder een voorstel tot projectmatige aanpak en beleid; • milieuwetgeving bedrijven, waaronder eilandverordening omzetten en handhaafbaar maken. De nadruk kwam uiteindelijk vooral op de inventarisaties van bijna alle bedrijven op Bonaire. Dit om de situatie daar inzichtelijk te maken, hen te informeren over het naderende IAB, een inschatting te maken van de kosten van maatregelen op basis van het IAB en het bedrijvenbestand van Digitale Checklisten (DC) te vullen. Voor de illegale diabaas winning is inbreng gegeven op het beleid, maar kon vervolgens niet verder gegaan worden omdat het beleid nog niet werd vastgesteld. Zonder dit vastgestelde beleid was er geen grondslag voor toezicht hierop. De illegale afvalstort (sluikstort) is eerst 'aan de voorkant' aangepakt, door de gedeputeerde van milieu te overtuigen storten op de stortplaats (weer) gratis te maken. Dit gaf qua sluikstort al een merkbaar verschil maar meer is nodig. In de toekomst zal bezien worden of er nog nader toezicht op sluikstort kan worden opgezet.
Naast het voorgaande werd door één medewerker van de OMWB ook de Directie Ruimtelijk Ontwikkeling (DRO) van OLB ondersteund bij het opstellen van hindervergunningen en algemeen milieu en RO-advies. Dit loopt al vanaf de start van de OMWB en het ILT rapport gaf hierbij aan dat deze hindervergunningen voldoen aan de vereisten. Er zijn een tweetal ontwerpbeschikkingen aangeleverd voor publicatie. Een paar andere procedures verkeren in diverse stadia van vooroverleg tot het schrijven van 28
de ontwerpbeschikking. Er zal nog een kleine doorloop zijn in 2024 van deze in 2021 gestarte opdracht die in totaal 226 uur beslaat.
Specifieke uitkering Omgevingsdiensten Vanuit het Rijk zijn twee specifieke uitkeringen toegekend. De opbrengst over 2023 bedraagt € 549.000 (begroot € 1.664.000) en is conform de bestedingen apart in het overzicht van de baten verantwoord. Het restant van de vooruitontvangen bedragen staat op de balans opgenomen onder de ‘overlopende passiva’.
Kosten van Bedrijfsvoering, Vennootschapsbelasting en de post Onvoorzien De totale kosten van bedrijfsvoering (BBV hanteert de term ‘overhead’) bedroegen voor 2023 € 10.512.000 (begroot € 12.130.000). Voor een verdere uitsplitsing verwijzen we naar de tekstuele toelichting in de paragraaf 'Bedrijfsvoering - plannen en resultaten' en de 'Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2023'. De kosten vennootschapsbelasting bedroegen in 2023 € -2.000 (begroot € 5.000). Dit betreft het saldo van de voorlopige aanslag 2023, de aanslag 2022 en de vrijval van de reservering voor 2022. De aanslag 2022 is lager uitgevallen dan aanvankelijk ingeschat. Het bedrag van € 150.000 dat is gereserveerd voor onvoorziene kosten is in 2023 niet aangesproken.
Paragrafen Het Besluit Begroting en Verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat in de begroting en jaarrekening paragrafen worden opgenomen waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd voor een aantal beheersmatige aspecten van de organisatie. De voor de OMWB van toepassing zijnde paragrafen zijn hierna opgenomen: 1. 2. 3. 4.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiering Bedrijfsvoering (inclusief rechtmatigheid) Wet open overheid (Woo)
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en Gemeenten (BBV) is het verplicht om op basis van risico-inschatting een kwalificatie te geven van de omvang van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de risico’s waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen en middelen en mogelijkheden die de OMWB heeft om niet-begrote kosten op te vangen (BBV artikel 11). Om te voorkomen dat bij niet-afgedekte risico’s ingrijpende (organisatie)wijzigingen noodzakelijk zijn, is een afdoende weerstandsvermogen voor de OMWB gewenst. Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico-inschatting en de bereidheid van het bestuur om deze risico’s al dan niet te lopen. De OMWB streeft naar minimaal een voldoende weerstandscapaciteit en gaat daarbij uit van een weerstandsratio van minimaal 1,0. Normering weerstandsvermogen Voor de normering van het weerstandsvermogen in relatie tot de deelnemers heeft het 29
Algemeen Bestuur besloten een model vast te stellen dat erop neerkomt dat maximaal 8% van het (begrotings-/ jaarrekening-)totaal van de exploitatierekening wordt aangehouden als weerstandsvermogen. Dit is conform de Financiële Verordening van de OMWB. Risicobeheersing Risicobeheersing of risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen van risico’s. De OMWB streeft ernaar risico’s zoveel als mogelijk te vermijden, er verzekeringen voor af te sluiten of ze te ondervangen door beheersmaatregelen. Voor die maatregelen stelt de OMWB een Intern Controleplan op, waaraan in het begrotingsjaar uitvoering wordt gegeven. Geïdentificeerde risico’s In de 2e Burap 2023 en de begroting 2024 zijn de volgende risico’s geïdentificeerd: Maximaal schade bedrag
Kans op optreden risico
Gewogen risico
4. Inhuur versus vast personeel
400.000
50%
200.000
5. Transitie mens en systeem
700.000
50%
350.000
6. Problematiek arbeidsmarkt
700.000
75%
525.000
9. Bovenmatig verzuim
265.000
80%
212.000
11. Invoering Omgevingswet
1.000.000
60%
600.000
12. Kosteneffectiviteit
1.000.000
18%
180.000
Totaal
4.065.000
Risico's
2.067.000
Voor de jaarrekening is bovenstaande lijst geëvalueerd en geactualiseerd. Hieronder volgt per risico een korte toelichting waarna een geactualiseerde risico tabel volgt. 4. Inhuur versus vast personeel In de begroting van de OMWB geldt als uitgangspunt dat in beginsel het eigen personeel de taken verricht. Voor het jaar 2024 wordt hierbij gerekend met een declarabiliteitsnorm van 1.300 uur. Gezien de vele ontwikkelingen is de verwachting dat deze norm lastig haalbaar is. Immers, de realisatie over 2023 bedraagt 1.255 uur. Het verschil in declarabiliteit wordt opgevangen met inzet van inhuurkrachten. Deze externe inzet is duurder dan de uitvoering met eigen personeel, vandaar dat we dit opnemen in de risicotabel. De kans op dit risico is ingeschat op 75%. Maatregelen: passende sturing op inzet van personeel. 30
5. Transitie mens en systeem De aan onze organisatie en medewerkers gestelde eisen blijven snel veranderen. Dit is enerzijds gericht op de inhoud van het werk, anderzijds zien we dat ook andere (digitale) vaardigheden worden gevraagd. In de opleidingen wordt hier volop aandacht aan besteed zodat werknemers hun rol binnen de organisatie optimaal kunnen vervullen. De verwachting is dat dit niet in alle individuele gevallen gaat lukken. Het totale risico dat hiermee samenhangt, wordt ingeschat op € 600.000 met een kans van maximaal 50%. Maatregelen: Het uitvoeren van een correct en zorgvuldig personeelsbeleid, waaronder een adequaat opleidingsprogramma. Daarnaast steeds verdere doorontwikkeling van de organisatie en onderliggende systemen. 6. Problematiek arbeidsmarkt In aanvulling op punt 4 wordt het volgende opgemerkt. Omdat de vaste formatie nog niet op het juiste peil is in relatie tot de toenemende werkprogramma's, werkt de OMWB naast inhuur ook met trainees en net-afgestudeerden. De OMWB leidt de jonge nieuwe collega’s ‘on the job’ op, in een periode van ongeveer twee jaar. In de eerste twee jaar zijn deze collega’s nog niet volledig declarabel; de begeleiding verloopt via directe collega's van de dienst. In verband met deze noodzakelijke aanpak heeft de OMWB een tijdelijk productietekort in termen van declarabiliteit.
Het maximale risico in verband hiermee is ongeveer € 700.000. 9. Bovenmatig verzuim In de begroting van 2024 wordt gerekend met een verzuimpercentage van 5,5%. Het werkelijke percentage over 2023 bedraagt 5,5%. Het verzuim in de eerste maanden van kalenderjaar 2024 bedraagt daarentegen 7,4%. Het blijft lastig te bepalen hoe het verzuimpercentage zich de komende periode ontwikkelt. We schatten in dat een verzuimpercentage van 6% over heel 2024 reëel is. Het verschil tussen het rekenpercentage en het verwachte percentage wordt aangemerkt als risico en bedraagt afgerond € 315.000. Bij een kans van 80% betekent dit een gewogen risico van € 252.000. 11. Invoering Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De invoering van de wet betekent een ingrijpende verandering voor de taakuitvoering. Ondanks gedegen voorbereidingen is de exacte impact van de invoering, ook financieel, nog onvoldoende duidelijk. Uit onderzoek van adviesbureau KokxDeVoogd naar het Integraal Financieel Beeld Stelselherziening Omgevingswet (zoals gepubliceerd op de website van Binnenlands Bestuur op 7 juni 2023), valt de Omgevingswet een miljard euro duurder uit. Een deel van deze kosten zal voor rekening van de OMWB komen. Hoe hoog deze kosten zullen zijn, is op dit moment nog lastig in te schatten.
De eerste ervaringen tonen aan dat er een neerwaarts effect is op de kengetallen (waaronder doorlooptijden) waardoor het risico bestaat dat de werkprogramma's niet volledig gerealiseerd kunnen worden. Gezien de grote onduidelijkheden die er op dit moment nog zijn, wordt de risicoinschatting en de kans van optreden gehandhaafd op het niveau van de 2e Burap 2023 en Begroting 2024. 12. Kosteneffectiviteit Volgend uit het kosteneffectiviteitsonderzoek is een intern besparingspotentieel van € 1,7 miljoen opgehaald. In de jaren 2022 tot en met 2024 zijn de verschillende maatregelen doorgevoerd in de begroting respectievelijk meerjarenraming. De afhankelijkheid van derden maakt een volledige realisatie van afzonderlijke maatregelen onzeker. Per jaareinde 2023 is reeds een bedrag van afgerond € 1,3 miljoen gerealiseerd; er resteert daarom een maximaal schadebedrag van ongeveer € 400.000 (€ 1,7 miljoen -/- € 1,3 miljoen). Om tegemoet te komen aan het geraamde potentieel is 60% van de totale waarde als risico aangemerkt, per saldo € 240.000. Dit betreft met name het potentieel 31
van het deelproject met betrekking tot de archivering, waarbij realisatie mede afhankelijk is van de inzet van deelnemers om hun archieven te digitaliseren. Op basis van het voorgaande en een actuele inschatting van de huidige risico’s is het eindbeeld voor de jaarrekening 2023 als volgt: Maximaal bedrag schade
Kans op optreden risico
Gewogen risico
4. Inhuur versus vast personeel
380.000
75%
285.000
5. Transitie mens en systeem
600.000
50%
300.000
6. Problematiek arbeidsmarkt
700.000
75%
525.000
9. Bovenmatig verzuim
315.000
80%
252.000
11. Invoering Omgevingswet
1.000.000
60%
600.000
400.000
60%
240.000
Risico's
12. Kosteneffectiviteit Totaal
3.395.000
2.202.000
In aanvulling op bovenstaande tabel blijft er aandacht voor het volgende. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet verschuift het bevoegd gezag voor bodem en ondergrond en de daaraan verbonden VTH-(basis)taken voor een groot deel van de provincie naar de gemeenten. Voor de begroting 2024 is van de impact hiervan op het werkprogramma van de OMWB een inschatting gemaakt en zijn bedragen opgenomen in de bijdrage van de deelnemers. Het is nog niet volledig duidelijk of deze bijdrage voldoende is om de kosten van de overgekomen taken volledig te dekken. In de 1e Burap 2024 wordt hier verder op ingegaan. Beschikbaar weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. De algemene reserve bedraagt eind 2023 € 2.092.000. Uitgaande van het actuele risicoprofiel van € 2.202.000 is de weerstandsratio 0,95. Dit wordt volgens de waarderingstabel van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) gekwalificeerd als ‘matig’. In de jaarrekening 2022 bedroeg de weerstandsratio 1,10 (‘voldoende’). Indien de algemene reserve conform de Financiële Verordening (maximaal 8%) wordt aangepast, bedraagt de weerstandsratio 1,45 ('ruim voldoende'). In de resultaatbestemming zal aan het AB een voorstel worden gedaan dat aansluit op de Financiële Verordening.
Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat een aantal verplichte financiële kengetallen moet worden opgenomen. Doel daarvan is inzicht te geven in de financiële positie van de organisatie.
32
De trend van de voor de OMWB relevante kengetallen wordt in onderstaande tabel weergegeven: Financiële kengetallen
Jaarrekening 2023
Begroting 2023
Jaarrekening 2022
Netto schuldquote
-9,5%
-4,7%
-7,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t
Solvabiliteitsratio
34,7%
48,5%
47,1%
Structurele exploitatieruimte
6,7%
1,1%
1,8%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe verder deze ratio onder de 1,0 ligt, hoe beter het is. De netto schuldquote is toegenomen ten opzichte van de jaarrekening 2022. Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de OMWB in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio geeft het aandeel van het eigen vermogen in het balanstotaal weer. Hoe hoger deze ratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. De solvabiliteit is ten opzichte van de jaarrekening 2022 verminderd, maar wordt alsnog als zeer gezond beschouwd. Structurele exploitatieruimte Door het zuiveren van de incidentele lasten en baten en de mutaties in reserves, ontstaat er beeld in hoeverre sprake is van een structureel sluitende begroting. De structurele lasten en baten worden in dit kengetal uitgedrukt als een percentage van de totale baten (voor mutaties reserves) van het betreffende jaar. Een positief percentage is wenselijk aangezien dit betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Onderlinge verhouding kengetallen Zowel de netto schuldquote en de structurele exploitatieruimte zijn verbeterd ten opzichte van 2022. De solvabiliteit is ten opzichte van vorig jaar verminderd maar wordt alsnog als zeer gezond beschouwd.
De balanspositie van de OMWB wordt evenals voorgaande jaren als zeer solide aangemerkt.
Financiering In aansluiting op de Wet Financiering decentrale overheden (fido) is in het Besluit Begroting en Verantwoording neergelegd dat de financieringsparagraaf de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille uiteenzet. De grondslag voor de aan de portefeuille verbonden Treasuryfunctie is vastgelegd in het 33
Treasurystatuut. Het beheer van de OMWB is risicomijdend en mede gericht op het voldoen aan de renterisico-norm en de kasgeldlimiet. Treasurybeleid De doelstellingen van het treasurybeleid van de OMWB zijn: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. het beschermen van vermogens- en (rente)resultaten tegen ongewenste financiële risico's, zoals renterisico's, koersrisico's, liquiditeitsrisico's en kredietrisico's; 3. het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut. Onder risico’s worden zowel renterisico’s (vaste schuld en vlottende schuld), als kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s verstaan. Met betrekking tot risicobeheer geldt het volgende algemene uitgangspunt: 'Bij het uitzetten of aantrekken van middelen worden de bepalingen zoals neergelegd in de Wet fido en de Ruddo (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden) in acht genomen'. Renterisicobeheer 1. De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido; 2. de renterisico norm wordt niet overschreden conform de Wet fido; 3.
nieuwe leningen/ uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning; 4. de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/ uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; 5. binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de OMWB naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen. Met de inwerkingtreding van de Wet fido is de term ‘Renterisico-norm’ geïntroduceerd. De norm schrijft voor dat in enig jaar de aflossing van een langlopende schuld niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De OMWB heeft momenteel geen langlopende leningen en voldoet daarmee automatisch aan de norm. De huidige financieringspositie en -behoeften vanuit de investeringsbegroting geven op dit moment geen verdere aanleiding tot aanwending van een dergelijke lening. Kredietrisicobeheer Met betrekking tot het kredietrisicobeheer geldt het uitgangspunt dat overtollige middelen op voorhand worden aangehouden in de schatkist. Intern liquiditeitsbeheer De OMWB beperkt zijn interne liquiditeitsrisico’s door zijn treasury-activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning. Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden door de OMWB uitgesloten. Leningen worden uitsluitend aangegaan of gegarandeerd in de Europese geldeenheid (de euro).
Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet stelt de Wet fido een norm voor het maximumbedrag voor de 34
financiering van de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar). De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen betreft 8,2% van het begrotingstotaal. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. De opgenomen bedragen betreffen de realisatiecijfers 2023. De kasgeldlimiet is voor de OMWB voor 2023 berekend op € 3.414.000. Aangezien het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen op € 15,0 miljoen wordt geschat, is de ruimte onder de kasgeldlimiet gelijk aan de kasgeldlimiet.
Stappen (14)
(2) Vlottende middelen
(1) Vlottende schuld
(3) Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-)
(1) - (2) = (3) Eerste kwartaal
0
14.019
-14.019
Tweede kwartaal
0
16.223
-16.223
Derde kwartaal
0
15.030
-15.030
Vierde kwartaal
0
14.754
-14.754
(4) gemiddelde van (3)
0
15.007
-15.007
Stappen (5-9)
Variabelen
(5)
Kasgeldlimiet
3.414
(6a) = (5>4)
Ruimte onder de kasgeldlimiet
3.414
(6b) = (4>5)
Overschrijding van de kasgeldlimiet
-
Berekening kasgeldlimiet (5) (7)
Begrotingstotaal
41.631
(8)
Percentage regeling
8,20%
(5) = (7) x (8) / 100
Kasgeldlimiet
3.414
35
Schatkistbankieren Overheden mogen sinds 2014 tegoeden uitsluitend bij het Rijk of andere decentrale overheden wegzetten. Dit is primair bedoeld om de staatsschuld terug te dringen. De OMWB heeft gedurende het gehele boekjaar 2023 te maken gehad met overschotten aan liquide middelen. Deze overschotten zijn dagelijks afgeroomd naar de schatkist. Op de lopende rekening blijft na afroming maximaal € 1.000.000 beschikbaar.
Leningen en kredietfaciliteiten Bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) heeft de OMWB een kredietfaciliteit van afgerond € 1,0 miljoen.
Bedrijfsvoering - plannen en resultaten Het jaar 2023 stond voor de afdeling bedrijfsvoering in het teken van het daadwerkelijk uitvoeren van de diverse beleidsvoornemens en/ of (bestuurlijke) besluiten. Voornemens 2023 In algemene zin lag de nadruk op de doorontwikkeling van de informatievoorziening en het uitvoeren van onderdelen van het strategisch HR-beleid. Twee specifieke onderwerpen die een rol gingen spelen, waren: • •
De inwerkingtreding van de Omgevingswet. De wet heeft grote consequenties voor de wijze waarop de OMWB in samenwerking met deelnemers haar taken gaat uitvoeren. De volgende fase van de kosteneffectiviteitsmaatregelen. In 2022 is in opdracht van het Algemeen Bestuur het programma ‘Van goed naar beter’ van start gegaan. Met dit programma worden, gefaseerd en in deelprojecten, onderwerpen van het onderzoek naar kosteneffectiviteit uit december 2020 uitgewerkt. In het faseplan van 2023 zijn de activiteiten en hun effecten in detail uitgewerkt. Hoofdactiviteiten in dit faseplan zijn: het borgen van procesmanagement in de organisatie, helder met elkaar definiëren wat kwaliteit is, meer aandacht geven aan de risicogerichte benadering, het aanpakken van verspilling en het verbeteren van de (digitale) samenwerking met deelnemers.
Verantwoording 2023 Omgevingswet: Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingetreden. De afdeling bedrijfsvoering heeft extra geïnvesteerd in opleidingen en communicatie om de gevolgen van de wet binnen de organisatie zo goed mogelijk te begeleiden. Om aan te kunnen sluiten op de landelijke DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) voorziening is een overgang van Squit 20/20 naar Rx Mission uitgevoerd. De aansluiting op het DSO is succesvol afgerond. Kosteneffectiviteit, ‘Van goed naar beter’ De realisatie van de doelen en baten van de deelprojecten loopt vooralsnog volgens planning. Er is per kwartaal gerapporteerd over de voortgang. Het faseplan voor 2023 is grotendeels succesvol afgerond. De doorlopende projecten komen terug in het faseplan voor 2023. In totaal heeft 'Van goed naar beter' cumulatief € 1.548.000 opgeleverd. Het doel om in 2023 vanuit het programma een besparing van € 650.000 op te leveren is daarmee bereikt. De meer behaalde opbrengsten dragen alvast bij aan het doel van 2024 om € 400.000 voor de begroting op te leveren.
36
Informatievoorziening Onder het cluster informatievoorziening vallen alle informatie, data en ICT gerelateerde onderwerpen. De noodzakelijke overgang naar RX Mission, het meer data-gedreven werken en toegenomen eisen op het gebied van informatiebeveiliging maakt dat informatievoorziening een steeds meer centralere rol claimt en krijgt. Verantwoording 2023 Van Squit 20/20 naar Rx Mission De aangekondigde grote update heeft in oktober plaatsgevonden. De impact was veel groter dan vooraf gedacht, achteraf moeten we constateren dat het een herimplementatie was. Vrijwel alle processen zijn aangepast, evenals alle sjablonen voor documenten. Er zijn nieuwe functionaliteiten toegevoegd en andere zijn verdwenen. Er zijn nieuwe zaaktypen aangemaakt en samengevoegd. En 5,2 miljoen documenten zijn of worden overgezet. Het was een forse inspanning voor het team Informatievoorziening en de key-users. Uiteindelijk is het resultaat goed te noemen en waren we op tijd klaar voor de overgang naar de omgevingswet. Dataplatform De ontwikkeling van ons dataplatform is in 2023 doorgegaan. Het vernieuwde datawarehouse staat in de steigers, dit moet het delen van data (binnenkomend en uitgaand) verbeteren. Een absolute must gezien het steeds meer data-gedreven werken en de landelijke ontwikkelingen die vanuit pijler 3 van het IBP op ons afkomen.
Het verzamelen van data heeft mede door het gebruik van power apps een boost gekregen. We gebruiken Robotic Process Automation om de datakwaliteit te verhogen. Zo werken we verder aan een data-gedreven organisatie. De resultaten hiervan zijn onder andere gepresenteerd in het Ambtelijk Overleg. ICT leverancier/security ICT en informatie zijn cruciaal voor het functioneren van de OMWB, tegelijkertijd nemen de bedreigingen op het gebied van informatieveiligheid toe. Verschillende wet- en regelgeving (BIO en AVG) en bestuurlijke afspraken (VNG-resolutie 2021) laten zien dat overheden hun informatiebeveiliging serieus moeten nemen en dit aspect continu aandacht behoeft. In 2022 is het informatiebeveiligingsbeleid door het Dagelijks Bestuur vastgesteld. In dit beleid staan de uitgangspunten voor het voortdurende proces waarmee wordt gewerkt aan de beveiliging van informatie. Het informatiebeveiligingsplan is in 2023 afgerond. Het voldoen aan de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) is een must. Vanaf begin 2023 is een CISO binnen de organisatie actief (eerst extern, nu intern), die vanuit dit plan diverse acties uitwerkt. Voorbeelden daarvan zijn het aanpassen van beleid voor applicatie-acceptatie en wachtwoordbeleid.
Daarnaast worden er in het kader van bewustwording elk kwartaal campagnes gelanceerd die tot doel hebben om medewerkers bewust te maken van de risico’s die digitaal werken met zich meebrengt. Eind 2023 is in het kernMT een voorstel aangenomen om de functies ISO (Information Security Officer) en Privacy Officer in de organisatie op te nemen. GEO- GIS In de afgelopen maanden is onderzoek gedaan naar een Geografisch Informatie Systeem functionaliteit. De OMWB ziet deze ontwikkeling als opmaat voor een noodzakelijk professionalisering van het werk. Deze functionaliteit maakt gebruik van kaarten, kaartlagen en coördinaten. Vrijwel alles wat de OMWB doet is te relateren aan een locatie op de kaart. Gegevens op de kaart plotten helpt bij het maken van analyses. We kunnen alle producten die wij als OMWB maken relateren aan deze adressen, waardoor de resultaten van die producten zijn te presenteren op de kaart.
37
Deelnemers en ketenpartners vragen steeds vaker om data en analyses. Bijvoorbeeld voor het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK), waarbij gebiedsgericht en regionaal analyseren een belangrijk onderdeel is. Het uitgevoerde onderzoek heeft geleid tot een voorstel. Zoals in de kaderbrief 2025 is aangekondigd wordt dit voorstel financieel verwerkt in de begroting van 2025 . Het REV De aansluiting op het REV is niet gerealiseerd. De zaaksystemen van Roxit zijn niet te koppelen aan het REV. Roxit heeft aangegeven in de toekomst nooit 100% het REV te kunnen vullen. Hierdoor moeten gegevens ook vanuit andere systemen komen dan alleen het VTH systeem. Het is een landelijk probleem dat VTH leveranciers geen goede, volledige koppeling met het REV kunnen maken. Vooralsnog wordt het REV daarom handmatig gevuld met de Bevoegd gezag Module (BGM).
Communicatie De inzet van Communicatie is erop gericht om OMWB-medewerkers strategisch, tactisch en operationeel te ondersteunen en te adviseren in hun werk; bijvoorbeeld met trainingen, communicatieadviezen en uitingen. Richting externe stakeholders is communicatie-inzet erop gericht om de resultaten van het OMWB-werk op een heldere, duidelijke en consistente wijze voor het voetlicht te brengen, evenals bij te dragen aan een goede reputatie en dito (werkgevers)imago. Online heeft de OMWB zijn producten gedeeltelijk al digitoegankelijk gemaakt, dit kreeg een vervolg in 2023. Verantwoording 2023 Het digi-toegankelijk maken van websites is deels uitgesteld vanwege het nieuwe intranet. Daarnaast blijkt dat het totale project meer voeten in aarde heeft dan vooraf bedacht. Het volledig digi-toegankelijk maken van websites en documenten loopt achter op de planning. In 2024 komt er een inhaalslag.
Huisvesting Het huurcontract voor het pand aan de Spoorlaan is per 1 januari 2023 verlengd. Uit enquêtes onder medewerkers van de OMWB blijkt dat zij in grote mate het thuiswerken waarderen en hiermee kan er een verschuiving plaatsvinden tussen het werken thuis en op kantoor. In de loop van 2023 is de gemeente Tilburg uit het pand aan de Spoorlaan vertrokken. Dit alles is van betekenis voor de invulling van de huisvesting. Verantwoording 2023 Na het verlengen van de overeenkomst hebben de verhuurder (HSA vastgoed) en de OMWB meerdere malen om tafel gezeten om de toekomstige huisvesting te bespreken. De ontwikkelingen op de markt voor de huur van kantoorruimte blijven grillig. Er is door beide partijen de intentie uitgesproken om een (nieuw) huurcontract voor een langere periode dan 5 jaar af te sluiten. Deze gezamenlijke intentie geeft ons genoeg reden om verder te gaan met (mogelijke) plannen voor noodzakelijke investeringen in hybride werken en duurzaamheid. Bijeenkomsten om plannen te komen zijn eind december in gang gezet. Vooruitlopend op de uitkomsten is in de kaderbrief 2025 aangekondigd dat in de begroting 2025 een investering wordt opgenomen. 38
Kernthema: Strategisch HRM Het programma Strategisch HRM kent vier pijlers. Cultuur en leiderschap, recruitment, loopbaanontwikkeling en vitaliteit. Iedere pijler heeft deelprojecten met een eigen dynamiek en planning. De opbrengst van de diverse projecten moeten uiteindelijk een positieve bijdrage leveren aan het imago van de OMWB als goede werkgever, voor huidige en toekomstige medewerkers. Verantwoording 2023 In 2023 is het formele cultuur- en leiderschapstraject tot afronding gekomen. In eerdere samenwerksessies heeft een groep van ongeveer veertig medewerkers de huidige en gewenste cultuur beschreven en zijn er drie kernthema’s voor de ontwikkeling van de OMWB geformuleerd. Ardis Organisatie Ontwikkeling ondersteunde hierbij met zogeheten topdagen voor het management en werkvormen op medewerkersniveau. Het is nu zaak voor de organisatie om door te pakken op de benodigde veranderingen. Bij recruitment is in eerste instantie geïnvesteerd in een tijdelijke recruiter die hielp bij het scherper krijgen van het wervingsproces, en die instrumenten aanreikte om de juiste kandidaten te kunnen vinden. Recruitment heeft nu een vaste plek binnen het HRM team. En we bouwen voort op onze eerder ingezette koers. Denk hierbij aan onze wervingscampagne 'kijk om je heen' met het daarbij behorende instrumentarium.
In het kader van de pijler loopbaanontwikkeling kwamen in dit jaar het traineeprogramma en het MD traject tot afronding. Beide trajecten kennen al resultaat, twee intern opgeleide medewerkers zijn als teammanager benoemd en we hebben drie trainees als vaste medewerkers in dienst genomen. Beide trajecten zijn geëvalueerd, positieve elementen behouden we en zetten we in tijdens mogelijke verdere trajecten.
De pijler vitaliteit is van start gegaan met het eerste grote traject: het uitvoeren van het Preventief Medisch Onderzoek. Iedere medewerker had de kans om zich door te laten lichten door Meditel, zo'n 60% heeft hier gebruik van gemaakt. Daarnaast is de vitaliteitskalender opgesteld met onder andere de beweegweek als belangrijk item.
Financiën en Control Het afgelopen jaar is geïnvesteerd in formatie uitbreiding waardoor het team een kwaliteitsimpuls op control (vraagstukken) heeft gekregen. In 2023 ontstond daardoor ruimte in de dienstverlening naar de organisatie en externe partners. Er zijn stappen gemaakt met een integraal sturingsdashboard en er is een gewijzigde systematiek voor het begrotingsproces geïmplementeerd.
Verantwoording 2023 Rechtmatigheidscontrole/Interne controle De rechtmatigheidsverklaring is uitgesteld tot het boekjaar 2023. Over 2022 is een rechtmatigheidsverklaring bij wijze van proef opgesteld. Dit is met het bestuur afgestemd. De interne controle is verder op orde gebracht, onder andere met behulp 39
van een externe partij. Het normenkader was in 2022 al geheel up-to-date gebracht. Alle financiële OMWB-verordeningen en beleid zijn herijkt en vastgesteld door de respectievelijke besturen. De financiële verordening is in december 2023 in gewijzigde vorm nogmaals voorgelegd aan de besturen. Hierbij zijn de laatste wijzigingen van de rechtmatigheidsverantwoording, en de wijzigingen vanuit de Wet gemeenschappelijke regelingen verwerkt. Opvolging managementletter Het jaar 2023 is het tweede controlejaar van de nieuwe accountant: Flynth. Tijdens de interim controle bleek dat de opvolging van de managementletter succesvol is verlopen. Wel is er een verschuiving merkbaar in controle methodiek, men gaat meer uit van een gegevensgerichte benadering. Verbetering P&C-cyclus In de afgelopen periode is Pepperflow geïmplementeerd. Deze applicatie gaat de verdere verbetering in sturing en verantwoording ondersteunen. De P&C documenten worden ook digitaal aan de deelnemers ter beschikking gesteld.
Wet Gemeenschappelijke regelingen (WGR) Op 14 december 2021 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel tot aanpassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen (de Wet versterking legitimiteit gemeenschappelijke regelingen). De ingangsdatum is bepaald op 1 juli 2022, waarbij een implementatietermijn geldt van twee jaar. Deze wetswijziging heeft gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling (GR) van de OMWB. Het wetsvoorstel introduceert nieuwe instrumenten waarmee gemeenteraden en Provinciale Staten hun controlerende en kaderstellende taken beter kunnen uitvoeren. De veranderingen betreffen in het kort: • • • • • • • •
Er komt een verruiming van de mogelijkheden om zienswijzen in te dienen. Het wordt mogelijk om een regionale gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. In de gemeenschappelijke regeling (GR) moet afgesproken worden hoe omgegaan wordt met participatie van bijvoorbeeld burgers, bedrijven of maatschappelijke organisaties. Het bestuur van de GR krijgt een actieve informatieplicht over wat er speelt in de GR. Er komt een vergoeding voor raads- of PS-leden voor het deelnemen aan de gemeenschappelijke adviescommissie. Er komt een verplichting om afspraken te maken over evaluatie van de GR. Er komt een aanpassing van de regels over de gevolgen van uittreding. Veranderingen in de termijnen van de begrotingscyclus (Kaderbrief 30 april (i.p.v. 15 april), de zienswijzetermijn voor de begroting wordt twaalf weken (i.p.v. acht weken), de begroting dient bij BZ te worden ingediend voor 15 september (i.p.v. 1 augustus).
Verantwoording 2023 De OMWB heeft als trekker een belangrijke rol in het gehele proces van totstandkoming gespeeld. In september 2023 is de ontwerpregeling vastgesteld in het Algemeen Bestuur. Deze is daarna toegezonden aan de colleges van de deelnemers met het verzoek om enerzijds een voorgenomen besluit te nemen tot vaststelling van de 40
Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant 2024, en anderzijds het voorgenomen besluit om een zienswijzeprocedure aan te bieden aan hun raden en Provinciale Staten. De ingediende zienswijzen zijn ondertussen van een reactie voorzien, en de regeling is op sommige punten enigszins aangepast. De definitieve regeling wordt nu aan de colleges ter goedkeuring aangeboden.
Rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Begrotingscriterium De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Het Dagelijks Bestuur heeft binnen alle vastgestelde budgetten van het Algemeen Bestuur gehandeld. Er zijn geen overschrijdingen op budgetten in de jaarrekening 2023. De onderschrijding van de baten wordt veroorzaakt door eveneens de lagere kosten die zijn gemaakt voor het primaire proces. De onderschrijding op de lasten voor de bedrijfsvoering zijn ontstaan na de tweede tussentijdse rapportage en zijn toegelicht. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. Een uiteenzetting van deze weten regelgeving heeft plaatsgevonden in het normenkader 2023 zoals is vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De controle op deze wet- en regelgeving is uitgewerkt in het controleplan 2023. Hieruit blijkt dat de financiële rechtmatigheid bij het voorwaardencriterium voornamelijk toeziet op de wetgeving met betrekking tot Europese aanbestedingen.
Er is een integrale check uitgevoerd op crediteuren met een uitgaaf van meer dan € 200.000 in de afgelopen 4 jaar en of een uitgaaf van meer dan € 50.000 in 2023. Hierbij is vastgesteld dat één langlopend contract met betrekking tot de automatisering niet Europees is aanbesteed. Dit brengt een onrechtmatigheid met zich mee van €121.000. Gezien deze applicatie de primaire bedrijfsvoering raakt, wordt deze fout door het bestuur geaccepteerd. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium In de gemeenschappelijke regeling zijn er geen regelingen met financieel effect waarvan misbruik te maken is door de gebruikers. In 2023 zijn het Dagelijks Bestuur geen gevallen van fraude bekend geworden. Begin 2024 heeft het MT de frauderisicoanalyse geüpdate. Deze wordt in 2024 opnieuw aan het Dagelijks- en Algemeen Bestuur voorgelegd.
Wet open overheid (WOO) Inleiding De Wet Open Overheid (Woo) is ingegaan op 1 mei 2022 en legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen is het geven van een impuls aan openbaarheid. De wet vereist dat in begroting en jaarrekening wordt aangegeven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. De Wet Open Overheid kent een viertal belangrijke aspecten:
41
1. De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo contactfunctionaris aan te wijzen. 2. Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking. 3. Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking. 4. Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo contactfunctionaris De OMWB heeft een contactpersoon aangesteld. Op deze wijze is voldaan aan de wettelijke verplichting. Passieve openbaarmaking De Wet Open Overheid is de opvolger van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). De Woo kent op dit gebied de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob, onder meer is de toegestane doorlooptijd voor het beantwoorden van Woo-verzoeken aangepast. Deze aanpassingen zijn in 2023 doorgevoerd in onze processen. In onze organisatie ging het in 2023 om de volgende aantallen:
Omgevingsdienst Midden- en West Brabant
Ontvangen (#)
Op tijd (%)
19
12
Bij een aantal ontvangen verzoeken (4) heeft de OMWB informatie aangeleverd en heeft de gemeente het besluit genomen en in een geval is het verzoek ingetrokken nadat de OMWB informatie heeft aangeleverd. In een aantal verzoeken is in afstemming met de verzoeker de informatie verstrekt zonder een besluit te nemen. De cijfers van deze verzoeken zijn niet meegenomen in de bovenstaande tabel. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om elf benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting is in 2023 nog niet ingegaan. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat overheidsorganisaties hun digitale informatiehuishouding binnen acht jaar (vanaf 1 mei 2022) op orde brengen.
42
Jaarrekening Balans ultimo boekjaar (vóór resultaatbestemming)
Activa (bedragen x € 1.000)
31 december 2023
31 december 2022
Vaste activa Materiele vaste activa Investeringen met een economisch nut
956
956
Totaal vaste activa
926
926
956
926
8.999
2.408
Vlottende activa Uitzetting met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen
887
279
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
8.112
2.129
Liquide middelen Banksaldi
Overlopende
161 161
991 991
3.601
3.349 43
Activa (bedragen x € 1.000)
31 december 2023
31 december 2022
activa Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Vooruitontvangen facturen
440
373
- Nog te ontvangen BTW
0
493
- Nog te ontvangen posten
2.838
1.853
- Afrekeningen van werkprogramma's
323
630
- Afdr. loonheffing en netto salarissen
0
0
Totaal vlottende activa
12.761
6.748
Totaal generaal
13.717
7.674
44
Passiva (bedragen x € 1.000)
31 december 2023
31 december 2022
Vaste passiva Eigen vermogen
4.756
3.614
Algemene reserve
2.092
2.092
Bestemmingsreserve meetstations
1.022
939
Gerealiseerd resultaat
1.643
583
Voorzieningen Voorziening verlofsparen
1.344 1.344
Totaal vaste passiva
602 602
6.100
4.216
461
453
Vlottende passiva Kortlopende schulden Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Overlopende passiva
461
453
7.157
3.005
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking 45
Passiva (bedragen x € 1.000)
31 december 2023
31 december 2022
van lasten van volgende begrotingsjaren - Van het Rijk
1.927
979
- Nog te betalen posten
1.279
730
- Afrekeningen werkprogramma's
3.216
1.198
- Afdr. loonheffing en netto salarissen
81
98
- Nog te betalen BTW
653
0
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
Totaal vlottende passiva
7.617
3.458
Totaal generaal
13.717
7.674
46
Het overzicht van baten en lasten
2023 begroting voor wijziging
2023 begroting na wijziging
2023 realisatie
verschil
Salarissen
18.861
22.364
21.463
-901
Reiskosten
364
307
304
-3
Overige personele kosten
256
477
381
-96
Inhuurbudgetten
3.165
4.091
3.172
-919
0
0
-116
-116
22.645
27.239
25.203
-2.036
Afschrijvingen
92
79
78
-2
Subtotaal
92
79
78
-2
Huisvestiging en facilitaire kosten
71
104
78
-26
Tractie
87
0
0
0
Automatisering
17
23
19
-4
Algemeen beheer
25
18
38
20
200
145
135
-9
Lasten (bedragen x € 1.000)
Primair proces Personeelslasten
Detacheringsinkomsten Subtotaal
Afschrijvingen
Huisvestiging en organisatie
Subtotaal
Overige kosten
47
2023 begroting voor wijziging
2023 begroting na wijziging
2023 realisatie
verschil
1.658
1.751
1.635
-115
650
610
494
-116
2.308
2.361
2.129
-232
Van goed naar beter
-478
-478
0
478
Subtotaal
-478
-478
0
478
Totaal lasten primair proces
24.766
29.346
27.546
-1.800
Lasten (bedragen x € 1.000)
2023 begroting voor wijziging
2023 begroting na wijziging
2023 realisatie
verschil
Salarissen
4.850
5.654
5.192
-462
Reiskosten
250
232
168
-65
Overige personeelskosten
1.178
1.271
738
-533
Inhuurbudgetten
351
423
284
-139
0
0
-26
-26
6.629
7.580
6.356
-1.224
130
81
86
5
Lasten (bedragen x € 1.000)
Laboratoriumkosten Milieumetingen Subtotaal
Algemene kosten
Bedrijfsvoering Personeelslasten
Detacheringsinkomsten Subtotaal
Afschrijvingen Afschrijvingen
48
2023 begroting voor wijziging
2023 begroting na wijziging
2023 realisatie
verschil
130
81
86
5
1.014
1.200
1.208
8
0
92
72
-20
Automatisering
1.921
2.383
2.347
-36
Algemeen beheer
971
794
443
-351
Subtotaal
3.906
4.469
4.070
-399
Totaal lasten Bedrijfsvoering
10.664
12.130
10.512
-1.618
0
0
39
39
Onvoorzien
150
150
0
-150
Subtotaal
150
150
39
-111
35.580
41.626
38.097
-3.529
Lasten (bedragen x € 1.000)
Subtotaal
Huisvesting en organisatie Huisvesting en facilitaire kosten Tractie
Overige lasten Diverse lasten
Totaal lasten
49
Baten (bedragen x € 1.000)
2023 begroting voor wijziging
2023 begroting na wijziging
2023 realisatie
verschil
Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving
21.241
24.166
22.572
-1.594
Programmadeel 2: Advies en Projecten
10.453
11.713
10.376
-1.338
Programmadeel 3: Collectieve taken structureel
1.659
1.824
1.824
0
Programmadeel 4: Buiten werkprogramma
1.658
1.730
3.389
1.659
Programmadeel 4: Overige exploitatie
650
610
548
-62
Specifieke uitkering Omgevingsdiensten
0
1.664
549
-1.115
35.660
41.706
39.257
-2.449
Diverse baten
0
0
65
65
Rentebaten
0
0
499
499
Vennootschapsbelasting
-5
-5
2
7
Subtotaal
-5
-5
566
571
35.655
41.701
39.823
-1.878
Gerealiseerd saldo baten en lasten
75
75
1.726
1.651
Storting reserves
75
75
83
8
Subtotaal
Overige baten
Totaal baten
50
2023 begroting voor wijziging
2023 begroting na wijziging
2023 realisatie
verschil
0
0
0
0
Totaal reserves
75
75
83
8
Gerealiseerd resultaat
0
0
1.643
1.643
Baten (bedragen x € 1.000)
Onttrekking reserves
Toelichtingen Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening • • •
De jaarrekening is opgesteld op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Bedragen in de tabellen zijn opgenomen in duizendtallen; in de toelichtingen staan absolute bedragen vermeld.
Waardering van activa en passiva Tenzij bij het betreffende balansonderdeel anders is vermeld, zijn de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Vaste activa De OMWB kent alleen materiële vaste activa. Investeringen met een economisch nut De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en eventuele duurzame bijzondere waardeverminderingen. Ook specifieke investeringsbijdragen van derden zijn op betreffende investeringen in mindering gebracht. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en bijkomende kosten. De vervaardingprijs bestaat uit de aanschafkosten van het product of de dienst en de overige kosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de vervaardiging van het actief. Activa worden direct bij ingebruikname geactiveerd. Vanaf dat moment vindt tevens afschrijving plaats. Er wordt geen rekening gehouden met een eventuele restwaarde. De afschrijvingstermijnen worden jaarlijks bij de begroting vastgesteld en zijn in de tabel verderop in deze toelichting opgenomen.
51
Bij de waardering wordt rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam lager is. In die gevallen is als waardering de hoogste van bedrijfswaarde of directe opbrengstwaarde aangehouden. Gehanteerde afschrijvingstermijnen Conform de vastgestelde begroting 2023 worden de volgende afschrijvingstermijnen gehanteerd:
Tabel met de gehanteerde afschrijvingstermijnen
Jaren
Automatisering
5
Huisvesting
10
Communicatiemiddelen
3
Tractie/wagenpark
7
Machines, apparaten en installaties/technische apparatuur
15
Vlottende activa De vlottende activa zijn onder te verdelen in uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, liquide middelen en overlopende activa. De vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vorderingen of Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende activa Deze activa zijn tegen nominale waarde opgenomen. Vaste passiva De vaste passiva betreffen het eigen vermogen van de OMWB en de voorzieningen. Er is geen sprake van langlopende leningen. Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde saldo van baten en lasten voor mutaties in reserves. Voor zover het Algemeen Bestuur gedurende het jaar besluiten over reserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Uit het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de effecten van de besluiten van het Algemeen Bestuur, volgt een resultaat na bestemming. Dit wordt als een separate post van het eigen vermogen gepresenteerd.
52
Voorzieningen Voorzieningen worden in beginsel gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting of het voorziene verlies en worden gevormd wegens: 1. Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar redelijkerwijs is in te schatten. 2. Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten. 3. Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. 4. De bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, worden ook tot de voorzieningen gerekend. Een uitzondering hierop zijn de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Deze worden onder de overlopende passiva opgenomen. De OMWB heeft een voorziening voor verlofsparen. Deze voorziening is gewaardeerd tegen nominale waarde.
In deze voorziening is al het verlof opgenomen wat in verlofsparen is omgezet of omgezet kan worden. Dit verlof is gewaardeerd tegen het betreffende uurtarief (inclusief IKB) per 1 januari 2024 op persoonsniveau inclusief opslag voor sociale lasten. Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar en overlopende passiva opgenomen. Schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar Hieronder worden overige schulden verantwoord, gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen. Het BBV schrijft voor dat kosten van bedrijfsvoering (BBV hanteert de term ‘overhead’) afzonderlijk worden begroot en verantwoord. De totale kosten van de bedrijfsvoering voor de hele organisatie worden aan de lastenkant in één overzicht gepresenteerd. Volgens de definitie van het BBV worden tot de bedrijfsvoering gerekend 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'.