CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Sakko Herstelbesluit.pdf

Gemeenteraad 11 februari 2021, gemeente HalderbergeBij agendapunt: AANVULLING: MEMO (met bijlagen) benzineverkooppunt Borchwerf II nav commissie 27-01-2021 (toegevoegd 04-02-2021). Vragen Lokaal Halderberge met bijlagen toegevoegd (09-02-21)3.748 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Halderberge

Sakko Commercial BV t.a.v. de heer S. Mangus Van Konijnenburgweg 40 4612 PL Bergen op Zoom

Uw brief van Uw kenmerk Nadere informatie bij: R. Timmermans Telefoonnummer : 140165 Ons kenmerk : 383456 Onderwerp : Herstelbesluit weigering omgevingsvergunning

VERZONDEN 12 MRT 2020 Oudenbosch,

Geachte heer Mangus, U heeft een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor de realisatie van een motorbrandstoffenverkooppunt op veld A, aan de Rietschotten, op Borchwerf II te Oud Gaste!. Besluit Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten de ontwerp-omgevingsvergunning te weigeren. In dit herstelbesluit als bedoeld in artikel 6:19 lid 1 Algemene wet bestuursrecht wordt de weigering van 14 november 2018 de omgevingsvergunning te verlenen nader gemotiveerd. U heeft in de beroepsprocedure aangevoerd dat het college niet de omgevingsvergunning mocht weigeren vanwege het niet aanwijzen van specifieke categorieën van gevallen door de gemeenteraad waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist. De gemeenteraad van de gemeente Halderberge heeft echter op 19 december 2019 alsnog een besluit genomen met betrekking tot het aanwijzen van specifieke categorieën waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist (zie bijlage 1). Hierdoor heeft het college de motivering van het oorspronkelijke besluit van 14 november 2018 aangevuld en aangepast aan de nieuwe aanwijzing. Dit besluit komt dan ook in de plaats van dit eerdere besluit. De strekking van het besluit is echter niet gewijzigd. Motivering

Een benzineverkooppunt is volgens het bestemmingsplan "Borchwerf II" niet toegestaan. Medewerking is alleen mogelijk door af te wijken van een bestemmingsplan. De ontwerpomgevingsvergunning heeft voor zienswijzen ter inzage gelegen. Tijdens deze terinzagelegging zijn een aantal " zienswijzen ontvangen. Het college volgt de zienswijzen in die zin dat er uit de aanvraag en de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing onvoldoende blijkt dat er sprake is van een duurzaam brandstoffenverkooppunt. De reden voor de weigering van de omgevingsvergunning is dat er ten tijde van het principebesluit behoefte was een aan tankstation voor duurzame

Parklaan 15- Postbus 5 - 4730 AA Oudenbosch - Tel.: 140165 E-mail: gemeente@halderberge.nl- www.halderberge.n1 Bankrekeningnummer: NL42 BNGH 028.50.74.547 — Kvk-nr: 20164480

motorbrandstoffen. Er is echter een omgevingsvergunning aangevraagd voor reguliere motorbrandstoffen. Aan een tankstation voor reguliere motorbrandstoffen is geen behoefte.

Principebesluit Op 18 oktober 2016 heeft het college een principebesluit genomen om medewerking te verlenen aan uw initiatief. Onder omstandigheden kan het college bij de vergunningverlening terugkomen op de aanvankelijke bereidheid om medewerking te verlenen. Volgens de Afdeling (ABRS 5 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:775) moet dan goed gemotiveerd kunnen worden welk nieuw inzicht er is en hoe rekening is gehouden met het bij de verzoeker gewekte vertrouwen en diens belangen. De uiteindelijke beslissing hangt af van alle in de verdere loop van de procedure naar voren gekomen feiten en belangen. Daar vallen ook de belangen van derden onder. Deze belangen zijn in ieder geval in de zienswijzen naar voren gekomen. Verklaring van geen bedenkingen Op 11 oktober 2012 heeft de gemeenteraad van de gemeente Halderberge een algemene verklaring van geen bedenkingen afgegeven. Deze verklaring van geen bedenkingen was mogelijk te algemeen opgesteld, hoewel dit destijds wel de uitdrukkelijke wens van de gemeenteraad was. Gelet hierop heeft de raad op 19 december 2019 nieuwe categorieën waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist vastgesteld.

Categorie 6 geeft aan: 6."Wijzigen of toevoegen van functies op bestaande bedrijventerreinen, zolang deze functie complementair zijn aan de bestaande invulling van de bedrijventerreinen en de mogelijkheden van de bestaande bedrijvigheid niet onevenredig aantasten. Onderhavige aanvraag voldoet aan deze categorie, zodat er voor een verlening of in dit geval een weigering geen aparte verklaring van geen bedenkingen vanuit de gemeenteraad is vereist. Next generation tankstation Uit het principebesluit blijkt dat het college bereid is medewerking te verlenen aan een duurzaam benzineverkooppunt. Uit de stukken behorende bij de aanvraag en zoals deze ter inzage hebben gelegen blijkt naar de mening van het college onvoldoende dat er sprake is van een duurzame ontwikkeling. De door het college gevraagde meerwaarde ontbreekt bij dit initiatief of is althans onvoldoende aanwezig. Het feit dat uitbreiding naar een next generation tankstation op termijn mogelijk is, is reden om te besluiten dat er op dit moment niet aan de uitgangspunten wordt voldaan. Uit de aanvraag en de ruimtelijke onderbouwing blijkt voldoende dat alleen reguliere motorbrandstoffen zullen worden verkocht. Juist de ontwikkeling van een next generation tankstation was voor het college reden om medewerking te verlenen. Een initiatief voor een regulier benzineverkooppunt op Borchwerf II was immers al afgewezen in 2008.

Het college is van mening dat u niet in uw belangen bent geschaad door de weigering een omgevingsvergunning te verlenen, doordat u geen omgevingsvergunning heeft aangevraagd voor een tankstation voor duurzame motorbrandstoffen. Daarom ziet het college ook geen reden om u enige vorm van compensatie te bieden. Tankstation voor reguliere motorbrandstoffen De omgevingsvergunning is aangevraagd voor een tankstation in reguliere motorbrandstoffen. U onderkent dit zelf op p. 8 van uw ruimtelijke onderbouwing, waarin staat dat er slechts de intentie is om in de toekomst duurzame motorbrandstoffen aan te bieden als daartoe commerciële mogelijkheden bestaan. Uit de aanvraag zelf volgt dat alleen een tankstation voor reguliere motorbrandstoffen is aangevraagd (zie tekening DO-B101 van 30 januari 2018, het renvooi), namelijk benzine, diesel en

pagina 2 van 4

adblue die wordt toegepast in dieselmotoren. Uit de brandstofvisie van het Rijk (zie hierna) volgt dat dit reguliere motorbrandstoffen zijn. Behoefte en ladder duurzame verstedelijking Ongeacht de ladder duurzame verstedelijking is het college niet bereid om planologisch mee te werken aan een tankstation voor reguliere motorbrandstoffen. Daaraan is geen behoefte. Niet voor niets heeft het college niet meegewerkt aan een initiatief voor een regulier benzineverkooppunt op Borchwerf II in 2008. In de landelijke brandstofvisie (zie hieronder) volgt ook dat er geen behoefte is aan extra tankstations in reguliere motorbrandstoffen. In de toekomst zullen niet alleen auto's maar ook vrachtwagens op elektriciteit gaan rijden. De Ladder duurzame verstedelijking dwingt ons bij de beoordeling of sprake is van een actuele regionale behoefte, de behoefte tegen het bestaande aanbod af te wegen. Op basis van de ons beschikbare gegevens blijkt onvoldoende dat er sprake is van een (actuele regionale) behoefte. In dat verband verwijst het college ook naar de brandstofvisie. Brandstofvisie Uit het rapport "Een duurzame brandstofvisie met LEF. De belangrijkste uitkomsten uit het SERvisietraject naar een duurzame brandstoffenmix in Nederland" van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu van juni 2014 volgt dat er steeds minder behoefte is aan reguliere motorbrandstoffen zoals benzine en diesel.

Voor auto's wordt ingezet op elektriciteit en voor vrachtwagens op waterstof, LNG en CNG. Momenteel werkt het Rijk aan een brandstofvisie 2.0. De eerste tekenen van die vernieuwde brandstofvisie zijn dat daarin ook vrachtwagens elektriciteit als energiedrager hebben. De gemeente schaarst zich achter de brandstofvisie van het Rijk en wil niet meewerken aan nieuwe reguliere tankstations binnen de gemeente. Ondernemersklimaat Hoewel concurrentie op zich geen reden is om geen medewerking te verlenen aan een initiatief, kan dit onder omstandigheden leiden tot een situatie waarbij er geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Nu er sprake is van een afwijking van het vigerend bestemmingsplan dienen alle belangen echter in ogenschouw genomen te worden. In dit geval betekent dit dat de afwijkingsbevoegdheid in de Wabo een regel is die is gesteld in het kader van een goede ruimtelijke ordening; het behouden en herstellen van een goed ondernemersklimaat is onderdeel van een goede ruimtelijke ordening en het is niet op voorhand uitgesloten dat de komst van de concurrent in reguliere motorbrandstoffen zal leiden tot omzet- en inkomstendaling en dus een minder goed ondernemersklimaat.

Schaarse rechten Nu het bestemmingsplan de vestiging van een brandstoffenverkooppunt uitsluit, wordt de zienswijze gevolgd dat de gemeente met de ontwerpvergunning voor Sakko de impliciete keuze heeft gemaakt voor 'verdeling op volgorde van binnenkomst' (zie de conclusie A-G van 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1421). Een impliciete keuze voor verdeling op volgorde van binnenkomst is in beginsel alleen mogelijk als de beschikbaarheid van de vergunning adequaat wordt bekendgemaakt voordat de aanvraagperiode begint. Daarvan is hier geen sprake. Conclusie Nu een omgevingsvergunning is aangevraagd voor een tankstation voor reguliere motorbrandstoffen, terwijl daaraan geen behoefte is, heeft het college dan ook besloten de omgevingsvergunning te weigeren.

pagina 3 van 4

Het college ziet geen reden om u enigerlei compensatie te bieden, nu het principebesluit ziet op een tankstation in duurzame motorbrandstoffen, terwijl u een omgevingsvergunning heeft aangevraagd voor een tankstation in reguliere motorbrandstoffen. Met andere woorden, uw belangen zijn niet dermate aangetast dat wij u een schadevergoeding moeten aanbieden. Beroep Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na de dag waarop het besluit is verzonden daartegen een beroepschrift indienen. Het beroepschrift moet door de indiener worden ondertekend en bevat: naam en adres van de indiener; de verzenddatum van het beroepschrift; een vermelding van het besluit waartegen het beroep zich richt en een motivering. Het beroepschrift moet worden ingediend bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Postbus 90006, 4800 PA te Breda. Een beroepschrift schorst de werking van het besluit waartegen bezwaar wordt gemaakt niet. Belanghebbenden kunnen, indien onverwijlde spoed dat vereist en zij tevens een beroepschrift hebben ingediend, een verzoek om voorlopige voorziening (waaronder schorsing) indienen bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, T.a.v. de Voorzieningenrechter, Postbus 90006, 4800 PA te Breda. Voor het in behandeling nemen van een beroepschrift of een verzoek om voorlopige voorziening zijn griffierechten verschuldigd.

Uw beroep heeft van rechtswege mede betrekking op dit herstelbesluit op grond van artikel 6:19 lid 1 Algemene wet bestuursrecht. U kunt reageren tegen dit herstelbesluit in de lopende beroepsprocedure. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge, de burgemeester, de secretaris,

mevrouw mr. C.G. Jacobs

mevrouw H. van Rijnbach-de Groot

pagina 4 van 4

Gemeente Halderberge

RAADSVOORSTEL Zaaknummer

32826

Contactpersoon

Rob Timmermans

Raadsvergadering d.d. 19 december 2019

Commissie

B&O (beheer en ontwikkeling) 27 november 2019

Portefeuillehouder

Telefoonnummer

0165-390523

H. Wierikx

Onderwerp Vaststellen van de categorieën in het kader van de verklaring van geen bedenkingen overeenkomstig artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht. Samenvatting De komst van de Omgevingswet zorgt voor een nieuwe dynamiek in de samenwerking tussen college en gemeenteraad. Met de omgevingsvisie en het omgevingsplan stuurt de gemeenteraad het te volgen beleid, zoals gebruikelijk is binnen een gemeente. Over initiatieven en (bouw)plannen die passen binnen het omgevingsplan kan besluitvorming eenvoudig en snel plaatsvinden. Onder de huidige wetgeving kan het college uitsluitend een omgevingsvergunning voor een initiatief of (bouw)plan dat in strijd is met het bestemmingsplan verlenen met instemming van de gemeenteraad. Dat gaat met de zogenoemde 'verklaring van geen bedenkingen'. Binnen de Omgevingswet wordt dit een adviesrol. De noodzaak van het aanpassen van de categorieën waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist, komt onder andere door de procedure van de doorsteek van de Baarlebossche, maar dit is niet alleen de oorzaak. Zo speelt een dergelijke problematiek bijvoorbeeld ook bij de omgevingsvergunning voor het vestigen van een benzineverkooppunt op Borchwerf II en een woningbouwlocatie in Stampersgat.

In de laatste twee zaken speelde het slechts een bijrol en had / heeft dit waarschijnlijk geen gevolgen, maar dit betekende wel dat de oorspronkelijke aanwijzing aangepast moest worden. De uitspraak met betrekking tot de doorsteek Baarlebossche betekent wel dat een en ander in een stroomversnelling is gekomen en bijvoorbeeld uitstel niet gewenst is. Ten opzichte van een eerder voorstel is nog eens kritisch naar de voorgestelde aanwijzing gekeken en is de lijst met een extra categorie aangevuld. Inleiding & beeldvorming In artikel 2.12 van de Wabo zijn mogelijkheden opgenomen om met een omgevingsvergunning van een bestemmingsplan of een beheersverordening af te wijken. Eén van die mogelijkheden is het zogenaamde 'uitgebreide Wabo procedure' Het college is bevoegd om een besluit te nemen op een aanvraag omgevingsvergunning, maar als er sprake is van een uitgebreide buitenplanse planologische afwijking, zoals bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3, moet er door de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen worden afgegeven.

1 7

De procedure is zo ingericht dat, nadat het college in de ontwerpfase de raad heeft gevraagd al dan niet een verklaring van geen bedenkingen (WGB) af te geven, de ontwerp omgevingsvergunning met de ontwerp verklaring van geen bedenkingen voor een termijn van 6 weken ter inzage ligt. Na deze terinzagelegging wordt door het college opnieuw gevraagd aan de raad om een definitieve verklaring van geen bedenkingen, die samen met de definitieve omgevingsvergunning opnieuw ter inzage wordt gelegd. Op grond van artikel 6.5 tweede lid Besluit omgevingsrecht (Bor) kan de gemeenteraad de WGB slechts weigeren in het belang van een goede ruimtelijke ordening. De gemeenteraad kan op grond van artikel 6.5 van het Bor ook een lijst van gevallen vaststellen waarvoor een WGB niet langer vereist is. De verklaring van geen bedenkingen kan alleen worden geweigerd in het belang van de goede ruimtelijke ordening. De gemeenteraad heeft laatstelijk in 2012 besloten categorieën aan te wijzen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist. De procedure om tot een verklaring van geen bedenkingen te komen kost, zoals hierboven is beschreven, in verhouding veel extra tijd. Hoewel een en ander gaat veranderen na inwerkingtreding van de Omgevingswet, naar verwachting op 1 januari 2021, is het toch noodzakelijk het beleid voor de tussentijd de actualiseren.

Het voorstel is om de categorieën aan te wijzen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist, tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Zo kan er bij uitgebreide Wabo procedures sneller een besluit genomen worden en komt dit ten goede aan de dienstverlening. Het is de bedoeling dat de Omgevingsvisie is vastgesteld voor de inwerkingtreding van Omgevingswet. Doelstelling Door het aangeven van categorieën van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenking benodigd is, kan de snelheid in de vergunningverlening gehouden worden. De procedures van de Wabo zijn immers aan bepaalde strikte termijnen gehouden. De gemeenteraad behoudt de kaderstellende rol, want een aanvraag moet passen binnen het geldend beleid. Overwegingen Door het aanwijzen van categorieën van gevallen wordt het aantal ambtelijke uren bij een verzoek zeer ingeperkt. Daarnaast heeft het een gunstig effect op de doorlooptijd van initiatieven. Het is aan de initiatiefnemer om te kiezen voor een herziening van het bestemmingsplan of voor een uitgebreide Wabo-procedure. De gemeente heeft hierin een adviserende rol. Een bestemmingsplan biedt meer flexibiliteit, een uitgebreide Wabo-procedure kent deze flexibiliteit niet. Daarom is dit voor uitgebreidere projecten ook vaak niet het meest efficiënte middel. Over het algemeen gaat het bij een uitgebreide Wabo-procedure om beperkte planologische ingrepen.

Deze ingrepen moeten wel passen binnen het geldend gemeentelijk beleid, zoals de structuurvisie etc. Voor grote projecten blijft de flexibiliteit van het bestemmingsplan echter de voorkeur hebben. Het raadsvoorstel strekt mede tot delegatie van het vaststellen van een exploitatieplan bij een omgevingsvergunning, waarbij wordt afgeweken van een bestemmingsplan, daaronder begrepen het nemen van een besluit dat geen exploitatieplan vastgesteld hoeft te worden. Deze bevoegdheden liggen bij de raad, met de mogelijkheid van delegatie aan het college van burgemeester en wethouders. Wanneer de verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad niet vereist is bij een omgevingsvergunning, dient ook de mogelijkheid tot het vaststellen van een exploitatieplan in dat geval gedelegeerd te worden. De besluitvorming ligt dan bij hetzelfde orgaan. Overigens komt het vaststellen van een exploitatieplan (nagenoeg) nooit voor, 2/7

omdat er in alle gevallen sprake is van een anterieure overeenkomst, waarbij partijen over en weer afspraken maken over het kostenverhaal. Risico's Als uw raad besluit om geen categorieën aan te wijzen, betekent dit dat een plan twee maal naar de raad moet, zodat de termijnen van de Wabo bij voorbaat niet gehaald worden. Processuele verwikkelingen en juridische complicaties moeten in het belang van een effectieve afwikkeling van aanvragen om omgevingsvergunningen voorkomen worden. Nu een vereenvoudigde en versnelde besluitvorming nodig is, verdient het zeker in het belang van de aanvrager aanbeveling deze mogelijkheid ook daadwerkelijk toe te passen. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de raad weinig of geen speelruimte heeft omdat hij een verklaring van geen bedenkingen alleen mag weigeren in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast betekent het niet intrekken van het besluit van 2012 dat er zo een aanwijzing blijft bestaan die niet meer gebruikt kan worden. Financiële gevolgen Het voorstel brengt, naast minder ambtelijke lasten, geen financiële gevolgen met zich, nu er sprake is van een procedure regeling. Duurzaamheid n.v.t. Burger-& overheidsparticipatie n.v.t. Communicatie Vanwege de algemene strekking van het aanwijzingsbesluit en de wettelijke grondslag moet dit worden beschouwd als een algemeen verbindend voorschrift.

Het aanwijzingsbesluit moet ingevolge artikel 139 van de Gemeentewet bekend worden gemaakt door publicatie in de Halderbergse Bode en ter inzage gelegd. Het besluit is overeenkomstig de inspraakverordening niet aan inspraak onderhevig. Vervolg Dit voorstel is een voortzetting van de huidige praktijk, maar bijgesteld naar de laatste inzichten. Dit is een stap op weg naar de invoering van de Omgevingswet en de veranderende rollen van alle betrokken partijen. Bij de invoering van de Omgevingswet wordt u al nauw betrokken. Voorstel Wij stellen u voor: 1. Het besluit van 11 oktober 2012 tot het aanwijzen van categorieën van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist in te trekken; 2. De aangepaste lijst met categorieën van gevallen waarvoor geen verklaring van bedenkingen is vereist, zoals opgenomen in de bijlage, vast te stellen. 3. Te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 6:12 Wet ruimtelijke ordening: de bevoegdheid tot het vaststellen van een exploitatieplan, behorend bij een omgevingsvergunning voor de activiteit "afwijken van een bestemmingsplan of beheersverordening" en waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge.

3/7

Bijlage: 1. Lijst met Categorieën van gevallen waarvoor de gemeenteraad geen verklaring van geen bedenkingen hoeft af te geven. 2. Raadsbesluit 11 oktober 2012 3. Uitspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant

4/7

Gemeente Halderberge

RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2019;

gelet op artikel 2:12 lid 1 onder a onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met artikel 6.5 onder 3 Besluit omgevingsrecht en afdeling 6.4 en 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening.

BESLUIT:

1. Het besluit van 11 oktober 2012 tot het aanwijzen van categorieën van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist in te trekken; 2. De aangepaste lijst met categorieën van gevallen waarvoor geen verklaring van bedenkingen is vereist, zoals opgenomen in de bijlage, vast te stellen. 3. Te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 6:12 Wet ruimtelijke ordening: de bevoegdheid tot het vaststellen van een exploitatieplan, behorend bij een omgevingsvergunning voor de activiteit "afwijken van een bestemmingsplan of beheersverordening" en waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Halderberge op 19 december 2019,

de voorzitter,

Mevrouw H. van Rijnbach-de Groot

5/7

Bijlage behorend bij raadsbesluit d.d. 19 december 2019 Lijst met Categorieën van gevallen waarvoor de gemeenteraad geen verklaring van geen bedenkingen hoeft af te geven. 1.Categorieën waarvoor de gemeenteraad ruimtelijk beleid heeft vastgesteld; De lijst met categorieën waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen hoeft te worden afgegeven dient als een procedureel hulpmiddel. Niet om ander gemeentelijk beleid vorm te geven. De gevallen waarvoor gevraagd wordt geen vvgb af hoeven geven dienen daarom binnen vastgesteld ruimtelijk beleid te passen. Zodoende zijn het ontwikkelingen waarover de gemeenteraad zich reeds positief heeft uitgesproken. Deze lijst is uitdrukkelijk niet bedoeld voor gevallen waarin strijd bestaat met ander vastgesteld gemeentelijk beleid, zoals bijvoorbeeld een sectorale beleidsnota of structuurvisie. 2.Nieuwbouw van één of meerdere woningen en de bouw van aan- en bijgebouwen bij een bestaande woning, in het buitengebied, voor zover de totale bebouwde oppervlakte niet groter is dan mogelijk is op basis van het geldende bestemmingsplan buitengebied. Incidenteel kan medewerking worden verleend aan een nieuwbouw woning in het buitengebied. Over het algemeen zal dit middels een bestemmingsplanherziening planologisch gerealiseerd worden. In sommige gevallen kan een omgevingsvergunning echter een beter instrument zijn.

Hierbij dient uiteraard aangesloten te worden bij de standaarden die gehanteerd worden in de geldende planologische regimes. 3. Her-, ver-, en nieuwbouw van één of meer woningen, met inbegrip van voorzieningen ten behoeve van het wonen, binnen de bebouwde kom voor zover in overeenstemming met een door de raad vastgesteld bestemmingsplan of structuurvisie; De meeste locaties die in aanmerking komen voor herontwikkeling ten behoeve van de woonfunctie zullen middels bestemmingsplanherzieningen worden bestemd. Maar voor snelheid in procedures is voor deze situaties het instrument omgevingsvergunning goed te gebruiken. Herontwikkeling moet passen binnen de gemeentelijke woningbouwprogrammering. 4. Gehele of gedeeltelijke her- en verbouw, en uitbreiding en nieuwbouw van ondergeschikte stedenbouwkundige betekenis, van alle bestaande gebouwen binnen de bebouwde kom, mits passend binnen de stedenbouwkundige structuur; Voor kleinere bouwprojecten staan de tijd en kosten voor het opstellen van een nieuw bestemmingsplan vaak niet in verhouding tot de daadwerkelijke ruimtelijke ingreep. Voor die projecten is een omgevingsvergunning een logischer procedure. De voorwaarde om daar geen vvgb voor nodig te hebben is wel dat het een ondergeschikte stedenbouwkundige aanpassing betreft. De bebouwing moet passen in de bestaande stedenbouwkundige structuur. 5.

Aanleg, wijziging en/of reconstructie van weginfrastructuur met in begrip van kunstwerken en groenvoorziening mits het karakter van de weg niet wordt aangetast; Hierbij moet gedacht worden aan realisatie van een verkeersrotonde, het verleggen van een wegkruising etc. Ook hiervoor geldt dat bestemmingsplanprocedure daarvoor niet in verhouding staat tot de tijd en kosten. In dit soort gevallen volstaat de procedure van een omgevingsvergunning in strijd met het bestemmingsplan. 6. Wijzigen of toevoegen van functies op bestaande bedrijventerreinen, zolang deze functie complementair zijn aan de bestaande invulling van de bedrijventerreinen en de mogelijkheden

van de bestaande bedrijvigheid niet onevenredig aantasten. Hierbij moet gedacht worden aan de realisatie van functies die wenselijk zijn, maar waar tijdens de ontwikkeling van de bestemmingsplannen (nog) geen rekening gehouden kon worden, waarbij er sprake dient de zijn van een waardevolle aanvulling op de bestaande functies. Zo kan het gaan om duurzame of nieuwe technische ontwikkelingen of uitbreiding of diversificatie van bestaande bedrijven. De bestaande bedrijvigheid mag door de nieuwe ontwikkelingen niet onevenredig gehinderd worden 7. Aanleg, wijziging en/of reconstructie van groenvoorzieningen (met inbegrip van kleinschalige speelvoorzieningen en kleinschalige parkeervoorzieningen) en van kleinschalige waterhuishoudkundige voorzieningen; Aanleg van en wijzigingen in groen- en speelvoorzieningen passen niet altijd in het geldende bestemmingsplan, maar hiervoor geldt hetzelfde als onder 5) een bestemmingsplanprocedure is voor dergelijke voorzieningen niet altijd de juiste procedure. Ook hier gaat het hier om aanleg en wijzigingen van beperkte betekenis.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/478/documents/14618