CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 quickscan flora en fauna.pdf

Gemeenteraad 23 juni 2022, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 17: Bestemmingsplan Oudendijk 66 te Oud Gastel8.138 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan natuurwetgeving Oudendijk 66 te Oud-Gastel

Quickscan natuurwetgeving Oudendijk 66 te Oud-Gastel

Opdrachtgever

: Adviesbureau De Meijerij Postbus 139 5110 AC BAARLE-NASSAU

Projectnummer

: 20170247

Status rapport / versie nr.

: Definitief 01

Datum

: 15-02-2018

Opgesteld door

: ing. G. Moret

Gecontroleerd door

: ing. W. de Beer

Voor akkoord

: C.J.M. Machielsen

Paraaf :

Versie nr.

Datum

Omschrijving

Opgesteld door

Gecontroleerd door

D01

15-02-2018

Quickscan natuurwetgeving

GM

WB

Postbus 4156 4900 CD Oosterhout Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout

t.(0162) 456481 f.(0162) 435588 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl

D01 Quickscan natuurwetgeving Oudendijk 66 te Oud-Gastel Adviesbureau De Meijerij

INHOUD

1

2

3

4

6

blz.

INLEIDING

2

1.1

Aanleiding en doelstelling

2

1.2

Leeswijzer

2

SITUATIE EN PLANVORMING

3

2.1

Gebiedsbeschrijving

3

2.2

Omschrijving ruimtelijke ontwikkeling

3

WET- EN REGELGEVING

4

3.1

Inleiding

4

3.2

Gebiedsbescherming

4

3.3

Soortenbescherming

5

QUICKSCAN

6

4.1

Onderzoeksmethodiek

6

4.2

Scan gebiedsbescherming

7

4.2.1

Europese Natura 2000-gebieden

7

4.2.2

Nationaal Natuurnetwerk (NNN) & houtopstanden

7

4.3

5

20170247 februari 2018 blad 1

Scan soortenbescherming

8

4.3.1

Inleiding

8

4.3.2

Flora

8

4.3.3

Zoogdieren (inclusief vleermuizen)

9

4.3.4

(Broed)vogels

9

4.3.5

Reptielen

11

4.3.6

Amfibieën

11

4.3.7

Vissen

11

4.3.8

Insecten (ongewervelde)

12

CONCLUSIE/AANBEVELINGEN

13

5.1

Gebiedsbescherming

13

5.2

Soortenbescherming

GERAADPLEEGDE BRONNEN

13 15

BIJLAGEN

1 2 3

Foto’s veldinventarisatie plangebied Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen Gegevens Quickscanhulp

© AGEL adviseurs 2018 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

D01 Quickscan natuurwetgeving Oudendijk 66 te Oud-Gastel Adviesbureau De Meijerij

1

1.1

20170247 februari 2018 blad 2

INLEIDING

Aanleiding en doelstelling

In opdracht van Adviesbureau De Meijerij is door AGEL adviseurs een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd in het kader van de RO procedure voor de Oudendijk 66 te OudGastel. De RO procedure moet de realisatie van twee vrijstaande woningen mogelijk maken. Doel van de quickscan natuurwetgeving is het inzichtelijk maken of beschermde natuurwaarden in het plangebied aanwezig zijn en welke betekenis die hebben voor de verdere uitvoering. Tevens wordt bekeken of er door de geplande ontwikkeling negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde gebieden. 1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 zal ingegaan worden op de ligging van de onderzoekslocatie en het gebruik van het plangebied. Hoofdstuk 3 geeft een omschrijving van de huidige wet- en regelgeving en in hoofdstuk 4 wordt de onderzoeksmethodiek omschreven en worden de resultaten weergegeven van de uitgevoerde quickscan. De conclusie en aanbevelingen van de quickscan worden omschreven in hoofdstuk 5. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de geraadpleegde bronnen vermeld.

D01 Quickscan natuurwetgeving Oudendijk 66 te Oud-Gastel Adviesbureau De Meijerij

2

SITUATIE EN PLANVORMING

2.1

Gebiedsbeschrijving

20170247 februari 2018 blad 3

Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van de woonplaats Oud-Gastel van de gemeente Halderberge. De locatie is in gebruik als grasland en ten tijden stond er een paard afgerasterd. In figuur 2.1 is de situering van het plan ten opzichte van de omgeving weergegeven. In bijlage 1 zijn foto’s opgenomen van het plangebied ten tijde van het veldbezoek op d.d. 15 februari 2017. Figuur 2.1: Situering plangebied met planlocatie rood omlijnd (bron: geomilieu)

2.2

Omschrijving ruimtelijke ontwikkeling

In het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling zal ter plaatse van het plangebied in de toekomst twee vrijstaande woningen worden gerealiseerd.

D01 Quickscan natuurwetgeving Oudendijk 66 te Oud-Gastel Adviesbureau De Meijerij

3

3.1

20170247 februari 2018 blad 4

WET- EN REGELGEVING

Inleiding

De Wet natuurbescherming (Wnb, per 1 januari 2017) regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa, de bescherming van planten en dieren en van bossen en andere houtopstanden. Voor de Wet natuurbescherming heeft de Europese regelgeving als uitgangspunt gediend. De Wet natuurbescherming is een samenvoeging van de drie oude wetten Flora- en faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. Deze nieuwe wet bestaat uit minder regels en is overzichtelijker dan de drie oude wetten. De uitvoering van de Wet natuurbescherming komt grotendeels in handen van de provincies. 3.2

Gebiedsbescherming

Natura 2000-gebieden De bescherming van de Europese Natura 2000-gebieden onder de Wet natuurbescherming is ongewijzigd. De Wnb richt zich met bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Handelingen of activiteiten binnen en buiten beschermde natuurgebieden die schadelijk kunnen zijn voor de doelstellingen van het gebied zijn verboden, tenzij door het bevoegd gezag hier vergunning voor is verleend. Hierbij wordt het ‘nee, tenzij’ principe gebruikt. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen ontheffing aangevraagd te worden (bijlage 2). Programmatische Aanpak Stikstof De op 1 juli 2015 van kracht gegane Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) blijft onveranderd van kracht met de ingang van Wnb. De PAS heeft betrekking op 118 Natura 2000-gebieden met voor stikstof gevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten.

De PAS is van toepassing op activiteiten, evenementen en ruimtelijke ingrepen die een toename van stikstof kunnen veroorzaken binnen de begrenzing van een PAS-gebied. Natuurnetwerk Nederland Wat betreft gebiedsbescherming, vervalt de bescherming van de Beschermde natuurmonumenten. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000 of het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). De bescherming van NNN wordt in de AMvB, als onderdeel van de Wet Ruimtelijke Ordening, geborgd. De Provincie is verantwoordelijk voor de aanwijzing, begrenzing en de doelstellingen van de NNN-gebieden in een verordening (vaak natuurbeheerplan). De provinciale verordening bevat tevens regels voor bestemmingsplannen in de NNN. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Houtopstanden De bescherming richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.

D01 Quickscan natuurwetgeving Oudendijk 66 te Oud-Gastel Adviesbureau De Meijerij

3.3

20170247 februari 2018 blad 5

Soortenbescherming

Het doel van de Wet natuurbescherming is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en dierensoorten. De algemene zorgplicht die geldt, is dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen. De Wet natuurbescherming onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen. De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op nationaal niveau (aangeduid als “andere soorten”). In tabel 3.3 is aangegeven hoe de verbodsbepalingen per beschermingsregime luiden en in bijlage 2 het te doorlopen stappenplan soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Wnb-vrl, artikel 3.1)

Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Van alle inheemse vogelsoorten zijn de nesten gedurende het broeden beschermd. 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Wnb-hrl, artikel 3.5)

Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I en II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn. 3. Beschermingsregime andere soorten (Wnb-andere soorten, artikel 3.10)

Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage A en B van de Wnb. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De beschermde status van soorten in dit beschermingsregime kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij de provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Tabel 3.3: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming.

D01 Quickscan natuurwetgeving Oudendijk 66 te Oud-Gastel Adviesbureau De Meijerij

4

4.1

20170247 februari 2018 blad 6

QUICKSCAN

Onderzoeksmethodiek

Het onderzoeken naar de beschermstatus van het plangebied en beschermde natuurgebieden in de omgeving wordt uitgevoerd door te toetsen aan twee beschermkaders: de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland. Onderzocht wordt of:  het plangebied deel uitmaakt van een beschermd gebied;  door de geplande ingreep een negatieve invloed te verwachten is op de aanwezige beschermde gebieden in de omgeving. De mogelijke aanwezigheid van beschermde dieren en/of planten wordt aan de hand van de volgende gegevens bepaald:  Gegevens van Quickscanhulp (NDFF);  Landelijke verspreidingsatlassen;  Provinciale gegevens;  Een oriënterend veldbezoek. De Quickscanhulp vervangt deels de noodzaak diverse verspreidingsatlassen te moeten raadplegen om te weten welke soorten qua verspreiding mogelijk in het plangebied voorkomen. De gegevens zijn afkomstig uit de databanken van talloze organisaties, verenigd in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Het Natuurloket verzorgt het beheer en de exploitatie van de NDFF in opdracht van BIJ12. Alle ingevoerde gegevens in de NDFF worden per soortgroep gevalideerd door een validatieteam (landelijke soortexperts) van de NDFF.

In de Quickscanhulp is er voor gekozen om voorlopig de vrijstellingen per bevoegd gezag (provincies en Ministerie van EZ) niet in de Quicksscanhulp.nl te verwerken. Dit omdat hier de komende tijd nog veranderingen in verwacht worden en dat de gegevens beter volledig kunnen zijn, dan niet volledig genoeg. Voor deze quickscan is Verordening natuurbescherming NoordBrabant op 14-02-2018 geraadpleegd om de vrijstellingen van de provincie Noord Brabant te raadplegen. Verder is gebruik gemaakt van bestaande atlasgegevens uit de Atlas van de Nederlandse Broedvogels (SOVON, 2002) en verspreidingsgegevens van RAVON (De amfibieën en reptielen van Nederland, 2009). Deze bronnen vermelden soortgegevens uurhokken (5 bij 5 kilometer), en betreffen dan ook globale gegevens. Hoofdstuk 6 vermeld de geraadpleegde bronnen. Doel van het oriënterende veldbezoek is om een indruk te krijgen van de biotopen ter plaatse en het beoordelen van de geschiktheid voor verschillende soortengroepen. Het oriënterend veldbezoek is uitgevoerd op d.d. 15 februari 2018 (9 graden, half bewolkt, droog en windkracht 4 zuidwest). Het oriënterende veldbezoek heeft nadrukkelijk niet de status van een volledige veldinventarisatie. Zowel het tijdstip (actieve seizoen van verschillende soortgroepen) als het eenmalige karakter, zijn hiervoor niet toereikend.

Het eenmalige oriënterende veldbezoek geeft slechts een globaal beeld van aanwezige soorten en habitat op basis van een momentopname. Zie voor een impressie van het oriënterend veldbezoek de foto’s in bijlage 1.

D01 Quickscan natuurwetgeving Oudendijk 66 te Oud-Gastel Adviesbureau De Meijerij

4.2

Scan gebiedsbescherming

4.2.1

Europese Natura 2000-gebieden

20170247 februari 2018 blad 7

Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van een gebied dat is aangewezen in het kader van de Europese Natura 2000-gebieden. Op een afstand van 9 kilometer ten noordwesten van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied “Krammer-Volkerak”. Het Natura 2000-gebied betreft een vogel- en habitatrichtlijngebied en PAS-gebied. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling betreft de realisatie van twee vrijstaande woning binnen de bebouwde kom. Op basis van ervaring met de AERIUS-berekeningen blijkt het aandeel van stikstofdepositie vanuit de CV-ketels verwaarloosbaar is in vergelijk met de uitstoot door toename van de verkeersbewegingen. Bij een toename van 10 woningen en de daarbij behorend aantal verkeersbewegingen blijft de stikstofdepositietoename van de ontsluitingsroute beperkt tot een zone van maximaal 500 meter. Voor de plantontwikkeling zal de ontsluitingsroute tot de hoofdontsluiting Schutsestraat maatgevend zijn. Vanaf daar is de toename van het aantal verkeersbewegingen opgenomen in de regionale prognose verkeersstromen binnen AERIUS. Binnen een zone van 500 meter van de ontsluitingsroute is geen stikstofgevoelig habitattype aanwezig, waardoor significant negatieve effecten door stikstofdepositie op een Natura 2000gebied niet te verwachten zijn.

Andere verstorende factoren zoals oppervlakteverlies, versnippering, verdroging en verstoring door trilling, licht en geluid zijn, gezien de tussenliggende afstand, met de voorgenomen planontwikkeling niet van toepassing.

4.2.2

Nationaal Natuurnetwerk (NNN) & houtopstanden

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Nationaal natuurnetwerk of Natuurnetwerk Brabant (NNB). De ligging van gebieden die onderdeel uitmaken van NNN of NNB zijn in het navolgende figuur (4.2.2) weergegeven. Het dichtstbijzijnde gebied dat behoort tot het NNB is aangeduid als het type ‘Vochtig bos met productie (N16.04)’. Met de voorgenomen planontwikkeling is er geen sprake van directe vernietiging van het NNB. Aangezien het beoogde plan geen directe relatie heeft met een gebied dat is aangewezen als NNB en geen verbindende functie vervult zijn negatieve effecten uit te sluiten. Van negatieve uitstralingseffecten door geluid, licht en verdroging op het Nationaal Natuurwerk of Natuurnetwerk Brabant is geen sprake. In het plangebied staan geen beschermde houtopstanden. Figuur 4.2.2: Kaart NNB, planvorming rood omcirkeld (bron: Natuurbeheerplan Provincie Noord-Brabant).

N

D01 Quickscan natuurwetgeving Oudendijk 66 te Oud-Gastel Adviesbureau De Meijerij

4.3

Scan soortenbescherming

4.3.1

Inleiding

20170247 februari 2018 blad 8

In deze paragraaf worden op basis van de verspreidingsgegevens uit de geraadpleegde literatuur en het oriënterend veldbezoek de beschermde soorten die in de Wnb staan en die mogelijk in het plangebied voor kunnen komen beschreven en getoetst aan de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. De Wnb kent een apart beschermingsregime voor soorten die vanuit nationaal oogpunt beschermd dienen te worden. Het betreft hier:  soorten van de Vogelrichtlijn (Wnb-vrl);  soorten van de Habitatrichtlijn (Wnb-hrl);  andere soorten (Wnb-andere soorten). Daarnaast maken het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn onderdeel uit van de Wnb. Of dier- en plantensoorten wettelijk beschermd zijn of niet, te allen tijde geldt de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. In bijlage 3 zijn de gegevens van de Quickscanhulp weergegeven.

4.3.2

Flora

Bronnenonderzoek In de directe omgeving (1-5 km) van het plangebied komen conform de Quickscanhulp de volgende beschermde (vaat)planten voor:  Klein wolfsmelk;  Naakte lathyrus. In de verdere verspreidingsgegevens zijn geen waarnemingen bekend van beschermde (vaat)planten. Veldinventarisatie Het plangebied bestaat uit grasland begroeid met algemene gras- en kruidachtige zoals gekroesde melkdistel, ridder zuring, kruipende boterbloem, akkermelkdistel, harig knopkruid. Het grasland wordt begraasd. Gezien het huidige gebruik en de aanwezige biotopen van het plangebied kunnen zeldzame soorten, zoals in de nabijheid waargenomen Klein wolfsmelk en Naakte lathyrus zich niet handhaven en worden beschermde (vaat)planten dan ook niet binnen het plangebied verwacht. Aangeplante of gezaaide exemplaren van beschermde soorten zijn niet beschermd in de Wet natuurbescherming, omdat het geen natuurlijke groeiplaatsen betreft.

D01 Quickscan natuurwetgeving Oudendijk 66 te Oud-Gastel Adviesbureau De Meijerij

4.3.3

20170247 februari 2018 blad 9

Zoogdieren (inclusief vleermuizen)

Bronnenonderzoek In de Quickscanhulp worden alle habitatrichtlijn (Europees niveau) en andere soorten (nationaal niveau) benoemd, dus ook de soorten waarvoor door de provincie Noord-Brabant vrijstellingen is verleend. Deze (waargenomen) soorten waarvoor vrijstelling is verleend betreffen onder andere de egel, haas, konijn, ree en vos. Volgens de Quickscanhulp komen de volgende soorten voor op korte afstand van het plangebied waarvoor geen provinciale vrijstelling is verleend:

  

Bunzing; Gewone dwergvleermuis; Bever

Bescherming:

Afstand:

Wnb- andere soorten Wnb-hrl Wnb-hrl

0-1 km 0-1 km 0-1 km

Veldinventarisatie Vleermuizen zijn aan de hand van hun voorkeur voor verblijfplaats onder te verdelen in twee groepen, gebouw- en boombewonende soorten. Ook zijn er soorten die beiden gebruiken als verblijfplaats. Daarnaast maken verschillende vleermuizen onderscheid tussen zomer- en winterverblijven. Tijdens het veldbezoek zijn mogelijke rust- en verblijfplaatsen van boom- en gebouwbewonende vleermuizen, op basis van de checklist inschatting vooronderzoek vleermuizen (vleermuisprotocol), onderzocht. Gezien het ontbreken van bebouwing en (geschikte) bomen is het voorkomen van vaste rust-, verblijf-, kraam- of paarplaats van gebouw- en boom bewonende vleermuissoorten niet aan de orde. Naast verblijfplaatsen zijn ook essentiële vliegroutes en foerageergebieden beschermd. Vliegroutes zijn lijnvormige elementen, vaak een bomenrij, waaraan vleermuizen zich oriënteren. Vleermuizen hebben deze oriëntatie nodig om zich van hun verblijfplaats naar hun foerageergebied te verplaatsen. Foerageergebieden kunnen onder ander bestaan uit bomen, opgaande gewassen en open water. Binnen het plangebied zijn geen groenstructuren of elementen aanwezig die een functie kunnen vervullen als essentiële vliegroute en/of foerageergebied voor vleermuizen. Er zijn tijdens het oriënterende veldbezoek geen zoogdieren waargenomen.

Gedurende het veldbezoek is grondig gezocht naar sporen zoals uitwerpselen, vraatsporen zoals afgebeten veren of loopsporen van onder andere marterachtigen. Verwacht wordt dat enkele soorten waarvoor door de provincie Noord-Brabant vrijstellingen is verleend zoals haas, konijn en aantal muissoorten voor kunnen komen binnen de onderzoeklocatie. Het voorkomen van de bever wordt gezien ligging van het plangebied als onwaarschijnlijk geacht.

4.3.4

(Broed)vogels

Bronnenonderzoek Conform de Quickscanhulp zijn er binnen een afstand van één km van het plangebied dertien vogelsoorten waargenomen die vallen onder het beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Van deze vogelsoorten zijn er vijf roofvogels, drie zangvogels, drie uilachtige, één zwaluwachtige en één ooievaarachtige. Van een aantal vogelsoorten zijn de nesten jaarrond beschermd en moeten er mitigerende maatregelen getroffen worden indien er een activiteit plaatsvindt die de nestlocatie kan beschadigen of de gunstige staat van instandhouding in gevaar kan brengen.

D01 Quickscan natuurwetgeving Oudendijk 66 te Oud-Gastel Adviesbureau De Meijerij

20170247 februari 2018 blad 10

Hierbij wordt onderscheid gemaakt in vijf categorieën, waarbij nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn en de nesten van soorten onder categorie 5 beschermd zijn als er onvoldoende alternatieven zijn.  

 

Categorie 1: Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats; Categorie 2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar; Categorie 3: Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar; Categorie 4: Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen; Categorie 5: Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

Veldinventarisatie Voor wat betreft de bescherming van inheemse vogelsoorten, zijn deze grofweg in twee groepen te verdelen. Enerzijds soorten waarbij hun nest en functionele leefomgeving is beschermd gedurende de periode dat ze aan het broeden zijn; anderzijds de soorten waarbij hun nesten en functionele leemomgeving het hele jaar door zijn beschermd. Globaal loopt de broedperiode van vogels in Nederland van half maart tot en met half juli. Echter, als buiten deze periode vogels broeden zijn ook die beschermd. Tijdens het veldbezoek is specifiek aandacht besteed aan de aanwezigheid van roofvogels en rust- en verblijfplaats van deze roofvogels. Nesten (of nesten van voorgaande jaren) van in bomen broedende jaarrond beschermde (roof)vogels zijn ten tijde van het oriënterende veldbezoek niet waargenomen. Nesten van gebouwbewonende jaarrond beschermde vogelsoorten (zoals kerkuilen) en eventuele sporen (braakballen, roestplaats etc.) zijn door de afwezigheid van geschikte gebouwen en bomen niet aangetroffen in het plangebied. De mogelijkheid bestaat dat (roof)vogels op een andere manier gebruik maken van het plangebied, bijvoorbeeld als foerageergebied en/of als vaste aanvliegroute tussen verblijfplaats en foerageergebied.

Op basis van verspreidingsgegevens en eerdere ecologische onderzoeken1 in het verleden is gebleken dat het plangebied mogelijk onderdeel uit maakt van het leefgebied van de steenuil. Er zijn geen gierzwaluwen dan wel huismussen waargenomen. Door de afwezigheid van gebouwen in het plangebied zijn nesten van gierzwaluwen en van de huismus niet aan de orde. Gezien de gebouwen in de directe omgeving, de aanwezige vegetatie (ontbreken ruigte, voedselbronnen) binnen het plangebied en het groen buiten het plangebied is niet te verwachten dat het plangebied een essentiële functie vervult voor huismussen als foerageergebied. 1

Natuuronderzoek voor Oudendijk te Oud-Gastel (rapportnr. 211x03882.059196_1). BRO, 27 januari 2011. Steenuilenonderzoek Oudendijk/Rijpersweg te Oud-Gastel gemeente Halderberge (projectnr. HAL.BRO.ECO2, rapportnr. 13063369). Econsultancy, 22 augustus 2013.

D01 Quickscan natuurwetgeving Oudendijk 66 te Oud-Gastel Adviesbureau De Meijerij

20170247 februari 2018 blad 11

Ten tijde van het oriënterend veldbezoek zijn geen vogels waargenomen. In het plangebied is het mogelijk dat algemene vogelsoorten tot broeden komen. Broedende vogels in en direct rond het plangebied mogen niet verstoord worden met de voorgenomen planontwikkeling. Verstorende activiteiten zoals rooiwerkzaamheden dienen daarom gestart te worden buiten de broedperiode. Als deze vogels bij het zoeken van een nestlocatie merken dat het plangebied en/of de directe omgeving te verstorend is door activiteiten, zullen ze elders een geschikte nestlocatie zoeken. Indien binnen de broedperiode gestart dient te worden met de voorgenoemde werkzaamheden, is dit mogelijk als aantoonbaar is vastgesteld dat er geen broedende vogels in en direct rond het plangebied aanwezig zijn.

4.3.5

Reptielen

Bronnenonderzoek De meeste reptielen houden zich voornamelijk op in geleidelijke overgangssituaties tussen natuurlijke biotopen in bos-, heide- en veengebieden. Vanuit de Quickscanhulp zijn geen waarnemingen bekend van beschermde reptielen. Er zijn geen noemenswaardige verspreidingsgegevens bekend bij RAVON. Veldinventarisatie In het plangebied zelf zijn geen reptielen aangetroffen of eventueel geschikte biotopen aanwezig. Gezien de terreingesteldheid van het plangebied en het gebruik is niet te verwachten dat het plangebied een cruciale rol vervult voor reptielen.

4.3.6

Amfibieën

Bronnenonderzoek In de Quickscanhulp worden alle habitatrichtlijn (Europees niveau) en andere soorten (nationaal niveau) benoemd, dus ook de soorten waarvoor door de provincie Noord-Brabant vrijstellingen is verleend. Deze soorten waarvoor vrijstelling is verleend betreffen onder andere de bastaard kikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Een soorten welke voorkomt op een afstand tot 1 km van het plangebied conform de Quickscanhulp waarvoor geen vrijstelling is verleend betreft de Alpenwatersalamander (Wnb-ander soorten). Veldinventarisatie De Alpenwatersalamander komt vooral voor in beboste gebieden (loofbos) of kleinschalige landschappen met heggen en struwelen. Deze biotopen of een geschikt landhabitat voor de Alpenwatersalamander of andere beschermde amfibieën komt niet voor in het plangebied. Het plangebied vormt een zeer marginaal leefgebied voor algemeen voorkomende amfibieën gezien de beperkte aanwezigheid waterhabitat als landhabitat. Aan de noordoost zijde van het plangebied is een kleinschalig en doodlopende watergang gelegen. Algemeen voorkomende amfibieën zijn licht beschermd. Voor algemeen voorkomende amfibiesoorten als gewone pad en de bruine kikker geldt een vrijstelling in de provincie Noord-Brabant. Met de voorgenomen planontwikkeling zal er geen oppervlaktewater worden gedempt of vergraven.

Negatieven effecten zijn niet te verwachten op de beschermde amfibiesoorten.

4.3.7

Vissen

Bronnenonderzoek Vanuit de Quickscanhulp zijn in de directe omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de grote modderkruiper.

D01 Quickscan natuurwetgeving Oudendijk 66 te Oud-Gastel Adviesbureau De Meijerij

20170247 februari 2018 blad 12

Veldinventarisatie Aan de noordoost zijde van het plangebied is een kleinschalig, verlande en doodlopende watergang gelegen. Een dergelijke watergang vormt een mogelijk een geschikt leefgebied voor de grote modderkruiper. Echter met de voorgenomen werkzaamheden zal deze watergang niet worden gedempt, waardoor eventuele negatieve effecten op de grote modderkruiper dan wel andere beschermde vissoorten niet aan de orde is.

4.3.8

Insecten (ongewervelde)

Bronnenonderzoek Vanuit de Quickscanhulp en verdere literatuurstudie is het niet aannemelijk dat er in het plangebied beschermde ongewervelde voorkomen. Veldinventarisatie Tijdens het veldbezoek zijn geen insecten waargenomen. De habitateisen van beschermde soorten binnen deze groep zijn vaak zeer locatie specifiek en gebonden aan zeer bijzondere biotopen. Iedere soort is afhankelijk van een bepaald habitat. Deze habitats (met name heide en (laag)veen, grote rivieren en oude, rottende eiken) liggen niet in het plangebied. Het groen in het plangebied is sterk gecultiveerd. Hierdoor is het niet aannemelijk dat er in het plangebied beschermde ongewervelde voorkomen.

D01 Quickscan natuurwetgeving Oudendijk 66 te Oud-Gastel Adviesbureau De Meijerij

5

5.1

20170247 februari 2018 blad 13

CONCLUSIE/AANBEVELINGEN

Gebiedsbescherming

Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van een gebied dat is aangewezen in het kader van de Europese Natura 2000-gebieden. Op een afstand van 9 kilometer ten noordwesten van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied “Krammer-Volkerak”. Het Natura 2000-gebied betreft een vogel- en habitatrichtlijngebied en PAS-gebied. Verstorende factoren zoals vervuiling, oppervlakteverlies, versnippering, verdroging en verstoring door trilling, licht en geluid zijn, gezien de tussenliggende afstand, met de voorgenomen planontwikkeling niet van toepassing. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Nationaal natuurnetwerk of Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het dichtstbijzijnde gebied dat behoort tot het NNB is aangeduid als het type ‘Vochtig bos met productie (N16.04)’. Met de voorgenomen planontwikkeling is er geen sprake van directe vernietiging van het NNB. Aangezien het beoogde plan geen directe relatie heeft met een gebied dat is aangewezen als NNB en geen verbindende functie vervult zijn negatieve effecten uit te sluiten. Van negatieve uitstralingseffecten door geluid, licht en verdroging op het Nationaal Natuurwerk of Natuurnetwerk Brabant is geen sprake. In het plangebied staan geen beschermde houtopstanden. 5.2

Soortenbescherming

In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. Dit houdt in dat voorafgaand aan de ingreep alle maatregelen dienen te worden getroffen om nadelige gevolgen op flora en fauna voor zover mogelijk te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. Deze zorgplicht geldt altijd en voor alle soorten, ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend. Binnen het plangebied zijn geen potentiële natuurlijke groeiplaatsen voor beschermde (vaat)planten aanwezig. Beschermde (vaat)planten worden dan ook niet binnen het plangebied verwacht. Aangeplante of gezaaide exemplaren van beschermde soorten zijn niet beschermd in de Wet natuurbescherming (Wnb), omdat het geen natuurlijke groeiplaatsen betreft. Een ontheffing van de Wnb en/of compensatie is daarom niet noodzakelijk. Er zijn tijdens het oriënterende veldbezoek geen zoogdieren waargenomen. Gedurende het veldbezoek is grondig gezocht naar sporen zoals uitwerpselen, vraatsporen zoals afgebeten veren of loopsporen van onder andere marterachtigen. Verwacht wordt dat enkele soorten waarvoor door de provincie Noord-Brabant vrijstellingen is verleend zoals haas, konijn en aantal muissoorten voor kunnen komen binnen de onderzoeklocatie. Het voorkomen van de bever, wordt gezien ligging van het plangebied, als onwaarschijnlijk geacht.

Tijdens het veldbezoek zijn mogelijke rust- en verblijfplaatsen van boom- en gebouwbewonende vleermuizen, op basis van de checklist inschatting vooronderzoek vleermuizen (vleermuisprotocol), onderzocht. Gezien het ontbreken van bebouwing en (geschikte) bomen is het voorkomen van vaste rust-, verblijf-, kraam of paarplaats van gebouw- en boom bewonende vleermuissoorten niet aan de orde. Naast verblijfplaatsen zijn ook essentiële vliegroutes en foerageergebieden beschermd. Vliegroutes zijn lijnvormige elementen, vaak een bomenrij, waaraan vleermuizen zich

D01 Quickscan natuurwetgeving Oudendijk 66 te Oud-Gastel Adviesbureau De Meijerij

20170247 februari 2018 blad 14

oriënteren. Vleermuizen hebben deze oriëntatie nodig om zich van hun verblijfplaats naar hun foerageergebied te verplaatsen. Foerageergebieden kunnen onder ander bestaan uit bomen, opgaande gewassen en open water. Binnen het plangebied zijn geen groenstructuren of elementen aanwezig die een functie kunnen vervullen als essentiële vliegroute en/of foerageergebied voor vleermuizen. Ten tijde van het oriënterend veldbezoek zijn geen vogels waargenomen. In het plangebied is het mogelijk dat algemene vogelsoorten tot broeden komen. Broedende vogels in en direct rond het plangebied mogen niet verstoord worden met de voorgenomen planontwikkeling. Verstorende activiteiten zoals rooiwerkzaamheden dienen daarom gestart te worden buiten de broedperiode. Als deze vogels bij het zoeken van een nestlocatie merken dat het plangebied en/of de directe omgeving te verstorend is door activiteiten, zullen ze elders een geschikte nestlocatie zoeken. Indien binnen de broedperiode gestart dient te worden met de voorgenoemde werkzaamheden, is dit mogelijk als aantoonbaar is vastgesteld dat er geen broedende vogels in en direct rond het plangebied aanwezig zijn. Tijdens het veldbezoek is specifiek aandacht besteed aan de aanwezigheid van roofvogels en rust- en verblijfplaats van deze roofvogels.

Nesten (of nesten van voorgaande jaren) van in bomen broedende jaarrond beschermde (roof)vogels zijn ten tijde van het oriënterende veldbezoek niet waargenomen. Nesten van gebouwbewonende jaarrond beschermde vogelsoorten (zoals kerkuilen) en eventuele sporen (braakballen, roestplaats etc.) zijn door de afwezigheid van geschikte gebouwen en bomen niet aangetroffen in het plangebied. De mogelijkheid bestaat dat (roof)vogels op een andere manier gebruik maken van het plangebied, bijvoorbeeld als foerageergebied en/of als vaste aanvliegroute tussen verblijfplaats en foerageergebied. Op basis van verspreidingsgegevens en eerdere ecologische onderzoeken2 in het verleden is gebleken dat het plangebied mogelijk onderdeel uit maakt van het leefgebied van de steenuil. Nader onderzoek naar de steenuil, conform kennisdocument steenuil van Bij12, is noodzakelijk om te achterhalen of het plangebied in de huidige situatie nog steeds een functie vervult in het leefgebied van de steenuil. Het plangebied vormt een zeer marginaal leefgebied voor reptielen, amfibieën, vissen en ongewervelde. Specifiek geschikte leef biotopen voor zwaar beschermde soorten ontbreken. Het mogelijk aantasten van de leefomgeving van deze soortgroepen is met de voorgenomen planontwikkeling niet aan de orde, uitgaande dat de bestaande watergang niet wordt gedempt.

2

Natuuronderzoek voor Oudendijk te Oud-Gastel (rapportnr. 211x03882.059196_1). BRO, 27 januari 2011. Steenuilenonderzoek Oudendijk/Rijpersweg te Oud-Gastel gemeente Halderberge (projectnr. HAL.BRO.ECO2, rapportnr. 13063369). Econsultancy, 22 augustus 2013.

D01 Quickscan natuurwetgeving Oudendijk 66 te Oud-Gastel Adviesbureau De Meijerij

20170247 februari 2018 blad 15

6

GERAADPLEEGDE BRONNEN

     

Atlas van de Nederlandse Broedvogels, verspreiding aantallen verandering, SOVON 2002; De amfibieën en reptielen van Nederland, Nederlandse fauna 9, RAVON 2009; Cursus Wet natuurbescherming, GEOplan, 20 december 2016; Natuurbeheerplan Provincie Noord-Brabant; Verordening natuurbescherming Noord-Brabant; Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3 december 2016; http://wetten.overheid.nl [geraadpleegd op 15-februari-2018]; www.rvo.nl [geraadpleegd op 15-februari-2018]; www.quickscanhulp.nl [geraadpleegd op 15-februari-2018]; www.ravon.nl [geraadpleegd op 15-februari-2018]; www.vleermuis.net [geraadpleegd op 15-februari-2018]; http://www.libellennet.nl [geraadpleegd op 15-februari-2018]; http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/ [geraadpleegd op 15-februari2018]; http://decentrale.regelgeving.overheid.nl [geraadpleegd op 15-februari-2018]; https://globespotter.cyclomedia.com/application/ [geraadpleegd op 15-februari-2018].

        

BIJLAGE 1 FOTO’S PLANGEBIED (VELDINVENTARISATIE D.D. 15 FEBRUARI 2018)

BIJLAGE 2 SOORTENBESCHERMING BIJ RUIMTELIJKE INGREPEN

Wetgeving soortenbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) kent drie beschermingsregimes met hun eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd met uitzondering van exoten (die hier ook kunnen broeden, zoals de nijlgans) en verwilderde soorten (zoals soepganzen, -eenden, -duiven). Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan:  Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is;  Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid;  Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. De verbodsbepalingen mogen niet overtreden worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’).

Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele dier of plant gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Of dier- en plantensoorten wettelijk beschermd zijn of niet, te allen tijde geldt de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Onder de Wnb is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kan gebruik worden gemaakt van een vrijstelling (uitzondering op een wettelijk verbod). Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. Stappenplan soortenbescherming Om te bepalen of voor de ruimtelijke ingreep een ontheffing benodigd is of dat gebruik gemaakt kan worden van een vrijstelling, kan een stappenplan worden doorlopen. Het schema van het stappenplan is hierna opgenomen en bestaat uit vier te doorlopen stappen; 1.

De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn alleen van toepassing als op of rondom de locatie waar de ruimtelijke ingreep plaats vindt beschermde planten en/of dieren voorkomen of als zich daar hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen bevinden. Middels een quickscan Natuurwetgeving wordt een eerste inventarisatie gemaakt op het eventueel voorkomen van beschermde soorten. Vanuit de quickscan kan het benodigd zijn om aanvullend onderzoek naar een specifieke soort(en) uit te voeren om vast te stellen of deze daadwerkelijk voor komen binnen het gebied. Bij het voorkomen van beschermde soorten kan een ontheffing benodigd zijn (stap 2);

2.

Bij het voorkomen van beschermde soorten binnen het plangebied dient getoetst te worden of de ruimtelijke ontwikkeling handelingen met zich meebrengt waar mee verbodsbepalingen worden overtreden. Verstoring van vogels is niet verboden indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 4 en 5). Het verbod om dieren opzettelijk te doden of te vangen en het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen, is niet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of

roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3). Soms zijn er maatregelen mogelijk waarmee voorkomen kan worden dat door het verrichten van een handeling de verbodsbepalingen worden overtreden. Indien er een verbodsbepaling wordt overtreden moet stap 3 worden doorlopen; 3.

Voor een aantal handelingen zijn in de wet uitzondering gemaakt. De wet biedt voor bepaalde handelingen voorzieningen (provinciale verordening en gedragscodes) waarmee vrijstellingen kunnen worden vastgesteld. Ook kan er sprake zijn van een vrijstelling als de handeling is opgenomen in een beheerplan voor een Natura 2000-gebied of programma in het kader van een programmatische aanpak. Provinciale staten kunnen vrijstelling verlenen van de verbodsbepalingen. In de verordening of regeling staat aangegeven voor welke verbodsbepalingen, voor welke handelingen en voor welke soorten de vrijstelling geldt. Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkeling kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen mogelijk zijn als er gehandeld wordt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Indien er geen vrijstelling op de ruimtelijke ingreep geldt, moet stap 4 worden doorlopen;

4.

Indien er geen maatregelen mogelijk zijn om het overtreden van de verbodsbepaling te voorkomen en geen vrijstelling geldt, is een ontheffing van de verbodsbepaling benodigd. Een ontheffing wordt aangevraagd door de initiatiefnemer, waarna een besluit over de aanvraag wordt genomen door het bevoegd gezag. Voor locatie gebonden ingrepen die onder de WABO vallen (zoals kappen, bouwen van een woning) kan bij de aanvraag voor een ontheffing worden aangehaakt bij de omgevingsvergunning. Voor initiatieven die niet vallen binnen de activiteiten van een omgevingsvergunning (zoals activiteiten uit de Waterwet, mijnbouw) geldt dat een aparte ontheffing soortenbescherming moet worden aangevraagd. Aanvragen moeten in ieder geval vergezeld gaan van een projectbeschrijving, een ecologische gebiedsinventarisatie en van een effectstudie, waarin de gevolgen van de handeling op de staat van instandhouding van de soorten beschreven zijn. Bij de beoordeling van de ontheffing dient na de volledigheidstoets de volgende vragen beantwoordt te zijn om een positief besluit te kunnen nemen:  Zijn er andere bevredigende oplossingen mogelijk?  Is er sprake van een wettelijk belang?  Kan de staat van instandhouding gegarandeerd worden?

Schema stappenplan soortenbescherming (bron: Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3, decemember 2016)

BIJLAGE 3 GEGEVENS QUICKSCANHULP

Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied – levering uit de NDFF.

disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is in opbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 15-02-2018 16:26:16'

Op de volgende pagina‘s vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van het plangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl.

Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de Helpdesk van Het Natuurloket: e-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl telefoon: 0800 2356333

© NDFF - quickscanhulp.nl 15-02-2018 16:26:16

Soort

Soortgroep

Bescherming

Afstand

Bruine kikker

Amfibieën

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Kleine wolfsmelk

Vaatplanten

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Bunzing

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Egel

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Haas

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Konijn

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Ree

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Vos

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Bever

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Gewone dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Boomvalk

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Buizerd

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Gierzwaluw

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Grote Gele Kwikstaart

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Havik

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Huismus

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Kerkuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Ooievaar

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Ransuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Roek

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Sperwer

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Steenuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Wespendief

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Alpenwatersalamander

Amfibieën

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Bastaardkikker

Amfibieën

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Gewone pad

Amfibieën

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Kleine watersalamander

Amfibieën

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Naakte lathyrus

Vaatplanten

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Grote modderkruiper

Vissen

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Aardmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Bosmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Dwergmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Dwergspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Eekhoorn

Zoogdieren

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Huisspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Veldmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Wezel

Zoogdieren

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Laatvlieger

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Meervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Rosse vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Watervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Slechtvalk

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

© NDFF - quickscanhulp.nl 15-02-2018 16:26:16

Zwarte Wouw

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Vinpootsalamander

Amfibieën

wnb-andere soorten

5 - 10 km

grote vos

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

5 - 10 km

kleine ijsvogelvlinder

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

5 - 10 km

Levendbarende hagedis

Reptielen

wnb-andere soorten

5 - 10 km

Grote leeuwenklauw

Vaatplanten

wnb-andere soorten

5 - 10 km

Muurbloem

Vaatplanten

wnb-andere soorten

5 - 10 km

Wilde ridderspoor

Vaatplanten

wnb-andere soorten

5 - 10 km

Wolfskers

Vaatplanten

wnb-andere soorten

5 - 10 km

Boommarter

Zoogdieren

wnb-andere soorten

5 - 10 km

Das

Zoogdieren

wnb-andere soorten

5 - 10 km

Hermelijn

Zoogdieren

wnb-andere soorten

5 - 10 km

Ondergrondse woelmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

5 - 10 km

Tweekleurige bosspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

5 - 10 km

Waterspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

5 - 10 km

Kamsalamander

Amfibieën

wnb-hrl

5 - 10 km

Rugstreeppad

Amfibieën

wnb-hrl

5 - 10 km

Drijvende waterweegbree

Vaatplanten

wnb-hrl

5 - 10 km

Groenknolorchis

Vaatplanten

wnb-hrl

5 - 10 km

Franjestaart

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Gewone grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Meerkikker

Amfibieën

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Bosbeekjuffer

Insecten-Libellen

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Hazelworm

Reptielen

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Ringslang

Reptielen

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Berggamander

Vaatplanten

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Bokkenorchis

Vaatplanten

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Dennenorchis

Vaatplanten

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Dreps

Vaatplanten

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Glad biggenkruid

Vaatplanten

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Kartuizer anjer

Vaatplanten

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Kluwenklokje

Vaatplanten

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Knolspirea

Vaatplanten

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Schubvaren

Vaatplanten

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Wilde averuit

Vaatplanten

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Damhert

Zoogdieren

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Gewone bosspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Gewone zeehond

Zoogdieren

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Grijze zeehond

Zoogdieren

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Rosse woelmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Steenmarter

Zoogdieren

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Woelrat

Zoogdieren

wnb-andere soorten

10 - 25 km

Heikikker

Amfibieën

wnb-hrl

10 - 25 km

Knoflookpad

Amfibieën

wnb-hrl

10 - 25 km

© NDFF - quickscanhulp.nl 15-02-2018 16:26:16

Poelkikker

Amfibieën

wnb-hrl

10 - 25 km

Gevlekte witsnuitlibel

Insecten-Libellen

wnb-hrl

10 - 25 km

Rivierrombout

Insecten-Libellen

wnb-hrl

10 - 25 km

Gladde slang

Reptielen

wnb-hrl

10 - 25 km

Muurhagedis

Reptielen

wnb-hrl

10 - 25 km

Houting

Vissen

wnb-hrl

10 - 25 km

Baardvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Bruinvis

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Bultrug

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Grijze grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Noordse woelmuis

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Tweekleurige vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Oehoe

Vogels

wnb-vrl

10 - 25 km

Vuursalamander

Amfibieën

wnb-andere soorten

25 - 50 km

bruine eikenpage

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

25 - 50 km

gentiaanblauwtje

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

25 - 50 km

grote parelmoervlinder

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

25 - 50 km

grote weerschijnvlinder

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

25 - 50 km

Vliegend hert

Insecten-Kevers

wnb-andere soorten

25 - 50 km

Beekrombout

Insecten-Libellen

wnb-andere soorten

25 - 50 km

Akkerdoornzaad

Vaatplanten

wnb-andere soorten

25 - 50 km

Bergnachtorchis

Vaatplanten

wnb-andere soorten

25 - 50 km

Blaasvaren

Vaatplanten

wnb-andere soorten

25 - 50 km

Bruinrode wespenorchis

Vaatplanten

wnb-andere soorten

25 - 50 km

Groot spiegelklokje

Vaatplanten

wnb-andere soorten

25 - 50 km

Karwijselie

Vaatplanten

wnb-andere soorten

25 - 50 km

Knollathyrus

Vaatplanten

wnb-andere soorten

25 - 50 km

Moerasgamander

Vaatplanten

wnb-andere soorten

25 - 50 km

Naaldenkervel

Vaatplanten

wnb-andere soorten

25 - 50 km

Smalle raai

Vaatplanten

wnb-andere soorten

25 - 50 km

Trosgamander

Vaatplanten

wnb-andere soorten

25 - 50 km

Beekprik

Vissen

wnb-andere soorten

25 - 50 km

Veldspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

25 - 50 km

Wild zwijn

Zoogdieren

wnb-andere soorten

25 - 50 km

Boomkikker

Amfibieën

wnb-hrl

25 - 50 km

Vroedmeesterpad

Amfibieën

wnb-hrl

25 - 50 km

Tonghaarmuts

Blad-enLevermossen

wnb-hrl

25 - 50 km

Groene glazenmaker

Insecten-Libellen

wnb-hrl

25 - 50 km

teunisbloempijlstaart

Insecten-Macronachtvlinders

wnb-hrl

25 - 50 km

Zandhagedis

Reptielen

wnb-hrl

25 - 50 km

Kruipend moerasscherm

Vaatplanten

wnb-hrl

25 - 50 km

Atlantische steur

Vissen

wnb-hrl

25 - 50 km

Platte schijfhoren

Weekdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

Dwergvinvis

Zoogdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

© NDFF - quickscanhulp.nl 15-02-2018 16:26:16

Gewone dolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

Gewone vinvis

Zoogdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

Kleine dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

Narwal

Zoogdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

Otter

Zoogdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

Tuimelaar

Zoogdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

aardbeivlinder

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

50 - 100 km

duinparelmoervlinder

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

50 - 100 km

iepenpage

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

50 - 100 km

kommavlinder

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

50 - 100 km

sleedoornpage

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

50 - 100 km

spiegeldikkopje

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

50 - 100 km

veldparelmoervlinder

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

50 - 100 km

zilveren maan

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Gevlekte glanslibel

Insecten-Libellen

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Gewone bronlibel

Insecten-Libellen

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Hoogveenglanslibel

Insecten-Libellen

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Kempense heidelibel

Insecten-Libellen

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Speerwaterjuffer

Insecten-Libellen

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Adder

Reptielen

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Akkerboterbloem

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Akkerogentroost

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Brave hendrik

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Brede wolfsmelk

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Echte gamander

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Getande veldsla

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Groensteel

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Grote bosaardbei

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Honingorchis

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Kleine ereprijs

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Korensla

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Kranskarwij

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Roggelelie

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Rood peperboompje

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Rozenkransje

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Ruw parelzaad

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Schubzegge

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Stijve wolfsmelk

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Stofzaad

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Wilde weit

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Zandwolfsmelk

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Zinkviooltje

Vaatplanten

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Kwabaal

Vissen

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Edelhert

Zoogdieren

wnb-andere soorten

50 - 100 km

© NDFF - quickscanhulp.nl 15-02-2018 16:26:16

Molmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

50 - 100 km

Geel schorpioenmos

Blad-enLevermossen

wnb-hrl

50 - 100 km

pimpernelblauwtje

Insecten-Dagvlinders

wnb-hrl

50 - 100 km

Gestreepte waterroofkever

Insecten-Kevers

wnb-hrl

50 - 100 km

Gaffellibel

Insecten-Libellen

wnb-hrl

50 - 100 km

Sierlijke witsnuitlibel

Insecten-Libellen

wnb-hrl

50 - 100 km

Dikkopschildpad

Reptielen

wnb-hrl

50 - 100 km

Bosvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Brandts vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Gewone spitssnuitdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Griend

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Ingekorven vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Potvis

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Vale vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Wilde kat

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Witsnuitdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Europese rivierkreeft

Geleedpotigen-Insecten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

bosparelmoervlinder

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

100 - 250 km

bruin dikkopje

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

100 - 250 km

kleine heivlinder

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

100 - 250 km

veenbesblauwtje

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

100 - 250 km

veenbesparelmoervlinder

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

100 - 250 km

veenhooibeestje

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Donkere waterjuffer

Insecten-Libellen

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Blauw guichelheil

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Bosdravik

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Breed wollegras

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Franjegentiaan

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Geelgroene wespenorchis

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Geplooide vrouwenmantel

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Gevlekt zonneroosje

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Gladde zegge

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Groene nachtorchis

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Kalkboterbloem

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Kalketrip

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Kleine schorseneer

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Lange zonnedauw

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Liggende ereprijs

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Pijlscheefkelk

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Scherpkruid

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Spits havikskruid

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Steenbraam

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Tengere distel

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Tengere veldmuur

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

© NDFF - quickscanhulp.nl 15-02-2018 16:26:16

Veenbloembies

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Vliegenorchis

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Vroege ereprijs

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Zweedse kornoelje

Vaatplanten

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Beekdonderpad

Vissen

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Elrits

Vissen

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Gestippelde alver

Vissen

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Eikelmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Grote bosmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

100 - 250 km

Geelbuikvuurpad

Amfibieën

wnb-hrl

100 - 250 km

donker pimpernelblauwtje

Insecten-Dagvlinders

wnb-hrl

100 - 250 km

grote vuurvlinder

Insecten-Dagvlinders

wnb-hrl

100 - 250 km

Noordse winterjuffer

Insecten-Libellen

wnb-hrl

100 - 250 km

Oostelijke witsnuitlibel

Insecten-Libellen

wnb-hrl

100 - 250 km

Kemps zeeschildpad

Reptielen

wnb-hrl

100 - 250 km

Bechsteins vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Gestreepte dolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Hamster

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Hazelmuis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Wolf

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

© NDFF - quickscanhulp.nl 15-02-2018 16:26:16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/529/documents/15597