Bijlage 6g WVS Rapportage onderzoek weerstandsvermogen.pdf
Tekst van het document
Rapportage onderzoek Weerstandsvermogen WVS Definitieve rapportage, 27 maart 2024
Weerstandsvermogen WVS Gemeenschappelijke regeling WVS
Auteurs: Dhr. M.C. Capelle Dhr. Drs. W. Veldhuis RA In opdracht van: Gemeenschappelijke regeling WVS
Plaats, datum: Breda, 27 maart 2024
Kenmerk:
Status: Definitief
© 2024 2021 Deloitte The Netherlands
2 21-311525108 | Onderzoek weerstandsvermogen WVS
Inhoudsopgave
Pagina 1.
Inleiding
1.1 Achtergrond
5
1.2 Vraagstelling
5
1.3 Aanpak uitvoering onderzoek
6
1.4 Leeswijzer
6
2.
Risicomanagement bij WVS
3.
Risico-inventarisatie en -kwantificering
4.
5.
8
3.1 Inleiding
10
3.2 Risicogebieden
10
3.3 Wijze kwantificering risico’s
10
3.4 Onderkende risico’s per gebied
11
3.5 Kwallitatieve waardering risicogebieden
14
3.6 Nadere onderbouwing berekende weerstandsvermogen
15
Beschikbare weerstandscapaciteit 4.1 Inleiding
18
4.2 Beschikbare capaciteit
18
Financiële analyse weerstandsvermogen 5.1 Uitkomsten confrontatie aanwezige en benodidgde weerstandsvermogen
21
5.2 Observaties bij deze uitkomsten
21
Bijlage 1. Reikwijdte van onze opdracht
23
Bijlagen
© 2024 2021 Deloitte The Netherlands
3 21-311525108 | Onderzoek weerstandsvermogen WVS
1. Inleiding
© 2024 Deloitte The Netherlands
21-311525108 | Onderzoek weerstandsvermogen WVS
4
1. Inleiding 1.1. Achtergrond WVS is een gemeenschappelijke regeling, die wordt gevormd door negen gemeenten in de provincie NoordBrabant. Voor deze gemeenten voert WVS onder meer de voormalige regeling Sociale Werkvoorziening (nu onderdeel van de Participatiewet) uit. WVS opereert in een hybride omgeving. Voor de financiering van de activiteiten is WVS in belangrijke mate afhankelijk van de rijksbijdrage en de aanvullende gemeentelijke bijdragen. Tegelijkertijd verkrijgt WVS inkomsten uit commerciële opdrachten. WVS loopt net als andere organisaties risico’s die een financiële impact kunnen hebben. WVS probeert deze risico’s zo goed als mogelijk te beheersen (zie verder hoofdstuk 2 van deze rapportage). Het dagelijks bestuur en de directie van WVS vinden het als onderdeel van het risicomanagement echter ook van belang te beschikken over voldoende middelen, i.c. een weerstandsvermogen, om risico’s te kunnen opvangen als deze zich voordoen. Wij begrijpen dit uitgangspunt. Het is naar onze mening ook voor de deelnemende gemeenten van belang dat WVS in staat is om tegenvallers te kunnen opvangen, zonder daarbij een beroep behoeven te doen op extra gemeentelijke bijdragen. Daarbij speelt ook dat de gemeentebegrotingen onder druk staan en er niet of nauwelijks ruimte is voor incidentele tegenvallers, bijvoorbeeld bij verbonden partijen.
De Herijkte Nota Verbonden Partijen geeft gemeenschappelijke regelingen als WVS ook de mogelijkheid een algemene reserve (= weerstandsvermogen) aan te houden, mits voldoende gemotiveerd en onderbouwd. In dat kader is ons gevraagd om, in samenwerking met WVS, op basis van zo objectief en specifiek mogelijke gegevens van WVS, een berekening te maken van het benodigde weerstandsvermogen van WVS. Daarbij is afgesproken dezelfde methodiek te hanteren als bij soortgelijke onderzoek in 2021. 1.2. Vraagstelling Op basis van onze aanpak (zie paragraaf 1.3.) hebben wij samen met WVS de risico’s zo adequaat mogelijk in beeld gebracht en vervolgens gekwantificeerd. Wij kunnen echter geen zekerheid bieden over de juistheid en volledigheid van de uitkomsten van de risico-inventarisatie en -kwantificering, aangezien wij ons hierbij hebben gebaseerd op de input en waardering van onze gesprekpartners. Door het stellen van kritische vragen, het bestuderen van documentatie en onze branchekennis hebben wij het de directie en management van WVS uitgedaagd de risico’s zo veel mogelijk te onderbouwen. Deze opdracht betreft een adviesopdracht en valt daarom niet onder de bepalingen volgens de Controle- en overige standaarden. Op de gehanteerde en de in deze rapportage gepresenteerde cijfers is door ons geen controle- of beoordelingsopdracht uitgevoerd.
Dit betekent dat er geen zekerheid kan worden ontleend aan de in de in dit rapport opgenomen cijfers. De reikwijdte van de opdracht is verder uiteengezet in Bijlage 1 bij deze rapportage.
© 2024 2021 Deloitte The Netherlands
21-311525108 | Verbijzonderde IC Gemeentefonds
5
1. Inleiding 1.3. Aanpak uitvoering onderzoek Om de geïdentificeerde risico’s te actualiseren en te komen tot deze eindrapportage zijn de volgende werkzaamheden verricht: • Bestuderen van relevante brondocumenten zoals de concept-jaarrekening 2023, de begroting 2024 en de meerjarenbegroting 2025 -2027 en overige relevante documenten. • Houden van interviews met en stellen van kritische vragen aan de directie en management van WVS om de risico-inschatting in beeld te krijgen en tevens te bepalen wat de grondslag voor kwantificering van de risico’s zou moeten zijn. • Samenstellen van de conceptrapportage. • Bespreken van de conceptrapportage met de algemeen directeur en de concerncontroller. 1.4. Leeswijzer De eindrapportage is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 gaan wij kort in op de wijze waarop WVS risiciomanagement georganiseerd heeft. In hoofdstuk 3 beschrijven wij de geïnventariseerde risico’s en de kwantificering daarvan. In hoofdstuk 4 wordt de beschikbare weerstandscapaciteit benoemd en in hoofdstuk 5 volgt op basis van de uitkomsten van de voorgaande hoofdstukken de financiële analyse.
© 2024 2021 Deloitte The Netherlands
21-311525108 | Verbijzonderde IC Gemeentefonds
6
2. Risicomanagement bij WVS
© 2024 Deloitte The Netherlands
21-311525108 | Onderzoek weerstandsvermogeen WVS
7
2. Risicomanagement bij WVS
Risicomanagement bij WVS Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) neemt de gemeenschappelijke regeling WVS in haar begroting en jaarrekening een paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing op. In deze paragraaf worden de risico’s en de wijze waarop deze worden beheerst benoemd. Deze in de begroting en de jaarrekening opgenomen informatie is gebaseerd op een interne risicoinventarisatie inclusief een financiële vertaling daarvan. Het zicht krijgen en houden op de risico’s en het beschrijven daarvan vindt echter niet alleen plaats bij het opmaken van de begroting en de jaarrekening, maar is een continu proces. Uit de gehouden interviews leiden wij af dat het risicobewustzijn bij WVS groot is. De risico’s zijn in beeld, worden gevolgd en er wordt gereageerd op nieuwe ontwikkelingen. Hierbij kan worden gedacht aan wijzigingen in de rijksfinanciering, een andere tempo van uitstroom uit de sociale werkvoorziening dan verwacht, maar ook aan commerciële ontwikkelingen en onverwachte kostenstijgingen. Van belang is nog het volgende op te merken: Structurele effecten van ontwikkelingen worden, als deze voldoende hard zijn en betrouwbaar zijn in te schatten, verwerkt in de begroting en de meerjarenbegroting van WVS. Voor dergelijke effecten is het weerstandsvermogen niet benodigd.
Het weerstandsvermogen is bestemd voor het opvangen van tegenvallers, ontwikkelingen die dus niet al in de (meerjaren)begroting zijn verwerkt. Tegelijkertijd is het vaak lastig in te schatten of het effect van een risico structureel of incidenteel is. Voor het bepalen van het weerstandsvermogen gaan we uit van het totaal aan risico’s, ook al omdat structurele risico’s niet altijd direct in de begroting kunnen worden verwerkt.
© 2024 2021 Deloitte The Netherlands
8
3. Risico-inventarisatie en -kwantificering
© 2024 Deloitte The Netherlands
21-311525108 | Onderzoek weerstandsvermogen WVS
9
3. Risico-inventarisatie en -kwantificering
3.1 Inleiding In dit hoofdstuk lichten wij de door ons gehanteerde kwantificeringsmethodiek nader toe en werken wij uit welke risico’s wij op basis van de uitgevoerde risico-inventarisatie hebben onderkend. De onderkende risico’s hebben wij in een 5-tal risicogebieden gerubriceerd. Op basis van de vastgestelde kwantificeringsmethodiek heeft vervolgens een kwantificering van de geïdentificeerde risico’s plaatsgevonden. 3.2 Risicogebieden In overleg met de directie en conform onze eerdere onderzoeken rubriceren wij de risico’s naar de volgende risicogebieden: Risicogebied
1.
Bijdrage overheden
2.
Netto-omzet en overige opbrengsten
3.
Personeelskosten Cao (SGO*)
4.
Personeelskosten doelgroep
*SGO = Samenwerkende gemeentelijke organisaties
5.
Bedrijfskosten
3.3 Wijze kwantificering risico’s Risicokaart Bij het financieel kwantificeren van risico’s zijn twee elementen van belang: 1. de kans/waarschijnlijkheid van het risico. 2. de impact van het risico. Bij kans/waarschijnlijkheid van het optreden van het risico gaat het om de vraag hoe groot de kans is dat de gebeurtenis zich gaat voordoen. Bij impact gaat het om de vraag hoe groot de impact is als het risico zich daadwerkelijk voordoet.
© 2024 2021 Deloitte The Netherlands
10
3. Risico-inventarisatie en -kwantificering
Kwantificeringsmethodiek De kwantificering van risico’s heeft in overleg met de algemeen directeur en de concerncontroller van WVS plaatsgevonden middels de volgende kwantificeringsmethodiek. Onderscheid is gemaakt in een 6-tal risicoprofielen. Per risicoprofiel is een percentage minimaal benodigd weerstandsvermogen bepaald. Dit percentage wordt berekend op het bedrag waarop het betreffende risicogebied betrekking heeft. Hiervoor zijn de cijfers uit de herziene begroting 2024 gebruikt. Evenals bij de risico-inventarisatie van WVS in eerdere onderzoeken zijn de volgende percentages gehanteerd: risicoprofiel
Benodigde omvang in %
Zeer laag
0
Laag
2,5%
Laag-gemiddeld
5%
Gemiddeld
10%
Gemiddeld-hoog
15%
Hoog
20%
3.4 Onderkende risico’s per gebied Hieronder zijn de belangrijkste risico’s per risicogebied opgenomen. Bijdrage overheden • Onzekerheid over bijdrage per SE door toepassing macrobudget (omvang macrobudget en tempo van uitstroom). • Overrealisatie SE’s door WVS (wel loonkosten, geen rijksbijdrage). • Onzekerheid over realisatie aanvullende rijksbijdrage Behoud infrastructuur, ingerekend in de begroting vanaf 2025. • CAO verhogingen worden niet volledig gecompenseerd door subsidieverhogingen.
© 2024 2021 Deloitte The Netherlands
11
3. Risico-inventarisatie en -kwantificering
Netto-omzet en overige opbrengsten • Krimp als gevolg van beëindiging WSW, minder WSW-medewerkers beschikbaar voor productie en dienstverlening. Minder dekking vaste kosten. • Door een hogere gemiddelde leeftijd wordt het lastiger de gemiddelde productie per medewerker op peil te houden. • Minder maatschappelijke, meer zakelijke houding van een aantal grote afnemers, leidend tot prijsdruk en veranderende eisen. Dit leidt mogelijk tot verlies aan afzet. • Afhankelijkheid afnemers van de prijs en beschikbaarheid van grondstoffen, met als risico een lagere vraag naar WVS-productie.
• Eisen gemeenten op duurzaamheidsgebied (bij groenonderhoud), die leiden tot niet door te berekenen extra kosten, omdat opdrachtgevers hier niet altijd rekening mee hebben gehouden in hun budget en geen middelen beschikbaar hebben.. • Financiële druk op begroting van gemeenten, waardoor er mogelijk bezuinigd gaat worden op opdrachten WVS. • Het minder kunnen uitvoeren van opdrachten waar machinaal werk van toepassing is doordat sprake is van een steeds kleiner wordende groep personeelsleden die machines kunnen bedienen. • Imagoschade als gevolg van het herhaaldelijk niet kunnen invullen van uitvragen. • Afnemend gemiddeld arbeidsniveau van de medewerkers door uitstroom WSW-ers en instroom op lager niveau en stijgende kosten van het begeleidingsapparaat doordat meer begeleiding nodig is. • Nieuwe medewerkers uit beschut werk moeilijker op individuele basis te detacheren. • Een lager inverdienvermogen van de categorie C bijstandsgerechtigden die mogelijk via WVS aan het arbeidsproces gaan deelnemen. • De voor de gemeenten uitgevoerde trajecten op het gebied van participatie en ontwikkeling leveren veel inzichten en ervaringen op maar zijn nog niet kostendekkend voor WVS. • Meer focus op het ontwikkelen van mensen betekent hogere begeleidingskosten. • Contractduur is veelal beperkt, ook met grotere afnemers (maximaal drie jaar).
© 2024 2021 Deloitte The Netherlands
12
3. Risico-inventarisatie en -kwantificering
• Toenemend aantal bedrijven met financiële problemen met daardoor een debiteurenrisico voor WVS. • WVS is risicodrager voor ziekte en geen werk Personeelskosten SGO • Sprake is van een niet uit de balans blijkende verplichting voor vakantiegeld en verlof (relatief hoog) voor ambtelijk personeel. In het verlof zit een component van spaarverlof wat sowieso in de toekomst tot uitstroom van middelen leidt. • Door een zwakkere populatie aan medewerkers is een zwaarder niveau nodig aan begeleiding wat leidt tot hogere personeelskosten SGO. Verhouding SGO personeel/ personeel doelgroep verandert. • Hetzelfde geldt ook tav bijvoorbeeld statushouders/ inburgeraars. De begeleiding kost veel tijd. • Loonkosten SGO stijgen door krappe arbeidsmarkt. • Risico’s dat bepaalde vacatures in de productie/ dienstverlening niet kunnen worden ingevuld waardoor sprake is van hogere kosten als gevolg van externe inhuur.
Personeelskosten doelgroep • Sprake is van een niet uit de balans blijkende verplichting voor vakantiegeld en verlof (relatief hoog). In het verlof zit een component van spaarverlof wat sowieso in de toekomst tot uitstroom van middelen leidt. • De CAO-ontwikkelingen zijn vaak pas laat bekend en zijn daardoor niet verwerkt in de met afnemers gemaakte prijsafspraken. • Hoger ziekteverzuim door een hogere leeftijdsopbouw. • Kosten van de RVU: medewerkers blijven in loondienst, maar verrichten geen werkzaamheden meer. • Gevolgen van mogelijke wijziging Wet Waadi voor omvang personeelskosten, alsmede hoge kosten van uitvoering van deze Wet.
© 2024 2021 Deloitte The Netherlands
13
3. Risico-inventarisatie en -kwantificering
Bedrijfskosten • Mogelijk risico fiscale naheffingen in verband met lopend BTW-onderzoek. • Inflatierisico. • Blijvend hoge energiekosten. • Inflexibiliteit kostenstructuur (relatief veel vaste kosten) versus korte termijn contractafspraken met gemeenten (relatief hoge frictiekosten bij aanpassen organisatie aan veranderende omstandigheden). • Extra investeringen om te kunnen blijven voldoen aan mogelijk veranderende (brand)veiligheidseisen, milieuvoorschriften, Arbo-voorschriften. • Renterisico op vreemd vermogen.
3.5 Kwantificering risico’s per risicogebied Op basis van de besprekingen met de directie en management van WVS hebben wij de vijf risicogebieden als volgt gewaardeerd: Risicogebied
Omvang (kans * impact)
percentage
1.
Bijdrage overheden
Laag
2,5%
2.
Netto-omzet en overige opbrengsten
Gemiddeld
10%
3.
Personeelskosten SGO
Laag-gemiddeld
5%
4.
Personeelskosten doelgroep
Laag
2,5%
5.
Bedrijfskosten
Laag
2,5%
Toelichting classificatie risico’s:
• De risicogebieden bijdrage overheden en personeelskosten doelgroep zijn niet of nauwelijks beïnvloedbaar door WVS. Tegelijkertijd zullen de effecten veelal structureel zijn en moeten worden ingerekend in de (meerjaren)begroting van WVS en niet in het benodigde weerstandsvermogen. Vooralsnog zijn er geen indicaties dat daadwerkelijk sprake zal zijn van lagere bijdrage van overheden. Om deze redenen is daarom gekozen voor een laag percentage. • Voor het risicogebied netto-omzet onderkennen we belangrijke risico’s van diverse aard, zoals een mindere arbeidskwaliteit van de doelgroep, klantverlies door EU-aanbestedingen etc. Daarom is het percentage op gemiddeld gesteld. • Voor de personeelskosten SGO en bedrijfskosten komen we op basis van de geïdentificeerde risico’s op laag-gemiddeld respectievelijk laag.
© 2024 2021 Deloitte The Netherlands
14
3. Risico-inventarisatie en -kwantificering
Op basis van het onderkende risiconiveau en om omvang op basis van de herziene begroting 2024 per risicogebied is het bedrag van het benodigde weerstandsvermogen als volgt inzichtelijk gemaakt: Risicogebied
omvang X € 1.000
percentage
gekwantificeerd risico X € 1.000
1.
Bijdrage overheden
€ 58.184
2,5%
€ 1.455
2.
Netto-omzet en overige opbrengsten*
€ 25.928
10%
€ 2.593
3.
Personeelskosten SGO
€ 17.641
5%
€ 882
4.
Personeelskosten doelgroep
€ 65.650
2,5%
€ 1.641
5.
Bedrijfskosten
€ 8.956
5%
€ 448
totaal
€ 7.019
* Minus kostprijs omzet Ofwel op basis van de gehanteerde methodiek en geïnventariseerde risico’s is het benodigd weerstandsvermogen bepaald op € 7,0 miljoen. 3.6 Nadere onderbouwing berekende weerstandsvermogen Het door ons berekende noodzakelijke weerstandsvermogen is gebaseerd op een methodiek en daarbij verwerkte aannames. Andere methodes om te komen tot een bepaling van het weerstandsvermogen zijn denkbaar met mogelijk andere uitkomsten. Een eenduidige, harde methodiek en bijbehorende uitkomst is er niet. Tegelijkertijd zijn wij van mening dat de op basis van de methode berekende bedragen goed bruikbaar zijn in de verdere besluitvorming over het weerstandsvermogen van WVS. Ter nadere onderbouwing van het berekende weerstandsvermogen geven wij onderstaand voor de drie belangrijkste componenten van het berekende weerstandsvermogen concreet aan welke belangrijke incidentele tegenvallers zich kunnen voordoen en dan gedekt moeten worden uit het weerstandsvermogen. Als de genoemde tegenvallers een structureel effect krijgen, moeten deze worden verwekt in de (meerjaren)begroting. Bijdrage overheden De grootste opbrengstenpost voor WVS is de rijksbijdrage. Over 2024 (begroot) bedraagt deze post circa € 52 miljoen. De rijksbijdrage die WVS ontvangt is afhankelijk van het landelijke Macrobudget en van de ontwikkeling van de uitstroom uit de WSW, op macroniveau en bij WVS.
Een lagere uitstroom dan begroot (landelijk en/of bij WVS) kan leiden tot een lagere rijksbijdrage dan begroot. Ter indicatie: een 3% lagere rijksbijdrage per FTE kost WVS circa € 1, 5 miljoen.
© 2024 2021 Deloitte The Netherlands
15
3. Risico-inventarisatie en -kwantificering
Het hiervoor berekende bedrag ligt in lijn met het in paragraaf 3.5 genoemde bedrag van € 1,5 miljoen. Aanvullend merken we nog op dat vanaf de begroting 2025 een aanvullende rijksbijdrage Infrastructuur is ingerekend van circa € 1,6 miljoen waarvan de realisatie niet volledig zeker is. Netto omzet en overige opbrengsten Zoals opgemerkt werkt WVS op commerciële markten en loopt de organisatie het risico opdrachten te verliezen. Wij hebben met de directie gesproken over de contracten met diverse grotere opdrachtgevers. Om diverse redenen onderkent de directie onderbouwde risico’s. Door de veranderende samenstelling van de doelgroep geldt het risico op omzetverlies echter in de breedte. Het nu berekende noodzakelijke weerstandsvermogen bevat een bedrag van € 2,6 miljoen voor risico’s op derving van omzet. Dit bedrag lijkt redelijk gelet op het voorgaande, en rekening houdend dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Personeelskosten doelgroep De belangrijkste kostenpost uit deze categorie met een totaalbedrag van circa € 66 miljoen betreffen de personeelskosten WSW die voor 2024 op circa € 59 miljoen begroot zijn. Nadelige afwijkingen ten opzichte van de begroting kunnen bijvoorbeeld ontstaan door een lagere uitstroom dan verwacht. Een afwijking van 3% op de loonkosten WSW betekent een risicobedrag van ruim € 1,77 miljoen.
Dit bedrag ligt in lijn met het in paragraaf 3.5 genoemde bedrag van € 1,64 miljoen.
© 2024 2021 Deloitte The Netherlands
21-311525108 | Onderzoek weerstandsvermogen WVS
16
4. Beschikbare weerstandscapaciteit
© 2024 Deloitte The Netherlands
21-311525108 | Onderzoek weerstandsvermogen WVS
17
4. Beschikbare weerstandscapaciteit
4. 1. Inleiding Op basis van de conceptjaarrekening 2023 en de begroting 2024 en de meerjarenbegroting 2025-2027 is de aanwezige weerstandscapaciteit van WVS in beeld gebracht. 4. 2. Beschikbare capaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit kan worden gevonden in de exploitatie, eventuele stille reserves en het vrij beschikbare deel van het eigen vermogen. Onderstaand gaan wij achtereenvolgens op deze componenten in. Exploitatie
In de meerjarenbegroting van WVS zijn geen budgetten of stelposten opgenomen die intern nog niet zijn gealloceerd voor het doen van uitgaven. Dit betekent dat de exploitatie in principe geen ruimte biedt voor het opvangen van risico’s. Stille reserves Stille reserves zijn reserves die gevormd kunnen worden door de verkoop van activa tegen een marktprijs die hoger is dan de boekwaarde. Het gaat om activa die op korte termijn verhandelbaar zijn en kunnen helpen een acuut financieel probleem op te lossen. Gezien de beperkte verhandelbaarheid van de meeste eigendommen van WVS en het feit dat de marktwaarde veelal niet bekend is, zijn geen stille reserves ingerekend in de beschikbare weerstandscapaciteit. Uit een interne analyse van WVS komt naar voren dat er nagenoeg geen stille reserves aanwezig zijn die op korte termijn kunnen worden gerealiseerd zonder dat de continuïteit van de bedrijfsvoering van WVS hier door in het geding komt. Vrij beschikbare deel van het eigen vermogen Uit de conceptjaarrekening 2023 blijkt een eigen vermogen van € 6,6 miljoen per eind 2023, dat als volgt is opgebouwd: Omschrijving
Bedrag x € 1.000
Algemene reserve
€ 3.000
Bestemmingsreserve
€ 850
Gerealiseerd resultaat 2023
€ 2.717
Totaal eigen vermogen
€ 6.567
© 2024 2021 Deloitte The Netherlands
18 21-311525108 | Onderzoek weerstandsvermogen WVS
4. Beschikbare weerstandscapaciteit
Alleen de Algemene Reserve kan worden beschouwd als “vrij beschikbaar deel van het eigen vermogen”. De verklaring daarvan is als volgt: • De bestemmingsreserves bestaan uit: Een reservering voor extra kosten CAO SGO van € 600.000, waarvan in de concept-jaarrekening 2023 wordt voorgesteld deze uit te keren aan de deelnemende gemeenten. Een reserve voor de viering van het 50 jarig bestaan van WVS ad € 250.000, die in 2024 wordt aangewend. Conclusie is dat de bestemmingsreserves niet beschikbaar zijn als weerstandsvermogen. • Van het gerealiseerde resultaat over 2023 (onderdeel van het eigen vermogen per eind 2023) wordt € 50.000 toegevoegd aan de bestemmingsreserve jubileum en € 1.000.000 toegevoegd aan de algemene reserve. Het restant wordt uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten. • Eindconclusie is derhalve dat op basis van de conceptjaarrekening 2023 en rekening houdend met de toevoeging aan de algemene reserve vanuit het resultaat 2023 het vrij beschikbare deel van het eigen vermogen circa € 4 mln. bedraagt.
© 2024 2021 Deloitte The Netherlands
19 21-311525108 | Onderzoek weerstandsvermogen WVS
5. Financiële analyse weerstandsvermogen
© 2024 Deloitte The Netherlands
21-311525108 | Onderzoek weerstandsvermogen WVS
20
5. Financiële analyse weerstandsvermogen
5.1. Uitkomsten confrontatie aanwezige en benodigde weerstandsvermogen Op basis van de resultaten van de risicokwantificering kan het benodigde weerstandsvermogen worden becijferd op € 7,0 miljoen. Uit de financiële analyse naar de stand per 31 december 2023 blijkt dat ongeveer € 3,5 miljoen aan weerstandscapaciteit beschikbaar is. Derhalve is de aanwezige weerstandscapaciteit niet voldoende om als dekking te kunnen fungeren voor de geïdentificeerde risico’s.
Beschikbare weerstandscapaciteit: € 4 miljoen
Risico’s: € 7,0 miljoen
Weerstandsratio: 0,6
5.2 Observaties bij deze uitkomsten Er heeft een uitgebreide analyse van de risico’s die WVS loopt plaatsgevonden. Een kwantificering daarvan om te komen tot een benodigd weerstandsvermogen is altijd gebaseerd op aannames en inschattingen. Uiteraard is een meer gedetailleerde methodiek denkbaar, echter ook dan zullen inschattingen moeten worden gemaakt. Ter beoordeling van het bedrag aan gekwantificeerde risico’s merken wij nog het volgende op: • Het bedrag van € 7,0 miljoen bedraagt ongeveer 7,5% van de totale exploitatie van WVS. • Volgens de concept-jaarrekening 2023 rekening houdend met het voorstel tot resultaatbestemming en de aanwending van de bestemmingsreserves bedraagt de algemene reserve € 4 miljoen. Dit is circa 14% van het voorlopige balanstotaal hetgeen een relatief beperkte solvabiliteit betekent. Uit bovenstaande cijfers blijkt dat de beschikbare weerstandscapaciteit op dit moment behoorlijk lager is dan het totaal van de gekwantificeerde risico’s. Dit gegeven kan van belang zijn bij het bestemmen van de resultaten 2023 en verdere jaren. Uiteraard is dit ook een politieke afweging.
© 2024 2021 Deloitte The Netherlands
21 21-311525108 | Onderzoek weerstandsvermogen WVS
Bijlagen
© 2024 Deloitte The Netherlands
21-311525108 | Onderzoek weerstandsvermogen WVS
22
Bijlage 1. Reikwijdte van onze opdracht
De in het kader van deze opdracht uitgevoerde werkzaamheden valt niet binnen de reikwijdte van de controle en overige standaarden die gelden voor de Nederlandse accountantspraktijk. De aard van de dienstverlening is daarom te kenmerken als advieswerkzaamheden met als doelstelling het managementteam van WVS te ondersteunen bij het actualiseren van de risico-analyse. Wij hebben onze werkzaamheden verricht in overeenstemming met Nederlands recht. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften, waaronder de Verordening Gedragscode. De aard van de hierboven beschreven uitgevoerde werkzaamheden houdt in dat op de genoemde financiële informatie geen accountantscontrole is toegepast, terwijl tevens geen beoordelingsopdracht is uitgevoerd. Eén en ander impliceert dat aan onze rapportage geen zekerheid met betrekking tot de getrouwheid van eventueel daarin opgenomen cijfermateriaal kan worden ontleend. Van de zijde van WVS is aangegeven dat er geen andere onderzoeken lopen die raakvlakken hebben met of consequenties hebben voor de voorliggende rapportage en de uitwerking hiervan anders dan hetgeen in deze rapportage melding van is gemaakt.
© 2024 2021 Deloitte The Netherlands
23
Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited ("DTTL"), its global network of member firms and their related entities. DTTL (also referred to as "Deloitte Global") and each of its member firms are legally separate and independent entities. DTTL does not provide services to clients. Please see www.deloitte.nl/about to learn more. Deloitte is a leading global provider of audit and assurance, consulting, financial advisory, risk advisory, tax and related services. Our network of member firms in more than 150 countries and territories serves four out of five Fortune Global 500® companies. Learn how Deloitte’s approximately 286,000 people make an impact that matters at www.deloitte.nl. This communication contains general information only, and none of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, its member firms or their related entities (collectively, the “Deloitte network”) is, by means of this communication, rendering professional advice or services. Before making any decision or taking any action that may affect your finances or your business, you should consult a qualified professional adviser. No entity in the Deloitte network shall be responsible for any loss whatsoever sustained by any person who relies on this communication. © 2024 Deloitte The Netherlands